2,191

(0 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Wat? Schietpartij in een restaurant, waarbij twee mensen vermoord werden.

  • Waar? Restaurant Athena, Place Jules Mansart te La Louvière » Google Maps

  • Wanneer? In de nacht van 17 op 18 januari 1983.

  • Wie? Dominique Demaeght, 20 jaar op het moment van de feiten

  • Wapen: Karabijn

  • Status: Opgelost

Dominique Demaeght, een werkloze man die nog bij zijn ouders in Seneffe woonde, vierde die nacht zijn verjaardag. Hij bezocht verschillende cafés met zijn vrienden. Uiteindelijk belandde hij alleen in Grieks restaurant in La Louvière. Daar kreeg hij geen bier meer en schoot drie mensen neer. Twee mannen overleden ter plaatse. Een vrouw werd zwaargewond naar het ziekenhuis gebracht.

Dominique Demaeght werd voor deze feiten in oktober 1985 tot de doodstraf veroordeeld.

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/domini11.jpg

Moorddadige overval op restaurant te La Louvière

In de nacht van dinsdag op woensdag heeft een jongeman te La Louvière een overval gepleegd op een restaurant. Omdat hij geen geld kreeg schoot hij het uitbatende echtpaar en een verbruiker neer. Het echtpaar werd gedood en de verbruiker zwaar gewond.

Omstreeks 3 uur stapte de 20-jarige Dominique Demaeght uit Seneffe restaurant "Athena” binnen aan de Place Jules Mansart te La Louvière. In zijn hand had hij een revolver waarmee hij de uitbater, Aristotoni Cantari, bedreigde en de inhoud van de kassa eiste. Cantari wilde daarop niet ingaan en vluchtte naar de keuken. Demaeght achtervolgde hem tot in dit vertrek en schoot de man neer. Cantari werd getroffen in het hart en was op slag dood. Vervolgens vuurde de overvaller op de echtgenote van de uitbater Andrea Kontsaris, die in de buik werd getroffen en joeg in de verbruikzaal een klant een kogel in het hoofd. Deze twee slachtoffers werden naar het ziekenhuis van Montignies-Ie-Tilleul overgebracht waar Andrea Kontsaris woensdagmiddag overleed.

Na zijn misdaad ging Demaeght te voet weg, maar keerde enkele minuten later terug naar het restaurant om een kijkje te nemen. Intussen waren getuigen en omwonenden toegestroomd en herkenden onmiddellijk de overvaller. De jonge man zette het op een lopen, achternagezet door politiemannen die hem 500 meter verder inrekenden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Januari 1983

Moordenaar vierde 21ste verjaardag

Dominique Demaeght, de jongeman die maandagnacht te La Louvière twee mannen doodschoot, een vrouw zwaar verwondde, op verscheidene personen vuurde, gelukkig zonder hen te raken en met een karabijn nog anderen bedreigde, was op herbergbezoek om zijn 21ste verjaardag te vieren.

Demaeght, een werkloze die bij zijn ouders te Seneffe woont, was voordien reeds bij de gerechtelijke diensten gekend wegens vechtpartijen en diefstallen.

Maandag werd hij 21 en had besloten dat eens duchtig te vieren. Hij trok laarzen aan, een jeans en een zwart lederen vest, waaronder hij een karabijn met afgezaagde loop verstopte.

In het gezelschap van verscheidene vrienden startte hij zijn herbergronde in “Café de la Poste” te Seneffe zelf. Daar werden verscheidene glazen bier gedronken. Toen de groep de instelling verliet, was Demaeght licht onder invloed, maar scheen niet dronken. De vrienden gingen vervolgens naar Manage, waar de Italiaanse uitbaters van een café hen weigerden te bedienen.

Demaeght begon ruzie te maken en uitte bedreigingen. Zijn kameraden konden hem echter kalmeren en gans de groep vertrok naar La Louvière. Daar besloot de jarige alleen verder te vieren. In herberg “Le King” kreeg hij opnieuw geen bier, waarop de jongeman de karabijn bovenhaalde, ze op de toog legde en de aanwezigen verbaal bedreigde. Omdat niemand daarvan onder de indruk kwam, dronk Demaeght een koffie, nam de karabijn en stapte naar buiten.

Café “La Corrida” op de Place Mansart, was gesloten en daarom trommelde Demaeght op de ruiten De uitbaatster kwam kijken, maar deed niet open toen ze de karabijn in de handen van de jongeman zag. Via een radio verwittigde ze haar man, een taxichauffeur die op dat ogenblik in de streek rondtoerde.

Restaurant

Demaeght was intussen al naar het nabijgelegen Grieks restaurant “Athena” gestapt, dat eveneens gesloten was. Maria Fanartzis (42) opende echter de deur en Demaeght stapte naar binnen. In de verbruikzaal bevonden zich behalve de uitbaatster, haar man Aristidis Candartzis (56), de 22-jarige Turk Fifkie Ozturk uit La Louvière, Andrea Kotsiaris, een 38-jarige chauffeur uit Binche, en diens echtgenote Hélène Katsidoni (31), die in deze stad een restaurant uitbaat.

Omdat hij geen bier kreeg, accepteerde Demaeght een tas koffie en boterhammen met kaas. Toen hij daarna opnieuw bier eiste, gaf de h. Candartzis toe. Diens echtgenote was er echter niet gerust in en ging onopgemerkt naar boven, waar ze haar 14-jarige dochter opdracht gaf de politie te verwittigen.

Ondertussen was Demaeght vermoedelijk tot de slotsom gekomen dat hij wat al te driest was opgetreden. Doch in plaats van te vertrekken, haalde hij de karabijn te voorschijn en zei tot de jonge Ozturk: “Het is niet nodig de politie te halen Jij bent het eerste slachtoffer.” Demaeght vuurde onmiddellijk, maar Ozturk dook bliksemsnel achter de toog en bleef ongedeerd.

Aristidis Candartzis, die op dat ogenblik in de keuken was, kwam toegelopen met een mes in de hand. Demaeght vuurde onmiddellijk op alle aanwezigen. Candartzis kreeg een kogel door het hart en was op slag dood. Andrea Kotsiaris werd getroffen in het hoofd en Maria Fanartzis in de buik. Ozturk en Hélene Katsidoni bleven ongedeerd.

In de loop van dinsdag zou Kotsiaris in het ziekenhuis overlijden en niet Fanartzis, zoals aanvankelijk werd gemeld. Na een heelkundige ingreep is de vrouw thans buiten levensgevaar.

Achtervolging

Na de schoten was Demaeght met het wapen in de handen, naar buiten gelopen waar hij de toegesnelde uitbater van het aanpalend café “Le Metropole” tegenkwam. Die werd onmiddellijk onder uur genomen, maar kon zich redden door achter een geparkeerde auto te duiken.

Enkele straten verder stopte Demaeght de karabijn weer onder zijn vest en keerde, uiterlijk kalm terug naar de Place Mansart. Hij werd onmiddellijk herkend en achtervolgd door omwonenden en kijklustigen. De eerste die Demaeght wilde grijpen was de taxichauffeur en echtgenoot van de uitbaatster van herberg “La Corrida”. Hij werd eveneens door de moordenaar beschoten, maar niet geraakt.

Op dat ogenblik reden een politiewagen en een rijkswachtcombi de straat in. Adjunct-commissaris Serge Frize maande Demaeght aan zich over te geven, maar deze vuurde van zeer dichtbij. Gelukkig voor Frize ketste het wapen.

Politieman René Debruyne, die in de combi van de rijkswacht zat, opende op zijn beurt het vuur. De kogels vlogen over het hoofd van Demaeght, die onmiddellijk zijn wapen wegwierp en zich op de grond liet vallen. Zonder verdere weerstand liet hij zich aanhouden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Januari 1983

Demaeght: “Het was tegenslag”

“Het was gewoon tegenslag, een ongeluk eigenlijk,” zei Dominique Demaeght maandagvoormiddag toen de voorzitter van het Assisenhof hem ondervroeg over het gebeuren in de nacht van 17 op 18 januari 1983 in een café te La Louvière.

De 23-jarige Demaeght uit Seneffe schoot toen drie personen neer, waarvan er twee aan hun verwondingen bezweken. Nadien vuurde hij op straat op de toegesnelde rijkswachters en politieagenten. Van bij zijn aanhouding heeft men zich afgevraagd of Demaeght wel normaal was. Met spanning word dan ook gewacht op het getuigenis van de psychiater.

Tijdens de ondervraging door de voorzitter bleek al snel dat het niet makkelijk zou zijn Demaeght te laten praten over de feiten. Raadsheer Vereecke moest hem als het ware de woorden uit de mond halen. Zo kwam men met veel moeite te weten dat Demaeght op de bewuste dag zijn 21ste verjaardag vierde en op kroegentocht was.

De voorzitter wilde weten waarom hij zich voor die gelegenheid van een karabijn met afgezaagde loop had voorzien. “Omdat ik uit stelen wou gaan”, zei beklaagde en veroorzaakte met dat antwoord nogal wat verrassing, want dat had Demaeght tijdens het onderzoek nooit verklaard.

Hoe dan ook, op 18 januari omstreeks 2u 's nachts stond hij in een café te La Louvière openlijk met kogels te spelen, maar daar herinnerde hij zich gisteren niets meer van. Ook wist hij niet meer dat hij de karabijn bovengehaald zou hebben om zich toegang tot café “L’ Athenée” te verschaffen. “Ik ben daar niet binnengestapt om te stelen maar om een pint te pakken”, antwoordde Demaeght op vraag van de voorzitter.

Dat hij plots beginnen schieten is, lag aan het feit dat iemand hem een pot mayonaise naar het hoofd had gezwierd. Hij wilde niemand doodschieten. “’t Was gewoon tegenslag”, meneer de voorzitter, zei Demaecht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 1 Oktober 1985

Demaeght is een eenzaat

In het proces van Dominique Demaeght gaf dinsdagvoormiddag commissaris Paul Tilmant van de gerechtelijke politie van Bergen een beeld van de beklaagde. Deze heeft geen belangstelling voor de medemens. In zijn familie werd zelden met elkaar gesproken en niemand deed een poging de andere te begrijpen.

Een volgende getuige kwam vertellen dat een vriend van Demaeght had verklaard dat de beklaagde op zijn 21ste verjaardag een daad met grote weerklank wou stellen. Daardoor denkt men aan voorbedachte rade.

Rifko Ozturk, kelner in restaurant “Athènes” waar de dodelijke schoten vielen, bleef erbij dat de beschuldigde op hem schoot met de bedoeling hem te doden. Demaeght zou zelfs geroepen hebben: “Jou zal ik als eerste doden”.

Tijdens de namiddagzitting kwam Jean-Jacques Dumarteau, vriend van de beklaagde, getuigen. Hij verklaarde dat zijn vriend de avond voor de feiten gewapend was. Dumarteau zei ook dat hij de lader uit het vuurwapen had verwijderd, maar nadien had teruggegeven.

Nadien werden een aantal politiemannen gehoord. Commissaris Frize werd gered door het schot van agent De Bruyne dat beklaagde aan het schrikken bracht en waardoor hij zijn wapen liet vallen. Demaeght heeft tot de commissaris gezegd: “Ik zal je vel hebben als ik na twintig jaar vrijkom …”

Bij het einde van de zitting zei de voorzitter dat hij de vraag van voorbedachtheid zal stellen in verband met de moord en de moordpogingen. Dit zal automatisch de doodslag veranderen in poging tot doodslag. Demaeght zal dus niet meer beschuldigd worden van moord, maar wel van twee doodslagen en vijf pogingen tot doodslag.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 Oktober 1985

Aanklager acht Demaeght schuldig aan moord

Woensdagvoormiddag werden de laatste getuigen gehoord in het proces tegen Dominique Demaeght. Een lange discussie werd gevoerd over het geestesziek zijn van de beklaagde. Dokter Hendrickx van het militair ziekenhuis te Neder-over-Heembeek zei dat Demaeght uit het leger werd ontslagen omdat hij een letsel aan de schedel had opgelopen en hij een psychopaat was.

De vader van Demaeght zei dat zijn zoon karakteriële moeilijkheden had gekend sinds zijn achtste levensjaar en dat hij in twee instellingen werd geplaatst.

De namiddagzitting begon met het pleidooi van meester Lesire, de advocaat van de burgerlijk partij, Candartzi. Hij zei dat de beschuldigde vrijwillig had gehandeld en zijn daad lange tijd had voorbereid. Advocaat Franck, die de familie Katzieris vertegenwoordigt, zei dat Demaeght gevaarlijk was en daarom moest worden veroordeeld.

Het openbaar ministerie zette de feiten nog eens op een rij en achtte Demaeght toerekeningsvatbaar. Voor de openbare aanklager is er tevens sprake van voorbedachte rade. Hij vroeg de juryleden Demaeght schuldig te vinden aan moord en poging tot moord.

