1

(306 replies, posted in Algemeen)

(...) Het federaal parket stelde in het jaarverslag van 2018 expliciet dat het onderzoek volgend jaar klaar moet zijn als men tot een vonnis wil komen. “Bij de federalisering van het dossier was dan ook reeds een plan opgemaakt van de toekomstige structuur waarbinnen de onderzoekers zouden functioneren, alsook van de grote lijnen van het onderzoeksopdrachten zelf. (..) Hierbij werd ook duidelijk gesteld dat aangezien het dossier in 2025 definitief verjaart, en het uiteindelijke doel van het dossier moet zijn om tot vervolging en berechting van de daders te komen, het onderzoek klaarheid dient scheppen tegen 2022, gezien zeker 3 jaar nodig zijn om tot een vonnis te komen. Een tweede conditio sine qua non was de beschikking over voldoende speurders, analisten en materieel.”

In het jongste jaarverslag van 2019 wordt niet meer in detail gegaan over de nakende verjaring. “Het onderzoeksplan dat tot op vandaag nog steeds wordt gehanteerd bestaat erin dat er heel fel wordt ingezet op de nieuwe wetenschappelijke mogelijkheden om sporen verder uit te putten. Anderzijds worden de nieuwste opsporingsmethodes gebruikt om het onderzoek naar de daders/opdrachtgevers van de feiten vooruit te helpen”, meldt het jaarverslag.

Bron: Het Nieuwsblad | 9 November 2021

2

(7 replies, posted in Westland New Post)

De markies, de maarschalk en de gravin

Tijdens de militaire dictatuur van Augusto Pinochet (1974 -1990) zat in elke Chileense ambassade een agent van de DINA, de sinistere geheime politie. Die maakte, in samenwerking met extreemrechtse groepen, jacht op politieke tegenstanders in het buitenland. De Brusselse ambassade vormde daarop geen uitzondering.

Excentriek, flamboyant, turbulent, megalomaan. Markies George de Cuevas was het allemaal. Geboren in Santiago de Chili als Jorge Cuevas Bartholin, trok hij in de jaren 1920 naar Europa. In Parijs vond hij een baantje bij het modehuis van de Russische prins Felix Joesoepov, in Londen werkte hij als secretaris op de Chileense ambassade. Hoewel homo, trouwde hij in 1927 met de steenrijke Margaret Rockefeller Strong, een kleindochter en erfgenaam van John D. Rockefeller. Op de dag van zijn huwelijk kreeg (of kocht) hij de titel van ‘markies de Piedrablanca y Guana de Cuevas’ van de Spaanse koning Alfonso XIII.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verhuisde De Cuevas naar New York en verwierf de Amerikaanse nationaliteit. Enkele jaren later begon hij met het Grand Ballet du Marquis de Cuevas, ook bekend als het Grand Ballet de Monte Carlo. Met dat beroemde balletgezelschap toerde hij in de jaren 40 en 50 de wereld rond. De markies wist hoe hij zijn public relations moest verzorgen. In 1953 gaf hij bijvoorbeeld een gemaskerd bal in Biarritz voor tweeduizend celebrities, uitgedost in historische kostuums. En op 72-jarige leeftijd besloot hij na een artistiek meningsverschil een duel met de sabel uit te vechten met een Franse choreograaf, in aanwezigheid van vijftig persfotografen.

Infiltrant vlucht naar Chili

Niemand had ooit gehoord van Paul Latinus, tot het Belgische linkse weekblad Pour hem in januari 1981 ontmaskerde als een extreemrechtse militant en infiltrant in progressieve milieus. Latinus, een protégé van politicus Paul Vanden Boeynants (CVP), werkte op dat moment op het kabinet van de Brusselse staatssecretaris Cécile Goor (cdH). Nucleair ingenieur Latinus bleek een van de leiders van de inlichtingendienst van het extreemrechtse Front de la Jeunesse te zijn, én een informant van de Staatsveiligheid. Na het artikel in Pour sloeg Latinus in paniek: hij besloot meteen het land te verlaten en samen met zijn Spaanse vriendin onder te duiken in Chili.

“Hij verdween spoorloos en sloeg letterlijk op de vlucht alsof zijn leven in gevaar was”, schreef De Morgen. “Latinus vroeg commissaris Christian Smets van de Staatsveiligheid om hulp om clandestien het land uit te geraken. Smets wees dit af. Het was uiteindelijk een oude vriend, Jean-Francis Calmette, die hem naar Frankrijk bracht.” De Fransman Calmette, die optrad als instructeur vechtsporten voor extreemrechtse militanten en rijkswachters van de Groep Dyane, bracht Latinus en zijn vriendin Elena met zijn auto naar de luchthaven van Parijs, waar ze het vliegtuig namen naar Santiago.

