Ben wrote:

Wapendiefstal te Tienen

Maandagavond werd voor een bedrag van 260.000 fr. aan geweren gestolen ten nadele van wapenhandelaar Artooz, Grote Markt te Tienen. Door wie de inbraak met diefstal werd gepleegd, is nog niet bekend.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Januari 1981

Verdachte voorgeleid na wapendiefstal te Tienen

De bewakings- en opsporingsbrigade van het district Tienen heeft de 37-jarige R.T. uit Tienen voorgeleid en ter beschikking gesteld van onderzoeksrechter Winnen bij het parket te Leuven. De man wordt er van verdacht, enkele maanden geleden een aantal jachtgeweren voor een waarde van 300.000 fr. te hebben ontvreemd ten nadele van firma Cortoos, Grote Markt 45 te Tienen.

De diefstal werd vorige maandag - en niet eerder - vastgesteld, namelijk nadat de directie een inventaris van de te koop gehouden goederen had opgemaakt.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Januari 1981

Nog een aantal wapendiefstallen:

Duur jachtgeweer gestolen te Asse

Uit de wagen van Ch. de Pessemier, Kalkhove 43 te Asse, werd een jachtgeweer en een partij patronen gestolen. Het wapen, beslagen en gegraveerd, had een waarde van 250.000 fr.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 December 1982

Deze diefstal gebeurde enkele uren voor de bloedige overval in Aalst:

Pistolen en revolvers gestolen te Sint-Gillis

Bij een wapenhandelaar, Polenstraat 15, te Sint-Gilles, werden zaterdagnacht omstreeks 1u45, twaalf vuurwapens, revolvers en pistolen geroofd door inbrekers. Van de daders heeft men voorlopig geen spoor.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 November 1985

Nachtelijke roof in wapenwinkel te Ronse

Voor de tweede maal in zes maanden werd in een wapenwinkel te Ronse ingebroken. De winkel is gelegen in het shoppingcentrum Delhaize aan de Zonnestraat en wordt uitgebaat door de h. Moreels, die ook in Ronse woont.

De daders sloegen toen in de nacht van dinsdag op woensdag omstreeks 2u30. Kort voordien hadden ze een auto gestolen op het plaatselijk industrieterrein. De wagen, een Simca Talbot, was eigendom van de h. Van der Haegen uit Ronse. In volle vaart reden ze hiermee het uitstalraam aan diggelen. De buit was aanzienlijk: in totaal 25 wapens, waaronder een dure luchtkarabijn, één riot-gun, een semi-automatische long-rifle en jachtgeweren van het kaliber 12, met een totale waarde van een half miljoen. De inbrekers richtten ook heel wat schade aan aan andere wapens in het uitstalraam.

Ee namen de vlucht met dezelfde gestolen wagen, richting Saint-Sauveur. Daarop, op een parking van café Camarque, hebben ze de auto in brand gestoken en zijn verder gevlucht. Het wordt niet uitgesloten dat de daders Noord-fransen zijn, temeer daar de h. Moreels maandag en dinsdag een Fransman al klant over de vloer kreeg.

In mei werd ook een inbraak gepleegd in dezelfde wapenhandel. Toen werden de dieven op heterdaad betrapt, maar konden vluchten. Veertien gestolen wapens werden toen gerecupereerd, maar de h. Moreels moest ze met verlies verkopen omdat ze beschadigd waren.

Het onderzoek is in handen van het parket van Oudenaarde onder leiding van substituut Leyman en onderzoeksrechter Pilat.

Bron: Gazet van Antwerpen | 1 Oktober 1987

3,902

(28 replies, posted in Magistraten)

Substituut Leroy in Paraguay

Een persoon die beweerde Claude Leroy, ex-substituut bij het parket te Brussel te zijn, heeft zondagavond het persbureau Belga getelefoneerd met een reactie op de berichtgeving als zou hij naar Paraguay zijn vertrokken in het gezelschap van Francis Dossogne, een van de leiders van het vroegere Front de la Jeunesse en Pierre-Paul De Rycke, eigenaar van de "Jonathanclub" te Sint-Gillis.

