Kolonel Militis dacht niet echt aan staatsgreep
De thans op rust gestelde paracommando-officier Jean Militis is zopas in het nieuws gekomen, door een gesprek met een Franstalige Brusselse krant. Er werden immers ook vragen gesteld over een mogelijke staatsgreep. Van Jean Militis wordt ook gezegd dat hij in zijn geboortestreek in het uiterste zuiden van Luxemburg graag uiterst-rechtse groepen ontvangt.
Kolonel Militis, 57 jaar, houdt er van zijn lichamelijke conditie te trainen, door in de buurt van zijn woning in Sainte-Marie-sur-Semois regelmatig enkele kilometers te lopen. Fit zijn is voor hem bijzonder belangrijk. Het grootste deel van zijn loopbaan was hij bij de paracommando’s.
Het omstreden gesprek met het Brusselse blad had plaats naar aanleiding van de besprekingen in de senaatscommissie voor ordehandhaving en privé-milities, de zogenaamde Commissie Wyninckx. Met die commissie loopt kolonel Militis niet erg hoog op. “Ik drijf de spot met die Belgische commissie die 99 keer op 100 op niets uitdraaien, niets verwezenlijken”, zegt hij.
Over de bewering dat hij in het gesprek met de Brusselse krant zich zou uitgesproken hebben voor een staatsgreep, zegt hij nijdig dat de tekst verkeerd vertaald werd. Hij corrigeert: “Wat ik wel heb verteld is het volgende: ‘Het komt voor, dat ik aan een staatsgreep denk zoals andere landgenoten, die tot het uiterste gevochten hebben in de oorlog en die zich niet kunnen verheugen in een vrij algemene verloedering van alle macht of gezag en meer speciaal van het politieke gezag.’”
“Ik voegde er verder aan toe: ‘Als ik theoretisch dacht aan een staatsgreep, dan wees ik die toch af op het praktische plan’, en ‘in geval van een globaal failliet zou ik wel aanvaarden mee te werken met sterke mannen, als ik formele waarborgen had over hun waarde.’”
Militis, die nooit een blad voor de mond heeft genomen, trekt dan hard van leer tegen onze nationale en regionale instellingen en tegen sommige ministers. En hij voegt er aan toe dat de regering zich met 50 miljard vergist in haar rekeningen.
Subversief?
Op de bewering van een Vlaamse socialistische krant dat hij een subversief element is, reageert Jean Militis woedend met de bemerking dat hun verdenkingen berusten op een slechte vertaling van wat hij werkelijk gezegd heeft. Hij wijst er ook nog op dat de krant het volledig mis heeft waar ze schrijft dat hij adjunct van generaal Laurent was tijdens de acties van het leger in Stanleystad en Paulis. “Ik nam niet deel aan deze operaties”, zegt hij.
Wel geeft Militis toe dat hij voorzitter is van de paracommando-vriendenkring. Maar daarin ziet hij geen graten. “Ik heb toch gans mijn carrière bij de para-commando’s doorgebracht en men gaat me toch niet veroordelen om ieder weekeinde achter de kachel door te brengen.”
Aan Militis hebben we gevraagd wat hij zou doen indien hij ooit op het ministerie van Defensie het voor het zeggen zou krijgen. Het ziet er niet naar uit dat dit ooit zal gebeuren, lachte hij, maar laat ons die hypothese aannemen. “Wel ik zou alle korpscommandanten die niet bekwaam zijn een ochtendcross van 7 tot 8 km te lopen aan het hoofd van hun bataljon, gewoonweg geen bevordering meer toestaan. Ik zou ook de ontelbare koffiepauzes afschaffen, het aantal parades gevoelig verminderen.”
U geeft de indruk achter de ideeën van generaal Close te staan?