In Chili werden ze opgevangen door de ‘familie van de danser’, zo verklaarde onderzoeksrechter Jean-Michel Schlicker aan de eerste parlementaire onderzoekscommissie naar de Bende van Nijvel, zonder evenwel te weten hoe die familiebanden precies in elkaar zaten. George de Cuevas zelf was toen al lang overleden. Latinus bleef ongeveer vijf weken in Chili, van eind januari tot begin maart 1981. Volgens Schlicker waren de De Cuevas “niet ingenomen met de Belgische gasten, die ’s ochtends eeuwen in bed bleven liggen”. Dat werd bevestigd door het weekblad Le Vif/L’Express: “Latinus was een mythomaan en een alcoholist, en gedroeg zich als een pummel. Wat niet belette dat hij kon rekenen op bescherming door de DINA, de Chileense geheime politie.”

De Dirección de Inteligencia Nacional (DINA), vanaf 1977 omgedoopt tot Central Nacional de Informaciones (CNI), stond bekend als de Chileense Gestapo. De dienst was verantwoordelijk voor vele duizenden martelingen, ontvoeringen, moorden, verdwijningen en andere schendingen van de mensenrechten.

Aan commissaris Georges Marnette van de Brusselse gerechtelijke politie verklaarde Latinus achteraf dat hij in Chili contact had gehad met zijn chefs. Naar eigen zeggen was Latinus op zijn 17de al gerekruteerd door “een buitenlandse organisatie, die zich tot doel had gesteld met alle beschikbare middelen het Sovjet-Russische communisme te bestrijden”. Aan het gerecht verduidelijkte Latinus dat hij “al sinds jaren zijn orders ontving van het Defense Intelligence Agency”, de Amerikaanse militaire geheime dienst.

Zijn chefs lieten hem kiezen tussen in Chili blijven of terugkeren naar België om de top van de Staatsveiligheid in diskrediet te brengen en ‘op te blazen’. “Hij koos voor het laatste op voorwaarde dat de Franstalige christendemocraten hem zouden steunen als hij Pour zou aanvallen”, stelde De Morgen.

“Uiteindelijk diende hij toch geen klacht in tegen Pour, zijn politieke missie was belangrijker. Hij kreeg precisie over zijn zending. Hij moest een nieuwe groep oprichten, een mix van nostalgische nazi’s en harde elementen van extreemrechts, die zo veel indruk moest maken op de Staatsveiligheid dat de leiding uitgedaagd zou worden tot fouten die haar fataal zouden worden. In het eindstadium zou de operatie zo veel weerzin moeten opwekken dat ze onmogelijk in de doofpot kon worden gestopt.”

Terug in ons land voerde Latinus zijn opdracht uit. Hij richtte Westland New Post (WNP) op, een clandestiene extreemrechtse groep bestaande uit de meest radicale figuren uit het intussen opgedoekte Front de la Jeunesse en een aantal beroepsmilitairen, aangevuld met enkele oudere neonazi’s. WNP, dat vier jaar lang onder de radar kon blijven, paste tactieken toe die lijken op die van een ‘red team’. De term komt uit de VS en wordt gebruikt voor oefeningen in het leger en bij de inlichtingendiensten. Een red team voert simulaties uit om de eigen organisatie en de beveiliging of verdediging ervan uit te testen. Het speelt dan de rol van vijand, die de organisatie aanvalt. Doel van WNP was zogenaamd de bestrijding van communistische infiltratie, meer bepaald van de Sovjet-Russische KGB, binnen het leger, de rijkswacht en de Staatsveiligheid. In de nieuwe organisatie gaf Latinus zichzelf de titel van maarschalk.

Westland New Post

WNP hield zich bezig met het stelen van geheime Navo-telexen, het verzamelen van inlichtingen over zowel voor- als tegenstanders, oefeningen in het schaduwen en observeren van personen, paramilitaire trainingen en het smokkelen van wapens, munitie en explosieven. Er werden ook plannen gemaakt voor de ontvoering van politici en linkse militanten, bomaanslagen tegen officiële gebouwen en het sturen van huurlingen naar Libië van kolonel Khadaffi. Tijdens een oefening vermoordden WNP’ers twee onschuldige mensen in de Brusselse Herdersliedenstraat.