Advocaat Patrice Debouche zei dat zijn client door de natuur was benadeeld en in een onevenwichtige gezinssituatie had geleefd, waar hij geen contact had met de anderen. Voor meester Debouche is het feit dat de beklaagde uit het leger werd ontslagen het bewijs van zijn zwakke geestesgesteldheid.

Tweede verdediger Philipp Deplanche zei dat er geen sprake is van voorbedachte rade.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 Oktober 1985

Doodstraf voor Demaeght

Na een korte deliberatie heeft het Assisenhof van Henegouwen gisteren Dominique Demaeght ter dood veroordeeld. De jury had hem toerekeningsvatbaar geacht en schuldig bevonden aan twee moorden en vijf moordpogingen.

Tijdens de replieken hadden zowel de advocaten van de burgerlijke partijen als de openbare aanklager gesteld dat Demaeght niet geestesgestoord is. De verdedigers daarentegen vroegen de jury de voorbedachtheid af te wijzen en vroegen dat hun client in een instelling voor sociaal verweer zou worden geplaatst.

Daarop vroeg de voorzitter aan Demaeght of hij nog iets te zeggen had. Hij antwoordde onbewogen: “Neen”. Ook toen het vonnis werd geveld, leek Demaeght niet onder de indruk. Hij maakte zelfs een beledigend gebaar naar een deel van het publiek dat na het uitspreken van de doodstraf applaudisseerde.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Oktober 1985

2,192

(96 replies, posted in 1990-1999)

Een uitgebreid artikel over de moord op Peter De Vleeschauwer uit juni 2023:

“Het is opgezet spel van hemzelf”: dood rijkswachter Peter (37) blijft mysterie

‘The answer is blowing in the wind.’ Dat staat op het graf van de Lokerse rijkswachter Peter De Vleeschauwer (37). Hij liet in 1996 het leven bij een professionele moord. Een moord die na bijna 25 jaar nog altijd niet opgelost is. De hypotheses over zijn dood zijn vaak knotsgek, maar toch is het een smet op het blazoen van justitie dat de dood van een dienaar uit de eigen rangen nooit werd opgelost. Al beweren veel kwatongen dat ook uit eigen politiekringen het onderzoek bewust vertraagd werd. Een reconstructie van een van de weinige onopgeloste moorden op een politieagent in ons land.

14 november 1996 om 20 uur, de rijkswachtkazerne in de Vermorgenstraat in Sint-Niklaas loopt leeg. Peter De Vleeschauwer is planton, rijkswachtjargon voor een permanentie in het wachtlokaal van de kazerne. De dertiger blijft alleen achter op zijn nieuwe werkplek. Hij is recent overgeplaatst van de brigade van Lokeren naar Sint-Niklaas, een welgekomen rustiger korps na de hel waar hij in Lokeren door ging.

Enkele collega’s waren er volgens integere De Vleeschauwer zodanig corrupt en doordrongen van racisme dat er veel spanningen waren. De gevoelens waren trouwens wederzijds. Zijn collega’s met bedenkelijke sympathieën startten een petitie op om Peter, tevens vakbondsman, eruit te werken: te principieel en een man die te veel volgens het boekje werkte. Een milieu-activist ook, in die tijd zeldzaam in politiemiddens.

Toch keert de rust na zijn overplaatsing niet volledig terug voor de rijkswachter. Twee dagen voor zijn verdwijning dient De Vleeschauwer nog klacht in bij de onderzoeksrechter na doodsbedreigingen. Volgens zijn verklaring was het steeds dezelfde trage stem aan de telefoon in de kazerne: “Peter. Nu. Dood.” De beller wist ook precies wanneer hij zou opnemen. Hij belt nog een vriend op de dag van zijn verdwijning. “Ik heb problemen, maar ik vertel het morgen wel. Ik kan er met niemand anders over praten.” Hij diende ook klacht in bij onderzoeksrechter Walter Van de Sijpe. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

2,193

(3 replies, posted in Andere Personen)

Un Français évadé d'une prison belge condamné à 30 ans de réclusion

Le tribunal de grande instance de Brest (ouest) a condamné mardi à 30 ans de réclusion criminelle un Français qui s'était évadé d'une prison belge où il purgeait une peine de travaux forcés à perpétuité.

Yves Ciroldi, 41 ans, s'était évadé le 20 juin 1993 de la prison de Liège où il était incarcéré pour meurtre depuis 1985. Il avait été arrêté en avril dernier dans la région de Brest, où il venait de commettre un cambriolage. Lors de l'audience, le 28 juin, le tribunal de Brest avait longuement débattu pour trouver une peine adéquate correspondant à celle prononcée par la justice belge. La peine de travaux forcés à perpétuité n'existant pas dans le code français, le procureur avait requis une peine de réclusion à perpétuité. Mais l'avocat d'Yves Ciroldi avait fait valoir que la qualification juridique d'homicide volontaire retenue à son encontre par la justice belge n'était sanctionnée en France que par une peine maximum de 30 ans de réclusion criminelle.

Bron: Belga | 3 Juli 1996

2,194

(1 replies, posted in 1980-1989)

In Het Laatste Nieuws stond eind vorige maand een artikel over deze moord:

“Bij elke beweging die hij maakte, werd de knoop strakker gespannen”: hoe een Franse inbreker zijn slachtoffer zichzelf liet wurgen

“Ik wou beletten dat hij me zou herkennen.” Meer uitleg heeft Fransman Yves Ciraldi (30) niet tijdens zijn assisenproces in 1988, voor de dood van Gerard Bossuyt (56) uit Menen. Toen die hem betrapt had tijdens het inbreken, vond Ciraldi het nodig om hem vast te binden met een ‘Siciliaanse verhuizersknoop’. “Die man is een gruwelijke dood gestorven”, vatte de inmiddels overleden onderzoeksrechter Marc Allegaert het samen. En ondanks de zware straf die de Fransman krijgt, zal het niet de laatste keer zijn dat zijn naam grote ogen doet trekken.

Een mes, vuurwapen of stomp voorwerp: dat zijn de ‘tools’ waarvan moordenaars zich doorgaans bedienen. In onze reeks ‘Dodelijk creatief’ vertellen we echter de verhalen van zij die op een heel andere manier te werk gingen.

Het is maandag 17 juni 1985, in de namiddag. De zus van Gerard Bossuyt maakt zich zorgen omdat ze al enkele dagen niets meer van haar jongere broer gehoord heeft en omdat hij zelfs niet voor het middageten is opgedaagd. Hij heeft wel gemeld dat hij die vaste afspraak enkele dagen niet zou kunnen nakomen omdat zijn auto voor herstelling naar de garage moest. Maar het duurt zijn zus nu allemaal toch wat te lang.

Ze besluit om naar zijn woning te trekken in de Weggevoerdenlaan in Lauwe. Daar vindt ze eerst een schoen, vervolgens een bril en uiteindelijk… het levenloze lichaam van haar broer. Hij blijkt gewurgd te zijn met een touw en ligt onder een deken. De kranten van donderdag zitten nog in de brievenbus, dus er moet woensdagavond of -nacht al ‘iets’ gebeurd zijn. Maar zelfs Brenda, de hond van Gerard, heeft geen alarm geslagen. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

2,195

(478 replies, posted in Onderzoeksdaden)

fenix wrote:

Fransen is op dit ogenblik Federaal Procureur en volgens jou heeft zij dus niets te maken met dat nog lopende onderzoek?

Ann Fransen is als federaal procureur het hoofd van het Federaal Parket. Zij heeft in 2024 federaal procureur Frédéric Van Leeuw opgevolgd. Zij staat aan het hoofd van een team van 16 Frans- en 16 Nederlandstalige federale magistraten. Marianne Cappele is één van die 32 federale magistraten en zij is (het is nog altijd een lopend gerechtelijk onderzoek) binnen het Federaal Parket verantwoordelijk om het Bende van Nijvel-dossier op te volgen. Maar zoals Xenophon terecht aanhaalt, blijft de leiding van het onderzoek bij de onderzoeksrechter.

Er zullen wel periodieke meetings geweest zijn met een stand van zaken van het onderzoek maar het was niet de taak van procureur Fransen om te "micro-managen" en zich bezig te houden met dit dossier.

2,196

(478 replies, posted in Onderzoeksdaden)

fenix wrote:

Bovendien, als dochter van de laatste commandant van de Rijkswacht had zij ver van dit onderzoek moeten weg blijven vind ik.

Ann Fransen had als hoofd van het federaal parket niets te maken met het onderzoek naar de Bende van Nijvel. Die taak ligt bij Marianne Capelle. Ann Fransen was aanwezig bij het informatiemoment omdat ze vond dat zij als hoofd van het federaal parket hierbij aanwezig moest zijn.

2,197

(0 replies, posted in Overzicht Bendes)

De "Gang der Sicilianen" was een bende die in 1972-1972 verschillende overvallen pleegde, vooral op banken, in de streek van de Borinage en het Centrum (beiden in Henegouwen). De daders waren steeds met drie of vier. Ze waren steeds gewapend en droegen een bivakmuts. Ze maakten gebruik van een gestolen auto die enkele kilometers verder werd achtergelaten.

Feiten:

In totaal pleegden ze een twintigtal misdrijven.

  • 12 Juni 1972: Overval op Café Stauart in La Louvière. Alle aanwezigen werden van hun geld en juwelen beroofd

  • 31 Juli 1972: Mislukte overval op het postkantoor van Saint-Vaast

  • 27 September 1972: Diefstal in de gemeenteschool van Houdeng

  • 20 Oktober 1972: Diefstal in de gemeenteschool van Chapelle-lez-Herlaimont

  • 4 November 1972: Mislukte overval in Maurage

  • 17 November 1972: Overval op de firma Ledecq, Faubourg de Soignies te Nijvel. Buit: 25.000 fr.

  • 27 November 1972: Overval op een postkantoor in Familleureux. Buit: 20.000 fr.

  • 8 December 1972: Overval op een kantoor van de Bank van Brussel in Bois-d’Haine. Buit: 13.950 fr. Tijdens de overval wordt er een schot afgevuurd naar de filiaalhouder. Dit gebeurde nadat één van de gangsters had geroepen: “Schiet, schiet dan toch.”

  • 22 December 1972: Overval op een kantoor van de Bank van Brussel in Bois-d'Haine. Buit: 30.000 fr.

  • 4 Januari 1973: Overval op een kantoor van de Generale Bank op de Grote Markt van Obourg. Buit: 400.000 fr.

  • 25 Januari 1973: Overval op een kantoor van de Generale Bank in Hesnies. Een medewerker van de bank wordt neergeschoten. De man overlijdt tien dagen later in het ziekenhuis.

Daarnaast is er nog een inbraak in metaalbedrijf in Seneffe en verschillende autodiefstallen waaronder twee in Seneffe.

Leden:

De bende bestond uit zes personen. Vier mannen die de overvallen pleegden en twee die de wapens leverden. (Leeftijd in juni 1975.)

  • Giuseppe Galione (25), Houdeng-Ameries

  • Pietro Tinebra (24), La Louvière

  • Salvatore Angello (24), Haine-Saint-Pierre

  • Angelo Gati (25), Maurage

  • Salvatore Marotta (46), Saint-Vaast (wapenleverancier)

  • Calogero Marrella (30), Triviers (wapenleverancier)

  • Casarino Gallo

De bende tijdens het assisenproces in 1975:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/gang_d11.jpg

De door de bende gebruikte wapens:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/gang_d10.jpg

Gewapende overvallen te Woutersbrakel en te Nijvel

Vrijdag te 10u45 is een gewapende overval gepleegd in het postkantoor van Woutersbrakel. De overval werd gepleegd door een enkele gewapende man. De buit bedraagt ongeveer 100.000 fr

Gauw meegepakt

Vrijdag omstreeks 13u30 zijn twee onbekenden, nadat een medeplichtige hen met een rode Fiat voor de firma Ledecq, gevestigd Faubourg de Soignies te Nijvel, gebracht had, gewapend en gemaskerd de kantoren binnen gestapt. Zij verplichtten de zoon van de h. Ledecq hen het koffertje met de lonen van de werknemers te overhandigen. De overvallers sprongen met 25.000 fr. in de Fiat en verdwenen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 November 1972

Henegouwen van beruchte bende gezuiverd

De rijkswacht van La Louvière heeft een grote slag geslagen. Het is haar namelijk gelukt een roversbende achter slot en grendel te zetten, die de jongste tijd In de streek van de Borinage en het Centrum tal van gewapende overvallen pleegde, vooral op bankinstellingen. Het gaat om vier Sicilianen, die wellicht zwaar zullen boeten, omdat bij hun jongste hold-up, nl. te Hensies, een dode is gevallen.

Een van de aangehoudenen heeft toegegeven te hebben deelgenomen aan de hold-ups te Bois-d'Haine, te Familleureux, te Obourg en te Hensies. Zijn spitsbroeders, die door de gerechtelijke autoriteiten van La Louvière duchtig op de rooster worden gelegd, ontkennen vooralsnog.

