2,451

(131 replies, posted in Organisaties)

De CCC plaatste 40 jaar geleden hun eerste bom in Evere

De eerste bom van de Cellules Communistes Combattantes (CCC) ontplofte 40 jaar geleden, op 2 oktober 1984, in Evere. Die dag richtte de clandestiene extreemlinkse organisatie zich op Litton, een Amerikaans bedrijf in militaire elektronica. Daarna volgden meer aanslagen, waarbij bedrijven die met de NAVO samenwerkten werden geviseerd, met uitsluitend materiële schade als gevolg.

Lees hier het hele artikel » Nieuws

2,452

(10 replies, posted in 1980-1989)

La nuit déjà été fort agitée, à Hoeilaart

Avant la fusillade consécutive à l'agression de Wavre, le Parquet de Bruxelles avait dû faire deux descentes dans la nuit de mercredi à jeudi à Hoellaart pour des tentatives de meurtre, commises à chaque fois sur des représentants de l’ordre.

La première s'est déroulée vers 22 h., Jan Lintstraat où deux agents de police s'étaient rendus en esperant pouvoir y intercepter un mineur d'âge qui était signalé a rechercher. Lors de ces recherches, ils ont reussi a apprehender l'interesse qui s'est alors, une hache a la main, approche d'un des agents.

Le mineur d'áge lui a porte un coup de hache à la tête. Une bagarre à suivi, au cours de laquelle le mineur d'âge a essayé de frapper encore une seconde fois. C'est alors que e 2e agent de police a tire un coup de feu en direction du jeune homme, qui a été blesse

L'autre tentative s'est produite vers minuit. Stationstraat où la gendarmerie de Tervueren s'était rendue parce qu'on lui avait signale un véhicule suspect.

ils ont demande au conducteur de sortir du vehicule, mais ce dernier à démarré en trombe en tentant de renverser les gendarmes.

Bron: 1 Oktober 1982

2,453

(69 replies, posted in 1990-1999)

In zijn boek "Het rattenkwartier - Een blik in het nest van de Bende van Nijvel" geeft de auteur een overzicht van onopgeloste moorden die gelijkenissen vertonen met de moorden van de Slachter van Bergen.

De onderverdeling per decennium en het onderstrepen van de data heb ik gedaan.

1970-1979

Lisette Duson werd in december 1974 onthoofd teruggevonden in het kanaal Brussel-Charleroi tussen Anderlecht en Sint-Pieters-Leeuw. Ze was naakt en verdween twee maanden eerder op haar weg naar school in Anderlecht. Ze woonde bij haar ouders in Vorst. Het zou kunnen dat zij onthoofd werd door de schroef van een boot. Er is daarover geen uitsluitsel, wel twijfel. Kan een schroef er ook voor zorgen dat het slachtoffer zijn kleren verliest?

Zes jaar lang vinden geen soortgelijke onopgeloste moorden plaats, maar in het begin van de jaren tachtig gebeuren er plots een paar kort na elkaar.

1980-1989

In mei 1981 vindt men in een bos in Manhay, een dorpje langs de snelweg Luik-Aarlen, een in stukken gesneden lichaam. Het is naakt, het hoofd, penis en armen ontbreken. Identificatie is niet mogelijk. Wetsdokters stellen vast dat het om een mannelijk lichaam gaat.

Op 20 juni 1983 wordt een in stukken gesneden vrouw gevonden langs de A12 in Meise ter hoogte van de Vilvoordsesteenweg. Identificatie is wederom onmogelijk, haar hoofd en alle eerste vingerkootjes ontbreken.

Gelijktijdig met de onthoofde vrouw in Meise wordt op 20 juni 1983 een naakte vrouw uit het kanaal Brussel-Charleroi gehaald, op het grondgebied van Anderlecht ter hoogte van de kruising van de Dokter Zamenhoflaan met de Bergensesteenweg. Ze is met een nylonkous vastgebonden op een steekwagentje. Op haar rug kleeft een muntstuk van twintig frank. Sadistisch. Het doet een beetje denken aan de moord op Christine Van Hees die een half jaar later wordt gepleegd.

Later dat jaar wordt Colette Dumont nabij Namen gevonden, ook een onopgeloste moord want verdachte Claude Dubois werd bij gebrek aan bewijzen vrijgelaten.

Een dergelijke concentratie misdaden van hetzelfde gruwelijke kaliber is ongewoon. Van Colette Dumont werd eveneens enkel de romp teruggevonden. De rest van haar lichaamsdelen ontbraken. Het feit dat het lichaam niet enkel in stukken wordt gesneden, maar lichaamsdelen bij het droppen worden gescheiden om identificatie te bemoeilijken is een heel specifieke modus operandi. Was er een seriemoordenaar aan het werk?

1990-1999

Op woensdag 20 oktober 1993 verdween de 37 jarige Liliane Sek in Charleroi. Ze werkte daar als prostituée onder de naam Marina. Een maand later worden haar hoofd en rechterbeen gevonden nabij Philippeville, naast de spoorweglijn Charleroi-Couvin in Yves-Gomezée. Ver weg ten zuiden van Brussel.

Maandag 6 juni 1994 drijft een vrouwenromp op de Nete in Duffel. Het dorp ligt 20 km ten noorden van Brussel. Een visser doet de macabere vondst.

