1

(175 replies, posted in 1983)

JML wrote:

Een supermarktmedewerker die tegenover drie gewapende mannen staat, waarvan één een gijzelaar vasthoudt, en die de sterkste duwt terwijl hij hem een bevel geeft... Het is een beetje surrealistisch. Dat is mijn bescheiden mening.

De kassierster van kassa 1 ziet de drie daders met de gijzelaar binnen komen. De directeur gaat op hen af en hij duwt de gangster met de bijl met de beide handen tegen zijn borst en roept: “Sortez”. De tweede dader zegt kalm tegen de directeur: “Vous, pas pousser”. Vermaelen wil een tweede keer duwen maar de tweede dader geeft hem die kans niet en schiet hem in het hoofd.

Aan kassa 2 hoort de kassierster een man die op het houten paneel bij de ingang slaat. Dat houten paneel is een tussenschot tussen het bureau van de directeur en kassa 1. De kassierster ziet hoe een grote man met een carnavalsmasker discussieert met de directeur. Daarna hoort ze twee schoten en ziet de directeur in elkaar zakken.

De kassierster van kassa 3 ziet twee gemaskerde daders tegenover de directeur staan. Ze ziet dat ze tegen elkaar praten maar ze hoort niet wat ze zeggen. Opeens ziet ze één dader schieten.

Vanaf kassa 4 worden de getuigenis voor dit gedeelte minder relevant.

Heel ruwe schets om de situatie ter plaatse te kunnen visualiseren:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/delhai10.png

2

(2 replies, posted in Overzicht Bendes)

Inbrekers in Luik aangehouden

In Luik werden door de BOB van de rijkswacht twee mannen aangehouden, die ervan verdacht worden in de nacht van 17 op 18 maart te hebben ingebroken in de gebouwen van de maatschappij “Eaux de Vichy” in de rue de Droixhe te Luik.

De 25-jarige Yvan Haenen uit Luik en de 30-jarige Marokkaan Mimoun Zerzour, zonder bekende woonplaats, ontvreemdden een brandkast, waarin een bedrag van 80.000 fr. was weggeborgen. Zerzour bekende tijdens het eerste verhoor, dat hij door Haenen werd overgehaald de diefstal mede te plegen. Hij voegde aan zijn verklaringen toe, dat hij op de vlucht sloeg, toen Haenen en hij de plaats van de diefstal hadden bereikt.

Haenen van zijn kant bleef tot nu toe alles koppig ontkennen en beweert de Marokkaan nooit van zijn leven te hebben gezien.

Bron: De Standaard | 29 Maart 1972

Brandkast-dieven veroordeeld te Luik

Maandag heeft de correctionele rechtbank te Luik 12 maanden gevangenisstraf (gedeeltelijk met uitstel) uitgesproken tegen de Marokkaan Mimoun Zerzour, wonende te Dammaire (Frankrijk). In de nacht van 19 maart jongstleden had hij een bedrag van 70.000 fr. gestolen uit de safe van het bedrijf Thermal-Vichy te Luik.

De Marokkaan werd bij de diefstal geholpen door Yvan Haenen (26) uit Ougrée. Haenen, die kort na zijn aanhouding in voorlopige vrijheid werd gesteld, verdween uit de circulatie. Niet ter zitting verschenen, werd hij veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf zonder uitstel.

Bron: De Standaard | 6 Juni 1972

Gevangene ontsnapt 2de keer

Yvan Haenen (26) die in 1972 tot 6 jaar cel was veroordeeld ontsnapte zaterdag uit de gevangenis te Namen. Haenen werd al verscheidene malen voor diefstallen allerhande veroordeeld. In 1970 toen hij voor ondervraging werd opgesloten in een cel van het Luikse gerechtshof slaagde hij er ook in uit, de cel te ontsnappen.

Bron: De Standaard | 16 Januari 1974

Ontsnapte gevangene gevat

Vrijdag kon Yvan Haenen die op 12 januari uit de gevangenis van Namen was ontsnapt, in de streek van Saint-Georges-sur-Meuse worden aangehouden. Hij zat te Namen een gevangenisstraf van zes jaar uit wegens diefstallen, slagen en verwondingen, enz.

Sinds zijn ontsnapping had men Haenen reeds verschillende malen opgemerkt in de streek van Luik. Maar hij had steeds weten te vluchten.

Donderdagavond werd Haenen met een gestolen voertuig te Herstal gezien, maar hij liet de auto waarin zich inbrekersmaterieel bevond, staan en sloeg te voet op de vlucht. Vrijdagmorgen ging hij opnieuw aan de haal, maar kon dan ingerekend worden door de achtervolgende rijkswachters.

Bron: De Standaard | 26 Januari 1974

3

(0 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Overval op een juwelier, de eigenares wordt vermoord

  • Wanneer? 24 Mei 1976

  • Waar? Berckmansstraat 84 te Sint-Gillis » Google Maps

  • Wie?
    - Slahedinne Hasni
    - Sadek Chennine
    - Michel Morvan
    - Pierre Bistoquet

  • Status: Opgelost

In mei 1976 werd de 59-jarige Franse juwelierster Eliane Latruffe in haar zaak in Sint-Gillis tijdens een gewapende overval doodgeschoten; de daders gingen met hooguit een kleine buit ervandoor. Het onderzoek leidde tot de arrestatie van enkele betrokkenen, onder wie de Antilliaan Pierre Bistoquet, die bekende het fatale schot te hebben gelost, en de Tunesiër Sahedinne Hasni en Algerijn Sadek Chennine, die volgens justitie aan de overval hadden meegewerkt.

Hasni en Chennine werden in 1977 niet schuldig bevonden aan opzettelijke doodslag, maar wel veroordeeld voor hun rol bij een poging tot diefstal met geweld. Bistoquet en een andere Franse verdachte, Michel Morvan, verschenen later in Parijs terecht; Bistoquet gaf toe dat hij had geschoten, maar wijzigde zijn verklaring over de omstandigheden.