De overval te Familleureux gebeurde op 27 november jl. omstreeks 9u30. Twee gewapende mannen, het aangezicht verborgen achter een muts, drongen er het postkantoor binnen en dwongen de twee cliënten die binnen stonden op de grond te gaan liggen. Hun buit bedroeg amper 20.000 fr. daar ze “vergaten” de brandkoffer te ledigen, die heel wat rijker voorzien was.

Vier weken later, namelijk op vrijdag 22 decembers tapten omstreeks het middaguur drie gangsters het bijkantoor van de Bank van Brussel te Bois-d’Haine binnen. De bandieten, die gemaskerd waren, dwongen de zaakvoerder onder bedreiging van hun vuurwapens, de geldkoffer te openen, die nog geen 30.000 fr. Bevatte. Alvorens met de buit te vertrekken in een auto waarin een vierde gangster op hen wachtte, sloegen zij de zaakvoerder neer met de kolf van een pistool.

Onvoorzichtigheid

Met het geringe rendement van deze twee strooptochten konden de gangsters vanzelfsprekend geen grote sier maken. “Loon naar werken” kregen ze echter op 4 januari. Die donderdagochtend drongen vier gewapende jongemannen het bijkantoor van de Generale Bankmaatschappij aan de Grote Markt te Obourg binnen.

Onder bedreiging van hun pistolen eisten ze het geld op. Zo werden in een minimum van tijd een kleine 400.000 fr. buitgemaakt. Ze begingen echter een kapitale fout; het was de bedienden namelijk niet ontgaan dat de bandieten Frans spraken met een Italiaanse tongval. Wellicht heeft deze wetenschap de ontmaskering van de bende in de hand gewerkt.

Een nog grotere vergissing begingen ze echter te Hensies, aan de Franse grens. Hier liep alles mis op de die bewuste 25 januari, toen zij eveneens een bijkantoor van de Generale Bankmaatschappij poogden te plunderen. Omdat een der aanwezige bedienden het alarmsysteem in werking bracht, zagen de gangsters zich genoodzaakt ijlings de vlucht te nemen.

Ze waren zo in paniek dat een hunner in het wilde weg begon te schieten met zijn pistool waarbij de 32-jarige bediende Pierre Cantineau levensgevaarlijk gekwetst werd. De man overleed trouwens tien dagen later in een Leuvense kliniek.

Tactiek

Het is opvallend dat bij al deze hold-ups volgens eenzelfde patroon te werk werd gegaan. Telkens waren de bandieten - of ze nu met twee, drie of vier waren - gewapend en hadden zij hun gelaat verborgen. Een andere kenmerkende eigenschap is dat zij zich bij hun strooptochten steeds bedienden van een gestolen auto, die even later enkele kilometers verder werd achtergelaten.

De namen van de aangehouden Sicilianen werden nog niet bekend gemaakt. Evenmin konden we vernemen of de bende uit meer dan vier personen bestaat en hoe lang hun stroperslijst uiteindelijk wel is. Voor de onderzoeksrechter nog en hele karwij om alle onderdelen van de legpuzzel in hun juiste vakje te plaatsen. Nu het viertal in zijn vlucht gekortwiekt is, moet het evenwel mogelijk zijn al die geheimen bloot te leggen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Februari 1973

Hoe de Siciliaanse gangsters gesnapt werden

De ondervraging van de donderdagochtend aangehouden Siciliaanse gangsters werd vrijdag door de BOB van Bergen voortgezet. Bij hun aanhouding waren de vier mannen toebereidselen aan het treffen voor een nieuwe slag. In de garage van één der gangsters, Galione, werd een gestolen wagen aangetroffen waarin zich wapens bevonden.

Volgens de onderzoekers geven de vier blijk van een volslagen cynisme. Galione zou aan de rijkswachter verklaard hebben dat zijn zoon, als hij groot is, hen van kant zal maken.

Op 23 januari van dit jaar heeft het geen haar gescheeld of de ganse bende liep tegen de lamp hij een controle van hun identiteit door de rijkswacht. Toen één van de vier te Chatelineau een bankkantoor bestudeerde terwijl de drie anderen in een wagen wachtten, had de rijkswachtpatrouille toen de wagen onderzocht en zij had wapens ontdekt.

Na de overval te Hensies, waarbij een bankbediende gedood werd, sloeg de politie groot alarm. De rijkswachters die de identiteitskaarten afgeschreven hadden, gaven de namen van de vier Sicilianen toen door aan de BOB van La Louvière.

Nadat de gerechtelijke politie van Bergen uit Brussel verwittigd was dat een zekere Galione in Ukkel getracht had een landgenoot 50.000 fr. af te troggelen, begonnen er vermoedens te rijzen. De foto van Galione werd herkend door de zaakvoerder van het kantoor te Hesnies. De identificatie van de andere bendeleden was toen maar een koud kunstje.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Februari 1973

Siciliaanse bandieten deden hun daden over te La Louvière

Stevig geketend aan hun “bewaarengelen” - een stel stoere rijkswachters - keerden de Siciliaanse bandieten Galione en Tinebra dinsdag terug naar La Louvière, ditmaal voor de reconstructie van enkele van hun wandaden.

Het parket stond onder de leiding van onderzoeksrechter Hervé Puisse. Er was een uitgebreide ordedienst aanwezig om de massa nieuwsgierigen op behoorlijke afstand te houden.

De 23-jarige Giuseppe Galione uit Houdeng-Aimeries en de 22-jarige Pietro Tinebra uit La Louvière zelf zagen er thans heel wat minder uitdagend uit dan in februari jl., op het ogenblik van hun aanhouding.

De reconstructie zelf bracht geen nieuwe elementen aan het licht. Wel konden ieders verantwoordelijkheden nauwkeuriger worden omlijnd en kwam nagenoeg vast te staan dat Tinebra in feite de leider van de bende was en dat hij om zo te zeggen het “brein” achter de operaties van de zg. “Gang der Sicilianen” was.

Dinsdag werden drie overvallen overgedaan: de zaak in café Stuart te La Louvière, waar op 12 juni van vorig jaar alle aanwezigen van hun geld werden beroofd en sommige vrij hardhandig werden aangepakt, de mislukte overval te Maurage op 4 november 1972, en de mislukte overval op het postkantoor van Saint-Vaast op 31 juli 1972.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 maart 1973

“Bende der Sicilianen” staat terecht

Onder bescherming van een indrukwekkend aantal rijkswachters met geweer of machinepistool aan de riem - er waren immers telefonische bedreigingen geuit - begon maandagochtend In het Hof van Assisen van Henegouwen, voorgezeten door de h. Stranart, het proces ten laste van de zes Sicilianen die in 1973 een twintigtal misdaden pleegden. Daaronder was de bankoverval van Hensies, die het leven kostte aan de kassier, Pierre Catineau.

De zes beklaagden zijn: Guiseppe Galione (25), van Houdeng-Aimeries, die verdedigd wordt door Mr. Eric Vergauwen en Mr. Fernande Motte-De Raedt; Pietro Tinebra (24) van La Louvière, verdedigd door Mrs. Michel Mahaux en Ronald Thomas; Salvatore Angello (24) van Haine-Saint-Pierre, verdedigd door Mrs. José Bossu en Noëlla Bricourt; Angelo Gati (25) van Maurage, verdedigd door Mr. Lucien Dufrasne, tevens verdediger van de zesde beklaagde; Salvatore Marotta (46) van Saint-Vaast, verdedigd door de Mrs. Pierre en Martine Saint-Guillain; Calogero Parrella (30) van Triviers.

Beide laatsten verschijnen vrij

Als aanklager treedt advocaat-generaal François Preud’homme op, terwijl voorzitter Stranart als bijzitters de heren Poppyn en Herman heeft. Er zijn verscheidene burgerlijke partijen voorzien maar zij zullen zich pas in de loop van het proces stellen. Mw. Nerina Massignani zal als tolk optreden. Het proces zal niet minder dan veertien dagen in beslag nemen en misschien komt er nog wel een derde week bij.

Arsenaal

De tafel met de bewijsstukken biedt de aanblik van een waar wapenarsenaal: negen geweren en vijf pistolen. Onder de gezworenen - er worden veiligheidshalve twee reserveleden gekozen - komen vier vrouwen voor. Zij zullen te oordelen krijgen over de 23 aanklachten die tegen de zes Sicilianen zijn uitgebracht.

Nadat de jury was aangewezen begon griffier André Bellot aan de voorlezing van de akte van beschuldiging, die nagenoeg drie uren duurde, waarna de zitting werd geschorst tot dinsdag.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 Juni 1975

Sicilianen leerden hun “vak” snel

Dinsdadagochtend is voor het Hof van Assisen van Henegouwen het proces voortgezet ten laste van de gang der Sicilianen, die zich te verantwoorden heeft wegens een aantal misdrijven, waarvan een bankoverval met dodelijke afloop.

De ochtendzitting begon met de zaak van de gewapende overval op het café “Le Stuart”, een sjieke drankgelegenheid in La Louvière. De daders waren Galione, Tinebra en een derde man, die momenteel in een Italiaanse gevangenis zit. Galione had liever een bank overvallen, maar Tinebra vond het een beetje gewaagd zonder voorafgaande “training”, zodat de keuze dan maar op de “Stuart” viel. Marotta stelde een echt pistool ter beschikking, terwijl Montana het met een speelgoedrevolver moest doen.

Toen zij de drankgelegenheid binnenvielen, verplichten zij alle verbruikers - een tiental - op de knieën te gaan zitten en hun juwelen op een hoopje te leggen. Toen het niet vlug genoeg ging, vielen er zelfs enkele klappen. Ook de lade werd geledigd. De gangsters sloegen op de vlucht toen een van de verbruikers ingevolge een harde slag met een pistoolkolf overvloedig begon te bloeden.

Ringen als beloning

Tijdens de ondervraging bekende Marella dat hij als contactman tussen Marotta en Galione was opgetreden. Als beloning voor zijn diensten had hij twee ringen gekregen. Volgens de rechter van onderzoek wist Marella heel goed welk gebruik er van het wapen zou worden gemaakt, terwijl Marotta van niets afwist.

De voorzitter tot Galione: “Hebt U geslagen met uw wapen?”
Galione: “Ja, zo een paar tikjes.”
Voorzitter: Maar dan zulke tikjes dat de wonden van verscheidene mensen moesten worden gehecht?

Tinebra zorgde er voor dat het scenario niet in de war werd gestuurd en betrok de wacht aan de binnenkant van de ingangsdeur. Een der getuigen in de zaak is de waard van de “Stuart”, Maurice Beaumez, wiens portefeuille die dag een vijftienduizend frank lichter werd. De brutaalste van het drietal was Galione, aldus de man. Dat is echter niet de mening van Jean-Marie Nalinnes, de barman, die zei dat Tinebra er even lustig op los mepte, zelfs met de loop van het wapen.

De voorzitter vraagt terloops waarom niet iedereen met namaakrevolvers was uitgerust, vermits het er toch om te doen was de verbruikers bang te maken. Waarop het gevatte antwoord van Galione kwam: “een echt pistool gaf ons meer moed”.

Mislukking

Vervolgens gaat het om de diefstal van een wagen en de poging tot diefstal in het postkantoor van Saint-Vaast, op 31 juli 1972. Hier ook waren Galione, Tinebra en Montana de daders en was het nog eens Marella die Galione een 7,65mm-pistool bezorgde. De onderzoeksrechter verklaart dat Galione zijn eigen auto niet meer wou gebruiken, zodat de eerste twee er eentje gingen stelen op een parkeerterrein. Aanvankelijk was het hun bedoeling het postkantoor van La Croyère aan te pakken maar ... er was teveel volk, zodat zij naar Saint-Vaast trokken. Hier ook echter liep het mis met het scenario.

Nadat Galione de aan het loket wachtende klant had neergeslagen en de bediende in bedwang hield, kwam een cliënte opdagen. Montana trachtte ze naar binnen te trekken, maar de vrouw rende de straat op en begon luidkeels te schreeuwen. Toen ook de vrouwelijke bediende aan het gillen ging, dropen de aanranden af en wipten in de auto waarmee Tinebra wachtte.

De laatste getuige van de ochtendzitting is de eigenaar van de auto, die verzekert dat zijn deuren wel gesloten waren, maar dat de gangsters een raampje achterin stuk sloegen.

Postoverval

Tijdens de namiddagzitting getuigen de twee rijkswachters die het onderzoek instelden na de overval in de “Stuart”. Daarna komt de mislukte postoverval van Saint-Vaast op het tapijt. De toenmalige bediende Mw. Genonceaux - ze was pas op de dag van de overval in dienst gekomen - verduidelijkt dat de aanvallers gemaskerd waren en dat zij met een wapen werd bedreigd. Een der bandieten gaf haar bevel de deur tussen de publieke ruimte en de kantoorruimte te openen. Zij deed echter slechts alsof. Op dat ogenblik kwam immers Mw. Nicole Etienne binnengestapt, wat de rovers op de vlucht dreef.

