2,001

(1 replies, posted in 1980-1989)

Brusselse overval leidde wellicht tot afrekening

De man, wiens lijk in het Koningspark in Oostende gevonden werd, nadat hij daar in de nacht van 23 op 24 december met een nekschot gedood werd, is geïdentificeerd. Het gaat om de 26-jarige Bruno Vandeuren uit Sint-Jans-Molenbeek. Intussen is gebleken dat hij een van de daders was van een overval op juwelier Deville in Sint-Agatha-Berchem, waar vorige week woensdag voor acht miljoen juwelen gestolen werden. In Oostende werd inmiddels ook een verdachte van de moord aangehouden.

De overvallers in Sint-Agatha-Berchem droegen carnavalsmaskers en bedreigden de juwelier met een riot-gun. Het hele uitstalraam en de toonruimte werden geplunderd. De schoonzoon van de juwelier schoot vanuit een venster op de eerste verdieping naar de vluchtende daders die in een rode Golf GTI zaten.

Uit het onderzoek is gebleken dat Vandeuren de buit van de overval "bewaarde”. Op het ogenblik van de feiten zat hij eigenlijk een straf uit in Lantin voor een andere zaak, maar hij genoot enkele dagen penitentiair verlof. Uitgaande van de vaststellingen dat Vandeuren de buit van de overval op juwelier Deville naar alle waarschijnlijkheid bij zich had op het moment dat hij vermoord werd, veronderstelden de onderzoekers dat de buit nu in handen van de moordenaar(s) moest zijn.

Aangehouden

Intussen waren de drie andere vermoedelijke daders van de overval aangehouden. Vooreerst een vrouw van wie vermoed wordt dat zij het was die de juwelen bij de overval in een zwarte zak stopte. Kort nadien werden ook twee mannen ingerekend.

Uit het verloop van het onderzoek bleek dan dat Vandeuren kon ontsnappen toen de anderen werden opgepakt. Hij reisde. naar Oostende en nam daar contact op met Jean V., (*) de uitbater van een verkoopzaal. Samen zochten ze kandidaat-kopers. De Oostendenaar werd echter zaterdag aangehouden. Hij wordt er immers van verdacht de dader te zijn van de moord op Van Deuren. De man blijft alles ontkennen, maar in zijn flat werden de gestolen juwelen teruggevonden.

Het staat intussen zo goed als vast dat Jean V. (*) Vandeuren voor het laatst heeft gezien. Hij geeft toe dat hij samen met Van Deuren op zoek ging naar een mogelijke koper voor de buit van de overval, maar hij beweert dat hij in de loop van de nacht afscheid heeft genomen van het toekomstige slachtoffer en dat hij gewoon naar huis is gegaan.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 December 1988

Jean V. is Jean Vandenabeele.

2,002

(26 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

Agalev heeft scherpe kritiek op resultaten Gladio-commissie

Agalev-senator Cecile Hamie vindt het ongepast dat de Senaat geen openbaar debat organiseert over het geheim internationaal inlichtingennetwerk Gladio. Ze wees er maandag in Brussel op dat nog geen vijfde van de opdrachten van deze commissie zijn uitgevoerd, terwijl de andere leden het onderzoek als afgesloten beschouwen. Vooral de relatie van Gladio met NAVO en CIA blijven volgens haar een gedekt potje.

Ze beweerde gisteren dat België een afhankelijke “brievenbus” van de Verenigde Staten en meer bepaald van de CIA is geworden. Cecile Hamie werd als plaatsvervanger voor de CVP in de commissie opgenomen en was daar zeer dankbaar voor. Maar ze is niet te spreken over de conclusies van verslaggever Erdman. “Hij verwacht alle heil van een paar zachte amendementen op de wet op het toezicht op de politie- en inlichtingendiensten en van een kaderwet, maar hij distilleert geen vragen, geen dingen die nog moeten worden onderzocht”. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

2,003

(0 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Drievoudige moordpoging

  • Waar? Rue de la Gare in Eigenbrakel » Google Maps

  • Wanneer? 6 September 1978

  • Wie?
    - Jean-Claude Poliart, geboren op 21 januari 1948
    - René Janssens, geboren op 13 maart 1953

  • Wapen: Een halfautomatisch FN-pistool, kaliber 9mm

  • Wagen: de daders gebruikten een huurwagen

  • Status: Opgelost

Jean-Claude Poliart schoot in totaal 18 kogels af. Toen hij gearresteerd werd, had hij nog 98 patronen op zak. Poliart was altijd gewapend en hield veel schietoefeningen in de kelder van het huis waar hij woonde. In januari 1980 verschenen beide mannen voor het Hof van Assisen van Brabant.

Jean-Claude Poliart en René Janssens tijdens het assisenproces:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/jean-c11.jpg

Schietpartij te Eigenbrakel

Tijdens de nacht van dinsdag op woensdag had in de Stationsstraat te Eigenbrakel een schietpartij plaats. Twee jonge mannen gingen er op de vuist en grepen vervolgens naar een vuurwapen. Het betreft de 30-jarige Jean-Claude Poliart en René Janssens, 25 jaar, beiden wonende in de streek. Het slachtoffer Mw. Madeleine Dussart, 24 jaar oud, werd met zeer ernstige verwondingen naar het ziekenhuis overgebracht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 September 1978

Brutaal duo op de bank der beschuldigden

Voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Van de Walle, begon maandag het proces van de 32-jarige Jean-Claude Poliart, loodgieter wonend rue de la Goëtte te Eigenbrakel, en van de 26-jarige René janssens, wonende rue de la Croix, eveneens te Eigenbrakel.

Beide mannen worden ervan beschuldigd op 6 september 1978 Madeleine Dussart, bijzit van Poliort, en de ouders van deze vrouw, Fernand Dussart en Clementine Jacobs, met voorbedachte rade te hebben willen doden met een 9mm-pistool. Poliart wordt verdedigd door Mrs. Eric Vergauwen en De Haan, terwijl Janssens als advocaat Mr. De Bontridder heeft. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal Bach. De jury is samengesteld uit 7 vrouwen en 5 heren.

Na de voorlezing van de akte van beschuldiging begon voorzitter Van de Walle met de ondervroging van Poliart. Daaruit bleek dat Poliart door zijn ouders erg werd verwend en zonder veel problemen opgroeide, ook al was er soms onenigheid in het huishouden aIs gevolg van de dronkenchap van de vader.

Brutale kerel

Al op 14-jarige leeftijd ging Poliart als loodgieter werken maar viel op door zijn onstandvastigheid en afkeer om te moeten werken onder gezag. Op 17-jarige leeftijd leerde hij de 13-jarige Claudine Descamps kennen, met wie hij later trouwde en die hem twee kinderen schonk. Poliart, die steeds met wapens op zak rondliep en vaak zijn geschillen regelde onder bedreiging van een pistool, schoot op 25 november 1969 een kogel af in de richting van zijn echtgenote, die aan de kuit werd gewond. Hij vluchtte dan naar Frankrijk, leefde als een zwerver en werd er uiteIndelijk aangehouden en aan België uitgeleverd, waar hij werd veroordeeld.

Poliart maakte nadien kennis met Madeleine Dussart, met wie hij ging samenwonen. Deze vrouw schonk hem ook nog een kind, maar Poliart stelde zich vaak zodanig brutaal aan dat deze hem in de steek liet in juli 1978. Pohan had de nacht voordien in de slaapkamer van de vrouw verscheidene kogels afgevuurd om zijn bijzit bang te maken.

EnkeIe weken na het weggaan van zijn bijzit was bij Poliart René Janssens komen inwonen, een man die enkele weken vroeger uit de gevangenis was vrijgekomen, waar hij een straf had uitgezeten wegens diefstallen. Janssens kende een erg ongelukkige jeugd en groeide op in één der tehuizen voor verlaten kinderen.

Dronken

Na herhaaldelijk te hebben gepoogd zijn bijzit te overhalen weer bij hem te komen inwonen, deed Poliart op 6 november 1978 een beroep op Janssens om hem tot bij de ouders van zijn bijzit te vergezellen, want hij wilde er afrekenen met haar moeder. Beide mannen waren dronken toen ze bij de ouders van Madeleine Dussart belden. Zodra de ouders de deur openden, begon Poliart ze met een 9 mm-pistool te bedreigen. Madeleine zelf wilde haar ouders beschermen maar werd zelf gewond door drie kogels, nl. in de buik, de linkerdij en de linkerhand.

Poliart, die 18 kogels had afgevuurd, kon door een buurman worden ontwapend. Tijdens heel de scene was René Janssens tussenbeide gekomen door met een radiotoestel te slaan op het hoofd van Madeleine Dussart en ook door haar ouder te beletten naar de politie te beIlen. Als eerste getuige wordt onderzoeksrechter Beyens uit Nijvel gehoord. Hij heeft het over de talrijke bedreigingen vanwege Poliart, die steeds met een wapen op zak rondliep. Getuige vertelt dat Poliart zekere dag in een café zei, terwijl hij zijn revolver te voorschijn haalde: "Dit is voor mijn vrouw." Hij wou ontzag inboezemen door zich te doen doorgaan aIs een gewezen legioensoldaat, een huurling en zelfs als lid van de gerechtelijke politie.

Op het ogenblik van de feiten schoot hij naar zijn bijzit vanop een afstand van nauwelijks 20 cm. Daarbij riep hij: "Je zal nooit een andere man toebehoren". Toen Poliart de vader van zijn bijzit wilde neerschieten, kwam Madeleine voor hem gesprongen met de bedoeling hem te beschermen en kreeg zelf een kogel in de buik. Na zijn aanhouding bleek Poliart nog 98 patronen op zak te hebben.

De volgende getuige was adjunct-commissaris Goffin van de politie van Eigenbrakel. Hij had het over de schoten die Poliart loste nabij de slaapkamer in juli 1978. Zijn bang geworden bijzat liet hem daarop voor altijd in de steek. Er komen nog enkele rijkswachter getuigen, die onder meer verklaren dat Poliart en Janssens erg dronken waren op het ogenblik van de feiten.

Jaloers

Vervolgens is het de beurt aan de 25-jarige Madeleine Dussart, gewezen bijzit van Poliart, die zich samen met haar ouders aanstelt tot burgerlijke partij bij monde van Mr. Jacqueline Van Campenhout. Getuige vertelt dat Poliart nu eens vriendelijk en dan weer plots nerveus en heftig was. Hij kreeg aanvallen van jaloezie en kon dan verschrikkelijk boos worden. Getuige vertelt dat zij vaak werd gebrutaliseerd door Poliart, die nu eens met een dolk in haar richting gooide en dan in haar buik stampte, gewoon omdat ze in de tuin een paar planten had stukgetrapt. Zij zegt nog dat ze een eerste maal door Poliart in de buik werd geschoten. terwijl ze nog recht stond en de twee andere in de dij en de hand toen ze al in een zetel lag.

De ouders van Mádeleine laten zich in dezelfde zin uit. De laatste getuige is maandag Henri Hemelhoff, een buurman, die Poliart wist te ontwapenen en door voorzitter Van de Walle wordt gefeliciteerd omdat hij een tragedie kon voorkomen.

Heden gaat het getuigenverhoor verder.

Bron: Gazet van Antwerpen | 29 Januari 1980

Poliart verantwoordelijk, Janssens geestelijk onevenwichtig

In het proces voor het Hof van Assisen van Brabant waar Jean-Claude Poliart en René Janssens zich moeten verantwoorden, werden dinsdagvoormiddag slechts vier getuigen gehoord, als gevolg van een tijdelijk ongesteldheid van de tweede beklaagde, René Janssens.

Als eerste getuige komt Dr. Chailly, wetsarts, aan het woord. Hij verklaart dat de eerste kogel in de hand en de tweede in de bil geen blijvend letsel hebben veroorzaakt. De kogel die werd afgevuurd in de buik van het slachtoffer, heeft de darmen op vijf plaatsen beschadigd om dan via de rechterkuit het lichaam te verlaten. Deze kogel had dodelijk kunnen zijn, zo zegt de getuige. Het slachtoffer is blijvend werkongeschikt. Nieuwe operaties kunnen worden verwacht.

