2,181

(0 replies, posted in Overzicht Bendes)

Samenvatting
Een bende die vooral actief was in West- en Oost-Vlaanderen en in de periode 1968-1971 meer dan 40 feiten pleegde.

Feiten:

  • Februari 1970: Inbraak op het postkantoor van Jabbeke

  • Augustus 1970: Gewapende overval op een kantoor van de Kredietbank in Aalst

  • Inbraak in een garage in Lokeren, waar auto-onderdelen werden gestolen

  • Inbraken in buitenverblijven in de omgeving van Dendermonde en Oostende

  • Overval op een oude vrouw langs het kanaal Oostende-Brugge

In maart 1971 werd de bende opgerold. De bende werd voor al deze misdaden vreemd genoeg niet voor de Correctionele Rechtbank maar - in maart 1973 - voor het Assisenhof van Oost-Vlaanderen gebracht. Van de in totaal 43 ten laste gelegde feiten wegen de meeste niet erg zwaar door op de gerechtelijke balans. Ze gingen er herhaaldelijk van door met fotoplaten, sigaretten, een tafelkleed, een bontmantel, sterke drank en zelf met vlees uit de diepvries.

Leden:

  • Jacob Bracke, 23 jaar

  • Omer Samaey, 45 jaar

  • Reginald Titeca, 23 jaar

  • Karel Van den Berghe, 25 jaar

  • Gregoire Veldeman, 30 jaar

  • Leopold Samaey, 35 jaar, broer van Omer Samaey

  • Willy De Bruyne, 34 jaar

  • Daniël Van Roose, 34 jaar

  • Jean Van Heule, 36 jaar

  • Hedwig Vermeire, 34 jaar

  • Georges Borms, 38 jaar

  • Gerard Thys, 31 jaar

De belangrijkste bende-leden:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/bende_18.jpg

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/bende_19.jpg

De Bende Titeca tijdens het proces:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/bende_16.jpg

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/bende_17.jpg

Geniet vooral van de soms hilarische artikels. smile 

Twee hold-ups op één dag

Hoewel Brussel het geliefkoosd operatieterrein blijft voor bankovervallers, versmaden zij toch de provincie niet. Woensdag waren zij weer zeer bedrijvig, en in de hoofdstad en in Aalst. Een verdere parallel tussen deze overvallen leidt tot de conclusie dat de gangster steeds driester te werk gaan; dat zij een meer amateuristische opvatting hebben gekregen over hun bedrijvigheid en dat de sommen die zij buit maken steeds kleiner worden. Ditmaal 70.000 en 500.000 fr. Het tijdstip der overvallen is over het algemeen goed gekozen voor wat het ontbreken van getuigen betreft en ook de omgeving blijkt steeds goed verkend te zijn. Maar eens in het gebouw schijnen de gangsters nogal vlug hun koelbloedigheid te verliezen en aarzelen zij niet gebruik te maken van hun wapens. Er wordt geschoten en neergeklopt. (…)

Goed voorbereid

De tweede overval van de dag, ditmaal op een bijkantoor van de Kredietbank te Aalst, scheen beter voorbereid te zijn. De overvallers dekten hun vlucht uit het kantoor met een rookbom en stapten toen in een Volvo, die met ronkende motor stond te wachten. De wagen werd later teruggevonden. Doch ook hun buit was vrij mager: 500.000 fr.

Het kantoor is gelegen aan de Moortselbaan te Aalst. Dit is een vrij drukke straat op een vijftigtal meter van de Leopoldlaan. Omstreeks 16 uur stapten twee gemaskerde mannen het kantoor binnen. Zij hadden hun ogenblik goed gekozen want er waren in heel de zaak slechts twee mensen aanwezig: de kassierster, Mw. Matthijs en de kantoordirecteur, de h. Wolf, die pas was aangekomen.

De kassierster, die zich onmiddellijk bewust was van de toestand, liet zich op de grond vallen om zich te verbergen. In gebroken Nederlands eisten de twee overvallers het beschikbare geld. Onder bedreiging van vuurwapens moesten Mw. Matthijs en de h. Wolf deze eis inwilligen. Daar de eindafrekening van de dag nog niet was opgemaakt kan enkel geschat worden hoeveel geld er toen aanwezig was. Aangenomen wordt dat het ongeveer 500.000 fr. zal zijn.

Tevergeefs

Voordat zij het gebouw verlieten, wierpen de mannen nog een rookbom. Zij vluchtten langs een achterdeur, via een grasplein. De auto werd later teruggevonden in de omgeving van de abdij van Affligem (grondgebied Hekelgem). De weg Aalst-Hekelgem laat toe een grote snelheid te ontwikkelen, zodat de gangsters reeds een heel eind uit de buurt moeten gewest zijn vooraleer de politie haar speractie kon beginnen. Deze leverde dan ook voorlopig nog geen resultaat op.

Drie jaar geleden had in dezelfde omgeving een overval plaats op een postkantoor.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 Augustus 1970

Zegeldiefstal te Jabbeke opgehelderd

Vorig jaar werd in het postkantoor te Jabbeke een vrij belangrijke diefstal gepleegd van fiscale zegels. De totale waarde van de verdwenen zegels bedroeg inderdaad meer dan 1 miljoen. Thans heeft het gerecht de hand kunnen leggen op één der daders, nl. Titeca Reginald uit Jabbeke. Vooralsnog werden de ontvreemde zegels niet teruggevonden, maar er lijkt hiervoor wel goede hoop te bestaan.

Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Juni 1971

Oostendse BOB rekent op opheldering van belangrijke misdrijven

Sinds enkele maanden zitten elf inbrekers en helers te Dendermonde op het droge. Reeds zijn door hun aanhouding een aantal diefstallen met inbraak opgehelderd. De BOB Oostende, die nauw samenwerkt met de collega’s van Dendermonde en Aalst, hoopte dinsdag een belangrijke stap te kunnen zetten in het onderzoek dat nog steeds aan de gang is. Maar de duikerploegen van de zeemacht, die hiervoor werden ingeschakeld hebben geen resultaat behaald.

Eerst werd getracht een auto Renault terug te vinden in de vaart Oostende-Brugge, in de laatste bocht voor de brug van Stalhille. De duikers vonden echter niets. Nadien ging men in de vaart Nieuwpoort-Plassendale duiken nabij de eerste brug bij Oudenburg. Daar hoopte men een slijpsteen op te halen maar ook die poging leverde niets op. Tenslotte ging men, steeds op aanwijzingen van de aangehoudenen, naar een revolver zoeken aan de Snaaskerkebrug, maar de derde maal was geen scheepsrecht. Het verder onderzoek zal moeten uitmaken of onnauwkeurige inlichtingen aan de basis liggen van deze vergeefse opsporingen.

Zware jongens

Het begon allemaal toen de Oostendse BOB vier kerels wist aan de haak te slaan: Reginald Titeca (Jabbeke), Jacky Bracke (Berlare), Gregoire Veldeman (Dendermonde) en Carlo Vandenberghe (Aalst). Titeca was reeds in januari door de BOB verontrust geworden, maar wilde toen de hem ten laste gelegde feiten niet bekennen.

De aanhouding van dit viertal heeft achteraf geleid tot het klissen van Hedwig Vermeiren (Oostende), Omer en Leopold Samaey (Oudenburg), Willy Deckmyn (Koekelare), Daniël Van Roose (Zedelgem) en enkele vrouwen van voornoemden die waren ingeschakeld om te Oostende gestolen auto’s te helpen verplaatsen.

Dat men hier met een belangrijke bende te doen heeft blijkt uit hun bekentenissen in verband met de hold-up te Aalst, waarbij rookbommen werden gebruikt, in verband met inbraak in het postkantoor te Jabbeke, waar een brandkast werd gekraakt waaruit voor 1.200.000 fr. geld, fiscale zegels en loterijbriefjes werden meegenomen; ook in verband met een inbraak in een garage te Lokeren waar ze de hand legde op auto-onderdelen voor een waarde van 350.000 fr.

Vast staat dat de bendeleden zelden stil zaten en ze bekenden nog een hele reeks inbraken in buitenverblijven in de omgeving van Oostende en Dendermonde. Langs de vaart Oostende-Brugge overvielen ze een oud vrouwtje en ontnamen haar juwelen. Deze werden nu reeds aan het slachtoffer terug geschonken. De dieven hadden ook een goed oog voor antiquiteiten en brachten hierdoor een paar helers achter slot en grendel.

Het onderzoek gaat nog steeds verder, want de gang wordt ervan verdacht de hand te hebben gehad in nog belangrijker misdrijven.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Juli 1971

Zeven overvallers naar OostVlaams Assisenhof verwezen

Door de Kamer van Inbeschuldigingstelling te Gent werden dinsdag een zevental aangehoudenen verwezen naar het Hof van Assisen van Oost-Vlaanderen, onder de beschuldiging van gewapende overvallen.

Na een dergelijke overval op het postkantoor van Jabbeke kwam de BOB op het spoor van Reginald Titeca uit Jabbeke, en Omer Samaeye, uit Oudenburg. Uit het onderzoek bleek vrij vlug dat het tweetal ook betrokken was bij de hold-up op een filiaal van de Kredietbank te Aalst. In samenwerking met de BOB-afdelingen van Aalst, Dendermonde en Oostende werd dan de ganse bende opgerold, die nog verschillende andere feiten op haar actief heeft.

Naast Titeca en Samaeye werd overgegaan tot de arrestatie van Gregroire Veldeman, uit Overmede, Karel Van de Berghe, uit Zele, Jacob Braecke, uit Aalst, Willy De Bruyne uit Aalst en Leopold Samaeye uit Oudenburg. Het bleek vooral dat Veldeman als inlichtingsman fungeerde en samen met Titeca voor de coördinatie zorgde in Oost- en West-Vlaanderen.

Wat de overval op de bank in Aalst betreft, schijnt Braecke de man achter de schermen te zijn geweest. Het aangehouden zevental werd door de KIB naar het Assisenhof verwezen. Karel Van den Berghe weigerde te verschijnen, maar werd eveneens verwezen. Op het proces zullen nog een vijftal verdachten niet aangehouden verschijnen. Er wordt verwacht dat de behandeling van de zaak geruime tijd zal in beslag nemen. Er zullen aan de jury ongeveer driehonderd vragen gesteld worden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 November 1972

Gangsterbende van twaalf man voor Assisenhof van Oost-Vlaanderen

Maandag 26 maart krijgt het Hof van Assisen van Oost-Vlaanderen, onder voorzitterschap van raadsheer André Maes, een taaie brok te verwerken. Op die dag moeten twaalf zware jongens verantwoording komen afleggen voor een ganse reeks overvallen die zij in Oost- en West-Vlaanderen pleegden tijdens de periode 1968 tot 1971. Voor vijf van de twaalf - Jacob Bracke, Omer Samaey, Reginald Titeca, Karel Van den Berghe en Grégoire Veldeman - ziet de toekomst er maar somber uit want zij gelden veruit als de meest actieve bendeleden terwijl de anderen een eerder bescheiden rol speelden en eerder als nevenfiguren moeten beschouwd worden.

Van de in totaal 43 ten laste gelegde feiten wegen de meeste trouwens niet erg zwaar door op de gerechtelijke balans - de heren gingen er herhaaldelijk van door met fotoplaten, sigaretten, sterke drank en zelf met vlees uit de diepvries - maar er waren ook enkele uitschieters die bezwaarlijk tot de categorie van de kruimeldiefstallen kunnen gerekend worden en die hen nu een Assisenhof opleveren. Als zwaarste punt van beschuldiging geldt een overval in augustus 1970 op een bijkantoor van de NV Kredietbank te Aalst die in onvervalste gangster verliep en die Bracke, Samaey, Titeca en Van den Berghe een buit van 413.950 fr. opleverde.

Ook de nachtelijke inbraak (februari 1970) in het postkantoor van Jabbeke was geen kleinigheid. Ofschoon deze kraak eerder amateuristisch verliep werd daar toch voor een waarde van 1,3 miljoen fr. gestolen door Bracke, Samaey, Titeca en Veldeman. En als je al de andere inbraken, diefstallen en diefstalletjes bij elkaar telt en een gezamenlijke rekening opmaakt kun je er niet onderuit dat deze twaalf een gevaarlijk dozijn uitmaakten, ook al hebben ze dan nooit iemand omvergeschoten of ernstig lichamelijk letsel toegebracht.

Gerechtelijk wordt het opmaken van de balans alvast een ingewikkelde geschiedenis, zelfs louter materieel want twaalf beschuldigden en twaalf advocaten vormen een voor een Assisenhof ongewoon ruime bezetting. Mede om die reden wordt voorzien dat de debatten een ganse week in beslag zullen nemen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Maart 1973

Proces tegen twaalf gangsters moeizaam gestart

De zaal in het Gentse justitiepaleis, waar het hof van Assisen zitting houdt, zag er maandag meer naar uit alsof ze in allerhaast was aangepast geworden om er een academische zitting in te laten doorgaan. Door een reeks naast elkaar geschoven houten banken zaten zeventien ernstig kijkende advocaten in hun plechtige zwart en witte toga’s. Achter hen, twaalf netjes geklede en meestal nog jonge mannen, die zich zeer hoffelijk gedragen en die op het eerste gezicht gemakkelijk hadden kunnen doorgaan voor de eregenodigden. De griffier kan je ook al dit academisch kader plaatsen in de rol van de gastspreker die voor dit eminente gezelschap een literaire lezing kwam houden. De man kreeg namelijk de taak toegewezen een akte van beschuldig voor te lezen van zo maar eventjes vijfentwintig bladzijden.

Alleen de rijkswachters waren een complete mislukking in dit zo netjes afgeborstelde gezelschap. Hun uniformen herinnerden er gestreng aan dat al deze heren niet met wetenschappelijke bedoelingen waren komen plaatsnemen, maar dat het wel degelijk ging om de behandeling van een, zij het dan een beetje van het klassiek patroon afwijkende, Assisenzaak.

Twaalf beschuldigden in één klap, dat maak je inderdaad niet alle dagen mee. En een beschuldigingsakte waarin in totaal 43 aanklachten vermeld zijn, is al evenzeer een uitschieter van formaat.

Voorzitter raadsheer André Maes, die er nogal geagiteerd uitzag in al die drukte, heeft zich maandag echter met het proces als dusdanig nog maar nauwelijks kunnen bezighouden. De opening van de zitting was immers pas in de namiddag gepland. Maar het heeft er lang naar uitgezien dat het alleen bij die bedoeling zou blijven. Blijkbaar waren administratieve moeilijkheden van het laatste uur komen opduiken bij de identificatie van de kandidaat-juryleden en ten slotte was het tien minuten voor vijf uur toen raadsheer Maes de zitting van het Hof van Assisen officieel voor geopend kon verklaren. En dan nam het nog eens drie kwartier in beslag om de jury te installeren. Plus de voorstelling van de twaalf beklaagden natuurlijk, die een voor een moesten rechtstaan om zich voor het hof en de jury te presenteren en te zeggen wie en wat ze waren.

Kwamen daarbij, om het geheel af te ronden, nog enige technische moeilijkheden. Want een der advocaten aan het eind van de lange rij beklaagde er zich over dat hij de voorzitter van het hof moeilijk kon verstaan, omdat hij bijna in het midden van de zaal zat. Nu, dat kon de h. Maes ook bezwaarlijk helpen en zijn goedbedoelde raadgeving om “dan wat dichter bij elkaar te schuiven” was wat je een slag in het water noemt, vermits de heren advocaten nu al bijna op elkaars schoot moesten zitten.

De serene ontwikkelingen van deze gigantische rechtsgeschiedenis zal dus voor een groot deel afhankelijk worden van de kwaliteit van de micro’s. Als die het laten afweten, gaat de hele zaak finaal de mist in.

De plaatsen van de beklaagden komt trouwens neer op wat bedoeld wordt in het spreekwoord dat het venijn hem in de staart zit. De allerlaatste in het rijtje van de twaalf is namelijk de Limburger Gerard Cornelis Thys, die overigens - en gelukkig voor hem - slechts zijdeling met de zaak te maken heeft. En deze Gerard Cornelis is zijn plezierig klinkend dialect uit het dorpje Peer nog langs geen kanten kwijt geraakt. Als de debatten zo’n nefaste wending zouden nemen dat deze Gerard Cornelis actief in het gesprek betrokken geraakt, dan wordt deze Oost-Vlaamse gerechtszaak een propagandastunt voor de noodzaak om de Vlamingen uit de verschillende provincies de grondbeginselen van het algemeen beschaafd Nederlands bij te brengen.

Incident

Maar goed, toen al de administratieve geplogenheden ten slotte toch afgehandeld waren, was het reeds zes uur in de avond geworden en kon men eindelijk beginnen aan de voorlezing van de akte van beschuldiging. Meteen ontstond een eerste en vinnig incident. Voorzitter Maes had het bij al die voorgaande moeilijkheden zo op de zenuwen gekregen, dat hij die bijkomende tijdsbelasting wou uitschakelen door de akte van beschuldiging in geschreven vorm aan de twaalf juryleden en de twee plaatsvervangers over te maken. Dat plannetje ging evenwel niet door. In het lange zwart-witte lint van advocaten stonden er op dat van de voorgeschreven procedure niet afgeweken zou worden. De akte moest, zoals de wet het voorschrijft, in haar geheel door de griffier voorgelezen worden. Indien dit niet zou gebeuren, behielden de advocaten zich het recht voor klacht in te dienen wat tot cassatie en ongeldigheid van het proces zou kunnen leiden.

Die strakke houding was niet van aard om het humeur van voorzitter Maes in meer zonnige banen te leiden, maar wet is wet en daar moet zeker een voorzitter van een Assisenhof zich bij neerleggen. En zo gebeurde dus. Terwijl achter de ramen de avondschemering groeide, begon voor de griffier de marathonopdracht vijfentwintig bladzijden getypte tekst op een verstaanbare manier voor te lezen.

Veel kruimeldiefstallen

Eigenlijk is die akte van beschuldiging - en daar gaat het tenslotte toch om - de grote ontgoocheling van dit proces, dat twaalf man op het bankje van beschuldiging brengt van wie zeven nevenfiguren en vijf gangsters van betekenis: Jacob Bracke, Omer Samaey, Reginald Titeca, Karel Van den Berghe en Gregoire Veldeman. De overgrote meerderheid der punten van beschuldiging komt neer op wat je kruimeldiefstallen kunt noemen: flessen alcohol, een tafelkleed, vlees uit de diepvries, koperdraad, kleine geldsommen en allerlei voorwerpen die je in verlaten bungalows aantreft. De heren die als gangsters worden voorgesteld, zullen nog heel wat moeten bijleren als ze naam willen maken in het milieu.

Gewoonlijk kwamen ze in groepjes bij elkaar, dronken een pint en trokken er in de nachtelijke uren zonder veel voorbereiding op uit om hier of daar, waar ze buit vermoedden, binnen te breken. Van die tochten kwamen ze dan in de regel terug met alles was niet te heet of te zwaar was. Dit amateuristisch gedoe gebeurde in de periode van 1968-1971.

In die lange reeks strooptochten zonder klasse waren echter twee uitzonderingen die zwaar zijn gaan doorwegen in de gerechtelijke balans. Een door Bracke, Omer Samaey, Reginald Titeca en Gregoire Veldeman gepleegde inbraak in het postkantoor van Jabbeke (een buit aan fiscale zegels, postzegels, nationale loterijbiljetten en kasgeld van in totaal 1.333.538 fr.) en een brutale gewapende overval, in augustus 1970, in een bijkantoor van de nv Kredietbank te Aalst.