Vervolgens komen enkele andere misdrijven aan de orde, o.m. de Inbraak in een metaalbedrijf te Seneffe, waar Galione zelfs een pistoolschot afvuurde dat echter niemand trof.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Juni 1975

Zes steekkaarten

Ieder van de beklaagden heeft zowat zijn eigen persoonlijkheid. Galione is gehuwd en vader van een kind. Standvastigheid was niet bepaald zijn grootste gave. Als werknemer in een Fiat-garage had hij een hang naar wagens van dat merk voor het plegen van zijn overvallen. Op het ogenblik van de feiten leefde hij van de ziekenkas en ontving 11.000 fr. per maand.

Tinebra getrouwd met een Italiaanse maar zijn huwelijk liep op de klippen. Nadien ging hij met een française samenwonen maar toen die zwanger was, liet hij haar ook maar in de steek. Tinebra, die sinds 1972 werkloos was, stond als een minzame en intelligente kerel.

Agnello was zowat de man van de twaalf stielen en dertien ongelukken. In 1970 vertrok hij uit de ouderlijke woning en ging als ober te Brussel werken. In 1972 stal hij een wagen te Knokke. Intelligent en knap, zo kan men hem beschrijven. Hij stelde de geneugten van het dagelijks bestaan op prijs.

Gati, die eveneens in Italië geboren werd, kwam na de oorlog met zijn ouders naar ons land, was een klink flink aan de arbeidshogeschool en werkte geregeld als werktuigkundige. Zijn loon stond hij af aan zijn ouders, maar kreeg wekelijks 1.000 fr. zakgeld.

De laatste twee, Ramotta en Marrella, zijn ongeletterd. De eerste tien jaar lang in de mijn en werd nadien invalide bevonden. Als vader van tien kinderen was hij een minzame en gemoedelijke man.

Marrella heeft drie kinderen. Na eerst in verscheidene fabrieken te hebben gewerkt, belandde hij in 1969 In de mijn van Trivlieres.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Juni 1975

Sicilianen roofden er lustig op los

Woensdag werd voor het het Assisenhof van Henegouwen het proces voortgezet van de zogenaamde “Gang der Sicilianen”, die terechtstaan wegens een aantal misdrijven en bankovervallen, waarvan één met dodelijke afloop.

De zitting begon met de behandeling van het zevende van de zeventwintig punten van de beschuldiging. Het betreft een diefstal, die op 27 september 1972 in de gemeenteschool van Houdeng gepleegd werd door de thans opgesloten Simplicio en Galione. Deze laatste doet helemaal geen moeite om zijn schuld te weerleggen. Hetzelfde geldt voor een nagenoeg identieke diefstal gepleegd tussen 20 en 23 oktober 1972 in de gemeenteschool van Chapelle-lez-Herlaimont. Bij een volgende overval werd het evenwel erger.

Galione had kunnen vaststellen dat de coöperatief te Maurage over veel geld beschikte en kwam op de gedachte er een overval te plegen.

Het viertal Galione, Simplicio, Tinebra en Daniel begaf zich op 4 november 1972 in een gestolen wagen ter plaatsen.

Met een revolver in de hand en een doek voor het aangezicht bedreigde Galione de kassier. Deze had evenwel de snelle reflex om met zijn voet een pedaal in te drukken, zodat de kassa met een ijzeren plaat hermetisch werd afgesloten. Terzelfder tijd zorgde ene secretaresse ervoor dat de alarmbel in werking werd gezet en … de boeven konden enkel nog in allerijl de benen nemen.

Op het proces kwam de loketbediende, de h. Cassier, uitleggen hoe de boeven nog geprobeerd hadden de deur van het kantoor te forceren nadat de ijzeren plaat de kassa zelf afsloot, maar hoe de alarmbel hen tenslotte op de vlucht joeg. De twee overvallers op de beklaagdenbank, Galione en Tinebra, deden niet de minste moeite om de beschuldigingen tegen te spreken. Tinebra verklaarde evenwel dat Galione hem gedwongen had hem te volgen, wat door Galione wordt ontkend.

Alzo komt men bij de elfde, twaalfde en dertiende beschuldiging, namelijk de poging tot diefstal van de auto van de h. Vanclair te Seneffe, de diefstal van een wagen van de h. Incandella, eveneens te Seneffe, en tenslotte de overval in de fabrieken Ledecq te Nijvel op 17 november 1972.

Postkantoor als doelwit

De namiddagzitting ving aan met de behandeling van de diefstal van een auto te Marchienne-au-Pont en een overval, op 27 november 1972 gepleegd te Familleureux. Die dag ging de “Gang der Sicilianen” met de auto gestolen te Marchienne-au-Pont het postkantoor overvallen te Familleureux.

Gewapenderhand dwongen zij de brievenbesteller, Jacques Deschepper, de lokettenzaal, die gesloten bleek, met zijn sleutel te openen. Een cliënte werd inmiddels gedwongen met het aangezicht naar de muur gekeerd stil te blijven te staan. De loketbediende, Mw. Lucien Crespin, nam evenwel de gelegenheid te baat om in het appartement te vluchten, dat achter het postkantoor was gelegen. Terwijl Agnello de cliënte in bedwang hield, greep Tinebra het geld uit de laden, waarna zij de vlucht namen met de wagen waarin Galione hen opwachtte.

Na zich van de gestolen wagen te hebben ontdaan en te zijn overgestapt in hun eigen voertuig, gingen zij thuis bij Galione de buit, ten bedrage van 15.620 fr., verdelen. In verband met deze zaak worden ook Moretta en Marella vervolgd, daar zij de wapens voor de overval hebben geleverd.

Tot slot werden de getuigen in deze zaak gehoord. De politie en de bedienden van het postkantoor, die op het ogenblik van de overval van dienst waren, bevestigden dat de overvallers het grootste gedeelte van het geld, dat zich in de lade bevond, daar ook lieten.

De zitting wordt heden hervat om 9u15.

Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Juni 1975

Beklaagde Agnello ontkent schuld aan revolverschot

Voor het assisenhof van Henegouwen verscheen donderdag voor de vierde dag de zogenaamde “Gang der Sicilianen”. Galione, Tinebra, Agnello, Gati en hun wapenleveranciers Marotta en Marella. Donderdag werd vooreerst de overval behandeld op het filiaal van de Bank van Brussel te Dois d'Haine op 8 december 1972. Deze zaak betreft alle beklaagden met uitzondering van Gati. De overval leverde de bende nauwelijks 13.950 fr. op.

Gered door bankkaart

Het scenario was hetzelfde als bij de andere hold-ups, met dit verschil dat Agnello hier, voor de tweede keer, een kogel in de richting van de filiaalhouder afvuurde. De man ontkwam op wonderbare wijze aan de dood. De kogel schampte af op zijn portefeuille en meer bepaald op zijn bankkaart. De h. Beaumel, houder van de bank, viel van de schok op de grond, maar werd helemaal niet gewond.

Agnello beweerde ter zitting dat het pistool afging toen hij zich bukte om bankbiljetten op te rapen, die op de grond waren gevallen. De advocaat-generaal herinnerde evenwel aan een vroegere verklaring van de beklaagde, die toen beweerd had niet te hebben geweten hoe het schot kon zijn afgegaan.

De h. René Van der Stock, expert in ballistiek, verklaarde dat een schot met de Beretta dodelijk kan zijn tot 1500 meter en dat de kogel, indien er niet de portefeuille was geweest, het lichaam volledig zou hebben doorboord.

Volgens de deskundige is het schot van Agnello niet toevallig afgegaan, want het traject was dat van een welgericht schot. Een der bedienden van de bank, mevrouw Françoise Van Wymeersch, komt vervolgens verklaren dat Tinebra naar Agnello had geroepen: “Schiet, schiet dan toch.”

De h. Jean Beaumel verklaart dat Agnello zich niet heeft gebukt om een gevallen bankje op te rapen. “In ieder geval, kan ik niet geloven dat het schot onvrijwillig werd afgevuurd”, aldus de h. Beaumel.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Juni 1975

Een gebaar teveel kostte kassier te Hensies het leven

In het proces van de “Gang der Sicilianen” voor het Hof van Assisen van Henegouwen ging het vrijdag om de overval op 25 januari 1973 te Hensies gepleegd, als gevolg waarvan kassier Pierre Cantineau het leven zou laten. Van de overval worden Galione, Tinebra, Agnello en Gati beticht. Marotta wordt voor deze overval andermaal van wapenlevering beschuldigd.

Met het oog op de overval hadden Galione en Tinebra de Fiat-personenwagen van de h. Nicolino Dandeloro op het parkeerterrein van de onderneming Boel te La Louvière gestolen. Na enkele speurtochten lieten de dieven hun oog vallen op het filiaal van de Generale Bankmaatschappij te Hensies. Zoals gebruikelijk boden Angnello en Tinebra zich bij de bank aan om er zogezegd duizend fr. te wisselen, maar in werkelijkheid bestudeerden zij de gesteldheid van de lokalen.

Moord

De volgende dag vertrokken Gati met Agnello in zijn wagen, terwijl Galione en Tinebra in de gestolen auto volgden. Bij het binnenrijden van Hensies liet Gati zijn wagen op de Zuiderlaan achter en stapte met Galione over in de gestolen wagen.

Omstreeks 9u15 bleven zij op enkele meters van de bank staan. Galione ging als eerste binnen en richtte dadelijk zijn wapen op het gezicht van de kassier, De h. Cantineau, de kassier en de zaakvoerder, de h. Deramaix. aanmanend te knielen.

De h. Cantineau strekte de hand uit als wou hij het wapen grijpen, terwijl de h. Deramaix naar rechts dook om zich achter het luik van het loket te beschermen. Een eerste schot ging af en trof de kassier in het gelaat. Deze zeeg neer, maar poogde nog het alarmsysteem in werking te stellen.

Galione vuurde nog tweemaal. Een eerste kogel drong in de pols van de h. Cantineau en schampte af op de schouder van de h. Deramaix, die ongedeerd bleef.

De tweede kogel drong in de rug van de kassier, die aldus om het leven kwam. Galione ging ervandoor zonder iets mee te nemen. Hij voegde zich bij Tinebra en Agnello die pas de wagen verlaten hadden, terwijl Gati aan het stuur gebleven was.

Veel aandacht werd besteed aan de herkomst van de gebruikte wapens en vooral van het pistool dat reeds in Bois D'Haine dienst deed en tenslotte het wapen van de misdaad werd.

Ik voelde mij bedreigd …

Getuige Hévry, rechter van onderzoek, bevestigde het verloop van de gebeurtenissen zoals aangegeven in de akte van beschuldiging.

De voorzitter richtte zich tot Galione en vroeg diens uitleg over de drie schoten op kassier Cantineau. Galione zei erg gespannen uit de auto te zijn gestapt. “Ik kwam bevend voor de kassier te staan. De kassier die dit bemerkt had, strekte de hand naar het wapen uit en zou iets gezegd hebben als ‘kom, hou nu op met spelen ….’” Op dat ogenblik, zo getuigde Galione, zag hij hoe de andere bediende het lokaal wou verlaten en ging een reeks schoten af uit zijn pistool. Hierop wou de voorzitter wel aannemen dat de eerste twee schoten bijna gelijktijdig zijn afgegaan, maar de derde kogel raakte de kassier in de rug. De kassier stond gebukt achter het loket en volgens de voorzitter diende Galione dan ook de arm uit te strekken om het wapen achter het loket te brengen.

Galione: “Ik weet het niet meer, ik was ontredderd, ik voelde mij bedreigd …” Tinebra voegde hieraan toe dat Galione bij het instappen in de auto gezegd had dat hij moest schieten omdat de kassier gepoogd had zijn wapen te grijpen.

Gerechtsarts Dessoignies kwam getuigen dat de dood van Cantineau het gevolg was van verwondingen aan de rechter nier, de lever en de dikke darm.

Na een korte schorsing kwam filiaalhouder Michel Deramaix aan het woord. “Galione gebood ons ‘Knielen’. Toen ik mijn stoel verplaatste om te knielen ging het eerste schot af”, aldus de getuige die Cantineau hoorde roepen: “Pas op Pierre, hij schiet!”

De voorzitter wilde nog vernemen waarom Deramaix bij het verlaten van de bank in de lucht vuurde, toen de overvalIers al wegvluchtten. Het was volgens de getuige om volk aan te trekken, de auto van de dieven was zelf al te ver. Tenslotte zei de h. Deramaix dat Cantineau hem in het ziekenhuis verzekerde geen enkel aanvallend gebaar in de richting van Galione te hebben gedaan.

Na de getuigenverklaringen van Yvon Waroux, adjudant van de BOB van Bergen, werd de zitting geschorst.

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 Juni 1975

Advocaat-generaal beklemtoont misdadig opzet van Sicilianen

Maandagmorgen werd voor het Assisenhof van Henegouwen het proces voortgezet van de zogenaamde “Gang der Sicilianen”, te weten Galione, Tinebra, Agnello en Gati evenals de
wapenleveranciers Marotta en Marella.

