991

(4 replies, posted in Politiek & Business)

Advocaat hekelt Nijvels parket

Voor de parlementaire onderzoekscommissie naar het Banditisme beschreef meester Moerman, advocaat van Michel Cocu tijdens het proces van de bende van de Borinage, gisteren het door het Nijvels parket samengestelde dossier als "een dossier vol vergissingen". Deze vergissingen waren volgens de advocaat niet zozeer aan personeelsgebrek te wijten, maar wel omdat het Nijvels parket absoluut de Borains als schuldigen wou. Volgens Moerman ging hierbij ook het parket-generaal niet vrijuit.

"Men ging zich te veel aan namen van personen, in plaats van aan feiten hechten", aldus de advocaat. "Hierdoor werd heel wat nutteloos onderzoek verricht, en vergat men ook bepaalde bekentenissen na te trekken. Er werden zelfs geen wedersamenstellingen uitgevoerd." (*)

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 November 1989

(*) Dit klopt niet. Op 26 april 1987 werd een reconstructie uitgevoerd van de inbraak in Nijvel, zie » Forum

992

(28 replies, posted in Magistraten)

Leroy zou ontvoering van prins Filip verijdeld hebben

Dank zij contacten met het milieu zou eerste substituut Claude Leroy (45) de plannen van een gangsterbende verijdeld hebben om prins Filip te ontvoeren. Ook een voornemen om een gewelddadige overval te plegen op het postsorteercentrum Brussel X zou door zijn tussenkomst verhinderd zijn.

Met deze twee ophefmakende verklaringen ging de magistraat al op de eerste dag van zijn proces voor het Hof van Beroep in Brussel in het offensief tegen de beschuldigingen waarvoor hij terecht staat, in hoofdzaak omkoperij en schending van het beroepsgeheim.

Eerste substituut Leroy legde zijn geruchtmakende verklaring af nadat de voorzitter van het Hof, Verdoodt, gedurende bijna twee uur de elementen van het dossier had samengevat. Leroy werd eind maart van dit jaar aangehouden wegens schending van het beroepsgeheim. Hem wordt ten laste gelegd dat hij stukken zou weggenomen hebben uit het dossier van drie drugtrafikanten. Van een ander drugdossier zou hij een fotokopie hebben bezorgd aan Baptiste Andries (52) die nu met de magistraat op het bankje zit.

Leroy heeft altijd beweerd dat hij op de vraag naar documenten vanwege Andries is ingegaan, omdat hij geloofde dat die hem informatie zou bezorgen die nuttig kon zijn voor het gerecht in de strijd tegen drugtrafikanten.

Andries benaderde Leroy nadat een drugtrafikant hem schriftelijk vanuit de gevangenis m Antwerpen gevraagd had voor hem een genadeverzoek in de hand te werken. Marcel De Blick, de briefschrijver die later tot acht jaar gevangenisstraf zou veroordeeld worden. liet Andries vanuit Nederland alvast 10.000 gulden bezorgen.

Ook in verband met een tweede drugzaak was het Andries die aan eerste substituut Leroy een fotokopie van het dossier vroeg. Andries hoopte daarvoor andermaal rijkelijk vanuit Nederland betaald te worden. Het leverde hem inderdaad nog eens 10.000 gulden op.

Leroy zou zelf nooit geld van Andries gekregen hebben en nam blijkbaar genoegen met vage beloften van Andries dat die hem nuttige informatie over de drughandel zou bezorgen. De beklaagden wier dossier gefotokopieerd werd, de meesten daarvan Nederlanders, zijn later vrijgesproken.

Rijbewijs

Er is in de zaak nog een derde beklaagde, Yvonne Deschuytteneer (72). Zij is al vele jaren met de substituut bevriend. In 1981 kreeg zij eerherstel na een veroordeling wegens bedrieglijk bankroet. Of Leroy ook daarvoor mee heeft gezorgd. is niet bewezen. Wel zou hij er voor gezorgd hebben dat de vrouw haar rijbewijs terug kreeg, nadat het Hof van Beroep haar dat had ontnomen. Ze zou de magistraat geregeld etentjes in dure restaurants betaald hebben en hem ook geld geleend hebben, in het totaal zo’n 200.000 fr., omdat hij schulden moest betalen die zijn eerste echtgenote zou gemaakt hebben. De magistraat beweert dat hij die 200.000 fr. integraal aan de partijkas van de PRL heeft geschonken.

