Xenophon wrote:Ten eerste was (en is) er geen enkele manier om rechtstreeks te zien hoeveel liter er nog aanwezig zijn. Bij 7 liter zie je een indicatorlampje 'tanken' dat brandt en de naald van de indertijd analoge brandstofmeter staat diep in het rood. Het was nog een km of 30 naar huis en 's nachts waren er indertijd weinig stations open, het was niet zoals nu waar je 24/7 kan tanken als je een kaart hebt. Doorrijden zou dus een gok geweest zijn en de meeste zakenmensen maken geen gewoonte van gokken.
Zakenmensen die het gewoon zijn om een verplaatsing te doen zorgen in het begin ervoor dat ze thuis geraken. Je tankt altijd je wagen vol op een punt in het begin van de weg met genoeg brandstof om thuis te komen. Er zat ter hoogte van Nijvel nog 7 liter in de in de tank, waar je ongeveer 100 km mee kan rijden. Het was nog 30 km te gaan voor het koppel.
Zakenmensen gokken niet.
Duitse wagen zijn kilometervreters, op de Duitse autosnelwegen vond je amper tankstations (niet zoals in de benelux). De reservetank wanneer het lichtje begint te branden van een Duitse wagen dan weet je dat ruwweg 80 a 100 km mogelijk is. Dat is het "voordeel" dat de wagen had waar het koppel mee reed!
Een vaststelling, ze moesten niet tanken, iedereen die Duitse wagens kent en lange afstanden doet weet dat je er blind op kan vertrouwen. Een zakenman koopt gebruikt een wagen in functie van de afstanden dat je ermee moet afleggen. De berekening dat zakenmensen doen.
Kom niet af met de mythe ze "moesten" tanken. Als er niet moest getankt worden is ook betrapping van inbrekers onmogelijk.
Dat is de kern. Waarom het dossier zo uniek uitzonderlijk is.