‘Zwarte baron’ Benoît de Bonvoisin sleept Universiteit Gent voor rechter

Benoît de Bonvoisin (81), aan wie al veertig jaar de bijnaam ‘de zwarte baron’ plakt, sleept de UGent voor de rechter. Hij eist een schadevergoeding van 10.000 euro voor vermeende fouten in de masterproef van een student. Ook de (intussen oud-)student moet voorkomen.

Twee jaar al strijdt De Bonvoisin tegen de masterproef ‘De Westland New Post: pop-up van een veranderende samenleving’. Volgens De Bonvoisin bestempelt die hem onterecht als medestander van de Westland New Post, een extreemrechtse privémilitie uit de jaren 80 die communistische inmenging in de staatsinstellingen wilde blootleggen. De UGent deelt dit oordeel niet en weigert de masterproef, die terug te vinden is via Google, in te trekken.

Dit najaar buigt de Gentse rechtbank van eerste aanleg zich over de zaak. De Bonvoisin eist een schadevergoeding van 10.000 euro van de UGent en de auteur. Hij vraagt dat er een disclaimer wordt toegevoegd aan de masterproef, zodat duidelijk is dat die foute informatie bevat.

“Ik vind het schandalig dat justitie deze zaak laat voorkomen”, reageert Kenneth Lasoen, historicus en een van de lectoren van de masterproef. “Feit is dat Benoît de Bonvoisin steeds blijft opduiken in historisch onderzoek naar extreemrechts in België. Dus is het logisch dat zijn naam ook valt in een masterproef gebaseerd op dat onderzoek. De Bonvoisin wil misschien graag zijn naam uit al die boeken laten schrappen, maar dat is net de academische vrijheid.”

Lees hier het hele artikel » Nieuws

2

(0 replies, posted in Politiek)

In een artikel over kolonel Guy Weber vond ik informatie over een mogelijke poging tot staatsgreep in 1968:

(...) Aan [Guy] Weber werd nadien meer dan eens zijn betrokkenheid bij plannen voor een nooit uitgevoerde militaire staatsgreep in België toegeschreven. (1) In die geruchten was het motief altijd 'het bewaren van de eenheid van het land'. Op dat punt had hij steevast twee onwrikbare bondgenoten die zeker zo onbuigzaam waren als hijzelf: koning Leopold III en de rechtse PSC-politicus Paul Vanden Boeynants.

Kort na mei '68 was er in de Wetstraat plots sprake van Weber. Frans Van der Elst, stichter van de Volksunie en later minister van staat, verklaarde daarover later in De Standaard: "Eén keer in in mijn politieke carrière ben ik geconfronteerd geweest met geruchten over de mogelijkheid van een staatsgreep. Toen werden de namen genoemd van Vanden Boeynants en Omer Vanaudenhove. (2) Kolonel Weber had zijn mond voorbij gepraat. Er was sprake van legereenheden uit Duitsland terug te roepen. Men poogde ook Spaak te betrekken bij een mogelijke actie die gericht zou zijn tegen de staatshervorming gepland door de regering Eyskens/Merlot. (3) Het unitarisme zou worden prijsgegeven en dat mocht niet. Leidende politici uit andere partijen, zoals Jos Van Eynde, kwamen mij verwittigen en gaven uiting aan hun ongerustheid."

Bron: De Morgen | Walter De Bock | 28 april 2001

(1) Zijn naam wordt ook genoemd in 1973.

(2) Omer Vanaudenhove was van 1961 tot 1968 voorzitter van de PVV. Bij de verkiezingen van 1968 ging de PVV naar de verkiezingen met een zeer unitaire campagne. In het politieke klimaat van Leuven-Vlaams verloor de PVV met dit programma de verkiezingen, terwijl communautair gerichte partijen zoals de Volksunie en het Rassemblement Wallon winst boekten. De verkiezingsnederlaag zorgde voor verdeeldheid binnen de PVV en op 13 september 1968 nam Vanaudenhove ontslag als partijvoorzitter.

(3) De regering Eyskens/Merlot liep van 17 juni 1968 tot 20 januari 1972.

3

(8 replies, posted in Organisaties)

Le 'JBJ' de Jean Breydel y joue un rôle actif ainsi que le NEM d'Emile Lecerf et les NEM Clubs qui regroupent des militaires d'active et des civils. On a cité les noms de Florimond Damman, du major Guy Weber, du colonel Jean Militis, du mercenaire Jean Schramme, du compte de Briey, d'Anton Vollemaere, de Léon Rochtus, du groupe Plouvier, de la Banque Copine, de Paul Daels, du Blondiau (chef de la Maison Militaire du Roi) et de certains cercles d'officiers de réserve, de VDB.