Juwelierster doodgeschoten te Sint-Gillis

De 59-jarige Française Eliane Latruffe, die een handel in fantasiejuwelen en armbanduurwerken uitbaat aan de Berckmansstraat 84 te Sint-Gillis, werd maandagvoormiddag omstreeks 10.55 u. door drie gangsters doodgeschoten. De daders wisten met een magere buit op de vlucht te slaan.

Eliane Latruffe baat de zaak aan de Berckmansstraat te Sint-Gillis al vele jaren uit. Het gaat niet om een winkel, maar wel om een huis dat in het groot en in detail verkoopt. Men komt er binnen via een brede gang en vervolgens moet men een deur rechts inslaan waarbij men in het kantoor terechtkomt waar ook wel uitstalkasten met de koopwaar staan opgesteld.

Drie schoten

De uitbaatster was maandagvoormiddag alleen in het kantoor, toen plots drie gangsters naar binnen kwamen. De indringers eisten geld en armbanduurwerken onder bedreiging van hun wapens. De vrouw poogde de bandieten op de vlucht te drijven. Toen vuurde één van de kerels tot driemaal toe zijn wapen af. Twee kogels kwamen in de wanden terecht, de derde kogel raakte het slachtoffer in de lenden en trof vermoedelijk de lever. Het slachtoffer zakte meteen in mekaar en overleed reeds enkele minuten later.

Dadelijk sloegen de bandieten met hun tamelijk kleine buit op de vlucht. Een voorbijganger zag de gangsters weglopen, een in de richting van de Hallepoort, de twee andere in de tegenovergestelde richting. Deze getuige signaleerde dat het drietal vrij jong was. Ze waren allen gekleed met een jeanspak en hun haren waren enigszins gekroezeld. De daders werden eveneens opgemerkt door de eigenares van het huis juffr. Monnom, die op de eerste verdieping woont en op het traplokaal was komen kijken toen er beneden werd geschoten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 

Werden gangsters door juwelierswerk te Sint-Gillis herkend?

Na de gewelddadige overval, gepleegd maandagvoormiddag op de 59-jarige Eliane Latruffe, in haar juwelierszaak, Berekmansstraat te Sint-Gillis-Brussel, werd nog geen spoor van de drie daders gevonden.

Omdat het slachtoffer is overleden, moet de recherche zich vastklampen aan gissingen omtrent de aanleiding tot de moord.

Vreemdelingen

De juwelierster werd achter de toonbank in een hoek van het kantoor aangetroffen. Had ze zich misschien te weer gesteld toen de gangsters er met de inhoud van de toonbanklade en een hoeveelheid juwelen vandoor wilden gaan? Of was de juwelierster weggelopen om hulp te halen? Sommigen achten het niet uitgesloten dat de vrouw een van de kerels had herkend.

De daders zijn vreemdelingen, Een had zwart, kortgeknipt kroezelhaar en zijn twee trawanten hadden een getaande huidskleur en zagen er uit als Noord-Afrikanen. Het is mogelijk dat het drietal sedert enige tijd in Brussel verbleef en van zins was de juwelierster te beroven omdat ze zich aan een niet al te grote weerstand dienden te verwachten.

Er werd gemeld dat de daders na de overval, en in het bezit van een kleine buit, vanuit het Zuidstation te Brussel per trein naar Parijs zouden zijn gevlucht. Verscheidene controles bleven echter vruchteloos.

Zakdoek

Het lijkt trouwens weinig waarschijnlijk dat de daders speciaal naar Brussel kwamen om er een overval te plegen die niet veel kon opleveren. Het feit immers dat zij hun kans waagden in een zaak, waar overwegend fantasiejuwelen en armbandhorloges voor het grijpen lagen, laat veronderstellen dat het om amateurs gaat.

De lijkschouwing bracht aan het licht dat de lever van het slachtoffer werd doorboord. De kogels, ter plaatse teruggevonden, zijn van een betrekkelijk klein kaliber, nauwelijks wat zwaarder dan de projectielen van een 22 long-rifle-karabijn.

Een van deze kogels werd tegen de marmeren vloer afgevuurd. Hierbij vloog een stuk marmer aan splinters en het is best mogelijk dat een van de indringers een stuk marmer in de hand kreeg en daarbij werd gekwetst.

Dit kan misschien verklaren waarom enkele meters voorbij het huis van de overval, op de stoep, een met bloed bevlekte zakdoek werd teruggevonden. De gewonde bandiet wierp wellicht de zakdoek op straat, want voor hem betekende deze alleszins een bezwarend element in geval dat hij zou worden aangehouden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Mei 1976

Moord op juwelierster te Sint-Gillis opgelost

Twee van de drie gangsters die vorige week een gewapende overval pleegden op een juwelierszaak te Sin-Gillis en daarbij de zaakvoerster neerschoten hebben niet lang op vrije voeten gelopen. De bewakings- en opsporingsbrigade van de Brusselse rijkswacht is erin geslaagd ondanks de weinige gegevens waarover ze beschikte drie kerels in de hoofdstad aan te houden. Twee daarvan waren bij de overval rechtstreeks betrokken en de andere speelde echter een ondergeschikte rol. Een vierde kerel die wel aanwezig was bij de overval is echter nog voortvluchtig. Zijn identiteit is echter gekend. Het is geen Belg, wel een Europeaan.

Bij de drie gearresteerden zijn er twee kleurlingen, afkomstig van de Franse Antillen doch met een Frans persoonsbewijs op zak. De derde is een Tunesiër. Ze zijn alle circa 25 jaar. Veel meer is er voorlopig over deze vlugge ontknoping niet te vernemen. Alleen dit nog: de kerel die vermoedelijk de fatale schoten loste bevindt zich onder de drie aangehoudenen. Ook is door de BOB van Brussel achterhaald dat de overvallers in de buurt verbleven van de Hallepoort, niet zo ver van de juwelierszaak die ze maandag 24 mei om 10.55 uur overvielen.