Bij toeval werd het bestaan van WNP ontdekt in 1983, na de arrestatie van een militant omwille van een banale straatruzie. Nadat was uitgelekt dat commissaris Christian Smets van de Staatsveiligheid een paar lessen in schaduwtechnieken had gegeven aan WNP-leden, steeg de consternatie en de verwarring ten top. Als gevolg van de heisa moest uiteindelijk Albert Raes vertrekken als topman van de Staatsveiligheid. Raes was de man die de Belgische inlichtingendienst afstand liet nemen van de CIA en die voor het eerst ook het fenomeen extreemrechts in de gaten liet houden. Dat werd hem niet in dank afgenomen: door extreemrechts werd hij voortdurend afgeschilderd als een zetbaas van de KGB. De betwistbare zelfmoord van maarschalk Latinus in 1984 betekende het einde van WNP. Behalve voor de dubbele moord werden de meeste WNP’ers niet bestraft door het gerecht: de meeste zaken bleken verjaard.

Kika

Voor de link tussen het WNP en de Chileense geheime dienst DINA, zoomen we opnieuw in op Paul Latinus’ verblijf in Chili. Dat werd geregeld door Marie-Thérèse de Cuevas, een agent van de DINA die opereerde onder diplomatieke cover op de Chileense ambassade in Brussel. Sinds haar huwelijk met graaf Philibert de Liedekerke de Pailhe de Merillon, een kaderlid van de verzekeringsgroep AG, mocht ze zichzelf gravin noemen. De moeder van Latinus verklaarde aan het gerecht dat haar zoon van gravin De Liedekerke het adres had gekregen van haar tweelingbroer in Chili, Carlos de Cuevas. Bij de WNP stond ze bekend onder haar codenaam Kika.

“In Santiago,” schreef journalist Guy Bouten, “stond Latinus in contact met vertegenwoordigers van de Rockefeller Foundation, bekend voor haar radicaal anticommunisme. Zijn beschermvrouw Kika de Liedekerke was kind aan huis in het presidentiële Monedapaleis en hartsvriendin van de dochter van president Pinochet. Ze had extreemrechtse sympathieën, was lid van Opus Dei en betaalde elk jaar een steunabonnement op Nouvel Europe Magazine. De ondernemende en avontuurlijke Kika frequenteerde niet alleen Latinus, maar ook WNP-leden Marcel Barbier en Eric Lammers, die soms klussen voor haar opknapten. Albert Raes en Jean Gol kwamen regelmatig op visite, maar wezen haar nooit op het gevaarlijke karakter van deze neonazistische organisatie. Ik nam contact op de gravin om haar te vragen naar de aard van deze contacten, maar zij wilde me uitdrukkelijk niet te woord staan en beëindigde het gesprek door de telefoon dicht te gooien.”

Over DINA

Met steun van de CIA had de militaire junta van (toen nog) generaal Pinochet op 11 september 1973 een brutale en bloedige staatsgreep gepleegd tegen de democratisch verkozen linkse president Salvador Allende. De junta voerde sindsdien een terreurbewind tegen echte en vermeende opposanten en beschikte over DINA-agenten in alle Chileense ambassades, dus ook in Brussel.

De leden van de militaire junta die een staatsgreep pleegden, v.l.n.r. César Mendoza (militaire politie), José Toribio Merino (zeemacht); Augusto Pinochet (leger) en Gustavo Leigh Guzmán (luchtmacht) (CC BY 3.0 CL Library of the National Congress (Wikimedia))
De eerste ambassadeur die het Pinochet-regime naar Brussel stuurde was generaal Sergio Nuno Bawden, een medewerker van de militaire inlichtingendienst die betrokken was bij de voorbereiding en uitvoering van de staatsgreep. “Zijn antecedenten tonen aan dat deze generaal niet in staat is het ambt van ambassadeur te vervullen in een land als het onze, waarvan de traditie kan bogen op een eeuwenlange trouw aan de eerbied voor de rechten van de mens en de grondwettelijke vrijheden”, argumenteerden Jean-Maurice Dehousse en enkele andere PS-Kamerleden. Ze vroegen in 1974 tevergeefs om de ambassadeur te ontslaan en persona non grata te verklaren. Pas twee jaar later werd hij vervangen door Augusto Marambio Cabrera, de baas van gravin de Cuevas op het moment van de vlucht van Latinus.

