7,651

(8 replies, posted in Roze Balletten)

Toen callgirl Montaricourt in mei 1979 voor de rechtbank verscheen, zei de voorzitter dat haar klantenlijst, mocht die ooit openbaar gemaakt worden, aardig wat stof zou doen opwaaien.

Bron: De namen uit de doofpot | Stef Janssens

Wat zouden de 'klanten' ervoor over hebben gehad om te vermijden dat die klantenlijst ooit openbaar gemaakt werd?

7,652

(4 replies, posted in Organisaties)

De Tuna-kring kon als public-relationsservice voor Boas en zijn firma's goede diensten bewijzen bij het afsluiten van interessante contracten. De commissieleden van de Bendecommissie bis reveleerden zelf dat zowel Boas als zijn goede vriend Vanden Boeynants in het prostitutienetwerk gelieerd zaten. Commissievoorzitter Van Parys had het in een interview met De Standaard over een spoor van bescherming in het zedendossier Montaricourt-Fortunato: "Tot hun contacten behoorden zeer hooggeplaatste personen: de commandant van de rijkswacht luitenant-generaal Beaurir, wapenhandelaar Roger Boas, en via deze laatste Paul Vanden Boeynants."

Later zou Vanden Boeynants in opspraak komen met het beruchte pantsercontract van het Belgisch leger voor de firma ASCO. Roger Boas van ASCO werd voor dit pantsercontract in januari 1992 veroordeeld tot 15 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 500.000 frank boete wegens valsheid in geschrifte. In dit proces kwam zijdelings ook het arbeidscontract van Fortunato Israel ter sprake.

Na de Bendecommissie bis, op 27 oktober 1997, werd de laatste vennootschap met verwijzing naar de naam ASCO, meer bepaald Asco Management, opgedoekt en overgenomen door Immasco. Dit Immasco is evenzeer een dochterfirma van Boas en is zelfs gelegen op het thuisadres van de familie Boas. Maar nu is vooral zoon Christian Boas op het voorplan getreden. Immasco werd nog in 1976 door Roger Boas opgericht.

In de periode 1972-'79 heeft Boas met zijn firma ASCO omzeggens geen enkel wapencontract van het defensiekabinet gemist. Enkele van die contracten werden zelfs als 'lopende zaak' door Vanden Boeynants afgehandeld. Het ASCO-kapitaal steeg in deze periode van 21 tot 161 miljoen frank en haar winst vertienvoudigde. Buitenlandse vennootschappen wisten dat ze met Boas in zee moesten gaan om bij Vanden Boeynants een kans te maken.

Bron: De namen uit de doofpot | Stef Janssens

7,653

(9 replies, posted in Roze Balletten)

Op het ogenblik van de huiszoeking in 1979 bij Fortunato ('Tuna') Israel, staat deze dame via dochtervennootschappen Plexycca en Soremi op de loonlijst van de wapenfirma Asco van Roger Boas. En ze was sinds 1976 tewerkgesteld bij Eurosystem als 'pr-kaderlid'. Toen al apprecieerden toplui uit de Belgische diplomatieke en industriële wereld de goede service van de Tuna-kring. Fortunato was ook bekend bij Arabische diplomaten en zakenlui, wat voor Eurosystem vruchten zou opleveren.

(...) In 1989 werkte callgirl Fortunato Israel nog altijd als 'directiesecretaresse', ditmaal in Malta in een gebouw waarin twee firma's, ASCO en Mediterranean Meat Company, gevestigd waren. Beide firma's hadden zogezegd niets met elkaar te maken. Opvallend is dat bij beide firma's dezelfde personeelsleden werkten. Agent Peelos van de Gerechtelijke Politie (GPP) gaf deze informatie door aan zijn chef, hoofdcommissaris Reyniers, om het Brussels parket hiervan op de hoogte te brengen. Het parket heeft dit nooit ontvangen. Uiteraard ontkende Boas, toen hij in de Parlementaire Onderzoekscommissie over de illegale wapentrafieken ondervraagd werd, elke mogelijke band tussen deze twee firma's.