“Wat generaal Close dikwijls geschreven en veelvuldig uitgelegd, weten alle officieren, onderofficieren en soldaten. Ik heb generaal Close niet nodig om te bevestigen dat de Belgische krijgsmacht momenteel een nutteloze investering is en dat ze 100 procent ondoeltreffend is.”
“Volgens hem ligt de fout niet bij de militairen maar bij de politici die hun methodes voor een taalevenwicht hebben ingevoerd bij het bevorderingscomité.”
En de para-commando’s?
“Die zijn nog altijd operationeel. Ze beschikken immers over de eenvoudigste materialen, nl. de voeten en de spieren om te marcheren en hun groepsgeest te bevorderen.”
Bron: Gazet van Antwerpen | 19 December 1980
Ontslag Militis
Omdat hij door een getuige die voor de parlementscommissie over de privé-milities is verschenen in opspraak werd gebracht, heeft de gepensioneerde kolonel Jean Militis, gewezen korpsoverste van het pararegiment van Marce-les-Dames, besloten tijdelijk ontslag te nemen als voorzitter van de para-commando-vriendenkring van Luxemburg. Kolonel Militis verklaarde dat hij in sommige kringen ervan verdacht wordt privé-milities op te leiden.
Dit gerucht zou volgens de kolonel zijn ontstaan nadat hij op 7 augustus 1965 met zes reserve-officieren had deelgenomen aan een overlevingsoefening in de wouden rond Bouillon. Kolonel Militis is van plan zich tegen de geruchten te verdedigen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Februari 1981
Militis wijst verdenkingen van de hand
Niemand van de senatoren in de commissie Wyninckx heeft commando-kolonel Jean Militis (geboren in 1922 te Sainte-Marie-sur-Semois) kunnen in verlegenheid brengen met vragen.
Militis, sinds jaar en dag een omstreden figuur, werd verdacht nogal aan te leunen bij extreem-rechtse verenigingen. En de commissie-Wyninckx, zo genoemd naar haar voorzitter, de gewezen Antwerpse minister van pensioenen Jos Wyninckx, had de gewezen Korea-strijder uitgenodigd.
Staatsgreep?
Onverstoorbaar en met het flegma van iemand die reeds heel wat watertjes heeft doorzwammen, zei de thans op rust gestelde para-commando-officier dat hij helemaal niets heeft te zien met het Front de la Jeunesse, noch met de Vlaamse Militanten Orde. Militis maakte gisteren te Brussel in bijzijn van ondermeer de administrateur-directeur-generaal van de Staatsveiligheid en de gewezen ministers Petry, Vanderpoorten en Gramme, leden van voornoemde commissie, een rustige indruk.
Hij legde alles sereen uit en het ene woord klonk niet hoger dan het ander. Ja, hij had een interview toegestaan aan Roger Rosart van La Libre Belgiue, waarin hij het had over de rampzalige toestand waarin ons land zich bevindt. Ook had hij in dit vraaggesprek te verstaan gegeven dat het plegen van een staatsgreep technisch niet zo moeilijk is. Daarop inhakend zei kolonel Militis dat dit een zeer persoonlijke overweging was maar dat hij nooit aan zo’n actie zou deelnemen.
Als korpsoverste heeft hij van 1958 tot 1964 de leiding gehad van het opleidingscentrum voor commandotroepen te Marce-les-Dames. Nooit heeft iemand zo lang deze zware taak opgeknapt. Dit alleen maar om te zeggen dat kolonel Militis steeds het imago van de sterke man heeft gehad. Nadien is hij voorzitter geworden van een vriendenkring van oud-para-commando’s.
Hij ziet geen graten in het feit dat vriendenkringen uit Vlaanderen bij hem komen oefenen. Wel zou hij graag daarvan op voorhand worden verwittigd. En hij betreurt dat gewezen para-commando’s uit Antwerpen in de Ardennen hebben geoefend zonder iemand op de hoogte te brengen. Daarom schrijf hij ook een brief naar het centraal bestuur van die vriendenkring te Brussel.