Kolonel Van der Stock, wapendeskundige, onderstreept dat het wapen van Poliart een FN 9mm was en halfautomatisch. De getuige verbaasde er zich over dat zoveel schoten met het wapen werden gelost: op de plaats van de feiten had hij achttien inslagen van kogels gevonden. Poliart zou zijn wapen tweemaal hebben moeten herladen. Alle kogels en hulzen die werden teruggevonden, waren afkomstig uit hetzelfde wapen, zo zegt hij. Hij kan echter niet bevestigen dat het slachtoffer op de canapé lag, maar alleszins stond ze niet recht.

Nadat de voorzitter de zitting gedurende een uur schorste wegens een ongesteldheid van Janssens, komt Dr. Schmitz, bioloog-apotheker, aan het woord. Hij heeft het alcoholgehalte in het bloed van de beklaagden gemeten. Voor Poliart bedroeg dat 2,48 en voor Janssens 2,39 gram. Voor iemand die niet gewoon is te drinken, betekent dat een verregaande staat van dronkenschap, aldus deze getuige.

De laatste getuige van de voormiddagzitting is professor Heyndrickx van de Gentse universiteit, die de invloed van de kalmeermiddelen die Poliart die dag had genomen, moest nagaan. Het gebruik van die geneesmiddelen kan bijkomende effecten hebben op de psychische en motorische reacties: kalmeermiddelen genomen samen met alcohol kunnen de agressiviteit doen toenemen.

Psychiaters getuigen

Tijdens de namiddagzitting werd aanvankelijk psychiater Dr. Guy Dom ondervraagd, die Poliart aan een onderzoek onderwierp. Volgens deze getuite kan Poliart zijn impulsen slechts gedeeltelijk beheersen en zijn toestand verergert nog wanneer hij onder invloed is van alcohol en daarbij nog bepaalde medicijnen heeft ingenomen. Poliart is voor een gedeelte psychisch gestoord en er bestaat maar weinig kans dat hij van deze ziekte ooit kan genezen.

Volgende getuigen waren psychiaters Drs. Deron en Beine, die beiden Poliart situeerden op de rand van het normale en abnormale. Wanneer Poliart daarbij dronken is, stelt hij zich bepaald onevenwichtig aan. Toch waren beide geneesheren van oordeel dat Poliart verantwoordelijk is voor zijn daden. Hij is onderhevig aan een minderwaardigheidscomplex en wil dat compenseren door het opbouwen van allerlei verzinsels. Hij is weinig geschikt om in de maatschappij te leven.

Wat beklaagde Janssens betreft, deze is geestelijk volkomen onevenwichtig. Hij was het zowel op het ogenblik van de feiten als thans. Janssens voelde zich steeds door iedereen verlaten en is niet bij machte om gelukkig te zijn.

Laatste psychiater was Dr. Van Vijve, die kwam getuigen op verzoek van de verdediging van Janssens. Hij zegde dat deze moeilijk het leven aankan en dat het beste middel om hem te helpen erin bestaat hem onder een psycho-sociale voogdij te plaatsen.

Nadien werden twee zusters van het slachtoffer Madeleine Dussart ondervraagd. Ze zegden eenparig dat Madeleine het hard te verduren had van Poliart, die haar vaak sloeg en soms het huisraad vernielde. Poliart hield veel schietoefeningen in de kelder van het huis dat hij betrok.

Nadien was het de beurt aan de 18-jarige Rita, een meisje dat op 16-jarige leeftijd een korte verhouding had met Poliart. Ze had met hem kennis aangeknoopt nadat hij haar een gratis reisje met een taxi had aangeboden. Deze getuige liet zich noch positief, noch negatief uit over haar gewezen vriend.

Vervolgens kwam Claudine Descamps, de gewezen echtgenote van Poliart, getuigen. Ze was 15 jaar oud toen ze met hem in het huwelijk trad. ook deze vrouw had het over het brutaal optreden van Poliart, die haar nu eens met een dolk bedreigde en haar op zekere dag een lading hagel in de benen schoot.

Kwam dan nog de 59-jarige Charles Janssens, vader van beklaagde René, getuigen. De man, die in zijn jeugd bokser was, had veel kinderen en kon niet instaan voor het onderhoud van zijn zoon René, zodat deze meestal in tehuizen voor verlaten kinderen diende te worden opeevoed.

Heden gaat het getuigenverhoor verder.

Bron: Gazet van Antwerpen | 30 Januari 1980

Ongelukkige Poliart wil nieuw leven beginnen

Op de derde dag van het proces van Jean-Claude Poliart en René Janssens voor het Assisenhof van Brabant kwamen woensdag de laatste getuigen van de beschuldiging en van de verdediging aan de beurt. De 32-jarige Poliart en de 26-jarige Janssens staan terecht voor de drievoudige moordpoging met voorbedachtheid op Madeleine Dussart, Poliarts vriendin, op Clementine Jacobs en op Fernand Dussart, de ouders van Madeleine.

De h. Lukac zag op 5 september 1978 in de "Ferme du Môle" hoe Poliart Bouvier een mep gaf waardoor diens bril op de grond vloog. Omstaanders en de exploitant van de Ferme du Môle scheidden Bouvier en Poliart en ze werden verzocht weg te gaan. Later hoorde men vuurschoten. De getuige was daarop buiten gegaan en had een lege patroonhuls opgeraapt en aan een rijkswachter gegeven.

De 68-jarige Bouvier komt in de getuigenbank vertellen dat hij Poliarts hond wou strelen. Hij zegt niet goed te begrijpen hoe hij een mep kreeg. Zijn bril was inderdaad op de grond gevallen.

Maria Dossin, een sociaal assistente, heeft Poliart ontmoet na het vertrek van Madeleine Dussart. Zij komt vertellen dat de beklaagde "ongelukkig was". Ook vertelt ze dat Poliart zijn woning aan het verfraaien was.

Gevangenisaalmoezenier Lefèvre zegt dat het moeilijkste probleem van Poliart is, na het verlaten van de gevangenis weer in de maatschappij leven. Hij denkt er aan naar het buitenland te gaan om er een nieuw leven te beginnen. In de getuigenbank volgen de getuigen mekaar op maar er worden geen nieuwe elementen aangebracht.

De zitting wordt geschorst om 12u15, en zal vandaag om 9 uur worden hervat met het rekwisitoor en de pleidooien. Het vonnis wordt vrijdag verwacht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 31 Januari 1980

Verdediging vraagt medelijden voor Poliart en Janssens

Voor het Hof van Assisen van Brabant werd donderdag het proces voortgezet tegen Claude Poliart en René Janssens, beschuldigd van drie moordpogingen met voorbedachtheid op Madeleine Dussart en haar ouders.

Advocate Jacqueline Van Campenhout, 's morgen als eerste pleitte voor Madeleine Dussart en haar ouders, zei dat de feiten overduidelijk zijn. Zij beschreef de geestesgesteldheid van Madeleine en van Claudine Descamps, de eerste vrouw van Poliart, die beiden bang waren van Poliart. Madeleine draagt nog de sporen van de gebeurtenissen. Poliart is nog altijd een gevaarlijk individu, aldus de advocate. Janssens is alleen maar een meeloper, en Madeleine ziet in hem geen gevaar.

In zijn rekwisitoor schetste advocaat-generaal Basch eerst de persoonlijkheden van Poliart en Janssens. De eerste groeide in een gezin op, terwijl de tweede slechts homes en instellingen kende. Janssens wilde bewonderen, Poliart wilde bewonderd worden. Wat de feiten betreft, wilde Poliart de drie personen met voorbedachtheid van kant maken. Als een buur geen einde had gemaakt aan de schietpartij, zou een tragische afloop onafwendbaar zijn geweest.

Janssens, een meeloper, hechtte aanvankelijk geen geloof aan de bedreigingen van Poliart, tot hij de feiten bij Dussart meemaakte. Derhalve kan Janssens niet van voorbedachtheid worden beschuldigd. Wel verhinderde hij Madeleine en haar moeder de 900 te verwittigen.

De openbare aanklager besloot dat Poliart zwaar onevenwichtig is, en gevaarlijk. De advocaat-generaal vroeg zich af of Poliart toch niet beter kan worden bestraft. want er kan moeilijk een therapie op hem worden toegepast. Maar de jury moet daarover beslissen, aldus de openbare aanklager.

Mr. Dominique De Haan, eerste verdediger van Poliart, vertelde nogmaals het levensverhaal van zijn cliënt. Hij verwierp de mening dat de eerste vrouw van Poliart en Madeleine Dussart in vrees leefden voor hem. De advocaat geloofde daarentegen dat zij graag met Poliart leefden. Over de moordpogingen zei de advocaat, dat Poliart bijzonder was aangedaan door het vertrek van zijn vriendin. Hij deed al het mogelijke om haar terug te winnen, maar toen hij zag dat zulks niet ging, veranderde
hij van tacktiek en uitte bedreigingen.

Volgens de advocaat waren de doodsbedreigingen niet gemeend. Wel werd hij zenuwachtig, omdat Madeleine Dussart niet opdaagde. Pas dan ging hij naar de woning van de ouders van Madeleine. Hier had hij gemakkelljk kunnen doden, omdat zijn slachtoffers aan hem waren overgeleverd. Maar Poliart wilde alleen zijn "vrouw" komen opzoeken, niet haar doden of verwonden.

In de namiddag was het woord aan Mr. Eric Vergauwen, tweede verdediger van Jean-Claude Poliart, die vroeg de beschuldiging van slagen en verwondingen aan te houden. Wordt die vraag niet gesteld, dan meent de advocaat dat de juryleden in de eerste plaats moeten uitmaken of het om een al dan niet vrijwillige doodslag gaat.

De jury zal verder moeten uitmaken in welke geestestoestand de betichte verkeerde op het ogenblik van de feiten en welke zijn huidige toestand is. Er dient te worden uitgemaakt of Poliart door ernstige mentale storingen al dan niet in staat is zijn daden te controleren.

Mr. Philippe Humblet, eerste verdediger van René Janssens, schetste de levensloop van zijn cliënt die men "de kameleon" noemt. Als kind kende hij geen ouderliefde en verbleef voortdurend in tehuizen. Hij kwam bij de familie Biermez uit Bastenaken terecht, maar schaamde zich spoedig over zijn stommiteiten en verliet die familie.

Bij Poliart vond Janssens genegenheid en onderkomen. Janssens wou zich nuttig maken. Op 5 september wou hij alle heibel vermijden. Hij wou het ergste voorkomen. Mr. De Bontridder, tweede verdediger van René Janssens, begon met te verklaren dat zijn cliënt van geen internering wil weten, omdat hij het risico niet wil lopen lang geïnterneerd te blijven.

Wie kan immer na de debatten beweren dat Janssen een gevaarlijk individu is en achter de tralies moet worden getopt? Er is nooit van geweldpleging gesproken wanneer het om René ging. Hij is een goed en zachtaardig men die tederheid en begrip nodig heeft. Omdat hij de misdaden die hem ten laste gelegd worden niet heeft gepleegd mag de jury volgens Mr. De bontirdder niet doen interneren.

De betichte heeft recht op de voor hem meest gunstige thesis en daarom vroeg de advocaat dat de jury ontkennend zou antwoorden op de vraag naar de schuld van Janssens i.v.m. de moordpoging.

Vandaag volgen de replieken.

Bron: Gazet van Antwerpen | 1 Februari 1980

20 Jaar dwangarbeid voor Claude Poliart

Het Hof van Assisen van Brabant heeft vrijdagnamiddag Jean-Claude Poliart veroordeeld tot 20 jaar dwangarbeid wegens moordpoging op Madeleine Dussart. René Janssens werd vrijgesproken.

Vrijdag was de laatste dag voor het Hof van Assisen van Brabant, waar de zaak van Jean-Claude Poliart en René Janssens, beschuldigd van drievoudige moordpoging, werd behandeld.