Op maandag 20 juni 1994, veertien dagen later, vindt men een in stukken gesneden lichaam dichtbij het kruispunt van de Fernand Demetskaai en de Bergensesteenweg in Anderlecht. Het is niet identificeerbaar. Er is een nieuwe periode van slachtingen aangebroken, maar dit was voorlopig de laatste in Brussel.

Enkele weken na de in stukken gesneden vrouwen in Anderlecht en Duffel wordt op woensdag 6 juli 1994 een andere vrouw in stukken gesneden gevonden in het Zwin in Retranchement op de grens met Knokke. Haar hoofd ontbreekt. De andere delen van haar lichaam zijn ingepakt in krantenpapier van La Dernière Heure. Alles is verzameld in twee vuilniszakken. Opmerkelijk is dat de Slachter van Bergen drie jaar later vuilniszakken zal gebruiken van de gemeente Knokke-Heist. Retranchement is een buurgemeente van Knokke, het lichaam werd trouwens gevonden op de Belgisch-Nederlandse grens, helemaal ten noorden van Brussel.

Op zaterdag 10 augustus 1996 wordt in Piringen bij Tongeren de torso gevonden van een vrouw van 40 jaar oud. Ze draagt een bruin Binici-Paris T-shirt dat enkel verkocht wordt in Franstalig België. Ze kan niet geïdentificeerd worden. Volgens de wetsdokters is ze al een maand dood. De manier van versnijden en het feit dat ook dit lichaam in een vuilniszak zat deed de speurders van de later opgerichte cel Corpus in Bergen besluiten dat het meer dan waarschijnlijk ging om een slachtoffer van de Slachter van Bergen. Haar lichaam lag in de Dodemanstraat. Erg symbolisch, zoals later in Bergen ook het geval was. Het valt op dat Tongeren helemaal in het oosten ligt van Brussel en van het land. Binnen enkele maanden zullen lugubere ontdekkingen gedaan worden helemaal in het westen van het land.

Bron: Het rattenkwartier - Een blik in het nest van de Bende van Nijvel | Charlie Hédo

2,454

(22 replies, posted in Filière Boraine)

Over de dood van Djamila Bouaroudj, de dochter van Kaçi Bouaroudj:

(...) In april 1995 worden in Buxerolles nabij Poitiers de stoffelijke resten ontdekt van Djamila Bouaroudj (Le Soir, woensdag 1 oktober 1997). Ze is onthoofd!

De jonge vrouw uit het Belgische Hornu, een gemeente vlakbij Boussu op twaalf kilometer van Bergen, is sinds enkele jaren verdwenen uit het zicht van haar familie. Onder andere haar vader vreest voor haar leven. Hij is Kaçi Bouaroudj, de Algerijn en oud-cafébaas die in 1988 met andere Borinageleden voor het Hof van Assisen verscheen.

Zijn dochter Djamila ging in april 1992 samenwonen met een man in Narbonne, in het zuiden van Frankrijk nabij Perpignan. Die man was Jean Joseph Casamias, zelf geen onbesproken figuur. De Franse autoriteiten verdachten hem ervan betrokken te zijn bij de verdwijning in Frankrijk van enkele personen.

De naar België uitgeweken Casamias ontving tot 1992 als helderziende zijn klanten in kantoortjes in Bergen en Hornu. Daar leerde hij de veel jongere Djamila kennen. Zij woonde met haar ouders in Hornu. Toen hij begin 1992 vluchtte voor de Belgische fiscus overtuigde hij Djamila samen met hem een nieuw leven te beginnen in Narbonne.

Lang heeft hij niet kunnen genieten van dat nieuwe leven. Op 14 februari 1993 ontplofte zijn huis in Narbonne. Zijn stoffelijk overschot werd onder het puin gevonden, dat van Djamila Bouaroudj niet. Zij werd blijkbaar om het leven gebracht in een ander huis van Casamias in Buxerolles, Poitiers. Het is mogelijk dat haar minnaar Casamias verantwoordelijk is voor haar dood. Men weet niet precies wanneer Djamila om het leven werd gebracht. Casamias wordt verdacht van mysterieuze verdwijningen. Er zijn echter nooit bewijzen gevonden van moorden door hem gepleegd, laat staan van onthoofdingen of versnijdingen. Het is zelfs niet onmogelijk dat Casamias zelf werd vermoord in zijn huis in Narbonne.

Het feit dat de vermoorde en onthoofde Djamila de dochter is van haar vader die ooit tot de intieme kring van enkele zware Bende-verdachten behoorde kan toeval zijn. Maar als er een verband zou bestaan tussen de Bende van Nijvel en de Slachter van Bergen is er een volwaardig motief voor haar dood.

Het stond voor iedereen duidelijk te lezen in het in 1986 verschenen Bendeboek van Paul Ponsaers en Gilbert Dupont: Kaçi Bouaroudj briefde alle criminele plannen die hij aan de toog van zijn café Metropole in Jemappes hoorde bespreken door Adriano Vittorio en andere tooghangende Borinage-leden over aan BOB'er Daniel Choquet.

Kaçi Bouaroudj speelde dubbelspel: hij ging mee op rooftocht en verraadde zijn kompanen. Zo is het geweten dat hij samen met Adriano Vittorio vanuit de Resto GB in Drogenbos de bewakers van Securitas die het geld kwamen ophalen, bespiedde met het oog op een overval. Vittorio droeg uitgerekend toen aan Bouaroudj op om een vluchtweg uit te stippelen.