Vooral die laatste overval wijst er duidelijk op dat deze would-be gangsters het stadium van amateurisme aan het ontgroeien waren en hoger wilden mikken. Bracke, Omer Samaey, Reginald Titeca en Karel Van den Berghe gingen er in echte filmstijl op los. Terwijl Bracke en Van den Berghe als chauffeur optraden, drongen Samaey en Titeca het kantoor binnen, roofden 413.000 frank en hielden de kantoordirecteur en drie vrouwelijke bedienden onder schot. Toen ze er vandoor gingen, wierpen ze een rookgranaat het lokaal binnen wat een dubbel voordeel opleverde: de hoestende en half verstikte bedienden konden hen niet onmiddellijk achterna en geburen, die rook zagen opwarmen, dachten dat vuur was ontstaan en telefoneerden naar de brandweer in plaats van naar de politie.

Toen de verwarring eindelijk voorbij was, waren de gangsters al lang in veiligheid. Ze zouden trouwens pas in maart 1971 tegen de politielamp aanvliegen, omdat zij geregeld in een café te Waasmunster samenkwamen en daar in contact waren met kerels die over een zwaar gerechtelijk verleden beschikten. Dat begon de politie verdacht te vinden en zo kwamen er uiteindelijk ondervragingen van en op de lange duur ook bekentenissen.

Maar dit alles staat te lezen in de akte van beschuldiging. Wat de betrokkenen er zelf over te zeggen hebben, zullen we heden weten. Dat kan nog boeiend worden, want deze heren-gangsters hebben bijna allemaal een blanco strafregister en ze stammen meestal uit een degelijk gezin. Dat kun je zo op hun gezicht aflezen. Maar dat zal wel een ouderwetse benadering zijn. Wij zijn immers allemaal geëmancipeerd, van luxe gesatureerd en we hebben minstens tot zestien jaar gestudeerd. In deze tijd heeft de misdaad geen gezicht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Maart 1973

Correctionele sfeer op Assisenhof van Gent

’t Is allemaal goed en wel voorbeelden te willen stellen en een bende van twaalf man - eigenlijk maar vijf “echten” want de andere zeven hebben met de hele affaire niet veel te maken - voor het Assisenhof te willen brengen voor een reeks misdrijven die je volgens de letter van de wet bij de categorie “overvallen” kunt klasseren, maar dan moet je er natuurlijk wel rekening mee houden dat de publieke behandeling ervan enig risico inhoudt voor de gerechtelijke waardigheid.

De kwestie is dat het totale bundel van 43 punten van de aanklacht inderdaad indrukwekkend is en te denken geeft, maar dat de andere detailontleding ervan bijzonder schraal uitvalt.

Met uitzondering van de overval op het bijkantoor van de Kredietbank te Aalst, de nachtelijke rooftocht in het postkantoor van Jabbeke en hier en daar nog enkele brokjes misdaad van enige betekenis, is al de rest een verzameling wetsinbreuken, die je onder de rubriek pekelzonden kunt klasseren.

Terwille van het recht en van de volledigheid werden dinsdag al die pekelzonden tot in de kleinste bijzonderheden ontleed, gewikt en gewogen. Het noodzakelijke gevolg hiervan was dat het hof nogal gehavend uit de debatten kwam, omdat het onmogelijk is aan een reeks feiten, die normaal gesproken in spoedtempo worden afgewikkeld voor een correctionele rechtbank, die aparte sfeer van ernst en bewogenheid te verlenen die kenmerkend is voor een zitting van het Assisenhof, traditioneel het hoogste gerechtshof, dat de rol vervult uitsluitend zeer ernstige misdrijven te behandelen.

Wijn, hammen en een bontmantel

Het ging er - om enkele typerende voorbeelden te noemen - dinsdag als volgt aan toe.

In de nacht van 8 op 9 mei 1968 waren Omer Samaey en Reginald Titeca, twee der hoofdbeschuldigden, er te Ettelgem samen op uit getrokken om te gaan stropen. Maar die nachtelijke tocht bracht beiden in een wat filosofische stemming en ze zegden tegen elkaar dat een haasje toch ook niet alles was, dat bracht ten slotte niet veel op. Waarom niet eens in de gauwte een inbraak plegen? Wel ja, waarom niet, temeer daar vlakbij een landhuisje stond waar de weduwe Stephhanie V.M. woonde, helemaal op haar eentje. Zo gezegd, zo gedaan. De twee breeddenkende stropers duwden een rolluik omhoog en kropen binnen in het kleine huisje. Mogelijk maakten ze wat lawaai, maar dat deed mw. V.M. ook. Die maakte zoveel geluiden in haar slaap, dat ze er geen flauw benul van had dat er ongewenst bezoek was. Omer Samaey was in zijn nopjes: “’t Is goed, zei hij, ze snurkt.” De twee kerels gingen naar boven, duwden de valdeur van de verdieping weg, drongen de slaapkamer binnen en zochten hier en daar wat rond tot ze 3.300 fr. bij elkaar hadden. En mw. V.M. die snurkte voort. Een meevaller natuurlijk voor Titeca en Samaey, maar die lieten ter zitting duidelijk horen dat ze - onafgezien nog van het voordeel voor hen - het mens die rustige diepe slaap van harte gunden.

“Voilà”, zei Omer Samaey, “en dat was alles”. Als om te zeggen; “zo kwaad bedoelden we het niet”.

Te Zandhoven - februari 1968 - gingen Omer Samaey en Reginald Titeca in gelijkaardige omstandigheden op stap, dit keer in gezelschap van Willy De Bruyne. In het landhuisje van Willy Libert werd een fototoestel gestolen, dat Titeca nadien in het kanaal Oostende-Brugge wierp “omdat hij er toch niets mee kond doen”. Maar dat was niet alles. Bij die gelegenheid gingen ze ook aan de haal met enkele flessen wijn. De grote vraag is alleen hoeveel flessen het eigenlijk waren, twee of drie? Het hof boog zich enkele minuten over deze kwestie, maar ofschoon het er waarschijnlijk drie zullen geweest zijn - eentje per man - zekerheid is er niet gekomen. Of Willy Libert nu twee of drie flessen wijn kwijtraakte zal ook in de toekomst een vraagteken blijven, de benadeelde zelf kon het ook niet vertellen.

En wat te zeggen over die twee hammen die op een andere plaats werden meegepikt. Niet veel, want die werden opgegeten. Anders was het gesteld met de dure bontmantel die toen ook werd meegegapt. “Akkoord, hij is teruggevonden, maar hij was beschadigd”, zegt voorzitter André Maes.

Omer Samaey is verontwaardigd. “Beschadigd, meneer de voorzitter”, protesteert hij. “Mijn vrouw is lang en die bontmantel was te kort. Ze heeft hem wat uitgelengd.”

En zo sukkelde het hof verder van het ene overvalletje naar het andere. Soms ging het er wat ernstiger aan toe - er waren ook diefstallen van 16.000 fr. en meer en van bepaald waardevolle voorwerpen - maar in de regel kregen raadsheer Maes en zijn bijzitters te maken met producten als een aluminium wasbak, een tafeltapijt, een paar konijnen en tussendoor een pullover.

De vijf

De individuele ondervragingen van de twaalf gaf al evenmin de indruk dat men te maken had met keiharde gangsters, al sluimerde bij sommigen van hen wel de aanleg - en de bedoeling bovendien - om het verder te brengen dan op een amateuristische manier hier en daar wat mee te pikken.

Meneer Jacob Bracke bv. had bepaald een misdadig trekje in zijn karakter, al heeft hij een tijd lang een normaal familieleven geleid toen hij werkte in het schrijnwerkersbedrijf van zijn vader. In 1968 kwam de ommezwaai. Samen met Gregoire Veldeman organiseerde hij een stuntvertoning aan het Donkmeer te Overmere. De stunt bestond erin dat iemand - een zekere Roland Van de Putte als we het goed hebben - met een auto via een houten steiger met volle geweld in het meer reed. Dat soort voorstellingen deed het een tijdje bij het publiek en Bracke zegde dat hij er 400.000 fr. aan verdiende, een bedrag dat ook getrokken werd door Gregoire Veldeman. In die periode was Bracke - een heel fijne meneer van 30 jaar in een goed zittend modisch pak - een zaak begonnen in tweedehands wagens. Geleidelijk verzeilde hij in de wereld van de misdadigheid, want daar was gemakkelijk geld te verdienen.

“Voor mezelf heb ik het nooit gedaan”, legt hij op de zitting uit. “Mijn ongeluk is dat ik te gevoelig ben van inborst en alle misdrijven die ik beging hadden als uitsluitende bedoeling mijn vriend Gregoire Veldeman uit de financiële schulden te halen.”

Omer Samaey (45 jaar en de oudste van de twaalf) geeft de indruk naïef-eerlijk te zijn in zijn uitleg. Dat is al iets, maar het nadeel van zijn verklaringen is dat hij bijzonder snel praat en in plat Brugs dialect, wat dit Oost-Vlaams gezelschap in grote moeilijkheden brengt. Hij komt er rondweg voor uit dat hij verkeerd handelde, maar zijn leven heeft nooit veel kleur gehad. Hij werd als tweede van tien kinderen geboren in een arbeidersgezin dat aan de steenbakkerij woonde. Vanaf zijn dertiende jaar reeds werkte hij in die steenbakkerij. Zijn vrouw is zenuwziek en verblijft veelal in een inrichting. Verder zijn er twee kindjes waar niemand over praat. En er waren de duivensport en de stroperij die voor Samaey een passie werden. Plus de misdaad waar hij zijn hand niet voor omdraaide.

Reginald Titeca spreekt ook zonder omwegen. “Ik werd aangetrokken door het avontuur”, zegt hij. “Ik weet zelf niet hoe dat komt.” Ook hij stamt uit een goed aangeschreven gezin en hij leidde een onberispelijk leven tot het mis liep. Hij heeft een kindjes dat geboren werd toen hij in de gevangenis zat. “Als ik dat kind maar wat eerder had gehad”, mijmert hij vandaag. “Het was misschien allemaal niet zo ver gekomen. Nu gaat het niet goed meer thuis”, mijnheer de voorzitter, “nee, ’t gaat niet goed”.

En met Karel Van den Berghe ging het ook al scheef, ook al studeerde hij goed, had hij een bloeiende handelszaak en een la even goede reputatie. “Het spijt me zeer”, legt hij uit, “ik ben tot bezinning gekomen nu het te laat is.”

En Gregoire Veldeman, als laatste van de vijf hoofdbeschuldigden, windt er helemaal geen doekjes om. Hij was zo zwaar in de schulden geraakt dat hij uit stelen ging om een uitweg te vinden, welbewust daarom. Nu heeft hij er spijt van, maar gelukkig heeft zijn vrouw hem niet in de steek gelaten. “Ik moet ze bewonderen”, zegt hij.

En de zeven

De andere zeven speelden slechts een nevenrolletje. Leopold Samaey (35), de broer van Omer die bij gelegenheid “zomaar meedeed”, Willy De Bruyne die zo streng werd opgevoed “dat het misschien daarom is, mijnheer de voorzitters at ik een tijdje losbandig leefde”, en Daniël Van Roose (34), die de hele zaal aan het schrikken brengt als hij met een stem als een trompet aan het praten gaat bij een opmerking van de voorzitter die zegt dat deze beklaagde gescheiden is, maar wel in zijn voordeel.

“Het zal nog niet zijn”, barst Daniel los als in een leeuwenkuil. “Mijn vrouw was iedere dag stomdronken als ik thuis kwam van mijn werk. We zijn na een tijdje in een café gaan wonen, daar is het begonnen hé. Keus genoeg aan drank. Ze ronk een pintje, en nog eentje en nog een. Ten slotte stond ze ’s nachts op om te gaan drinken. Amai. Enfin, ge weet hoe dat gaat hé, mijnheer de voorzitter.”

De voorzitter staat er op te zeggen dat hij niet weet hoe dat gaat en om het gesprek in een andere richting te sturen, zegt hij “En ge hield van wapens, nietwaar?”

“Wat belieft er u?”

“Dat ge graag wapens bij had.”

Daniel Van Roose straalt van genoegen. “Wapens”, glundert hij, “dat is mijn leven.” Maar hij wil hieromtrent geen misverstand zien ontstaan.

“Let wel, meneer de voorzitter, dat is gewoon een liefhebberij. Het zijn er die andere liefhebberijen hebben, vrouwen bv. of drank. Hewel voorbij zijn dat wapens. Kleiduiven schieten om maar een voorbeeld te noemen.”

Daniël staart in verrukking naar het plafond, voor zijn geestesoog passeren ongetwijfeld een hele reeks brownings en mausers en wat snelle kleiduiven erbij.

De overigen, Jean Van Heule, Hedwig Vermeire, Georges Borms en Gerard Thys komen nauwelijks aan bod. Als helers - zonder het te weten zeggen ze - blijven ze op het achterplan. Voor hen is het al erg genoeg dat ze voor een Assisenhof moeten verschijnen.

Gelukkig maar dat dinsdag ook de overval op de Kredietbank te Aalst, waarbij Bracke, Omer Samaey, Titeca en Van den Berghe betrokken waren, aan de orde kwam. Zo werd het prestige van dit Assisenhof nog enigszins gered.

De Limburger Gerard Cornelis Thys, als twaalfde van de beschuldigden - niet aangehouden overigens - steekt het niet onder stoelen of banken dat hij niet goed begrijpt waarom hij eigenlijk voor een Hof van Assisen moet verschijnen voor heling van een partij van 950 kg. koperdraad. “Ik hoor hier dat er nog aan iemand anders koperdraad werd verkocht”, viel hij uit, “maar ik zie die hier nergens zitten.”

Dat werd onmiddellijk een fel incident en openbaar aanklager Jules D’Haenens voer nijdig uit “dat het niet de beschuldigden zijn die moeten zeggen wie er moet vervolgd worden en wie niet.”

Daarmee kon Thys gaan zitten. En gelukkig maar dat die woordenwisseling ontstond toen de zitting al een tijdje bezig was, anders had zelfs dat niet gekend vermits er aanvankelijk geen zitplaats was voor Gerard Thys. Maar ze hebben hem dan maar gauw een stoel gegeven en van Gerard Cornelis Thys werd aldus tenminste het zitvlak gespaard. Dat is dan ook zijn enige meevaller geweest.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Maart 1973

Assisenhof van Gent klaar voor advocaten-finale

Op 12 augustus 1970 om tien minuten voor vieren - dat was vlak voor sluitingstijd - stapte het veertienjarig meisje Georgette Huybrechts van haar fiets (ze was boodschappen gaan doen) en wou aan de Moorselbaan het gebouw binnengaan waar haar ouders een appartement bewoonden, vlak boven het bijkantoor van de Kredietbank. Het werd een sensationele thuiskomst, want net tevoren waren Omer Samaey en Reginald Titeca het kantoor van de Kredietbank binnengevallen om de overval te plegen, terwijl Jacob Bracke buiten achter het stuur van een gereedstaande auto zat te wachten.

Toen Georgette langs het kantoor stapte, beleefde ze meteen de grootste schok van haar jonge leven. Iemand die een revolver in de hand hield en die zijn gelaat verborg achter een hoog opgetrokken pullover - dat was de h. Titeca - duwde haar zonder complimenten de kamer binnen en bedreigde haar met zijn wapen.

Georgette Huybrechts had goed te stamelen. “Maar meneer - Georgette had een goede opvoeding genoten - ik heb toch niets gedaan”, de man met de pullover voelde weinig voor een uitgebreide conversatie en riep bars: “Hier blijven staan of ik schiet iedereen dood.” Zijn collega in de misdaad Omar Samaey leverde eveneens een overtuigende bijdrage in dit korte gesprek.

“Gauw, gauw, ‘k heb hier bommen bij en dat moet hier vooruitgaan”, zei Omer in zijn plat Brugs dialect.

Dat zijn zo van die omstandigheden die weinig bevorderlijk zijn voor een verdere gedachtenwisseling. En dus hield Georgette wijselijk haar mondje. Dat deden ook de kantoordirecteur en de drie vrouwelijke bedienden. Titeca en Samaey scharrelden ruim 400.000 fr. mee, wierpen een rookbom op de kantoorvloer en gingen er als de wind vandoor.

Die overval op de Kredietbank waarbij verder nog, zij het dan minder direct in de uitvoering, Karel Van den Berghe betrokken was, vormt meteen de hoofdaanklacht in een lange reeks van beschuldigingen van minder belang, en deze stunt in Aalst heeft er voor gezorgd dat het uiteindelijk een aangelegenheid werd voor het Assisenhof.

Het hof heeft zich ook vandaag met deze hold-up te Aalst bezig gehouden, want Georgette Huybrechts moest getuigenis komen afleggen. Maar op die twee jaar is de situatie op meerdere gebieden duidelijk geëvolueerd. Het spring-in-’t-veldje van twee jaar geleden is nu een aantrekkelijk kindje geworden met een lief gezichtje dat de bekroning vormde boven een charmant modisch-ensemble van zwart en rood.

Maar er is nog iets anders gebeurd. Toen de bende in 1971 achter de tralies ging en het tot een wedersamenstelling kwam, is Reginald Titeca, ditmaal zonder pullover over het hoofd, naar Georgette Huybrechts gegaan en heeft hij zich bij haar hoffelijk verontschuldigd. En heel stilletjes heeft hij haar gevraagd (hij is een timide en teergevoelige jongen, zei eerste opperwachtmeester Hoornaert later tijdens zijn moraliteitsverslag over Titeca) of zij hem een briefje wilde schrijven in de gevangenis. En vermits in de lente van een meisjesleven alles mogelijk is, heeft zij - ook heel stilletjes - beloofd dat zij dat zou doen. Georgette hield woord. Ze schreef een briefje en nog een - de correspondentie duurt nog altijd voort. Naar beweerd wordt heeft zij hem, deze timide revolverzwaaiende en knappe jonge, heel onlangs een cadeautje opgestuurd.

Begrijpelijkerwijze glijdt voorzitter Maes met spoed over dit vervelend detail heen. Maar toch wou hij er haar even over polsen. In de klassieke ambtelijke taal stelde hij haar de volgende vraag:

“Werd in deze brieven alleen gehandeld over de feiten?”

“Ja”, zei Georgette, maar ze bloosde.

Blozen deed de bediende van de Kredietbank Irma Piron niet, ze is er ook al vijfendertig. Over de bankroof weet ze trouwes niet veel te vertellen. “Er waren twee kerels die binnenstormden, geld roofden en een bom gooiden.”

“Een bom?” Vraagt de voorzitter. “Is er geen sprake geweest van een granaat?”

Voor Imra Piron zijn bommen en granaten allebei even gevaarlijk. Maar die vrouwen zegden dat het een bom was, dus zal dat wel zo geweest zijn. Zij kan alleen maar vertellen dat ze als gevolg van al die rook de volgende dag fikse hoofdpijn had en nog keelpijn erbij. Dat is alles. Irma Piron schenkt de voorzitter met zijn witte haren een stralende glimlach.

En daarmee was de bankroof te Aalst definitief afgehandeld en voorzitter Maes gaf alle aanwezigen een kwartiertje vrije tijd om er daarna met nieuwe moed aan te herbeginnen. Bij het buitengaan - ho, toeval - liepen Georgette en Reginald Titeca heel eventjes naast elkaar. Titeca (23) kneep haar eventjes in de arm. “Merci”, zei hij.

De moraliteit

Voor de rest is er woensdag weinig gebeurd in dit sukkelachtige procesje, van mini-formaat ondanks de vele beschuldigden. Omzeggens de ganse dag werd besteed aan het beluisteren van de moraliteitsverslagen , die opgesteld werden door diverse wachtmeesters van de rijkswacht. Die moraliteitsbevindingen vallen over het algemeen nogal mee. Niet dat de heren nu bepaald tot de categorie van de engelachtige behoren, maar van het ware gangstertype zijn ze toch ook niet. Dat bleek ook uit wat de wachtmeesters te vertellen hebben. Alleen omschrijven die de hoedanigheden van elke beklaagde op een manier die moeilijk verenigbaar is met een rustige niet geëngageerde benadering. Als deze heren in uniform tijdens hun “moraliteitsonderzoek” ook goede eigenschappen vinden, verwoorden zij die in regel als volgt: “Toch moet ik toegeven, meneer de voorzitter, dat X goed aangeschreven stond”, of iets in die trant.