Aan het eind van de eerste zitting heeft Leroy dan woensdagmiddag verklaard dat zijn contacten met het milieu wel degelijk gunstige resultaten hebben opgeleverd. Hij beweert in contact gekomen te zijn met een genaamde Montel, een kerel uit het gangstermilieu die in augustus van dit jaar is doodgeschoten.

Noot: meer informatie over de moord op Montel » Forum

Via Montel zou de eerste substituut aan de weet gekomen zijn dat er plannen bestonden om prins Filip te ontvoeren. Ook zou hij vernomen hebben dat er een overval gepland was op het postsorteercentrum Brussel X en dat daarbij desnoods geweld zou gebruikt worden. Leroy verklaarde dat zowel de ontvoering als de overval door zijn tussenkomst verhinderd konden worden.

Het proces wordt vandaag donderdag voortgezet met de ondervraging van de eerste getuigen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Oktober 1985

Brussels Hof van Beroep hoorde steeds meer bezwarende getuigen

In het proces tegen de 45-jarige eerste substituut Claude Leroy, de 50-jarige Baptiste Andries en de 72-jarige Yvonne Deschuyteneer, beschuldigd van ondermeer corruptie en schending van het beroepsgeheim, werden woensdag weer een aantal getuigen ondervraagd voor het Hof van Beroep te Brussel.

Eerste getuige was een jonge vrouw, een zekere Nicole, die omdat ze verdacht werd van prostitutie een uitnodiging had gekregen om zich bij inspecteur Gons van de gerechtelijke poli-tie te melden. Ze bracht toen eerste substituut Leroy ervan opde hoogte dat ze bewuste uitnodiging had ontvangen. Leroy telefoneerde in haar aanwezigheid naar de politie om te weten te komen waarom ze zich moest aanmelden. De heer Leroy zou niet gevraagd hebben of getuige het risico liep te worden aangehouden.

Vervolgens getuigde Jan Austraete, een op pensioengestelde magistraat. van wie de zoon Jacques, thans notaris, een paar jaar geleden met het gerecht in aanraking was gekomen. Deze getuige kwam vertellen dat hij het bezoek kreeg van Andries en dat hij met hem een afspraak belegde in het Hilton-hotel te Brussel. Andries liet toen doorschemeren dat hij op de hulp kon rekenen van iemand met een hoge functie op het ministerie van Justitie. Hij beweerde een genadeverzoek te kunnen laten inwilligen voor de zoon van Austraete, indien deze hem 200.000 fr. wilde overhandigen.

Uiteindelijk was Austraete bereid Andries 100.000 fr. te geven. De overige 100.000 tr. zou worden geschonken nadat het genadeverzoek zou toegestaan zijn. Volgens Andries was het bedrag bestemd voor een politieke partij.

Een ander getuige was Leon Gillet, procureur-generaal te Luik. Hij kreeg op zeker ogenblik een telefoontje van Leroy. Deze vroeg hem om een dringend onderhoud. Het onderhoud vond te Luik plaats in aanwezigheid van gerechtelijk commissaris Reyniers.

Leroy vertelde toen dat gangster Anthemus zou pogen uit de gevangenis te ontsnappen. Daarbij zou eerst een hogere magistraat te Luik worden ontvoerd en vervolgens misschien gedood. Nadien zou een lid van de koninklijke familie nl. prins Filip op zijn beurt worden gegijzeld. In verband met deze alarmerende geruchten werden door de rijkswacht de passende maatregelen getroffen. Hierbij werd meer rekening gehouden met het algemeen klimaat dat toen heerste, dan met de verklaringen van Leroy.

Mw. Simonne Gabriels kwam daarna aan de beurt. Ze kent beklaagde Deschuytteneer al sinds verscheidene jaren. Mw. Deschuytteneer zei haar herhaaldelijk dat ze goede relaties met eerste substituut Leroy onderhield. Ze zei ook dat de substituut haar had geholpen bij het bekomen van een nieuw rijbewijs.

Gustaaf Morel was destijds herbergier. Hij kreeg vaak het bezoek van Mw. Deschuytteneer, die hem vertelde dat ze eerste substituut Leroy geld had gegeven en aan zijn echtgenote een partij juwelen. Naar het einde toe zegde Mw. Deschuytteneer dat ze een miljoen aan haar vennoot, een hooggeplaatste persoon, had gegeven opdat de drankgelegenheid gesloten zou worden. Getuige werd inderdaad verplicht zijn herberg in oktober 1984 te sluiten.

