Albert Raes, de ex-baas van de Staatsveiligheid, deed op 6 februari 1995 in de VTM-uitzending Telefacts enkele onthullende uitspraken over het milieu van Vanden Boeynants en de Bonvoisin en de aanhoudende aanvallen op de Staatsveiligheid:
"De oorzaak zou kunnen liggen bij inlichtingen door de dienst verzameld in verband met iets veel omvangrijker, en dat omvangrijker iets zou volgens sommige deskundigen kunnen te maken hebben met wapenhandel, wapentrafiek, wapendiefstal, wapensmokkel en het hele zootje ongeregeld dat te vinden is rond wapens. Ik herhaal dat deskundigen, waaronder medewerkers van mij, maar ook anderen, het gevoel hadden dat wij te dicht naderden bij een netwerk van handelaars, smokkelaars, trafikanten van wapens, die hun belangen goed zagen behartigd door het gezelschap dat u vernoemt."
VTM-journaliste Rosanne Germonprez vernoemt in dit verband 'baron de Bonvoisin, Paul Vanden Boeynants', waarop Raes volmondig antwoordt: "en tutti quanti". Raes vervolgt: "Het gedruis na de verklaringen van de heer Vanden Boeynants voor de onderzoekscommissie antiterrorisme (de eerste Bendecommissie) heeft als resultaat gehad dat in elk geval de medewerkers van de veiligheid van de staat niet werden aangemoedigd om verder in deze richting verkenningen te doen in het veld van extreem-rechts met het oog op onder andere wapenleveranties aan sommige buitenlandse bevriende verantwoordelijke personen. Dat ging niet verder in de Staatsveiligheid. Dat werd in de koelkast geplaatst. Spijtig genoeg. Dat was een resultaat dat in elk geval werd behaald door dit milieu."
Enkele jaren later bevestigde Raes deze analyse: "We hebben dus onrust, om niet te zeggen paniek veroorzaakt in de milieus van wapenhandelaars, wapendieven en wapensmokkelaars. We waren naar de mening van sommige betrokkenen te dicht bij hun filières en financieringskanalen geraakt."
Voor de Bendecommissie bis verwees Raes expliciet naar het VTM-interview van 1995 en getuigde onder eed: "Voor de allusie op het milieu van, zoals ik het altijd noem, de wapenhandelaars, de trafikanten, de dieven en de smokkelaars, steun ik mij op fragmentaire gegevens, door de Staatsveiligheid gedurende al die tijd ingewonnen, omtrent connecties tussen het milieu dat ik zo wens aan te duiden. Men kan mij vragen of ik niet te gemakkelijk 'amalgameer'. Ik denk het niet. Wij hebben de fragmentaire gegevens die wij in de loop der jaren konden verzamelen steeds overgemaakt aan de gerechtelijke overheden, in elk geval, en aan de minister van Justitie, en soms aan de minister van Landsverdediging, omdat er een afspraak was tussen de militaire inlichtingendienst en de Veiligheid van de Staat dat het observeren van wapenexport en alles wat ermee samengaat tot de exclusieve bevoegdheid behoorde van de militaire dienst."
"Inderdaad, zij stellen onderzoeken in naar firma's en naar de handelaars en/of trafikanten die zich daarmee bezighouden. Maar telkens in dergelijke filière sprake is, of zou kunnen zijn, van de aanwezigheid van terroristische groepen of terroristen, sprak het voor zich dat wij ofwel aan de militaire dienst vroegen om meer inlichtingen te krijgen ofwel deze zelf inwonnen, hetzij door eigen vaststelling in het land of via de buitenlandse correspondenten van onze dienst. Deze informatie werd steeds zeer stipt bezorgd aan wie daar recht op had. Als ik zeg dat ik het gevoel had dat wij te dicht naderden bij, wat ik in andere vraaggesprekken 'dit zootje ongeregeld' noem, dan weet ik wat ik zeg maar ik vrees dat dit een andere parlementaire onderzoekscommissie zou vergen."
Bron: De namen uit de doofpot | Stef Janssens