De h. Tages, van de Generale Bankmaatschappij, komt vooreerst verklaren dat hij heeft gesproken met het slachtoffer van de bloedige overval te Hensies, de kassahouder Cantineau. Deze heeft hem verteld, aldus de verklaring, dat hij geen enkele beweging heeft gemaakt die door de overvallers kon beschouwd worden als een bedreiging.

Vervolgens komt Mr. Urbain zich burgerlijke partij stellen voor de weduwe, moeder van de h. Cantineau, en voor de Generale Bankmaatschappij. Mr. Mahaux vraagt daarop dat voor Tinebra, wat betreft de overval te Hensies, de poging tot diefstal zou onderscheiden blijven van de moord.

De advocaten van Marotta en Gati, meesters Saint-Guillain en Durrasne, leggen dan besluiten neer, die ertoe strekken dat er bijkomende vragen zouden gesteld worden. Advocaat-generaal Preud'homme verzet zich daartegen, omdat volgens hem vragen niet moeten worden gewijzigd.

Hierna worden de onderzoekers gehoord over de twee laatste beschuldigingen: autodiefstal en wapenlevering door Marotta.

De voorzitter leest vervolgens een arrest van het hof voor, ingaande op het verzoek van de verdediging van Galione, dat een bijkomende vraag zal worden gesteld. Deze vraag betreft gebeurlijke gewelddaden en bedreigingen, die de dood van Cantineau tot gevolg zouden hebben gehad, zonder dat het opzet aanwezig was om te
doden.

De ochtendzitting wordt besloten met de getuigen van de verdediging. Juffr. Olga Boni, maatschappelijk assistente, en Abramo Seghetti, katholiek priester, komen het ongelukkig huwelijk van Tinebra beschrijven.

Bij het begin van de namiddagzitting legde meester Dufrasne, besluiten neer in dezelfde zin als deze van de andere verdedigers. Mr. René Urbain herinnert vervolgens aan de manier van werken van de “gang”, en aan de minutieuze voorbereiding van de mislukkingen, die zij opstapelden. Hij herinnert aan de gewapende overval op het filiaal van de Generale Bankmaatschappij en zegt dat de schuld van de vier daders ontegensprekelijk is.

Wat Marotta betreft, is de advocaat van mening dat men zeer mild is geweest met hem slechts te beschouwen als medeplichtige en niet als mede-dader. “In ieder geval is zijn schuld duidelijk, temeer daar hij wist waarvoor de wapens moesten dienen, die hij leverde”, aldus de advocaat.

Misdadige bedoelingen

Wat de overval te Hensies betreft, waarvan Mr. Urbain de wijze beschrijft waarop misdadigers tewerk gingen, zegt hij dat de drie schoten zijn afgevuurd met de duidelijke bedoeling hun doel te raken en wanneer dat doel een man is op twee tot drie meter afstand, dan is de bedoeling te doden glashelder, aldus Mr. Urbain.

“Ook Marotta is schuldig aan deze misdaad”, zo gaat de advocaat verder, “niet alleen wist hij waarvoor zijn wapens gingen dienen, maar ook heeft hij het wapen, waarmee Cantineau werd gedood, nadien verborgen.” Tot slot vraagt hij dat de jury "ja” zou antwoorden op de hen gestelde vragen.

Daarna begint advocaat-generaal Preud'homme zijn rekwisitoor, erop wijzend hoe zeer de bende aan het kwaad vasthield, vermits zij dadelijk na de overval te Hensies, al een nieuwe overval dachten, waarvan de datum zelfs al vaststond.

Het Openbaar Ministerie haalt dan aan hoe Galione overal een doorslaggevende rol in heeft gespeeld, hij heeft het over de “intellectueel” Tinebra die alles minutieus regelde en over Agnello die niet aarzelde om zijn pistool boven te halen. Anders wordt zijn toon wanneer hij het over Gati heeft, deze heeft zich door Galione laten verleiden, aldus de advocaat-generaal, maar niettemin heeft hij aan alle misdrijven deelgenomen. “Wat de twee wapenleveranciers betreft, deze moeten beschouwd worden als duidelijk medeplichtig”, zo zegt de h. Preud'homme. Hij vraagt tot slot van de zitting van maandag dat de jury “ja” zou antwoorden op de vragen die zullen worden gesteld.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Juni 1975

Jury bevestigt schuld van Sicilianen

Dinsdag en woensdag werd voor het Assisenhof van Henegouwen het proces voortgezet tegen de “bende van de Sicilianen”. Ze worden beschuldigd van talrijke diefstallen, inbraken en overvallen, waarvan er één met doodslag gepaard ging, nl. te Hensies, waar de kassier, Cantineau, doodgeschoten werd.

Dinsdag werden de advocaten van de bendeleden én de beklaagden gehoord. Woensdag moesten de gezworenen antwoorden op niet minder dan 142 vragen, betreffende de schuld van Galione en zijn spitsbroeders. Na vijf en een half uur beraadslagen antwoordde de jury bevestigend op alle vragen. De Sicilianen werden schuldig bevonden aan vrijwillige doodslag met het opzet te doden. Het arrest valt vandaag.

Dinsdag waren de verdedigers aan het woord gekomen. De twee advocaten van Galione betoogden dat niet hun cliënt maar wel Tinebra de leider van de bende was. Ook zegden ze dat Galione aan een zenuwinzinking leed toen hij in het bankfiliaal te Hensies de kassier doodschoot, zodat er geen inzicht was te doden.

De advocaat van Tinebra beweerde dat zijn cliënt in geen geval de leider was, maar integendeel steeds had aangedrongen geen geweld te gebruiken. Dit laatste werd ook voor Agnello gezegd door diens advocaat. Het schot dat Agnello afvuurde op de zaakvoerder van het bankkantoor te Boisd'Haine, was volgens pleiter een ongeluk.

Na de pleidooien kregen de beklaagden het woord. Galione zei dat hij nooit de bedoeling had de kassier te doden; de andere beklaagden drukten gewoon hun spijt uit over het gebeurde.

Woensdag werden aan de juryleden niet minder dan 142 vragen gesteld. De meeste beschuldigingen gaven aanleiding tot een tiental vragen, elk met betrekking tot de hoofdvraag of het diefstal of poging tot diefstal was.

Verder waren er een aantal vragen betreffende de bezwarende omstandigheden, o.m. braak, geweld, dat het 's nachts gebeurde, in een bewoond huis en in één geval doodslag.

Schuldig

Wat de moord te Hensies betreft, werd aan de jury de vraag gesteld of er opzettelijke doodslag was. Om 10u30 trok de jury zich terug. Te 18u deed de voorzitter van de jury voorlezing van de uitspraak die bevestigend luidt op alle vragen.

Galione en zijn medeplichtigen, behalve Marezza, die niet van doodslag was beticht, werden schuldig bevonden aan vrijwillige doodslag met het inzicht te doden. Nadat de griffier de uitspraak van de jury nog eens had voorgelezen en op de gestelde vragen telkens bevestigd had geantwoord, werd de zitting opgeheven.

Het proces wordt donderdag ochtend voortgezet om 9u15, waarschijnlijk zal de uitspraak vallen omstreeks het middaguur.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Juni 1975

Levenslange dwangarbeid vaar Galione, Tinebra en Agnello

Voor het Assisenhof van Henegouwen liep donderdag het proces van de “Bende der Sicilianen” ten einde. Nadat advocaat-generaal Preud'homme tegen Galione, Tinebra en Agnello de doodstraf had gevorderd, kwamen de verdedigers voor de laatste maal aan het woord. Na beraadslaging over het vonnis werd te 16u ’s namiddags het arrest voorgelezen. De drie hoofdbetichten, Gallone, Tinebra en Agnello werden tot levenslange dwangarbeid veroordeeld. Marotta kreeg vijf jaar cel en 12.000 fr. boete en Marella twee jaar en 3.000 fr. boete.

Met de strafvordering van advocaat-generaal Preud'homme begon donderdag de zitting. Hij vorderde de doodstraf tegen Galione, Tinebra en Agnello. Weliswaar gaf hij toe dat alleen Galione de kassier van Hensies heeft gedood, maar de drie mannen waren toch verenigd in hetzelfde voornemen te doden. Tegen Gati vorderde hij twintig jaar dwangarbeid, tegen Marotta tien jaar opsluiting en tegen Marella zeven jaar.

Aan de hand van juridische argumenten staafde de openbare aanklager zijn strafvordering wegens een poging tot diefstal met doodslag, ofschoon voor dergelijke misdrijven die straf haast niet meer wordt uitgesproken.

Enkel dwangarbeid

Mr. Vergauwen verdedigde de tegenovergestelde opvatting en betoogde dat artikel 9 van de grondwet de toepassing verbiedt van de doodstraf voor Galione, daar deze straf in geen enkele tekst voor een poging is voorzien. Bovendien, aldus de verdediger, is een door het Hof van Assisen van Oost-Vlaanderen uitgesproken doodstraf niet toegepast omdat de beklaagde geen 18 jaar oud was. Tegen Galione kan hooguit levenslange dwangarbeid worden uitgesproken, meende Mr. Vergauwen.

De tweede verdediger, Mrw Motte-De Raedt, verwees vervolgens naar de ongelukkige jeugd van haar cliënt in het armoedige Sicilië en om een hele reeks redenen van sentimentele, juridische en levensbeschouwelijke aard vroeg zij dat de juryleden hem niet ter dood zouden veroordelen.

Mr. Mahaux sprak de wens uit dat Tinebra niet meer zou krijgen dan vijf jaar dwangarbeid, waarna Mr. Bosser terugkwam op de overval van Bois-d'Haine om te zeggen dat het schot van Agnello per ongeluk afging. Voor het overige hield hij vol dat zijn cliënt niet heeft deelgenomen aan de overval van Hensies.

De verdedigers van Marotta en Marella vroegen dat billijke straffen zouden uitgesproken worden, rekening houdende met het feit dat zij alleen maar door hun dienstwilligheid in de helse kring werden meegesleept.

Nadat alle beklaagden nog eens hun leedwezen hebben uitgesproken, trokken het hof en de gezworenen zich terug om te beraadslagen.

Levenslang

Te 16u10 wordt in aanwezigheid van een talrijk publiek het arrest voorgelezen. De talrijke Sicilianen die de uitspraak kwamen volgen, werden door rijkswachters afgetast alvorens de zaal te betreden. De voorlezing van het arrest nam 20 minuten in beslag. Giuseppe Galione, Pietro Tinebra en Salvatore Agnello worden veroordeeld tot levenslange dwangarbeid, Slavatore Marotta kreeg vijf jaar opsluiting en 12.000 fr. boete en Calogero Marella twee jaar gevangenisstraf en 3.000 fr. boete.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 Juni 1975

De laatste der Sicilianen

Het laatste bendelid van de zogenaamde “Gang der Sicilianen”, die in 1974 Luik onveilig maakte, de 26-jarige Casarino Gallo, is vrijdag te Luik opgepakt en in de gevangenis opgesloten. Hij wordt beschuldigd van een aantal diefstallen, helingen, slagen, enz. Gallo was tijdens het proces van de bende bij verstek veroordeeld tot twee jaar, één maand en veertien dagen gevangenisstraf.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Augustus 1976

2,198

(629 replies, posted in Hypotheses)

Spectator of Life wrote:

Bovenstaande uitspraken (Bouhouche en Haemers herkennen) doen me wenkbrauwen fronsen.

Je moet de tekst die je aanhaalt eens goed lezen. Hij schrijft:

(...) aangeduid als mogelijke bezoeker (...) of het type Haemers (...) En de oude, Franstalige, type Nihoul

Hij zegt dus niet dat de mensen in zijn café Bouhouche, Haemers of Nihoul waren. Hij zegt dat de mannen in zijn café gelijkenissen vertoonden met types zoals Bouhouche of Nihoul.

Maar nogmaals; het gaat me in zijn getuigenis niet over hetgeen hij achteraf "ontdekt" heeft tijdens zijn speurtocht. Het belangrijkste in zijn verhaal is hetgeen hij reeds op 12 en op 13 november 1985 heeft verteld tegenover de politie in Aalst, en die getuigenis is betrouwbaar.

Was het de Bende van Nijvel in zijn café? Dat weet ik niet, dat wist hij niet en dat weet de politie niet. Het enige wat we weten is dat er die nacht een groep onbekende mannen in zijn café waren en zich verdacht gedroegen.

2,199

(478 replies, posted in Onderzoeksdaden)

fenix wrote:

Hoe durft ze eigenlijk te zeggen in deze "Ik had het moeilijk". Neen mevrouw, de slachtoffers hadden het moeilijk, zeer moeilijk.

Het lijkt me zeer logisch dat de federaal procureur het extreem moeilijk had om die loodzware boodschap te moeten brengen aan de nabestaanden en de slachtoffers. Je wilt die boodschap niet brengen, of het nu om een zaak met één dodelijk slachtoffer of met 28 dodelijke slachtoffers gaat. Je wilt de waarheid vinden en de dader(s) voor de rechter brengen. Dus ja, als je als vertegenwoordiger van het federaal parket moet komen vertellen dat er niets meer te onderzoeken valt, dan is dat een extreem moeilijke en extreem emotionele boodschap. Ongeacht de manier waarop je die boodschap communiceert.