Commissaris Hoyois van de gerechtelijke politie van Bergen had het daarna nog over het verzoek van Andries aan Austraete om voor 200.000 fr. een genadeverzoek in het voordeel van zijn zoon te laten inwilligen. Hovois kon niet verklaren op welke manier Andries achter de gegevens van dat gerechtelijk dossier was gekomen.

Dinsdag gaat het getuigenvenhoor verder.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Oktober 1985

Geen kwaad woord over substituut Leroy

In het proces van de 45-jarige eerste substituut Claude Leroy, de 50-jarige Baptiste Andries en de 72-jarige Yvonne Deschuytteneer werden dinsdag de laatste getuigen ondervraagd voor het Hot van Beroep te Brussel.

Bij de aanvang van de zitting stelden Mrs. Alain Duval Benoit Pètre zich burgerlijke partij tegen Yvonne Deschuytteneer uit naam van de Broeders Maristen. Deze eisen de ettelijke miljoenen terug die de congregatie aan Mw. Deschuytteneer uitleende.

Als eerste getuige werd ere-rechter Mw. Simonne Schmidt ondervraagd. Deze dame was lange jaren voorzitster van een correctionele rechtbank te Brussel, waar substituut Leroy als openbare aanklager optrad. Ze zegde dat de h. Leroy steeds bekommerd was, niet alleen om de belangen van de maatschappij maar ook om die van de beklaagden zelf. De houding van de substituut was normaal, wanneer om een uitstel van bepaalde zaken werd gevraagd. Getuige beschouwde de h. Leroy als een uitstekend substituut.

Tweede getuige was Frans Reyniers, eerst-aanwezend commissaris bij de gerechtelijke politie te Brussel. Getuige had het al dadelijk over zijn contacten met een zekere Jules Montel. Deze was tegelijkertijd een misdadiger en een tipgever. Begin 1983 ontmoette getuige Montel substituut Leroy in de Prins Albert-club te Brussel. Montel verklaarde de schuilplaats te kennen waar twee misdadigers, [Michel] Anthemus en [Francis] Royen, in 1980 ontsnapt uit de gevangenis van Lantin, zich ophielden. Dank zij de inlichtingen van Montel konden voornoemde misdadigers op 15 maart 1983 worden ingerekend.

Enkele dagen later vroeg Jules Montel aan getuige of hij een casino mocht openhouden nabij de Duitse grens. Toen hij een negatief antwoord kreeg verklaarde Montel dat een gangsterbende zou pogen een advocaat-generaal uit Luik, een parlementslid en ook prins Filip te ontvoeren. Anderzijds vernam getuige dat de rijkswachtgroep Diane in het postsorteercentrum Brussel X was afgestapt om een geplande overval te verijdelen. Getuige kon niet bevestigen of eerste substituut Leroy inlichtingen over deze overval had verstrekt.

Menselijkheid

Getuige zegde tenslotte dat hij geen enkele informatie van eerste substituut Leroy bekwam die de aanhouding van drugsmokkelaars in de hand had kunnen werken.

Een andere getuige was Mw. Ingrid Hoet, thans substituut te Gent. Ze werkte negen maanden lang samen met eerste substituut Leroy in het ministerie van Justitie te Brussel. Ze had de grootste waardering voor de substituut, vooral om zijn humane en sociale houding bij het bestuderen van de dossiers.

Nog een getuige was Mw. Françoise Weis, een sociale assistente die vooral bedrijvig is bij “Info-justice”. Ze zegde dat de h. Leroy uitzonderlijk blijk gaf van menselijkheid en plichtsbesef bij de contacten die ze met hem onderhield. De substituut had volgens getuige de gewoonte zijn dossiers grondig te bestuderen en verder na te gaan wat er kon worden gedaan voor de gedetineerden of voor hun familie.

Daarna was het de beurt aan Mevr. Josette Cambier. Ze was secretaresse in het ministerie van Justitie op het ogenblik dat eerste substituut Leroy er als raadgever werkte. Getuige had de grootste waardering voor de substituut. Ook deze getuige had het over de menselijkheid van de h. Leroy, wat o.m. tot uiting kwam in de brieven die hij tot do familie van gedetineerden richtte. Volgens Mw. Cambier streefde de h. Leroy geen enkel politiek doel na.