Was hij de man die de streek het beste kende? In elk geval ligt de GB van Drogenbos in de wijk Dorent die een geheel vormt met het Rattenkwartier, op de grens van Sint-Pieters-Leeuw en Drogenbos. De Bergensesteenweg snijdt Dorent en Rattenkwartier middendoor. Het is precies hier dat heel wat zigeuners wonen, waaronder de familie van Leopold Bogaert.

Wat de band tussen alle betrokken personen ook is, vanuit het oogpunt van zijn overvalkompanen was Bouaroudj een ordinaire verklikker. Iemand op wie ze misschien wel wraak willen nemen. Voor de onderzoekers van de Cel Waals Brabant was hij dan weer mededader van zware overvallen. De onthoofde Djamila Bouaroudj kon de dochter geweest zijn van de man die had meegeholpen de Bende op te rollen indien het assisenproces in 1988 anders was verlopen. En tegelijkertijd de dochter van een voor Bendefeiten veroordeelde.

Bron: Het rattenkwartier - Een blik in het nest van de Bende van Nijvel | Charlie Hédo

2,455

(187 replies, posted in Westland New Post)

Zelfmoord van Paul Latinus lokt ondervragingen uit

In gerechtelijke kringen werd vernomen dat de tegenstrijdigheden rond de zelfmoord van Paul Latinus, de 34-jarige stichter van de Westland New Post, die 24 april verhangen werd aangetroffen in het Waals-Brabantse Court-St.-Etienne, zich opstapelen. Terwijl er nog altijd verhoren worden afgenomen, staat het vast dat de knieën van het slachtoffer de grond raakten wat belangrijk is omdat de vriendin van Paul Latinus altijd heeft staande gehouden dat hij met zijn voeten van de grond hing.

Beschermen

Voorts is nu ook met zekerheid vastgesteld dat Paul Latinus een alcoholgehalte in het bloed had dat met 12 glazen bier overeenstemt. Van Latinus is gezegd dat hij altijd het stilzwijgen heeft bewaard omtrent de verborgen top van de Westland New Post-militie.

Anderzijds bleef hij vrijuit gaan toen WNP-leden werden gearresteerd, eerst voor een diefstal van vertrouwelijke NAVO-documenten, nadien wegens verdenking van een dubbele moord te Anderlecht. Dit zou kunnen betekenen dat Latinus slecht enkele WNP-activiteiten onthulde met het doel andere en gewichtiger feiten van de Westland New Post te beschermen.

Bekend is wel dat het slachtoffer in bezit was van een belangrijk document over een zedenschandaal met minderjarigen in Waals-Brabant. Zijn vriendin, waarmee hij de jongste tijd overhoop lag, verklaarde evenwel dat ze de hand heeft kunnen leggen op dit dossier maar dat ze dit verbrandde.

Telefoondraden

Inmiddels ziet het er steeds meer naar uit dat de hogere leiding van Westland New Post niet is ontmaskerd. Men weet nog steeds niet wie de eigenlijke opdrachtgevers van Paul Latinus zijn geweest. In de WNP droeg Latinus de hoogste rang van maarschalk, doch men heeft sterke vermoedens dat hij dit deed in opdracht van derden. Gelet daarop menen sommige speurders dat Paul Latinus misschien door deze opdrachtgevers werd uitgeschakeld.

Overigen is geweten dat een bekend politicus uit de PSC-rangen Paul Latinus in het geheim heeft ontmoet met het verzoek bepaalde verklaringen die hij aan de politie aflegde, in te trekken.

Bij het parket van Nijvel trekt men alle sporen na en het dossier Latinus is zeker nog niet afgesloten. Officieel luidt de doodsoorzaak van de WNP-stichter nog altijd zelfmoord. Paul Latinus benam zich het leven door verhanging met telefoondraden. Vreemd, heel eigenaardig is echter dat men nooit het mes of de schaar heeft teruggevonden waarmee hij de telefoondraden zou hebben doorgeknipt.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Juni 1984

2,456

(12 replies, posted in Bende Farcy)

Vienne: “Twee Fransen wilden me vermoorden”

Het zijn bittere woorden waarmee Joseph Vienne, een sleutelfiguur in de zaak-François, de Belgische autoriteiten bestookt. De 52-jarige drugkoerier uit Assebroek die op 2 november door de Pakistaans autoriteiten werd uitgeleverd nadat hij daar drie jaar zat opgesloten, heeft altijd beweerd dat hij werkte voor de rijkswacht.

Daarom ook heeft hij klacht ingediend tegen de Belgische autoriteiten, die zoals hij zegt “hem hebben laten vallen”. Volgens Vienne, die al meer dan één tip van de sluier heeft opgelicht van de zeer ingewikkelde zaak François heeft BOB-adjudant Goffinon hem altijd voorgehouden dat hij niets had te vrezen, indien hij zijn richtlijnen opvolgde.

Vienne kreeg ook instructies van de nog steeds spoorloze Albert Farcy, met wie hij overigens bevriend was. Maar Joseph Vienne heeft ook te verstaan gegeven dat er tussen Albert Farcy en Guy Goffinon een goede verstandhouding bestond, wat dan weer strijdig is met enkele gangbare meningen in Brusselse onderzoekskringen.