Voor de speurders blijft het ondertussen nog een vraag waarom de gangsters die toch samen gemakkelijk een vrouw kunnen overmeesteren de juwelierster omver knalden. Werden de kerels, die ongemaskerd de juwelierszaak binnendrongen, door iemand verrast? Het wordt niet uitgesloten. Daarom dat het nog niet helemaal zeker is dat de daders werkelijk het inzicht hadden de juwelierster te vermoorden. Een toevallig schot dan?

De 59-jarige Mw. Latruffe, een Française, werd in de lenden door een kogel, afgevuurd uit een wapen van zwaar kaliber, getroffen. Deze doorboorde de lever en verliet het lichaam opnieuw door de linkerkant van de rug. Het slachtoffer overleed even nadien. Om de juwelierster bang te maken had een van de gangsters vooraf een schot grondwaarts afgevuurd. De kogel ketste terug en verwondde de schutter. Dit verklaart waarom in een naburige straat een bebloede zakdoek werd teruggevonden.

BOB-speurders gaan ervan uit dat de gedeeltelijk ontmaskerde bende andere hold-ups in ons land heeft gepleegd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 1 Juni 1976

25-jarige Antilliaan bekent moord op juwelierster te Sint-Gillis

Zoals we gisteren reeds meldden, leidde knap speurwerk van de Brusselse BOB tot de aanhouding van twee daders en een medeplichtige in de moord op een juwelierster, maandag 24 mei te Sint-Gillis-Brussel. Een vierde gangster is nog steeds voortvluchtig.

Het slachtoffer, de 59-jarige Mej. Latruffe, werd door een kogel geraakt in de lever. De aanrander vuurde echter nog twee andere kogels af, die tegen de vloer of tegen de muur terechtkwamen. Mej. Latruffe, die achter de toonbank in haar juwelierszaak ineenzakte, overleed reeds een paar minuten later. De daders raakten geen geld aan, maar gingen er wellicht toch vandoor met juwelen en armbandhorloges.

Bekentenis

Reeds van bij de aanvang van het onderzoek zag het er naar uit dat de daders vermoedelijk in Brussel woonden. Een típ uit het Brusselse milieu bevestigde deze veronderstelling. Een gemeubelde kamer werd te Elsene gehuurd door de hoofddader, een 25-jarige Antilliaan. Bewakingsopdrachten lieten de BOB van Brussel maandag toe de kerel op straat, op enkele meters van zijn woonplaats, in te rekenen. De man was in het bezit van een 9 mm Smith en Wesson pistool. Hij ging weldra tot bekentenissen over en verklaarde dat hij de juwelierster met zijn wapen had doodgeschoten.

Een mededader, een 25-jarige Tunesiër was reeds op O.H. Hemelvaartdag aangehouden wegens onwettig verblijf in België en werd nog niet ondervraagd over de roofmoord op de juwelierster, al staat vast dat hij er bij betrokken was. De derde dader, een Europeaan, had lont geroken en wist te ontsnappen. Zijn identiteit is echter gekend en gehoopt wordt hem weldra te kunnen aanhouden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 Juni 1976

Identiteit van roofmoordenaars te Sint-Gillis-Brussel

In gerechtelijke kringen te Brussel werden woensdag de namen vrijgegeven van de twee vreemdelingen die op 24 mei j.l., betrokken waren bij de roofmoord op de 59-jarige Eliane Latruffe te Sint-Gillis-Brussel. Het betreft de 28-jarige Antilliaan Pierre Palamede, student, geboren in Guadeloupe en de 31-jarige Tunesische restauranthouder Hasni Slaheddine. Rechter van instructie Masson, plaatste de twee vreemdelingen onder arrest wegens roofmoord.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 Juni 1976

Nieuwe versie van moord op de juwelierster te Sint-Gillis

Tijdens de wedersamenstelling van de roofmoord op de 50-jarige juwelierster Eliane Latruffe aan de Berckmansstraat te Sint-Gillis bleek dat de hoofddader, de 28- jarige Antilliaan Pierre Palamede naar het slachtoffer schoot omdat deze hem had herkend en ermee dreigde hem te gaan verklikken.

Ook een mededader, de 41-jarige Tunesiër Slahedinne Hasni, was aanwezig op de reconstructie, die werd geleid door rechter van instructie Masson, bijgestaan door substituut Derynck, wetsgeneesheer Voordecker en de h. Goffinon, van de BOB.

Bekentenissen

De juwelierster werd in de voormiddag van 23 mei door drie kerels, een Antilliaan en twee Noord-Afrikanen, overvalIen in haar winkel aan de Berckmansstraat te Sint-Gillis. De gangsters van wie één gewapend met een 9 mm-pistool, eisten niet alleen de juwelen maar ook het geld op.

Toen meende de juwelierster de man met het pistool, nl. de Antilliaan Pierre Palamede, die inderdaad in de buurt woont, te herkennen. Deze vreesde dat hij zou worden verklikt, waarop hij vuurde naar de vrouw, Een van de drie kogels doorboorde de lever van de juwellerster, die kort daarop aan de opgelopen verwondingen overleed. Dank zij een tip uit het Brusselse milieu werden twee van de drie daders vrij vlug door de BOB van Brussel aangehouden.

Palamede, die bij zijn arrestatie in het bezit was van het wapen waarmee de juwelierster werd doodgeschoten, ging vrij vlug tot bekentenissen over.

Tijdens de wedersamenstelling woensdagvoormiddag verklaarde hij evenwel, dat niet hij maar de derde man, de thans voortvluchtige Noord-Afrikaan, de juwelierster had neergeknald. Toen werd gevraagd hoe het kwam dat bij zijn aanhouding hij in het bezit was van het wapen van de misdaad, bleef hij elk antwoord schuldig.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Juni 1976

Brusselse restauranthouder veroordeeld

Te Nijvel is de Brusselse restauranthouder van Franse nationaliteit Sorv Sow veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf en zijn echtgenote tot een maand met uitstel wegens heling. Sory Sow had zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een kunstdiefstal ten huize van de h. Christian Deponcheel te Piétrebais. De voornaamste beschuldigde in deze zaak is de Fransman Pierre Bistoquet, alias Palameda, die bovendien de vermoedelijke moordenaar van een juwelierster te Sint-Gillis is. Voor deze laatste misdaad zal hij zich voor het Parijse Hof van Assisen moeten verantwoorden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Maart 1977

Noord-Afrikanen naar Assisenhof verwezen

De kamer van in beschuldigingstelling bij het Hof van Beroep te Brussel, verwees de Noord-Afrikanen Hasni, Chennine, naar het Hof van Assisen van Brabant, waar hun proces mogelijk reeds in december zal worden behandeld. Het tweetal had te maken met het doodschieten van de Franse Eliane Latruffe, in de juwelierszaak aan de Berckmansstraat te Sint-Gillis, in mei 1976 en dit tijdens een mislukte overval.