Vandaag volgt de ondervraging van de verschillende beklaagden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 30 Oktober 1985

Burgerlijke partij niet mals voor Mw. Deschuytteneer

In het proces van de 45-jarige eerste substituut Claude Leroy, de 50-jarige Baptiste Andries en de 72-jarige Yvonne Deschuytteneer, beschuldigd van corruptie, werd woensdag voor het Hof van Beroep te Brussel nog een getuige gehoord, alsmede de drie beklaagden.

Getuige was de h. Emile Darquenne, gewezen prefect van het Leon Lepage-atheneum te Brussel, waar de h. Leroy zijn middelbare school uitliep en waar hij later leraar werd. Als student liet de h. Leroy zich kennen om zijn vriendelijkheid en eerlijkheid. Later legde hij als leraar een grote wetenschappelijke belangstelling aan de dag.

Daarna werd beklaagde Andries ondervraagd. Dit gebeurde op verzoek van de verdediging achter gesloten deuren. Als man van het milieu kan Andries immers verklaringen afleggen die hemzelf of andere personen in gevaar brengen.

Leningen

Vervolgens was het de beurt aan Mw. Deschuytteneer om ondervraagd te worden. Er was sprake van een verzoek tot genade dat ze vanwege eerste substituut Leroy bekwam. Ze gaf toe ongeveer 200.000 fr. aan de substituut te hebben gegeven. Zulks echter onder de vorm van leningen en niet uit dank zodat er van corruptie geen sprake kan zijn.

Het dossier over haar eigen oplichtingen, waarvoor Mw. Deschuytteneer een zware veroordeling had kunnen krijgen, werd op verzoek van de eerste substituut sine die uitgesteld. Mw. Deschuytteneer was immers bereid de verschillende schuldeisers 40.000 fr. per maand te betalen zodat het uitstel van de zaak niemand schade kon toebrengen.

Daarna werd eerste substituut Leroy zelf ondervraagd. In de eerste plaats over het dossiers De Blick. In verband hiermee werd de h. Leroy door Andries aangezocht om tussenbeide te komen. De h. Leroy moest er voor zorgen dat het genadeverzoek tot genade van De Blick, die 8 jaren gevangenisstraf had gekregen, zou worden ingewilligd. De zaak De Blick was volgens de eerste substituut een hopeloos geval, waarin hij Andries alleen een papiertje overhandigde met de datum van de vaststelling voor de rechtbank.

Fotokopie

In verband met de drugzaak “Le Bercail” maakte de eerste substituut een fotokopie van het dossier over aan Andries. Deze speelde de fotokopie door aan Nederlandse drugtrafikanten. De h.Leroy zegde dat het doorgeven van de fotokopie geen uitstaans heeft met enige vorm van corruptie. Hij zou het gedaan hebben omdat hij van oordeel was dat Andries als contactman van het milieu in levensgevaar kon verkeren als hij de fotokopie niet in handen kreeg. Wat zijn relaties met Mw. Deschuytteneer betreft zegde de eerste substituut nog dat ze hem ten hoogste 50.000 fr. uitleende. Hij schonk deze som achteraf aan de PRL van Watermaal-Bosvoorde.

Mr. Alain Duval pleitte voor de burgerlijke partij, de Broeders Maristen. Hij had het daarbij uitsluitend op Mw. Deschuytteneer gemunt en verklaarde dat deze vrouw fortuin begon te maken toen ze de minnares werd van een bekend autoindustrieel.

Sindsdien verleefde ze ongeveer 100.000 fr. per dag. In 1983 alleen gaf ze 25 miljoen uit, o.m. om dagelijks grote hoeveelheden champagne te drinken.

Bromfiets

Om haar insolvabiliteit te organiseren, schonk ze onlangs haar appartement aan een Kleindochter. Ze beweerde ook haar Mercedes te hebben verkocht, wat onjuist was. In verband met het organiseren van deze insolvabiliteit werd ze enkele dagen terug aangehouden.