Brief

In zijn cel te Brussel geeft Vienne de indruk dat er bij hem genoeg opgekroptheid voorhanden is om enkele feiten te onthullen. Zo verklaart hij het geld, voor de drugsmokkel van heroïne uit Bangkok te hebben gekregen van een Chinees, die hij kende als Sam.

In Karachi liep Vienne immers, na een en ander bochtenwerk, tegen de lamp met 27 kilo heroïne. En het is tot dus ver niet geweten voor wie al die drugs bestemd waren, vermits Vienne de opdracht van Goffinon had gekregen om slechts 5 tot 6 kg. heroïne naar België te smokkelen.

De sleutelfiguur in de zaak-François heeft ook zwart op wit verklaard dat hij in zijn cel in Karachi, bezoek beeft gekregen van een commissaris van de gerechtelijke politie van Brugge, van priester Schuteysen van commandant François en ook van Nadine Leclercq. Dit is de schoonzuster va Albert Farcy.

Verder heeft de vrouw van voornoemde Franse caïd, met name Claudine Leclercq hem een brief geschreven. Omdat duidelijkheid van groot belang is, heeft Vlenne ook verklapt dat op zekere dag wee Fransen naar zijn cel in Karachi zijn gekomen. “Ze hadden de opdracht me te vermoorden. Gelukkig voor mij bevond ik me toen in een ziekenkamertje van de Pakistaanse hoofdgevangenis”.

Zigeunerkamp

Vienne heeft nog meer aan het klokzeel gehangen. Zo berichtte hij dat, vooraleer hij naar Bangkok ging voor wat men noemde de "operatie Vienne" er verscheidene drugzendingen langs Zaventem zijn binnengekomen. Die werden, aldus Vienne, door BOB-adjudant Goffinon gededoeaneerd.

Veel van die verdovende middelen werden verkocht aan een portier van een dancing in de Koninginnengalerij, in een café van de Wetstraat en in een klein restaurant te Brussel.

Andere drugs werden verstopt in jerrycans en reservewielen, ondergebracht in een motel ten zuiden van Brussel. Er waren ook drugs verborgen in een hoeve te Rebecq-Rognon. Nog andere gesmokkelde drugs, alsmede wapens, werden verstopt in een caravan die op een zigeunerkamp stond aan de Van Praetbrug te Brussel. Die caravan, aldus steeds Joseph Vienne, behoorde toe aan een van de broers Farcy.

Veel belang hecht Vienne eveneens aan een agenda van Albert Farcy, waarin namen zouden hebben gestaan van smokkelaars en die zich in de schouw van Farcy's bar te Elsene bevond. Er wordt beweerd dat die agenda niet eens bestond. Maar onder de vensterbank op de tweede verdieping van een woning te Watermaal-Bosvoorde, bevond zich een telefoonnummer van een belangrijke Amsterdams trafikant.

Eigenmachtig

Zoiets druist regelrecht in tegen het feit dat commandant François indertijd aan de BOB zou hebben verboden in Albert Farcy’s Candy's bar naar die agenda te gaan zoeken. Valt nu toch wel te bezien of Joseph Vienne de waarheid spreekt. Of hij nu zijn huid niet wil redden door de bal naar het andere kamp te kaatsen. Men stelt zich ook de vraag of hem dit alles niet werd “ingefluisterd”.

Het proces-François, dat op 18 januari begint en circa drie maanden zal duren, is immers een berg geworden waar weinigen nog over kunnen en slechts enkelen nog klaar in zien.

Er wordt meer en meer verteld dat Vienne bij hoog en laag beweert de instructies van BOB-adjudant Guy Goffinon te hebben opgevolgd. Maar kon die speurder zo eigenmachtig optreden?

Het minste wat daarop kan worden geantwoord is dat Goffinon toch de toelating moet hebben gehad van hogerhand. Zonder bij voorbaat schande te roepen, past het toch er aan te herinneren dat de betichte commandant Leon François altijd heeft gezegd dat zijn hiërarchische oversten op de hoogte waren van zijn doen en laten.

Die klap en ook de klacht van Joseph Vienne is in sommige kringen harder aangekomen dan schokschouderende rijkswachtofficieren willen laten voorkomen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 December 1981

2,457

(5 replies, posted in Slachtoffers)

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/luc_be10.jpg

Laatste slachtoffer van Overijse begraven

Zaterdag werd te Overijse Luc Bennekens, het laatste van de acht slachtoffers van de bloedige overvallen op de Delhaize-warenhuis van Eigenbrakel en Overijse, ten grave gedragen.

Luc Bennekens (31), vader van drie kindjes, werd door de niets ontziende bandieten, koelbloedig vermoord toen hij samen met enkele andere militanten, CVP-affiches aan een muur van het Delhaize-gebouw te Overijse aanbracht.

De uitvaartplechtigheid werd bijgewoond door een in Overijse nooit geziene massa. Men schatte het aantal aanwezigen op 2.000. Om alle bloemen en kransen te kunnen vervoeren waren er vier lijkwagens nodig.

Onder de CVP-prominenten die hun militant naar zijn laatst rustplaats begeleidden, bevonden zich onder meer voorzitter Swaelen, minister Jean-Luc Dehaene, staatssecretaris Paul De Keersmaeker en de gebroeders Van Rompaey.