Bron: Archief Walter De Bock

De majoor Guy Weber die hierboven genoemd wordt, is een heel interessant personage. Ik neem hieronder een korte biografie van Wikipedia over:

Guy Weber (22 oktober 1921 – 18 maart 2004) was een kolonel binnen het koloniale leger van Belgisch-Congo, de zogenaamde Force Publique, en speelde na de Congolese Dipenda een grote rol in de afscheiding van Katanga en de moord op Patrice Lumumba.

(...) Hij volgde daarna van 1936 tot 1940 de Koninklijke Cadettenschool te Namen, waar Maurice Grevisse een van zijn leraren was. Tijdens de Duitse inval in België in 1940 werd hij krijgsgevangene. Met Kerstmis werd hij weer vrijgelaten, waarna hij in het Belgisch verzet ging. In 1943 week hij uit naar het Verenigd Koninkrijk, waar hij in oktober aankwam. Weber werd onder andere opgeleid in de pre Officer Cadet Training Unit Wrotham Camp bij Vigo en vocht in de Brigade Piron die deelnam aan de bevrijding van België en Nederland.

In de aanloop naar de Congolese onafhankelijkheid werd Weber als kersverse kolonel gedetacheerd in de rijke koperprovincie Katanga waar hij de nodige relaties opbouwde, onder andere met de Union Minière, de CIA en de CONAKAT. Toen Congo-Kinshasa op 30 juni 1960 onafhankelijk werd van België, bleef kolonel Weber op zijn post en volgde hij de orders van generaal Emile Janssens, het Belgische hoofd van de Force Publique, op. Onder het motto avant l'indépendance = après l'indépendance weigerde het blanke FP-officierenkorps elke vorm van Afrikanisering binnen het leger. Na de muiterij in het kamp Hardy van Thysstad greep Lumumba echter in, door alle zwarte militairen te promoveren en generaal Janssens te ontslaan.

Weber verklaarde daarop dat de Afrikanisering van de Force Publique in Katanga geen doorgang zou vinden. Hij werd hierin gesteund door de CONAKAT, de CIA en de lokale Belgische belanghebbers. Toen Moïse Tsjombe op 11 juli 1960 de onafhankelijkheid van Katanga uitriep, werd Weber benoemd als stafchef van het nieuwe Katangese leger, de Gendarmes Katangais. Hij zou echter ook als informant van het Belgisch hof zijn opgetreden en correspondeerde met René Lefébure, de kabinetschef van koning Leopold.

Weber zou tot in 1963 in Katanga blijven als stafchef en speciale adviseur van president Tsjombe. Na het beëindigen van de Katangese afscheiding vluchtte hij terug naar België waar hij een functie bij SHAPE kreeg onder de Amerikanse generaal Lyman Lemnitzer, de Supreme Allied Commander. In de jaren zeventig verzette Weber zich tegen het benoemen van Nederlandstalige officieren in het Belgisch leger, omdat daardoor de nationale eenheid in de Belgische legertop dreigde te worden aangetast.

Als dank voor bewezen diensten werd Weber aan het koninklijke hof tewerkgesteld, aanvankelijk als aide de camp van koning Leopold. Na diens overlijden bleef hij op het kasteel van Argenteuil ordonnans van prinses Lilian, tot aan haar overlijden in 2002. Door de parlementaire commissie die de dood van Patrice Lumumba onderzocht werd Weber op 13 juli 2001 achter gesloten deuren verhoord. Naar aanleiding van bevindingen van de commissie werd in Webers woning te Waterloo een huiszoeking gehouden. Weber overleed een jaar later op 82-jarige leeftijd, en werd in zijn woonplaats Waterloo begraven.

Bron: Wikipedia

We zien hier verschillende cirkels overlappen: haute finance (Union Minière, Katanga, ...), het Hof, het leger, geheime diensten, extreem-rechts, ... Meer informatie over deze man vind je o.a. in het boek "De moord op Lumumba" van Ludo De Witte.