Dossogne
Militis wilde niet de minste aanleiding geven tot veronderstellingen. Aan gans de hetze omheen zijn persoon tilt hij nochtans niet zo zwaar. Aan de commissie Wyninckx evenmin. “Ik heb niets te zien met dit allemaal”, verklaarde hij ons.
Op de vraag of hij commandant Dossogne, de broer van de voorzitter van het Front de la Jeunesse [Francis Dossogne] heeft gekend en hoe zijn relaties met hem waren, repliceerde hij: “Ik heb onderluitenant Dossogne in 1962 te Marche-les-Dames als leerling gehad. Hij kwam uit de militaire school om in het bekwamingscentrum het commando-brevet B te behalen. Sindsdien heb ik hem niet meer teruggezien.”
Kolonel Militis voegde eraan toe dat hij tussen 1964 toen hij Marche-les-Dames verliet en oktober 1980 nooit meer naar daar is teruggekeerd.
Vooraf had hij opgemerkt dat Marche-les-Dames nog altijd over de beste onderrichters beschikt, en dat het dus logisch is dat jongeren er komen oefenen in rotsklemmen. Trouwens, zo verduidelijkte hij, onder de jongeren die naar Marche-les-Dames komen oefenen kan men een zeker percentage rekruteren voor het para-commandoregiment. Tot slot dankte de voorzitter van de commissie, senator Jos Wyninckx, de kolonel voor zijn uitleg.
Bron: Gazet van Antwerpen | 23 April 1981
Militis als voorzitter herkozen
Ere-kolonel van de para-commandotroepen Jean Militis is dezer dagen herkozen tot voorzitter van de Vriendenkring Para-commando’s van Luxemburg. Op 12 maart jl., op een zitting van de parlementaire onderzoekscommissie over handhaving van de orde en de toepassing van de wet op de privé-milities, voorgezeten door senator Wyninckx, had een senator de vraag gesteld of het organiseren van kampen voor gehandicapten met deelname van kolonel Militis soms geen dekmantel was voor het verstrekken van een militaire opleiding aan leden van privé-milities.
Naar aanleiding van die vraag had kolonel Militis ontslag genomen als voorzitter van de Vriendenkring ten einde in volle vrijheid op die beschuldigingen te kunnen antwoorden. Daarna werd hij door de commissie-Wyninckx in verhoor genomen.
Als oudgediende van Korea en van het Ardense maquis, recordhouder als bevelhebber van het commando-opleidingscentrum te Marce-les-Dames, promotor van overlevingsoperaties in Afrika en van bergbeklimmingsraids in Corsica was kolonel Militis sedert twee jaar ook de stuwende kracht van de vriendenkring der para’s in Luxemburg. Eenparig heeft de algemene vergadering de kolonel voorgesteld het voorzitterschap terug op te nemen, wat hij voor een jaar heeft gedaan.
Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Augustus 1981
Militis in gesprek met Gents weekblad: “Ik had al 2.000 vrijwilligers voor mijn staatsgreep”
Van Jean Militis is alom geweten dat hij geen blad voor de mond neemt. De sedert 15 januari zestig jaar geworden kolonel van de groene baretten, de commando’s en … sinds de jongste parlementsverkiezingen ook volksvertegenwoordiger van de Waalse liberalen, heeft in zijn militaire loopbaan veel harde noten gekraakt. Nu nog verbergt hij niet overhoop te hebben gelegen met generaals.
In een gesprek met Stef Van Caeneghem van “Spectator” heeft Militis nu enkele opvallende uitspraken gedaan. Zo vertelt de para-commando-officier over zijn Congolese belevenissen.
“Mijn beste maats”, aldus Jean Militis, “waren er de zogeheten wilden. Een zwarte vriend heeft mij immers daar het leven gered.”
De volksvertegenwoordiger beweert ook dat de Belgische Force Publique in het voormalige Congo haar opdracht nooit zou kunnen vervullen. Ze stond onder leiding van een generaal die bang was voor alles. Voor zijn schaduw, voor de zon, dixit Jean Militis deze week in “Spectator”.
Als kabinetsattaché bij defensieminister Charles Poswick is hij in 1966 samen met de bewindsman eens om middernacht een wachteenheid in Duitsland gaan opzoeken met de melding dat het oorlog was en met de vraag wat de heren nu gingen doen. Er ontstond grote paniek en Militis beweert dat het hem blijvende vijandschap heeft opgeleverd. “Ik ken kerels die door het voorval nooit generaal zijn geworden”, aldus Jean Militis.
Over de roddelpraatjes omtrent zijn persoon heeft hij ook zijn mening. Zijn kampen met gehandicapten in Marokko, Spanje, Italië, Corsica, zouden, zo werd geïnsinueerd, waren niets anders dan de directe voorbereiding van een staatsgreep.
Ook is een verteld dat hij aanpapte met de VMO, dat hij samenwerkte met Erikson. ”Ik ken hem niet eens”, zegt Militis. “Ze schreven dat ik met hem in Korea zat. Hij is daar misschien geweest, toen de oorlog al gedaan was. Ik heb hem daar alvast nooit gezien. Maar het mooiste is nog dat ik door al de ruchtbaarheid rond die nonsens meer dan 2.000 brieven, telefoontjes en bezoekjes heb gekregen van vrijwilligers, kandidaten voor een staatsgreep.”
De liberale volksvertegenwoordiger heeft in het gesprek met het Gentse weekblad ook nog gezegd dat hij een recht op antwoord heeft gestuurd naar de krant die zinspeelde op die staatsgreep, doch dat antwoord is nooit gepubliceerd.
Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Juni 1982
De overwonnen angst van Jean Militis
Jean Militis is altijd een omstreden figuur geweest. Door sommigen werd hij er zelfs van beschuldigd een staatsgreep te hebben willen plegen. Militis, de man met een geweldige wilskracht die niet gespaard bleef van het noodlot, heeft nu een boek geschreven over zijn leven.
Jean Militis beet meer dan eens de spits af en genoot een groot prestige. Dat verwekte vaak afgunst die gepaard ging met een verbijsterende kanonnade van aantijgingen over rechtse milities, staatsgrepen en dergelijke meer.
Ook in het leger, waar hij een briljante loopbaan achter de rug heeft, zette men hem meer dan eens een voetje dwars. Bij de elitetroepen van de paracommando’s beleefde hij de mooiste jaren van zijn bewogen leven. Meermaals effende hij het pad voor zijn onderrichters, voor de toekomstige groene baretten.
Jean Militis, geboren te Sainte-Marie-sur-Semois op 15 januari 1922, heeft nu een boek geschreven. Titel: “La peur apprivoirsée”, wat vertaald zou kunnen betekenen: “De overwonnen angst”.
Avonturen
In dat boek van 244 bladzijden beschrijft hij zijn avonturen, waarbij de angst voortdurend om het hoekje kwam gluren. “Ik ben een man, zoals er miljarden bestaan op de wereld. Ik werd geconfronteerd met gevaren, verbonden aan mijn beroep van para-commando. De angst heb ik evenwel overwonnen zonder mijn toevlucht te moeten nemen tot kalmeermiddelen.”
In zijn boek vertelt Jean Militis, die in sommige kranten werd afgeschilderd als een subversief element, hoe hij op 19-jarige leeftijd zijn geboortestreek verliet om een ontsnappingsroute uit te stippelen. Voorts heeft hij het over zijn verblijf bij het maquis in de Ardennen, zijn oorlogsherinneringen in Korea.