Ik zou het niet willen doen, maar zij moest het doen en heeft het gedaan.

2,200

(0 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Mislukte overval op een juwelier

  • Waneer? 8 December 1979

  • Waar? Louizalaan in Brussel » Google Maps

  • Wie? Drie Spanjaarden;
    - Juan Bosch-Hernandez
    - Manuel Lopez-Pelaez
    - Ruiz Unac: Tijdens de vluchtpoging werd Unac doodgeschoten door de politie.

  • Wapens?
    - Halfautomatisch 9mm-pistool, Mauser
    - Colt-trommelrevolver kaliber .45
    - Star-pistool .45
    - Halfautomatische Mauser
    - Minstens één van de gangsters droeg ook een kogelvrije vest.

  • Wagens: Een Peugeot 604 en een Ford Taunus. Die waren op voorhand gestolen.

Juan Bosch-Hernandez werd door psychiaters omschreven als een psychopaat. Hij is impulsief en agressief. Manuel Lopez-Pelaez wordt eveneens omschreven als een psychopaat die impulsief is.

Bosch-Hernandez had in Spanje al twee agenten neergeschoten tijdens een controle. Samen met de mede-dader namen ze de wapens van de agenten mee. José Fernandez-Villa, de medeplichtige, gebruikte één van die wapens om in een café in Sint-Joost-ten-Node een man te vermoorden. Hij werd hiervoor in 1981 door het Brabantse assisenhof veroordeeld tot levenslang.

Jean Carlos Bosch-Hernandez en Manuel Lopez-Pelaez tijdens het assisenproces:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/jean_c10.jpg

Mislukte juwelenroof in Brusselse Louizawijk

Een overval op een selecte juwelierswinkel aan de Louizalaan te Brussel is zaterdagochtend uitgelopen op een vuurgevecht met de politie. Een der daders kreeg er twee kogels in het hoofd en overleed op straat, terwijl zijn twee medeplichtigen konden ingerekend worden.

Het was ongeveer 9u30 vrijdagochtend toen een gewapende kerel de winkel van juwelier en zilversmid Wolfers aan de Louizalaan binnenstapte. “Niet bewegen of ik schiet”, riep hij tot het winkelpersoneel, dat onmiddellijk gevolg gaf aan zijn bevel. Toen kwam een tweede kerel de winkel binnen. Ook hij was gewapend.

Terwijl de tweede man de bewaking van de personeelsleden overnam, eiste de eerste dat hij naar de kelder zou gebracht worden waar de brandkoffers van de winkel opgesteld staan op dat ogenlik zag een der personeelsleden de kans om ongemerkt het alarmsignaal in te schakelen, dat rechtstreeks is aangesloten op het centraal politiebureau van Brussel.

Omsingeld

Minder dan vijf minuten later was een eerste patrouille van de politie van Elsene ter plaatse. De politiewagen reed, zonder gebruik te maken van de alarmtoeter, eerst traag voorbij de winkel. De leden van de patrouille zagen toen hoe een derde man uit een geparkeerde auto kwam en de winkel binnenstapte.

De politiemannen trachtten via een zijingang van de winkel te komen, maar een der gangsters bemerkte dat en vuurde onmiddellijk een schot af op een agent bij die deur. Toen werd algemeen alarm geslagen vanuit de patrouillewagen en in minder dan geen tijd waren patrouilles ter plaatse van Sint-Gillis, Elsene, Brussel en Etterbeek.

Ook de antigangbrigade kwam ter plaatse en een sectie van de brandweer. De wijk rond de juwelierswinkel werd afgesloten: de Wollendriestoren, het Stefanieplein, de Eendrachtstraat en de Louizalaan, tussen de Eendrachtstraat en het Stefanieplein.

Gijzelaars

Inmiddels waren de drie gangsters doorgedrongen in het atelier van de juwelier, aan de kant van de Wollendriestoren. Plots liepen zij die deur uit, een van de personeelsleden meesleurend, om de aftocht te dekken. Een der gangsters, die het personeelslid meesleurde, zocht dekking in de ingangspoort van het nr. 22 aan de Wollendriestoren, een tweede dook in een auto met transitplaat en een derde greep in het voorbijgaan een Japanse, toevallig een personeelslid van de juwelierswinkel, die net haar auto geparkeerd had en op weg was naar haar werk, en dook achter een schakelkast van de RTT.

Toen zij bemerkten dat zij omsingeld waren, begonnen de twee gangsters met een gijzelaar in het rond te schieten. De man achter de schakelkast had een revolver in beide handen.

Hij werd onder vuur genomen door politiemannen die zich hoger hadden opgesteld, in een hotel, en werd door twee kogels in het hoofd geraakt. Hij was op slag dood. Zijn Japanse gijzelaarster had zich plat op het voetpad gegooid en werd aan een hand geraakt. Zij werd later in shocktoestand naar het ziekenhuis gebracht.

Gevat

De man die in de ingangspoort van het nr. 22 stond, had eerst al geschoten op een politieman die hem trachtte te overhalen zich over te geven. Toen hij zich omkeerde om aan te leggen op een politieman die de straat overliep, werd hij langs achter vastgegrepen door een andere agent, die hem kon ontwapenen.

Toen de derde man zag dat hij nog alleen overbleef, opende hij het portier van de auto waarin hij gevlucht was, gooide zijn wapen naar buiten en ga zich gevangen.

Het hele gevecht had slechts enkele minuten geduurd. De straat lag bezaaid met hulzen en een vijftal auto’s vertoonden kogelgaten of stonden er met verbrijzelde voorruit.

Procureur des Konings Poekmans, substituut Derinck en de h. Van Hove, hoofdcommissaris van de gerechtelijke politie, kwamen ter plaatse voor de vaststellingen van het parket.

Uit een eerste onderzoek bleek dat de drie gangsters niet alleen verscheidene zware pistolen bij zich hadden, maar dat zij ook kogelvrije vesten droegen. Zij waren in het bezit van valse Italiaanse paspoorten. Later kon uitgemaakt worden dat de neergeschoten gangster een Spanjaard was. Een van zijn medeplichtigen is eveneens een Spanjaard, de derde is een Italiaan.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 December 1979

Mislukte roof overval Brussel

Een bende van vier en mogelijk zes zenuwachtig en amateuristisch opererende mannen, heeft zaterdagmorgen een overval gepleegd op een van Brussels grootste juwelierszaken, de firma Wolfers aan de luxueuze Louizalaan. De juwelendieven gingen uiterst zenuwachtig te werk bij het vergaren van de kostbaarheden. Toen plotseling toch het alarmsignaal klonk, vluchtten zij in paniek naar de garage van het gebouw met medenemening van enkele gijzelaars. De chef van de bende, een Italiaan, vond de politie als eerste op zijn weg. Hij bereikte weliswaar de straat en duwde een gijzelaar voor zich uit maar werd vanaf het dak door een politieman neergeschoten. De andere bendeleden gaven zich zonder verzet over.

Het Parool | 10 December 1979

Te Elsene doodgeschoten overvaller had geen uitstaan met ETA

De Spaanse gangster, die zaterdagvoormiddag na een overval in de juwelierswinkel Wolfers en tijdens een gijzelingsactie te Elsene door de politie werd doodgeschoten verbleef sinds twee maanden in ons land. De kerel werd uit Spaanse ouders geboren in de streek van Lyon (Fr), doch in tegenstelling met wat door sommigen werd beweerd, had hij geen uitstaans met de Baskische ETA-beweging.

Onder de twee gevangen genomen bandieten komt de kerel voor die door de metalen omlijsting van de toegangsdeur van de juwelierszaak Wolfers ter hoogte van het hoofd een kogel afvuurde naar een agent van de Brusselse stadspolitie die even tevoren de overvaller het gebouw had zien binnengaan.

Bedoelde gangster maakte zich daarbij ontegensprekelijk schuldig aan een poging tot doodslag. Gezien ze in bendeverband optraden, wordt ook de tweede overgebleven gangster van deze poging tot doodslag beschuldigd. Beiden zullen later eveneens moeten terechtstaan wegens de gijzeling van twee personeelsleden van de juwelierszaak, nl. de filiaalhouder en een Japanse verkoopster.

De juiste namen van de drie bandieten zijn nog steeds niet gekend. Wel weet men dat het om Spanjaarden gaat en hun vingerafdrukken werden ondertussen naar Spanje en Frankrijk gestuurd teneinde hun juiste identiteit te achterhalen.

De vrouwelijke gijzelaar die als slachtoffer door de achteraf doodgeschoten gangster werd meegevoerd, werd geraakt door een kogel, afgevuurd niet door de politie maar wel door de bandiet. De kogel die haar hand doorboorde zal vermoedelijk geen blijvend letsel veroorzaken.

Bron: Gazet van Antwerpen | 11 December 1979

Meer licht in hold-up bij juwelier Wolfers

Uit een tussentijds ballistiek rapport in verband met de overval op de juwelierszaak Wolfers aan de Louizalaan te Brussel, gepleegd op 8 december j.l., is gebleken dat de bediende die een kogel in de hand kreeg, niet werd gekwetst door de politie, maar door een van de gangsters. Op 8 december vielen drie gewapende mannen de juwelierszaak binnen en bedreigden de bedienden. Niettemin kon alarm worden geslagen en de drie gangsters bevonden zich nog in de winkel toen de politie ter plaatse kwam.

Zij trachtten daarop te ontkomen langs de dienstingang en namen de personeelsleden mee als gijzelaars. Tijdens het daaropvolgend vuurgevecht werd een van de overvallers doodgeschoten en zijn gijzelaarster gewond aan de hand. Uit het rapport is nu gebleken dat het de neergeschoten gangster zelf was, de Spanjaard Ruiz-Villilla, die de vrouw verwondde toen zij in een gebaar van afwering haar beide handen voor het gelaat hield.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Februari 1980

Overlevende gangsters schuiven schuld op neergeschoten derde

Dinsdag had de wedersamenstelling plaats van de bloedige overval, gepleegd op zaterdag 8 december 1979 in de juwelierszaak Wolfers aan de Louisalaan te Brussel.

De twee overlevende gangsters, de Spanjaarden Juan Bosch Hernandez en Manuele Lopez Pelaez, werden onder strenge bewaking naar de plaats van de overval gebracht. Een derde medeplichtige, de in Lyon geboren Spanjaard Antonio Veilla Velilla, werd bij de overval, tijdens een gijzelingsactie, door een politieagent doodgeschoten.

De wedersamenstelling werd geleid door rechter van instructie Liesse, bijgestaan door substituut Mahieu, wetsgeneesheer dokter Lambert en de hoofdcommissaris van de gerechtelijke politie Van Hove, alsmede politiemannen van de stad Brussel en de gemeenten Elsene en Sint-Gillis.

Tijdens de wedersamenstelling bleek dat de twee overlevende Spanjaarden zoveel mogelijk de schuld op hun doodgeschoten medeplichtige trachten te schuiven.

Juan Bosch Hernandez was de man die vanuit de juwelierszaak dwars door de deurlijst van de winkel, naar het hoofd van een politieagent van Brussel een kogel afvuurde. Deze agent, die gelukkig niet werd geraakt, behoorde tot een gemotoriseerde patrouille, die onderweg van de overval werd verwittigd.

Hernandez vuurde een tweede maal naar de politie, in de achter de juwelierszaak gelegen Wollen Driestorenstraat, waar hij zich in een garage wilde verbergen. De tweede gangster Manuele Lopez Pelaez was eveneens in de juwelierszaak aanwezig toen ze beslag legden op juwelen voor verschillende miljoenen.

Eenmaal betrapt wist hij in de Wollen Driestorenstraat een auto te bereiken, maar toen de politie naar hem begon te schieten, gooide hij zijn wapen weg en gaf zich over.

Nummer 3, Antonio Veilla Velilla daagde in de Wolle Driestorenstraat op met een zware revolver in elke hand. Met de loop van één van deze wapens gericht tegen het hoofd van een vrouwelijke bediende van de juwelierszaak, nl. Marie-Christine Buy, die hij als gijzelaar gebruikte, poogde hij eveneens een auto te bereiken, maar terwijl hij verschillende kogels afvuurde werd hij, bij een kleine telefooncel, door een kogel dodelijk getroffen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Maart 1980

Gewapende overval en gijzeling voor Brabants Hof van Assisen

Het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Pierre Van de Walle, zal van maandag af het proces behandelen van twee Spaanse gangsters, die op 8 december 1979 tijdens een gewapende overval verschillende bedienden gijzelden van de juwelierszaak Wolfers, Louizalaan, 82 te Brussel.

Het betreft de 22-jarige Juan Carlos Bosch-Hernandez, geboren in Barcelona en de 27-jarige Manuel Lopez-Pelaez, geboren in Sevilla.