Twee Fransen, die rechtstreeks bij deze overval waren betrokken, de genaamde Morvan en Bistoquet, zijn opgesloten in Frankrijk. Verwacht wordt dat ze over enkele maanden voor het Hof van Assisen te Parijs zullen terechtstaan voor de feiten die ze in Sint-Gillis pleegden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Oktober 1977

Moord op juwelierster komt maandag voor Assisenhof van Brabant

Twee beklaagden die betrokken waren bij de overval met dodelijke afloop, gepleegd op 24 mei 1976 op de juwelierster Eliane Latruffe aan de Berckmansstraat 84 te Sint-Gillis, zullen van maandag a.s. af verschijnen voor het hof van assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Terlinden. Het betreft de 33-jarige Tunesiër Slaheddine Hasni, restaurantuitbater wonende Defacqzstraat te Elsene, en de 29 - jarige Algerijn Sadek Chennine, zonder gekend beroep of woonplaats in België.

Bij de overval waren in feite vier gangsters betrokken. Behalve de reeds vernoemde Hasni en Chennine, werd er ook nog aan deelgenomen door twee Fransen, Bistoquet en Morvan, genaamd. Bistoquet was het trouwens die de juwelierster doodschoot, toen de vrouw, om zich te verweren, haar hond wilde losmaken, doch zowel Bistoquet als Morvan werden achteraf in Parijs aangehouden, en zullen door een Frans hof van assisen worden berecht.

Nadat mevrouw Latruffe was neergeschoten, zag Hasni, die de wacht optrok, plots een medebewoner van het huis de trap afkomen Hasni sloeg alarm, zodat de daders op de vlucht sloegen zonder blijkbaar een diefstal te hebben kunnen plegen. Anderzijds schijnt de rol van Chennine zich hoofdzakelijk te hebben beperkt tot die van tipgever en heler.

De verdediging van Slahedinne Hasni wordt waargenomen door mrs Humblet en Debontridder, Voor Sadek Chennine pleiten Mrs Helène Hauptmann en Fraindorge. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal De Le Court. Er worden een dertigtal getuigen ondervraagd, en de debatten zullen drie dagen duren.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 December 1977

Tunesiër en Algerijn op beklaagdenbank

Voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Terlinden, verschenen maandag twee beklaagden, betrokken bij de overvallen met dodelijke afloop, gepleegd op 24 mei 1976 op de 52-jarige juwelierster Eliane Lafruffe, in haar winkel, Berckmansstraat te Sint-Gillis.

Detwee beklaagden zijn de 32-jarige Tunesiër Slahedinne Hasni, restaurantuitbater, ingeschreven de Facqzstraat te Elsene, en de 28-jarige Algerijn Sadek Chennine, zonder gekend beroep of woonplaats in België. Twee andere daders die aan de overval deelnamen, namelijk Bistoquet, die de juwelierster doodschoot, en Morvan zijn thans aangehouden in Parijs en zulIen er weldra voor het plaatselijk hof van assisen voor de feiten te Sint-Gillis verschijnen.

Leraar en hotelier

Na de voorlezing van de akte van beschuldiging door griffier Deschuyffeleer, begon voorzitter Terlinden met de ondervraging van de twee beklaagden.

Van Hasni kon aldus vernomen worden dat hij in zijn land van herkomst, Tunesië, hoger middelbaar onderwijs genoot en er twee jaar als leraar werkte. Hij verliet zijn geboorteland in 1967 en verbleef vervolgens afwisselend in Parijs en Brussel. In 1975 nam hij samen met een vennoot het restaurant La Tomate te Elsene over. Hij vond meestal ontspanning in allerlei drankgelegenheden waar hij o.m. Bistoquet en Morvan leerde kennen.

Van zijn kant bekwam Chennine in zijn land van herkomst, Algerije, het diploma van hoteluitbater. Hij verliet zijn geboorteland in 1974 en veranderde ondertussen tot viermaal toe van vrouw, van wie de eerste drie hem telkens één of meerdere kinderen schonken. Op het ogenblik van de feiten woonde hij met een stripteaseuse te Sint-Gillis. Zowel in Algerije als in Brussel liep hij veroordelingen op wegens diefstal.

Mislukt

Ondervraagd over de feiten zegde Hasni dat hij tot driemaal toe het bezoek kreeg van Bistoquet, alvorens uiteindelijk als gevolg van financiële moeilijkheden zijn toestemming te geven tot deelneming aan de overval van Mw. Latruffe. Bistoquet had hem trouwens beloofd dat er geen wapens zouden worden getoond. Doch toen Hasni in de wagen van Bistoquet naar de plaats van de overval reed, merkte hij dat laatstgenoemde in het bezit was van twee vuurwapens en een springmes, wat hem vreselijk bang maakte. Hij zou het springmes dat hem werd overhandigd onderweg door een openstaand raampje van de wagen naar buiten hebben gegooid.

Toen Hasni, samen met Bistoquet en Morvan, de juwelierszaak was binnengekomen, begon de uitbaatster om hulp te roepen. Bistoquet greep haar vast om haar het zwijgen op te leggen. Toen de vrouw even later haar hand wilde losmaken om zich beter te verdedigen schoot Bistoquet haar neer.

