841

(1 replies, posted in 1980-1989)

Jean Sergoynne, een 38-jarige winkelbediende en barhulp, stond in 1991 voor het Hof van Assisen van Brabant terecht voor de moord op prostituee Carine Geyssens, die op 29 november 1989 met twee messteken dood werd aangetroffen in de OK Bar in de Brusselse Noordwijk.

Het belangrijkste bewijs tegen hem was zijn portefeuille, die bij het lichaam van het slachtoffer werd gevonden, terwijl er geen directe getuigen, bruikbare vingerafdrukken of bekentenis waren.

Tijdens het proces ontstond discussie over anonieme getuigen die verklaarden dat Sergoynne die avond met een mes was gezien, en over mogelijke onregelmatigheden in het onderzoek.

Het openbaar ministerie stelde dat een geheel van vermoedens Sergoynne als dader aanwees, maar de verdediging betoogde dat het bewijs onvoldoende en grotendeels hypothetisch was.

Na beraadslaging sprak de jury Sergoynne uiteindelijk vrij van zowel de moord als van een andere aanklacht voor slagen en verwondingen.

Tijdens het proces werd Serge Coly opgeroepen als getuige. Coly is een verdachte in het onderzoek naar de Bende van Nijvel.

Jean Sergoynne stak prostituée dood in Brussel

Voor het Assisenhof van Brabant begint maandag het proces ten laste van Jean Sergoynne, een winkelbediende en barhulp, 38 jaar oud, die op 29 november 1989, met voorbedachten rade Carine Geyssens, een tippelaarster uit de Brusselse Noordwijk, vermoordde. Voorts wordt Sergoynne beschuldigd van het toebrengen van slagen en verwondingen aan Jean Wuyts op 14 november 1989.

Het lijk van de jonge vrouw werd op 29 november ontdekt door de eigenares van de "OK Bar" Rosette Husquinet en Monique Muls. De BOB en het parket werden opgeroepen en troffen midden in de bar het volledig ontklede lichaam aan van Carine Gessens.

Het slachtoffer was overleden aan de gevolgen van messteken in de borst en in de onderbuik. Voorts vonden de rijkswachters onder de canapé een brieventas met verscheidene documenten en de identiteitskaart van Jean Sergoynne. Nog dezelfde dag omstreeks 15 u. werd verdachte opgeroepen en aangehouden.

De nacht van de feiten hadden verscheidene getuigen Sergoynne in herbergen en bars in de Noordwijk opgemerkt. Een getuige die naamloos wenste te blijven alsmede een barman verklaarden tegenover de onderzoeksrechter dat zij Sergoynne de avond die de feiten voorafging een mes uit zijn vest hadden zien halen.

Hardhandig

Verder genoot Sergoynne bij de meisjes van de Noordwijk de naam van "iemand die de vrouwen hardhandig aanpakte”. Weer andere getuigen maakten gewag van Sergoynnes twistzieke ingesteldheid en zijn neiging tot gewelddadig gedrag.

Uit het onderzoek door medische deskundigen is gebleken dat de dader toen hij de moord pleegde geen abnormaal hoog alcoholpercentage in het bloed had. Voorts is uit de verklaringen van de psychiaters die Sergoynne onderzochten gebleken dat hij op het ogenblik van de feiten niet in een bijzonder onevenwichtige toestand verkeerde. Ook zou hij toerekeningsvatbaar zijn geweest.

De psychiaters stelden nochtans bij betrokkene "een beperkte intellectuele capaciteit" vast, een graad van onrijpheid op affectief gebied en de aanwezigheid van een heleboel remmingen waardoor hij bij voorkeur prostituées opzocht.

Ook zijn normale liefdesleven verliep nogal turbulent: twee mislukte huwelijken en het veelvuldig samenhokken met hoertjes uit de Noordwijk.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Oktober 1991

Anonieme getuigenissen veroorzaken incident

De vermelding van anonieme getuigen in de akte van beschuldiging ten laste van Jean Sergoynne leidde maandagochtend op de eerste dag van het proces tegen de 38-jarige winkelbediende en barhulp voor het Brabantse assisenhof tot een incident. De zitting werd geschorst tot maandagnamiddag.

De drijfveer voor de moord die Sergoynne op 29 november 1989 pleegde op een hoertje uit de Brusselse Noordwijk is vaag en de akte van beschuldiging is mede gebaseerd op de getuigenissen van enkele getuigen die anoniem wensen te blijven.

Daarop eisten de advocaten yan Sergoynne, die menen dat de rechten van de verdediging zijn geschonden, dat de akte in haar huidige vorm niet zou worden voorgelezen. Procureur-generaal Mazy bleef er echter bij dat de inhoud van de akte moet vermeld worden zoals ze werd opgesteld.

Een schorsing moest beide partijen de kans geven hun argumenten later op de dag uiteen te zetten. Niettemin vond het hof nog de tijd een jury samen te stellen. Zes mannen en zes vrouwen zullen zich moeten uitspreken of Sergoynne schuldig is aan moord op Carine Geysens, die in een bar met twee messteken om het leven werd ge-bracht.

Sergoynne, die de bewuste avond geen abnormaal hoog alcoholpercentage in het bloed had, liep tegen de lamp toen zijn brieventas onder een zetel werd gevonden. De man moet zich ook verantwoorden voor het toebrengen van slagen en verwondingen aan Jean Wuyts, twee weken vóór de moord.

De betwisting draaide rondom de waarde van een getuigenis van mensen die beweren gezien te hebben hoe Sergoynne op de avond van de feiten "een mes uit zijn jas haalde”. Advocaat-generaal Mazy zei dat het Hof van Cassatie dergelijke getuigenissen als geldig beschouwt, omdat ze op geoorloofde manier werden vergaard.