De man die beweerde vanuit het Zuidamerikaanse Paraguay te telefoneren deelde in het Frans het volgende mede: "Ik ben momenteel in Paraguay samen met mijn kinderen om er de eindejaarsfeesten door te brengen. Begin januari keer ik naar België terug. Nu ben ik in Paraguay om verplichtingen en relaties van familiale en professionele aard na te leven", aldus de man in kwestie die ook nog zei "dat Francis Dossogne en Pierre-Paul De Rycke momenteel in Brussel verblijven".

In een telefoongesprek met het persbureau Belga heeft Francis Dossogne, een van de gewezen leiders van het Fonrt de la Jeunesse gezegd dat hij zich "in goede gezondheid in België bevindt en niet van plan is naar Paraguay te vertrekken. Ik ben ook niet bang voor om het even welke TV-uitzending, wat sommige kranten ook beweren", aldus Dossogne.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 December 1986

3,903

(16 replies, posted in Westland New Post)

Jeans wrote:

René Mayerus zat in het verzet tijdens WO2.

Dat klopt, hij was van 26 oktober 1943 tot 2 september 1944 lid van de Nationale Koninklijke Beweging, voornamelijk in de Luikse regio, waar hij toen woonde. Zijn taken waren:

  • Het redden van neergeschoten piloten.

  • Het rekruteren van nieuwe leden.

  • Het observeren van Duitsers, voornamelijk op de N4 tussen Brussel en Trèves.

  • Het inschrijven van door de Gestapo gezochte personen in het bevolkingsregister van Hollange. Op die manier kon hij valse identiteitspapieren, voedsel en onderdak voorzien. Hij deed dit ook voor Joden.

  • Verspreiden van geheime kranten en pamfletten.

  • Bevoorrading van het kamp van het Geheim Leger in Martelange.

  • Sabotage

  • Onderzoek naar collaborateurs (bv. door schaduwoperaties).

Was Mayerus een held? Ja, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar het lijkt erop dat hij zijn kennis van die hij heeft opgedaan tijdens de oorlog ook gebruikt heeft voor Westland New Post.

Trojan wrote:

Exacte datum van overlijden is 16 februari 1985, voor wie zich zou afvragen voor of na de aanslagen van 85.

En hij is geboren op 21 juli 1922, in Léglise.

3,904

(516 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Tiens wrote:

De foto van de man met Spas is belangrijk omdat het zijn aanwezigheid in ons land kan bevestigen, terwijl iedereen (betrokken tot het onderzoek) dacht dat hij in het buitenland verbleef. En nee, het gaat niet over Michel Libert of Leopold Bousmanne.

Jean-Marie Paul dus.

3,905

(13 replies, posted in Slachtoffers)

Ik gebruik de term niet snel maar mensen die tijdens de oorlog als verzetsstrijder hebben gevochten, zijn voor mij helden. En José Vanden Eynde was een held.

Reeds vanaf augustus 1940 verspreidde hij clandestien kranten in de Leuvense regio. Vanaf februari 1941 werd hij lid van het NKB, regio Leuven, onder bevel van commandant Malengreau.

Binnen het NKB verspreidde hij op grote schaal de clandestiene krant La Libre Belgique, hielp hij neergeschoten piloten verstoppen in Saint-Servaes (nabij Namen), ondersteunde hij Joodse kinderen met geld en goederen en gaf hij als tussenpersoon inlichtingen door aan de geallieerden.

Laat ons die verhalen en die offers niet vergeten. Neem zeker ook eens een kijkje op de site » heldenvanhetverzet.be

3,906

(5 replies, posted in Organisaties)

Ben wrote:

Eén van de slachtoffers van de Bende van Nijvel - José Vanden Eynde, in december 1982 vermoord in Beersel - was van februari 1942 tot november 1944 actief bij het NKB.

Ook René Mayerus was van 26 oktober 1943 tot 2 september 1944 lid van het NKB. Hij was actief in de regio Luik.

Ter info: er waren ongeveer 5.000 landgenoten lid van het NKB.

