Staatsveiligheid loochent alles
De administrateur-directeur-generaal van de Openbare Veiligheid, de h. Albert Raes, heeft in een mededeling elke betrokkenheid van de Staatsveiligheid bij criminele dossiers, die de jongste dagen sterk in de belangstelling kwamen, ontkend.
Hij zegt over geen enkel element te beschikken dat toelaat te beweren dat “één of meer van zijn agenten op eender welke wijze zouden tussengekomen zijn bij het huren van garages of bergplaatsen die voor misdadige doeleinden werden gebruikt”. Daarmee ontkent de chef van de Staatsveiligheid in elk geval de betrokkenheid in de zaak Mendez.
Voorts staat in de mededeling dat hij evenmin het bestaan kan vaststellen “van enige clandestiene verbindingskanalen tussen zijn diensten en personen, die in deze zaak verdacht of beschuldigd zijn van misdrijven”.
Volgens de administrateur-directeur-generaal van de Openbare Veiligheid vormt de aanwezigheid van identiteitsbewijzen van leden van zijn diensten op bepaalde lijsten, die een tijd geleden werden ontdekt, “geenszins het bewijs voor verdachte bindingen of medeplichtigheid met misdadige verenigingen of personen”, zo besluit het communiqué.
De verklaring van de chef van de Openbare Veiligheid heeft reeds reacties losgemaakt bij speurders en ook bij gewezen BOB'ers. Zo o.m. bij François Raes, een gewezen BOB'er die in Brussel jarenlang heeft samengewerkt met Madani Bouhouche, Robert Beijer en Christian Amory, alle drie nu betrokken in de zaak Mendez.
François Raes is nooit bang geweest sommige zaken openbaar te maken. In augustus 1979 stapte hij naar het parket van Brussel om allerlei scheefgroeiingen bij het drugbureau aan te klagen, een zaak waarbij een officier en enkele onderofficieren betrokken waren. Raes heeft zijn openheid later moeten bekopen. Hij verliet op 1 juli 1982 op eigen initiatief de rijkswacht.
“Ik werd verwijderd”, zo zei Raes dinsdag in Brussel “omdat ik op te veel goede pistes zat; omdat ik te veel wist.”
“Als de baas van de Staatsveiligheid nu zijn mannen verdedigt, vind ik dat een normale gang van zaken, maar zijn argumentatie is aanvechtbaar. Hij beweert juist het tegenovergestelde van wat privé-detective Robert Beijer en enkele leden van Westland New Post zeggen. Wie liegt er nu?”, zo vraagt François Raes zich af.
Hoewel hij Madani Bouhouche, Robert Beijer en Christian Amory goed heeft gekend en samen met hen heel wat onfrisse zaken heeft opgehelderd, acht hij het drietal toch in staat om inderdaad betrokken te zijn bij sommige misdrijven die hen nu worden ten laste gelegd. Volgens hem handelden ze echter zeker in opdracht.
“Om zulke feiten te plegen moet men de bescherming genieten van hogerhand”, aldus François Raes.
De gewezen rijkswachter gaat nog verder: “Zoals in 1940, toen bij het uitbreken van de oorlog in alle gelederen heerschappen van de vijfde colonne opdoken, zo zijn er ook nu verdachte kerels die overal sleutelposities innemen, in privé-diensten, administratie, ordediensten, ministeriële departementen, enz.”
Bultot
Bloedige raids, zoals die van de Bende van Nijvel, kunnen niet worden uitgevoerd als er niemand bescherming verleent, aldus de ex-rijkswachter, die voorts van mening is dat het niet sturen van adjudant-chef Guy Goffinon naar Paraguay om daar Jean Bultot te verhoren één van de grootste vergissingen was van justitie.
“Indien Goffinon Bultot aan de tand had mogen voelen, dan zou de ganse waarheid nu al bekend zijn.” Volgens Raes staat Bultot nog een trapje hoger dan Bouhouche en co.
Voorts vermoedt François Raes dat er een geweldige druk wordt uitgeoefend op magistraten die met het onderzoek naar de Bende van Nijvel zijn betrokken. “Hoe veel onderzoeksrechters zijn er al niet geweest, die zich met het dossier hebben beziggehouden? Telkens ze een ernstig spoor hadden ontdekt werd hen het onderzoek afgenomen.”
Raes, die bij de BOB steeds een goede naam had, kan niet begrijpen waarom de generale staf van de rijkswacht ten tijde van de bloedige misdaden van de Bende van Nijvel steeds op haar opsporingsberichten de woorden “Niet Dringend” vermeldde.
“Acht doden in Aalst en de generale staf seinde naar alle districten en brigades opsporingsberichten die niet dringend waren…”
Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Januari 1988
"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via »
Facebook |
YouTube