Al was voordien beloofd dat de buit in drie gelijke schijven zou worden verdeeld, kregen de indringers niet meer de kans om wat dan ook te roven gezien ondertussen medebewoners van het huis de trap afkwamen. Om zijn aftocht te dekken schoot Morvan toen nog een kogel naar de vloer in de hal van het gebouw.

Wat Chennine betreft, die terechtstaat als tipgever en heler, deze verklaarde telkens het verzoek van Bistoquet om aan de overval deel te nemen te hebben afgewezen. Wegens deze weigering wilde Bistoquet zich achteraf op hem wreken door hem te beschuldigen van medeplichtigheid. Volgens Chennine werd de plaats van de feiten een paar dagen voordien verkend door het vriendinnetje van Bistoquet.

Getuigenverhoor

Als eerste getuige kwam onderzoeksrechter Masson aan het woord. De hoofddader Bistoquet, aldus getuige, was een van de 9 gedetineerden, die begin september 1976 uit de gevangenis van Vorst ontsnapten. Enkele weken later werd hij in Parijs aangehouden samen met Heyrigers. Bistoquet bekende toen niet enkel de juwelierstier Latruffe te hebben neergeschoten maar gaf ook toe samen met Heyrigers een diamantair aan de Kunstberg te Brussel te hebben overvallen.

Volgens wetsgeneesheer-psychiater Owieczka zijn zowel Hasni als Chennine verantwoordelijk voor hun daden. Wapendeskundige Pletinckx had het over de trommelrevolver punt 38, waarmee het slachtoffer vanop 60 cm werd doodgeschoten. Gerechtelijk commissaris Tack en gerechtelijk officier Collignon hadden het over de hond van het slachtoffer, een sterk gebouwde Duitse scheper, die met een leiband aan een stoel was vastgemaakt, maar die erg rustig bleef tijdens de overval.

Vandaag gaat het getuigenverhoor verder.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 December 1977

Laatste getuigen in proces tegen Hasni en Chennine

In het proces van de 32-jarige Tunesiër Slaheddine Hasni en de 28-jarige Algerijn Sadek Chennine, kwamen dinsdag de laatste getuigen aan het woord voor het Hof van Assisen van Brabant. Beide beklaagden staan terecht i.v.m. de overval met dodelijke afloop, gepleegd op 24 mei 1976, op de 59-jarige juwelierster Eliane Latruffe aan de Berckmansstraat te Sint-Gillis.

Eerste getuige was wetsgeneesheer Voordecker, die verklaarde dat het slachtoffer overleed aan de gevolgen van een inwendige bloeding. De dood trad na een paar minuten in, maar het slachtoffer was voordien bij machte nog enkele woorden te spreken. Een kogel die accidenteel zou zijn afgevuurd, kwam de wetsgeneesheer als heel onwaarschijnlijk voor.

Mw. Annemarie Févry verklaarde dat ze op het ogenblik van de overval bij haar vriendin op de eerste verdieping boven de juwelierszaak vertoefde. Plots hoorde ze tot tweemaal toe schieten, gevolgd door een harde schreeuw en het blaffen van een hond.

Getuige ging met de eigenaarster de trappen af om te zien wat er gebeurde, maar de daders waren ondertussen op straat verdwenen, waar nog een derde schot werd gehoord. Vervolgens kwam Saphia, het vriendinnetje van Bistoquet, de man die thans in Parijs is aangehouden, en die de juwelierster doodschoot, als getuige vertellen dat ze niets met de zaak te maken heeft. Beklaagde Chennine beweert immers dat niet hij, maar wel Saphia plaats van de hold-up enkele dagen voór de feiten ging verkennen.

Laatste getuige was de vierde vrouw van Chennine, een Algerijnse. Ze beschreef Chennine als een aangenaam man die zich steeds erg vriendelijk gedroeg in haar gezelschap. Slechts maanden na zijn aanhouding vernam ze waarom hij zat opgesloten, nl. als tipgever.

Het arrest wordt verwacht voor hedenavond.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 December 1977

Tien jaar dwangarbeid voor Hasni, tien jaar opsluiting van Chennine

Woensdagavond heeft het Assisenhof van Brabant uitspraak gedaan in de overvalzaak op een juwelierswinkel te Sint-Gillis-Brussel, op 24 mei 1976, waarbij de uitbaatster, de 52-jarige Eliane Latruffe, werd doodgeschoten. Nadat de jury de Algerijn Sadek Chennine noch de Tunesiër Siahedinne Hasni schuldig had bevonden aan opzettelijke doodslag, werden zij veroordeeld tot respectievelijk tien laar opsluiting en tien jaar dwangarbeid.

Mr. Versluys, uit naam van de burgerlijke partij, de familie van het slachtoffer, Eliane Latruffe, zegde dat de doodgeschoten juwelierster alles bezat om nog lang en gelukkig te leven. De daders zijn kerels die een gevaar voor de maatschappii betekenen. Wat beklaagde Hasni betreft, bestaat er niet de minste twijfel over zijn schuld. Hij sprak achteraf zijn spijt uit over het gebeuren.

Het staat vast dat hij aanwezig was op de plaats van de feiten en optrad als mededader van Bistoquet, de man die de juwelierster doodschoot.

Voor Chennine is de toestand enigszins anders. Hij weigert enige bekentenis af te leggen, maar uit de verklaringen van Bistoquet zelf blijkt voldoende dat hij medeplichtig is in deze zaak.

Advocaat-generaal Delecourt maakte in zijn rekwisitoor een onderscheid tussen de hoedanigheid van mededader medeplichtige. Een mededaders iemand die rechtstreeks bij de feiten is betrokken, wat het geval is voor Hasni. En een medeplichtige is iemand die niet rechtstreeks aan deelneemt, maar van wie de inlichtingen de feiten mogelijk maken of in de hand werken, zoals dit door Chennine gebeurde.

Twijfel

Volgens de openbare aanklager kan niet voldoende worden bewezen dat bij de overval enige buit werd gemaakt. Derhalve kan alleen een poging tot diefstal, met de omstandigheid van een opzettelijke doodslag, worden weerhouden. Daarvoor is een maximumstraf voorzien van levenslange dwangarbeid.