Wat er voor een moraliteitsgetuige in feite “toe te geven” valt, mag Joost weten. Niet dat zoiets bewust gebeurt of de waarheid verdraaien wil, nee dat is waarschijnlijk beroepsmisvorming - te veel processen-verbaal opgesteld.

Overigens kun je bezwaarlijk iedereen over dezelfde kam scheren. Er waren er ook, bv. opperwachtmeester Hendrik Coppieters van de BOB Dendermonde, die een zeer knap, weloverwogen en in stijl gebrachte verklaring aflegde.

Dat deed ook onderzoeksrechter Leo Tas, van Dendermonde, die een bijzonder objectief en in fraaie bewoordingen uitgesproken relaas bracht over het geheel van de ten laste gelegde feiten. Hij werd er trouwens om gefeliciteerd door voorzitter Maes.

En voor de eerste keer in dit proces zijn er woensdag ook enkele tranen geweest. Dat gebeurde toen de moeder van Karel Van den Berghe getuigenis kwam afleggen. Zij laat haar jongen niet in de steek, zij vindt trouwens dat haar man de kinderen veel te streng opvoedde, dat kon alleen maar wrok aankweken.

Ook de vrouw van Van den Berghe heeft haar echtgenoot niet verloochend. “Met open armen zal ik hem ontvangen als hij thuiskomt”, zei Simonne Stalpaert. “Ons kindje van vier jaar snakt naar dat moment. Iedere week ga ik mijn man in de gevangenis bezoeken. Het kleine meisje gaat dan mee, maar gelukkig beseft ze het niet. Ze denkt dat papa in de gevangenis werkt.”

Voor de Limburger Thijs verloopt het proces minder bewogen. Als laatste van de reeks beschuldigden - een helingsaffaire van 950 meter koperdraad - werd hij ook “moreel” onderzocht - een meevaller trouwens over de hele lijn.

Alleen vond voorzitter Maes het toch een beetje raar dat iemand die te Oudenburg bij Oostende kennelijk zo enorm sympathiek is niet verkozen is geworden toen hij opkwam tijdens de gemeenteraadsverkiezingen.

Maar de te Peer in Limburg geboren Thys wou niet de (…) worden van die gedachtenwisseling. “Dat komt”, zei hij met galmende stem, “omdat ik als laatste op de lijst stond. Dat is al hetzelfde als hier. Daar ben ik ook de laatste van de rij.”

En meteen is alles klaar voor de langdurige finale als alle advocaten aan de beurt komen om hun zegje te doen. Het wordt tijd voor de voorzitter dat het zo ver is. Woensdag heeft hij zich al eens flink vergaloppeerd toen hij op een merkwaardige manier inpikte bij een bemerking van moeder Van den Berghe, die er zo min of meer haar beklag over maakte dat haar man de kinderen zelfs niet toeliet op straat te spelen.

“Ik vind dat ook”, aldus raadsheer Maes, “kinderen moeten niet op straat spelen. Daarbij, de meeste beschuldigden die ik in een assisenzaal ontmoet, hebben op straat gespeeld toen ze klein waren.”

Mr. Piet Van Eeckhaut was daar heel erg boos om. En dat was te begrijpen. Er zijn nogal wat kinderen van advocaten - hier aanwezig - die op straat spelen …

Bron: Gazet van Antwerpen | 29 Maart 1973

Een rekwisitoor zonder genade

Ik heb een rekwisitoor gehoord zoals ik het verwacht had, zei Mr. Dhooge. De procureur-generaal wil een collectieve bestraffing van deze beklaagden. Aan de jury wordt gevraagd een voorbeeld te stellen om onze maatschappij te beveiligen, maar dat kan alleen door het schuldig uit te spreken en een zware straf op te leggen. Ik ben het niet eens daarmee. De gerechtelijke traditie wil dat een oordeel wordt uitgesproken over een individuele schuld.

De advocaat, een bekend strafpleiter met 36 jaar ervaring, hield donderdag een meesterlijk pleidooi voor het Gents Assisenhof, waar twaalf beklaagden terechtstaan voor een lange reeks misdrijven van minder ernstige aard en velen van hen voor een overval op een bijkantoor van de Kredietbank te Aalst, wat uiteindelijk ertoe leidde dat het ganse gezelschap als een bende werd beschouwd en voor de hoogste gerechtsinstanties werd gedaagd om verantwoording af te leggen.

Het lot van deze twaalf ligt nu in de handen van de jury die vermoedelijk vrijdag - en dat kan zeer laat worden - een uitspraak moet doen en zich moeizaam een weg moet banen door deze ingewikkelde doolhof van tientallen en tientallen vergrijpen en vergrijpjes, daarbij afwegend wiens visie het meest de serene rechtvaardigheid van de procureur-generaal of (er moet nu eens een einde komen aan die gevaarlijke en steeds maar stijgende criminaliteit) of die van de verdediging die beklemtoont dat angst een slechte raadgeefster is bij het nemen van een beslissing en dat bovendien rond deze hele geschiedenis een zodanige sfeer van banditisme en keiharde gangsterpraktijken werd geweven, dat de werkelijkheid volkomen vertekend werd.

Waarbij - volgens de verdediging - nog komt dat het opleggen van zware straffen de criminaliteit in feite bevordert, en dat zeker de gevallen mens recht heeft op begrip en bijstand van zijn medemensen.

Hard rekwisitoor

Het werd donderdag inderdaad een rekwisitoor dat in niets afweek van het klassieke patroon. Voor de openbare aanklager de h. Dhaenens valt er geen enkel goed woord te zeggen over de twaalf beklaagden. Zelfs de zeven die slechts zijdelings in de affaire betrokken waren - meestal als helers - kregen een grote nul op het rapport van de substituut.

“Ik wil speciaal onderstrepen”, aldus de h. Dhaenens, “dat het hier niet ging om occasionele misstappen zoals er zoveel komen voor de correctionele rechtbank. Nee, hier gaat het duidelijk om en bendevorming en om een escalatie van het geweld over de laakbare mentaliteit dat het langs de misdaad om toch zo gemakkelijk is om aan geld te komen.”

De overval op het kantoor van de Kredietbank te Aalst in augustus 1970 is daar een duidelijk voorbeeld van. Dat was geen amateurisme. Nee, hier werd het scenario gevolgd van de ware beroepsmisdadigers. Dat er daarbij geen doden vielen is volgens de aanklager een gelukkig toeval “want zij zouden geen moment geaarzeld hebben om te schieten als zij in het nauw zouden geraakt zijn”.

Over de moraliteit en de persoonlijke achtergronden van de betrokkenen kan de h. Dhaenens kort zijn. Geneesheer-psychiater Dr. J. De Wilde heeft woensdagavond klaar en duidelijk gezegd dat alle beklaagden toerekenbaar zijn en dat ze in het leven een goede kans hebben gehad. Al de rest is literatuur.

Dat zij hier nu niet komen spreken over de opvoeding, de gezinssfeer en andere beschouwingen, vaart de aanklager uit, die daaraan absoluut geen belang hecht. Het gaat hier om een gevaarlijke criminaliteit waaraan paal en perk moet gesteld worden. De juryleden zouden er goed aan doen even te denken aan al die mensen achter het loket die iedere dag gevaar lopen slachtoffer te worden van gewetenloze bankovervallers.

Wij moeten de maatschappij beschermen, wij moeten onszelf beschermen en dat op een krachtdadige manier, luidt de slotbedenking van deze magistraat, die hoopt dat de beklaagden er niet licht zullen afkomen. Mildheid zou een gevaarlijk effect kunnen hebben. Het zou een aanmoediging kunnen betekenen voor banditisme.

Geen wraak

Veel genuanceerder was het pleidooi van Mr. Dhooge, de verdediger van beklaagde Bracke, die zijn opdracht echter ruimer zag en vooral bezwaren had tegen de repressieve taal van de openbare aanklager die de gerechtigheid ziet als een middel tot wraak - de beklaagden moeten definitief afgeschreven worden en verwijderd uit de maatschappij. Dat neemt Mr. Dhooge niet. Dat is een te gemakkelijke formule.

In de criminaliteit, zegt hij, bestaan geen toevallige oorzaken. En de meeste beklaagden hier zijn gaan doorhollen omdat ze als gevolg van geldelijke moeilijkheden hun maatschappelijke positie dreigden te verliezen. En iedereen weet zo stilaan wel hoe hardvochtig de wereld is als het op geld aankomt. Wie daaraan twijfelt moet vanavond zijn goede vrienden maar eens telefoneren en hun een geldelijke lening vragen om uit een onvoorziene miserie-situatie te geraken. Dat wordt dan bijna zeker een ontgoocheling.

Nee, het gaat er Mr. Dhooge niet om de schuld van zijn cliënt en van de anderen te ontkennen, daarover pleit hij niet eens. Ze zijn fout en ze moeten gestraft worden, maar straffen en straffen is twee. Het gevaar dreigt dat de jury in een reflex van angst en vergelding deze beklaagden weer in de onderwereld trapt in plaats van hen de kans op een nieuw leven te gunnen waarop zij recht hebben. Van Bracke werd door Dr. De Wilde gezegd dat hij recuperabel is. Welnu, bij ’n onmeedogende veroordeling met jaren gevangenis is hij niet meer recuperabel en kan hij niet meer op zijn stappen terugkeren. Dat geldt ook voor de anderen die nog betrekkelijk jong zijn en die staan voor het belangrijkste deel van hun leven - het middenstuk tussen de dertig en de vijfenveertig jaar.

Mr. Van Hulle, die Titeca verdedigt, komt ook even tussenbeide. Deze vrouwelijke magistraat gelooft niet meer in het voorbeeld dat Oost-Vlaanderen wil stellen, diezelfde taal hoorde ze reeds in 1967 en sindsdien is de situatie er zeker niet op verbeterd.

Ook Mr. Van Londerzele en eveneens verdediger van Reginald Titeca trok scherp van leer. Het recht zegt hij is meer dan het stellen van een voorbeeld. Het is trouwens gebleken dat de misdaadcurve steeg bij een scherpe beteugeling. Maar er zijn andere middelen om de criminaliteit terug te drijven. Alleen worden die in België niet toegepast. Wij moeten op dit gebied aan investering doen en preventieve maatregelen nemen.

Deze advocaat, die spreekt met galmende stem, situeert een werk van de gewezen procureur-generaal Bekaert die niet mals was in zijn beoordeling over de manier waarop in ons land de misdaad als maatschappijverschijnsel aangepakt wordt. Dat gebeurt aldus Mr. Van Londerzele en tegelijkertijd Bekaert, alsof iemand met stokken optrekt tegen tanks.

Ook de bankfilialen kregen een veeg uit de pan. In plaats van ernstige voorzorgen te nemen tegen bankovervallen en zich te voorzien van aangepaste apparatuur, betalen ze liever een verzekeringspremie. Dat komt goedkoper uit.

Nog een ganse reeks advocaten - er zijn er zeventien in totaal - kwamen aan bod om hun zienswijze te geven over dit mager proces dat heel nipt, zonet zonder kritiek Assisen haalde. De verdediger van Grégoire Etienne, Mr. Etienne De Ridder, ging er bepaald met de vuile voeten door. Zijn pleidooi was in feite een aanklacht en hij moest eens lachen met al dat gedoe over “een van de gevaarlijkste benden die Oost- en West-Vlaanderen drie jaar lang teisterden”. “Kom nou”, zegt mr. De Ridder, “als dat een bende is, dan was die van Baeckelandt indertijd andere koffie.”

“Maar ja, men heeft nu eenmaal nodig geacht er een groot proces van te maken in plaats van het voor de correctionele rechtbank te brengen. Met als gevolg ondermeer dat enkele mensen er hun reputatie bij inschieten, zoals die man die 950 meter koperdraad aankocht van twijfelachtige oorsprong. En als ge dan hoort over diefstallen van een wasbak en een paar flessen wijn en een tafelkleed - en dat in een Assisenhof - dan kan deze advocaat niet meer volgen. “Oh ja”, zegt hij, “er zijn ergens ook twee lammeren gestolen en gedood om opgegeten te worden.” De moord op twee schuldige lammeren, mr. De Ridder heeft er geen woorden voor.


Vermoeid en gelaten heeft iedereen de donderdagavond gehaald. Vermoedelijk worden hedenmorgen reeds de vragen over de schuld gesteld - dat zijn er meer dan honderd alstublieft. Nadien wordt het hele procedé nog eens herhaald en komen de procureur en de hele rij advocaten nog eens om de beurt aan het woord om over de strafmaat te pleiten. Dat wordt een marathon, die volgens sommig sombere voorspellingen kan duren tot een stuk in de nacht. Pas dan weten de twaalf of ze naar huis kunnen of verder op staatskosten het celregime moeten volgen.

De misdaad wordt duur betaald en niet alleen door misdadigers.

Bron: Gazet van Antwerpen | 30 Maart 1973

De meeste beklaagden werden schuldig bevonden

Na een beraadslaging die zes uur duurde, heeft de jury van het Hof van Assisen te Gent geantwoord op de 179 vragen die haar gesteld werden over de schuld van de twaalf mensen die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken waren in een reeks overvallen, diefstallen en diefstalletjes gepleegd in Oost- en West-Vlaanderen tijdens de periode van 1968 tot 1971. De zwaarste aanklacht was de betichting van een bankoverval op een bijkantoor van de Kredietbank te Aalst - in augustus 1970 - die gepleegd werd door Jacob Bracke, Karel Van den Berghe, Reginald Titeca en Omer Samaey.

Zoals te verwachten was, hebben de twaalf gezworenen de voornaamste beklaagden schuldig bevonden aan wat hen ten laste was gelegd, met uitzondering van enkele punten van aanklacht in de lange reeks waarover twijfel bestond. De advocaten hadden trouwens de schuldigheid van hun cliënt geen ogenblik betwist tijdens hun pleidooien.

Wel enigszins verrassend was dat het een vrijspraak werd voor vier van de vijf betichten die zich voor heling te verantwoorden hadden. Dat de Limburger Gerard Thijs de dans netjes ontsprong is nauwelijks verbazend te noemen - omwille van de aankoop van 950 meter koperdraad voor een Assisenhof gedaagd worden is inderdaad nogal sterke koffie - maar dat ook Daniel Van Roose en zeker Jean Van Heule en Hedwig Vermeiren (die laatste twee wegens heling van fiscale zegels) volledig van schuld gezuiverd worden en zonder enige blaam naar huis kunnen terugkeren, is een beslissing die niet op voorhand als een zekerheid kon gelden.

Daarmee heeft de jury, die onze maatschappij vertegenwoordigt, in zekere zin te kennen gegeven dat er wel degelijk ernstige gronden aanwezig moeten zijn om een Assisenhof-procedure te rechtvaardigen en wellicht ligt in deze uitspraak de bedenking gesloten dat deze vier mensen al hard genoeg op de vingers werden getikt, omdat zij voor het assisenhof als hoogste gerechtsinstantie gebracht werden. Alleen voor Georges Borms, eveneens beticht van heling, gaat deze regel niet op. Deze Aalstenaar, die aangehouden ter zitting verscheen omdat hij zich nog voor een andere beschuldiging te verantwoorden heeft buiten het kader van het Assisenhof, werd namelijk wel schuldig bevonden, zij het dan met een stemmenverhouding van zeven tegen vijf. Het hof, dat zich hieromtrent te beraden had, heeft zich bij deze uitspraak aangesloten, wat voor de hand lag.

Vermeire en Van Heule waren zwaar onder de indruk van deze uitspraak, ze wilden iedereen die voorbij kwam de hand drukken en ze straalden van opluchting. Thijs, die zijn ongerustheid nochtans het hele proces lang achter een reeks kwinkslagen verborgen had, vierde de uitslag op zijn manier. Hij riskeerde een paar uitgelaten danspasjes in de lange wandelgang en hij vertoonde de neiging het inzicht te hebben (oh die ambtelijke taal) een paar geweldige luchtsprongen te riskeren, desnoods tot aan de luchters - een eventuele betrachting die overigens tot de onmogelijkheden behoort omdat luchters in dit oude, zich kommervol overeind houdende justitiepaleis al lang vervangen werden door neonbuizen.

Nog een hele dag

Met deze ja’s en eens is het proces echter nog lang niet afgelopen. De hoofdbrok moet in feite nog komen, want heden zaterdag gaat de marathon verder. Voorzitter Maes verwacht alle betrokkenen te 9u in de ochtend. Dan zal openbare aanklager Dhaenens andermaal aan het woord komen om zijn strafvordering te eisen en die zal niet licht uitvallen. Donderdagavond nog - er werd toen tot 22u gezeteld - heeft de substituut het reeds op voorhand duidelijk gemaakt dat hij strenge straffen zal vragen. Hij houdt zijn mening staande dat de heren nu maar eens goed hun lesje moeten leren, omdat het al te gortig wordt met de misdaadbeoefening in dit land en bankovervallen tot de dagelijkse gewoonte beginnen te behoren.

De advocaten der verdediging zijn het daarmee uiteraard niet eens en zij zullen eveneens omstandig aan het pleiten gaan om de straftoepassing in redelijke banen te houden. Daarna moeten de jury en hof samen uitspraak doen.

Als het een beetje wil tegenzitten wordt het middernacht en dus zondag 1 april. Jammer genoeg geen aprilvis.

De taal van de wet

Alles bij elkaar genomen heeft de jury zich vrijdag nog erg snel door de beraadslaging over de schuld heengewerkt. 179 vragen in een tijdsbestek van zes uur verwerken is inderdaad een prestatie van belang. Des te meer omdat al deze vragen in een taal zijn gesteld die een behoorlijke concentratie vereist om er de juiste waarde van af te meten. Openbare aanklager Jules Dhaenens had de twaalf gezworenen er donderdag reeds voor gewaarschuwd dat zij misschien verrast zou zijn door de stijl en door de zonderlinge taal.

Die geestelijke voorbereiding was beslist op haar plaats, vermits de taalkundige en de grammaticale aankleding van de vragen beslist enige denkacrobatiek vereist voor iemand die niet gewend is aan de gerechtelijke terminologie. “Maar ja”, zei substituut Dhaenens, “dat is nu eenmaal de taal van de wet, daar kunnen we niet onderuit.”

Ter illustratie hiervan de tekst van de eerste vraag:

“Eerste vraag - hoofdfeit (in ieder geval te beantwoorden) is de beschuldigde Bracke Jacob Emiel er aan schuldig, als dader - mededader in de zin van het artikel 66 van het strafwetboek, om het misdrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt of om door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat, zonder zijn bijstand, de misdaad niet had kunnen gepleegd worden, hetzij door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, de misdaad rechtstreeks te hebben uitgelokt, namelijk om roerende zaken die hem niet toebehoren, meer bepaald een geldsom van ongeveer 413.950 fr. bedriegelijk te hebben weggenomen ten nadele van de NV Kredietbank, afdeling Aalst, filiaal Moorselbaan, te Aalst op 12 augustus 1970”.

Met in gedachten de 178 vragen die daar nog op volgden had vrijwel iedereen er op gerekend dat het gemakkelijk tien uur in de avond zou kunnen worden vooraleer het hele pakket verteerd en beantwoord zou zijn. Maar de twaalf dapperen dachten daar anders over. Mogelijk een snelheidsrecord vestigend - iedere vraag dient individueel beantwoord te worden en nadien worden de stembriefjes elektrisch verbrand - kwamen de dames en heren reeds om half zes en nauwelijks getekend door het voorbije denkproces uit de beslotenheid van hun vergaderkamertje te voorschijn om hun verdict kenbaar te maken.