Volgens Mr. François heeft de onderzoeksrechter echter artikel 6 van de Europese Conventie van de Rechten van de Mens geschonden omdat de verdediging zich niet kan verweren tegen stukken en getuigenissen die niet openbaar kunnen worden gemaakt. Het Hof moet nu vandaag een tussenarrest vellen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Oktober 1991

Tussenvonnis: geen rekening houden met anonieme getuigenissen

Het assisenhof van Brabant heeft dinsdag een tussenarrest geveld in een geschil tussen het openbaar ministerie en de verdediging over anonieme getuigenissen, die aangehaald werden in de akte van beschuldiging bij het proces van Jean Sergoynne.

Deze 38-jarige kelner uit Brussel wordt ervan beschuldigd Carine Geyssens, een prostituée uit de Brusselse Noordwijk, met twee messteken om het leven gebracht te hebben. De feiten dateren van 29 november 1989 in de bar OK.

Naast het levenloze lichaam van Carine Geyssens vond de BOB de portefeuille van Jean Sergoynne Die moet zich bovendien verantwoorden voor slagen en verwondingen, toegebracht aan Jean Wuyts, tijdens een ruzie.

Luidens het tussenarrest van het assisenhof worden de passus en de vermeldingen van de anonieme getuigenissen, die nochtans onder ede afgelegd zijn, niet uit de akte van beschuldiging noch uit de debatten gelicht. Volgens die anonieme getuigenissen zou Sergoynne de avond van de feiten een mes laten zien hebben. De verdediging wou dat deze elementen uit de akte van beschuldiging werden gelicht, omdat ze van mening was dat daardoor haar rechten geschonden werden, vermits in het openbaar niet kan gerepliceerd worden op anonieme beschuldigingen. De verzoeken van de beschuldigde en zijn verdediging werden weliswaar ontvankelijk, maar ongegrond verklaard.

De advocaten van betichte, mr. Guy François en mr. Motte-De Raedt, kondigden toch aan de onschuld van hun cliënt te zullen pleiten. Mr. François had het over de vergetelheden en onjuistheden in de akte van beschuldiging en in de processen-verbaal.

Tijdens zijn ondervraging verkoos beschuldigde zich te onthouden van elk antwoord op de vragen die hem gesteld werden door voorzitter Wezel over zijn jeugd en de seksuele misbruiken van zijn vader, waarvan hij het slachtoffer zou geweest zijn. Hij verkoos eveneens nagenoeg stil te blijven op vragen over zijn studies en beroepsactiviteiten. Bleek alleen dat hij op de leeftijd van 13 van school wegbleef en daarna allerlei jobs uitoefende, van beenhouwersgast over ramen-lapper tot kelner.

Tijdens de zitting van dinsdag kwam ook het bewogen liefdesleven van beschuldigde ter sprake: Twee huwelijken en vier concubinaten. Een deel van zijn wederhelften werkte overigens als prostituées in de Brusselse Noordwijk.

Over het drama zelf hoorden het hof en de jury de versie van Jean Sergoynne. Hij ontkent in de bar geweest te zijn waar Carine Geyssens werd omgebracht. Alleen gaf hij toe de avond van de feiten seksueel contact te hebben gehad met een meisje uit de bar "Toi et Moi”, die gelegen is naast de
"ОК". Dat wordt evenwel door deze prostituée ontkend.

Overigens blijven de bezigheden van Jean Sergoynne op de avond van de feiten żeer wazig. Hij houdt staande in diverse cafés en bars te zijn geweest waar hij flink verteerde.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Oktober 1991

Verdediging heeft kritiek op het verloop van het onderzoek

Op de derde dag van het proces tegen Jean-François Sergoynne voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Wezel, werden leden van de BOB, de moeder en de dochter van het slachtoffer ondervraagd. Deze laatste, Carine Geyssens, werd op 29 november 1988 met twee messteken in het lichaam dood aangetroffen. Haar stoffelijk overschot lag in de middenplaats van de instelling waar ze het oudste beroep ter wereld uitoefende.

Nabij het lijk vond de BOB de brieventas van Jean-François Sergoynne. Deze laatste wordt thans beschuldigd van vrijwillige doodslag op de jonge vrouw. Ook moet hij zich verantwoorden voor slagen en verwondingen, toegediend aan Jean Wuyts tijdens een handgemeen tussen autobestuurders.

Chantal Geyssens en Georgine Wauters, respectievelijk zus en moeder van het slachtoffer, gaven hun visie op de persoonlijkheid van Carine Geyssens: "Ze was egoïstisch, lui, een zeurkous, maar zeer gevoelig. Eigenlijk wisten wij niet duidelijk of ze zich prostitueerde of dat ze drugproblemen had. Voor ons is het onbegrijpelijk, want ze had een echte afschuw van mannen. Enige tijd voor de feiten werden tot driemaal toe de banden van haar wagen doorstoken".

Niet in volgorde

De mensen van de BOB die aan het onderzoek deelnamen, werden zowel door voorzitter Wezel als door de verdediging, Mrs. François en Motte De Raedt, op de rooster gelegd. Hen werd min of meer ten kwade geduid dat ze de vragen aan de beklaagde niet in chronologische volgorde hadden gesteld. Ook de manier waarop de antwoorden werden genoteerd werd bekritiseerd. Volgens de verdediging werden die vragen zo gesteld dat de beklaagde hoe dan ook moest "gekraakt worden" Andere vragen van de voorzitter en de verdediging betroffen het netelige probleem van de anonieme getuigen die Sergoynne de avond van de feiten met een mes zagen rondlopen.

Op de vraag "Wat verstaat U onder een geloofwaardige getuige?" van de voorzitter, antwoordde de rijkswachter: "Een getuige die niet lijkt te liegen. Ik steunde mij daarbij op een persoonlijke indruk”.

"Ging het dan om een BOB-informant?"

"Op die vraag kan ik niet antwoorden, maar hoe dan ook, het ging niet om een van mijn informanten.”

Serge Coly, garçon in "La Lanterne", zei "Sergoynne een mes uit zijn zak te hebben zien halen. Hij prutste een beetje met het afgerond lemmet. Ik vroeg mij achteraf af hoe men iemand met zulk een mes kan doden”.”