3,907

(5 replies, posted in Organisaties)

Na de capitulatie van het Belgisch leger op 28 mei 1940 en in afwezigheid van regering en parlement, werden van diverse zijden pogingen ondernomen om de anti-parlementaire gedachten uit de jaren dertig verder uit te werken en eventueel in de praktijk te brengen. (…)

Van het grootste belang (…) zijn nochtans de hergroeperingen van beroeps- en reserveofficieren, die tijdens de zomer van 1940 plaatsvonden en in allerlei bewegingen uitmondden. De belangrijkste hiervan waren het clandestien Belgisch Legioen, de Nationale Koningsgezinde Beweging (slechts in mei 1941 door de bezetter verboden en aanvankelijk geleid door een gewezen Rexist), en de Phalange, gesticht door de gewezen Rexist Xavier de Grunne. Bij al deze Belgisch-nationalistische groepen was een zekere anti-Duitse instelling aanwezig, maar zeker van de NKB en de “Groep de Grunne” kan niet gezegd worden dat ze pro-Engels waren. Van begin 1941 af was bij het Belgisch Legioen een aanzet tot verzet te merken, maar de eerste bekommernis was en bleef de ordehandhaving onmiddellijk na het einde van de oorlog. Deze bewegingen beschouwden zich trouwens als “ordegroepen”. Alleszins tot de zomer van 1941 werd door al deze groepen rekening gehouden met een mogelijke vrede door een vergelijk in het Westen, tussen Engeland en Duitsland dus. 

Wie bedreigde dan wel de “orde”? In de eerste plaats de communisten, ook de Vlaams-nationalistische separatisten en mogelijks de Rexisten. In dit verband is het kenschetsend dat het Belgisch Legioen in juli 1941 contact liet opnemen met een persoon (of personen?) uit de VNV-leiding, met de vraag hoe het tegenover de koning en de Belgische eenheidsstaat stond. In het verslag dat hieromtrent werd opgesteld, werd onderstreept dat het VNV onverbiddelijk anti-communistisch was en en bereid was zijn gewapende milities tegen de communisten in te zetten.

Zowel bij het Belgisch Legioen, de NKB als de Phalange vierde de mystiek van de Koning-Leider hoogtij. Het was duidelijk dat deze groepen zich erop voorbereidden om na de bezetting, hoe de oorlog ook mocht aflopen, een regime te vestigen waarin de democratische uitingsvormen alleszins zouden beperkt zijn. Zo’n regime kon variëren al naargelang de temperamenten van een militaire dictatuur tot een overgangsregering met uitzonderlijke volmachten.

Van belang hierbij is, dat vooral het Belgisch Legioen in betrekking stond met het Nationaal Legioen, één van de uitgesproken voor-oorlogse extreem-rechtse bewegingen, waarin de Koning als dé leider bij uitstek werd beschouwd. Dat er voor en tijdens de oorlog (het Nationaal Legioen werd pas in september 1941 door de bezetter verboden) contacten waren tussen het Hof en het Nationaal Legioen staat vast. Het Nationaal Legioen, evenals het Belgisch Legioen en de NKB konden trouwens rekenen op de financiële steun van baron Paul de Launoit, één van de financiële raadgevers van de Koning. De leider van het Nationaal Legioen, Paul Hoornaert, was bovendien juridisch raadgever van het staalbedrijf Ougrée-Marihaye, dat door de Launoit werd geleid.

Ook voor sommige in het land gebleven politici scheen tijdens de zomer van 1940 de tijd rijp te zijn om de grondwet in autoritaire en corporatieve zin te hervormen. De meest toonaangevende figuur hierbij was graaf Maurice Lippens, gewezen gouverneur-generaal van Congo, gewezen gouverneur van Oost-Vlaanderen, en één van de leidende personaliteiten in de Société Générale. In juni 1940 schaarde hij een 40-tal vooraanstaanden rond zich, die een regimewijziging uitwerkten, waarbij naar regeringsvormen uit de tijd van Lodewijk XIV werd teruggegrepen. Lippens en het Dagelijks Bestuur van zijn groep besloten tevens in augustus 1940 een beroep te doen op de medewerking van leiders van Rex, het Verdinaso en het VNV.

Het is duidelijk dat deze politici en “ordegroepen”, zoals het Belgisch Legioen, gebruik wilden maken van het machtsvacuüm, dat na de 28ste mei 1940 was ontstaan door het vertrek van de regering en door het feit dat het parlement onmogelijk kon vergaderen. Bovendien waren de vakbonden in hun vooroorlogse vorm opgedoekt.