De zitting begint met een tussenkomst van Mr. Vergauwen, verdediger van Poliart, die besluiten neerlegt waarin aan de jury bijkomende vragen worden gesteld in verband met de vrijwillige slagen en verwondingen en met de voorbedachtheid. Na beraadslaging weigert het hof de besluiten op te nemen.

Vervolgens worden de replieken gehouden. Mr. Van Camenhout, namens de burgerlijke partij, is van oordeel dat Poliart schuldig is en dat Janssens een meeloper was. Advocaat-generaal Basch weerlegt vervolgens de beweringen van de defensie. lnzake Janssens bevestigt de advocaat-generaal dat hij zich door zijn daden medeplichtig heeft gemaakt aan de drievoudige moordpoging waarvan Poliart wordt beschuldigd. Dat Poliart niet is geslaagd, is uitsluitend toe te schrijven aan zijn dronkenschap op het ogenblik van de feiten, maar alleszins was er de voorbedachtheid.

De advocaat-generaal zegt dat het dossier pleit voor de internering van de beklaagde, maar is van oordeel dat een gevangenisstraf met verzachtende omstandigheden meer is aangewezen. Het openbaar ministerie vraagt de jury negatief te antwoorden op de voorbedachtheid en de verantwoordelijkheid van Janssens, maar dat ze daarentegen voor Poliart met die omstandigheden rekening moet houden.

Mr. Vergauwen, verdediger van Poliart, herinnert de juryleden aan het mentale onevenwicht van zijn cliënt. Mr. De Bontridder, pleiter voor Janssens, blijft bij zijn stelling dat zijn cliënt een vergelijk wou vinden en zeker niet van plan was Poliart te helpen.

Mr. Humblet is van oordeel dat men voor Janssens iets moet doen in plaats van hem opnieuw naar Doornik te sturen. "Voor de eerste maal in zijn leven verwacht Janssens een glimlach, de uwe", zo wendt de pleiter zich tot de jury.

Poliart vraagt vervolgens vergiffenis aan zijn slachtoffer en haar ouders en zegt de feiten te betreuren. Janssens van zijn kant geeft de verzekering dat hij geen domme dingen meer zal doen.

De voorzitter leest vervolgens de 38 vragen voor die aan de jury worden gesteld. Even voor 3u trekt de jury zich terug. Na meer dan 3u beraadslagen werd Jean-Claude Poliart schuldig bevonden aan poging tot doodslag met voorbedachten rade, dus poging tot moord op zijn bijzit Madeleine Dussart en op haar moeder. Hij werd eveneens schuldig bevonden aan poging tot doodslag evenwel zonder voorbedachtheid, op de vader van zijn bijzit. Tenslotte werd hij ook schuldig verklaard aan huisvredebreuk, zowel bij de ouders van zijn bijzit als bij een buurman, en aan verboden wapendracht.

Zijn medebetichte, René Janssens, werd over heel de lijn onschuldig verklaard. Hij zal evenwel niet onmiddellijk vrijuit kunnen gaan, omdat hij nog een straf van enkele maanden moet uitzitten wegens andere feiten.

Advocaat-generaal Basch vroeg niet te vergeten welk gevaar Jean-Claude Poliart voor de maatschappij betekent. Mr. De Haene wees tenslotte nog op de verzachtende omstandigheden om de verantwoordelijkheid van Poliart en dus ook zijn straf te verminderen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 Februari 1980

2,004

(15 replies, posted in Bibliografie)

Misdaadgeld witgewassen via orthodoxe geldkoeriers: 18 beklaagden vrijuit omdat zaak verjaard is, kopstukken en ex-topflik wel veroordeeld

Het hof van beroep in Antwerpen heeft de strafvordering tegen achttien vermeende witwassers uit de joodse gemeenschap vervallen verklaard omdat de feiten verjaard zijn. Zeven anderen werden wel veroordeeld voor het witwassen van misdaadgeld.

Het dossier ‘Cash Travel’ ging al in 2012 van start toen de federale gerechtelijke politie een crimineel netwerk van geldsmokkelaars op het spoor was gekomen dat grote sommen misdaadgeld zou hebben witgewassen. Het geld zou afkomstig geweest zijn van Zuid-Amerikaanse drugskartels. Opvallend is dat de betrapte smokkelaars bijna zonder uitzondering streng orthodoxe Joden waren.

Een aantal van hen was actief in de Antwerpse diamantsector of baatte in Antwerpen kleine handelszaken uit. Het ging onder meer om een supermarktuitbater, een verzekeringsagent en een groothandel in zuivel. In het Cash Travel-onderzoek werd in 2014 ook de voormalige politieman Willy Van Mechelen (81) gearresteerd, nadat hij samen met Antwerpenaar Shalom B.S. (65) in Nederland werd aangetroffen met 325.000 euro cash op zak.

Van Mechelen stond ooit aan het hoofd van de drugssectie van de BOB, werkte bij de rijkswacht aan verschillende ophefmakende dossiers en gold als een absolute topflik. Omdat hij zelf mee hasjtransporten opgezet had, werd hij in 2002 veroordeeld tot vijf jaar cel. In de jaren daarna bleef hij actief in het criminele milieu, vanaf maandag staat hij in Tongeren mee terecht in het dossier Costa, een enorme drugszaak met verschillende criminele organisaties. Van Mechelen zou er een vooraanstaande rol gespeeld hebben. Dat hij afgelopen week van het hof van beroep nog zes maanden cel kreeg in het witwasdossier Cash Travel, zal momenteel dus niet de grootste van zijn zorgen zijn.

Oorspronkelijk stonden in Cash Travel 46 beklaagden terecht, ruim vier jaar geleden werden die in eerste aanleg veroordeeld voor het witwassen van 9,1 miljoen euro aan contant misdaadgeld van vermoedelijk Zuid-Amerikaanse drugskartels. Vijfentwintig beklaagden gingen in beroep tegen hun veroordeling, daarin volgde deze week de uitspraak. Het hof van beroep verklaarde voor achttien van de beklaagden de strafvordering vervallen omdat de feiten waarvoor ze vervolgd werden, verjaard zijn. Willy Van Mechelen en zes anderen werden wel nog veroordeeld, al hield het hof in haar uitspraak en in de bepaling van de strafmaat wel rekening met het overschrijden van de redelijke termijn. Het hof is van mening dat het dossier op bepaalde momenten vertragingen opliep die te wijten zijn aan de gerechtelijke overheden en niet aan procedures die door de beklaagden gevoerd werden.

De kopstukken in het dossier, Apter A. (60), Levi I. (43) en Avraham Z. (71) kregen straffen tot twee jaar, zij verblijven in Jeruzalem. Vermits ze de Israëlische nationaliteit hebben en Israël geen landgenoten uitlevert, is de kans bijzonder klein dat ze hun straf zullen uitzitten. Willy Van Mechelen en drie andere geldkoeriers werden tot enkele maanden cel veroordeeld. Het hof van beroep verklaarde ongeveer een half miljoen euro verbeurd, het grootste deel daarvan is de 325.990 euro waarmee de ex-topflik rondreed.

Veroordeeld in Amerika

Apter A. en Avraham Z. waren met hun Antwerpse witwasnetwerk niet aan hun proefstuk toe. De twee werden aan het begin van deze eeuw al vervolgd in de Verenigde Staten, voor gelijkaardige feiten. Openbaar aanklager James Comey, die later baas van de FBI zou worden, vervolgde de twee in 2002 in Manhattan in wat door The Guardian ‘een van de meest bizarre witwascaroussels ooit’ genoemd werd. “Ultra religieuze chassidische Joden die geld witwasten voor Colombiaanse cocaïnekartels”, omschreef de krant het netwerk.

De zaak in de VS begon destijds toen Avraham Z. op de luchthaven van Heathrow in Londen tegengehouden werd met bijna een half miljoen dollar aan cash geld, verborgen in zijn jas. In artikels die destijds verschenen werd de omvang van de Amerikaanse witwaszaak op 1,7 miljard dollar geraamd. Avraham Z. werd in 2004 in Amerika tot 27 maanden cel veroordeeld. Apter A. bleef uit de handen van de Amerikaanse autoriteiten en werd volgens onze informatie niet veroordeeld.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Maart 2025

2,005

(325 replies, posted in 1983)

club_le-happy-few wrote:

Afgelegen? Restaurant ligt vlak achter de dorpskern.

Het restaurant ligt 2,9 km van het kruispunt van Mont-Saint-Jean en 2.7 km van de kerk van Ohain. Dat is dus niet "vlak achter de dorpskern". Het restaurant is eveneens gelegen langs een smalle en rustige weg die Ohain met Waterloo verbindt. 's Nachts is de weg ook donker. Het is dus een heel afgelegen restaurant. Het blijft dus een mysterie hoe de twee (of drie?) mannen er geraakt zijn.

club_le-happy-few wrote:

Eén van de rijkste 'dorpen' van het land. Daar wonen geen armoezaaiers, maar de elite van (Franstalig) België.

Perfect dus om een overval te plegen.

2,006

(11 replies, posted in Onderzoekspistes)

Juul Geerinckx en Germaine Van Dessel

  • Datum: In de nacht van donderdag 26 op vrijdag 27 juni 1980

  • Leeftijd: 72 en 67 jaar

  • Plaats: Café De Rijn, Rijn 85 te Geel » Google Maps

  • Ze werden in hun café en woning overvallen en allebei vermoord met een .22 long rifle.

  • Motief: Roofmoord, de buit was 15.000 fr.

  • Status: Opgelost

Meer informatie over deze dubbele moord » Forum

2,007

(322 replies, posted in Andere Personen)

In juli 1988 herhaalt Bultot zijn eerdere - ongefundeerde - beschuldigingen (zie dit artikel » Forum) nogmaals. Het is natuurlijk gemakkelijk om "voor niet of niemand te zwijgen" als je zelf in het buitenland zit, op de vlucht voor justitie.

Bultot herhaalt beschuldigingen vanuit Paraguay: “Onderzoek naar Bende van Nijvel bewust geblokkeerd”

In een vijf bladzijden lange verklaring, die Jean Bultot aan onze redactie en aan VU-Kamerfractieleider Hugo Coveliers, secretaris van de parlementaire onderzoekscommissie naar het banditisme, liet bezorgen, herhaalt de ex-adjunct-directeur van de gevangenis van Sint-Gillis zijn beschuldigingen dat het onderzoek naar de Bende van Nijvel wetens en willens werd geblokkeerd en in verkeerde richtingen gestuurd. "Ik zwijg niet, voor niets of niemand", aldus de vroegere adjunct-gevangenisdirecteur.

Na de omstandigheden te hebben beschreven waarin hij in november 1985 een tweede maal werd aangehouden wegens onwettig bezit van munitie, verklaart Bultot dat de rogatoire commissie, die drie jaar later naar Paraguay werd gestuurd (en die bestond uit één vertegenwoordiger van het parket van Dendermonde, één van Nijvel en één van Charleroi), hem te Asuncion bevestigde dat de onderzoeksrechter hem toen onder valse beschuldigingen had laten aanhouden. "De onderzoeksrechter handelde op last van een zeer hoge autoriteit”, aldus Bultot.

”Centraal stond een verslag van de Belgische Staatsveiligheid, waarin gezegd werd dat ik 200 Belgische wapens naar Paraguay wou smokkelen. Een belachelijke beschuldiging, te meer daar het Paraguayaans leger met
FN-wapens is uitgerust…”

Leroy en Gol

Bultot weidt in zijn verklaring verder uit over zijn (toenmalige) vriendschappelijke relatie met Claude Leroy, de vroegere eerste-substituut en kabinetsmedewerker van Justitieminister Gol.

“Leroy bezorgde mij een dossier, dat hem zelf in de gevangenis van Sint-Gillis was toegeschoven. Het betreft het rapport van de BOB van Waver aan de Nijvelse onderzoeksrechter Schlicker, waarin de overval op wapenhandelaar Dekaise kadert in een drug- en wapentrafiek tussen het Midden-Oosten en West-Europa, met vertakkingen naar Bulgarije. (N.v.d.r.: dit rapport werd vroeger al in onze krant besproken). Door verschillende speurders werd mij bevestigd, dat de sporen, in het rapport aangegeven, opzettelijk nooit verder werden onderzocht, en dat uit dit dossier verschillende stukken waren verdwenen..." Verder handelt Bultot over de activiteiten van Leroy op het kabinet van de toenmalige Justitieminister Gol.