“Waarom hebt gij dat later niet aan de BOB verklaard?" vroeg voorzitter Wezel. "Maar de BOB heeft mij dat nooit gevraagd" aldus Coly.

Mr. François ging zover te gewagen van een valse verklaring. "De beweringen van deze getuige zijn afwijkend, zowel op het punt van de data als wat de feiten zelf betreft. Serge Coly zal vrijdag opnieuw opgeroepen worden. Jules Thys, een andere getuige in "La Lanterne", zei "dat hij zag dat Sergoynne zich bukte om een knipmes van een Spaans type van de grond op te rapen". Hij bevestigde dat Sergoynne de bar om 8 u. en niet om 6 u. 's ochtends verliet.

Tipgever

Verdediger Mr. Francois trachtte het verloop van het onderzoek in deze zaak aan het licht te brengen. Zo werd ter zitting vernomen dat Jules Thys eigenlijk een tipgever van de gerechtelijke politie is. Volgens Mr. François zou onderzoeksrechter Van der Steen heel goed op de hoogte geweest zijn van de inlichtingen die Jules Thys begin november 1989 had gegeven. Diezelfde onderzoeksrechter deed alsof hij ze nooit van officier Marc Allemeersch van de gerechtelijke politie had gekregen.

Volgens Mr. François zou de tipgever dan door de onderzoeksrechter naar de BOB verwezen zijn. Zo kon de verklaring van Thys voor zijn rekening hernomen worden en kon het onderzoek afgerond worden.
Deze "eigenaardige gang van zaken" tijdens het onderzoek bracht het Hof er toe een confrontatie met de tipgever, Allemeersch en misschien wel met Van der Steen, te bevelen. Vrijdag zullen deze drie opnieuw moeten getuigen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Oktober 1991

Onderzoeksrechter en inspecteur spreken mekaar tegen

Tijdens de vierde dag van het proces van Jean Sergoynne voor het Brabantse assisenhof werden tegenstrijdige verklaringen genoteerd uit de mond van inspecteur van de gerechtelijke politie Allermersh en onderzoeksrechter Van Der Steen. Daarnaast blijkt dat een belangrijke verklaring van een tipgever over een mogelijke opdrachtgever voor de moord niet in de pv's van de BOB werd opgenomen.

Marc Allermersh beweerde begin november 1990 aan Van Der Steen de eerste bekentenissen van Sergoynne, die op 29 november ’89 prostituée Carine Gessens doodstak, en tipgever Jules Thys te hebben overgemaakt. Van Der Steen beweert echter pas einde november op de hoogte te zijn gebracht van het verhoor van Thys.

Allermersh kreeg trouwens een dubbele informatie van Thys. De tipgever meldde dat Sergoynne in bar La Lanterne op de ochtend van de feiten een mes te voorschijn haalde. Een tweede belangrijke tip werd echter niet opgenomen in de processen-verbaal van de BOB.

Daarin zegt Thys dat een zekere Xavier Larcher wel eens achter de moord van Sergoynne zou kunnen zitten. Larcher zou hem opgedragen hebben "zijn mannelijkheid te bewijzen".

Dat feit werd bevestigd door een tweede anonieme getuige. Thys zelf durfde deze informatie pas donderdagmorgen ter zitting bevestigen, uit vrees voor zijn leven.

Portret

Voordien waren een aantal getuigen op vraag van de advocaat-generaal opgeroepen. Eén daarvan bracht het alibi van Sergoynne aan het wankelen. Beklaagde had gezegd dat hij Florence Gaune de ochtend van de feiten als cliënt in haar bar had bezocht. Dat werd door de vrouw echter tegengesproken.

Tijdens de namiddagzitting schilderden getuigen een psychologisch portret van Jean-François Sergoynne en slachtoffer Carine Geyssens. Zo vernam het hof van Claudette Meunier, de boezemvriendin van Carine, dat deze laatste "mannen haatte omdat ze brutaal zijn".

"Ze bleef uiterst discreet over haar beroepsbezigheden en ik weet echt niet of ze aan de drugs was", zei Claudette Meunier.

Claudine Renert, ex-bijzit van beklaagde Sergoynne, beschreef de dader als een "vriendelijke en gedienstige man, die nooit gewelddadig was geweest met haar.”

Volgens Renert leidde het koppel een vrij harmonieus leven tot augustus
1989. Toen ging Sergoynne opnieuw geregeld naar het Noordkwartier en dat leidde tot een verslechtering van de verstandhouding.

De moeder van beklaagde vervolledigde dit positieve portret van haar zoon met volgend genuanceerd getuigenis: "Mijn zoon heeft problemen gehad tijdens zijn kinderjaren omdat zijn vader incestueuze betrekkingen met hem wou. Alles wat mijn zoon ooit heeft ondernomen is mislukt omdat hij geen geluk had.”

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Oktober 1991

Psychiaters achten Sergoynne verantwoordelijk voor zijn daden

De vijfde zittingdag voor het assisenhof van Brabant, in het proces tegen Jean-François Sergoynne, begon met de verklaringen van getuigen die opgeroepen werden door de verdediging van betichte. Na hen kwamen de psychiaters hun bevindingen mededelen.

Jean-François Sergoynne staat terecht op beschuldiging van doodslag, op 29 november 1989, op een prostituée uit de Noordwijk in de hoofdstad. Het slachtoffer, Carine Geysens, werd doodgestoken.

Bovendien wordt de man beticht van slagen en verwondingen tijdens een handgemeen met een automobilist. Sergoynne bekent dat laatste, maar blijft in alle toonaarden zijn betrokkenheid bij de doodslag ontkennen.