Internationaal onderzoek heeft aangetoond dat de DINA-agenten onder diplomatieke cover niet alleen ingeschakeld werden voor propaganda voor het Pinochet-regime, maar soms ook een actieve rol speelden bij het opsporen, intimideren, kidnappen en vermoorden van politieke tegenstanders die in ballingschap leefden in het buitenland. De tweede in bevel van de DINA, luchtmachtkolonel Mario Jahn Barrera, ging als ‘reizend ambassadeur’ naar Europa en werd onder meer in Brussel gesignaleerd. Pedro Ewing Hodar, die secretaris-generaal was geweest van de Pinochet-regering, werd in 1975 militair attaché in Madrid. Vanuit Spanje organiseerde hij als chef buitenlandse operaties van de DINA de samenwerking met neofascistische groepen in Europa. Een voorbeeld van die samenwerking was de moordpoging op de christendemocratische politicus Bernardo Leighton. Hij werd, samen met zijn vrouw, op 6 oktober 1975 met machinepistolen neergemaaid in de straten van Rome. Beiden overleefden de aanslag, maar zijn echtgenote werd blijvend verlamd. De aanslag was het werk van Michael Townley, een Amerikaanse huurmoordenaar die voor de DINA werkte, en enkele Italiaanse neofascisten.

De moordaanslag op Leighton en andere gelijkaardige operaties waren onderdeel van Operatie Condor, een samenwerkingsverband tussen de inlichtingendiensten van de militaire dictaturen van Argentinië, Bolivië, Brazilië, Chili, Paraguay en Uruguay. Chili fungeerde als centrum voor het verzamelen en uitwisselen van inlichtingen over gezamenlijke targets, met als doel “het elimineren van marxistische terroristen”, zo schrijft FBI-attaché Robert Scherrer in een kabeltelegram uit 1976.

De meest geheime fase van Operatie Condor omvatte “de opleiding van speciale teams van de lidstaten, die naar niet-lidstaten in om het even waar in de wereld reizen om sancties uit te voeren, tot en met het vermoorden van terroristen of supporters van terroristische organisaties”. Hoe dat praktisch in zijn werk ging, werd beschreven in rapport van de Amerikaanse senaat: eerst werd een doelwit geïdentificeerd door een team dat aanwezig was in het land in kwestie. Daarna werd een speciaal team uitgestuurd om het doelwit te observeren. Tenslotte werd een derde team uitgestuurd, voorzien van valse paspoorten, om de sanctie tegen het doelwit uit te voeren.
Na de val van het Pinochet-regime werd de topman van de DINA, generaal Manuel Contreras Selpulveda, in 1993 door een Chileense rechtbank voor een reeks ontvoeringen en moorden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 529 jaar.

Bron: Apache.be | Georges Timmerman

3

(173 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Nederlandse drugscrimineel ‘De Zwarte Cobra’ opgepakt in onderzoek naar dubbele moord in Antwerpen uit 1993

Justitie in Nederland heeft een nieuwe verdachte opgepakt voor een dubbele liquidatie in Antwerpen. In 1993 werden diamant- en drugshandelaar Henie Shamel en zijn vriendin Anne de Witte vermoord op de Plantin en Moretuslei. De schutter werd al veroordeeld, nu zit ook de vermeende opdrachtgever vast.

Voorbijgangers merkten in de nacht van 8 op 9 mei 1993 twee zwaargewonde mensen op in een Mercedes op de Plantin en Moretuslei in Antwerpen. De man en de vrouw bleken allebei in het hoofd te zijn geschoten, ze bloedden hevig en overleden enkele dagen later in het ziekenhuis. De slachtoffers waren diamanthandelaar Henie Shamel (55) en zijn Brusselse vriendin Anne de Witte (44). Vrijwel onmiddellijk werd in de richting van het criminele milieu gekeken, Shamel had geen al te beste reputatie en vanuit Nederland kwam informatie dat hij zich ook inliet met drugshandel.

Uiteindelijk werd de zaak opgelost dankzij een Nederlandse crimineel die uit de biecht klapte in de aanloop naar het Passage-proces waar zeven liquidaties uit de onderwereld behandeld werden. Vier verdachten in het Passage-proces kregen uiteindelijk levenslang, onder hen de uitvoerders van de moord op Shamel en de Witte.

De Nederlandse krant De Telegraaf meldt nu dat er een nieuwe verdachte van de dubbele liquidatie in Antwerpen is opgepakt. Het gaat om Henk ‘De Zwarte Cobra’ R. De ondertussen 70-jarige R. is een van de bekendste drugscriminelen van Nederland, hij kwam al vrij snel na de moord op Shamel en de Witte in beeld als mogelijke betrokkene. Ook Peter La S. verklaarde dat R. de opdrachtgever was. Volgens De Telegraaf had De Zwarte Cobra een schuld van (omgerekend) een miljoen euro bij Shamel en vond hij het gemakkelijker de schuldeiser dood te schieten dan te betalen.

Henk R. zat tot januari dit jaar een straf van bijna zestien jaar uit in de Verenigde Staten, hij werd er veroordeeld voor Xtc-smokkel. In januari keerde hij terug naar Nederland, daar moest hij nog veertien maanden cel doen. In zijn cel werd R. nu aangehouden, dat bevestigt de Nederlandse politie. Vrijdag wordt De Zwarte Cobra voorgeleid.