"Leroy moest verschillende onderzoeksdossiers naar Gol doorschuiven”, aldus Bultot. "Onder meer het dossier-Vanden Boeynants, dat ook nog een luik "wapentrafiek” en een luik "drugs" bevatte, en dat "gezuiverd” werd, zodat uiteindelijk alleen nog het fiscale gedeelte werd weerhouden. Het dossier-Mathot werd op eenzelfde manier "behandeld". "Ook werden mij de goede relaties en de bescherming bevestigd van de h. Kaida van het casino te Namen”, gaat Bultot verder. "Kaida hielp Gol bij zijn verkiezingscampagne. Diezelfde Kaida werd ereburger van Brussel, en, na storting van een bedrag in de plaatselijke partijkas, ereburger van Watermaal-Bosvoorde, de gemeente waar Claude Leroy woonde.”

Butlot verklaart vervolgens dat hij via Leroy de raad kreeg uit België te verdwijnen, en zijn mond te houden, en dat hem dan niets zou gebeuren: “Dit laatste weigerde ik”, aldus Bultot. In de RTBF-uitzending "Au Nom de la Loi” van 19 december 1986 kon mijn eerste verklaring vanuit Paraguay worden gehoord. De dag daarop werd mij in een anoniem telefoontje te Asuncion verzekerd dat het mij nog zou spijten, en nog een dag later werd te Brussel mijn voornaamste informant, de gangster Ramadan Dodack, in zeer mysterieuze omstandigheden vermoord. Zijn restaurant ”Le Jambon” aan de Charleroisesteenweg te Brussel werd gedynamiteerd.”

Kirschen

"Ik weet ook dat Claude Leroy na zijn eerste ontslag uit de gevangenis de gelden van de klanten van Kirschen recupereerde", aldus Bultot. "En dat hij mij op een gegeven moment vroeg om valse Paraguyaanse documenten te bezorgen voor het brein van de kraak in de Brusselse Hoogstraat...”

"Wat de affaire-Mendez betreft, werd mij bevestigd dat Francis Calmette, lijfwacht van commissaris Smets van de Staatsveiligheid, werd opgemerkt toén hij de kantoren van de broer van Juan Mendez in het oog hield ...

“Door de rogatoire commissie werd ik hier in Paraguay ten slotte ondervraagd over een telefoongesprek, dat ik vanuit mijn bureau in de gevangenis van Sint-Gillis had gevoerd. Ik beschikte daar over 10 verschillende lijnen. Formeel bevestigde de commissie dat ik door de Staatsveiligheid was afgeluisterd.”

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Juli 1988

2,008

(0 replies, posted in Overzicht Bendes)

Feiten:

De bende had een diefstal van kasbons gepleegd van kasbons bij een pastoor in Wieze. De kasbons hadden een waarde van 10 miljoen frank. Bultot werd ook veroordeeld voor het bezit van talrijke wapens en verscheidene kilo’s springstof.

Leden:

De bende bestond uit 17 personen, waaronder:

(*) De broer van José Ciudad Hidalgo was in 1974 betrokken bij een moord op een man in Geval.

In oktober 1988 stond de bende terecht voor de correctionele rechtbank van Brussel. Jean Bultot zat toen in Paraguay en werd bij verstek veroordeeld.

Bultot speelde belangrijke rol in gestolen kasbons

Verscheidene advocaten namen vrijdag het woord voor de correctionele rechtbank te Brussel in de zaak Jean Bultot, de gewezen adjunct-directeur van de gevangenis van Vorst.

Bultot zelf kreeg echter geen enkel pleidooi vermits hij verstek gaf. Hij verblijft op dit ogenblik immers in Paraguay. Wel verwezen de advocaten van Leopold van Esbroeck even naar de rol van Bultot bij het helen en verzilveren van de 10 miljoen aan kasbons die bij pastoor Paelinck te Wieze waren gestolen.

Mrs. Françoise Roggen-Van Overstraeten betoogde dat Van Esbroeck thans terechtstaat voor feiten waarvoor hij reeds voor het Hof van Beroep te Gent tot twintig jaar werd veroordeeld, nl. in het kader van het proces van de bende Philippe De Staerke. Van Esbroeck kan geen tweede maal voor dezelfde feiten worden Veroordeeld.

De advocaten wezen er tevens op dat Bultot een aanzienlijke rol speelde in de zaak van de kasbons. Op zekere dag ging Bultot zonder medeweten van Van Esbroeck 28.000 fr. aan intresten ophalen bij de BBL te Vorst. Mr. Martial Lancaster pleitte vervolgens voor beklaagde Ireneo Sanz Perez, gewezen bediende bij de Generale Bank-maatschappij. Dagelijks gingen er in de bank duizenden kasbons door zijn handen. Soms werd de verleiding te groot en hield hij een deel van de kasbons voor zich. Hij speelde deze bons door aan andere beklaagden, zoals de gebroeders Hidalgo, maar werd tenslotte door zijn medeplichtigen gerold.

Een andere advocaat was Mr. Brasseur die pleitte voor de 30-jarige Georges Berki. Deze speelde volgens de advocaat een totaal ondergeschikte rol in de zaak van de kasbons. Er bestaat overigens twijfel over of hij schuld draagt inzake bendevorming. Uitspraak op een latere datum.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Oktober 1988

Ex-gevangenisdirecteur Bultot tot 5 jaar cel veroordeeld

De 37-jarige Jean Bultot, gewezen directeur van de gevangenis van Vorst, werd donderdag bij verstek tot 5 jaar cel en 138.000 fr. boete veroordeeld. Bultot werd schuldig bevonden aan heling van gestolen kasbons voor een waarde van 10 miljoen frank, ontvreemd ten nadele van de pastoor van Wieze. Eveneens was hij schuldig aan het bezit van talrijke wapens en verscheidene kilo’s springstof.

Volgens het vonnis pleegde Bultot verraad ten overstaan van zijn ambt van gevangenisdirecteur door zijn deelname aan verscheidene misdrijven. De rechtbank beval de onmiddellijke aanhouding van Bultot die thans in Paraguay vertoeft.

De rechtbank was anderzijds van oordeel dat er geen aanleiding bestond om de 38-jarige Leopold Van Esbroeck opnieuw te veroordelen. Van Esbroeck wordt hoofdzakelijk beschuldigd van heling van de in Wieze gestolen kasbons. Voor deze feiten werd hij immers, samen met andere misdrijven, op 30 juni 1987 reeds tot 20 jaar cel veroordeeld door het hof van beroep in Gent.

De 33-jarige José Ciudad Hidalgo kreeg 4 jaar cel en 30.000 fr. boete. Volgens de rechtbank legde hij een buitengewoon misprijzen tegenover de maatschappij aan de dag. Hij was betrokken bij de heling van 10 miljoen aan kasbons, gestolen in Wieze en de heling van 9 miljoen aan kasbons, ten nadele van de Generale Bank.

Ook de 40-jarige Brahim Sinanaj, kreeg 4 jaar gevangenisstraf en 60.000 fr. boete. Hij was niet alleen betrokken bij de heling van de te Wieze gestolen kasbons, maar ook bij andere helingen. Hij werd ook schuldig bevonden aan verduistering en valsheid in geschrifte.

De 27-jarige Irenco Sanz Perez, kreeg drie jaar cel waarvan de helft voorwaardelijk en 12.000 fr. boete. Als bediende bij de Generale Bank had hij er kasbons voor een waarde van 9 miljoen frank verduisterd.

De 78-jarige gewezen advocaat Charles Sigal, kreeg eveneens 3 jaar cel waarvan de helft met uitstel en 30.000 fr. boete. Hij was betrokken bij de heling van de 9 miljoen aan kasbons, gestolen bij de Generale Bank.

Ook Peter Kusmanovic kreeg 3 jaar cel, waarvan de helft met uitstel en 30.000 fr. boete. Hij was betrokken bij de heling van de gestolen kasbons in Wieze en pleegde verschillende inbraken.

Acht andere betichten liepen straffen op, gaande van 30 maanden tot 15 maanden cel. De zaak van nog een andere betichte zal later afzonderlijk worden behandeld. Ten slotte werd een van de zeventien betichten vrijgesproken.

Behalve Jean Bultot werden drie andere betichten bij verstek veroordeeld. De rechtbank beval eveneens hun onmiddellijke aanhouding.

De veroordeelden, betrokken bij de diefstal ten nadele van de Generale Bank zullen deze burgerlijke partij een provisie van 9 miljoen moeten uitbetalen op een schade, intresten inbegrepen, die op 11 miljoen wordt geraamd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 November 1988

2,009

(2 replies, posted in Andere Personen)

Wees ook op straat op je hoede

“Of je nu naar het buitenland trekt, of in België blijft, steeds gelden er enkele regels die je altijd, en zeker in de huidige tijd, in het oog moet houden”, zegt Lucien-Victor Ott, oud-parachutist bij het Franse Vreemdelingen legioen, ex-bodyguard van president De Gaulle en momenteel Politie- en Beveiligingsadviseur te Brussel.

“Laat nooit aan onbekenden zien dat je portefeuille goedgevuld is. Moet je toch ergens een belangrijke som ophalen, verdeel dan dit geld over al je zakken, steek bank- en kredietkaarten nooit samen in één flapje. Let op voor onbekende, toch zo sympathiek lijkende drinkebroers, die je nooit eerder hebt ontmoet. Stap niet zomaar in de auto bij onbekenden, en indien het toch gebeurt, wees dan enorm op je hoede als je bemerkt dat de chauffeur speciaal verlaten straten en wijken uitkiest. Loop nooit vlakbij de huizen in een verlaten straat. Let op als men je ’s nachts op straat een vuurtje of het uur vraagt. Hetzelfde geldt bij vragen voor pasmunt. Kies in de late uren op de tram steeds een plaats zo dicht mogelijk bij voerder of ontvanger. Speciaal voor de metro: neem plaats vlakbij een noodrem. Slaap niet in. En overdag: laat niet toe dat iemand een krant vlak bij je gezicht houdt, want dit is namelijk een uitverkoren trucje van gauwdieven.”

“Rij je met de auto ’s nachts op verlaten wegen, kijk dan goed uit je doppen of een ‘ongeluk’ inderdaad wel een ongeluk is, en geen opgezette valstrik. Vergeet niet dat je bij een heus ongeval bij wet verplicht bent hulp te bieden. Denk eraan dat niet alle autostoppers onschuldige jongelui zijn, en de meeste autostoppers ’s nachts slapen. Doe je zelf autostop, hou dan steeds je bagage in de gaten.”

“Indien je alleen thuis bent en een onbekende komt aanbellen, zeg hem dan nooit dat er niemand anders aanwezig is. Maak van je auto geen uitstalraam: berg zoveel mogelijk voorwerpen op in de koffer. Sluit deuren en raampjes, neem alle boord-documenten mee, en laat een leeg en geopend handschoen-kastje achter, zodat men van buitenuit duidelijk kan zien dat er zich niets in bevindt, en het dus ook geen zin heeft in de auto in te breken. Nooit checks in de wagen achterlaten. Blokkeer met het stuurslot de voorwielen naar de trottoirboord toe.”

“En vergeet ten slotte nooit dat je uiteindelijk toch beter je brieventas aan een aanrander overhandigt, dan nodeloos de held uit te hangen.”

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Juni 1986

2,010

(1 replies, posted in 1980-1989)

In december 1982 verschenen de daders voor het Antwerpse assisenhof:

Roofmoord voor het Assisenhof van Antwerpen

Ofwel heeft hij een ongelukkige jeugd gehad met een vader die dronk en een moeder die liep, wat dan al meteen als verontschuldigingen kan ingeroepen worden voor de misdaden die betrokken later pleegde. Ofwel komt hij uit een voorbeeldig huisgezin maar dan hebben de gemeenschap, de onrechtvaardig consumptiemaatschappij, de TV’s en andere verderfelijke invloeden er schuld aan dat deze “kansarme” op het pad van de misdaad is beland.