Prior Wijnants van de abdij van Averbode, een oom van de aflijvige, zei in de homilie dat Luc Bennekens hield van het leven en van de mensen. De prior vroeg de gelovigen zich te bezinnen over de vraag “of de maatschappij waarin wij leven zulk zinloos, brutaal geweld, als de Delhaize-moorden, misschien heeft mogelijk gemaakt? Of wij niet een klimaat hebben gecreëerd waarin zinloos doden mogelijk wordt?”

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 Oktober 1985

2,458

(0 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Wat? Nachtelijke overval op een bejaarde vrouw.

  • Wanneer? In de nacht van 29 op 30 september 1982

  • Waar? Provinciebaan Slijpe-Sint-Pietersskapelle, Middelkerke

  • Wie? Er waren vier daders:
    - Jean Vandenabeele
    - Freddy G.
    - Marcel D.
    - Albert B.

  • Buit: 10.000 fr. en wat juwelen

  • Status: Opgelost

Overval op bejaarde vrouw te Middelkerke opgehelderd

De overval in de nacht van 29 op 30 september langs de Provinciebaan Slijpe-Sint-Pietersskapelle door twee gemaskerden werd gepleegd op Irma Lagrou (77), is opgehelderd. De rijkswacht kon overgaan tot de aanhouding van de vier betrokkenen. Twee uit Blankenberge en twee uit Oostende.

Het vrouwtje, dat doof is, stond ’s nachts plots voor twee jonge kerels, die zich met pruiken vermomd hadden om niet te worden herkend. Ze duwden haar een wapen onder de neus en wisten haar aldus 10.000 fr. en wat juwelen af te persen. Zaterdag is men de daders op het spoor gekomen: Jean V.D.A. (22) (*) en Freddy G. (20), beiden uit Oostende. Marcel D. uit Blankenberge, die voor vervoer zorgde, is eveneens aangehouden. De vierde aangehoudene is Albert B. uit Blankenberge, die het overvalsplan op de moeder van zijn vriend beraamde en bij wie trouwens een deel van de buit is teruggevonden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Oktober 1982

(*) Jean Vandenabeele, later nog verdacht van de moord op Bruno Vandeuren.

2,459

(40 replies, posted in Organisaties)

Bureau voor Criminele Informatie een wereldje apart

Het Bureau voor Criminele Informatie was eigenlijk geen klassieke politiedienst, maar een dienst die informatie over misdadigers en over misdadige activiteiten verzamelde, en deze doorspeelde aan de parketten. De dienst maakte daarbij gebruik van allerlei infiltratietechnieken, en om in het milieu niet door de mand te vallen, werden soms valse namen aangenomen. "Bij het soort werk, dat van mijn dienst werd verwacht, schoten klassieke politiemethodes dikwijls te kort", verklaarde Claude Debrulle, de gewezen directeur van het inmiddels opgedoekte BCI gisteren voor de parlementaire onderzoekscommissie naar het banditisme.

Debrulle ontkende de aantijgingen, dat hij geen gevolg zou hebben gegeven aan ontvangen informatie over CCC-terreur, en over de bomaanslag in het Justitiepaleis te Luik. "Het bleef ons ontbreken aan nauwkeurige gegevens", verklaarde Debrulle. "Ik raad de commissie aan, bij Justitie de betrokken dossiers op te vragen. Dan zal zij zelf kunnen oordelen of ik goed of slecht heb gehandeld ... "

Debrulle stipte aan, dat informanten bepaalde principes moesten respecteren, of dat ze op een "zwarte lijst" werden geplaatst. "Dat deze lieden mij dan hier zijn komen belasteren, wel, tot daar toe dan maar", zei Debrulle. Wat aan commissielid Coveliers de bedenking ontlokte, of de BCI eigenlijk ooit serieus had kunnen functioneren. "Iedereen moest blijkbaar iedereen in het oog houden, en iedereen wou blijkbaar met iedereen
afrekenen ..."

Debrulle zei verder nog, dat er in België geen algemeen crimineel politiebeleid bestaat, maar dat iedere dienst een wereld je op zichzelf is, en werkt volgens eigen methodes.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 29 Juni 1989

2,460

(2 replies, posted in 1990-1999)

Nog een aantal artikels over de drievoudige slachtpartij van Francis Gilot:

"Ik weet niet wat mij bezielde"

De Luikse rijkswachtddjudant Francis Gilot (39) die bekende zijn twee collega's in Spa te hebben doodgeschoten, kon zijn ondervragers geen motief noemen. “Ik weet niet waarom ik het gedaan heb”, zo zei hij.

De raadkamer vergaderde uitzonderlijk in de nacht van dinsdag op woensdag, kort na middernacht. Ze besloot de plaatselijke onderzoeksrechter Claude Vieillevoye te ontlasten van de zaak en de militaire rechtsmach in te schakelen. Het is nu aan het krijgsauditoraat om een beslissing te nemen over de eventuele aanhouding van Gilot.

Depressief

Na de dag in 1985 dat hij in Luik door een vermeend lid van de terreurgroep CCC werd neergekogeld, werd Gilot depressief en had hij last van slapeloosheid. Tot dan was hij een bijzonder actief en uitmuntend speurder. Regelmatig dwaalde hij s’ nachts door Luik. In de nacht van op 4 juni bevond hij zich op de Place de l'Yser. Hij zag daar hoe de Joegoslaaf Lubija Kjun, die zijn slachtoffer zou worden, op de deur van zijn huis klopte om zijn broer te wekken. De man had zijn sleutels vergeten.