Behalve de twee voornoemde Spanjaarden nam ook nog hun landgenoot Ruiz Unac aan de overval deel. De daders waren met hun wagen tot voor de juwelierszaak gereden. Als eerste ging Ruiz Unac de juwelierszaak binnen en bedreigde er de bedienden met twee vuurwapens.

Wat later, op een ogenblik dat Unac in de kelderverdieping een brandkast aan het plunderen was, kwam Lopez-Pelaez op zijn beurt de juwelierszaak binnen. De bediende die Unac tot in de kelder had moeten volgen, wist er geluidloos de firma Security te verwittigen, die op haar beurt de 906 opbelde.

Een paar minuten later verscheen reeds een politiewagen ter plaatse. Net op dat ogenblik ging ook Bosch de winkel binnen, de gangsters vuurden tot tweemaal toe naar de politie zonder iemand te raken.

De daders poogden toen weg te geraken via de achteraan gelegen Wollen Driestorenstraat. Ze namen daarbij verschillende bedienden als gijzelaar mee. Een van de gangsters, nl. Ruiz Unac die in voornoemde straat een vrouwelijke bediende de loop van zijn vuurwapen tegen de slaap drukte, werd er door een politie-agent doodgeschoten. De twee andere Spanjaarden die op een bepaald ogenblik zes bedienden hadden gegijzeld, hadden zich toen reeds overgegeven.

Bosch-Fernandez wordt verdedigd door Mrs. André Dumont en Frédéric De Patoul, terwijl Lopez-Pelaez als advocaten Mrs. Jean-Pierre Hostier, Chantal Moreau en Annette Behin heeft. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal Jaspar. Er worden een veertigtal getuigen ondervraagd, en de debatten nemen anderhalve week in beslag.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 November 1981

Spaanse boeven waren niet aan hun proefstuk

Het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Pierre Vande Walle, begon maandag voormiddag aan het proces van twee Spanjaarden die op 8 december 1979 tijdens een gewapende overval verscheidene bedienden gijzelden in de juwelierszaak Wolfers, Louizalaan 82 te Brussel. Het zijn de 22-jarige Juan Carlos Bosch-Hernandez, geboren in Barcelona en de 27-jarige Manuel Lopez-Pelaez, geboren in Sevilla. Bosch wordt verdedigd door Mrs. André Dumont en Frédéric De Patoul terwijl Lopez als advocaten Mrs. Jean-Pierre Hostier, Chantal Moreau en Annette Behin heeft. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal Jaspar. De jury is samengesteld uit vijf dames en zeven heren.

“Lopez”

Na de voorlezing van de akte van beschuldiging door griffier Deschuyffeleer begon voorzitter Van De Walle aan de ondervraging van beklaagde Lopez-Pelaez. Deze werd in de streek van Sevilla geboren in een arm landbouwersgezin dat acht kinderen telde. Toen hij later met zijn ouders naar Barcelona overkwam kon hij er moeilijk aarden. Hij liep er alleen de lagere school.

Lopez-Pelaez werd in Spanje veertienmaal aangehouden wegens verschillende misdrijven. Volgens zijn verklaringen nam hij in Spanje deel aan twee gewapende overvallen, waarvoor hij respectievelijk tot 10 en 6 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld. Hij wist ten slotte uit de gevangenis van Barcelona te ontsnappen. Voordien was hij reeds aangehouden in Italië wegens feiten gepleegd in Spanje.

In de gevangenis van Barcelona had Lopez-Pelaez Ruiz Unac leren kennen. Einde november 1979 belde Ruiz Unac, onder de naam van Julio trouwens, vanuit Brussel Lopez-Pelaez op met het verzoek naar België te komen omdat daar een flinke slag te slaan was. Een vijftal dagen voor de overval bij Wolfers kwam Lopez-Pelaez aldus in Brussel aan. Hij vond onderdak in het appartement dat Ruiz Unac aan de Spastraat had gehuurd.

“Overval”

De dag voor de feiten reden Lopez. Bosch en Unac naar de juwelierszaak Wolfers in twee auto's, een Peugeot 604 en een Ford Taunus die waren gestolen en werden ter plaatse achtergelaten.

De dag zelf van de overval reed Lopez net zoals zijn twee makkers met de tram naar de juwelierszaak. Eenmaal ter plaatse haalde Lopez een zak uit de koffer van de Peugeot waarin verschillende handboeien en een zwarte kap staken. Lopez wachtte tot Unac de zaak was binnengegaan om de kap aan te trekken en op zijn beurt binnen te stappen. Unac wilde op dat ogenblik in de kelder gaan met een bediende en Lopez deed de andere bedienden de handboeien aan zodanig dat Unac de mogelijkheid kreeg naar de kelderverdieping te gaan, waar hij de bediende die hem vergezelde, verplichtte de safe open te maken en aldus de kans kreeg de juwelen die erin lagen te bemachtigen.

Toen eenmaal was gebleken dat de daders door de politie waren omsingeld, zochten ze hun heil in een vlucht via de achteraan gelegen Wollendriestorenstraat. Toen schoot Lopez er vijf kogels af naar een voertuig van de politie van Elsene, zonder iemand te raken. Op het ogenblik van zijn aanhouding had Lopez nog vijftien patronen op zak.

“Bosch”

Bosch Hernandez doorliep de lagere school en nog vier jaar middelbaar. Hij speelde een tijd bij de juniores van FC Barcelona en werkte twee jaar bij zijn vader, die toen een handelszaak uitbaatte. Later kreeg hij een ongeval met een motorfiets wat hem verplichtte zes maanden werkloos te blijven. Hij begon toen herbergen te bezoeken en kwam zo in aanraking met verscheidene delinkwenten. In Spanje werd hij een twaalftal keren aangehouden wegens misdrijven en gezien zijn antecedenten vluchtte hij uit zijn land, ook om geen militaire dienst te moeten vervullen. Hij kwam zo in Lyon, Parijs en ook in Nederland terecht waar hij een drughandelaar een hoeveelheid heroïne afnam, die hij vervolgens verkocht.

Op het ogenblik dat hij Spanje verliet was hij in het bezit van een machinepistool van klein formaat dat hij eveneens tijdens de overval bij Wolfers gebruikte. Toen hij werd aangehouden was hij nog in het bezit van 65 patronen. Tijdens de overval zelf diende hij buiten in de Peugeot de wacht op te trekken Bij het aankomen van een politiewagen ging hij dadelijk zijn makkers in de zaak verwittigen en schoot vervolgens een kogel op 1.60 meter hoogte dwars door de deurlijst.

Bosch vluchtte eveneens weg via de Wollendriestorenstraat waar hij een gegijzelde bediende als schild gebruikte. Hij vluchtte er een garage in en gaf zich spoedig over. Hij bleek toen een kogelvrij vest te dragen.

Tijdens de namiddagzitting gaf onderzoeksrechter Liesse een relaas van de feiten. Gerechtelijk commissaris Reyniers vertelde over Bosch-Hernandez dat deze in Spanje aan niet minder dan zes overvallen deelnam. Eén van deze overvallen pleegde hij met Lopez Pelaez.

Bosch-Hernandez was blijkbaar ook betrokken bij het neerschieten in een voorstad van Barcelona van twee Spaanse politieagenten in september 1979. De politiemannen werden daarbij van hun wapens beroofd. Wat Lopez-Pelaez betreft zei Reyniers dat hij ook aan diverse overvallen in Spanje deelnam.

Laatste getuige was gerechtelijk inspecteur Gravelin, die een kadastraal plan vertoonde waarop de juwelierszaak Wollens staat afgebeeld. Na te hebben uitgelegd op welke wijze de gangsters de zaak binnengingen en die aan de achterzijde weer verlieten, diende getuige zijn verdere uitleg stop te zetten door het plotseling ziek worden van een vrouwelijke bijzitter.

De Spaanse commissaris Francisco Alvarez-Sanchez, die normaal maandag had moeten verhoord worden, zal eerst vandaag getuigen, wanneer het getuigenverhoor verder gezet wordt.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 November 1981

Spaanse commissaris deed boekje van gangsters open

In het proces van twee Spanjaarden, de 22-jarige Juan Carlos Bosch- Hernandez en de 27-jarige Manuel Lopez-Pelaez, beschuldigd van een gewapende overval met gijzeling van bedienden, zijn dinsdag verscheidene politiemannen verhoord voor het Hof van Assisen van Brabant.

Eerste getuige was de 36- jarige Spaanse commissaris Francisco Alvarez-Sanchez, hoofd van de antibanditisme-brigade te Barcelona. Volgens hem was Bosch-Hernandez op 12 september 1979 in Hospitalided, een buitenwijk van Barcelona, betrokken bij het neerschieten van twee agenten. Een van de agenten die toevallig Bosch-Hernandez kende, had zijn voertuig in tweede file voor een bar zien staan. De agent ging aan de barman vragen zijn klant te verzoeken de wagen te verplaatsen.

Bosch-Hernandez deed alsof hij gehoor zou geven aan het verzoek, maar eenmaal op straat gekomen, schoot hij de agent neer. Het slachtoffer verklaarde later in het ziekenhuis dat Bosch-Hernandez hem had neergeschoten. De tweede agent kreeg een kogel in de schedel, afgevuurd door een makker van Bosch, zekere José Fernandez-Villa, die enkele weken geleden door het Hof van Assisen van Brabant tot levenslange dwangarbeid werd veroordeeld wegens het doodschieten van een pooier in een bar te Sint-Joost-ten-Node. Die tweede agent bleef weken lang in comateuze toestand en herstelde slechts langzaam.

Reeds van jongsaf

Wat Lopez-Pelaez betreft zei de commissaris dat hij verscheiden malen in Spanje werd veroordeeld wegens deelneming aan gewapende overvallen. Spanje vroeg al vijfmaal zijn uitlevering. Lopez-Pelaez wist te ontsnappen uit de gevangenis van Barcelona en vluchtte naar het buitenland. Volgens getuige traden Bosch en Lopez in Spanje nooit samen op bij het plegen van een overval. Reeds van jongs af was Lopez-Pelaez bij gewapende diefstallen betrokken, in tegenstelling met Bosch die zijn loopbaan begon met kleine geweldloze diefstallen.

Wat ten slotte de te Elsene doodgeschoten Spanjaard Ruiz-Unac betrof zei de commissaris nog dat hij in Spanje weinig gekend was, omdat hij meestal in het buitenland verbleef.

Volgende getuigen waren onderzoeksrechter Liesse en eerste gerechtelijke inspecteur Gravelin. Tijdens het vertonen van video-opnamen verstrekken deze getuigen uitleg over de reconstructie van de overval bij Wolfers.

Hardhandig

De vier volgende getuigen waren leden van de gerechtelijke politie, de hh. Essers, Van Malder, Godefroid en Binz. Zij ondervroegen verscheidene bedienden van de juwelierszaak die door de overvallers werden gegijzeld. De bedienden vonden vrij snel hun kalmte terug, behalve de Vietnamese Marie-Thérèse Bui, die door Ruiz-Unac een hele tijd de loop van een pistool tegen de slaap gedrukt kreeg en die ten slotte door een kogel aan de hand werd gekwetst.

Na de aanhouding van Lopez-Pelaez en Bosch-Hernandez was vooral Bosch erg agressief. Hij verweet de agenten hem te hardhandig te hebben aangepakt en hem slagen te hebben toegediend waarvoor hij het Sint-Pietersziekenhuis werd verzorgd.

Tijdens de namiddagzitting kwam een tiental agenten van de stad Brussel met aan hun hoofd adjunct-commissaris Van den Eede vertellen hoe ze per radio naar de Wollendriestorenstraat te Elsene werden ontboden, nadat was gebleken dat verscheidene bedienden van de juwelierszaak Wolfers door drie gangsters waren gegijzeld.

In de Wollendriestorenstraat zelf had agent Deloddere, die sinds 9 jaar deel uitmaakt van de anti-gangbrigade van de Brusselse stadspolitie, met de gangsters te maken. Hij geraakte tot in de nabijheid van Bosch-Hernandez, die op dat ogenblik een mannelijke gijzelaar de loop van een revolver tegen de slaap drukte. Getuige poogde de gangster te bewegen zijn wapen weg te gooien doch vergeefs. Op dat ogenblik werd de agent vanop een afstand onder vuur genomen door gangster Ruiz-Unac, die op zijn beurt een vrouw had gegijzeld.

Agent Deloddere wist ten slotte tot in de garage te komen waar Bosch zich samen met de gijzelaar was gaan verbergen. Toen riepen zowel de gijzelaar als Bosch de agent toe niet te schieten. Uiteindelijk liet Bosch zijn wapen zakken en getuige maakte daarvan gebruik om de kerel te ontwapenen.

Een andere getuige was agent Leclercq van de politie van Sint-Gillis. Deze poogde Ruiz te bewegen zich over te geven maar gaf er zich geen rekenschap van dat deze op datzelfde ogenblik een vrouw gijzelde die achter de telefooncel was verborgen.