Van de Broeders Maristen wist ze in vier jaar tijd 120 miljoen fr. los te krijgen. Ondertussen werd aan een broeder Marist een bromfiets geweigerd omdat deze 30.000 fr. zou kosten. Mw. Deschuytteneer, die iedereen rolde, slaagde er in eerste substituut Leroy een brief te laten opstellen waaruit moest blijken dat ze een eerbare vrouw was. Misschien wist de h. Leroy niet dat dit schrijven moest dienen om de Paters Maristen vertrouwen in te boezemen ten einde geld van hen los te krijgen. Zulks is de reden waarom de burgerlijke partij geen enkele eis stelt ten overstaan van eerste substituul Leroy, maar wel om een provisie van 1 frank vraagt ten overstaan van Mw. Deschuytteneer.

Vandaag volgt het rekwisitoor.

Bron: Gazet van Antwerpen | 31 Oktober 1985

Openbare aanklager eist vijf jaar cel tegen substituut: “Leroy stelde hele Belgische justitie in ongunstig daglicht"

In het proces van de 45-jarige Brusselse substituut Claude Leroy, de 50-jarige Baptiste Andries en de 72-jarige Yvonne De Schuytteneer, beschuldigd van corruptie en schending van het beroepsgeheim, werd donderdag, 5 jaar cel geeist tegen de substituut.

Bij de aanvang van de zitting nam de h. Jacques Haustrate het woord in verband met zijn aanstelling tot burgerlijke partij tegen Andries en de eerste substituut Leroy. Haustrate, die in 1983 een lichte veroordeling opliep, had toen met Andries te maken die om 200.000 fr. vroeg, ten einde het inwilligen van een genadeverzoek te laten bespoedigen. Dit zou gebeuren door een hooggeplaatste persoon, heel vermoedelijk eerste substituut Lerov. Andries bekwam alles bij elkaar 100.000 fr. van de burgerlijke partij, maar van een genadeverzoek kwam niets terecht. Terwille vooral van de morele schade die hij ondervond, eiste de h. Haustrate 1 miljoen fr. op ten overstaan van Andries en een ander miljoen ten overstaan van eerste substituut Leroy.

Vervolgens hield advocaat-generaal Morlet zijn rekwisitoor. Hij had het aanvankelijk over de banden die bestonden tussen Andries en de eerste substituut. In verband met het dossier De Blicq wist Andries bepaalde stukken uit het dossier los te krijgen via Leroy. Deze stukken konden worden gebruikt om een verzoek van genade voor De Blicq, die tot 8 jaar cel was veroordeeld, in de hand te werken.

Andries werd voor het doorgeven van deze stukken rijkelijk betaald door het milieu en de vraag rijst of Claude Leroy niet een gedeelte van het uitgekeerde geld kreeg toegewezen.

Wat het dossier “Le Bercail” betreft, deed zich nagenoeg hetzelfde voor, met dien verstande dat de eerste substituut dit keer een fotokopie van het hele dossier aan Andries overhandigde. Andries had Leroy beloofd dat hij dank zij de fotokopie informatie uit het milieu kon bekomen, o.m. over de aankomst in Antwerpen van een container, gevuld met hasj. Van deze informatie kwam niets terecht maar andermaal werd Andries flink vergoed door het milieu, en nogmaals rijst de vraag of niet een gedeelte van dat geld bij de eerste substituut terechtkwam.

Hoe dan ook, in beide gevallen maakte Leroy zich schuldig aan de schending van het beroepsgeheim. De openbare aanklager meende bovendien over voldoende gegevens te beschikken om van een corruptieovereenkomst tussen Andries en eerste substituut Leroy te kunnen spreken.

Twee andere gevallen, die Andries en de eerste substituut aanbelangen zijn de zaken Haustrate en Montel. In beide gevallen ging het om het toestaan van bepaalde gunsten tegen betaling of beloften waarbij Andries en de eerste substituut blijkbaar onder een hoedje speelden.

De Schuytteneer

Daarna behandelde de openbare aanklager de verhouding tussen Mw. De Schuytteneer en eerste substituut Leroy. Deze vrouw had in 1981 met het gerecht te maken in een zaak van oplichting en bedrieglijk bankroet. Leroy zorgde er voor dat haar zaak sine die werd uitgesteld op voorwaarde dat ze verschillende burgerlijke partijen zou vergoeden. Later zorgde Leroy er tweemaal voor dat Mw.De Schuytteneer vroegtijdig haar rijbewijs terugkreeg.

Nadien stelde de eerste substituut een brief op waaruit moest blijken dat Mw. De Schuytteneer alleen maar wegens faillissement en niet wegens oplichting met het gerecht te maken had. Mw. De Schuytteneer maakte van deze brief dankbaar gebruik om ettelijke miljoenen van de broeders Maristen los te krijgen.