Dat zouden enkele thesissen van de verdediging kunnen zijn die het Assisenhof van Antwerpen volgende week zal voorgeschoteld krijgen als daar maandag het proces begint tegen de 41-jarige Willem Van Hulle uit Balen, beschuldigd van roofmoord op het echtpaar Geerinckx-Van Dessel op 27 juni 1980 te Geel.

Als medeplichtigen van Van Hulle staan vijf andere personen terecht: zijn 29-jarige zuster Cato, haar vriend de 26-jarige Ludo Feyen die hem op zijn nachtelijke rooftocht vergezelden. Feyen bestuurde zelfs de auto. Ook de tipgever en gevangeniskennis van Van Hulle, de 45-jarige Laurent Willems uit Gentbrugge, zal evenals de vorigen aangehouden ter zitting verschijnen.

Werden echter ook als medeplichtigen opgeroepen: de herbergiers Guido Dhondt uit Leopoldsburg en Charles Schuyten uit Beringen (Koersel) die Va Hulle de revolver hebben bezorgd waarmee de dubbele moord werd gepleegd.

De slachtoffers van Van Hulle waren het hogergenoemd echtpaar, dat een café uitbaatte in het pand nummer 58 aan de Rijn te Geel. De herberg heette trouwens ook “De Rijn”.

Van Hulle was juist na sluitingsuur het lokaal binnengedrongen en had de vrouw Germaine Van Dessel (67), bedreigd met een pistool en al het geld geëist dat in huis was.

Koelbloedig

De vrouw liet zich evenwel niet uit haar lood slaan en wilde haar belager met een stoel te lijf gaan. Zij bekocht haar verzet met de dood want Van Hulle schoot de vrouw koelbloedig neer. Toen daarop de echtgenoot, de 72-jarige Juul Geerinckx, in de deuropening verscheen onderging hij hetzelfde lot.

Van Hulle zocht en vond de armzalige som van 14.000 fr. en poetste de plaat samen met zijn zuster en haar vriend die buiten in de auto hadden gewacht.

Pas op 26 november, bijna een half jaar later, kon de dader ontmaskerd worden. Hij zat trouwens al in de gevangenis nadat hij op 26 september te Turnhout tot 15 maanden was veroordeeld voor een overval op een juwelier te Mol, gepleegd op 22 juli, dus één maand nadat hij het echtpaar te Geel in koelen bloede had vermoord. Zijn zuster Cato en haar vriend waren toen trouwens ook van de partij en kregen 4 maanden cel.

Van Hulle is overigens een beroepsmisdadiger die al een groot deel van zijn leven achter de tralies heeft doorgebracht. Voor het proces in Antwerpen zijn vijf dagen voorzien. Het assisenhof wordt voorgezeten door raadsheer Bijl van het Hof van Beroep.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 December 1982

Dubbele roofmoord voor assisenhof van Antwerpen

Was Willem Van Hulle alleen toen hij bij de café-overval in juni 1980 in Geel het echtpaar Geerinckx-Van Dessel doodschoot of was hij toen vergezeld van zijn zuster Cato? Dal zal een van de problemen zijn die het Assisenhof van Antwerpen moet oplossen. Voor die instantie begon maandag het proces tegen Van Hulle en consorten.

Heel het onderzoek en ook de beschuldiging steunden erop dat Van Hulle alleen was terwijl Cato en haar bijzit Ludo Feyen butten in de auto de wacht hielden. Maar sinds het uit is tussen Cato en Ludo verklaarde deze dat broer en zuster Van Hulle samen de herberg binnengingen en dat hij alleen buiten bleef wachten. Aan welke versie zal er nu geloof worden gehecht?

“Dit is een overval.” Het was met deze gelijke formule dat Willem Van Hulle in de nacht van 26 op 27 juni 1980, kort na middernacht in café “De Rijn” in Geel de uitbaatster Maria Van Dessel (67) bedreigde. Het was een haar onbekende, gemaskerde man, gans in het zwart gekleed met handschoenen aan, een pistool in de hand; aldus vatte de akte van beschuldiging aan die maandag bij de aanvang van het proces door griffier Leemans werd voorgelezen.

“De Rijn was toen een bijzonder volkse herberg, waar een pintje maar 12 fr. kostte en waar de klanten gratis plaatjes mochten draaien op de jukebox en op het biljart spelen.

Van Hulle was juist na sluitingsuur de herberg binnengedrongen, op een ogenblik dat Maria Van Dessel zoals naar gewoonte de gelagzaal opruimde en de glazen omspoelde.

Nochtans was de vrouw eerst helemaal niet onder de indruk van de gemaskerde kerel. Zij ging hem integendeel met een stoel te lijf en toen haar die werd ontnomen pakte ze een barkruk terwijl ze tevens poogde de bivakmuts van de onbekende belager af te rukken. Van Hulle maakte echter korte metten met die weerstand en schoot van zeer dichtbij, 25 cm, twee kogels af op Maria Van Dessel, die haar recht in de hartstreek troffen.

Daarna ging hij met gespreide benen over de vrouw staan en gaf zijn volledig weerloos slachtoffer een genadeschot, recht in haar gelaat.

Met de echtgenoot Jules Geerinckx (72) die op het gestommel naar beneden was gekomen, maakte hij nog rapper gedaan. De bejaarde kwam in zijn ondergoed de trap af want hij wilde juist gaan slapen. Van Hulle stapte op de weerloze man toe en executeerde hem vanop 10 cm afstand met een kogel in het hoofd.

Magere buit

De rest van de akte van beschuldiging heeft eigenlijk niet veel zin meer. Het zijn nog maar details waar zeker de slachtoffers niet beter van worden. Trouwens voor van Hulle was het achteraf bekeken eveneens een vrij zinloze moordpartij die hem slechts 15.000 fr. opbracht, verborgen in een blikken doos.

Hij vertrok zoals hij gekomen was, aan boord van een rode Capri die bestuurd werd door Ludo Feyen, de bijzit van zijn zuster Cato. Het tweetal had hem buiten zitten opwachten. Zij kregen 7.000 fr. van de buit; hetzij 2.000 fr. voor de chauffeur en 5.000 fr. voor Cato.

Gevangenis

Laurent Willems, de vierde beklaagde zou eigenlijk de slechte geest geweest zijn van Van Hulle. Beiden hadden elkaar in de gevangenis van Dendermonde leren kennen en daar had Willems Van Hulle in het oor gefluisterd dat er in “De Rijn” steeds veel geld in huis was, soms zelfs tot 200.000 fr.

Hij kon het weten want hij had een tijdje boven het café gewoond. Van een penitentiair verlof, dat bedoeld is om gevangenen terug te acclimatiseren in de maatschappij (nvdr), zou Van Hulle gebruik maken om daar een “bezoek” te brengen. Willems tekende hem alvast een plattegrond van de woning en Van Hulle kondigde aan “de bewoners kapot te zullen schieten als ze weigerden met geld over de brug te komen”.

Beide gevangenen waren het er weI over eens dat Willems recht zou hebben op een gedeelte van de buit indien de overval zou slagen. De eerste dagen van dat penitentiair verlof gebruikte Van Hulle om zijn zwarte uitrusting te kopen en om zich een pistool aan te schaffen dat uiteindelijk geleverd werd door Charles “Martin” Schuyten uit Koersel en dit door bemiddeling van Guido Dhondt uit Leopoldsburg, die meteen vijfde en zesde beklaagde werden.

Schuyten had zelfs voor munitie gezorgd. “Een wapen zonder munitie is als een fiets zonder wielen”, zo vond hij. Hij vroeg er wel 10.000 fr. voor. Van Hulle maar 5.000 maar de andere helft werd zonder verpinken bijgepast door Cato.

Na de overval bleven de daders spoorloos ook al had Willems aan het gevangenispersoneel te verstaan gegeven dat Van Hulle de dader moest zijn: dezelfde Van Hulle die inmiddels naar Nederland was gevlucht. Men schonk evenwel geen aandacht aan de loslippigheid van Laurent Willems zodat Van Hulle oorspronkelijk en ondanks zijn afwezigheid zelfs niet verdacht werd.

Het was eerst na een miljoenendiefstal van juwelen te Mol dat Van Hulle (broer en zuster) en Feyen tegen de lamp liepen en dat ook aan het licht kwam dat zij de auteurs waren van de overval in Geel. Willem Van Hulle werd eerst op 14 januari 1981 in Duitsland aangehouden.

Inmiddels heeft ook de “romance” opgehouden tussen Feyen en Cato Van Hulle. Sindsdien beweert Feyen zelfs dat Cato haar broer vergezelde toen deze de woning van het bejaard echtpaar in café “De Rijn” doorzocht, wat door haar met klem wordt ontkend.

Vaste bajesklant

Na de voorlezing van de akte van beschuldiging werd er onmiddellijk een akte van verweer voorgedragen door Mr. Molenaers namens de beklaagden Dhondt en Schuyten, die als medeplichtigen van de roofmoord terecht staan omdat ze het wapen hadden geleverd. Ten onrechte, meende de advocaat, want de betrokkenen wisten niet dat het pistool voor een gewapende overval moest dienen. Zij hebben dus de misdaad niet mogelijk gemaakt of vergemakkelijkt en moeten dus worden vrijgesproken worden: aldus de advocaat.

Voorzitter Bijl vangt dan de ondervraging aan van Willem Van Hulle, nadat zijn zuster Cato werd verzocht om buiten te gaan. Uit zijn kort levensverhaal bleek dat Van Hulle, telg uit een kroostrijk gezin (9), van wie de vader mijnwerker was, al zeer spoedig uit stelen gin en een vaste bajesklant werd: eerst Mol en Ruislede, dan Dendermonde, Leuven en de Begijnenstraat in Antwerpen.

Het werd ook een droge opsomming: 21 diefstallen in '64, 30 diefstallen in’ 74, 18 diefstallen in '78 en dan in ’79 de eerste gewapende overval op een benzinestation in Kwaadmechelen. Het leek meer een boekhoudersrekening met als saldo dat Van Hulle van de laatste 20 jaar er 10 achter tralies heeft doorgebracht.

VeeI gewerkt heeft hij tussendoor niet en werken was in alle gevat bijkomstig, hoewel de voorzitter liet opmerken dat er in de zestiger en zeventiger jaren in dit land aan werk nog geen gebrek was. Conclusie: Van Hulle is een onverbeterlijke dief, bij wie het stelen in het bloed zit. Het is zijn tweede natuur.

Eén enkel ontroerend moment in dit somber curriculum vitae: in hetzelfde penitentiair verlof dat Van Hulle het echtpaar Geerinckx doodschoot, ging hij eerst het graf van zijn ouders bezoeken die tijdens zijn gevangenschap waren overleden.

Alle diefstallen waren tot hiertoe meestal geweldloos verlopen. Hoe kwam het dan dat de gewapende overval op café De Rijn bij twee weerloze mensen zo dramatisch uit de hand liep. Van Hulle had er twee verklaringen voor. Het pistool dat hij toen gebruikte, was eigenlijk bestemd voor de juwelendiefstal die later zou plaats hebben. Ten tweede had hij eigenlijk een alarmpistool willen kopen in een wapenwinkel in Sint-Niklaas. Toen hij echter hoorde dat de twee cliënten voor hem handelaar legitimeerden als rijkswachters in burger, vond hij dat al te link en hik kocht maar een speelgoedrevolver voor een van zijn neefjes. Hij zou dan wel op een andere manier aan een wapen geraken. En inderdaad …

Overigens bij het pistool dat hij van Schuyten had gekocht, had hij geen munitie gevraagd. Maar ze werd er toch bij geleverd en alvorens De Rijn binnen te gaan, stak hij toch maar een lader op het wapen en een projectiel in de kamer.

En het schieten zelf? Een paniekreactie, een automatische reflex omdat hij zo zenuwachtig was en hij ontkende dat hij vooraf over “kapot schieten” zou gesproken hebben.