Zijn advocaat zal proberen te pleiten dat de zaak niet in Nederland behandeld kan worden en dat de feiten in België verjaard zijn.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Augustus 2021

https://img.gva.be/ieiPVR09WutyPSEe7IruyQnE7U0=/fit-in/960x640/https%3A%2F%2Fstatic.gva.be%2FAssets%2FImages_Upload%2F2021%2F08%2F19%2F5d37903f-52c5-4b35-918c-8588bb336cf9.jpg

4

(27 replies, posted in Westland New Post)

Ben wrote:

Informatie over Yggrasil - Levensboom, een schimmige organisatie in de schaduw van Westland New Post. De bron is het eindverslag van de tweede Bendecommissie.

De naam Yggdrasil is blijkbaar populair in extreem-rechtse kringen:

(...) Daarnaast leidt [Rob] Verreycken Project Yggdrasil, dat zich voornamelijk in Sint-Niklaas en het Waasland situeert en ook de steunboodschappen voor Conings versterkt. Op de website Vrij Verzet bundelt Project Yggdrasil de krachten met Project Thule van Tomas Boutens en het Vlaams Legioen van E.M. voor een gedeelde webshop.

Bron: De Morgen | 29 Mei 2021

Onopgeloste moorden, het was tijdens de jaren '80 niet abnormaal:

Markante kempenmoord - Moordenaar van diamantair René De Cnodder komt ermee weg

René De Cnodder werd in 1984 in Grobbendonk doodgeschoten met een jachtgeweer. Het gerecht vond het moordwapen snel terug: bij de ouders van een minderjarige verdachte. Maar dat bleek niet voldoende om de jongen als dader aan te wijzen. Bijna 37 jaar na de feiten blijft de moord onopgelost en loopt de dader vrij rond. “Het onderzoek werd gebrekkig gevoerd”, liet het parket tien jaar geleden weten, toen Gazet van Antwerpen de zaak nog eens onder het stof vandaan haalde. Nu is de zaak verjaard.

  • 21 december 1984: René De Cnodder wordt op de parking bij zijn zaak JRM (huis-aan-huisverkoop van diepvriesproducten) doodgeschoten. De schutter haalt van dichtbij de trekker over en doodt zijn slachtoffer met één schot in de nek aan het linkeroor.

  • 2 februari 1985: het eerste ballistische onderzoek van het moordwapen.

  • 19 juni 1987: de raadkamer stelt een opgepakte Italiaanse verdachte buiten vervolging. Hij was aangehouden naar aanleiding van valse beschuldigingen.

  • 8 december 1992: er vindt een nieuw ballistisch onderzoek plaats.

  • 28 februari 1997: na nog een nieuw ballistisch onderzoek wordt het opsporingsonderzoek stilgelegd.

  • Juni 2003: naar aanleiding van het programma Moord en Mysterie op VT4 wordt het onderzoek heropgestart.

  • 7 mei 2004: laatste proces-verbaal in het onderzoek.

Op 21 december 1984 was één kogel genoeg om René De Cnodder te doden. Hij werd van dichtbij in het achterhoofd geschoten met een .22 Long Rifle. Het slachtoffer wilde op het ogenblik dat hij werd neergeschoten in zijn auto stappen in de Uitbreidingsstraat in Grobbendonk, om de dagrecette van zijn handel in diepvriesproducten naar de bank te brengen. Dat was tussen 10.55u en 11.15u.

Na het schot nam de overvaller een plastic zak mee met daarin de dagontvangsten. René wilde die naar het kantoor van de Bankunie in Vorselaar brengen. De zak bevatte 195.820 Belgische frank cash en 72.567 Belgische frank aan cheques. De portefeuille met 42.000 Belgische frank in de broekzak van het slachtoffer bleef onaangeroerd.

Het was een werkneemster van het diepvriesbedrijf die De Cnodder om 11.15u badend in het bloed naast zijn auto aantrof op de parking van zijn bedrijf in Grobbendonk. Hulp kon niet meer baten. Roofmoord, concludeerde de rijkswacht.

Voetafdrukken

In de zandgrond achter het bedrijfsgebouw werd een voetafdruk gevonden en een speurhond leidde de rijkswacht naar een hoek van de afsluiting rond het bedrijf. Telkens werd dezelfde voetafdruk aangetroffen.