Voornoemde brief die onjuiste gegevens bevatte staat volgens de advocaat-generaal gelijk met valsheid in geschrifte. Mw. De Schuytteneer geeft toe dat ze in verschillende keren 200.000 fr. uitleende aan de heer Leroy en zulks zonder enig betaalbewijs of intrest. De vraag rijst of deze vrouw niet al dat geld aan Leroy bezorgde voor al de diensten die hij haar bewees. In dat geval gaat het duidelijk om corruptie.

Wat de toe te meten straf betreft, vroeg de openbare aanklager het hof hierover zelf te beslissen inzake Andries en Mw. De Schuytteneer, gezien ze beiden als gewone misdadigers optraden.

Wat eerste substituut Leroy betreft, die door zijn optreden de hele Belgische justitie in een ongunstig daglicht stelde, deze dient de maximumstraf van 5 jaar te bekomen. Hij moet bovendien voor een termijn van 10 jaar uit al zijn burger- en politieke rechten worden ontzet.

Dinsdag volgen de pleidooien.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 November 1985

Vrijspraak van Andries gevraagd in proces-Leroy

In het proces van de 45-jarige eerste substituut Claude Leroy, de 50-jarige Baptiste Andries en de 42-jarige Yvonne Deschuyttenneer, kwam dinsdag de verdediging aan het woord voor het Hof van Beroep te Brussel. Het ging om de drie advocaten van beklaagde Andries.

Mr. Jean Bornet verklaarde dat de verhouding tussen zijn cliënt en eerste substituut Leroy onderhouden werd om het milieu van Nederlandse drughandelaars te penetreren. Nochtans wordt Andries beschuldigd van actieve corruptie t.o.v. de eerste substituut. Deze beschuldiging gaat volgens de advocaat niet op.

Andries, een gekende gokker, leerde eerste substituut Leroy kennen in het milieu van de casino's. De h. Leroy was als magistraat immers belast om paal en perk te stellen aan de uitbreiding van kansspelen in ons land. Andries, die in zekere mate aan de rand van de maatschappij leefde, al was hij nooit bij overvallen of moordzaken betrokken, onderhield relaties in het milieu van de drugwereld, zonder daarom zelf een drugshandelaar te zijn. Hij beloofde de h. Leroy inlichtingen over het milieu van drugtrafikanten te kunnen bezorgen. Indien hij aan deze inlichtingen wilde geraken, moest hij bepaalde bewijzen aan het milieu kunnen voorleggen, waaruit zou blijken dat hij kon rekenen op hooggeplaatste personen. Daarom wilde Andries rapporten uit een drugdossier aan het milieu laten zien.

Eerste substituut Leroy leverde hem die stukken en Andries stelde alles in het werk om aan zoveel mogelijk informatie over het milieu te geraken.

Als tweede advocaat van Andries had mr. Lawrence Muller het alleen over de contacten die tussen Andries en de burgerlijke partij, notaris Jacques Haustrate bestonden. Andries kwam deze notaris toevallig tegen op een ogenblik dat deze een veroordeling had opgelopen. Andries beloofde de notaris een verzoek tot genade te laten inwilligen dankzij zijn relaties met een hooggeplaatst persoon. Andries vroeg voor zijn diensten een bedrag van 200.000 frank. Zulks kan volgens de advocaat niet als een poging tot geldafpersing worden beschouwd. Geldafpersing gaat steeds vergezeld van bedreigingen. In dit geval ging het alleen om het aanbieden van diensten, zodat er geen misdrijf werd gepleegd.

Als derde advocaat van Andries betoogde mr. Pascal Vanderveeren dat zijn cliënt zich zeker niet schuldig maakte aan corruptie t.o.v. de h. Leroy. Claude Leroy kreeg trouwens geen frank voor de diensten die Andries hem aanbood, nl. de inlichtingen uit het milieu. Het was er de h. Lerov vooral om te doen zichzelf te valoriseren in de ogen van de gerechtelijke politie.

Wat het misdrijf van de schending van het beroepsgeheim betreft, daarmee heeft Andries niets te maken. Andries kon zich immers niet voorstellen dat de h. Leroy door het overhandigen van bepaalde stukken uit een dossier, het beroepsgeheim schond. Mocht het beroepsgeheim toch zijn geschonden, dan is dat alleen de zaak van de h. Leroy.