Braaf meisje?

Terwijl Willem ter zitting alle schuld op zich nam kwam zijn zuster Cato (29) tijdens de namiddagzitting zo huichelachtig over dat ze daarmee de wrevel opwekte van de voorzitter. Ze wist niet veel meer, herinnerde zich niets essentieels of had niets gezien of gehoord. En als ze dan iets zegde bleek dat te zijn om haar gewezen echtgenoot of haar gewezen bijzit “erin te luizen” … Zo beweerde ze dat Ludo Feyen, die ze in '78 leerde kennen, haar op het dievenpad bracht. Voordien zou ze dus een “braaf meisje” geweest zijn. Maar uit haar strafdossier bleek dat ze al in ’74 voor diefstal werd veroordeeld, dat ze ook al valsheid in geschrifte pleegde en dat ze in '75 wegens zware diefstal, samen met haar broer, ook al werd gestraft, dus allemaal lang voor Ludo in haar leven kwam.

Op affectief gebied kende ze een eerder stormachtig leven ook al slingerde ze de voorzitter maandag brutaalweg in het gezicht: “Seks interesseert me niet”. En wat bleek nu? Dat ze op 17-jarige leeftijd trouwde “omdat het thuis geen leven meer was”.

Bij haar echtgenoot hield ze het echter ook niet lang voI, want ze kreeg er meer slaag dan eten, beweerde ze, en ook Feyen gaf ze om dezelfde reden de bons. Ze papte ondertussen aan met de broer van Feyen, hield er een zeer speciale verhouding op na met haar eigen broer Willem en nu eerst ter zitting, en tot verbazing van de voorzitter, bleek dat ze in de gevangenis hertrouwd is. Maar seks interesseert haar niet …

Ze heeft 3 kinderen en zelfs de voorzitter beweerde dat ze goed verzorgd werden. Ludo Feyen (26) zelf, die eerder het voorkomen heeft van een misdienaar, gaf toe dat hij chauffeur had gespeeld voor de Van Hulle's, meende dat het in Geel slechts om een inbraak ging en zou zeker nooit gedacht hebben dat er zou geschoten worden.

Ter zitting hield hij staande dat Willem en Cato samen in de herberg zijn geweest: dat Cato daarbij eveneens helemaal in het zwart gekleed ging op bruine laarzen na, en dat ze eveneens een bivakmuts bij had. Daarmee ter zitting geconfronteerd ontkende Cato dit ten stelligste en ook Willem hield staande dat hij alleen in de herberg was.

Ludo Feyen hield evenwel voet bij stuk en voegde er nog aan toe dat hij buiten in de auto moest wachten en claxonneren als er onraad zou gedreigd hebben. Hij gaf evenwel ook toe dat hij zijn verklaring in die zin had gewijzigd nadat Cato hem had laten vallen “en omdat het dan geen zin meer had haar broer te willen beschermen”, voegde hij er bij zijn ondervraging aan toe.

Ook hij beweerde dat het Cato was die hem op het slechte pad bracht. Hij kon niet weigeren uit stelen te gaan omdat hij anders ruzie kreeg met Cato. En wat dat betekende, daar kunnen hun buren in Kieldrecht, waar het koppel toen woonde, van mee spreken. Zij dienden een klacht in tegen Feyen wegens nachtlawaai.

En Laurent Willems (45) is ook al een doorwinterde gevangenisrat die alles samen 10 jaar en 9 maanden cel totaliseerde. Hij had een afschuwelijke jeugd, bekende hijzelf, maar wilde niet gezegd hebben dat hij lezen kon noch schrijven. “Het gaat alleen niet zo rap”, legde hij uit ter zitting, waar hij in alle geval bewees goed van de tongriem te zijn gesneden. Hij bekende dat hij als oud-logé ten huize van Geerinckx in Geel goed bekend was en dat hij argeloos aan Van Hulle had verklapt waar die hun geld verborgen. Hij had er zelfs een situatieschets van gemaakt, maar dat was meer uit verveling en hij had zeker nooit kunnen denken dat Van Hulle er zou gaan inbreken en nog minder dat hij die mensen, die voor hem goed waren geweest, zou ombrengen.

Toen hij achteraf in de kranten over de dubbele roofmoord las, was hij daar een week lang niet goed van en die gedachte vergalde zelfs zijn volgend penitentiair verlof. Tenslotte werden ook nog Dhondt (31) en Schuyten (39) gehoord. Zij vonden dat er hen groot onrecht werd aangedaan door hen als medeplichtigen te dagvaarden, alleen omdat ze het wapen hadden bezorgd.

Maandagavond laat werd nog het getuigenverhoor aangevat dat heden en de volgende dagen zal worden voortgezet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 December 1982

Medegevangenen meenden dat Van Hulle doortrapte

Voor het vermoorde echtpaar Geerinckx-Van Dessel uit “De Rijn" in Geel heeft het weinig verschil uitgemaakt of hun belager Willem Van Hulle nu langs de voordeur of langs de achterdeur het café is binnengekomen. Ook de vraag waarom hij niet langs het venster van de badkamer in het pand is binnen gedrongen, is weinig relevant voor het verder verloop van de gebeurtenissen: het doodschieten van twee oude mensen om ze des te gemakkelijker en hopelijk ongestraft te kunnen beroven.

Toch werd over soortgelijke details eindeloos door geboomd, dinsdag op het Assisenhof van Antwerpen, waar het proces tegen Willem Van Hulle en zijn mededaders en medeplichtigen werd voortgezet. Het proces verloor zich trouwens in andere, zo mogelijk nog kleinere details. Van Hulle had zich voor de overval onherkenbaar gemaakt met een bivakmuts, geleend van Ludo Feyen. Maar vooraf had hij die muts gepast ten huize van Feyen in Kieldrecht. Heeft hij ze toen ook het achterste voor geprobeerd, ja of neen? “Ja”, zegde Willem Van Hulle. “Ik heb dat niet gezien”, beweerde zijn zuster Cato.

Zouden Geerincks-Van Dessel, voor ze werden doodgeschoten, zich ook hebben afgevraagd of hun moordenaar zijn bivakmuts vooraf wel achterste voor had gepast?

De Turnhoutse onderzoeksrechter Christian De Vel en geneesheer-deskundige F. Verstreken gaven dinsdag ook een technisch-chronologisch relaas van de feiten. Daarbij kwam aan het licht dat Van Hulle naast een buit van 15.000 fr. die hij uit een geldbeugel in een blikken doos had gejat, een veel groter bedrag, namelijk circa 100.000 fr. onaangeroerd liet liggen.

Dat kwam omdat de bewoners hun gewoonten enigszins hadden gewijzigd sinds Laurent Willems daar had gelogeerd. “Boven moet ge zoeken”, had die in de gevangenis van Dendermonde tegen Van Hulle gezegd ... Het is in hun slaapkamer dat ze het geld bewaren.”

Hij kon echter niet weten dat het bejaard koppel, sindsdien al wat moeilijker te been, hun slaapkamer beneden, achter de herberg hadden ingericht. En daar hadden ze ook hun geldkoffertje staan met 100.000 fr. en drie spaarboekjes.

Van Hulle had echter alleen boven gezocht, volgens de aanwijzingen van Willems en hij had ook de tooglade leeggemaakt. Dat gebeurde nadat hij de bewoners een voor een op een laffelijke manier had geëxecuteerd. Waarom Van Hulle, nadat hij de vrouw met twee kogels in de hartstreek buiten gevecht had gesteld, ook nog een voltreffer in haar gelaat moest plaatsen, daarop bleef hij het antwoord schuldig.

Heel het drama moet zich volgens de onderzoeksrechter in 10, maximum 15 minuten voltrokken hebben.

Kliekje van drie

In de namiddag werden leden gehoord van BOB en Gerechtelijke Politie Turnhout, die het onderzoek hadden verricht. Er bleek uit dat Willem Van Hulle het gebruik van een alarmpistool had afgewezen “Omdat iemand die iets van wapens kent onmiddellijk het verschil zou gezien hebben”.

Wat het aandeel van de “wapenleveranciers” Dhondt en Schuyten betreft, wist eerst genoemde dat Van Hulle reeds een gewapende overval had gepleegd terwijl ook de tweede op de hoogte was van de antecedenten van hun afnemer. Het werd ter zitting niet gezegd maar men kon er uit afleiden dat de twee herbergiers wel wat kieskeuriger hadden kunnen zijn in het kiezen van hun cliënten.

Ook tot de gevangenis van Dendermonde had het onderzoek zich uitgestrekt. Daar zou en kliekje van drie kostgangers hebben bestaan - Willem Van Hulle, Laurent Willems en een derde man V. - die diefstallen beraamden die na hun vrijlating zouden worden uitgevoerd.

Van Hulle zou daarbij echte geïsoleerd zijn geworden omdat hij daarbij wapens had willen gebruiken. Zo zou Van Hulle uitdrukkelijk te kennen hebben gegeven dat hij “de mensen zou neerschieten die zich zouden verzetten.”

“Van Hulle is aan het doortrappen”, zo reageerde zijn medegevangenen. Maar verder bleek dat V. door zijn collega's ook niet helemaal werd vertrouwd. Die V., nog steeds aangehouden voor andere feiten, werd trouwens als getuige gedagvaard en bekende - niet onder eed - dat hij inderdaad tot het kliekje van drie behoorde die effectief plannen maakten voor nieuwe misdaden: de overval op de juwelier te Mol, de café-overval en een inbraak bij een aannemer te Balen. De twee eerste werden gerealiseerd: de derde ging niet door. Voor de café-overval had Willem inderdaad de aanduidingen verstrekt en zelfs een plattegrond getekend en de vindplaatsen van het geld aangeduid. De afspraak was dat de eerste die zou buitenkomen in “De Rijn” in Geel op bezoek zou gaan. V. viel die eer te beurt maar het is er toen niet van gekomen omdat hij, naar we hebben begrepen, opnieuw contact had opgenomen met zijn echtgenote en hij een nieuw leven wilde beginnen.

Wel was er afgesproken dat, wie ook “De Rijn” voor zijn rekening zou nemen, de twee anderen een deel zouden krijgen van de buit. Hij wist ook nog dat het wapen bestemd was voor Mol (juwelier) maar dat het in Geel niet zou gebruikt worden. Op een vraag van de voorzitter antwoordde getuige dat 40% van de in de gevangenis beraamde misdaden ook worden uitgevoerd.

“Het is in de gevangenis moeilijk om het onderscheid te maken tussen fantasie en werkelijkheid”, zo luidt het getuigenis van J., ook iemand die uit ervaring sprak. Het was bij hem, woonachtig in Menen, dat Van Hulle om een wapen kwam vragen, “omdat hij wist dat er in een grensstreek nogal gesjacherd werd, ook in wapens.” J. gaf Van Hulle ten slotte het adres van een antiquair, die ook wel eens in wapens deed. Het was nochtans een echte antiquair, hield J. vol, ten overstaan van een achterdochtig geworden voorzitter.

Armand De Visscher was de cipier in Dendermonde aan wie Laurent Willems zijn bange voorgevoelens meedeelde dat Van Hulle wel eens de dubbele moord in Geel zou kunnen gepleegd hebben. “Maar ik geloofde Willems niet, ook al omdat ik Van Hulle niet in staat achtte zoiets te doen.” De cipier liet zich overigens bijzonder negatief uit over Willems: een mooiprater, gluiperig en sjacheraar in de gevangenis en die zelfs klikspaan speelde als het in zijn voordeel was. Willems heeft in alle geval dagen moeten aandringen eer hij de cipier ertoe kon bewegen de gevangenisdirecteur op de hoogte te stellen, die evenmin geloof hechtte aan de versie-Willems en die daarom naliet het parket te verwittigen.

Het proces wordt heden voortgezet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 December 1982

Willem Van Hulle “bekroonde” waardeloos leven als beroepsmisdadiger

Bijna heel de voormiddagzitting werd gisteren in beslag genomen door de drie psychiaters, de h.h. Troch, Severy en Bogaert die hoofdbeklaagde W. Van Hulle en zijn drie mededaders hadden onderzocht.