Mr. Humblet, eerste advocaat van beklaagde Hasni, beschreef zijn cliënt als de man die een gelukkige jeugd kende, als zoon van een rijke landbouwer en later twee jaar lang als leraar in zijn geboorteland werkte. Hij kwam naar België met de bedoeling een diploma te verwerven ofwel rijk te worden. Samen met een Belgisch vennoot nam hij een restaurant over, wat hem nochtans financiële moeilijkheden berokkende.

Toen hij op zekere dag het bezoek kreeg van Bistoquet, in het gezelschap van een rijk geklede Europese vrouw - beiden waren meteen luxueuze Mercedes ter plaatse gekomen - wist hij helemaal niet dat hij tegenover een man uit de onderwereld stond. Bistoquet, die zich liet doorgaan als muzikant, werd de vriend van Hasni, met alle gevolgen van dien.

Mr. Debontridder die als tweede advocaat voor Hasni pleitte, had het over de bescheiden rol van zijn cliënt bij de overval. Er werd overeengekomen dat Bistoquet de juwelierster alleen maar zou in bedwang houden. Indien Bistoquet de juwelierster doodschoot, kan Hasni niets ten laste worden gelegd.

Hasni bevond zich in de gang bij de winkel toen het slachtoffer werd neergeschoten. En men mag hem niet verantwoordelijk stellen voor feiten die hij zelf niet heeft gewild.

Wraak

Mr. Hélène Hauptmann, die pleitte voor Chennine, zegde dat haar cliënt reeds enkele maanden na zijn aanhouding door het parket in vrijheid werd gesteld omdat men twijfelde aan zijn schuld. Indien hij thans is aangehouden dan is het alleen omdat hij onwettig in ons land verbleef.

De veronderstelling, dat hij als tipgever voor de overval optrad, berust uitsluitend op de verklaringen die Bistoquet onmiddellijk na zijn arrestatie aflegde. Bistoquet wilde zich op Chennine wreken, want hij dacht dat deze hem verklikt had bij de politie. Gezien er een ernstige twijfel bestaat over de schuld van Chennine, moet hij worden vrijgesproken.

Mr. Graindorge, tweede advocaat van Chennine, sprak eveneens de overtuiging uit dat zijn cliënt volledig onschuldig is, betreffende de feiten die hem ten laste worden gelegd, en derhalve een vrijspraak verdient.

De ziel van het slachtoffer

Na de gebruikelijke replieken hadden beide beklaagden nog wat te zeggen. Hasni verklaarde overtuigd te zijn dat de ziel van het slachtoffer het hele proces bijwoonde en dat hij in aanwezigheid van deze onzichtbare ziel steeds de waarheid zegde. Liegen in aanwezigheid van een ziel is een grote zonde, verklaarde hij nog.

Van zijn kant maakte Chennine het verwijt aan de burgerlijke partij, hem af te schilderen als een gewelddadig iemand en een Don Juan, die tien jaar geleden een veroordeling opliep voor feiten die niet eens bewezen zijn.

Voorzitter Terlinden las toen de zeven vragen voor die de jury diende te beantwoorden: De eerste vraag hield verband met de mogelijke schuld van Hasni bij het opzettelijk doodschieten van het slachtoffer; de tweede vraag verwees naar de mogeliike schuld van Hasni bij de poging tot diefstal; de derde vraag naar de mogelijke schuld van Chennine bij de poging var diefstal; de vierde, vijfde en zesde vraag verwezen telkens naar de poging tot diefstal met de verschillende bezwarende omstandigheden; de zevende vraag ten slotte hield rekening met de mogelijkheid dat het slachtoffer accidenteel werd neergeschoten.

Na een beraadslaging die 40 minuten duurde wordt Hasni veroordeeld tot 10 jaar dwangarbeid en Cheninne tot 10 jaar opsluiting.

Na een beraadslaging, van 1.40 u. antwoordde de jury negatief op de eerste en de zevende vraag en positief op de vijf overige vragen. Derhalve worden Hasni, noch Chennine schuldig bevonden aan de opzettelijke doodslag op Eliane Latruffe. Doch zowel Hasni, als mededader, en Chennine als medeplichtige, werden schuldig bevonden aan een poging tot diefstal met de omstandigheid dat deze werd gepleegd met geweld of bedreiging door twee of meerdere personen en dat wapens werden getoond gebruikt.

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 December 1977

Moord op Brusselse juwelierster voor Assisenhof van Parijs

Voor het Assisenhof van Parijs verschijnen sedert dinsdag twee Guadeloupers, Pierre Bistoquet en Michel Morvan wegens moord op de 59-jarige Brusselse juwelierster Eliane Latruffe. De vrouw werd tijdens een roofoverval in haar zaak op 24 mei 1976 doodgeschoten.

Bistoquet gaf toe dat hij het wapen van de misdaad hanteerde, maar tijdens het gerechtelijk onderzoek had hij gezegd dat het per ongeluk was afgegaan, toen hij het uit de handen van de juwelierster wilde trekken. Later beweerde hij nog dat Morvan geschoten had.

Bistoquet ontkende dinsdag dat hij had deelgenomen aan een andere roofoverval, op 2 februari 1976 bij Maurice Toledo te Etterbeek. Bij Toledo werden voor 2 miljoen fr. juwelen gestolen door de Belgen Sirry Sow en Jacques Hergers, en een kleurling.

De moord op Mw. Latruffe is evenwel niet opgelost. Bistoquet geeft alleen toe dat hij deelnam aan de poging tot roof in het gezelschap van Morvan en twee anderen. Die twee anderen, Sadek Channine en Sahedinne Hasni, kregen voor het Assisenhof van Brabant in december 1977 respectievelijk tien jaar gevangenis en tien jaar dwangarbeid. Bistoquet en Morvan moeten voor het Assisenhof van Parijs verschijnen, omdat zij van Franse nationaliteit zijn en in Frankrijk werden aangehouden.