Tenslotte wat de poging tot geldafpersing betreft, is volgens de advocaat niets bewezen. Andries dacht er geen enkel ogenblik aan de substituut te bedreigen. Hij maakte alleen beloften betreffende het doorspelen van inlichtingen. Beloften zijn niet voldoende om van geldafpersing te kunnen spreken. Gezien helemaal niets is bewezen tegen Andries moet hij worden vrijgesproken.

Vandaag wordt voor de andere beklaagden gepleit.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 November 1985

Mw. De Schuytteneer was een weldoenster

In het proces van de 45-jarige eerste substituut Claude Leroy, de 50-jarige Baptiste Andries en de 72-jarige Yvonne De Schuytteneer, beschuldigd van corruptie, kwam woensdag de verdediging van de vrouw aan het woord.

Mr. Michèle Hirsch betoogde dat mw. de Schuytteneer vrij voor het hof verschijnt, althans voor de feiten die haar thans worden verweten. De advocate weerlegde de corruptie. De openbare aanklager beweert immers dat mw. De Schuytteneer heel wat geld gaf aan Leroy in ruil voor de talrijke voordelen.

Er zou dus een voorafgaand akkoord tussen beiden hebben bestaan, wat volgens mr. Hirsch helemaal niet is bewezen Indien Leroy bepaalde gunsten aan mw. De Schuytteneer verleende, was het alleen uit vriendschap.

Van haar kant had mw. De Schuytteneer de gewoonte geld te lenen aan personen die haar goed gezind waren. Zulks verklaart waarom ze de h. Leroy eenmaal 50.000 fr. gaf, geld dat aan de PRL van Watermaal-Bosvoorde werd toevertrouwd.

Later gaf ze nog eens 50.000 fr. aan Leroy op een ogenblik dat hij dreigde aangehouden te worden.

Eerherstel

Wat de fameuze brief betreft die de h. Leroy in het voordeel van mw. De Schuytteneer opstelde, is er volgens de advocate geen valsheid in geschrifte. In werkelijkheid had de h. Leroy in de brief vermeld dat mw. De Schuytteneer een genadeverzoek had gekregen in de zaak van een faillissement zonder er bij te voegen dat ze was veroordeeld.

Het verlenen van een genadeverzoek kan alleen slaan op een veroordeling en zeker niet op een gewoon faillissement. De brief die in het voordeel van mw. De Schuytteneer werd opgesteld bevatte dus alleen juiste elementen, zodat er van enige valsheid geen sprake is.

Indien mw. De Schuytteneer deze brief nodig had, was het omdat ze voordien door een zekere mw. Gillet bij de broeders Maristen in diskrediet was gebracht. Mw. De Schuytteneer wilde deze brief gebruiken als een soort eerherstel.

Mr. Jean Brasseur, die al sinds 40 jaren de raadsman is van mw. De Schuytteneer, zegde dat zijn cliënte nooit de kans had om te trouwen, dat ze wel een zoon kreeg met wie ze in onmin leeft en dat ze herhaaldelijk poogde een handelszaak uit te baten waarvoor ze echter geen aanleg heeft.

Eenzaam

Mw. De Schuytteneer voelde zich erg eenzaam. Daarom zocht ze het gezelschap op van anderen, aan wie ze geschenken gaf of dure etentjes in de beste restaurants. Mw. De Schuyteneer was erg genereus van natuur, wat blijkt uit de talrijke bezoeken die ze bracht aan gestichten voor gehandicapten of andere misbedeelden en waar ze zich telkens erg vrijgevig toonde.

Door tussenkomst van een graaf kreeg ze van de broeders Maristen eenmaal 50 miljoen en later nog 17 miljoen fr. uitgekeerd. Het ging om gewone leningen, waar geen oplichting bij te pas kwam. Het feit dat de h.
Leroy de zaak van mw. De Schuytteneer in verband met haar faillissement wilde laten verjaren is zeker niet strafbaar voor haar. Mw. De Schuytteneer vond de maatregel van de h. Leroy helemaal gewettigd, des te meer daar ze bereid was alle burgerlijke partijen te vergoeden.

Tot besluit zei de advocaat dat mw. De Schuyteneer niet kan veroordeeld worden voor enige vorm van corruptie, oplichting of valsheid in geschrifte. Mr. Brasseur vroeg het hof zijn cliënte niet te beschouwen als de geldverkwistende vrouw, zoals ze door sommigen wordt afgeschilderd, maar als de weldoenster die men kon aantreffen in liefdadigheidsinstellingen.