Willem Van Hulle werd beschreven als middelmatig begaafd, emotioneel heel koel, egocentrisch (alleen of vooral bekommerd om zichzelf) en zonder sociale normstelling, mede doordat hij de telg was van een familie waarin delinquentie geen uitzondering was. Zonder helemaal gevoelloos te zijn werd er bij hem toch een grote afstomping van het gevoelsleven vastgesteld. Ten overstaan van de psychiaters had hij nooit enige uiting gegeven van spijt of schuld. Mr. P. Van den Broeck, zijn advocaat, haastte zich echter dit vrij ongunstig beeld van zijn cliënt enigszins af te zwakken door eraan te herinneren dat Willem gehuild heeft toen hij bekentenissen aflegde.

Maar dat verbleekte dan weer bij een volgende vaststelling van de psychiater, namelijk dat het besef van het gebeurde Van Hulle onberoerd laat.

En over zijn zuster Cato: zeer actieve, harde, dominante vrouw, wispelturig en avontuurlijk, laag middelmatig begaafd en emotioneel onstandvastig, die ook ongunstig werd beïnvloed door het laag moreel gedrag van haar ouders. Zij bleek verder gedomineerd te worden door haar broer Willem, zowel op seksueel als op crimineel vlak en aan wie zij niets durfde weigeren. Cato was al 12 à 13 jaar toen zij haar broer, bij een van zijn vrijlatingen uit de gevangenis leerde kennen. Het ”klikte" toen meteen bij de twee en er ontstond zelfs een intieme relatie hoewel de broer steeds enige bloedschennende relatie heeft ontkend.

Enig positief punt over Cato: haar liefde voor haar kinderen die ze in de gevangenis erg schijnt te missen.

Ludo Feyen: een zwakke persoonlijkheid, zachtmoedig, oprecht niet onverstandig, en slechte inborst en wel met ethisch inzicht. Hij kon echter al stelen voor hij Cato leerde kennen.

Onder de advocaten van Cato Van Hulle (Mr. H. Wagemans) en Ludo Feyen (Mr. v. Van Aelst) ontstond dan een klein meningsverschil over wie de beste was, Cato of Ludo. Heel even waanden we ons op een echtscheidingsproces.

De tipgever Laurent Willems is 20 jaar geleden getrouwd geweest, heeft twee kinderen van wie hij zich echter de namen niet meer herinnert. Als hij niet gevangen zat, voer hij op zee of in de binnenvaart. Hij werd beschreven aIs een bon-vivant, die stal om geld te hebben om het te kunnen opbrassen. Hij is een onverbeterlijke avonturier die alleen leefde voor zijn eigen plezier. Hij is een selfmade-man wat lezen en schrijven betreft en heeft ook een goed, soms theatraal uitdrukkingsvermogen.

Hij zegde meermaals spijt te hebben over het gebeurde en zou bekend hebben dat hij uit winstbejag aan Van Hulle de tip heef gegeven. Hij zou nochtans afkerig zijn van geweld en zou liever door intrige zijn doel bereiken.

De vier mededaders werden volkomen toerekeningsvatbaar geacht voor hun daden. De moraliteitsverslagen over het viertal, die door de politie ambtenaren op het proces werden toegelicht, brachten geen nieuwe elementen aan.

Willem Van Hulle, indien hij maar een maand gevangenis zou krijgen voor elke diefstal die hij pleegde, zou hij levenslang moeten zitten.

Cato Van Hulle, ook al 15 veroordelingen waaronder 4 voor diefstallen en één voor de gewapende overval op een benzinestation, samen met haar broer. Over de moederliefde van Cato hebben haar Kieldrechtse geburen evenwel een andere mening. Zij deelden de politie mee dat ze haar 2de kind, bovendien gehandicapt, soms bij de haren als een zak aardappelen in de auto sleurde of dat ze het anders urenlang alleen liet.

Ludo Feyen: een strafboek met 17 veroordelingen: diefstallen, valsheid in geschrifte, opzettelijke slagen, verboden wapendracht, smaad, nachtlawaai, enz.

Laurent Willems: inbraken en diefstallen zelf in bende en onverbeterlijk element. De broer van Laurent noemde hem de schande van de familie en het oordeel van zijn moeder was nog vernietigender: “Voor mij is mijn zoon dood!” Die afkeer is echter wederkerig want Laurent zegde over zijn moeder: “Zij heeft mijn leven verknoeid.” Nochtans heeft Willem ook goeie momenten gekend. Dat was toen hij als matroos op de binnenvaart voer en hij zo vertrouwd werd door de schipper dat hij zelfs de sleutel van de schipperswoning kreeg.

Guido Dhondt: behulpzaam doch onstandvastig en die soms ondoordacht handelt. Zijn handen staan ook nogal los dus liep hij verscheidene veroordelingen op wegens opzettelijke slagen en verwondingen.

Charle Schuyten: eveneens een herrieschopper die het niet zo nauw neemt met de wettelijke verplichtingen en die ook doorslaande argumenten verkiest boven het compromis.

Zelfverdediging

Woensdag werden nog verscheidene getuigen gehoord. De gewezen echtgenoot van Cato, Luc Van Soet, bekende dat hij Cato had geslagen maar hij voegde er tevens een verklaring aan toe: “… om niet zelf geslagen te worden”. Hij gaf ook toe dat hij mee was gaan stelen sinds hij Cato kende. Hij moest chauffeur spelen voor zijn vrouw en zijn schoonbroer Willem. Toen hij zijn diensten wilde staken, kreeg hij ruzie met de vrouw om de vrede te bewaren - Cato had veel geld nodig - ging hij toch maar terug op pad. Over de speciale verhouding van Willem en Cato getuigde Van Soet. “Het zou een perfect koppel geweest zijn indien ze niet broer en zuster waren”.

“Het blijft toch altijd onze zoon”. Het klonk haast verontschuldigend uit de mond van vader Feyen volgens wie Ludo zijn best had gedaan om Cato op het rechte pad te brengen. Het is echter helemaal omgekeerd uitgepakt: Cato heeft Ludo op het slechte pad gebracht. Hijzelf heeft dan hemel en aarde bewogen om zijn 2 zonen van Cato af te trekken.

Mr. Wagemans, die Cato Van Hulle verdedigt: “Ik zal geen vrragen stellen, het zou te pijnlijk zijn.”

“Het is niet zo proper dat ge Cato van uw broer en tevens uw beste vriend hebt afgesnoept tijdens een penitentiair verlof”, aldus verwelkomde voorzitter Bijl George Feyen, die inderdaad een kortstondige verhouding had met Cato. George verscheen aangehouden ter zitting, geïnterneerd wegens zeer zwaarwichtig feiten.

(Terloops: vader Feyen werkt zich krom om de gerechtskosten van zijn twee zoons te kunnen bekostigen.)

Solidair schuldig

Mw. Micheline B. correspondeerde humanistische overwegingen met verscheidene geïnterneerden o.w. Laurent Willems, die ze ook in de gevangenis ging bezoeken en die ze zelfs tweemaal in haar gezin in Hoeilaart uitnodigde. De voorzitter drukte zijn waardering uit voor haar inzet. Ze vertelde woensdag dat Laurent altijd correct en vriendelijk was. Bij zijn laatste bezoek aan Hoeilaart had hij gedronken en bleek hij overstuur door de roofmoorden in Geel. Zo vernam ze dat haar “bescherming” geld had geleend aan “die jongen” (Willem Van Hulle, nvdr) opdat hij ook eens een goed verlof zou hebben. “Ik kon niet op voorhand weten dat hij daar een wagen zou mee kopen" bekende hij haar en hij toonde zich ontzet over de dood van de slachtoffers, “die zo goed voor hem waren geweest”.

Mw. B. gaf Laurent daarop de raad om terug naar Dendermonde te gaan. Hij deed alsof maar in werkelijkheid reed hij met de huurauto die hij bij had naar Parijs, waar de auto werd gestolen. Zijn correspondente kreeg nadien van Laurent een kaartje uit Duit land met enkel zijn naam op.

Ten slotte kwam woensdag MIr. Jan Huysmans aan het woord, die de belangen verdedigt van de burgerlijke partij: de zoon en de dochter van de slachtoffers. “Alle betichten zonder onderscheid hebben tot het bloedbad bijgedragen”, betoogde hij. Voor W. Van Hulle noemde hij het de schitterende kroning van een waardeloos leven als beroepsmisdadiger. De anderen zijn evenwel medeschuldig: Cato, voor hand- en spandiensten; Ludo Feyen als chauffeur, Willems als tipgever en zelfs Dhondt en Schuyten als de wagenleveranciers. Hij vroeg dan ook een solidaire veroordeling en één frank morele schadevergoeding.

Heden wordt het rekwisitoor uitgesproken en hoort men de pleidooien.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 December 1982

Schuldgevoelens zijn Willem Van Hulle vreemd

Aan de slachtoffers van de dubbele roofmoord in café “De Rijn” lieten Willem van Hulle en consorten geen enkele kans om zich te verdedigen. Maar hier, op het Assisenhof van Antwerpen, krijgen de betichten alle kansen om zich te verdedigen en hun rechten zijn heilig. Ze omringen zich door bekwame advocaten, ze mogen liegen, onwetendheid veinzen, hun versie veranderen enz… allemaal om hun pad schoon te vegen.

Aldus vatte substituut-procureur-generaal Bresseleers donderdag zijn rekwisitoor aan waarbij hij er tevens op wees dat de betichten, ook ter zitting, nog geen enkel woord van spijt hebben geuit. Schuldgevoelens zijn Willem Van Hulle trouwens helemaal vreemd. Hij heeft ook nooit getracht een eerbaar bestaan op te bouwen. hij wilde nooit werken en verkoos de misdaad.

In Geel heeft hij opzettelijk zijn slachtoffers gedood omdat ze hinderlijk waren. Waarom had hij anders een echt, geladen pistool nodig en achtte hij een alarmpistool ontoereikend. De procureur noemde het dan ook de meest weerzinwekkende misdaad: roofmoord en daaraan zijn allen die eraan hebben meegewerkt schuldig; ook al hebben zij de dood van de slachtoffers zeker niet gewild.

Over Cato zegde hij dat ze samen met de door haar bewonderde Willem uit winstbejag en ook voor de spanning een grote slag heeft willen slaan. Voor hem heeft het trouwens geen belang of Cato al of niet mee binnen ging in het café. Zij is en blijft mededader, die haar broer geld gaf voor de aankoop van het wapen, die hem samen met haar bijzit per auto ter plaatse bracht en die hem daarna ook hielp om naar Nederland te ontvluchten.

Ludo Feyen moest het vooral ontgelden als chauffeur, die tevens voor de vermomming zorgde, en de valse nummerplaten leverde en die buiten de wacht hield. Ook Laurent Willems kan als tipgever zijn mededaderschap niet loochenen. Deze handige maar doortrapte mooiprater heeft door zijn aanwijzingen het hele mechanisme in gang gezet dat tot het gewelddadig einde van de slachtoffers heeft geleid. Zonder zijn noodzakelijke en onontbeerlijke hulp had de misdaad niet kunnen gepleegd worden; aldus de procureur.

Ook voor de wapenleveranciers Dhondt en Schuyten was het openbaar ministerie ongemeen streng en dan vooral voor de laatste, die er zo nodig munitie moest bijleveren. Zonder kogels had Van Hulle met dat pistool alleen kunnen dreigen, hoogstens slaan maar niet schieten. En de procureur gaf als besluit de jury de overweging ten beste dat men al te veel aandacht besteedt aan de misdrijf-pleger en te weinig aan de bescherming van de maatschappij en hij vroeg Van Hulle en consorten schuldig te verklaren.

Jungle-kind

Het pleidooi van Mr. Van den Broeck voor Willem Van HulIe was verrassend kort. “Ik ga U niet vervelen met juridische steekspelen; de jury zal wel niet anders kunnen dan positief te antwoorden op de schuldvraag.” Hij zou wel nog uitvoerig aan het woord komen als over de strafmaat zou worden gepleit. Verder betuigde hij zijn deelneming in het leed van de familie van de slachtoffers.