Bron: De namen uit de doofpot | Stef Janssens

7,654

(80 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

Hieronder al twee interessante gegevens over Moyen uit het boek Wie heeft Lahaut vermoord?:

Pagina 72:

Frederika Stern (*), die al eerder klacht heeft ingediend tegen onbekenden wegens de overval op haar persoon, verzoekt op 22 februari 1952 dat het onderzoek zou worden uitgebreid tot het weekblad Europe Amérque en zijn medewerker André Moyen. In haar klacht geeft Stern het parket van Brussel zeer precieze aanwijzingen voor de uit te voeren onderzoeksdaden. Ze geeft verder nuttige informatie en verwijst onder andere naar Service 8, het boek van André Moyen over zijn activiteiten in het verzet, waaruit blijkt dat hij bedreven is in aanslagen met behulp van een wagen. 

Pagina 75:

Opnieuw geeft Louppe [de verantwoordelijke onderzoeksrechter in de zaak Lahaut] gevolg aan een verzoek van de burgerlijke partijen. Hij vraagt zijn speurders een 'discreet onderzoek' uit te voeren naar André Moyen. Zijn enige informatie over die man tot dan toe komt uit het proces-verbaal van 30 mei 1952, waarin Dessaucy en Legos verslag doen van hun bevindingen in Brussel: André Moyen is een 38-jarige 'journalist', afkomstig uit de provincie Luxemburg. Hij woont in Braine-l'Alleud (Eigenbrakel), maar heeft een kantoor in Brussel, meer bepaald op de zetel van de verzetsgroep Athos, waarvan hij deel uitmaakt. Commissaris Dessaucy laat Louppe weten dat Luik niet beschikt over meer informatie, maar dat hij zijn licht zal opsteken bij de collega's in Brussel.

De Gerechtelijke Politie van Brussel antwoordt: "Moyen André heeft tijdens de bezetting deel uitgemaakt van de verzetsgroep Athos en staat als dusdanig bekend onder het pseudoniem 'Kapitein Freddy'. Hij zou zich momenteel als journalist inlaten met een actieve strijd tegen het communisme en zou inlichtingen verstrekken over bepaalde subversieve activiteiten van Belgen of buitenlanders. Het is echter niet mogelijk gebleken om vast te stellen dat hij deel uitmaakt van een terroristische anticommunistische groepering."

Bron: Wie heeft Julien Lahaut vermoord | Gerard Emmanuel, De Ridder Widukind en Muller Françoise

(*) De zaak-Stern-Van Praag is een overval op Frederika Stern, een bediende van de communistische boekhandel La Librairie du Monde Entier op 27 augustus 1951. Daarbij worden haar handtas en haar boekentas gestolen. Een aantal documenten die ze in bezit had, worden later teruggevonden bij André Moyen.

7,655

(3 replies, posted in Politiek & Business)

Jo Gérard heeft ooit de politie over de vloer gekregen voor een huiszoeking in verband met de zaak-Stern-Van Praag (*). Deze huiszoeking leverde niets op.

Bron: Wie heeft Julien Lahaut vermoord | Gerard Emmanuel, De Ridder Widukind en Muller Françoise

(*) De zaak-Stern-Van Praag is een overval op Frederika Stern, een bediende van de communistische boekhandel La Librairie du Monde Entier op 27 augustus 1951. Daarbij worden haar handtas en haar boekentas gestolen. Een aantal documenten die ze in bezit had, worden later teruggevonden bij André Moyen.

7,656

(22 replies, posted in Bibliografie)

Ook op de website van Knack staat er een artikel over de expo van Jan Rosseel » Nieuws

7,657

(9 replies, posted in Roze Balletten)

https://lh6.googleusercontent.com/-l0lKSIFcUxc/TuqHfYUGClI/AAAAAAAACK0/DPKhPafTDmQ/s640/Israel%252520Fortunato.jpg

7,658

(6 replies, posted in Organisaties)

(...) Bovendien heeft André Vandoren ook in een ander dossier waarbij Vanden Boeynants betrokken was, een onduidelijke rol gespeeld. Het betreft het dossier-Cedisca waarin de illegale partijfinanciering van Vanden Boeynants en de CEPIC onderzocht werd: "Maar er werd geen vervolging ingesteld. Daarom ook wordt de inhoud van dit sedert jaren bestaande gerechtelijke dossier ten laste van VDB en de CEPIC hier ook voor de eerste maal publiek gemaakt.