De speurders vermoedden meteen dat de dader in de directe kennissenkring moest worden gezocht, omdat hij klaarblijkelijk de gewoonten van René goed kende. Iemand die wist dat er iedere dag zo’n 300.000 Belgische frank naar de bank werd gebracht en dat het rond de feestdagen zelfs nog meer kon zijn. Iemand die ook wist dat er die welbepaalde dag geen personeel in de firma aanwezig zou zijn én die wist dat je achteraan het bedrijf gemakkelijk over de draad kon kruipen, aangezien de draad er in één hoek stuk is.

Moordwapen gevonden

In het begin liep het onderzoek voorspoedig. Eén getuige, die op het ogenblik van de feiten een man met een geweer naast het bedrijf had zien lopen, kon de jeugdige verdachte later niet met zekerheid identificeren.

Het gerecht kon wel vrij snel na de executie van René het moordwapen recupereren: een .22 Long Rifle met vizier en geluidsdemper. Dat wapen werd in Herentals gevonden in de slaapkamer van de vader van een verdachte. Het wapen lag bovenop een kleerkast, gewikkeld in een blauwe handdoek.

Maar deze vondst bleek vreemd genoeg niet voldoende om de dader te ontmaskeren. Wel kregen de speurders door de vondst van het moordwapen een minderjarige in beeld. Dat was de jongen bij wiens vader het geweer werd gevonden, maar die werd twee dagen na het voorleiden al opnieuw vrijgelaten. Het gerecht verzamelde nooit genoeg harde bewijzen om hem klem te zetten.

“Boycot”

Daar was een reden voor. Het onderzoek werd – om het zacht uit te drukken – ‘gebrekkig gevoerd’. Het sprak in het voordeel van de verdachte dat de voetsporen in het zand niet overeenstemden met zijn schoenmaat. Maar de conclusies van verscheidene ballistische experts wezen wel degelijk in de richting van de jongeman: twee onderzoeken stelden vast dat het wél mogelijk was dat dit het moordwapen was en gaven een absolute zekerheid. Een derde onderzoek stelde gelijkenissen vast die geen toeval konden zijn, maar vroeg bijkomende argumenten van de politie om dat vermoeden te staven.

Jaren later, bij een heropening van de moordzaak, kwam daar nog een uitgebreid vierde verslag bij. Dat stelde dat het onomstotelijk vaststaat dat het gevonden wapen wel degelijk hetgene van de moord was. Maar die verslagen bleken niet genoeg om de verdachte klem te zetten.

Ten slotte slaagde het gerecht erin om de drie stukken van de kogel die René doodde, kwijt te spelen.

Sommige speurders nemen tot op de dag van vandaag het woord ‘boycot’ in de mond als ze het hebben over de koude oorlog tussen de gerechtelijke politie en de rijkswacht bij het verzamelen van de onderzoeksgegevens. Volgens anderen kwam daar ook de tegenwerking van de hogere regionen van het gerecht bovenop.

Leugendetector

De heropening van de zaak in 2003, naar aanleiding van het tv-programma Moord en Mysterie over onopgeloste moorden, zorgde ook niet voor een doorbraak. De onderzoekers vroegen zich wel af of de verdachte, die ze na al die jaren nog altijd in beeld hadden, destijds alleen handelde.

Daar was een reden voor: een misdaadanalist die aan de onderzoekploeg was toegevoegd, wees op twee goede vrienden van de hoofdverdachte, allebei met een crimineel verleden, die mogelijk bij de moord betrokken waren. Het waren broers. Eentje van die twee broers bleef destijds uit het onderzoek omdat hij een sluitend alibi kon voorleggen. Dat alibi dekte ook zijn broer in. Achteraf bleek het om een leugen te gaan.

Naar aanleiding van de heropening van de zaak werd de hoofdverdachte aan een test met de leugendetector onderworpen. Het toestel registreerde ‘leugenachtige reacties’ op de vraag: “Hebt u op René De Cnodder geschoten?” De verdachte bleef de feiten hardnekkig ontkennen.

“De minderjarige van destijds blijft tot op de dag van vandaag veruit mijn hoofdverdachte. Maar door het in beeld komen van de twee broers, bestaat een kleine mogelijkheid dat hij zijn Long Rifle voor de moord aan een van die twee zou hebben uitgeleend”, zei een speurder die destijds nauw bij het onderzoek was betrokken.

Politieke beïnvloeding

“Wij waren in die tijd naïef”, reageerde André De Cnodder, broer van René, toen we hem jaren na de feiten over de zaak interviewden. “We dachten dat het gerecht zijn werk wel zou doen. Wij namen niet eens een advocaat in de arm. Maar dit onderzoek werd opzettelijk om zeep geholpen. De minderjarige verdachte had geen alibi. Die kerel werkte destijds bij René en was perfect op de hoogte van zijn doen en laten.”