4

(5 replies, posted in Onderzoekspistes)

Er werd me deze week nog deze informatie over de band tussen huurlingen en officiële Belgische diensten:

De Belgische regering is altijd hypocriet geweest ivm de huurlingen. Huurlingen zullen bevestigen dat vlak na de onafhankelijkheid van Congo [in 1960] Belgische huurlingen medisch gekeurd werden door een geneesheer van de Rijkswacht. Er zijn tevens verhalen dat sommige beroepsmilitairen zijn gedeserteerd uit het leger om als huurling te gaan vechten en vervolgens, zonder enige straf voor hun desertie, terug als beroepsmilitair werden aangenomen. Na de zomer van '61, toen de VN alle huurlingen had gearresteerd, vertrokken de Belgische huurlingen niet meer vanuit Melsbroek maar via Parijs naar Congo.

René Haquin, de gewezen onderzoeksjournalist van Le Soir, schreef zelfs dat de Belgische staatsveiligheid betrokken was bij de rekrutering van huurlingen in 1968. Maar het beste bewijs dat rijkswacht, leger en huurlingen met elkaar in contact stonden is 'La Renaissance': het café van de gewezen huurling Charles Massy dat op slechts enkele tientallen meters van het Brusselse politiebureau was gelegen. Hier kwamen in de jaren '70 en '80 regelmatig huurlingen over de vloer en werden gegevens uitgewisseld over rekrutering. Er is zelfs sprake van illegale wapenhandel. Een buurman van Charles die elke dag zijn koffie in het café ging drinken, zag met eigen ogen dat er officieren van de rijkswacht en het leger op bezoek kwamen en sprak zelfs over geheime vergaderingen met extreem rechtse figuren.

5

(142 replies, posted in Andere)

Spectator Of Life wrote:

Wat mij 'charmeert' is het feit dat Beuckels een goede vriend was van Elnikoff.

Het is niet zeker dat Roger Beuckels contact had met Elnikoff. Hij zou wel in contact hebben gestaan met een Rus en Fransman. Dat daarbij aan Elnikoff wordt gedacht is normaal maar geen bewijs. In zijn boek maakt Bouten de fout dat hij dat meteen als een zekerheid beschouwd.

Tenslotte dit nog over bliksemafleiders: als zendapparatuur kunnen deze niet worden gebruikt. Maar naast bliksemafleiders heeft Roger Beuckels minstens één keer meegewerkt aan de plaatsing van zendapparatuur. In het voorjaar van 1966 was hij één van de arbeiders die meewerkte aan de installatie van de radioapparatuur op de gebouwen van de Rijkswacht. Dit was het jaar nadat hij terugkeerde uit Congo als huurling en het jaar voor hij de beruchte verklaring aflegde ivm zijn betrokkenheid bij de crash van de VN vliegtuig in Congo waarbij Dag Hammarskjöld om het leven kwam.

6

(4 replies, posted in Bibliografie)

Walter en zijn archief

Voor een keer een stuk dat niet over corona gaat. Historica Klaartje Schrijvers heeft een boek geschreven over een jeugdvriend van Geert Van Istendael, Walter De Bock. De meest gevreesde onderzoeksjournalist van België en omstreken, dixit Van Istendael.

Geert Van Istendael over het boek 'Het archief van Walter' » Nieuws

‘Van nachtelijke contacten met misdadigers schrok Walter De Bock niet terug’

Historica Klaartje Schrijvers kreeg in 2005 als eerste toegang tot het archief van De Morgen-journalist Walter De Bock. Daarna vielen de puzzelstukken van haar doctoraat over een ondergronds, Europees anticommunistisch netwerk eindelijk op hun plaats. Over haar unieke samenwerking met De Bock heeft Schrijvers nu een boek klaar.

Walter De Bock (1946-2007) was een van de studentenleiders van mei ’68 en groeide uit tot de belangrijkste onderzoeksjournalist van het land. Zijn werk verscheen vooral in De Morgen, waarvan hij ook een tijdje hoofdredacteur was. De Bock publiceerde onthullingen over de moord op PS-leider André Cools, de Bende van Nijvel, wapenhandel en extreemrechts. Hij beschikte over een fenomenaal archief en stierf in 2007 jong aan alzheimer.

Het archief van Walter. De onderzoeksjournalist, de historica en de waarheid is geen klassieke biografie over De Bock, noch is het een academisch of journalistiek verslag. Het is een reis langs historische en journalistieke zoektochten naar de waarheid en een ode aan de heuristiek, de kunst van het vinden. Een verhaal ook over weten en vergeten: door toedoen van alzheimer voerde De Bock een gevecht tegen de tijd om nog zoveel mogelijk informatie over te dragen aan Schrijvers.