Hoewel de feiten in België plaats hadden, is er geen uitlevering.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Maart 1981

4

(2 replies, posted in Bende Farcy)

François mag niet getuigen

Voor de 21ste kamer van de correctionele rechtbank te Brussel begon het proces tegen 13 drughandelaars. Er waren maar vijf van hen aanwezig. Onder hen de 55-jarige Joseph Vienne, technisch raadgever uit Elsene, die ook genoemd werd in de zaak tegen rijkswachtcommandant François van de drugbrigade.

De andere vier aanwezige beklaagden waren Evariste Cirilli (32) zonder gekende woonplaats of beroep, Marin Denis (36), maatschappijbeheerder, zonder gekende woonplaats, Albert Bouckaert (50), handelsvertegenwoordiger uit Elsene en Henri Faberes (38), cafébaas uit Sint-Pieters-Woluwe. Ze worden ervan beschuldigd heroïne getransporteerd en verbruikt en verhandeld te hebben. Ze maakten deel uit van een internationale drugbende. Marin Denis werd ook beschuldigd van het bezit van 167 methadontabletten en 250 gram cannabis evenals van heling van identiteitskaarten, paspoorten en een rijbewijs gestolen ten nadele van de Belgische staat en van een zegel van de gemeente Elewijt.

Van de vijf aanwezigen bekende alleen Vienne de meeste hem ten laste gelegde feiten. Denis gaf alleen de heling toe. Voorzitter Joosten van de rechtbank zei dat ze allemaal deel uitmaakten van de internationale drugbende die onder leiding stond van de thans voortvluchtige Franse antiquair Albert Farcy. In 1977 en 1978 liet Farcy uit Bangkok (Thailand) aanzienlijke hoeveelheden heroïne naar België smokkelen bestemd voor doorvoer naar Nederland en Noord-Frankrijk.

Sommigen haalden de drugs in Bangkok op en anderen zorgden voor de doorvoer en de voortverkoop. Vienne werd in Karachi (Pakistan) aangehouden en werd daar veroordeeld tot drie jaar cel. Na het uitzitten van zijn straf werd hij aan België uitgeleverd.

De verdediging van de beklaagden vroegen de rechtbank rijkswachtcommandant François en rijkswachtadjudant Goffinon als getuigen op te roepen. De rechtbank ging daarop niet in omdat het nut van die getuigenissen niet was bewezen. François, die zelf al veroordeeld werd in verband met drughandel, en Goffinon werden overigens in het vooronderzoek van deze zaak voldoende ondervraagd en gehoord.

Op 24 november komen openbaar ministerie en verdediging aan het woord.

Bron: Standaard | 18 November 1982

5

(168 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

Staatsveiligheid loochent alles

De administrateur-directeur-generaal van de Openbare Veiligheid, de h. Albert Raes, heeft in een mededeling elke betrokkenheid van de Staatsveiligheid bij criminele dossiers, die de jongste dagen sterk in de belangstelling kwamen, ontkend.

Hij zegt over geen enkel element te beschikken dat toelaat te beweren dat “één of meer van zijn agenten op eender welke wijze zouden tussengekomen zijn bij het huren van garages of bergplaatsen die voor misdadige doeleinden werden gebruikt”. Daarmee ontkent de chef van de Staatsveiligheid in elk geval de betrokkenheid in de zaak Mendez.

Voorts staat in de mededeling dat hij evenmin het bestaan kan vaststellen “van enige clandestiene verbindingskanalen tussen zijn diensten en personen, die in deze zaak verdacht of beschuldigd zijn van misdrijven”.

Volgens de administrateur-directeur-generaal van de Openbare Veiligheid vormt de aanwezigheid van identiteitsbewijzen van leden van zijn diensten op bepaalde lijsten, die een tijd geleden werden ontdekt, “geenszins het bewijs voor verdachte bindingen of medeplichtigheid met misdadige verenigingen of personen”, zo besluit het communiqué.

De verklaring van de chef van de Openbare Veiligheid heeft reeds reacties losgemaakt bij speurders en ook bij gewezen BOB'ers. Zo o.m. bij François Raes, een gewezen BOB'er die in Brussel jarenlang heeft samengewerkt met Madani Bouhouche, Robert Beijer en Christian Amory, alle drie nu betrokken in de zaak Mendez.

François Raes is nooit bang geweest sommige zaken openbaar te maken. In augustus 1979 stapte hij naar het parket van Brussel om allerlei scheefgroeiingen bij het drugbureau aan te klagen, een zaak waarbij een officier en enkele onderofficieren betrokken waren. Raes heeft zijn openheid later moeten bekopen. Hij verliet op 1 juli 1982 op eigen initiatief de rijkswacht.

“Ik werd verwijderd”, zo zei Raes dinsdag in Brussel “omdat ik op te veel goede pistes zat; omdat ik te veel wist.”

“Als de baas van de Staatsveiligheid nu zijn mannen verdedigt, vind ik dat een normale gang van zaken, maar zijn argumentatie is aanvechtbaar. Hij beweert juist  het tegenovergestelde van wat privé-detective Robert Beijer en enkele leden van Westland New Post zeggen. Wie liegt er nu?”, zo vraagt François Raes zich af.

Hoewel hij Madani Bouhouche, Robert Beijer en Christian Amory goed heeft gekend en samen met hen heel wat onfrisse zaken heeft opgehelderd, acht hij het drietal toch in staat om inderdaad betrokken te zijn bij sommige misdrijven die hen nu worden ten laste gelegd. Volgens hem handelden ze echter zeker in opdracht.

“Om zulke feiten te plegen moet men de bescherming genieten van hogerhand”, aldus François Raes.

De gewezen rijkswachter gaat nog verder: “Zoals in 1940, toen bij het uitbreken van de oorlog in alle gelederen heerschappen van de vijfde colonne opdoken, zo zijn er ook nu verdachte kerels die overal sleutelposities innemen, in privé-diensten, administratie, ordediensten, ministeriële departementen, enz.”