“Ik verwijt de speurders die aan de basis werkten niks: de man die het onderzoek in Turnhout deed, heeft zijn werk heel goed gedaan. Maar bij het parket en bij de onderzoeksrechter zijn dingen gebeurd waar ik grote vragen bij heb. Politieke beïnvloeding, vermoeden wij. De vader van de verdachte was destijds goed bevriend met een vooraanstaand politicus uit de Kempen, die een grote vinger in de pap had bij de toenmalige politieke benoemingen bij het gerecht.”

Geliefd in zijn dorp

René De Cnodder werkte tot eind de jaren tachtig als diamantair. Omdat de nijverheid toen een serieuze dip kende, startte hij in 1979 het diepvriesbedrijf JRM aan de Grobbendonkse Industrieweg.

Hij was een graag geziene man in Vorselaar, die actief was in het verenigingsleven. Maar hij genoot vooral bekendheid als organisator van de lokale merkentrofee motorcross.

René was geliefd in zijn dorp. Hij was spelend lid van voetbalclub Ons Genoegen Vorselaar en van fanfare Verbroedering. Hij was ook even wielrenner en in zijn prille jeugd zelfs even bokser. Als voorzitter van motorclub Vorselaar kende hij alle grote motorcrossers en was hij persoonlijk bevriend met velen van hen.

Ook zijn werknemers bij JRM droegen de man op handen. Toen de familie na de moord het bedrijf verkocht, namen zo goed als alle chauffeurs ontslag. Ze wilden alleen voor René werken, vertelden ze.

Niet meer vervolgbaar

Tot vandaag blijft voor de nabestaanden alleen nog die grote vraag over: waarom is er niet meer gedaan met de bewijsstukken die er waren? De minderjarige verdachte van destijds kwam nadien nog verscheidene keren in aanraking met het gerecht, onder meer voor wapenhandel.

“Het strafste was dat de dochter van René hem eens tegenkwam bij een georganiseerde buitenlandse groepsreis”, getuigde André De Cnodder destijds. “Nog tijdens die reis moest hij het logement verlaten omdat hij zijn toenmalige vriendin in elkaar had geslagen.”

De moord op René De Cnodder is ondertussen verjaard. De kans is nihil dat het parket de zaak zou heropenen. Aangezien de toenmalige verdachte destijds minderjarig was, kan hij nu wettelijk niet meer worden vervolgd, ook al zou er nieuwe bewijslast opduiken of zelfs al zou hij bekentenissen afleggen. Alleen burgerrechtelijk blijft hij aansprakelijk, maar advocaten lieten de familie De Cnodder weten dat het zo goed als onbegonnen werk is om een proces te beginnen.

Bron: Gazet van Antwerpen | Marc Helsen | 19 juli 2021

Samenvatting

Wie niet steelt of erft, zal werken tot hij sterft. Veel geld vergaren, dat was hun doel. De misdaad fascineerde. En lokte. Na de ontvoering van Freddy Heineken en zijn chauffeur Ab Doderer in november 1983 werden Jan Boellaard, Frans Meijer, Cor van Hout en Willem Holleeder van de ene op de andere dag de bekendste criminelen van Nederland.

Tot dan toe hadden ze alle vier een nagenoeg blanco strafblad, op een paar kruimeldiefstallen en wat kleine vergrijpen na. Ze stonden op geen enkele manier bij de Amsterdamse politie bekend als zware criminelen. Ook tijdens het proces na de ontvoering hielden de mannen het verhaal in stand dat ze een groepje ‘gewone Amsterdamse jongens’ waren. Niets was minder waar. Ook toen al had de recherche sterke aanwijzingen dat ze in de jaren voor de Heinekenontvoering betrokken waren geweest bij een woeste schietpartij en een aantal gewelddadige overvallen die nooit werden opgelost.

Bij gebrek aan bewijs werden de ‘bloedgabbers’ alleen voor de ontvoering veroordeeld. In 1991 werden ze van verdere rechtsvervolging ontslagen. Aan het mysterie van de overvallen veranderde al die jaren niets. Tot nu… Wij willen gangster worden voert de lezer terug naar het Amsterdam van de jaren zestig en zeventig. Het vertelt de fascinerende geschiedenis van de opkomst van de latere Heineken-ontvoerders. Het zijn de jonge jaren (1966 – 1977) van Jan Boellaard, Frans Meijer en Cor van Hout. George Boellaard (1960) is afgestudeerd als historicus. Hij heeft een atelier voor de restauratie van voornamelijk Hollands en Vlaamse meesterschilderijen. Zijn opdrachtgevers zijn vooral kunsthandelaren en belangrijke collectioneurs. In zijn vrije tijd werkte hij met onderbrekingen zes jaar aan 'Wij Willen Gangster Worden'.