“Het leven van Willem Van Hulle is verwoest. Laat hem niet toe ook het leven van zijn zuster te verwoesten: geef haar ten minste nog een kans”, zo pleitte Mr. Patroons voor Cato Van Hulle, die hij wel een dievegge noemde maar zeker geen misdadigster of moordenares en hij vroeg haar niet langer als mededader maar als medeplichtige te beschouwen.

Dat was trouwens ook de conclusie van zijn medepleiter en patroon Mr. H. Wagemans, die erop wees dat in het familiaal (?) milieu van de Van Hulle’s ook de wet van de jungle heerste en in zulk milieu worden geen engelen of heiligen geboren. Hij betwistte dat zijn cliënte enig aandeel zou gehad hebben in de voorbereiding van de misdaad. Ze zou er evenmin enig voordeel uit gehaald hebben want de 5.000 fr. die ze achteraf van Willem kreeg was maar de teruggave van een eerder geleend bedrag.

Verslaafd aan Cato

“De eerlijkste van gans de hoop”, zo oordeelde Mr. V. van Aelst over zijn cliënt Ludo Feyen, de pantoffelheld, de meeloper die om “ambras" met Cato te vermijden aanvaardde om chauffeur te spelen: zij het zonder enthousiasme. Feyen heeft bovendien de schade willen beperken door een alarmpistool te suggereren. “Had men zijn voorstel aanvaard, dan was er van roofmoord geen sprake geweest”, pleitte de advocaat die het onrechtvaardig zou vinden indien men Ludo over dezelfde kam zou scheren als Cato. Hij was ten slotte van mening dat Cato mee binnen was gegaan in “De Rijn”; Ludo had hem daarvan ten stelligste overtuigd hoewel dat argument natuurlijk weinig overtuigend klonk.

Mr. Peeters nam het op voor Laurent Willems, van wie hij de goede kanten in de verf zette. Mr. Hendrix eveneens pleitend voor Willems, betoogde dat hij met zijn plannetjes-tekenen in de gevangenis van Dendermonde vooral de “stoere bink” wilde uithangen en zijn medegevangenen overtroeven. Hij citeerde verder overvloedig uit de (gunstige) getuigenissen over Willem om tot de conclusie te komen dat hij evenmin de dood van de slachtoffers heeft gewild. Hij vroeg dan eveneens de kwalificatie van mededader voor Willems eveneens te wijzigen in medeplichtige.

Mr. Hendrix gaf de verzekering dat zijn cliënt erg geleden heeft onder het gebeurde want had hij zijn mond niet opengedaan dan had Van Hulle nooit de weg naar “De Rijn” gevonden. Hij meende nochtans dat Willems nu ten onrechte terecht staat en vroeg resoluut de vrijspraak omdat zijn cliënt voorraf geenszin kennis had van alle elementen van het misdrijf. Voorzitter Bijl merkte daarop echter droog op dat Willems toch maar rekende op een deel van de buit.

Zelfs de cipiers van Dendermonde achtten Van Hulle niet tot zoiets in staat. Daarom werd er trouwens geen aandacht geschonken aan de verklaringen van Willem in de gevangenis. Hoe zou Guido Dhondt het dan moeten weten geweten hebben? Zo vroeg Mr. Molenaers zich af. Zijn cliënt heeft trouwens alleen maar als doorgeefluik gefungeerd zonder enig profijt te halen uit de wapen-transactie. Hij vroeg de jury dan ook Dhondt niet medeplichtig te achten aan de roofmoord.

En dezelfde argumentatie werd ontwikkeld door de advocaat van Charles Schuyten, Mr. H. Van Reybroeck. Hij vroeg zich trouwens af waarom de weduwe niet wordt verontrust die het wapen, afkomstig uit de collectie van haar overleden echtgenoot, aan Schuyten had geleverd.

Hedennamiddag- of avond wordt het verdict verwacht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 December 1982

Willem Van Hulle kreeg de doodstraf

Vrijdagavond werden alle zes de beklaagden in het proces van de roofmoorden te Geel schuldig bevonden. De hoofddader Willem Van Hulle werd tot de doodstraf veroordeeld. Zijn zuster Cato kreeg 15 jaar dwangarbeid. Haar gewezen bijzit Ludo Freyen hoorden 12 jaar dwangarbeid uitspreken en de tipgever Laurent Willem 10 jaar. De twee wapenleveranciers Guido Dhondt en Charles Schuyten kregen 3 jaar voorwaardelijk behalve voor het voorarrest.

De laatste procesdag ving aan met “het laatste woord” aan de betichten. Welbespraakt en in een behoorlijke taal betuigde Willem Van Hulle zijn spijt over het gebeurde en ook dat er door zijn schuld zowel anderen mee moeten terecht staan. En tot besluit: “Ik kom misschien gevoelloos over maar ik kan mijn gevoelens niet uiten.” Cato Van Hulle verklaarde niet te weten dat haar broer gewapend was en dat ze evenmin wist wat er zou gebeuren. Ze zou haar straf aanvaarden en wat ze er nog wou aan toevoegen was door haar snikken niet meer te verstaan.

Ludo Feyen zegde begrepen te hebben dat hij verkeerd had gedaan maar voegde er aan toe dat hij er maar onrechtstreeks bij betrokken was. Hij betuigde zijn medeleven aan de familie van de slachtoffers. “De slachtoffers betekenden voor mij meer dan mijn ouders”, betoogde Laurent Willems in zijn laatste woord. Ook hij betuigde zijn deelneming aan de familie. Guido Dhondt moest men even overslaan: hij was te zeer geëmotioneerd. Charles Schuyten betoonde berusting en legde zijn lot in handen van de jury.

19 vragen

Snikkend smeekte Dhondt ten slotte de jury om hem niet als medeplichtige te beschouwen want dat dit zijn leven lang zijn geweten zou bezwaren. De Belgische strafwetten zijn dikwijls discreet en bepaalde begrippen worden erg omfloerst weergegeven. Zo is het hoofdfeit in deze zaak de diefstal van de geldbeugel ten nadele van de slachtoffers en waarin 15.000 fr. stak. Dat het echtpaar Geerinckx-Van Dessel daarbij gedood werd met het oogmerk te doden is volgens strikt juridische princiepen “slechts” een verzwarende omstandigheid: alsof het een bijkomstigheid is. In de omgang heet dit dan roofmoord maar in de strafwetten komt die term niet voor.

Zo hadden de vier eerste vragen die daarop door voorzitter Bijl aan de jury werden gesteld betrekking op het hoofdfeit - de diefstal - waarvoor broer en zuster Van Hulle, Feyen en Willems terecht staan als dader of mededader. Werd de diefstal gepleegd met geweld of bedreiging en werden daarbij om de diefstal te vergemakkelijken Jules Geerinckx en Maria Van Dessel opzettelijk en met het oogmerk om te doden gedood, maakte het voorwerp uit van de volgende vragen. Voor Dhondt en Schuyten werden vragen gesteld over hun medeplichtigheid door het leveren van het wapen. Nog andere vragen hadden betrekking op het vervalsen en het gebruik van valse nummerplaten en op de overtredingen van de wet op de wapenhandel door Van Hulle, Dhondt en Schuyten.

Er werden dan nog, op verzoek van de verdediging, drie bijkomende vragen gesteld die de jury moesten toelaten Cato Van Hulle, Ludo Feyen en Laurent Willems eventueel als medeplichtigen te aanzien i.p.v. als mededader. In het totaal werden 19 vragen gesteld. Om 10 uur trok de jury zich terug voor beraadslaging.

Afbieden

Na ruim 2 uur beraadslaging antwoordde de jury positief op alle gestelde vragen en dit voor alle beklaagden. En na de middagpauze serveerde procureur Bresseleer zijn strafvordering en die luidde alvast doodstraf voor Willem Van Hulle, die hij betitelde als een onverbeterlijk element, zonder reklasseringsmogelijkheden en die men zo lang mogelijk uit de maatschappij diende verwijderd te houden.

Cato Van Hulle en Ludo Feyen verdienden volgens hem 20 jaar dwangarbeid omdat zij dagen op voorhand de overval te Geel mee hebben voorbereid en niets gedaan hebben om hem tegen te houden. 10 jaar dwangarbeid vorderde hij voor Laurent Willems, hij die zijn weldoeners aan een niets-ontziende dief heeft uitgeleverd.

Voor Dhondt en Schuyten vroeg hij 5 jaar opsluiting. Mr. Van den Broecke vroeg zich af of de doodstraf voor Willem Van Hulle wel gewettigd is. Zijn cliënt is geen onmens en de doodstraf uitspreken over hem is meteen heel ons strafsysteem veroordelen waarvan Van Hulle ten slotte een product is.

“Waar zouden wij staan of zitten indien we in onze jeugd maar dezelfde kansen als Cato zouden gekregen hebben?” zo pleitte Mr. Wageman, en hij vroeg begrip en genade voor zijn cliënt.

Mr. Van Aelst wilde met dat zijn cliënt Feyen, de meeloper, over dezelfde kam zou geschoren worden als zijn gewezen bijzit Cato. 5 jaar effectief noemde hij al lang voldoende vooral omdat de straf geen wraak of verbittering bij de veroordeelde mag veroorzaken. En het afbieden ging verder met Mr. Hendrix, die 10 jaar voor Willems eveneens te veel achtte. “Had Willems zelf de diefstal gepleegd - zonder wapen - zou hij er met maximum 5 jaar vanaf gekomen zijn”, aldus deze pleiter.

En de advocaten van Dhondt en Schuyten meenden dat 3 jaar en gedeeltelijk voorwaardelijk voldoende zou zijn voor hun cliënten.

Na 4 uur beraadslagen viel het verdict dat door de meeste beklaagden zonder verpinken werd aanhoord. Alleen Dhondt zwijmelde even bij het horen van 3 jaar, maar herpakte zich toen hij hoorde dat het voorwaardelijk was.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 December 1982

Doodstraf voor Willem Van Hulle

Zoals we in een gedeelte van onze uitgaven nog konden vermelden, heeft het Assisenhof van Antwerpen vrijdagavond laat, Willem Van Hulle wegens een dubbele roofmoord te Geel twee jaar geleden, tot de doodstraf veroordeeld. Zijn vijf handlangers werden hetzij als mededaders, hetzij als medeplichtigen aan roofmoord eveneens veroordeeld.

De burgerlijke partij bekwam één frank morele schadevergoeding. Er was een vrij grote belangstelling voor de uitspraak. Aan de uitgang van de assisenzaal, dus in de wandelzaal van het gerechtsgebouw, staat een grote kapstok, ten gerieve van het publiek. De echtgenote van een der advocaten in dit proces had daar haar vest in daim opgehangen. Na de zitting bleek die vest evenwel verdwenen te zijn: gestolen!

De jury en het hof moesten vier uur beraadslagen om naast de doodstraf voor Willem Van Hulle nog volgende straffen uit te spreken: 15 jaar dwangarbeid voor Cato Van Hulle, 12 jaar voor haar gewezen bijzit Louis Feyen en 10 jaar voor de tipgever Laurent Willems. De twee "wapenhandelaars" Dhondt en Schuyten kregen elk jaar. Het duurde echter een tijdje vooraleer de voorzitter daar "voorwaardelijk voor de duur van 5 jaar” aan toevoegde. Guido Dhondt werd daardoor dan ook op de rand van de instorting gebracht ...

De vraag of Cato Van Rulle al of niet mee binnen geweest is in de herberg te Geel heeft uiteindelijk niet veel belang gehad en zelfs de procureur liet die vraag in het midden. Achteraf werd de bedenking gemaakt dat ze mogelijk wel is uitgetapt en haar broer Willem tot aan de voordeur van het café heeft vergezeld maar zelf niet mee naar binnen is geweest, hetgeen de chauffeur Feyen, die 150m verder in de auto bleef wachten, mogelijk niet gezien heeft.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 December 1982