Ruiz bleef echter schieten zodanig dat Leclercq zelf verscheidene kogels afvuurde. Uiteindelijk ging deze agent het hotel La Concorde binnen vanwaar hij door een venster op de eerste verdieping Ruiz twee kogels in het hoofd schoot. Ook agent Leclercq werd voor zijn optreden gefeliciteerd door voorzitter Van de Walle.

Toen Ruiz-Unac even later al stuiptrekkend nog een gebaar maakte alsof hij zou schieten, werd hij voorgoed onschadelijk gemaakt door een paar kogels welke door een andere agent werden afgevuurd.

Vandaag gaat het getuigenverhoor verder.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 November 1981

Bosch-Hernandez had zelfs dumdumkogels op zak

In het proces tegen de twee Spaanse gangsters, die voor het Hof van Assisen van Brabant terechtstaan wegens een overval bij juwelier Wolfers te Brussel, werden gisteren andermaal verscheidene getuigen gehoord.

Bij de aanvang van de zitting werd de Ukkelse politieagent Baeyens gehoord. Hij bevond zich met zijn motor op de steenweg op Elsene, toen hij per radio werd verwittigd van de overval. Agent Baeyens reed via de Eendrachtstraat naar de Louizalaan toe. Hij vernam er dat de gangsters, met de bedienden van Wolfers als gegijzelden, poogden weg te komen via de achteraan gelegen Wollendriestorenstraat.

Baeyens ging te voet, met getrokken dienstwapen, van de Louizalaan naar die straat toe. Hij was nauwelijks die straat ingeslagen, of een kerel begon plots te schieten. Het was Lopez-Pelaez, die vanuit een geparkeerde Taunus met een pistool van zwaar kaliber vuurde. Getuige merkte dat de gangster een zwarte handschoen droeg.

De agent schoot naar de voorruit van de Taunus, die aan diggelen vloog. Lopez bleef echter ongedeerd. Baeyens zocht daarop dekking in de Eendrachtstraat, wachtend op versterking.

Volgende getuige is wetsarts Lambert. Samen met wetsarts Rillaert deed ze de sectie op de doodgeschoten Ruiz Unac. Deze kreeg een eerste reeks kogels in de schedel en een tweede reeks in de rug en de schouder. De eerste kogels troffen de hersenen en waren dodelijk. De Vietnamese Marie-Thérèse Bui werd aan beide handen door kogels getroffen en heeft blijvend letsel aan de linkerduim.

Wapendeskundige Dery zei dat de wapens van de gangsters in uitstekende staat waren. Bosch-Hemandez had 75 patronen op zak en Lopez 18. Sommige waren dumdumkogels. Bosch had een halfautomatisch 9 mm-Mauserpistool en Lopez een Colt-trommelrevolver kaliber 45, alsook een .45 Starpistool. Unac droeg een halfautomatische Mauser.

De expert besprak de kogeltrajecten: Bosch schoot één kogel vanuit de juwelierszaak dwars door de deur in de richting van twee politiemannen, Lopez schoot vanuit de Taunus vijf kogels in de richting van de politieauto. Vooraleer tijdens de namiddagzitting het getuigenverhoor wordt voortgezet, gelast het Hof twee agenten van de gerechtelijke politie met nog enkele bijkomende vaststellingen.

Getuige Suzanne Arany-Toth, die reeds meer dan 25 jaar bij Wolfers werkt, geeft een relaas van de overval. Zij vertelt dat het Ruiz-Unac was, die bij het opdagen van de politie, tot de gijzeling van het personeel besloot en die hen achterin de winkel begeleidde.

De directeur van de winkel, Adelin Kemp, verhaalt hoe de overvallers hem dwongen de brandkoffer te openen. Het was Lopez die de koffer begon leeg te halen. Bij de komst van de politie zijn het die twee mannen die de gegijzelden naar de Taunus brachten. Dit verhaal wordt door de andere getuigen, allen personeelsleden van Wolfers, bevestigd.

Mw. Bui vertelt nog dat zij - toen de schietpartij begon - door Unac als het ware als beschermingsschild werd gebruikt. Toen Unac achter een paal bescherming zocht, kon Bui zich losrukken. Zij zag de gangster vervólgens ineenzakken onder de politiekogels.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 November 1981

Bosch en Lopez waren niet aan hun proefstuk

In het proces van de Spanjaard Juan Bosch-Hernandez en zijn landgenoot Manuel Lopez-Pelaez, beschuldigd van gijzeling bij een overval te Brussel, zijn donderdag voor het Hof van Assisen van Brabant opnieuw enkele getuigen verhoord.

De psychiaters Delattre en Crochelet verklaren dat Bosch een psychopaat is, wat o.m. blijkt uit zijn impulsiviteit en zijn agressiviteit. Hij werd in een bescheiden familie geboren, maar is vrij intelligent. Op het ogenblik van de feiten was hij in Spanje al veroordeeld tot 11 jaar gevangenisstraf, bijna uitsluitend wegens diefstallen.

Over Lopez zeggen de psychiaters dat hij eveneens psychopatisch en impulsief overkomt. Hij had reeds op 9-jarige leeftijd met het gerecht te maken, nadat hij van huis was weggevlucht. Van zijn 16 jaar af begon hij veroordelingen op te lopen wegens diefstallen en overvallen. Hij is intellectueel minder ontwikkeld dan Bosch, maar “filosofisch” aangelegd.

Het woord is vervolgens aan Madeleine Caen, die een appartement had verhuurd aan Ruiz-Unac, aan de Spastraat te Brussel, waar later ook de twee betichten een onderdak vonden. De huur begon te lopen van begin 1977, anderhalve maand voor de gewapende overval bij juwelier Wolfers.

De laatste twee getuigen zijn rijkswachters, die op 29 oktober 1980 met een celwagen 13 gedetineerden van het Justitiepaleiste Brussel naar de gevangenis van Vorst moesten overbrengen. Voor voor die 13 gedetineerden waren slechts 12 zitplaatsen beschikbaar. Dat gaf onderweg aanleiding tot vuistslagen tussen de gedetineerden.

Onder hen bevonden zich eveneens Bosch en Lopez. Beiden wierpen zich op een bepaald ogenblik elk op een rijkswachter en poogden ze hun dienstwapen af te nemen. De Spanjaarden vroegen hulp aan de andere gedetineerden, die echter kalm bleven.

Vandaag wordt het getuigenverhoor voortgezet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 November 1981

Overval op juwelier was degelijk voorbereid

In het proces van de 22-jarige Juan Bosch-Hernandez en van zijn 27-jarige landgenoot Manuel Lopez-Pelaez, beschuldigd van gijzeling en poging tot doodslag bij een overval, is maandag het rekwisitoor gehouden voor het Hof van Assisen van Brabant.

Advocaat-generaal Jaspar zei dat de overval op 8 december 1979 bij juwelier Wolfers aan de Louizalaan degelijk was voorbereid. De daders hadden niet alleen gezorgd voor twee voertuigen die ze aan de voorzijde en de achterzijde van de juwelierszaak achter hadden gelaten. Ze waren eveneens in het bezit van verscheidene zware vuurwapens en van een grote hoeveelheid patronen, verscheidene handboeien en kleefband.

Bij de overval werden voor 15 miljoen fr. juwelen buit gemaakt. De bedienden van de juwelierszaak werden niet alleen met wapens bedreigd, maar tevens geboeid. Toen twee agenten van de Brusselse politie aan de juwelierszaak verschenen, aarzelde Bosch-Hernandez niet dwars door de deur op manshoogte een kogel in hun richting te vuren.

Toen de twee overvallers via de Wolendriestorenstraat wilden vluchten, vuurde Lopez-Pelaez nog enkele keren naar de politie. Van zijn kant hield Bosch-Hernandez een mannelijke bediende gegijzeld in een garage in die straat. Hij gaf zich later over. Ruiz-Unac hield een vrouwelijke bediende gegijzeld en terwijl hijzelf aan het schieten was, werd hij door een agent met enkele kogels in het hoofd doodgeschoten.

De openbare aanklager zei dat de jury twaalf vragen te beantwoorden krijgt en vroeg dat voor beide beschuldigden bevestigend zou worden geantwoord op de vragen i.v.m. de poging tot doodslag, de gijzeling en de poging tot diefstal.

Verdediging

Voor Bosch-Hernandez pleitte Mr. Frederic de Patoul. Hij zei dat zijn cliënt bij het verlaten van zijn voertuig aan de kant van de Louizalaan nadat hij de politie had opgemerkt zo vlug mogelijk de juwelierszaak wilde binnen gaan. Hij vond echter de tweede toegangsdeur gesloten en alleen om tijd te winnen schoot hij naar de toegesnelde agenten. Volgens de advocaat wou hij de politiemannen alleen maar intimideren.

Tijdens de namiddagzitting kwam de verdediging van Lopez-Pelaez aan het woord. Als eerste advocate zei Mr. Chantal Moreau dat haar cliënt in een arm landbouwersgezin werd geboren en dat hij reeds erg jong in een Spaanse psychiatrische instelling werd geplaatst.

Volgende advocate was Mr. Annette Behin die vooral wilde bewijzen dat Lopez-Pelaez op geen enkel ogenblik deelnam aan de gijzeling van de bedienden van de juwelierszaak. Het is niet omdat wel Bosch-Hernandez en de doodgeschoten Riuz Unac aan de gijzeling deelnamen dat ook Lopez-Pelaez erbij betrokken was.

Laatste advocaat van Lopez-Pelaez was Mr. Hostier. Deze zei dat de overval op touw gezet werd door Ruiz Unac. Deze deed slechts op het laatste nippertje beroep op Lopez-Pelaez toen was gebleken dat de derde man die aan de hold-up moest deelnemen, nl. de Spanjaard José Fernandez-Villa, een tiental dagen voor de voorziene datum in de gevangenis terechtkwam na een man te hebben doodgeschoten in de rosse buurt van Sint-Joost-ten-Node. Mr. Hostier wilde vooral bewijzen dat zijn cliënt ook niet het inzicht had te doden.

Desbetreffend verstrekte hij uitslag aan de hand van een keuzeplan van de plaats van de feiten, vertoond op een scherm. De advocaat zei dat zijn cliënt de kans kreeg om een politieman die te voet was komen opdagen, neer te schieten, dat de kogels die hij afvuurde in een andere richting terechtkwamen en ten slotte dat hij zelfs niet eens de Volvo van de politie van Elsene raakte.

Het arrest wordt verwacht tegen dinsdagavond.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 November 1981

Zware straf voor Spaanse overvallers

De twee Spaanse gangsters, die voor het Brabantse Assisenhof terecht stonden voor een overval op een juwelier, werden door de jury schuldig bevonden aan gijzeling en poging tot doodslag. Bosch Hernandez werd veroordeeld tot levenslange dwangarbeid en Lopez Pelaez tot twintig jaar dwangarbeid.

De zevende en laatste procesdag met de getuigenis van de heren Deridder, directeur-generaal van de gevangenissen en Ledent, directeur van de gevangenis te Vorst. Zij legden uit waarom de twee Spanjaarden in afzondering werden opgesloten. Begin 1980 was immers geweten dat Bosch en Lopez vluchtplannen hadden. Bosch moest zelfs zonder mes en vork eten toen in een pakje sigaretten van hem een stuk spiegel werd aangetroffen.

Het woord was vervolgens aan de betichten. Lopez waardeerde de objectiviteit in dit proces: “Toen ik in Spanje tot 10 en 6 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld, had ik niet eens het recht om mij te verdedigen. Hier werd ik ten minste als een mens behandeld.”

Vragen

Voorzitter Van de Walle las vervolgens de vragen voor die de jury moest beantwoorden: bij de twee eersten werd gevraagd of beide beklaagden een of meerdere personen gijzelden om eventueel hun ontvluchting te vergemakkelijken, de derde of een gegijzelde als gevolg van deze actie werd verminkt, de vierde en vijfde vraag of beiden beklaagden zich schuldig maakten aan een poging tot doodslag ten overstaan van politiemannen.

Na een beraadslaging van anderhalf uur antwoordde de jury positief op de 12 gestelde vragen. Voor de vijfde vraag evenwel, in verband met de poging tot doodslag van Lopez-Pelaez op een politieagent, antwoordde de jury wel positief maar met zeven stemmen tegen vijf. Het hof sloot zich positief bij deze vraag aan.

Beide beklaagden worden aldus schuldig bevonden aan gijzeling, poging tot doodslag, de diefstal van juwelen ter waarde van 15 miljoen fr., gepleegd met geweld en met veel bezwarende omstandigheden. Voor de gijzeling met geweld werd rekening gehouden met het feit dat een van de slachtoffers verminkt werd.

In zijn rekwisitoor over de strafmaat eiste advocaat-generaal Jaspar levenslange dwangarbeid voor beide beklaagden.

De verdediging bij monde van de Mrs. Dumont, Moreau en Hostier, beschouwde deze straf als onmenselijk en deed beroep op de gematigdheid van de jury.

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 November 1981