Dossier nr. 25.97.660-78 van de procureur des konings te Brussel werd immers tot vandaag op een mysterieuze wijze verduisterd. Er waren in de loop van 1979 nochtans verschillende magistraten van het parket in Brussel belast met dit dossier. Eerst kreeg de substituut van de procureur te Brussel, Marchal, de zaak in handen. Later kwam de substituut van de procureur Van Dooren aan de beurt. En nadien gebeurde er niets meer."

De geldinzamelaar voor de illegale partijfinanciering van Vanden Boeynants binnen Cedisca was niemand minder dan baron Benoît de Bonvoisin, die sinds 1976 penningmeester was van de rechtse CEPIC-vleugel. Baron de Bonvoisin werd net zoals CEPIC'er Nicolas de Kerchove d'Ousselghem, de kabinetschef van Vanden Boeynants, trouwens ook vernoemd in het Cedisca-dossier.

Nicolas de Kerchove, die na de ontmanteling van de CEPIC naar de PRL was overgelopen en later deel uitmaakte van het Gol-kabinet, was op 30 oktober 1987 reeds in opspraak gekomen in de parlementaire onderzoekscommissie over de illegale wapenhandel, wegens zijn cumul met een beheerdersmandaat bij de wapenfirma Transmarcom.

Vu-parlementslid Willy Kuypers diende op 1 augustus 1980 een paar markante schriftelijke parlementaire vragen in over lopende onderzoeken van het Hoog Comité van Toezicht. Zo vroeg hij: "Welk is het resultaat van het onderzoek van het Hoog Comité van Toezicht inzake de betwiste transacties op de Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie (nvda Cedisca)?" Maar premier Martens gaf geen antwoord.

Bron: De namen uit de doofpot | Stef Janssens

Ter info: ondanks de iets andere schrijfwijze van de naam, gaat het hier wel degelijk om dezelfde organisatie.

7,659

(80 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

Albert Raes, de ex-baas van de Staatsveiligheid, deed op 6 februari 1995 in de VTM-uitzending Telefacts enkele onthullende uitspraken over het milieu van Vanden Boeynants en de Bonvoisin en de aanhoudende aanvallen op de Staatsveiligheid:

"De oorzaak zou kunnen liggen bij inlichtingen door de dienst verzameld in verband met iets veel omvangrijker, en dat omvangrijker iets zou volgens sommige deskundigen kunnen te maken hebben met wapenhandel, wapentrafiek, wapendiefstal, wapensmokkel en het hele zootje ongeregeld dat te vinden is rond wapens. Ik herhaal dat deskundigen, waaronder medewerkers van mij, maar ook anderen, het gevoel hadden dat wij te dicht naderden bij een netwerk van handelaars, smokkelaars, trafikanten van wapens, die hun belangen goed zagen behartigd door het gezelschap dat u vernoemt."

VTM-journaliste Rosanne Germonprez vernoemt in dit verband 'baron de Bonvoisin, Paul Vanden Boeynants', waarop Raes volmondig antwoordt: "en tutti quanti". Raes vervolgt: "Het gedruis na de verklaringen van de heer Vanden Boeynants voor de onderzoekscommissie antiterrorisme (de eerste Bendecommissie) heeft als resultaat gehad dat in elk geval de medewerkers van de veiligheid van de staat niet werden aangemoedigd om verder in deze richting verkenningen te doen in het veld van extreem-rechts met het oog op onder andere wapenleveranties aan sommige buitenlandse bevriende verantwoordelijke personen. Dat ging niet verder in de Staatsveiligheid. Dat werd in de koelkast geplaatst. Spijtig genoeg. Dat was een resultaat dat in elk geval werd behaald door dit milieu."

Enkele jaren later bevestigde Raes deze analyse: "We hebben dus onrust, om niet te zeggen paniek veroorzaakt in de milieus van wapenhandelaars, wapendieven en wapensmokkelaars. We waren naar de mening van sommige betrokkenen te dicht bij hun filières en financieringskanalen geraakt."

Voor de Bendecommissie bis verwees Raes expliciet naar het VTM-interview van 1995 en getuigde onder eed: "Voor de allusie op het milieu van, zoals ik het altijd noem, de wapenhandelaars, de trafikanten, de dieven en de smokkelaars, steun ik mij op fragmentaire gegevens, door de Staatsveiligheid gedurende al die tijd ingewonnen, omtrent connecties tussen het milieu dat ik zo wens aan te duiden. Men kan mij vragen of ik niet te gemakkelijk 'amalgameer'. Ik denk het niet. Wij hebben de fragmentaire gegevens die wij in de loop der jaren konden verzamelen steeds overgemaakt aan de gerechtelijke overheden, in elk geval, en aan de minister van Justitie, en soms aan de minister van Landsverdediging, omdat er een afspraak was tussen de militaire inlichtingendienst en de Veiligheid van de Staat dat het observeren van wapenexport en alles wat ermee samengaat tot de exclusieve bevoegdheid behoorde van de militaire dienst."

"Inderdaad, zij stellen onderzoeken in naar firma's en naar de handelaars en/of trafikanten die zich daarmee bezighouden. Maar telkens in dergelijke filière sprake is, of zou kunnen zijn, van de aanwezigheid van terroristische groepen of terroristen, sprak het voor zich dat wij ofwel aan de militaire dienst vroegen om meer inlichtingen te krijgen ofwel deze zelf inwonnen, hetzij door eigen vaststelling in het land of via de buitenlandse correspondenten van onze dienst. Deze informatie werd steeds zeer stipt bezorgd aan wie daar recht op had. Als ik zeg dat ik het gevoel had dat wij te dicht naderden bij, wat ik in andere vraaggesprekken 'dit zootje ongeregeld' noem, dan weet ik wat ik zeg maar ik vrees dat dit een andere parlementaire onderzoekscommissie zou vergen."

Bron: De namen uit de doofpot | Stef Janssens

7,660

(9 replies, posted in Roze Balletten)

De zaak-Fortunato Israël komt twee keer aan bod in het eindverslag van de Tweede Bendecommissie en velt een zeer duidelijk oordeel over de rol van toenmalig substituut Deprêtre:

Eén keer op pagina 31:

De commissie herinnert tenslotte aan de rol die procureur Deprêtre gespeeld heeft bij de behandeling van sommige zedendossiers. Het was de heer Deprêtre die, als eerste substituut, het dossier Fortunato Israël heeft doen seponeren. De commissie is van oordeel dat de betreffende dossiers geen normale behandeling hebben gekregen. Zij is het niet eens met het standpunt van toenmalig eerste substituut Deprêtre dat de niet-vervolging van Fortunato Israël in de gegeven omstandigheden verantwoord was.

De commissie heeft ook kunnen vaststellen dat procureur Deprêtre in een brief van 13 maart 1985 aan de procureur-generaal zijn tevredenheid uitdrukt over het feit dat hij de onderzoeksrechter heeft kunnen overtuigen om minder aandacht te schenken aan het dossier Pinon (zeden). Voorts is het zo dat procureur Deprêtre minstens aanleiding heeft gegeven tot de overdreven aandacht voor de zaak Pinon door geheimzinnig met dit dossier om te gaan en het te bewaren in een slotvaste kast op zijn bureau.

En een tweede keer op pagina 60:

De commissie is van oordeel dat het parket bij de seponering van het dossier Fortunato Israël misbruik heeft gemaakt van haar beslissingsautonomie (zie supra, II. - Vaststellingen in verband met het strafrechtelijk onderzoek inzake de bende van Nijvel, D. Het onderzoek naar de roze balletten). Dit dossier had moeten aanleiding geven tot vervolging. Het is dus niet uitgesloten dat er in deze zaak sprake is van bescherming.