In de loop van de namiddag werd door de zich beradende juryleden een briefje opgesteld en onder de deur geschoven, de gang in. Daarin stond te lezen dat het gezelschap dorst had en erg graag een kopje koffie wou drinken. Meteen werd echter de toegelaten verbruiksnorm overschreden, want er staat geschreven dat de leden van de jury slechts recht hebben op een door de staat betaalde warme maaltijd, gevolgd door één kopje koffie per persoon.

Voorzitter Maes ging met dit voorstel van mensen in nood evenwel akkoord. “Goed zo”, besloot hij, “maar dan op eigen kosten.” Wet is wet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 31 Maart 1973

Van tien jaar tot negen maanden opsluiting

Na een laatste lange en afmattende dag, die al om 9u ’s morgens begon, heeft voorzitter André Maes zaterdagavond om halftien het vonnis voorgelezen dat over acht mensen werd geveld die er van beschuldigd werden van 1968 tot 1971 een lange reeks diefstallen te hebben gepleegd in de provincies Oost- en West-Vlaanderen met als enige grote uitschieter een in augustus 1970 uitgevoerde roofoverval op een bijkantoor van de Kredietbank te Aalst.

Dit verdict is al bij al nog een meevaller geworden voor de beklaagden, want de jury, die samen met de leden van het Hof de straf bepaalde, heeft niet willen ingaan op de naar verhouding zware vordering van openbare aanklager Dhaenens die vijftien jaar had geëist tegen de hoofdbeschuldigde Jacob Bracke, Omer Samaey, Reginald Titeca en Karel Van den Berghe, en tien jaar tegen Gregoire Veldeman.

Ook de beklaagden van tweede rang kregen het in de strafeis van de procureur zwaar te verduren en het was alleen Leopold Samaey die een eenzame uitzondering maakte. “Hij is de ongevaarlijkste en de sympathiekste”, zei de procureur. “Tegen hem vraag ik twee jaar waarvan een gedeelte voorwaardelijk zodat hij vanavond nog naar huis kan gaan.”

Gemilderd

Jury en Hof zagen het anders. Na een beraadslaging van drie en een half uur las een vermoeide voorzitter volgend vonnis voor:

Tien jaar dwangarbeid voor Jacob Bracke, zeven jaar opsluiting voor Omer Samaey, negen jaar voor Titeca, acht jaar voor Van den Berghe en Veldeman, achttien maanden voor Leopold Samaey, vijftien maanden voor Willy De Bruyne en negen maanden voor Georges Borms plus een boete van vijftig frank (maal dertig).

Voor deze laatste, die uitsluitend van heling beschuldigd werd - de enige trouwens van de vijf helers die schuldig bevonden werd - geldt dat zeven van de negen maanden voorwaardelijk zijn. Ook Leopold Samaey kreeg tien van de achttien maanden voorwaardelijk en vermits hij reeds 8 maanden uitzat in voorarrest mocht hij dezelfde avond nog als vrij man naar het West-Vlaamse Oudenburg terugkeren waar het voorbije proces - in deze kleine gemeenschap - enorm veel beroering heeft verwerkt.

Maatschappijkritiek

Dat het getij voor deze half-en-half-gangsters dus uiteindelijk nog ten dele gekeerd is, hebben ze aan hun advocaten te danken van wie sommigen zaterdag een pleidooi hielden van een allure die een heel stuk uitsteeg boven wat gebruikelijk op een Assisenhof wordt gehoord.

Bepaald merkwaardig in hun tussenkomsten waren de verdedigers van Omer Samaey, de wildstroper en de duivenmelker die, misschien zonder het zelf te beseffen, het pad opging van de misdaad.

Mr. Johan Weyts uit Sint-Kruis-Brugge concentreerde zich op de mens Omer Samaey, de “domme kracht”, die gebruikt werd en misbruikt werd, de wildstroper en steenbakker uit het lage West-Vlaamse polderland, iemand die behoort tot de eenvoudigen van geest en die zweeft aan de rand van de debiliteit zoals de psychiater zei. “Ik bid u, vroeg Mr. Weyts, wees mild voor Omer Samaey. Hij is vijfenveertig en heeft toch niets onherstelbaar gedaan”.

En toen kwam Mr. Leo Martens, de kleine al wat oudere advocaat uit Sint-Amandsberg, die wegging van zijn cliënt om de misdaad als maatschappijverschijnsel te ontleden en die zaterdag in de sombere Gentse Assisenzaal uitgroeide tot een reus.

“Ik ben onthutst”, zei Mr. Martens, “als ik de taal hoor van de openbare aanklager. Hij eist zeer strenge straffen tegen deze mensen, niet alleen om wat zij misdeden maar ook om wat anderen doen. In hen wil hij ook de anderen waarschuwen, want hij wil een voorbeeld stellen: een afschrikmiddel. Maar ik moet u zeggen dat deze theorie in het moderne strafrecht als verwerpelijk geldt.”

Mr. Martens ontkende niet dat het Westen een golf van criminaliteit beleeft. “Maar dat komt omdat in de welvaartssituatie, die wij nu kennen, een gevaarlijk element zit: de onrechtvaardige verdeling van de welvaart. Ge kunt straffen zo hard als ge wilt”, meneer de procureur, “ge kunt uw politiekorpsen uitbreiden en sterker maken maar ge zult in ons land geen vermindering krijgen in de misdadigheid. Dat is een wetenschappelijke determinant”.

Ook Piet van Eeckhaut, die Van den Berghe verdedigde, deed in een bewogen pleidooi aan felle maatschappijkritiek. “’t Is weer klaar, hé”, riep hij uit, “kraakt ze maar, stopt z’er maar In, in de gevangenis. Zo eenvoudig is dat. Maar de oorzaken van de miserie, daarover praat niemand. Durft men zeggen dat in dit land een opvoeding wordt gegeven die leidt naar burgerzin? Nee, dames en heren, geld, consumptie en geldingsdrang, dat zijn de grote waarden”.

Voor het gevangenissysteem had deze advocaat alleen harde woorden over. “Ik ga u een voorbeeld geven”, zei hij. “Weet ge waar deze beklaagden zaten terwijl gij uw beraadslaging hield? Welnu, ze zaten in kleine hokjes met tralies voor, hier beneden in de diepe muffe kelders. Dat is geen drama, maar het is wel typerend. Het hele gevangeniswezen in België is een schandaal en wie dat wil ontkennen spreekt de waarheid niet. En de reclassering die doet het ook al langs geen kanten. Deze beklaagden moeten volgens de aanklager verpletterd worden, ze zullen in het gevangenismilieu terechtkomen en terugkeren als echte gangsters. Dat zal het gevolg zijn.”

De dames en heren van de jury schrokken van die harde taal. Ze milderden de straffen en als hun gezichten ernstig getekend waren dan is dat niet van vermoeidheid alleen. Als gelegenheidsrechters immers hebben zij dezer dagen geleerd hoe moeilijk het is een oordeel te vellen over medemensen, want de bestrijding van de misdaad is veel meer dan de toepassing van strafwetboekartikels - dat is een langzaam doordringend besef in onze tijd waarin de criminaliteit vaste voet heeft gekregen.

Maar of het voorbeeld, dat Oost-Vlaanderen heeft willen stellen dor een eigenlijk correctionele zaak naar het Assisenhof te brengen, ook helpen zal, dat is een andere kwestie. Zoals de advocaten het al zeggen: de ware oorzaken zitten veel dieper.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 April 1973

2,182

(0 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Bomaanslag op auto van Israëlische barhouder

  • Waar? Dejonckerstraat nr. 34, in Sint-Gillis » Google Maps

  • Wanneer? Nacht van 16 op 17 juni 1977

  • Wie?
    - Ernest V., handelaar uit Dilbeek
    - Jean Claude R., Fransman zonder gekende woonplaats
    - Daniël D., Fransman zonder gekende woonplaats
    - Jean P., elektrotechnicus uit Schaarbeek

  • Status: Onopgelost

In juni 1977 wordt de auto van een Israëlische barhouder opgeblazen. De eerste drie personen werden veroordeeld omdat er bij hen springtuigonderdelen gevonden werden. Jean P. werd veroordeeld omdat er naast springtuigonderdelen ook een machinepistool bij hem werd gevonden. De zaak is echter onopgelost omdat de rechtbank van oordeel was dat de vier personen niet betrokken waren bij de bomaanslag.

Auto van Israëlische barhouder ontploft te Sint-Gillis

De auto van de Israëlische barhouder Abbou Israël werd in de nacht van donderdag op vrijdag om 0u15 totaal vernield, toen een springtuig in de wagen ontplofte. De aanslag deed zich voor in de Dejonckerstraat, ter hoogte van het nr. 34, te Sint-Gillis-Brussel. Stukken van de voorruit werden tot op een afstand van 25 meter geslingerd. Het dak en de rechterdeur van de wagen werden helemaal verwrongen teruggevonden.

De eigenaar van de wagen was korte tijd voordien naar de wat verder gelegen “Yaffo Klub" aan de Jean Stasstraat gegaan. Abbou Israel, die in Algerije werd geboren en later de Israëlische nationaliteit verwierf, baat sinds verscheidene jaren voormelde club uit. Het gaat om een instelling die open is van 10 u 's avonds tot in de ochtenduren. Er worden o.m. folkloristische joodse dansen uitgevoerd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Juni 1977

Vragen rond ontploffing van voertuig te Sint-Gillis

Voor de Correctionele Rechtbank te Brussel verschenen woensdag de 32-jarige Belg Ernest V. uit Dilbeek, de 31-jarige Fransman Daniël D. uit Sint-Gillis en de 49-jarige Belg Jean P. uit Schaarbeek. Een tweede fransman, de 27-jarige Jean-Claude R. zonder gekende woonplaats, liet verstek gaan.

Allen moesten zich verantwoorden voor de ontploffing van een voertuig in de De Jonckerstraat te Sint-Gillis tijdens de nacht van 16 op 17 juni 1977. De vernielde wagen behoorde toe aan de lsraëliër Abdou Israël die samen met de eerste betichte het Israëlisch cabaret Jasso aan de Jean Stasstraat te Sint-Gillis uitbaatte. Op zeker ogenblik zou het tussen de twee uitbaters van het cabaret tot onenigheid zijn gekomen waarbij Ernest V. schade toebracht aan zijn tegenstrever door zijn voertuig door een springtuig te laten ontploffen

Openbare aanklager Mw. Tallon was overtuigd van de schuld van de betichten. Zo werd bij Jean P., een specialist in elektronica te Schaarbeek niet alleen allerlei springtuigmateriaal ontdekt maar ook een machinepistool. Er werd bij Jean P. een tuig besteld dat vanop een afstand een garagepoort kon laten opengaan en later werd hem door de eerste betichte gevraagd een tuig te vervaardigen dat springstoffen vanop een afstand tot ontploffing kan brengen.

De verdediging achtte de eerste betichte volkomen onschuldig. Mr. Guy Delfosse zei dat de beschuldigingen tegen zijn cliënt uitsluitend beruste op wat Jean P. uit Schaarbeek tijdens het onderzoek had verklaard. Jean P. had er volgens de advocaat alle voordeel bij te liegen en een ander te beschuldigen van het gebeurde. Uitspraak op een latere datum.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 juni 1980

Rechtbank acht opzettelijke ontploffing van voertuig niet bewezen

De Correctionele rechtbank van Brussel velde dinsdag vonnis over vier personen, die ervan beschuldigd waren tijdens de nacht van 16 op 17 juni 1977 een voertuig, toebehorende aan een van de uitbaters van een Israëlisch cabaret te Sint-Gillis, opzettelijk te hebben laten ontploffen.

Bedoelde wagen vloog tijdens voormelde nacht in de lucht maar de rechtbank achtte het niet bewezen dat de vier personen, die er voor terecht stonden, er bij betrokken waren.

Drie van deze vier personen bij wie springtuigonderdelen en ontstekers werden teruggevonden, kregen elk twee maanden cel effectief en 5.000 fr. boete. Het betreft de 30-jarige Belg Ernest V., handelaar uit Dilbeek, en twee Fransen zonder gekende woonplaats van wie de eerste voortvluchtig, de 27-jarige Jean Claude R., en de 31-jarige Daniël D.

De vierde man in deze zaak, de 44-jarige Jean P., elektrotechnicus uit Schaarbeek, kreeg drie maanden cel effectief en 10.000 fr. boete omdat in zijn woonplaats niet alleen sprintuigonderdelen, maar ook nog een machinepistool werden teruggevonden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 juni 1980

2,183

(6 replies, posted in Overzicht Bendes)

Over de moorden van de Waalse koppelbazen:

Morgen [26 januari 1992] is het exact drie jaar geleden dat Stéphane Steinier, journalist bij de Waalse krant La Nouvelle Gazette, spoorloos verdween. Vermoord door de in Wallonië zeer machtige maffia van de koppelbazen, zo neemt men aan. Zijn lijk werd nooit teruggevonden, en alle verdachten werden vrijgelaten en repten zich als hazen de grens over. Het verhaal van de “verdwijning” van Steinier evenaart het scenario van de ongelooflijkste maffiafilm, maar zoals ook al door andere affaires in Wallonië werd aangetoond is de realiteit daar soms stukken sterker dan de stoutste fictie.

Stéphane Steinier Wass 28 en beginnend journalist op de redactie van La Nouvelle Gazette in Charleroi. Op 26 januari 1989 in de late avond reed hij met zijn auto van de redactie terug naar de woning van zijn ouders in Montignies-sur-Sambre. Enkele honderden meters voor hij thuis arriveerde werd zijn wagen door drie handlangers van koppelbazen-capo’s tot staan gebracht. Daarna verdween hij van de wereld. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

Het gaat in het artikel onder andere over de moord op Stéphane Steinier, Virgilo Daga en Carmelo Bongiorno.

2,184

(10 replies, posted in Journalisten)

Zaak Steinier: zus van Bongiorno ook aangehouden

Onderzoeksrechter Sohet heeft een aanhoudingsmandaat geleverd tegen de 25-jarige Francesca Bongiorno, uit Andelues, wegens bedreigingen. Francesca is de zus van Carmelo Bongiorno, aangehouden in de zaak Steinier, de vermoorde Henegouwse journalist.

Francesca wilde bij een bankfiliaal de koffer van haar broer openen. Toen de gerant dat weigerde, bedreigde zij hem. Ondertussen heeft de raadkamer de aanhoudingsmandaten tegen Carmelo Bongiorno, Bruno di Donato, Davide Persico en "bekeerling" J.C. bevestigd.

De rijkswachtadjudant uit La Louvière, die eveneens bij de zaak betrokken zou zijn, is nog steeds niet opnieuw gehoord door de onderzoeksrechter.

Wel werd een onderzoek gedaan te Ressaix op het terrein, dat eigendom is van Carmelo Bongiorno, en waar Stephane Steinier zou vermoord zijn. Dat onderzoek wordt heden woensdag verder gezet. Ongetwijfeld hopen de gerechtelijke diensten er het lijk te vinden van Steinier of van iemand anders.

Carmelo Bongiorno heeft het terrein immers gekocht kort na de verdwijning van Adriaono Gattesco, de doelwachter van RUs Binche, die in het milieu van de koppelbazen thuis was en een goede vriend was van "bekeerling" J.C.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 April 1989

2,185

(10 replies, posted in Politiek & Business)

Over de politie leven en het einde van de carrière van Melchior Wathelet:

“Monsieur Projet” staat eindelijk op non-actief

De vroegere Belgische ’toppoliticus’ Melchior Wathelet (54) zal vanaf oktober geen Europees rechter mee zijn. Op 14 juli besliste de nieuwe federale regering van Guy Verhofstadt om het mandaat van Wathelet als Belgisch rechter bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in Luxemburg niet te verlengen. Geschiedenis heeft Wathelet niet geschreven in Luxemburg. Het is zelfs de vraag of men echt onder de indruk was van zijn judiciële prestaties aldaar. Acht jaar geleden was men dat in elk geval niet van zijn prestaties als minister, Daarom werd Wathelet in 1995 door toenmalig regeringshoofd Jean-Luc Dehaene met plezier afgevoerd naar Luxemburg. Dehaene had er zelfs één van die typisch Belgische politieke benoemingen voor over, tegen de publieke opinie en het gezond verstand in. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

2,186

(0 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Wat? Inbraak en overval op een echtpaar. De man - Louis Lhost - werd daarbij doodgeschoten. Zijn zoon raakte gewond.

  • Waar? Een alleenstaande villa in Athis

  • Waneer? In de nacht van 14 op 15 maart 1983

  • Wie?
    - Pietro Scimone; gearresteerd in het ziekenhuis van Maubeuge.
    - Luigi Cino, werkloze Italiaan
    - Jean-Claude Berghman

  • Buit: Twee jachtgeweren

  • Status: Opgelost

De daders hoopten de rijke industrieel die in de villa woonde te kunnen afpersen, maar dit liep verkeerd af omdat de man zich verzette. De drie daders werden in mei 1985 tot levenslang veroordeeld. Berghman had voor de moord al een groot strafblad. Tussen 1972 en 1976 liep hij zes veroordelingen op en hij had een strafblad in Spanje en Italië. Luigi Cino ontsnapte in december 1985 uit de gevangenis van Mons.

De drie daders tijdens het proces voor het Assisenhof van Henegouwen (van links naar rechts; Pietro Scimone, Luigi Cino en Jean-Claude Berghman):

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/proces12.jpg

Moord van Athis is opgelost

Op een persconferentie te Bergen werd dinsdag meegedeeld dat twee van de drie daders zijn aangehouden van de moord die zondag, omstreeks 1 uur 's ochtends, gepleegd werd te Athis. Tijdens een overval op een 78-jarige dame werd haar zoon, Louis Lhost (57) doodgeschoten. Bij die feiten werd een van de daders door de kleinzoon, Willy Lhost (33) met een karabijn aan de voet gewond. Er werd dus in klinieken en ziekenhuis goed uitgekeken.

Maandag bood zich in het ziekenhuis van Maubeuge (Frankrijk) een man aan met een erge verwonding aan de voet, die daarvoor een eerder verwarde uitleg gaf. Het ging om Pietro Scimone (41) uit Palermo, zonder gekende woonplaats. De man kon door de Belgische politie nog niet ondervraagd worden. De daders verplaatsten zich in een witte auto die naar men vermoedde toebehoorde aan een buurman.

Enkele uren later werd overgegaan tot de aanhouding van Luigi Cino (25), een werkloze Italiaan, die tegelijkertijd croupier en uitbater van een speelhol was. Hij deelde de naam mee van de derde man, een zeer gevaarlijke kerel die tussen 1972 en '76 zes veroordelingen opliep in België en bovendien nog een strafblad heeft in Italië en Spanje. Het ging om de Belg Jean-Claude Berghman, 30 jaar, die een onderkomen had gevonden bij een vriendin in Frameries. Toen de politie daar aanbelde was hij reeds verdwenen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Mei 1983

Derde aanhouding na overval te Athis

In de zaak van de overval te Athis werd in de nacht van dinsdag op woensdag een derde aanhouding verricht. Een aanhoudingsbevel werd afgeleverd tegen Jean-Claude Berghman. Hij wordt beschuldigd van diefstal met geweld met bezwarende omstandigheid dat een moord werd gepleegd. Berghman werd in de gevangenis van Bergen opgesloten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Mei 1983

Inbraak met moord voor Assisenhof van Bergen

Maandag begint voor het Assisenhof van Bergen het proces tegen drie kerels, die in de nacht van 14 op 15 maart binnendrongen in een alleenstaande villa te Athis. Bij de ontdekking van de inbraak, werd de eigenaar Louis Lhost, een industrieel, gedood.