“Het deed mij nadenken over wat geschiedenis betekent wanneer de herinnering ophoudt te bestaan”, zegt Klaartje Schrijvers. Al was er ook die tweede laag. Tijdens haar onderzoek moest Schrijvers vaststellen dat er over het anticommunisme nauwelijks bronnen bestaan. “Alleen het archief van Walter vormde daarop een uitzondering.” In dertig jaar onderzoeksjournalistiek verzamelde De Bock duizenden documenten, persknipsels en briefwisseling. Het sluitstuk van zijn archief was zijn fichebak: steekkaarten met informatie over machtige figuren uit de economie en de politiek. “Toen we elkaar leerden kennen, liet Walter zich ontvallen dat zijn archief op mijn doctoraat had liggen wachten”, zegt Schrijvers.

Lees hier het hele interview met Klaartje Schrijvers » Nieuws

7

(16 replies, posted in Andere)

Gewoon La Dernière Heure van 15 mei kopen. Daarin staat die foto. wink

8

(59 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Ik maakte me dezelfde bedenking: als je die theorie volgt, zijn er heel wat meer Bende-daders dan de gebroeders-Sliman.

9

(59 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Des dizaines de coïncidences

L’enquêteur Adam trouve beaucoup trop de coïncidences dans le dossier Sliman.

Les policiers ont coutume de dire que l’on ne peut rien tirer d’une coïncidence, que deux coïncidences méritent l’attention et qu’à partir de trois, ce ne sont plus des coïncidences. Jean-Pierre Adam en a des dizaines. En plus du fameux manteau, Jean-Pierre Aam rappelle que Xavier Sliman, opéré aux genoux, boitait. Il possédait une Mercedes brun foncé immatriculée en France, identique à la Mercedes foncée avec plaques jaunes souvent décrite. Il y a, pour son frère Thierry, la ressemblance avec la description par Daniel Dekaise, de la “tapette marocaine”.

Thierry Sliman ressemble aussi aux portraits-robots d’un es auteurs d’Alost.

Lors des faits le 2 octobre 1983: au restaurant Les 3 Canards à Ohain et lors du hold-up au Delhaize à Uccle, des auteurs ont parlé entre eux en arabe, que les Sliman pratiquaient.

Dans coïncidences dans les dates

Les dates. Dans les tueries, il y a eu une interruption entre décembre 1983 et l’automne 1985. Ben oui: en 1984, Thierry Sliman était en prison en France. Il est sorti vers juillet 1985, les tueries ont repris en septembre. Elles ont pris fin en novembre, après Alost. Parce que Thierry Sliman était réarrêté le 17 février 1986?

Les Sliman avaient un complice en Belgique. Celui-ci, Michel Piro, a été abattu en 1996. Les Sliman ont été suspectés. Ils ont eu l’avantage d’être jugés en France et furent acquittés. En dépit de la version officielle, Jean-Pierre Adam est intimement convaincu que Piro a été exécuté “pour l’empêcher de parler”.

Et tout continue de coïncider. La Saab 900 turbo qui servit lors de la tuerie du Colruyt de Nivelles avait parcouru 1227 km. Une belle distance. Etonnant dans un petit pays comme la Belgique, ça l’est moins avec l’hypothèse française. On cherche depuis 38 ans en Belgique. Aucun témoin n’a rien vu chez nous. Et si l’explication était là?

Avant de mourir, Xavier Sliman a écrit ceci sur son mur Facebook: “On ne peut pas revenir en arrière malheureusement. Mais des fois, ce serait mieux, dommage pour certains et certaines.”

Un psychiatre français a voulu le faire parler sur sa manière de vivre dans les années 1980. Sliman a d’abord dit qu’il avait vécu en Belgique (il a cité Namur, où la VW Golf des 3 Canards a été vue) puis a déclaré: “Vous aurez des blancs, car il y a des choses que je ne veux pas révéler.”

Jean-Pierre Adam a rencontre le ministre de la Justice, Koen Geens. La Cellule Brabant Wallon l’a entendu. Elle avait promis de le rappeler. Adam attend toujours.

Bron: La Dernière Heure | Gilbert Dupont | 15 Mei 2020

10

(101 replies, posted in Andere)

L’incroyable manteau des tueurs du Brabant

Cette pièce à conviction fait remonter la piste des frères Sliman, venus du Nord de la France.

Aujourd’hui à la retraite, Jean-Pierre Adam n’a rien perdu des qualités de l’enquêteur qu’il fut pendant quarante ans. Il faut voir et revoir l’interview qu’il a accordée en 2017 à notre consoeur de TV Lux Christelle Collin. C’est énorme: cet ancien gendarme dit tout simplement détenir la vérité sur les tueries du Brabant. Selon lui, la vérité passe par les frères Thierry et Xavier Sliman, des truands du Nord de la France.