Nochtans is van deze plannen niets terecht gekomen. Weliswaar bleef de “ordehandhaving” één van de grote bekommernissen van een aantal leidende officieren van het Geheim Leger, dat uit het Belgisch Legioen was gegroeid en de belangrijkste militaire verzetsgroepering was. Ook bij de NKB bleef een grondwetswijziging in autoritaire zin leven. De vrees voor het communisme en voor nieuwe sociale eisen - die zich steeds na een periode van ontbering, zoals een oorlog, manifesteren - bracht met zich mee dat behoudsgezinde kringen nog tijdens de bezetting aan een sterk regime dachten om de progressieve beweging de pas af te snijden. Die vrees voor verregaande sociale eisen was ook reeds bij de werkgevers opgedoken, die tijdens de zomer van 1940 het verdwijnen van wat zij “de politieke vakbonden” noemden, hadden toegejuicht. De besprekingen, die van 1941 af tussen vertegenwoordigers van het patronaat en niet-collaborerende christelijke en socialistische vakbondsleiders werden gevoerd, leidden in april 1944 tot het “Pact van Sociale Solidariteit”, waarin de overlegeconomie en 

Bron: De kreeft met de zwarte scharen - 50 jaar rechts en uiterst rechts in België | Frank Uytterhaegen, Etienne Verhoeyen

3,908

(217 replies, posted in Andere Personen)

De Hongaar was sowieso niet Farkas want die was een pak ouder dan 18.

3,909

(217 replies, posted in Andere Personen)

Is deze 'Bruno V.D.' Bruno Vandeuren?

Twee autodieven aangehouden te Groot-Bijgaarden

Nadat ze op de Ninoofsesteenweg te Anderlecht een BMW hadden gestolen, konden twee dieven, dankzij een getuige, achterna worden gezeten door een politiepatrouille van de gemeente. De twee mannen in de BMW konden echter aan hun achtervolgers ontsnappen. De BMW werd later zwaar beschadigd op de ring rond Brussel te Groot-Bijgaarden aangetroffen.

De twee autodieven waren reeds een eind ver toen ze, dit keer door een politiepatrouille van Brussel, konden worden gegrepen. Het gaat om de 20-jarige Bruno V.D. uit Haren, een kerel die een 10-tal dagen geleden uit de gevangenis van Vorst was ontsnapt. De tweede is de 18-jarige Hongaar Istvan.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Februari 1983

3,910

(10 replies, posted in Andere Personen)

Verdachte van Oostendse Koningspark-moord voorlopig vrij

De kamer van inbeschuldigingstelling van Gent heeft de 28-jarige Oostendse antiekhandelaar Jean Vandenabeele in voorlopige vrijheid gesteld. De man werd eind vorig jaar aangehouden onder beschuldiging. van moord op de 26-jarige Brusselse gangster Bruno Vandeuren uit Sint-Jans-Molenbeek. Die werd in de nacht van 23 op 24 december vorig jaar met een nekschot in het Koningspark in Oostende vermoord.

Vandeuren had een week voor zijn gewelddadige dood samen met zijn vriendin en een vriend 8 miljoen frank juwelen gestolen bij een Brussels juwelier. (*) Hij was naar Oostende gekomen om de buit te verzilveren. In Oostende kwam hij in contact met Jean Vandenabeele.

Enkele uren voor de dood van de gangster waren de twee mannen in het Oostendse nog op zoek naar kopers voor de buit. Jean Vandenabeele werd op 27 december vorig jaar aangehouden omdat in zijn appartement een deel van de buit werd teruggevonden. De antiekhandelaar heeft in de zaak steeds zijn onschuld staande gehouden. Wel gaf hij toe de avond en nacht van de feiten in het gezelschap te zijn geweest van Vandeuren. Toen echter geen koper werd gevonden voor de buit zijn de twee mannen uiteen gegaan.

De KIB heeft na vijf maanden voorhechtenis de Oostendse antiekhandelaar wegens gebrek aan harde bewijzen in voorlopige vrijheid gesteld.

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 Juni 1989

(*) Meer info over deze overval » Forum