De drie beklaagden zijn Pietro Scimone (42), geboren in Palermo en zonder vaste verblijfplaats in België, Luigi Cino (26), wonende in Framerie en Jean-Claude Berghman (32) wonende in Colfontaine. Het drietal kende mekaar reeds geruime tijd. Luigi Cino was de uitbater van de privé-club L'Oasis in Athis, maar kampte met financiële moeilijkheden. Begin mei 1983 besloot hij samen met Scimone en Berghman zijn slag te slaan in een alleenstaande villa, die hij had uitgezocht.

Op het ogenblik van de inbraak waren Louis Lhost, zijn 77-jarige moeder Antoinette Desirant, zijn 34-jarige zoon Willy en kleindochter Carine, 12 jaar, aanwezig. Nadat ze hun wagen hadden verborgen, drong het trio de woning binnen en verrasten er grootmoeder en kleindochter in hun kamer. Louis Lhost en zoon Willy, die te hulp kwamen werden door de inbrekers met hun wapen bedreigd.

Er werd een schot in het plafond gelost en toen Louis Lhost, Cino en Berghman naar buiten wilde werken, schoot Scimone. Louis Lhost overleed enkele uren later. Zoon Willy zette de achtervolging in en schoot enkele keren op de inbrekers. Scimone werd aan de enkel geraakt. Toen hij voor verzorging in een ziekenhuis werd opgenomen, kon de politie hem en zijn twee vrienden aanhouden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Mei 1985

Overvallers geven elkaar de schuld

Henegouwen, voorgezeten door raadsheer Vereecke, is maandag begonnen met het proces van Pietro Scimoni (42) gedomicilieerd in Italië, Luigi Cino (26) Italiaan maar wonende te Frameries en Jean-Claude Berghman (31), gedomicilieerd in Colfontaine, die terecht staan voor een overval.

Op 15 mei 1983 pleegden ze een inbraak in een villa in Athis-Honnelles, denkende er enkel een industrieel te vinden die ze konden afpersen. Maar de industrieel was niet alleen: ook zijn oude moeder, zijn zoon en zijn dochtertje waren thuis. Het drietal kon enkel twee jachtgeweren bemachtigen, maar industrieel Louis Lhost werd daarbij dodelijk gewond.

De drie beklaagden worden dus beschuldigd van diefstal met geweld met verzwarende omstandigheid van doodslag en illegaal wapenbezit, want elke overvaller was met een pistool gewapend.

De jury bestaat uit drie vrouwen en negen mannen. Scimone wordt verdedigd door meester Guy Delfosse, Cino door meester Philippe Mayence, en Berghman door meester Cleo Leclercq. Openbare aanklager is Monique Delos.

De voorzitter ondervroeg eerst Luigi Cino. Zoals verwacht probeert hij zijn rol te minimaliseren maar geeft wel toe dat de beslissing om de inbraak te plegen op de villa van de heer Lhost gezamenlijk genomen werd. Ze wilden geld stelen en hadden zich gewapend om hun slachtoffer angst aan te jagen. Hij ontkent daarentegen het slachtoffer al voor de overval ontmoet te hebben, en ook dat hij de “slag” aan zijn medeplichtige zou hebben voorgesteld.

De voorzitter richt zich tot Cino en zegt dat hij ervan wordt beschuldigd de hele operatie te hebben bedacht. Cino ontkent dat. In de namiddag werden de eerste getuigen van het gerecht gehoord. Ze gaven verslag over hun onderzoek.

Volgens de officieren van de gerechtelijke politie Gilbert, Dewingue en Favrot sloegen de drie beklaagden in paniek toen ze vaststelden dat de zaken niet liepen zoals gepland, wat hun gedrag verklaart.

De deskundige in de ballistiek , Jean-Claud Daubechies, kwam tot de bevinding dat de schoten niet toevallig waren, omdat vooraleer te kunnen schieten een aantal welbepaalde handelingen moeten worden verricht. De zitting zal vandaag om 9u worden hervat.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Mei 1985

Beklaagden houden het bij spijtig ongeval

Het was helemaal niet de bedoeling iemand neer te schieten, verklaarden gisteren de drie beklaagden die momenteel terecht staan voor het Hof van Assisen van Henegouwen.

Zij gaan zelfs zo ver, te beweren dat het Louis Lhosts eigen fout is dat hij werd neergeschoten. Een ongeval beweren zij, maar deskundigen hebben al vastgesteld dat het schot in de villa van het slachtoffer in Athis onmogelijk per ongeluk kan zijn afgevuurd.

Na de getuigenissen van de gerechtsartsen volgde die van Dr. Bomboir, psycholoog. Volgens hem zijn de drie mannen psychisch volkomen normaal en niet ontoerekeningsvatbaar.

Vervolgen wordt Antoinette Desirant (79) gehoord, de moeder van Louis Lhost. “Ik hoorde hoe een Italiaanse stem me geld vroeg. Ik gilde en kreeg een klap op mijn hoofd. Mijn kleindochter was volkomen overstuur. Dan kwam mijn zoon binnen. Toen hij me daar vol bloed zag liggen, riep hij: ‘ Leegloper, wat heb Je gedaan?” Op dat ogenblik heeft degene die me geslagen had geschoten … Hij daar!" En mevrouw Desirant wijst naar Scimone.

Willy Lhost, de zoon van de vermoorde, vertelt hoe hij door Cino met een revolver onder schot werd gehouden toen Louis Lhost zich op het trio stortte en werd neergeschoten. Volgens de getuige is het volkomen uitgesloten dat het om een ongeval gaat: Scimone schoot Lhost van zeer dichtbij neer, de arm gestrekt. Daarna verklaart één van Lhosts buren, Nicole Beaufort (20), dat zij op 30 april 1983, twee weken vóór de overval, in het salon van de villa twee mannen had gezien. Eén daarvan was volgens haar Cino, de andere Berghman. De getuige verklaart verder dat Lhost haar later gezegd heeft dat de twee inlichtingen waren komen inwinnen over een zaal die hij wilde verkopen.

Scimone' neef Antonio Colpe, vertelt dat Scimone cafés bezocht waar veel Sicilianen komen en vandaar is het maar een kleine stap tot de maffia. De andere. heren van de familie (allen uit Palermo, Sicilië) brengen niets nieuw aan.

Tijdens de namiddagzitting werden de laatste getuigen gehoord, waaronder Jeannine Rodier, bij wie Berghman woonde op het ogenblik van de feiten en met wie hij tijdens zijn gevangenschap in het huwelijk trad. Rodier had niet veel te vertellen, tenzij dat ze zeer verliefd is op de man, die al die misdrijven heeft begaan.

Daarna werden de getuigen opgeroepen door de verdediging ondervraagd. De eerste, moeder Berghman, zei dat haar zoon een zeer goede jongen was, die jammer genoeg werd meegesleept in een trieste zaak. Dat verklaarde ook Michel Legrand, schoonbroer van beschuldigde. Bij hem vond Berghman onderdak na het drama. Hij verzocht Legrand om contact op te nemen met de politie want hij wenste zich aan te geven. Voor Legrand gedroeg zijn schoonbroer zich als een zeer beïnvloedbaar persoontje.

De andere getuigen spraken in dezelfde zin, waarna de zitting geheven werd. Ze wordt vandaag hervat met het pleidooi van de burgerlijke partij.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Mei 1985

Drie beklaagden schuldig bevonden

Woensdagavond heeft de jury van het Assisenhof van Henegouwen Pietro Scimone, Luigi en Jean Claude Berghman schuldig bevonden aan diefstal met geweld die de dood tot gevolg had, echter zonder het inzicht te doden. Het trio wordt tevens schuldig bevonden aan het toebrengen van slagen en verwondingen en aan verboden wapendracht. Vandaag worden uitspraak en vonnis verwacht. Zoals geweten stonden de drie terecht wegens het plegen van diefstal met geweld te Athis op 15 mei 1983. Een zekere Louis Lhost verloor hierbij het leven.

De zitting gisteren begon met de pleidooien van strafhouder René Urbain. Mr. René Urbain trekt van leer tegen de beklaagden omdat zij bij herhaling de opmerking hebben geformuleerd dat zij aan hun lot zijn overgelaten. “Zij vertonen niet de minste wroeging over het feit dat Lhost niet langer in leven is”. Voor meester Urbain staat het vast dat duidelijk is aangetoond dat zowel Cino als Berghman zich op voorhand, d.w.z. twee weken voor de feiten plaatsvonden, bij Lhost hebben aangeboden.

Bij gevolg hadden zij er op 15 mei alle voordeel bij dat de man die hen zou kunnen identificeren, van kant werd gemaakt. Volgens de advocaat is de bewering van Scimone als zou de moord per ongeluk zijn gepleegd, gewoon belachelijk. Beklaagde heeft vrijwillig van op korte afstand zijn slachtoffer, dat hem weerstand bood, neergeschoten. Bedoeling was een diefstal te plegen en de moord kaderde volledig in het scenario van die diefstal. Steeds volgens de advocaat gaan Cino en Berghman niet vrijuit. Tussen het drietal bestond een soort pakt dat hen door dik en dun met mekaar verbond. Derhalve verzoekt de advocaat om ten opzichte van de schuld van de drie beklaagden, bevestigend te antwoorden.

De advocaat-generaal mw. Monique Delos gaat wat verder in op het curriculum vitae van beklaagden. Daaruit blijkt dan dat het trio onderling hechte banden had die ieder toevallig bondgenootschap ontkrachten. Mw. Delos verzoekt derhalve de jury om “de belangen van de familieleden van het slachtoffer te verdedigen en met grote vastberadenheid een oordeel te vellen in deze zaak”.

Vervolgens voert mr. Guy Delfosse het woord voor Scimone en de twee andere beklaagden. Volgens hem waren het geen gehaaide bandieten, het waren eerder sukkelaars. Scimone vuurde in een ogenblik van verwarring en paniek. Het ongelukkige schot werd door hem niet bewust afgevuurd.

Ook de tweede verdediger van Scimone, mr. Preumont vraagt dat zijn cliënt enkel zou geoordeeld worden wegens het veroorzaken van de dood zonder echter het inzicht te doden. Mr Philippe Mayence die voor de twee andere beklaagden pleit, vraagt dat zijn cliënten van medeplichtigheid of betrokkenheid aan moord zouden worden vrijgepleit.

Meester Cleo Leclercq, die voor Berghman pleitte, verzette zich tegen de beschuldiging van moord die op zijn cliënt zou kleven. Na een korte repliek werd een laatste maal het woord verleend aan de drie beklaagden die niet anders konden dan hun berouw uitspreken over wat is gebeurd.

Vervolgens werden 18 vragen gesteld aan de jury. De eerste vraag had betrekking op de diefstal van 2 jachtgeweren, de 7 volgende gingen over de verzwarende omstandigheden, en een andere vraag had betrekking op de vrijwillige doodslag.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Mei 1985

Driemaal levenslange dwangarbeid

Het Hof van Assisen van Henegouwen heeft Pietro Scimone, Luigi Cino en Jean-Claude Berghman tot levenslange dwangarbeid veroordeeld.

Woensdag had de jury de drie beklaagden schuldig bevonden aan alle feiten die hen ten laste werden gelegd, met uitzondering van het belangrijkste, namelijk moord met voorbedachte rade. Deze beschuldiging werd omgezet in vrijwillige slagen en verwondingen met de dood tot gevolg.

De openbare aanklager had levenslange dwangarbeid gevorderd. De jury heeft hem gevolgd. Men wilde een voorbeeld stellen en er konden geen verzachtende omstandigheden ingeroepen worden.

Volgens de advocaat van de verdediging, Delfosse, was het blanco strafregister van Scimone wel een strafverzachting waard. Meester Philippe Mayence vond dat zijn cliënt, Luigi Cino, de spil van de zaak was geworden. terwijl advocaat Declercq pleitte dat het strafblad van Berghman niet mocht leiden tot verzwaring van de straf.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Mei 1985

Vijf gevangenen ontsnappen te Bergen

Op de aloude beproefde manier, namelijk met aan elkaar geknoopte lakens, ontsnapten vrijdag omstreeks 16 u. vijf gedetineerden uit de gevangenis van Bergen. Ze geraakten over de omheiningsmuur in de rue Roland de Lassus. Vandaar renden ze naar een kruispunt met stoplichten. De bestuurster van een rode Citroën Visa werd uit haar wagen getrokken. Drie van de vijf ontsnapten reden met die wagen weg in de richting van de autoweg naar Brussel. De andere twee vluchtten te voet naar het centrum van Bergen.

Eén van de twee, Giancarlo Tili, veroordeeld wegens diefstal, kon gepakt worden en zit inmiddels weer achter slot. Vrijdagavond waren dus nog 4 gedetineerden op de vlucht. Het betreft Serge Mandelier (32), Alain Hallemans (25), Giuseppe Dileva (35) en Luigi Cino (38).

De eerste drie worden als “kleine vis” bestempeld. De vierde, Cino, is gevaarlijker. Hij werd enkele maanden geleden door het Hof van Assisen van Henegouwen veroordeeld tot levenslange dwangarbeid wegens de moord op een bejaarde man te Athis bij Bergen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 December 1985

2,187

(5 replies, posted in Overzicht Bendes)

Ben wrote:

Karim was gespecialiseerd in overvallen op geldtransporten. De meest gewelddadige was die van december 1995 in Dilbeek waarbij een 11-jarig meisje een kogel in de rug kreeg en verlamd bleef. In 1996 werd Karim in Lille (Frankrijk) gearresteerd.

De overval in Dilbeek blijft onopgelost. Er rusten zware verdenkingen op de bende Maâcha maar ze zijn nooit veroordeeld. In december 2022 verscheen in Het Laatste Nieuws een artikel over deze overval:

Raid in Hollywoodstijl: gangsters overvallen twee geldtransporten in volle avondspits, kogelregen verlamt Melissa (10) voor het leven

Op een koude winteravond in 1995 is de oprit van de Brusselse Ring in Dilbeek het decor van een waar oorlogstafereel. Zwaarbewapende gangsters openen in volle avondspits het vuur op twee geldtransporten. “Ik hoorde alleen nog schoten en dook onder mijn stuur. Ik durfde niet meer kijken”, vertelt een getuige. De kogelregen raakt ook de kleine Melissa (10), die bij haar mama in de wagen zit. Verdachten genoeg, maar ondanks DNA-sporen komt het nooit tot een proces.

Dinsdagavond 19 december 1995. Terwijl iedereen uitkijkt naar het lang kerstweekend liggen zwaarbewapende gangsters in een hinderlaag om twee geldtransporten te overvallen in Dilbeek. Het plan is om de geldkoeriers klem te rijden op de oprit van de Brusselse Ring. De verkeersdrukte houdt de gangsters in volle avondspits niet tegen om hun raid uit te voeren. De twee geldkoeriers rijden op de Ninoofsesteenweg op een afstand van elkaar omstreeks 19 uur de Ring op.

Wanneer het eerste transport de snelweg oprijdt, blokkeert een vrachtwagen de weg. Gewapende gangsters springen uit de vrachtwagen en openen meteen het vuur op de verraste geldkoeriers. De GMIC-agenten worden beschoten met oorlogswapens en kunnen niet anders dan dekking zoeken. Een van de kogels gaat door een portier van de wagen van Ghislaine De Claremont. De vrouw is met haar dochter Melissa Mairesse op weg naar huis. Het meisje, ze is amper tien jaar oud, wordt geraakt in de ruggenwervel. Een rijkswachtpatrouille stopt en raakt betrokken in het vuurgevecht. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

2,188

(54 replies, posted in Prullenbak)

Nogmaals, ChatGPT (en andere vergelijkbare tools) zijn generatieve AI. Het genereert teksten op basis van input (een prompt, een vraag, ...). Hoe het die teksten genereert, weten we niet. Het is een black box, dat algoritmes gebruikt om te weten welke woorden het moet gebruiken en op welke plaats het die woorden moet zetten zodat het een logisch antwoord geeft op de vraag die gesteld wordt.

Het geeft een antwoord, maar weet totaal niet of dat antwoord relevant, correct of nuttig is. Een voorbeeld:

Mijn prompt:

"Geef tien redenen waarom de Bende van Nijvel banditisme is".

Het antwoord van ChatGPT:

De Bende van Nijvel wordt vaak geassocieerd met banditisme vanwege een reeks gewelddadige en georganiseerde criminele activiteiten die kenmerken vertonen van een gewapende bende. Hier zijn tien argumenten waarom de Bende van Nijvel kan worden gekarakteriseerd als banditisme:

1. Gewapende overvallen: De bende voerde uiterst gewelddadige overvallen uit op supermarkten, wapenwinkels en andere instellingen. Dit is een typisch kenmerk van banditisme.

2. Gebruik van zware wapens: Ze gebruikten automatische wapens zoals Uzi’s en riotguns, wat duidt op een gewelddadige en professionele aanpak.

3. Extreme gewelddadigheid: Tijdens hun overvallen maakten ze slachtoffers, vaak zonder directe noodzaak, wat bij banditisme een kenmerkende intimidatietechniek kan zijn.

4. Materiële winst als motief: De overvallen waren gericht op het stelen van geld en goederen, een klassiek motief voor bandieten.

5. Opereren in een bende: De Bende van Nijvel bestond uit meerdere leden die samenwerkten, een kernaspect van georganiseerde banditisme.

6. Strategisch geplande acties: Hun overvallen waren goed voorbereid en uitgevoerd met militaire precisie, wat wijst op georganiseerde criminaliteit.

7. Gebrek aan ideologie: Banditisme wordt vaak gekenmerkt door een gebrek aan politieke of ideologische drijfveren. Bij de Bende van Nijvel lijkt financieel gewin centraal te staan.

8. Angstzaaien in de samenleving: De brutaliteit van de bende zaaide angst en paniek, wat past bij de modus operandi van bandieten.

9. Onthulling van kwetsbaarheden: Hun acties toonden zwakke plekken in de wetshandhaving en beveiliging, wat vaak het doel is van georganiseerde bandieten.

10. Langdurige straffeloosheid: Zoals vaak bij banditisme, bleef de Bende van Nijvel lang ongrijpbaar voor de autoriteiten, ondanks uitgebreide onderzoeken.

Hoewel sommige theorieën suggereren dat er meer complexe politieke of sociale motieven achter hun daden zitten, vallen hun activiteiten duidelijk binnen de definitie van gewelddadig en georganiseerd banditisme.

Betekent dit dat het motief van de Bende van Nijvel banditisme is? Nee, totaal niet. ChatGPT kan op geen enkele manier weten wat het motief van de Bende van Nijvel is. Het beantwoordt heel eenvoudig mijn vraag, op basis van de voor het systeem toegankelijke informatie, niet meer en niet minder.

Dus stop aub met vragen te stellen over de Bende van Nijvel aan ChatGPT.

2,189

(0 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Wat? Moord op Virgilo (Silvio) Daga in Mons

  • Wanneer? Donderdag 17 april 1986, rond 2u30

  • Waar? Place de Cuesmes in Mons » Google Maps

  • Wapen: Zes kogels in het hoofd uit een 6,35mm-pistool

  • Status: Onopgelost

Virgilo Daga, uit ’s-Gravenbrakel, werd neergeschoten op de Place de Cuesmes in Mons. Zijn lichaam werd nadien teruggevonden in een uitgebrande Ford Granada in Ville-sur-Haine. Vermoedelijk was het een afrekening. Twee mannen, Angelo Soddu en Antoni Spanu, werden voor deze moord vrijgesproken voor het assisenhof.

In eerste instantie waren zij door de jury schuldig bevonden voor de moord. Het Hof annuleerde echter deze uitspraak, wat uitermate uitzonderlijk is.

Afrekening in het milieu te Bergen?

Donderdagochtend, omstreeks 2.30 uur werden de buren van de herberg Disco-Flash aan de Place de Cuesmes te Bergen, opgeschrikt door vuurschoten. Zij verwittigden de rijkswacht die onmiddellijk ter plaatse kwam en op de stoep voor de herberg bloedsporen aantrof, evenals hulzen van 6,35 patronen. Een aantal mensen hadden gezien dat na de schietpartij een Ford Granada was weggereden in de richting van het centrum.