Volgens Gilot werd de Joegoslaaf woedend en toen hij zag dat de rijkswachter hem bekeek, stapte hij op hem af en begon hij Gilot te beledigen. Steeds volgens de adjudant trok hij zijn wapen en schoot hij omdat Kjun zichtbaar bedreigend werd. De Joegoslaaf kreeg een kogel in het hoofd en Gilot sloeg op de vlucht.

Op de dool

In de nacht van 6 op 7 juni was Gilot opnieuw op de dool. Hij besloot zonder duidelijke reden naar de Rijkswachtkazerne van Spa te gaan, waar hij een tijdlang werkte. Adjudant Alphonse Ponsard deed de deur open en liet hem binnen. Hun collega Joseph Sonveau sliep op een veldbed. Kort daarop dutte Ponsard, die aan zijn bureau zat, in. Gilot, die zegt niet te weten wat hem bezielde, trok zijn wapen en doodde zij twee collega's. Vervolgens verliet hij het ge bouw. Hij nam het dienstwapen van Ponsard, dat deze op zijn bureau had laten liggen, mee en wierp het pistool an 9 mm in het water aan l'Ile Monsin in Luik.

Na de feiten die zich in 1985 in Luik afspeelden, werd Gilot overgeplaatst naar Spa en vervolgens naar Lierneux, waar hij brigadecommandant werd. In de kazerne daar schoot hij op zeker ogenblik, in een bui van neerslachtigheid, met zijn dienstwapen in de zoldering. Na dit incident diende hij zijn pistool af te geven en werd hij gemuteerd naar de brigade van Neufchâteau, waar hij kantoorwerk moest doen. Daar stal hij midden december 1992 het wapen van een collega. Met dat pistool werden de misdaden in Luik en Spa gepleegd, zo leerde hiet ballistisch onderzoek dat leidde tot de arrestatie van Francis Gilot.

In dezelfde periode verdween de 16-jarige zoon van Gilot. Het feit werd in het hele land gesignaleerd als een ontvoering. De tiener werd 's anderendaags teruggevonden. Intussen had de vader, die zelf ’s nachts op zoek was gegaan naar zijn zoon, echter het wapen in Neufchâtea ontvreemd. Men had het zijn immers afgepakt en hij vreesde het slachtoffer te zullen worden van een daad van agressie.

Het is niet geweten waar het moordwapen na de gebeurtenissen in Luik en Spa gebleven is.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Augustus 1993

Adjudant gebruikte politie als alibi

Werd in het onderzoek naar de moord op de twee rijkswachters in Spa de aandacht van de speurders niet te snel afgeleid van adjudant Francis? Zoals men zich herinnert werd adjudant Gilot al de dag na de dubbele moord in Spa als hoofdverdachte aan de tand gevoeld. Gilot haalde toen een alibi boven: een politiepatrouille had hem in de bewuste nacht van 6 op 7 juni om 3u15 in Luik opgemerkt. Het was dit alibi dat sommige onderzoekers als stevig genoeg beschouwden om Gilot nog diezelfde dag als een vrij man terug naar huis te sturen.

Het moordwapen werd nog niet teruggevonden. Gisteren zochten duikers in de Maas nabij het Monsin-eiland in Jupille ook naar het dienstwapen van Ponsard, dat Gilot na de moord had meegenomen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Augustus 1993

Rit naar Luik duurt 40 minuten

Toen het alibi van Francis Gilot toch terug onder de loep werd genomen, ontdekten de speurder van Verviers dat een rit van de kazerne van Spa naar de woonplaat van de adjudant in de Rue sur Ie Joncs in Luik 40 minuten duurde.

De af tand bedraagt slechts 30 kilometer, maar de weg zit vol bochten en bovendien reed Gilot met een oude Wartburg. Omdat aangenomen werd dat de rijkswachters ten laatste om 2u30 vermoord werden, rekenden de speurders uit dat Gilot dan toch om 3u15 terug in Luik kon arriveren.

Hoe kon men het ballistisch verband leggen tussen het in 1992 bij de rijkswacht in Neufchâteau gestolen pistool, de moord op de op 4 juni vermoorde Joegoslaaf en de slachtpartij in Spa? Officieel houden de betrokken diensten daarover de lippen stijf op mekaar. Officieus vernamen we dat vlug kon worden uitgemaakt dat de kogel waarmee de Joegoslaaf en de rijkswachters werden doodgeschoten met hetzelfde wapen waren afgevuurd, een pistool GP 9 mm.

Titanenwerk

Omdat dit type wapen het dienstwapen is van de rijkswacht, Gilot terug als hoofdverdachte fungeerde en hij in Neufchâteau dienst deed toen daar een GP 9 mm verdween, werd besloten tot een titanenwerk: ontelbare hulzen afkomstig van een daar in 1992 gehouden schietwedstrijd zouden door ballistische experten worden onderzocht. Ook het laboratorium van het Bundes Kriminalamt in Wiesaden werd daarbij ingeschakeld.

Er was geen andere keuze, want in ons land worden de ballistische karakteristieken van een wapen dat nog niet bij een confrontatie werd gebruikt niet opgeslagen. Toch bestond de mogelijkheid dat het hele onderzoek met een sisser zou uitdraaien: wapenspecialisten kunnen immers door welbepaalde onderdelen van een wapen te veranderen voor heel andere ballistisch eigenschappen zorgen.