Info:

  • Verschijningsdatum: juni 2021

  • Aantal pagina's: 288 pagina's

  • Auteur(s): George Boellaard

  • Uitgever: Just Publishers

  • EAN: 9789089753649

7

(91 replies, posted in Speurders)

Opnieuw minder speurders bezig met onderzoek Bende van Nijvel: “In 2025 verjaart de zaak”

Er zijn opnieuw minder speurders bezig met het onderzoek naar de misdaden van de Bende van Nijvel. Het aantal verminderde de voorbije twee jaar van 27 naar 20. Nochtans nadert de deadline, want in 2025 verjaart de zaak.

Lees het hele artikel » Nieuws

8

(0 replies, posted in Terrorisme)

Jacques Hoebeeck was lid van het Front de la Jeunesse. Hij stierf een natuurlijke dood op 26 maart 1989 Elsene. De man was aan de slag als postbode en was lid van de extreemrechtse jeugdbeweging Front de la Jeunesse. Naar verluidt kreeg hij een exemplaar van ‘Mein Kampf’ cadeau van een van de leiders toen. Hij wordt vooral herinnerd als een “eenzame, zelfingenomen en teruggetrokken” man. Oud-collega’s omschrijven hem ook als “xenofoob” en “een racist”.

In oktober 2021 werd zijn lichaam door de speurders van de Cel Waals Brabant opgegraven op het kerkhof van Elsene om een DNA-staal af te nemen » Nieuws

9

(4 replies, posted in Magistraten)

Griffier

De griffier is een ambtenaar van de rechterlijke macht die gedurende een zitting een proces-verbaal opmaakt en de rechters ondersteunt bij het schrijven van de uitspraak.

De griffier bereidt een juridische zaak voor en werkt tijdens de zitting een proces-verbaal uit. In dit proces-verbaal wordt door de griffier vermeld wat de partijen tijdens de zitting naar voren hebben gebracht. De griffier schrijft in bepaalde gevallen ook het vonnis, die vervolgens wordt gecontroleerd door de rechter. Griffiers komen echter niet slechts voor bij de rechterlijke macht, maar ook bij de gemeente en provincie. Bij de gemeente schrijven de griffiers bijvoorbeeld het verslag van een raadsvergadering of een hoorzitting. Naast het schrijven van verslagen ondersteunen de griffiers bij het behandelen van een bepaalde zaak. Deze werkzaamheden kunnen zowel administratief als inhoudelijk van aard zijn. De werkplaats van een griffier wordt de griffie genoemd.

Overzicht

10

(1 replies, posted in Magistraten)

Décès d'un ancien poids lourd du dossier des tueries du Brabant

On apprend le décès, survenu à l'âge de 71 ans, de M Christophe Lepage qui fut jusqu'à son départ en 2014, le greffier à Charleroi de la juge d'instruction Martine Michel, en charge du dossier des tueries du Brabant.

Pour beaucoup, Christophe Lepage est celui grâce à qui ce dossier de deux millions de pages, administrativement mal tenu depuis plusieurs années, a vraiment été remis en ordre dans les années 2000. Greffier d'instruction en chef à Namur, Christophe Lepage a subi des problèmes professionnels dont il est finalement apparu qu'ils étaient injustifiés, ainsi que la justice l'a jugé. Pour les connaisseurs du Dossier Brabant wallon, le greffier Lepage est l'homme qui "a remis le dossier complètement en ordre, et qui a notamment chapeauté toute l'opération qui a consisté à le scanner et à le rendre plus aisément accessible (sur CD-Rom)."

A son arrivée à Charleroi, Christophe Lepage avait trouvé un dossier où, pas sur le plan de l'enquête mais celui de la mise en ordre, "plus grand chose n'avait été fait depuis le départ d'un précédent greffier", relate une source proche de l'enquête. Le greffier Lepage est décrit comme un collègue "truculent, agréable à côtoyer et qui, sous des airs parfois désinvoltes, disposait de grandes qualités professionnelles. Si le dossier des tueries est dans l'état où il se trouve aujourd'hui, c'est essentiellement grâce à lui".

Quand il quitte ses fonctions en avril 2014, c'est uniquement à cause de l'âge et nous observions que le jeune retraité n'en n'était pas heureux. Nous ajoutions que la manière dont il était parti avait surpris, pour ne pas dire choqué, "en particulier la rapidité avec laquelle l'accès à son ordinateur lui a été retiré". Ses funérailles auront lieu jeudi, à 10 h 30, à Laneffe (Walcourt) où M Christophe Lepage résidait.

Bron » La Dernière Heure | Gilbert Dupont | 20 April 2021