Een zoekactie werd op touw gezet en rond 8.30 uur werd te Ville-sur-Haine een Ford Granada aangetroffen die volledig was uitgebrand. In de wagen lag een verkoold lichaam. Men zal de lijkschouwing moeten afwachten om meer duidelijkheid te krijgen over de identiteit van het slachtoffer. Donderdagnamiddag werd het verkoolde lijk geïdentificeerd. Het betreft de 40-jarige Silvio Daga, wonende rue de L’Ecole Normale 38 te ’s-Gravenbrakel.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 April 1986

Moord te Bergen blijft mysterie

Uit het onderzoek naar de moord op Virgilio Daga te Bergen is gebleken dat het slachtoffer gedood is door zes kogel uit een 6,35 pistool. Hjj werd tweemaal geraakt te Cuesmes (Bergen) en waarschijnlijk met vier kogels afgemaakt te Ville- sur-Haine, waar zijn stoffelijk overschot verkoold werd aangetroffen in een uitgebrande wagen.

Virgilio Daga was een aannemer uit 's Gravenbrakel. Hij woonde reeds geruime tijd in België, was gehuwd met een Belgische, maar had nog steeds de Italiaanse nationaliteit. Hij werd geboren op Sardinië. Een paar jaar geleden richtte hij een soort coöperatieve op, samen met de arbeiders die hij in dienst had. Woensdagavond was hij naar Bergen gereden om er een vergadering bij te wonen van deze coöperatieve. Omstreeks 20.30 uur was hij daar weggegaan.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 April 1986

Verdachten moord in Cuesmes aangehouden

De verdachten voor de moord op Silvio Daga (40) werden zaterdag aangehouden. Het zijn de in Jemeppe wonende Nicola Miserere (37), Antonio Spanu (37) en Angelo Saddu (36). Daga werd donderdagochtend vermoord en zijn lijk werd verkoold aangetroffen in zijn uitgebrande wagen te Ville-sur-Haine.

De drie aangehoudenen zijn partners in de coöperatieve die het slachtoffer had opgericht. Woensdagavond kwamen ze bijeen en hadden ze ruzie omtrent een som van 20.000 fr. die Daga zou hebben verduisterd. De vier mannen zijn later op de avond gaan eten in een restaurant te Cuesmes.

Saddu zou de herberg “Disco Flash" op de Grote Markt in Cuesmes zijn binnengestapt. Ondertussen zou Miserere op Daga hebben geschoten in diens wagen, waarin ook Spanu zat. Het zijn Miserere en Spanu die later naar Ville-sur-Haine zouden gereden zijn waar ze de wagen in brand hebben gestoken.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 April 1986

Aanhoudingen in moordzaak te Cuesmes bevestigd

In verband met de moord die vorige week te Cuesmes werd gepleegd op de ondernemer van Sardijnse oorsprong Silvio Daga, zijn drie andere Sardijnen, uit Jemappes, aangehouden als dader, mededader en medeplichtige. Daga werd op grote markt van Cuesmes in de nacht van dinsdag op woensdag vorige week neergeschoten, in een wagen gesleurd en op een verlaten landweg buiten de gemeente afgemaakt.

De wagen met het stoffelijk overschot werd in brand gestoken. Het drietal, dat ontkent iets met de zaak te maken te hebben, is woensdag voor de raadkamer van Bergen verschenen. Het aanhoudingsmandaat werd verlengd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 April 1986

Discussie rond complot blijft duren

Op het assisenproces van· Antonio Spanu en Angelo Soddu, beschuldigd van moord op hun vennoot Virgilio Daga in 1986 luisterde de Henegouwse jury donderdag naar het rekwisitoor van de advocaat-generaal en naar de advocaten van de verdediging. Het Openbaar Ministerie en de pleiter van de burgerlijke partij bleven vasthouden aan de stelling van een complot uit wraak of hebzucht. De verdedigers achtten dat geenszins bewezen.

Advocaat-generaal Monique Delos meende dat de aanwezigheid van Spanu en Soddu op de plaats van de moord geenszins toevallig was. Het was wel de intussen naar Italië gevluchte Miserere die de trekker overhaalde, maar Spanu en Soddu wisten wat ging gebeuren en hadden hun zegen gegeven.

Volgens de advocaten van Spanu, Emmanuel Leclercq en Michel Bouchat, wijst niets erop dat de moord beraamd werd. Daarvoor verliep alles te ongeordend en het kan evenmin afgeleid worden uit het gedrag van de beschuldigden. Spanu is niet medeplichtig. Het was Miserere die in een vlaag van woede en zinsverbijstering vuurde.

Bron: Gazet van Antwerpen | 1 Juni 1990

Sensatie in moordproces te Bergen

Het assisenhof van Henegouwen schreef gisteren gerechtelijke geschiedenis. De voorzitter en zijn twee vrouwelijke bijzitters annuleerden het oordeel van de jury op basis van een artikel dat al 133 jaar niet wordt gebruikt. Antonio Spanu en Angelo Soddu werden door de jury in Bergen schuldig bevonden aan moord op Virgilio Dago, hun vennoot. De families van de beschuldigden waren in de zaal aanwezig en reageerden zeer negatief op de uitspraak van de jury. Er dreigde zelfs handgemeen met de familie van het slachtoffer.

De zitting werd geschorst, niet zozeer om de gemoederen te kalmeren dan wel om de magistraten toe te laten een hoogst onverwachte unanieme beslissing te nemen. Het Hof was namelijk van mening dat de gezworenen zich hadden vergist over de grond van de zaak. Het Hof beriep zich op artikel 352 van het wetboek van strafvordering, dat al sinds 1857 niet meer werd gebruikt. Volgens dat artikel kan een oordeel van een assisenjury door het Hof geannuleerd worden als blijkt dat die jury "een flagrante vergissing" begaat. De hele zaal was met verstomming geslagen. De zaak werd verdaagd naar een volgende zitting met een andere jury.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 Juni 1990

Magistraten annuleren oordeel annuleren oordeel van de jury

Coup de théâtre in Henegouwen: het hof annuleert het oordeel van de jury, een vrijwel ongezien feit in de annalen van de Belgische gerechtelijke geschiedenis.

Antonio Spanu en Angelo Soddu werden vrijdag door de jury van het assisenhof van Bergen schuldig bevonden van moord op Virgilio Daga, maar die uitspraak werd door de magistraten van het hof geannuleerd, op basis van een artikel dat al 133 jaar niet meer wordt gebruikt.

De magistraten waren van mening dat de gezworenen zich hadden vergist over de grond van de zaak, en hebben - zich onverwacht beroepend op een artikel van het wetboek van strafvordering - beslist de zaak naar een volgende zitting te verwijzen, met een nieuwe jury.

Na de replieken van de burgerlijke partij, de beschuldiging en de verdediging, trok de jury zich terug om zich te beraden over de 8 vragen die haar werden voorgelegd. Anderhalf uur later antwoordt de jury “ja” op alle vragen.

Spanu en Soddu werden schuldig bevonden aan moord, en Spanu bovendien van moedwillige brandstichting. De familie van de beschuldigden - in de zaal aanwezig - reageerden zeer negatief op die beslissing. En terwijl in de zaal handgemeen dreigde te ontstaan tussen de families van de beschuldigden en die van het slachtoffer, schorste voorzitter Vereecke de zitting.

Omdat de schorsing bleef duren dacht iedereen dat het de bedoeling was om de gemoederen te laten bedaren. Niets daarvan, zo bleek anderhalf uur later, want bij de heropening van de zitting deelde de voorzitter een arrest van het hof mee, waardoor het oordeel werd verdaagd.

De magistraten van het hof, voorzitter Vereecke en zijn bijzitsters Michaux en Oost, baseerden zich op artikel 352 van het wetboek van strafvordering, dat al 133 jaar, dus sinds 1857, niet meer werd gebruikt. Unaniem meenden de magistraten dat de jury wel de vorm had gerespecteerd, maar niet de inhoud.

Daarom stelden ze het oordeel uit, en verdaagden de zaak naar de volgende zitting om een nieuwe jury te laten oordelen. Geen enkel lid van de huidige jury zal in de nieuwe jury kunnen zetelen.

De hele zaal was met verstomming geslagen. De advocaten Philippe en Jean-Philippe Mayence van de burgerlijke partij reageerden verontwaardigd: “Dit artikel wordt zelden toegepast, en dan nog enkel in het geval dat de jury een flagrante vergissing maakte, niet om haar oordeel te verbeteren. Het is een kaakslag voor de gezworenen die onkundig worden verklaard een oordeel uit te spreken; voor de advocaten van de verdediging die hun standpunt blijkbaar niet duidelijk genoeg maakten. Het betekent dat de jury niet meer soeverein is, en dat haar oordeel door het hof kan worden gecorrigeerd.”

Nog volgens meester Mayence had het hof, indien het van oordeel was dat alles nog niet was gezegd, de jury meer informatie moeten geven en haar op de hoogte brengen van het feit dat ze een beslissing had genomen die ingaat tegen de geest van een assisenhof.

Voor de verdediging stelde meester Emmanuel Leclercq zich terughoudend op, zeggende dat hij zich niet kon uitspreken over een zaak die opnieuw moet worden geoordeeld. “Wanneer het hof zo beslist is dat omdat het meent dat dat zijn plicht is, en dat er een kloof bestond tussen de beslissing van de gezworenen en de vaste overtuiging van de magistraten van het hof”, was alles wat Leclercq daarover kwijt wou.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 Juni 1990

Spanu en Soddu beschuldigd van moord op vennoot

Maandag verschijnen Antonio Spanu en Angela Soddu, twee Italianen van 42 jaar die wonen in Jemappes, voor de tweede keer voor het assisenhof van Henegouwen op beschuldiging van moord op hun landgenoot Virgilio Daga, die in de nacht van 16 op 17 april 1986 in Cuesmes met zes kogels in het hoofd werd gedood.

Evenals bij het eerste proces in 1990 zou een derde man in de beklaagdenbank moeten zitten, de 42-jarige Nicola Miserere, eveneens uit Jemappes. Maar deze vluchtte al voor het eerste proces naar Italië en daarom is zijn zaak losgekoppeld en doorgegeven aan de Italiaanse justitie. Het proces tegen Spanu en Soddu moet worden overgedaan, omdat het assisenhof op 1 juni 1990 het verdict van de jury ("schuldig") annuleerde en de zaak verwees naar een nieuwe zitting. De magistraten verklaarden unaniem ervan overtuigd te zijn dat de jury weliswaar
alle formele aspecten in acht genomen had maar zich vergist had wat betreft de grond van de zaak. Daarbij baseerden ze zich op een artikel van het wetboek inzake het onderzoek van misdrijven dat sinds 133 jaar niet meer was toegepast.

De zaak speelde zich af in bepaalde kringen in de bouw, waar fictieve maatschappijen worden opgericht en niet-geregistreerde arbeiders, vooral buitenlanders, worden gebruikt om belastingen te ontduiken.

Daga, het slachtoffer, was al eens veroordeeld wegens faillissement en gebruik van onwettige handarbeid. In een uitzending van "In naam der wet" was hij eens anoniem geïnterviewd als voormalige stroman van een bedrijf, dat in handen was van koppelbazen.

Bouwonderneming

Ten tijde van de feiten had hij een nieuwe bouwonderneming opgericht met Miserere, Spanu en Soddu. Ieder bracht daarvoor 50,000 frank in. Maar Daga leek de hoofdrol te spelen en nam soms geld op zonder zijn vennoten in te lichten, hetgeen bij hen niet in goede aarde viel. De wrijvingen werden steeds heftiger en resulteerden uiteindelijk in de moord op Daga.

In de nacht van woensdag 16 op donderdag 17 april 1986 werd de rijkswacht tegen 1.20 uur gewaarschuwd, dat er schoten waren gehoord op de Grand Place in Cuesmes. Ter plaatse werden de rijkswachters opgewacht door Soddu, die verklaarde dat hij, toen hij in café "Disco Flash" zat, schoten had gehoord.

Hij was naar een geparkeerde auto toegelopen en had daar een lichaam half uit zien hangen. Hij was teruggegaan naar het café om hulp te halen, maar intussen waren er twee mannen gekomen, die met de auto (en het lichaam) waren weggereden. Op het plein vonden de rijkswachters bloedsporen, band- en voetafdrukken en twee kogelhulzen.

In het café bevestigden de dienster en twee klanten de verklaringen van Soddu. Ze zeiden voorts dat een van de twee mannen, die na de schoten waren opgedoken, aan de deur van het cafe had gerammeld en dat zij zich verstopt hadden. Daarna was de auto weggereden. De volgende dag, 17 april, werd op een landweg in Thieu-Le-Roeulx een uitgebrande auto gevondenmet daarin een verkoold lijk dat werd geïdentificeerd als dat van Daga. De lijkschouwing wees uit dat hij was gedood met zes kogels in het hoofd.

Het onderzoek leidde snel naar Miserere, Spanu en Soddu. Ze ontkenden aanvankelijk, maar gaven later bepaalde feiten toe. Uiteindelijk bekenden ze de moord op Daga te hebben beraamd en een plan te hebben uitgewerkt om hem te laten verdwijnen. Dit plan werd ook uitgevoerd, behalve op één punt: Soddu had uit het café moeten komen om zich bij zijn twee metgezellen aan te sluiten maar had dat niet gedaan.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 November 1991

Eventuele vrijgeleide voor derde verdachte

Voor het assisenhof van Henegouwen is maandag het tweede proces begonnen van Antonio Spanu en Angelo Soddu. De twee Italianen uit Jemappes worden beschuldigd van moord op hun landgenoot Virgilio Daga, die in de nacht van 16 op 17 april 1986 in Cuesmes met zes kogels in het hoofd werd gedood. De derde verdachte, Nicola Miserere uit Jemappes, ontbreekt evenals tijdens het eerste proces. Hij was toen al naar Italië gevlucht.

Maandagochtend werd vernomen dat Miserere toch als getuige is gedagvaard en dat hem eventueel een vrijgeleide wordt verstrekt om te kunnen getuigen zonder vrees voor arrestatie. Het proces moet worden overgedaan omdat het assisenhof op 1 juni 1990 de schuldigverklaring door de jury annuleerde. Het hof was ervan overtuigd dat de jury zich had vergist.

Maandag dienden de advocaten van de beklaagden elk een akte van verdediging in, waarin zij stelden dat hun cliënten niet schuldig konden zijn. Deze aktes werden aangevochten door de advocaat van de burgerlijke partij, die zei dat de aktes "proberen een mistgordijn rond de feiten te hangen".

Bij de ondervraging van de beklaagden passeerden de gebeurtenissen van de dag van het drama de revue: het bezoek aan de Kamer voor de Bouwnijverheid in Bergen, de ontmoetingen met het slachtoffer, het diner in een restaurant de avond in cafe “Disco Flash”. De twee beklaagden schoven de zwaarste feiten in de schoenen van de afwezige Miserere.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 November 1991

Ongewenste vennoot diende uitgeschakeld

Tijdens de tweede dag van het proces tegen Antonio Spanu en Angelo Soddu, twee Italianen die voor het assisenhof van Henegouwen terecht staan wegens moord op hun landgenoot Virgilio Daga, verklaarde onderzoeksrechter Poppijn dat beklaagden hebben toegegeven dat zij er aan gedacht hebben Daga "fysiek uit te schakelen". De onderzoeksrechter verklaarde dat Spanu, Soddu en Miserere een advocaat hadden geraadpleegd om na te gaan hoe zij Daga konden verwijderen uit een onderneming die zij met hun vieren hadden opgericht. Later rees bij hen de idee om de "ongewenste" vennoot uit de weg te ruimen.

Nadien kwam wetsdokter Desoigniesv verklaren dat Daga om het leven kwam door zes kogels in het hoofd. Hij voegde er aan toe dat hij niet kon vaststellen of de schoten al dan niet werden gelost tijdens een vechtpartij.

Vervolgens werd de uitbaatster gehoord van de herberg die in de straat ligt waar de moord gebeurde. De vrouw zei dat de avond van de feiten Soddu het café binnen kwam en haar zei: "U moet nog niet sluiten, mijn vrienden komen nog." Even later hoorde zij vuurschoten en zocht zij, zoals een aantal andere late klanten dekking. Zij deed ook de deur op slot. Enkele ogenblikken nadien kwamen twee mannen aankloppen. Toen zij niet binnen raakten, liepen ze weg. De daaropvolgende dagen werd de herbergierster per telefoon herhaaldelijk met de dood bedreigd.

Complot

Franz Leclercq van de gerechtelijke politie van Bergen die de eerste verklaringen van de beschuldigden noteerde, deelde het hof mee dat volgens Spanu's uitleg Miserere Daga had neergeschoten. Nog steeds volgens Leclercq, heeft Spanu ook het bestaan vermeld van een complot tegen Daga, maar hij voegde er aan toe daar zelf niet bij betrokken te zijn geweest. Miserere heeft eerst de feiten toegegeven, maar trok zijn bekentenissen nadien in, zogezegd omdat ze hem door de gerechtelijke politie onder druk waren ontlokt.

Luidens de jongste versie van Miserere was hij door Daga bedreigd met een pistool. Hij trachtte Daga te ontwapenen en op dat ogenblik zijn de schoten afgegaan. Volgens Leclercq waren de beschuldigden tot weinig medewerking bereid tijdens het onderzoek. Zij deden steeds alsof ze de vragen niet begrepen en beschuldigden iedereen ervan te liegen.

Op het einde van de zitting kondigde advocaat-generaal mevrouw Delos aan dat Miserere donderdag zal komen getuigen. Hij wou dit enkel doen indien hij een vrijgeleide kreeg waardoor hij bij zijn aankomst in België niet wordt aangehouden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 November 1991

Miserere nog niet overgekomen

De zitting van het assisenhof van Henegouwen, waar Antonio Spanu en Angelo Soddu terecht staan voor de moord op Virgilio Daga in de nacht van 16 op 17 april 1986 in Cuesmes, begon vrijdag pas om 15u30. Aangekondigd was dat Nicolas Miserere, die in Italië onder huisarrest staat en eveneens van deze moord verdacht wordt, zou getuigen. Maar de man was er niet.

De advocaat-generaal zei dat Miserere nog niet in België is. Het Italiaanse gerecht had twee weken uitstel gevraagd om over het "uitlenen" van Miserere als getuige een beslissing te nemen. De advocaat van Spanu vroeg dat het proces twee weken opgeschort zou worden. De burgerlijke partij en het openbaar ministerie waren niet akkoord met dit verzoek.

De zoon van Miserere, Massino, kwam gisteren getuigen dat zijn vader hem donderdag aan de telefoon liet weten dat hij niet in België wil getuigen. De voorzitter van het hof schorste daarop de zitting tot maandag. Dan zal beslist worden hoe het proces verder zal verlopen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 November 1991

Burgerlijke partij eist voorbeeldige straf

Maandag is voor het hof van assisen van Henegouwen, in het proces van Antonio Spanu en Angelo Soddu die beschuldigd worden van moord op hun vennoot Virgilio Daga. de advocaat van de burgerlijke partij (de weduwe van Daga) aan het woord geweest. Meester Mayence belichtte het lijden van zijn cliënte, en schetste het leven van het slachtoffer. Hij zei dat Daga enkel gerespecteerd wou worden. Hij voegde er terloops aan toe dat de man herhaaldelijk heeft meegewerkt met het gerecht door de namen bekend te maken van verschillende koppelbazen.