Het geluk zat de speurder mee: op hulzen van Neufchâteau troffen zij dezelfde sporen aan aIs op die van Luik en Spa. Het ging dus om één en hetzelfde rjjkswachtwapen.

Zinsverbijstering

Dat de gerechtelijke politie van Luik en niet die van Verviers adjudant Francis Gilot al op dinsdagochtend om 5u. thuis gingen oppikken, wordt door de betrokken diensten als "taakverdeling” omschreven. Hoe dan ook, de Luikse GP voerde het onderzoek naar de moord op de Joegoslaaf Lubija Kljun (29), die in de Rue de Bavière woonde, en op 4 Juni 1993 ’s ochtends dood werd aangetroffen op de Place d 'Yser met een kogel in de slaap. Toen de speurders Gilot die moord hadden doen bekennen, konden zij dankzij de ballistische relatie overgaan naar de dubbele moord in Spa.

Gilot zou aan de GP verklaard hebben dat de moord op de Joegoslaaf zuiver toeval was: hij kon niet slapen, was op nachtelijke wandeltocht getrokken, en was de man die hij niet eens kende op het lijf gelopen toen die een deur stond te bonken. Hij zou zijn sleutel hebben vergeten en wou daarom zijn broer wekken. Gilot zou de man hebben aangemaand het wat kalmer aan te doen en zou hem daarop in een dispuut een kogel door de slaap hebben geschoten ...

Drie nachten later zou Gilot tijdens een al even slapeloze nacht naar de kazerne in Spa zijn getrokken, daar hebben aangebeld, en door Ponsard zijn binnengelaten. Wanneer Ponsard dan even later indutte, zou Gilot hem en zijn collega hebben afgeslacht. Toen hij verdween nam hij Ponsard's pistool mee, en ook zijn portefeuille - beide zijn nog niet teruggevonden - dit om het allemaal een beetje op een “roofmoord” te doen lijken.

Pillen

Adjudant Francis Gilot was naar de rijkswacht van Neufchâteau overgeplaatst in mei 1991 en bleef er tot april 1993. Collega’s daar zeggen hem omzeggens niet te kennen omdat hij er hooguit enkele weken effectief gewerkt heeft en voor de rest met ziekteverlof was. Op 15 april jongstleden begon voor hem een periode van ziekteverlof waarvan de duur op 36 maanden was voorzien.

In Neufchâteau deed Gilot, die geen wapen mocht dragen wegens onverantwoord wapengebruik tijdens zijn periode als Brigadecommandant in Lierneux, administratief werk. Hij was 38, gescheiden, en had officieel een woonst in het rijkswachtgebouw. Maar daar was hij nooit: hij verbleef in de rue Sur Les Joncs in Luik. "Een in zichzelf gekeerd man, die met niemand contact had, en veel pillen slikte, is alles wat de collega’s van Neufchâteau over hem kwijt kunnen.

De twee belangrijkste vakbonden van de Belgische rijkswacht hebbben naar aanleiding van de bekendmaking van de identiteit en de antecedenten van de vermoedelijke dader van de dubbele moord in de rijkswachtkazerne van Spa, een mededeling verstrekt.

Zowel de Vakbondsfederatie van de Belgische Rijkswacht als het Nationaal Syndicaat van het personeel van de Rijkswacht betreuren het dat dat het rijkswachtkorps vooral nog niet over een sociale dienst beschikt om personeelsleden met problemen medische en psychisch op te vangen en te begeleiden.

Anderzijds zijn de betrokken vakbondsverenigingen blij en opgelucht dat de dader kon worden gevat. Tevens is hiermee tegen alle tendenzen van defaitisme en in - de doeltreffendheid van het gerecht bewezen, aldus nog de twee rijkswachtvakbonden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Augustus 1993

“Ik weet niet waarom ik mijn twee collega's heb doodgeschoten"

Het militair gerecht in Luik is van zins Francis Gilot, de rijkswachtadjudant die begin juni drie mensen doodschoot, onder wie twee collega’s, wat op adem te laten komen in de gevangenis van Lantin.

Na zijn bekentenissen werd Gilot andermaal zwaar aan de tand gevoeld. maar hij bleef bij zijn versie die hij tijdens zijn bekentenissen opbiechtte: "Ik weet niet waarom ik dat heb gedaan. Ik ging ze een goede dag gaan zeggen". Diverse keren reeds vertelde hij datzelfde, wat volgens sommige onderzoekers een nogal gemakkelijke uitleg is.

Intussen zal de dader ook aan een grondig neuro-psychiatrisch onderzoek worden onderworpen. Dat moet aan het licht brengen of Gilot mentaal ziek is of niet. Meer dan eens reeds verklaarde hij aan zijn ondervragers dat hij in 1985 een onderzoek deed naar de CCC, de Strijdende Communistische Cellen en dat hij als gevolg daarvan onder vuur werd genomen. Daar voegde Gilot aan toe dat de rijkswacht hem toen niet daadwerkelijk steunde in zijn enquête.

De drievoudige moordenaar heeft ook gezegd waar hij de twee wapens, gestolen bij de rijkswacht in Neufchàteau en meegenomen van bij een van zijn slachtoffers, heeft weggegooid. Maar de ingezette kikvorsmannen vonden niets. De opzoekingen naar die wapens werden stopgezet.