Le Nord de la France! Lors du premier fait, le vul d’un fusil de chasse le 13 mars 1982 dans une armurerie à Dinant, les auteurs rejoignirent une voiture qu’on vit démarrer en direction de la France, déjà.

Le 14 août c’est sur le territoire français, à Maubeuge, que les auteurs cambriolaient une épicerie pour voler du vin, du champagne et du foie gras. Leur véhicule portait une immatriculation françaises, la voiture est employée, le 30 septembre de la même année, lors de l’attaque à Wavre de l’armurerie Dekaise.

Aperçue avec des plaques françaises lors du braquage, elle fut retrouvée avec des fausses plaques belges. On observait déjà, fort curieusement, que le système de rivets était un système utilisé exclusivement en France.

Huit jours plut tard, le 7 octobre, un témoin se présentait à la gendarmerie de Hastière, requérait l’anonymat et désignait comme un des auteurs un certain Xavier Sliman, un truand du Nord de la France.

C’est ici, bien des années plus tard, qu’intervient Jean-Pierre Adam. Pour ce dernier, la brigade de gendarmerie de Hastière avait l’information capitale depuis le début. Si la piste avait été suivie dans les règles, tout se serait arrêté. Les tueries n’auraient pas eu lieu et vingt-sept personnes n’auraient pas été tuées. Mais la gendarmerie de Hastière a voulu jouer cavalier seul. Et a tout foiré, estime-il.

Chez Jean-Pierre Adam, le déclic s’est fait dix-sept ans plus tard, en 1999, alors qu’il enquêtait dans un autre dossier. En commission rogatoire, à Charleville-Mézières, il ouvrait le dossier gendarmerie des frères Xavier et Thierry Sliman et trouvait à la première page, un avis de recherche belge: celui du vol d’armes perpétré en 1982 à Wavre chez l’armurier Dekaise. L’avis de recherche contenait le portrait-robot de l’auteur principal des faits de Wavre. La ressemblance avec Xavier Sliman est étonnante.

Xavier Sliman avait été opéré quelque temps plus tôt aux deux genoux. A Wavre, un des auteurs boitait. L’armurie Dekaise décrivait aussi un des auteurs comme une “tapette marocaine” (sic). La description peut s’appliquer à Thierry Sliman.

Sur la plupart des faits, il y avait un géant. Il y avait un champion de body-building dans la bande des frères Sliman, chez qui le SRPJ de Reims a même saisi des années plus tard un masque de carnaval des années 80 comme en portaient les tueurs, un masque représentant un vieil homme.

Dès le 7 octobre 1982, les gendarmes de Hastière ont le nom de Xavier Sliman. L’information n’a pas été partagée. Ils ont fait cavalier seul.

Ils sont allés à Wavre et ont présenté des photos des Sliman aux témoins de l’attaque de l’armurerie Dekaise. Quatre témoins ont reconnu les Sliman. Xavier Sliman a été interpellé à Arlon et interrogé sur son emploi du temps. Il avait eu un mois pour se préparer un alibi. Le sien était foireux. La petite brigade de gendarmerie de Hastière n’avait pas les moyens. On aurait dû perquisitionner immédiatement chez les Sliman en France. D’autant plus qu’il s’agissait, selon les tout premier renseignements, d’individus psychopathes dangereux chez qui des armes avaient été retrouvées quelques mois plus tôt lors de perquisitions.

Rien de tout cela n’a été fait. Hastière avait voulu jouer tout seul. Pour le dire crûment, la petite brigade a tout foutu en l’air.

Et c’est Jean-Pierre Adam qui comprend tout quand il tombe sur le dossier des Sliman, en 1999, à la gendarmerie de Charleville-Mézières. Dans le dossier, il exhume une photo de Xavier Sliman, prise en 1981, soit un an avant le début des tueries. Xavier Sliman porte un manteau. Du même type que celui repêché dans le canal à Ronquières et jeté à l’eau par les tueurs du Brabant. (*) Même déformé par le séjour dans l’eau, la ressemblance est frappante. Les manches avaient été décousues pour pouvoir l’enfiler plus facilement au-dessus d’un gilet pare-balles.

Bron: La Dernière Heure | Gilbert Dupont | 15 Mei 2020

(*) Hier vind je meer informatie over die wollen mantel » Forum