Volgens de advocaat zijn de feiten bewezen, en is het uitgesloten dat het hier om een ongeval ging, Spanu, Soddu en de naar Italië gevluchte Miserere hebben volgens hem een samenzwering uitgewerkt om Daga uit de weg te ruimen. Ze zijn allen even schuldig, omdat zij altijd samen zijn opgetreden, aldus nog meester Mayence. Hij vroeg de leden van de jury de dood van Daga niet ongestraft te laten.

Bij het begin van de zitting wees het hof een verzoek af van de verdediging van Spanu die het proces met twee weken wou laten verdagen, de tijd nodig om in Italië Nicola Miserere te gaan ondervragen, aangezien deze man, in tegenstelling met wat hij eerst had aangekondigd, nu weigert naar België te komen om te getuigen. Volgens meester Leclercq is Miserere de man die de schoten afvuurde waardoor Daga om het leven kwam.

Complot

Na de middag trachtte advocaat-generaal Monique Delos in haar rekwisitoor te bewijzen dat er wel degelijk een complot bestond tegen Daga. Ook, zo zei ze, tonen zelfs de tegenstrijdige verklaringen van de beschuldigden aan dat Miserere de dodelijke schoten heeft afgevuurd, maar dat Spanu noch Saddu niets ondernomen hebben om hem dat te verhinderen.

Verdediger Leclercq van Spanu nam nadien het woord om de jury diets te maken dat zijn cliënt onschuldig is "omdat hij voortdurend door Miserere in de luren werd gelegd". Zijn collega mr. Bouchat trachtte de thesis te ontzenuwen dat Spanu, Saddu en Miserere een complot hadden gesmeed om Daga uit de weg te ruimen. "Alleen Miserere heeft geschoten. Hij alleen heeft de moord gepleegd", aldus Bouchat volgens wie Spanu geen enkele reden had om Daga uit de weg te ruimen.

"U kunt mijn cliënt wel veroordelen wegens het niet verlenen van hulp aan een persoon in nood, wegens vrijwillige brandstichting aan een voertuig, maar niet wegens moord", aldus nog de advocaat.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 November 1991

Spanu en Soddu vrijgesproken van moord

Het assisenhof van de provincie Henegouwen heeft gisteren de ltalianen Angelo Soddu en Antoni Spanu uit Jemappes vrijgesproken aan de beschuldiging van moord op hun landgenoot, Virgilio Daga. Die werd in de nacht van 16 op 17 april 1986 in Cuesmes met zes kogels in het hoofd gedood.

Soddu werd over de hele lijn vrijgesproken. Spanu werd echter schuldig bevonden aan opzettelijke brandstichting in een auto en werd veroordeeld tot vier jaar effectieve gevangenisstraf. Evenals bij hun eerste proces dat plaats had van 28 mei tot 1 juni 1990, werd deze zaak behandeld in afwezigheid van de derde beschuldigde, de 42-jarige Nicola Miserere, die de dodelijke schoten afvuurde. Hij vluchtte al voor het eerste proces naar Italië en daarom is zijn zaak losgekoppeld en doorgegeven aan de Italiaanse justitie.

Het proces tegen Spanu en Angelo Soddu moest worden overgedaan, omdat het assisenhof op 1 juni 1990 het verdict van de jury (“schuldig") annuleerde en de zaak verwees naar een nieuwe zitting. De magistraten verklaarden unaniem ervan overtuigd te zijn dat de jury weliswaar alle formele aspecten in acht genomen had, maar zich vergist had wat betreft de grond van de zaak. Daarbij baseerden zij zich op een artikel van het wetboek inzake het onderzoek van misdrijven dat sinds 133 jaar niet meer was toegepast.

De zaak Spanu en Soddu speelt zich af in kringen van zwartwerkers en koppelbazen, actief in de bouwsector en de belastingontduiking.

Daga, het slachtoffer, had ten tijde van de feiten een nieuwe bouwonderneming opgericht met Miserere, Spanu en Soddu maar de vennoten kregen het met met elkaar aan de stok, Daga werd in de nacht van woensdag 16 op donderdag 17 april 1986 op de Place de Cuesmes met meerdere kogels gedood.

Het onderzoek leidde snel naar Miserere, Spanu en Soddu die uiteindelijk bekenden de moord op Daga te hebben beraamd. Hun plan werd ook uitgevoerd, behalve op één punt: Soddu liet op het laatste ogenblik verstek gaan. Spanu gaf het complot toe, maar verschool zich achter het feit dat niet hij de schoten had afgevuurd doch zich enkel had schuldig gemaakt aan brandstichting.

Op de laatste procesdag werden deze argumenten nog eens sterk in de verf gezet. De raadsman van Soddu wees er onder meer op dat zijn cliënt het slachtoffer niets te verwijten had en dat anderzijds de dodelijke schoten werden afgevuurd tijdens een hoog oplopende ruzie tussen Miserere en Daga. Vermits er geen motief aanwezig was in hoofde van zijn cliënt en die evenmin noodzakelijke hulp had gepleegd om de misdaad mogelijk te maken, vroeg de raadsman de vrijspraak.

Na de replieken en twee uur beraadslaging antwoordde de jury ontkennend op de vragen nopens de moord. Enkel op de vraag of Spanu zich schuldig had gemaakt aan brandstichting bij nacht werd bevestigend geantwoord, De advocaat-generaal vorderde daarop vijf jaar gevangenisstraf.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 November 1991

2,190

(3 replies, posted in 1970-1979)

In oktober 1978 stonden Freddy Vandeputte, Lebon en Michel Ghassoul terecht voor het assisenhof van Henegouwen. Ze moesten zich onder andere verantwoorden voor de schietpartij in Thulin. Lebon kreeg levenslang, Ghassoul en Vandeputte Elks 15 jaar.

Vandeputte, Lebon en Ghassoul voor Assisenhof van Henegouwen

Voor het Hof van Assisen te Bergen begint vandaag het proces tegen het drietal Vandeputte, Lebon en Ghassoul, die bekend raakten door enkele spectaculaire ontsnappingen uit de gevangenis. Tijdens het proces, dat drie weken zal duren, zullen het hof en de jury 37 hoofdbeschuldigingen tegen de drie beklaagden samen, en buiten die 8 beschuldigingen tegen Vandeputte alleen of met een andere beklaagde, nog eens 9 tegen Lebon en 10 tegen Ghassoul onderzoeken.

De namen van de drie beklaagden luiden als volgt: Alfred, Roger, Ghislain Vandeputte, chauffeur, geboren te Doornik op 5 juni 1948 en aldaar wonend in de Rue Duwez 5; Christian, Clement, Ghislain Lebon, arbeider, geboren te Gilly op 20 april 1954, wonend te Charleroi, Cité des Nutons 14; Michel, Abdelkader Ghassoul, kerner van Algerijnse nationaliteit, geboren te Fiers Escrebieux (Frankrijk) wonend Jamarlaan 2 te Sint-Gillis-Brussel.

Levenslang

Op 7 september 1976 ontsnapten de drie mannen uit de gevangenis van Leuven- Centraal en trokken naar Bergen. Vandeputte werd op 6 november 1975 tot levenslange dwangarbeid door het Hof van Assisen van Henegouwen veroordeeld wegens een gewapende overval op een van zijn taxi-cliënten, die omkwam.

Lebon, werd, evenéens door het Hof van Assisen, op 16 oktober 1975 tot levenslange dwangarbeid veroordeeld voor het vermoorden van een man die hij wilde bestelen.

Ghassoul ging op 18 april 1974 aan de haal met 3 miljoen fr. uit het postkantoor te Gilly. Hij werd door de correctionele rechtbank te Charleroi tot 7 jaren gevangenisstraf veroordeeld.

Na hun ontsnapping op 7 september 1976 stalen de drie mannen 4 auto's, kledingstukken, schoppen, een som van 32 000 fr., een mes, kettingen, rijbewijzen en identiteitskaarten.

Op 14 september 1976 overvielen de drie mannen een postwagen te Mourcourt die 2.850.500 fr. vervoerde. De begeleiders beten van zich af en de overvallers vingen bot. Vervolgens pleegden ze diefstallen in een warenhuis te Jemappes, waar ze een schot afvuurden naar een bediende die hen achtervolgde. De dag daarop stalen ze twee jachtgeweren in een wapenhandel te Blaton en de volgende dagen pleegden ze verscheidene inbraken in woningen.

Op 21 september overvielen ze het postkantoor te Tertre, maar ze moesten zonder buit afdruipen.

“Maak hem af”

Een dag later, op 22 september, waren ze in de bar “Le Tabou” te Thulin. De uitbaatster bemerkte dat een van hen een dolk bij had en ze verwittigde stiekem de rijkswacht.

Ghassoul wilde de uitbater spreken onderhet voorwendsel dat de man hem 120.000 fr. verschuldigd was, De uitbaatster verklaarde dat hij niet aanwezig was, en Ghassoul stelde onder bedreiging vast dat de vrouw de waarheid sprak.

Lebon ging een jachtgeweer met afgezaagde loop in de auto halen en Vandeputte vulde de glazen. Op dat ogenblik hoorden de drie de rijkswachtcombi stoppen. Ghassoul vluchtte naar achter, Lebon verborg het geweer en de rijkswachters Coinne en Herbint kwamen de bar binnen en vroegen de identiteitskaarten. Een rijkswachter stelde vast dat Vandeputte een dolk in zijn zak had zitten. Hij bracht zijn meerdere daarvan op de hoogte en deze trachtte Vandeputte bij de polsen te grijpen. Vandeputte kon zich losrukken en zijn twee spitsbroeders ter hulp roepen. Hij trok zijn pistool en vuurde tweemaal. Rijkswachter Herbint werd in de arm getroffen. Ook Lebon vuurde zijn wapen af en verwondde Coinne aan het hoofd en de benen.

Terwijl Vandeputte ervan door ging riep hij naar Ghassoul: “Maak hem af”. Ghassoul vuurde en trof Coinne in de linkerarm en rechter kuit. Dan vluchtten de drie.

Vandeputte en Lebon zeggen dat ze hun wapens afvuurden zonder het inzicht te doden en Ghassoul verklaart dat hij zijn pistool in paniek afschoot. Alle drie worden van moordpoging beschuldigd. Ghassoul en Vandeputte werden in het bos te Baudour na een echte mensenjacht aangehouden. Lebon werd in de streek van Charleroi gearresteerd.

Op 20 maart 1977 ontsnapten ze uit de gavangenis te Bergen en gijzelden een bewaker. Op 22 maart 1977 werd Ghassoul te Aat weer aangehouden. Op 23 maart werd Vandeputte te Doornik, en op 29 maart werd Lebon te Gilly aangehouden.

Ghassoul ontsnapte een vierde maal op 15 mei 1978 uit de gevangenis te Bergen. Drie dagen later werd hij teJemap-pes aangehouden. Op 10 september jl. trachtte hij weer te ontsnappen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 Oktober 1978

Ontsnapte gangsters blijven solidair tot op de beklaagdenbank

In september 1976 stonden zowat alle politiediensten van het land in rep en roer, nadat uit de centrale gevangenis te Leuven vier gevaarlijke misdadigers waren ontsnapt. Na een ware mensenjacht werden er drie opnieuw aangehoudenen gezamenlijk opgesloten in de gevangenis van Bergen, van waaruit ze op 20 maart ’77 weer de plaat poetsten.

De periode dat de malaise onder het gevangenispersoneel in heel het land op zijn hoogtepunt was.

Maar ook dan was hun vrijheid van korte duur. Maandag verscheen het trio voor het Assisenhof van Henegouwen in Bergen om zich te verantwoorden voor een reeks misdrijven tijdens en na hun ontsnapping gepleegd, waarvoor ze naar het Assisenhof werden verwezen.

Van het viertal dat op 7 september te Leuven aan de haal ging werd er één nooit gesnapt, n.l. Francis Tislair (26), die in 1974 voor het Assisenhof van Namen ter dood werd veroordeeld wegens moord op een taxichauffeur. Hij verdween om zo te zeggen van de aardbol en zelfs in de akte van beschuldiging komt zijn naam niet voor. Overigens is de ontsnapping van gevangenen althans volgens de Belgische wetgeving, niet strafbaar op voorwaarde dat er geen gewelddaden mee gepaard gaan.

In Leuven ging het allemaal heel eenvoudig in zijn werk, zowat op dezelfde manier als geconsigneerde miliciens ’s avonds of ’s nachts over de muur van hun kazerne wippen.

Moordpoging

De vier klommen met behulp van aaneengeknoopte lakens tegen de gevangenismuur op. Aan dc andere kant had de broer van Vandeputte een ladder en en bestelwagen klaar gezet, zodat niets de lieve vrijheid nog in de weg stond. Heel die vrijheidsperiode en om te kunnen overleven pleegde het drietal een reeks gewapende overvallen en diefstallen o.a. van auto’s, uitgifte van valse cheque’s, overvallen en maakten zich schuldig aan moordpoging op twee rijkswachters van wie er een permanent werkonbekwaam blijft.

Dat gebeurde in de bar “Taboe” in Thulin, waar Ghassoul de uitbater 120.000 fr. wilde afpersen.

De barhoudster had toen discreet de rijkswacht verwittigd, maar toen de gendarmes tot de identiteitscontrole wilden overgaan, begonnen de drie te schieten. Vandeputte schreeuwde daarbij tot Ghassoul “Maak hem af”, doelend op de reeds neergeschoten rijkswachter die verder met kogels werd doorzeefd, maar die schietpartij toch overleefde.

Ook Vandeputte werd daarbij gewond. Met een kogel in de buik werd hij door zijn kornuiten in de zuiverste maquisstijl in een grot in het bos van Odour ondergebracht en daar ook door hen verzorgd. Met een schaar trachtte men o.a. de kogel uit het lichaam van Vandeputte te verwijderen. Bij een klopjacht werden Vandeputte en Ghassoul uiteindelijk aangehouden, terwijl Lebon inmiddels naar Charleroi was uitgeweken waar hij zichzelf gevangen meldde.

Het is voor deze misdrijven dat de drie gangsters thans verantwoording moeten afleggen voor het Assisenhof.

Dat na hun ontsnapping heel het gerechtelijke apparaat in paniek verkeerde is begrijpelijk: Freddy Vandeputte (30), taxiuitbater, werd in ’75 tot levenslange dwangarbeid veroordeeld wegens de organisatie van de overval op een zijner cliënten die daarbij de dood vond.

Christian Lebon (24) bijgenaamd “de wurger van Gilly”, zat eenzelfde straf uit. Hij had einde ’74 een alleenstaande caravanbewoner met messteken afgemaakt en daarna gewurgd om de man te kunnen bestelen.

De derde man, de in Frankrijk geboren, maar in België wonende Algerijn Michel Ghassoul (30), was maar uitbater van een ontuchthuis, waarvoor hij trouwens veroordeeld werd. In april ’74 had hij ook maar vijf jaar gevangenis opgelopen voor de overval op een postkantoor van Gilly, waarbij hij 3.000.000 fr. had buitgemaakt. Hij kon echter vrij vlug geïdentificeerd worden en aangehouden worden, maar ontsnapte een eerste keer door zijn bewaker neer te slaan op het ogenblik dat hij van de gevangenis naar het ziekenhuis werd overgebracht. Hij werd later te Parijs terug aangehouden en uitgeleverd.

Nep-pistool

De klap op de vuurpijl kwam echter op zondag 20 maart 1977, toen het drietal andermaal ontsnapte, uit de gevangenis van Bergen ditmaal. Freddy Vandeputte had toen een nep-pistool gefabriceerd uit broodkruimels en voorgekauwd karton, waarmee hij zijn cipier bedreigde, negen andere cipiers in een cel deed opsluiten, zijn twee kornuiten Lebon en Ghassoul bevrijdde, de directeur van de gevangenis tegen de grond mepte, waardoor deze 10 procent blijvende invaliditeit opliep en ten slotte aan de haal ging met de sleutelbos van de gevangenis van Bergen. Een paar dagen later kon het trio opnieuw worden gevat en het is te begrijpen dat het gerecht thans bijzonder zuinig omspringt met dit driemanschap dat thans werkelijk niets meer te verliezen heeft en van wie de eerste twee zelfs tweemaal levenslang riskeren.

Ze worden dan ook bijzonder omzichtig “verplaatst” en gaan telkens links en rechts aan rijkswachters geketend de zaal in en uit.

Er ontstond dan ook enige hilariteit in de zaal toen boven in de koepel van de assisenzaal, die in herstelling is, arbeiders aan de slag gingen met touwen en stellingsmateriaal. Alle aanwezigen zagen onmiddellijk een nieuwe ontsnappingspoging, op het getouw gezet door vrienden uit het milieu. De beklaagden keken hoopvol, maar ongelovig naar boven.

Solidair

Tijdens de eerste procesdag werd de jury samengesteld en de akte van beschuldiging voorgelezen, waarin Henri Charriére beslist elementen zou gevonden hebben voor een vervolg van zijn roman “Papillon” waarin hij de ontsnappingspogingen van een verbannen Franse boef op Cayenne beschrijft.

Bij de ondervraging door de voorzitter raadsheer Van Nispen blijkt de onverstoorbare solidariteit onder de drie “papillons” die elkaar zoveel mogelijk trachten te dekken.

Zeggen we hier ook nog dat de twee gangsters die al levenslang kregen een vrij behoorlijk voorkomen hebben. Vandeputte, goed in de kleren, en met zijn afgemeten antwoorden, zou zich even goed als boekhouder of expediteur kunnen uitgeven. Bij Lebon valt de verzorgde haarsnit op. Hij zou kapper kunnen zijn of vertegenwoordiger of zelfs journalist … waarmee we maar willen bewijzen dat we geen enkel beroep in diskrediet willen brengen.

Alleen voor Ghassoul, met zijn zwarte haardos, volle baard, pokdalig gezicht met een litteken versierd, zouden we bij voorkeur een straatje omlopen. Hij heeft inderdaad zijn boeventronie tegen.

In deze zaak moeten meer dan 80 getuigen worden gehoord. Ieder der beklaagde heeft twee raadgevers, terwijl de Belgische Staat zich burgerlijke partij stelde wegens de verwondingen aan de rijkswachters. Er wordt dan ook rekening mee gehouden dat het proces wel drie weken kan aanslepen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 Oktober 1978

“Wij wilden niemand doodschieten”

Dinsdag is voor het Assisenhof van Henegouwen het proces voortgezet van de drie zware jongens Ghassoul, Lebon en Vandeputte. Weer leek het justitiepaleis van Bergen een door de rijkswacht belegerde vesting waar niemand zonder controle in of uit kon en weer was het publiek even talrijk als bij de openingszitting.

Woensdagmorgen werd de ellenlange opsomming van de ten lasteleggingen voortgezet. Eerst ging het om een diefstal met inbraak bij een particulier te Ghlin op 18 september 1976. Daar zouden een som van 20.000 fr., kleren, een lichtpistool, dolkmessen enz. zijn ontvreemd. Alle drie bekennen probleemloos hun aandeel in deze zaak. Eveneens probleemloos worden pogingen tot diefstal van auto's en twee andere diefstallen bekend. Deze feiten werden dezelfde avond en nacht gepleegd als de inbraak te Ghlin.

Op 20 september roofden zij in een woning te Hornu een 22 mm-karabijn, evenals een jachtgeweer en een automatisch pistool en munitie. Op 21 september ging het er ernstiger aan toe. Toen was het postkantoor te Tertre uitgezócht als doelwit van hun operatie. Omstreeks 6 uur 's ochtends traden de drie gewapend en gemaskerd het kantoor binnen, knevelden alle aanwezige postmannen en sneden twee postzakken open op zoek naar geld. Op hun verzoek de geldkoffer te openen beweerde geen van de bedienden daarvan een sleutel te hebben, waarop het gangstertrio met lege handen ook wijkt.