Met de gerechtelijke politie van Verviers en van Luik en met de rijkswacht van Spa spant het Luikse krijgsauditoraat zich in om zo spoedig mogelijk de hele waarheid omtrent het drama te vernemen.

Het Luikse gerecht zit ook nog met een hele reeks onopgeloste moorden en het is logisch dat de speurders daarvoor ook aan Gilot denken. Maar het blijft voorlopig maar bij veronderstellingen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Augustus 1993

Dubbele moord op rijkswachter in Luik overgedaan

Het krijgsauditoraat van Luik heeft maandagnacht de wedersamenstelling gedaan van de dubbele moord op de rijkswachters Alphonse Ponsard en José Sonveau in hun kazerne tijdens de nacht van 6 op 7 juni. Eén van de collega 's van de slachtoffers, Francis Gilot, heeft op 18 augustus bekend de dader van de dubbele moord te zijn.

De wedersamenstelling begon in Luik, het vertrekpunt van Gilot in de bewuste nacht. De speurders en de beschuldigde kwamen in gesloten rijkswachtvrachtwagens omstreeks 1u30 aan bij de rijkswachtkazerne van Spa. Ter plekke was een indrukwekkende ordedienst aanwezig om de nieuwsgierigen op afstand te houden.

Een deel van de wedersamentelling vond buiten plaats. Gilot toonde waar hij zijn wagen bij zijn aankomst parkeerde en hoe hij het aan boord gelegd had om door één van zijn slachtoffers te worden binnengelaten. Hij werkte tijdens de procedure blijkbaar goed mee.

Over het gedeelte van de wedersamenstelling dat zich in de kazerne afspeelde, gaf de krijgsauditeur geen enkele toelichting. Om 4 uur 's ochtends was de wedersamenstelling ten einde. De aanwezigen konden in de groep speurders de door de krijgsauditeur aangeduide gerechtspsychiater opmerken. Het is eerder ongebruikelijk dat een dergelijke deskundige aan de wedersamenstelling van een moord deelneemt.

Bron: Gazet van Antwerpen | 1 September 1993

Rijkswachter doet nauwgezet en kalm moord over op Joegoslaaf in Luik

Het krijgsauditoraat van Luik hield woensdagochtend om 4u de reconstructie van de misdaad die in de nacht van 3 op 4 juni plaatshad op de place de l'Yser in Luik. Rijkswachtadjudant Francis Gilot schoot er toen de ex-Joegoslaaf Lubija KI jun dood. In de nacht van 6 op 7 juni doodde hij in de kazerne van Spa twee collega's.

Gezien het vroege uur waren er maar weinig kijklustigen bij de wedersamenstelling. Toch had de Luikse politie een flinke ordemacht op de been gebracht.

Omringd door leden van het auditoraat en de gerechtelijke politie van Luik toonde Gilot eerst hoe hij zijn auto in een nabijgelegen straat parkeerde en dan naar de place de l'Yser stapte. Hij legde uit hoe hij zijn toekomstige slachtoffer zag en hoorde.

Kljun bonkte op de deur van zijn eigen woning, een detail waar Gilot niet van op de hoogte was. De rijkswachter vond dat verdacht en kwam dichter. Vervolgens. steeds volgens zijn verklaringen, beledigde Kljun hem en stapte hij op de rijkswachter af. Gilot voelde zich bedreigd, wierp zijn slachtoffer op de grond en maakte hem af met een schot in het hoofd uit het rijkswacht pistool dat hij had gestolen in de rijkswachtkazerne van Neufchâteau.

Gilot was zeer kalm en ging zoals in Spa, drie nachten later, nauwgezet en precies te werk. De reconstructie liet de speurders toe klaarder te zien op enkele detailkwesties en leerde dat Gilot handelde conform de verklaringen die hij aflegde toen hij de misdaden bekende.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 September 1993

Riikswachtadjudant voor gewone rechter

Het dossier van Francis Gilot, beschuldigd van dubbele moord op twee rijkswachters in Spa, is naar het parket verwezen, zo werd vrijdag vernomen.

Adjudant Gilot bracht op 7 juni van vorig jaar Alphense Ponsard en José Sonveau in de rijkswachtkazerne van Spa om het leven. Sinds 18 augustus werd hij vastgehouden op basis van een beslissing van de gerechtelijke commissie van de Luikse krijgsraad.

Gilot werd daar vrijdag opnieuw voor aangehouden door onderzoeksrechter Vieillevoye. Gilot zal immers worden berecht door een gewone rechtbank. De rechter leverde ook een aanhoudingsbevel af wegens moord op de Joegoslavische VN-vluchteling Leopoldo Lubija Kljun in Luik op 4 juni '93, dus drie dagen vóór de andere feiten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 Juli 1994

Aanhouding van ex-rijkswachter in moorden Spa bevestigd

De raadkamer van Verviers heeft dinsdag de aanhouding van Francis Gilot bevestigd. Deze oud-rijkswachter wordt beschuldigd van de moord op twee rijkswachters in de kazerne van Spa en op een Joegoslaaf uit Luik in juni 1993.

Het dossier werd vorige week overgemaakt aan het parket van Verviers na het van kracht worden van een nieuwe wet die het gerecht de bevoegdheid geeft over de dossiers van overtredingen van rijkswachters. Tot nu was het krijgsauditoraat hiervoor bevoegd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Juli 1994