De psychiaters Frankard en Goltzberg, die Sergoynne onderzochten, verklaarden ter zitting “dat betichte zich niet in een toestand van zwaar geestelijk onevenwicht bevond, waardoor hij zijn daden niet onder controle had kunnen houden". Luidens de deskundigen heeft Sergoynne een primair denkvermogen, op het niveau van een kind. De man, zo zeggen zij, is egocentrisch ingesteld en compenseert zijn seksuele frustraties door prostituées te bezoeken.

Uit een bijkomend onderzoek van Sergoynne's kleren is overigens gebleken dat daar geen andere bloedvlekken op zaten dan van het slachtoffer, zo is op de zitting vrijdag nog onderstreept.

Over het slachtoffer werd nog vernomen "dat Carine Geyssens zowat 200.000 fr. schulden had, omdat zij zich geassocieerd had voor de opening van een nachtclub, wat echter al van enkele jaren geleden dateert.

Een andere getuige kwam ter zitting verklaren dat Carine de dagen vóór haar dood zeer onrustig was. Wat mij verwondert, aldus getuige, is dat Carine naakt was toen men haar vond.

"Zij kleedde zich nooit uit in aanwezigheid van klanten, zodat ik denk dat zij de persoon die zij de avond van de feiten ontvangen heeft moet gekend hebben.”

Over betichte waren alle getuigen van vrijdag eensgezind in hun beweringen dat Sergoynne een rustig man is, hartelijk, altijd bereid om te helpen, en dat hij zeker nooit geweld gebruikt. "Als hij met zijn vriendin Martine ruzie had gemaakt, begon hij te wenen en bood hij bloemen aan, aan de meisjes uit de buurt.”

Over de "anonieme getuigenissen" hebben twee agenten van de BOB ter zitting verklaard dat zij “op een vrijdag door onderzoeksrechter Van der Steen ingelicht werden over het feit dat ze bezoek zouden krijgen van een tipgever, een zekere Thys. 's Maandags daagde de man inderdaad op in de kantoren van de BOB om gehoord te worden. Daar werden twee processen-verbaal opgemaakt: één onder eed en één onder de dekmantel van anonimiteit.

Volgens de BOB-ers werden de beide documenten overgemaakt aan de onderzoeksrechter. Deze beweert nu dat hij op geen enkele andere manier dan via deze PV's op de hoogte is gebracht van de informatie die Thys heeft geleverd. Verdediger Mr. François trok tegen deze gang van zaken scherp van leer.

Volgens de verdediging gaat het om een valse getuigenverklaring door opzettelijke nalatigheid, waardoor de rechten van de verdediging werden geschonden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Oktober 1991

Achttien denklijnen voor voldoende vermoedens

Het assisenhof van Brabant, waar Jean-Francois Sergoynne terecht staat op beschuldiging van doodslag op een prostituee in Brussel, heeft maandag na vijf dagen de getuigenverhoren afgesloten.

De laatste verhoren leverden geen nieuwe elementen op. Advocaat-generaal Masy begon daarop aan zijn rekwisitoor dat beoogde de bewijslast tegen Sergoynne vast te stellen.

Sergoynne wordt ervan beschuldigd in november 1989 een prostituee in de Brusselse Noordwijk, Carine Geyssens, met twee messteken te hebben gedood. Naast haar stoffelijk overschot vond de BOB de portefeuille van de beklaagde.

Deze vormt het enige bewijsstuk dat Sergoyenne de dader zou kunnen zijn geweest. De taak van Masy is daardoor erg moeilijk en hij gaf dit in zijn rekwisitoor ook toe: "Dit is een misdaad waarvan er geen directe getuigen zijn, geen bruikbare vingerafdrukken, zeer weinig materiele aanwijzingen, geen bekentenis van de beklaagde. Ik vraag de leden van de jury een ingespannen concentratie, deductie en analyse om onzinnige ideeën te verwerpen en de schuld van Sergoyenne vast te stellen.”

Masy schoof 18 denklijnen naar voren die het samen mogelijk maken te komen tot een voldoende bundel van vermoedens. Volgens de advocaat-generaal sluit de chronologie van de feiten niet uit dat Sergoynne de moordenaar is.

Portefeuille

Het bewijs van de schuld van Sergoynne rust op één enkel materieel element: de portefeuille van de man werd op de plaats van de misdaad gevonden. Daarom liet advocaat-generaal Masy alle hypotheses, die een andere schuldige dan Sergoynne aanduiden, de revue passeren om ze vervolgens te verwerpen.

"De verklaringen van Sergoynne stoelen op de grootste fantasie. Als de grote blonde man bestaat, aldus Masy, dan zou hij vooraf de portefeuille van Sergoynne gestolen moeten hebben. Maar zulks zou heel ingewikkeld zijn en weinig geloofwaardig. Dan moeten er ook nog redenen geweest zijn waarom zulke moord te plegen"

Voor advocaat-generaal Masy is de drijfveer van seksuele aard. Het slachtoffer was lesbisch en dat kan passen in de motivaties van Sergoynne die regelmatig het prostitutiemilieu bezocht.

Het openbaar ministerie kraakte ook de "onwaarschijnlijkheden en de leugens van Sergoynne om zijn tijdverdrijf te verrechtvaardigen".

Zo had de procureur-generaal het over "het vreemde gedrag van de beklaagde op de ochtend van de feiten. Dat hij te voet naar huis toog en afweek van zijn nachtelijke gewoonten kan maar verklaard worden binnen de logica van de misdaad"

Vandaag pleit de verdediging.

Bron: Gazet van Antwerpen | 29 Oktober 1991

Verdediging haalt zwaar uit naar openbaar ministerie

Op de zevende dag van het proces voor het assisenhof van Brabant tegen Jean Sergoynne, beschuldigd van doodslag op een prostituée in Brussel, sloot de procureur-generaal zijn requisitoir af en begonnen de verdedigers, Mr. Motte De Raedt en Mr. François, aan hun pleidooien.

Sergoynne, een barkeeper, wordt ervan beschuldigd op 29 november 1989 Carine Geysens in de Brusselse Noordwijk met twee messteken om het leven te hebben gebracht. Voorts is hem ten laste gelegd slagen en verwondingen te hebben toegebracht aan Jean Wuyts, een man van in de zeventig, tijdens een ruzie tussen automobilisten.

Advocaat-generaal Mazy bracht eerst zijn conclusie naar voren: "Er is geen ander spoor dan Sergoynne. Er zijn verder slechts valse sporen. De verdediging zal trachten u met haar hypothesen op een dwaalspoor te brengen. Maar ik ben ervan overtuigd, dat u bevestigend zal antwoorden op de schuldvraag.”

Mr. Motte De Raest en Mr. François brachten in hun pleidooien een hele reeks argumenten naar voren. Eerstgenoemde ging stelselmatig in tegen alle punten van het requisitoir, de tweede hield een meer algemeen pleidooi. Ze zeiden allebei dat dit een proces van het bewijs is, omdat het openbaar ministerie op geen enkel ogenblik heeft voldaan aan zijn taak onweerlegbare bewijzen op tafel te leggen.

Niet overtuigend

In verband met het dossier zei Motte De Raedt: "Er zijn geen vingerafdrukken, geen materiële aanwijzingen. Afgezien van de portefeuille is er niets dat op de schuld van Sergoynne wijst" . Zij gaf te verstaan, dat het bewijsstuk, namelijk het vinden van de portefeuille op de plaats van de misdaad, zonder vingerafdruk of andere aanwijzing, zonder een spoor van een worsteling, niet erg overtuigend is. "Te gemakkelijk", zei de advocate.

Ze zei te geloven dat er sprake is van een moord met voorbedachten rade, gepleegd door iemand die het slachtofer kende en zorgvuldig voorzorgen had genomen. Misschien is het een jaloerse vrouw, zei zij. "Carine liep allerlei gevaren, verstrikt als ze was in schulden, drugs en jaloersheid".

"De beste advocaten van Sergoynne zijn de meisjes van het Noordkwartier. Zij die in de eerste plaats aan hun veiligheid moeten denken, zeggen in feite dat Sergoynne deze daad niet gepleegd kan hebben. Dat is veelzeggend.”

Mr. François bepleitte voor zijn cliënt het voordeel van de twijfel: "Het gaat niet op, dat de beslissing van de jury zou steunen op hypothesen", zei hij. "Welnu, de hele akte van beschuldiging steunt op hypothesen. Wij eisen formele en concrete bewijzen. De aanwezigheid van de portefeuille alleen, is geen voldoende bewijs.“

Anonieme getuigen

De pleiter herinnerde ook aan het probleem van de anonieme getuigen, die hebben belet dat de beklaagde door de raadkamer in voorlopige vrijheid werd gesteld.

Hij benadrukte dat "onregelmatigheden" het onderzoek hebben gehinderd. Hij noemde het dossier onvolledig. "Dit is een onschuldige, die al 23 maanden wegkwijnt in voorhechtenis", zei hij.

De verdediging trok sterk van leer tegen de wijze waarop het onderzoek in deze zaak gebeurde. Ook de rol die gespeeld werd door de twee getuigen die naamloos wensten te blijven, wordt gehekeld. "Hierdoor was er tijdens het proces geen enkele vorm van eerlijke confrontatie mogelijk. Dit bijna immoreel spel is er de oorzaak van Sergoynne in de gevangenis moest blijven, niettegenstaande het advies van drie opeenvolgende magistraten in de raadkamer. De replieken van de verdediging en de beraadslaging hebben
vandaag plaats.

Bron: Gazet van Antwerpen | 30 Oktober 1991

Vrijgesproken van moord op prostituée

Het Brabantse assisenhof heeft woensdagmorgen de 38-jarige barman Jean Sergoynne vrijgesproken van moord op een prostituée in het Brusselse Noordkwartier. Het openbaar ministerie had de jury gevraagd ja te antwoorden op de schuldvraag op basis van één materieel bewijsstuk.

De jury kwam tot haar besluit na een uur beraadslagen. Sergoynne werd ook vrijgesproken van het toebrengen van slagen en verwondingen aan een 70-jarige man na een betwisting onder automobilisten.

De advocaten van de verdediging hadden het voordeel van de twijfel voor hun cliënt gevraagd Volgens advocaat-generaal Mazy was zulks echter "waardeloos" en werd het door de verdediging gebruikt "om de jury een slecht geweten te bezorgen mocht ze overwegen beschuldigde te veroordelen”.

Daarom vroeg Mazy de jury Sergoynne te veroordelen op basis van de brieventas met documenten van beschuldigde die werd gevonden op de plaats waar de tippelaarster dood werd aangetroffen.

Voor de beraadslaging deed Sergoynne nog even de wenkbrauwen fronsen toen hij zei niet in staat te zijn een vrouw te vermoorden, maar "dat de zaak anders lag wanneer het over een man zou gaan”.

Het openbaar ministerie erkende eerder in de debatten dat het een moeilijke zaak zou worden. "Dit is een misdaad waarvan er geen directé getuigen zijn, geen bruikbare vingerafdrukken, zeer weinig materiële aanwijzingen, geen bekentenis van de beklaagde", zo zei advocaat-generaal Mazy.

Sergoynne werd ervan beticht op 29 november ’89 tippelaarster Carine Geyssens met twee messteken om het leven te hebben gebracht. Haar lijk werd volledig ontkleed aangetroffen in de "OK bar”.

De enige concrete aanwijzing voor zijn schuld was echter de brieventas met verscheidene documenten die de rijkswachters onder een zetel in de bar aantroffen. Nog dezelfde dag werd verdachte opgeroepen en aangehouden.

Bovendien rees bij het begin van het proces een controverse over de vermelding van anonieme getuigen in de akte van beschuldiging. Die getuigen zeiden gezien te hebben hoe Sergoynne op de avond van de feiten "een mes tevoorschijn haalde".

De verdediging meende dat haar rechten geschonden werden en vroeg dat de getuigenissen uit de akte zouden worden geweerd. Voorts trok de verdediging van leer tegen de wijze waarop het onderzoek in deze zaak gebeurde.

Bron: Gazet van Antwerpen | 31 Oktober 1991

842

(0 replies, posted in Plaatsen)

Le Diable Amoureux was een bar gelegen aan de Chaussée de Nivelles nummer 142 in Braine-l’Alleud 
» Google Maps

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/diable10.jpg

Na de inbraak in het Colruyt-warenhuis in Nijvel neemt de Bende van Nijvel vlak voor de bar een politiepatrouille onder vuur » Forum

In september 1984 werd de uitbaatster van Le Diable Amoureux, Liliane Vindevogel gearresteerd wegens het uitbaten van een ontuchthuis en het niet verlenen van medewerking aan het onderzoek naar de Bende van Nijvel.

In 1974 kwam Le Diable Amoureux ook al in het nieuws. Op 1 oktober 1973 hield de rijkswacht in Nieuwpoort een auto tegen en vond een brief van de 25-jarige Parisienne Evelyne T. aan Bernard Mouchil-Pierin. In de brief klaagde ze over haar leven in de bar Le Diable Amoureux, wat het gerechtelijk onderzoek naar een prostitutienetwerk op gang bracht.

Evelyne T. werd in Parijs verliefd op Mouchil-Pierin, reisde met hem naar België en werd vervolgens via Joseph Ben Assa naar de bar in Eigenbrakel gebracht, uitgebaat door Jeanne Van Eynde, die meerdere gelijkaardige bars beheerde.

Toen Evelyne merkte dat Mouchil-Pierin een groot deel van haar inkomsten opeiste, weigerde ze te betalen. Na een boete van 25.000 frank door de bazin verliet ze de bar, keerde terug naar Parijs en schreef een brief aan Mouchil-Pierin; die brief werd later het sleutelbewijs in het onderzoek.

De rechtbank in Veurne veroordeelde o.a. Mouchil-Pierin tot 2 jaar en 1 maand cel, Jeanne Van Eynde tot 3 jaar cel, Joseph Ben Assa tot 2,5 jaar cel, en Androli Dagis tot 1 jaar voorwaardelijk wegens pooierij; daarnaast kregen meerdere beklaagden boetes en een verbod om nog drankgelegenheden uit te baten.

Vergeten brief verraadde prostitutie in Eigenbrakel

“Zware jongens, zware dossiers”, zei Mr. Debra voor de correctionele rechtbank te Veurne, waar vier mannen en twee vrouwen beschuldigd werden van pooierij, uitbaten van ontuchthuizen, aanwerven van meerderjarigen voor prostitutie en nog een waslijst kleinere misdrijven.

De zaak begon te rollen toen op 1 oktober 1973 in Nieuwpoort een auto door de rijkswacht tegengehouden werd en men een brief op de kop tikte waarin een Parisienne aan bestuurder Bernard Mouchil-Pierin, een Fransman, schreef dat zij genoeg had van het leventje in de bar “Le Diable Amoureux” in Eigenbrakel. Het gerecht trok op speurtocht en pooiers en kroegbazin kregen nu gevangenisstraffen die tot 3 jaar opliepen.

Die vergeten brief in de auto van Bernard Mouchil-Pierin een man die in Frankrijk al een kraak bij een diamanthandelaar op zijn actief heeft - was het sleutelstuk van heel het dossier waarvoor zes beklaagden opgeroepen werden. De brief was geschreven door Evelyne T. een 25-jarige Parisienne, die in een dancing van de lichtstad hopeloos verliefd werd op Bernard Mouchin-Pierin, een zware jongen die op de beschuldigingsbank zijn zwaar behaarde kop tussen zijn stoere schouders trok.

De Parisienne verliet haar werk en baar moeder en reisde met Mouchin mee naar België. In Rijsel werd zij echter “overgenomen” door Joseph Ben Assa die haar naar de bar “Le Diable Amoureux” in Eigenbrakel bracht.

Deze kroeg wordt uitgebaat door Jeanne Van Eynde uit Brussel, die nog twee dergelijke “amoureuze-bars” openhoudt.

Kwart miljoen

Na een acclimatisatieperiode, waarbij de Parisienne o.m. in een bar in Sint-Eloois-Vijve verbleef, kreeg zij volle dienst in “Le Diable Amoureux”. Om de heren te charmeren rekende zij 2.000 fr. per klant en mocht hiervan 800 fr. voor zichzelf houden. Op die wijze verdiende zij 50.000 tot 60.000 fr. per maand en in de periode dat zij daar verbleef beliep haar zakencijfer 250.000 fr.

Opeens, in juli 1973, bemerkte ze dat haar aangebeden Mouchin van die opbrengst een groot deel opstreek. De bazin was toen in Ierland en de Parisienne zelf weigerde Mouchin, die kwam innen, te betalen.

Toen de bazin terug was ontving Mouchin toch de centen en de Parisienne kreeg een boete van 25.000 fr., een bedrag dat ze moest opbrengen zonder dat ze daarvan 800 fr. per beurt voor zichzelf mocht houden. Toen gaf ze er de brui aan, schreef een brief naar Mouchin omdat hij toch niet van trouwen wou horen, en keerde terug naar haar moeder in Parijs.

Die brief kwam in handen van het gerecht toen Mouchin in Nieuwpoort een strenge controle moest ondergaan, omdat in Oostende het “Douzaine-onderzoek” bezig was waarbij ook een greep gedaan werd in de Franse onderwereld die in België “uitrust”.

Mouchin werd aangehouden en van pooierij, onwettig verblijf in België, valsheid in identiteit, en naamdracht en aanwerven van meerderjarigen voor prostitutie beschuldigd.

Commissaris Van Looy van de gerechtelijke politie van Brugge-Oostende, was naar Parijs gereisd om de Parisienne Evelyne T. te ondervragen en kwam vandaar met bewijzen terug. Hij rafelde nu voor de rechtbank de feiten uiteen, die op een onverwachte wijze in de handen van het gerecht geraakten door de “sleutelbrief”.

De rechtbank hoorde vijf pleidooien die ongeveer allemaal neerkwamen op het in twijfel trekken van de verklaringen van de Parisienne. Zij zou uit wraak gehandeld hebben omdat haar liefde voor Mouchin niet beantwoord werd. Het milieu dreef haar later zelfs tot volledige loochening van de feiten.

Ook werden de bedrijvigheden in de “Diable Amoureux” in een nette verf gezet o.m. omdat die bar al tien jaar bestaat en er nooit een klacht kwam.

Ook Joseph Ben Assa, die de Parisienne naar de bar in Eigenbrakel bracht, en de bazin werden in de pleidooien witgewassen van de beschuldigingen van aanwerving van meerderjarigen voor prostitutie en het uitbaten van een ontuchthuis. Tijdens hetzelfde proces bracht de “Diable Amoureux” bovendien nog een tweede proces voor de rechter.

Rosa D. kwam er getuigen dat zij door de Griekse taxichauffeur Androli Dagis gelijmd werd voor “een beetje verkering” en uiteindelijk ook in die bar terecht kwam om voor hem te werken.

De rechtbank beraadslaagde na anderhalf uur pleidooien. Bernard Mouchin-Pierin werd veroordeeld tot 2 jaar en maand gevangenis en een boete van 9.000 fr.

Kroegbazin Jeanne Van Eynde kreeg 3 jaar gevangenis en een boete van 9.000 fr., terwijl Joseph Ben Assa 2 jaar en 6 maanden cel opliep en een boete van 18.000 fr. Zij mogen in drie jaar ook geen drankgelegenheid e.d. meer uitbaten.

De Griek Androli Dagis kreeg voor de beschuldiging van pooierij 1 jaar voorwaardelijk gevangenisstraf en een boete van 3.000 fr. en moet ook de uitbating vaarwel zeggen.

Philippe Richard die vervolgd werd voor valse naamdracht en onwettig verblijf, moet 4 maanden brommen en 6.000 fr. betalen, terwijl zijn verloofde Evelyne Neus de 6 dagen voorhechtenis bevestigd kreeg.

Bron: De Standaard | 16 Januari 1974

843

(31 replies, posted in Hypotheses)

Xenophon wrote:

En dan 'zie' ik niet hoe die zelfstandig Dekaise maar zeker Temse zouden gedaan hebben. Er is daar nog een andere schakel en in de interactie ligt heel het raadsel. Dan denk ik zelfs nog niet aan de tweede golf.

Waarom zouden die feiten onmogelijk zijn voor een "groep van gemarginaliseerde individuen"? Die feiten passen net perfect in dit profiel: amper tot geen voorbereiding, pure improvisatie, zwaar geweld, ...

Wat maakt de overval op de wapenwinkel van Dekaise of de inbraak in Temse zo speciaal? Bij Dekaise werd er ontzettend veel "rommel" gestolen. Iemand die iets of wat van wapens kent, zou al die rommel nooit meenemen. En zoals ik al uitgebreid heb geargumenteerd, was de informatie van Temse helemaal niet zo uniek als bv. Humo graag laat uitschijnen.

844

(2 replies, posted in Overzicht Bendes)

Gevangene ontsnapt uit gevangenis te Doornik

Zaterdagochtend omstreeks 7 u. is een gevangene erin geslaagd uit de gevangenis van Doornik te ontsnappen. De gevangene, de 29-jarige Yvan Haenen, Oue Ernest Solvay te Ougrée, kon in januari 1974 reeds uit de gevangenis van Luik ontsnappen. Men veronderstelt dat hij buiten de gevangenis door handlangers met een wagen werd opgewacht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 Maart 1976

Yvan Haenen:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/yvan_h10.jpg

845

(65 replies, posted in Politiek & Business)

Bedankt voor informatie, heel interessant. Voor de volledigheid vind je hier het volledige artikel » Nieuws

Ik ben wel benieuwd naar de technische details van deze agent: welk taalmodel hebben ze gebruikt en welke instructies heeft de agent gekregen?

846

(31 replies, posted in Hypotheses)

Spectator Of Life wrote:

Ze plannen hun grootste actie en hebben daarvoor doelbewust deze vesten nodig.

Als ik zo iets lees, stel ik me altijd de vraag hoe zo'n planning dan gebeurt. Werd er op voorhand vergaderd met alle deelnemers van het plan? Teams of Zoom bestond nog niet, dus hebben ze dan ergens een zaaltje gehuurd of deden ze dit op café, bij iemand thuis of op restaurant? En werd er op voorhand een agenda gemaakt of was het improvisatie op het moment dat ze elkaar zagen? smile

Als we dan Nijvel als voorbeeld nemen moet hun eerste bijeenkomst ergens in mei gebeurd zijn, want toen hebben ze de oxypack gestolen. Hebben ze tijdens een bijeenkomst beslist om die te stelen met het oog op de feiten aan het Colruyt-warenhuis in Nijvel? Indien ja, waarom dan zo lang op voorhand en waarom niet kopen in een winkel?

Ik ga een beetje kort door de bocht maar "plannen" en "doelbewust" betekent wel dat er een grote mate van organisatie en voorbereiding was. Iets wat ik niet zie in de feiten.

847

(31 replies, posted in Hypotheses)

Zoek je veel geld als dader, dan is een supermarkt in die tijd niet de meest logische plaats.

Integendeel, supermarkten waren één van de beste plaatsen om veel geld te pakken te krijgen: geen beveiliging, gemakkelijk binnen te dringen en te vluchten, veel geld in het gebouw, ...

Tijdens de jaren '70 (en vroeger) was dat anders. Dan waren banken het doelwit bij uitstek maar tegen het einde van de jaren '70 werd er door banken geïnvesteerd in betere beveiliging en zag je de criminaliteit verschuiven. Postkantoren en vakbondskantoren waren steeds een geliefd doelwit maar ook daar werd er meer geïnvesteerd in beveiliging en werd ook extra beveiliging voorzien door rijkswacht of politie als er bv. uitbetaling was van de werkloosheidsuitkering.

Dat maakte van het warenhuis de ideale plaats om gemakkelijk veel geld te bemachtigen.

Xenophon wrote:

Ze wilden de inhoud van de kluis denk ik - een plan dat nooit had kunnen slagen.

Ik begin daar toch aan te twijfelen. Als je kijkt naar de inhoud van de Saab en wat er nog klaar stond aan de deur van het warenhuis, lijkt dat er toch op te wijzen dat ze onmiddellijk na het openen van de deur begonnen zijn met voedingswaren te verzamelen.

848

(148 replies, posted in Andere Personen)

Ex-rijkswachter meent Bende van Nijvel te kunnen ontmaskeren

Martial Lekeu, de gewezen rijkswachter die in 1984 vanuit België naar Florida in de Verenigde Staten vluchtte, zei in een interview met het weekblad Panorama dat Francis Dossogne, gewezen kopstuk van het rechtse Front de la Jeunesse, en baron Benoît de Bonvoisin achter de Bende van Nijvel zitten.

Lekeu vertelde ook dat hijzelf jarenlang voor de Israëlische geheime dienst werkte en dat die dienst verantwoordelijk is voor het liquideren van Paul Latinus, de oprichter van het rechtse Westland New Post.

Lekeu, ooit nog lid van de BOB van Brussel, staat zelf op het verdachtenlijstje van onderzoeksrechter Freddy Troch, die de moordende overvallen op het bedrijf Wittock-Van Landeghem in Temse en op de Delhaize van Aalst, twee misdrijven van de Bende van Nijvel, onderzoekt. Lkeu beweert veel te weten over de Bende van Nijvel, maar ontkent er zelf iets mee te maken te hebben gehad.

Toen Lekeu enkele maanden geleden voor de eerste keer vanuit de VS verklaringen aflegde over het Bende-dossier, beaamden sommige onderzoekers wat hij zei. Gisteren waren diezelfde personen heel wat voorzichtiger. “Lekeu zat vroeger al nooit verlegen om een leugen of een fantasietje. Deze keer lijkt hij ons wat te ver te gaan. Wat waar was in zijn vorig verhaal schijnt hij nu op wilde en ondoordachte wijze te koppelen aan allerlei hypotheses. Dat hij ooit voor een buitenlandse geheime dienst werkte, lijkt ons onmogelijk", zo vernamen we van ex-collega's van Lekeu, die zelf sinds vijf jaar deelnemen aan het Bende-
onderzoek.

Bron: De Standaard | 2 September 1989

849

(31 replies, posted in Hypotheses)

Jeroen2 wrote:

Maar is deze rode draad in het verhaal toeval?

Ik snap deze vraag niet. "Boodschappen" waren, voor zover we weten, maar twee keer het motief: in Maubeuge en in Nijvel. Bij de overvallen in warenhuizen was geld duidelijk het motief.

Dus wat bedoel je juist met de rode draad?

Belgisch gerecht lost één misdrijf op de vijf op

Van alle registreerde misdrijven in ons land, gepleegd in 1991, '92 en'93, werden er tot op heden respectievelijk 20, 21 en 18 procent opgehelderd. Dit laatste betekent dat de daders gekend zijn en er minstens één aangehouden of verhoord werd.

De cijfers zijn afkomstig van de rijkswacht en worden vermeld in een antwoord dat justitieminister Wathelet zopas verstrekte op een schriftelijke vraag van senator Van Belle (VLD).

De hoogste ophelderingspercentages worden aangetroffen in het onderdeel terrorisme-banditisme (90 tot 94 procent), overige drugsmisdrijven (niet productie en handel) (98 tot 99 procent) en misdrijven tegen personen (72 tot 74 procent). Daarna volgen 'vormen van bedrog' (42 tot 69 procent) en zedenfeiten (52 tot 58 procent).

Het minst opgehelderd raken feiten die te maken hebben met diefstal (9 tot 11 procent) en misdrijven tegen eigendommen (15 tot 18 procent). Wat de moorden betreft raakte de voorbije jaren 73 tot 81 procent opgehelderd, inzake opzettelijke slagen 72 tot 74 procent. Dit hoge percentage vindt men ook terug bij verkrachtingen (71 tot 77 procent) en aanrandingen van de eerbaarheid (49 tot 57 procent).

Bommelders gingen meestal vrijuit (6 tot 14 procent), in tegenstelling tot oplichters (50 tot 81 procent), helers (83 tot 92 procent) en vervalsers van geschriften (66 tot 72 procent).

Diefstal

Wat de diefstallen betreft raken enkel huisdiefstallen (69 tot 71 procent) en afpersingen (44 tot 49 procent) aan een noemenswaardig ophelderingspercentage. Diefstallen met geweld (14 tot 16 procent), gewapende diefstallen (21 tot 27 procent), hold-ups (13 tot 23 procent), autodiefstallen (6 tot 10 procent) en diefstal uit auto's (3 tot 4 procent) worden nauwelijks opgelost. Dit laatste geldt ook voor vandalisme (15 tot 18 procent) en opzettelijke brandstichting (15 tot 18 procent).

In een commentaar wijst Wathelet erop dat de opgelegde prioriteiten inzake opsporing het ophelderingspercentage sterk beïnvloeden. Hij wijst hierbij op de bijzondere inspanningen ten aanzien van ernstige misdrijven tegen personen zoals moord.

Daarnaast maakt hij nog een onderscheid tussen reactieve feiten die slechts na het plegen ter kennis komen van de politiediensten zoals diefstallen en de proactieve feiten zoals drugsmisdrijven die vastgesteld worden tijdens onderzoeken of controles.

De ophelderingsgraad bij de tweede groep ligt logischerwijze heel wat hoger.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Augustus 1994