Vuurgevecht

Vervolgens werd de zwaarste affaire, de schietpartij te Thulin, behandeld. Deze vond plaats op de avond van 22 september. Twee rijkswachters, Alphonse Coinne en Alain Herbint, werden daarbij zwaar gewond. Vandeputte kreeg toen overigens een kogel in de buik. Voor deze zaak worden Ghassoul, Vandeputte en Lebon beschuldigd van moordpoging. Zeker was dat het trio die avond gewapend was. De nieuwe uitbaatster van de “Tabou” wist zich eventjes af te zonderen om de rijkswacht van Quiévrain op te bellen.

Op zijn vraag aan de betichten hoe de schietpartij is verlopen, antwoordde Vandeputte formeel dat hij het eerste schot heeft gekregen. Waarop de voorzitter reageerde dat de rijkswachters even formeel volhouden dat zij eerst door Vandeputte zijn beschoten.

Op een vraag van de voorzitter, zegde Vandeputte nooit tot Ghassoul te hebben geroepen : “Maak hem af!”.

Ondervraagd over dezelfde feiten, beweerde Lebon dat hij op het ogenblik van de eerste schoten niet heeft gezien omdat hij nog binnen in de bar was. Daarna zegde hij geroep te hebben gehoord en een rijkswachter te hebben gezien die in schietpositie voor Freddy stond. “Daarop heb ik twee schoten afgevuurd”, zo zegde beschuldigde.

De voorzitter: “Naar uw mening wilde de gendarm Vandeputte doden?”

Lebon: “Ja, dat dacht ik, maar ikzelf wou niet doden.”

Tot slot was het Ghassouls beurt om het zijne te zeggen over de schietpartij te Thulin. Bij een eerste versie van de feiten poogde de gangster alles op de rug van zijn gezellen te schuiven.

Thans gaf Ghassoul toe dat hij in het rond was beginnen te schieten na de allereerste schoten te hebben gehoord. Hij zegde zelf: “Ik ben een rijkswachter genaderd die op de grond lag en die mij smeekte hem niet te doden. Het is volkomen fout dat ik nog heb gevuurd toen ik al over de rijkswachter gebogen stond”.

Verder zegde de beschuldigde nog dat hij bij het in 't rond schieten steeds zijn pistool naar de grond had gericht. Net zoals zijn twee kameraden ontkende Ghassoul dus ten stelligste ooit maar de bedoeling te hebben gehad te doden.

Ontsnapt

Volgend punt van het verhoor behelsde de ontsnapping uit de gevangenis van Bergen. De betichting van gijzeling in het kader van deze affaire betreft slechts Verdeputte en Lebon, hoewel Ghassoul uiteraard wist te profiteren van de gelegenheid die zich bood om te ontkomen.

Vandeputte gaf vlot toe het valse pistool uit broodkruim en karton te hebben ineengeknutseld en ermee bewaker Jacques Dumont te hebben bedreigd evenals bewaker Lechien. Deze laatste, zo weze overigens opgemerkt, werd onlangs aangehouden om zich te hebben laten omkopen, waardoor Ghassoul opnieuw kon ontsnappen.

Vandeputte gaf ter zitting ook toe Lebon en Ghassoul te hebben bevrijd na negen bewakers in een cel te hebben opgesloten en na gedreigd te hebben het vuur op hen te zullen openen indien de portier hem de grote toegangspoort niet wou openen.

Dinsdagnamiddag wordt Lebon op zijn beurt ondervraagd over de gijzeling. De man treft overigens de zwaarste beschuldiging, vermits hij de directeur van de gevangenis op de grond heeft geworpen. Daarbij liep de h. Duchêne verscheidene breuken op aan de benen met als gevolg een blijvende invaliditeit van 10 procent.

Lebon geeft toe dat hij de directeur bij de arm heeft getrokken, zodat deze is gevallen. Maar volgens de beschuldigde was de h. Duchêne dronken.

De zitting werd beëindigd met het verhoor van onderzoeksrechter Pirmez. Deze handelde over zijn onderzoek naar de schietpartij in Thulin. De vaststellingen, die terzake konden worden gedaan en vervat zijn in de akte van beschuldiging, leidden ertoe dat het trio beschuldigd werd van moordpoging.

Volgens de onderzoeksrechter valt het moeilijk te achterhalen wie te Thulin eerst heeft geschoten.

Heden wordt de zitting om 9u hervat.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Oktober 1978

Overval op postkantoor te Tertre werd flop

Bij het begin van de vijfde dag, vrijdagmorgen, in het proces Vandeputte-Lebon-Ghassoul voor het Hof van Assisen van Henegouwen, wordt nog even teruggekomen op het incident van donderdagmorgen, waarbij de verdedigers hadden geweigerd hun aktentassen te laten doorzoeken door de rijkswachters aan de ingang van de gerechtszaal. Mr. Graindorge, eerste verdediger van Vandeputte dankte het hof omdat het het geschil heeft beslecht zonder de eer en de rechten van de verdediging te schenken.

De eerste getuige is de h. Jonet van de gerechtelijke politie van Doornik. Hij vertelt dat hij enkele dagen vóór de schietpartij de “Tabou” te Thulin had doorzocht omdat hij getipt was dat daar misschien voorwerpen waren verborgen om de ontsnapten te helpen. Het onderzoek leverde echter niets op.

Dan volgen een aantal getuigenissen in verband met misdrijven die door het drietal werden gepleegd vóór het drama van Thulin. Het betreft op zichzelf ernstige feiten, die echter bij de uiteindelijke uitspraak van de jury weinig zullen doorwegen, overschaduwd als zij worden door de hoofdbeschuldigingen van moord.

Op 14 september 1976 pleegde het trio een mislukte overval te Mourcourt en een diefstal in een grootwarenhuis te Jemappes. Op 21 september was er een poging tot hold-up in het postkantoor te Tertre. De gangsters moesten er zonder buit afdruipen omdat alleen de ontvanger de sleutel van de brandkast had en die niet aanwezig was. Er zat trouwens maar 1.950 fr. in. Enkele postboden vertellen dat de gewapende en gemaskerde bandieten hun geboden de handen op te steken en hen daarna knevelden.

Op verzoek van de verdediging vraagt de voorzitter of getuigen zich bedreigd voelden, dan wel of ze dachten dat het om een grap ging. De brievenbestellers verklaren dat ze eerst aan een grap dachten, maar dat dit slechts enkele seconden heeft geduurd, nadien voelden ze zich echt bedreigd.

Mr. Debecker, verdedigster van Ghassoul, zorgt nog voor een incident. Ze haalt een krantenknipsel voor de dag waarin staat dat Mw. Antonia Todaro, die donderdag had getuigd, ontzet is uit haar burgerlijke en politieke rechten. Niettemin heeft zij de eed afgelegd. De advocaat-generaal roept daarop: “als wij het strafregister van alle getuigen moesten napluizen, zouden wij er nooit uit geraken”. De voorzitter voegt er aan toe dat het Hof van Cassatie toch geen rekening houdt met klachten, ingediend nadat de gewraakte getuige zijn verklaring al heeft afgelegd.

De zitting wordt daarop gesloten tot maandagmorgen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 Oktober 1978

Ghassoul recordhouder van aantal ontsnappingen

In het proces tegen Vandeputte, Lebon en Ghassoul heeft de inspecteur van de gerechtelijké politie Franco verklaart, dat Vandeputte tien dagen nodig had om de stukken van zijn vals pistool aan te maken met brood, een sardienenblikje, een stuk van een stoelpoot en een kogelpen. Maar hij had het in een goed half uur in elkaar gestoken.

Inspecteur Gilbert somde op hoeveel keer het drietal uit de gevangenis ontsnapte of ontvluchtingspogingen ondernam. Hier spant Ghassoul ongetwijfeld de kroon: Hij ontsnapte uit tehuizen waar hij als jongere was geplaatst, uit het Sint-Jorisziekenhuis te Bergen na zijn aanhouding voor een overval te Gilly, uit het gerechtshof te Charleroi in 1975, uit de centrale gevangenis te Leuven in september 1976, uit de gevangenis te Bergen in maart 1977 en in juni 1978.

Terugkomend op het drama van Thulin verklaarde inspecteur Gilbert, dat van in het begin de uitbaatster van de “Tabou” hem had gesproken over de uitroep “achève le” (maak hem af). Verdediger Magnée liet verstaan, dat men haar die bezwarende uitspraak wel eens zou kunnen in de mond gelegd hebben, om te kunnen terugvallen op een andere getuige dan de rijkswachters Corinne en Herbint.

In verband met de foto, die een krant publiceerde over de schietpartij te Thulin, sprak de verdediging van “schending van het onderzoeksgeheim”. De foto wordt bij het dossier gevoegd.

Tot besluit deelde de voorzitter mee, dat het hof twee bijkomende vragen zal stellen aan de jury: Heeft Lebon vrijwillig slagen en verwondingen toegebracht aan gevangenisdirekteur Duchène? Hebben die verwondingen een bestendige werkonbekwaamheid veroorzaakt?

Tijdens de namiddagzitting kwamen de getuigen van de verdediging aan het woord. Een buur, een veearts en zijn gewezen schoonmoeder noemen Vandeputte respectievelijk “een helper in nood”, “een dierenvriend” en “een goede jongen”. Vandeputte begint te wenen, voor de eerste maal tijdens dit proces, wanneer zijn voormalige vrouw verklaart niet te begrijpen hoe hij deze weg is kunnen opgaan.

De thesis van gerechtsarts Sossoignies betreffende de kogelbaan tijdens de schietpartij te Thulin, waarbij Vandeputte geraakt werd, wordt bijgetreden door Dr. Billot, opgeroepen door de verdediging. Zij moet immers bewijzen dat rijkswachter Herbint nog niet gewond was toen hij vuurde. Hierna wordt de zitting opgeheven tot donderdagochtend.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Oktober 1978

Verdedigers zwakken beschuldigingen af

Maandag werd voor het Hof van Assisen van Henegouwen de elfde dag in het proces ten laste van het trio Vandeputte, Lebon en Ghassoul ingezet.

Mr. Odette Haas kwam als derde verdediger van Vandeputte aan het woord. Haar betoog kwam er in hoofdzaak op neer te bewijzen dat de beschuldiging van gijzeling in de gevangenis van Bergen geen steek hield en absoluut niet kon vergeleken worden met de ernstige feiten die zich de jongste jaren herhaaldelijk in Italië en Duitsland hebben voorgedaan.

Mr. Helena Hauptmann, eerste advokaat van Christian Lebon, gaf vervolgens grif toe dat haar cliënt algehele bekentenissen heeft afgelegd, althans wat de minder belangrijke feiten betreft. Ze betwist niet dat tijdens de ontsnapping uit de gevangenis slagen werden toegebracht aan directeur Duchêne. Maar volgens haar zijn die het gevolg geweest van het gedrang dat daarbij ontstond.

Na eerst de overvallen van Mourcourt en Tertre een beetje te hebben afgezwakt snijdt zij de schietpartij van Thulin aan. Zij houdt vol dat er niet de geringste voorbedachtheid was bij Lebon. Alles wordt hier beheerst door de snelheid waarmee de feiten zich hebben afgespeeld en de verwarring die er het gevolg van was. “Ik heb de indruk dat Lebon gevuurd heeft zonder te mikken”, aldus de advocate, die het hof verzoekt een bijkomende vraag te stellen aan de gezworenen: die van de vrijwillige slagen en verwondingen waarop logischerwijze bevestigend zou moeten worden geantwoord, waardoor de beschuldiging van vrijwillige doodslag zou komen te vervallen.

Wat de gebeurtenis in de gevangenis van Bergen betreft is Lebon volgens pleiter schuldig aan slagen aan de h. Duchêne en niet aan gijzeling.

Mr. Madeleine Deroy, die eveneens Lebon verdedigt, schetst de persoonlijkheid van beklaagde, maar dan op een andere manier dan in de bundel is gedaan. Was hij reeds een stiekemerd en een wreedaard op zesjarige leeftijd, zoals een onderwijzer beweert? Pleiter betwijfelt dat. In werkelijkheid is hij een opgroeiende jongeman die zich de zwaarste moeilijkheden op de nek haalde met de moord te Gilly. Na de zware straf die hij daarvoor opliep is hij een en al berusting. Tot besluit verzoekt hij dan ook de jury Lebon schuldig te verklaren aan vrijwillige slagen en verwondingen zowel voor de ontsnapping als voor Thulin en niet in te gaan op de zeer zware beschuldigingen die door het openbaar ministerie tegen hem werden uitgebracht.

Twijfels

Na een korte onderbreking komt Mr. Anne Krywin aan het woord voor Ghassoul. Zij belicht speciaal zijn rol in het drama van Thulin. Niet zonder er eerst te hebben op gewezen dat de twijfel in het voordeel van haar cliënt moet spelen.

Pleiter stelt vast dat de openbare aanklager bij gebrek aan concrete bewijzen zijn toevlucht heeft gezocht in de * psychologie om Ghassoul schuldig te verklaren aan moordpoging op de beide rijkswachters. “Ik ben er zeker van dat Herbint heeft gelogen en dat zijn collega Coinne niet de gehele waarheid verteld”. Ook de deskundige in ballistiek krijgt een veeg uit de pan. Zijn werk zou er enkel hebben in bestaan de werkelijkheid te verdraaien …

“Ik ontkent dat Ghassoul het genadeschot heeft willen geven aan rijkswachter Coinne”, aldus Mr. Krywin, die ten bewijze daarvan een indrukwekkende reeks argumenten naar voren brengt. De advocate gaat er hard tegenaan wanneer zij de vraag in de zaal slingert: “Waarom zouden de rijkswachters boven alle verdenking staan? En de politiemannen van Elsene? En rechter Jespers?” Tot besluit van haar pleidooi verzocht zij de jury te verklaren dat Ghassoul te Thulin niet heeft willen doden.

De tweede verdediger van Ghassoul, Jacques De Becker, kan niet dulden dat een man tot wanhoop wordt gedreven en aan het slot van zijn betoog verzoekt hij de gezworenen neen te antwoorden op een hele reeks vragen. “Het dossier werd flink aangedikt”, aldus pleiter.

De namiddagzitting is begonnen met een nieuw arrest van het Hof waardoor de door de verdediging voorgestelde vragen niet gesteld zullen worden. Het betrof vragen over de zaak van Thulin, slagen en verwondingen aan de rijkswacht en het tijdelijk karakter van de werkongeschiktheid van de directeur van het ziekenhuis van Bergen. Worden wel weerhouden de vragen over de vlucht uit de gevangenis van Bergen en de bedreiging door gebaren. Vervolgens werden de replieken gehoord. De aanklager noemde het beschuldigde trio “een bende die tot alles in staat is”.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Oktober 1978

Jury beraadslaagt over 265 vragen

Dinsdagmorgen, bij het begin van de twaalfde en nagenoeg zeker voorlaatste dag in het proces van het trio Vandeputte, Lebon en Ghassoul voor het Assisenhof van Henegouwen, heeft voorzitter Van Nijsen de lezing voortgezet van de 265 aan de jury gestelde vragen. Een groot deel van deze vragen heeft betrekking op kleinere tenlasteleggingen zoals het stelen van een fles water, het namaken van een nummerplaat voor een auto, de diefstal van een zaklamp, van twee schroevendraaiers enz. … In feite zijn slechts de eerste eenentwintig vragen echt belangrijk.

Nagenoeg alle hoofdvragen zijn dan op hun beurt nog opgesplitst in bis, ter en zelfs quater. De eerste zeven behelzen voornamelijk de beschuldiging van gijzeling (alleen ten laste van Vandeputte en Lebon) bij de ontsnapping uit de gevangenis van Bergen op 20 maart 1977. De vragen 8 tot 21 slaan op de schietpartij te Thulin met als voornaamste aantijging de pogingen tot vrijwillige doodslag met voorbedachtheid op de rijkswachters Coïnne en Herbint.

Verder komen de vragen over de diefstal met geweldplegingen en bedreiging in een grootwarenhuis te Jemappes, op 14 september 1976, en de pogingen tot overval te Mourcourt en te Tertre.

Omstreeks 11u trok de jury zich terug om te beraadslagen. De lokalen van het Assisenhof werden afgesloten, met inbegrip van de gehoorzaal en voor velen begon het wachten. Algemeen wordt aangenomen dat dit wel eens lang kan aanslepen. Dinsdagmorgen kon men de leden van de jury overigens zien aandraven met lunch- en avondmaalpaketten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Oktober 1978

15 jaar voor Vandeputte en Ghassoul levenslang voor Lebon

Het Hof van Assisen van Henegouwen heeft woensdag het proces voortgezet tegen Vandeputte, Lebon en Ghassoul, over wie in de nacht van dinsdag op woensdag het verdict viel.

Na anderhalf uur beraadslaging vielen voor het Assisenhof van Henegouwen de straffen. Alfred Vandeputte en Michel Ghassoul werden veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf, Christian Lebon tot levenslange dwangarbeid. De drie beschuldigden aanhoorden onbewogen de vonnissen.

In zijn rekwisitoor verwierp de substituut van de Procureur des Konings woensdagnamiddag alle verzachtende omstandigheden. Hij legde de nadruk op het steeds toenemend geweld. Voor Lebon, beschuldigd van gijzeling, zei hij nochtans niet de doodstraf te zullen eisen. Het Openbaar Ministerie verzette zich tevens tegen de wensen, die waren naar voren gebracht door de verdediging, om meer rechten en comfort toe te kennen aan de gevangenen. Na nog herinnerd te hebben aan de ernst van de tenlasteleggingen eiste de h. Briquet voor Vandeputte en Lebon levenslange dwangarbeid, en voor Ghassoul 25 jaar dwangarbeid.

Mr. Graindorge, verdediger van de eerste beschuldigde, zei daarop dat de aanklager het arrest van de jury niet eerbiedigt, vermits hij een zware straf eist voor Vandeputte, die dinsdagnacht nochtans werd vrijgesproken van de feiten te Thulin (de schietpartij), dan voor Ghassoul, die ter zake schuldig werd bevonden aan moordpoging.

Tegen gevangenisstelsel

Vervolgens ging de advocaat opnieuw tekeer tegen het gevangenisstelsel, en zei hij verontwaardigd te zijn over de omvang van de straf, die tegen zijn cliënt wordt gevorderd. Meteen herinnerde Mr. Graindorge eraan dat men kan afdalen tot een minimum van drie jaar. Hij besloot echter met voor zijn cliënt een matige straf te vragen.
Mr. Magnée, die aan de beurt kwam na Graindorge, bezwoer de jury niet de gijzelaar te zijn van de openbare mening en menselijk te blijven.

Kwam vervolgens Mr. De Becker aan het woord als eerste advocaat van Ghassoul. Deze zei dat de wet de jury toestaat minimaal twee jaar gevangenisstraf op te leggen, “maar het is niet dat wat ik U vraag”, aldus de verdediger, “tussen twee en twintig jaar is er evenwel een zeer groot verschil en de mogelijkheid bestaat een juiste en gematigde straf uit te spreken”, zo zei hij.

Mr. Kriwyn, tweede verdediger van Ghassoul, stelde zijn cliënt voor als een sympathiek man, die ervan hield in gemeenschap te leven. “Maar van zodra men hem niet meer als een mens beschouwde, is hij veranderd”, aldus de verdediger. “Maar”, zo ging deze voort, “hij zal opnieuw een modelgevangene worden als de straf, die men hem oplegt, maar rechtvaardig is”.

Kwamen tot slot de Mrs. Deroy en Hauptman pleiten voor Lebon. Deze legden er de klemtoon op dat hun cliënt in de gevangenis van Bergen alleen maar volgzaam is geweest en dat, indien hij daar de directeur heeft omvergelopen en verwond, dit is gebeurd uit zenuwachtigheid, net zoals dat het geval is geweest te Thulin. De twee vrouwelijke advocaten vroegen dat men de aanklager niet zou volgen.

Daarop trokken jury en Hof zich terug om te beraadslagen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Oktober 1978