Bultot

Bloedige raids, zoals die van de Bende van Nijvel, kunnen niet worden uitgevoerd als er niemand bescherming verleent, aldus de ex-rijkswachter, die voorts van mening is dat het niet sturen van adjudant-chef Guy Goffinon naar Paraguay om daar Jean Bultot te verhoren één van de grootste vergissingen was van justitie.

“Indien Goffinon Bultot aan de tand had mogen voelen, dan zou de ganse waarheid nu al bekend zijn.” Volgens Raes staat Bultot nog een trapje hoger dan Bouhouche en co.

Voorts vermoedt François Raes dat er een geweldige druk wordt uitgeoefend op magistraten die met het onderzoek naar de Bende van Nijvel zijn betrokken. “Hoe veel onderzoeksrechters zijn er al niet geweest, die zich met het dossier hebben beziggehouden? Telkens ze een ernstig spoor hadden ontdekt werd hen het onderzoek afgenomen.”

Raes, die bij de BOB steeds een goede naam had, kan niet begrijpen waarom de generale staf van de rijkswacht ten tijde van de bloedige misdaden van de Bende van Nijvel steeds op haar opsporingsberichten de woorden “Niet Dringend” vermeldde.

“Acht doden in Aalst en de generale staf seinde naar alle districten en brigades opsporingsberichten die niet dringend waren…”

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Januari 1988

6

(201 replies, posted in 1983)

JML wrote:

Waar haalt u die informatie vandaan? In de show 'indices' vertelt een getuige die vlak naast meneer Vermaelen stond de scène en zegt niet dat meneer Vermaelen weerstand heeft geboden.

Dat staat uitgebreid beschreven in de reconstructie van de feiten » Beersel

7

(14 replies, posted in 1980-1989)

Garagebewaker neergeschoten te Zinnik

Omdat vlakbij de garage van zijn zoon aan de steenweg naar 's Gravenbrakel te Zinnik reeds verscheidene malen was gestolen, trok Albert Van Lint er 's nachts de wacht op. Omstreeks 3u. hoorde hij een verdacht geluid en zag een wagen met twee inzittenden.

Bij wijze van waarschuwing vuurde de man een luchtschot af met zijn jachtgeweer. Dadelijk daarop werd hijzelf echter getroffen door een lading hagel, eveneens afkomstig uit een jachtgeweer. Dat wapen hoorde toe aan een der inzittenden.

Van Lint werd in de longen getroffen en moest worden opgenomen in een ziekenhuis. Uit het onderzoek bleek dat de daders nog over een tweede wapen beschikten.

Bron: Het Laatste Nieuws | 20 September 1982

8

(636 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Het is blijkbaar heel moeilijk om te kunnen toegeven: "sorry, ik heb me vergist, deze piste is niet de juiste". Nee, in plaats daarvan worden er nutteloze tegenexpertise gevraagd en wordt het vertrouwen in de Belgische justitie ondermijnd.

"In het rapport dat wij kregen van de Belgische onderzoeksrechter wordt niet aangetoond waarom het DNA-onderzoek negatief is."

'k Zal het even uitleggen voor mr. Ramaël: de Belgische justitie heeft de familieleden van de broers Sliman laten opgraven. Daarna is er in een laboratorium een DNA-onderzoek gebeurd om te zien of er een gelijkenis is tussen de DNA-sporen in het Bende-onderzoek en het DNA van de familie Sliman.

Dit onderzoek was negatief en dat heeft de onderzoeksrechter laten weten.

(...) Het onderzoek naar de Bende van Nijvel werd in juni 2024 door het federaal parket officieel afgesloten bij gebrek aan sporen. Maar de kamer van inbeschuldigingstelling (KI) in Bergen stemde eind 2025 in met de vraag van Ramaël om de lichamen van de ouders van de overleden broers en van Xavier Sliman zelf op te graven voor DNA-onderzoek.

Thierry Sliman werd gecremeerd. Op hem was dus geen DNA-onderzoek mogelijk. Het onderzoek werd uitgevoerd en eind juli raakte bekend dat de resultaten van een vergelijking met verschillende DNA-sporen uit het Bende-onderzoek negatief waren.

Hetzelfde type wapen

Ramaël wil zich niet neerleggen bij die resultaten. “In het rapport dat wij kregen van de Belgische onderzoeksrechter wordt niet aangetoond waarom het DNA-onderzoek negatief is. Er staat nergens in hoe dat onderzoek gebeurde. Wij vragen nu dat de onderzoeksrechter een tegenexpertise laat doen in Frankrijk of Duitsland.”

Lees hier het hele artikel » Nieuws

9

(21 replies, posted in 1980-1989)

Advocaat Ramaël op de persconferentie gisteren:

(...) Ramaël vraagt ook om de onopgeloste moord op Maurice Douillet in Ittre toe te voegen aan het onderzoek. Douillet werd vermoord op 15 februari 1984 in zijn appartement. “Hij werd doodgeschoten met een kogel achter het oor. Zijn moordenaars hadden eerst nog gegeten bij hem thuis. Ook in de zaak van de Bende van Nijvel vinden we vergelijkbare moorden, gepleegd met hetzelfde type wapen. Maar er is nooit onderzocht of er een verband is met de moord op Douillet.”

Lees hier het hele artikel » Nieuws

Het onderzoek naar de moord op Maurice Douillet is al lang toegevoegd aan het Bende-onderzoek. Het onderzoek dat Ramaël vraagt, is al lang gebeurd.

Voormalig politiecommissaris legt Franse piste in nieuw boek over Bende van Nijvel bloot: “Ze lieten hem vrij met een zeer zwak alibi”

Wat als de daders van de 28 moorden die de Bende van Nijvel tussen 1982 en 1985 pleegde, Fransen waren? Die hypothese staat centraal in De Bende van Nijvel, de Franse connectie, het nieuwe boek ‘Les tueurs du brabant, les fillière française’ van voormalig federaal politiecommissaris Jean-Pierre Adam en Nicolas Keszei. Adam blikt daarin terug op meer dan twintig jaar onderzoek en uit zijn teleurstelling over het uitblijven van een reactie van justitie op zijn bevindingen. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws