Bouhouche is veroordeeld voor de diefstal van de wapens van Mendez. De dag na de inbraak zou men bij Mendez een gepantserde deur komen plaatsen. Bouhouche wist dat, hij wist dat hij de collectie na 16 mei niet meer zo gemakkelijk zou kunnen bemachtigen. Mendez wist dat zijn schuttersmaat de dief was. Hij had dat in november tegen zijn vrouw gezegd.
In oktober 1985 ontmoette hij een politieman, een vriend en hij zei: "Ik weet mijn wapens zitten." Die politieman van de gemeente Ukkel stelde voor om hem te helpen bij het opsporen van de dieven en zei: "Mendez weigerde omdat hij niet wilde dat ik in de problemen kwam. De dieven zouden heel vreemde, bizarre en vooral zeer gevaarlijke mensen zijn." Ook in Puerto Rico vertelde hij aan twee kennissen dat hij de dief kende en dat hij die smeerlap zou afschieten. Hij was razend op Bouhouche.
Vlak na de Benderaid aan de Delhaize van Overijse, waar vijf doden gevallen waren, is Mendez in paniek naar de politiecommissaris in Overijse getrokken om te horen welke kalibers de daders gebruikt hadden. Hij is naar huis gegaan en heeft zijn vrouw gerustgesteld. Zijn kalibers waren er niet bij.
Maar hij loog. Ze waren er wel bij, onder meer de Ingram 9 mm. Hij had zo'n Ingram gehad. Hij had een Ingram buitengesmokkeld bij FN en er een en geluidsdemper op gemonteerd. Dat wapen stond niet op de lijst die hij als gesloten aangegeven had, omdat hij het had gejat. Maar hij had er een en het was verdwenen met de rest.