Bijna zeven jaar lang was hij korpscommandant in het trainingscentrum voor commandotroepen te Marche-les-Dames, waar hij diverse staatshoofden mocht verwelkomen. In het toenmalige Belgisch Congo richtte hij de “overlevingsschool” op en trok tien dagen door de brousse. Ook was hij de pionier van de “Raids in Corsica”. Militis werkte op het kabinet van defensieminister Poswick. Hij bracht het zelfs tot volksvertegenwoordiger van de Waalse liberale partij. Daarnaast zette hij zich in voor de gehandicapten, waarvoor hij verscheidene vakantiekampen organiseerde.
Zijn ontelbare stappen in de goede richting heeft hij duur moeten betalen. Verwondingen over het ganse lichaam. Ooit was hij ten dode opgeschreven.
Omdat hij steeds de vlam van het avontuur in zich brandende heeft gehouden, gaat hij nu niet duttend voor de televisie zijn dagen doorbrengen. Van in zijn jeugd was Militis bekommerd om zijn conditie, en als hij nu op 64-jarige leeftijd cols uit de Ronde van Frankrijk beklimt, kan geen ouderdom hem van dat plezier beroven.
Bron: Gazet van Antwerpen | 2 April 1986
Jean Militis schrijft boek: “Risicobaan”, over het harde leven van een para-commando
Jean Militis (69), een paracommandokolonel, reed eind mei zijn 16e ronde van Corsica per fiets (5.080 km met 10 kg. bagage). Zes van die rondes reed hij moederziel alleen. Hij schreef een boek dat hij “La Piste du Risque Commando Parachutiste” noemde of de “Risicobaan”.
Het voorwoord komt van de Franse para-generaal Marcel Bigeard die een hulde brengt aan de para-commando’s.
Eigenlijk vertelt Militis in zijn boek, dat ook in het Nederlands zal worden uitgegeven, over een leven vol hindernissen en gevaar. Het is een massa informatie geworden, documenten, bedenkingen over de para-commando’s, van de hand van ere-kolonel Militis, gewezen PRL-volksvertegenwoordiger en ook organisator van jeugdkampen voor gehandicapte kinderen.
Vertrouwd met het gevaar van zijn prille jeugd, maakte Militis deel uit van het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was eveneens vrijwilliger in de Koreaanse oorlog en zeven jaar lang de bevelhebber van de commandoschool van Marche-les-Dames.
Jean Militis trok in het toenmalig Belgisch Congo tien dagen door het oerwoud, een overlevingsproef die hij uittestte voor de groene en rode mutsen en in Corsica stichtte hij de vijfdaagse raids door het maquis. Hij weet dus waarover hij in zijn boek praat.
Het boek, dat 256 bladzijden beslaat en 1.200 fr. kost, pakt uit met meer dan 400 foto’s waarvan er veel nooit eerder werden gepubliceerd. Zelfs een foto van koning Albert in 1929 op de Dolomieten en een van Militis met Mobutu.
Hulde
Op blz. 179 staat een foto van prins Filip, de enige Belgische officier die in bezit is van drie elitebrevetten: parachutist, commando en netpiloot.
Over de raids in Saint-Nazaire en Dieppe, bij het begin van de Tweede Wereldoorlog, heeft Militis het uitvoerig en dit is ook zo met de acties van de para-commando’s in Afrika. Al wie enigszins in België bekend is als parachutist of commando komt aan bod: Danloy, Blondeel, Dedeken, Vivario, Laurent, Roman, Segers, Depoorter, Verstraeten, Bidlot, Huybrechts, Mousset, Bodart, Bebronne, Deom, Reniers, Malherbe, De Smet, e.a.
De auteur van het boek brengt ook hulde aan wijlen graaf generaal Guerisse, alias Pat O’Leary, die talrijke heldendaden in bezet gebied op zijn actief heeft.
De lezer krijgt in het nieuwe boek van Jean Militis niet alleen een overzicht van de rijke geschiedenis der para-commando’s maar ook een schat aan wetenswaardigheden met onuitgegeven documenten.
Bron: Gazet van Antwerpen | 7 Juni 1991