Vandaag volgen de pleidooien voor eerste substituut Leroy.

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 November 1985

Verdediging pleit vrijspraak voor Claude Leroy

In het proces van de 45-jarige eerste-substituut Claude Leroy, de 50-jarige Baptiste Andries en de 72-jarige Yvonne Deschuytteneer, onder meer beschuldigd van corruptie, kwam donderdag de verdediging van de magistraat aan het woord.

Als eerste advocaat stelde mr. Pol Massart vast dat zijn cliënt vooral beschuldigd wordt van corruptie. De openbare aanklager geeft toe dat hij deze corruptie maar moeilijk kan bewijzen, maar maakt niettemin gewag van een voorafgaand pakt dat tussen de h. Leroy en de twee andere beklaagden zou hebben bestaan.

Wat de beschuldiging van valsheid in geschrifte betreft inzake een brief die de eerste-substituut in het voordeel van Mw. Deschuytteneer opstelde zijn de feiten volgens de advokaat niet bewezen. Deze brief was alleen bedoeld om Mw. Deschuytteneer wit te wassen van gemene beschuldigingen die door een zeker Mw. Gillet naar voor waren gebracht bij de broeders Maristen. Mw. Deschuytteneer bekwam tussen 1982 en 1985 alles bij mekaar 109 miljoen frank van deze broeders. Bij de brief die ze de broeders Maristen voorlegde kwam geen enkel bedrieglijk opzet te pas.

Wat aantijging van corruptie betreft moet rekening worden gehouden met de persoonlijkheid zelf van de eerste-substituut. Deze was in staat andere mensen onbaatzuchtig diensten te bewijzen en niet zoals de openbare aanklager voorhoudt uit zuiver winstbejag. De eerste-substituut wilde bovendien inlichtingen bekomen over het drugmilieu. Hij wilde a.h.w. afrekenen met dit milieu gezien zijn eigen zoon met rugproblemen had te kampen.

Tweede advokaat was Mr. Pierre Legros. Hij had het vooral over de verduistering van het drugdossier Le Bercail dat zijn cliënt wordt verweten. Voor het doorgeven van een fotokopie van dit dossier kan ten hoogste een disciplinaire straf tegen de h. Leroy worden opgeëist. De h. Leroy gaf de fotokopie door met de enige bedoeling inlichtingen over het milieu te bekomen. Daar was geen enkel winstbejag bij gemoeid zodat er ook geen sprake van corruptie kan zijn.

Wat de schending van het beroepsgeheim betreft zei de h. Legros dat hier twee belangrijke elementen ontbreken, nl. een noodzakelijke vertrouweling en een vertrouwenspact. De schending van het beroepsgeheim is derhalve niet bewezen.

Ten slotte vroeg mr. Roger Lallemand als derde advocaat dat het hof de h. Leroy niet als magistraat maar als een mogelijke delinquent zou beschouwen. Mr. Lallemand gaf wel toe dat zijn cliënt 50.000 fr. kreeg van Mw. Deschuytteneer, maar dat het geld later werd geschonken aan de PRL.

Later gaf de h. Leroy toe het dossier Le Bercail aan Andries te hebben overgemaakt om inlichtingen over het drugmilieu te krijgen. Onmiddellijk na deze bekentenissen werd de h. Leroy van allerlei onzinnige dingen verdacht. Toch waren er mensen die hem als een menselijk en vrijgevig persoon bleven beschouwen. Het is overigens niet bewezen dat het doorspelen van het dossier Bercail de betrokken beklaagden een vrijspraak bezorgde voor de correctionele rechtbank. Deze vrijspraak steunde alleen op provocatie vanwege de politie.

Ten slotte zei mr. Lallemand dat zijn kliënt ongetwijfeld beroeps- en deontologische fouten maakte. Hij beging echter geen strafrechtelijke feiten waarvoor hij een veroordeling zou kunnen oplopen. De h. Leroy moet derhalve worden vrijgesproken.

Uitspraak op 3 december.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 November 1985

Claude Leroy veroordeeld tot achttien maanden

Gisteren heeft het Hof van Beroep te Brussel, voorgezeten door de h. Verdoodt, de 45-jarige eerste-substituut Claude Leroy uit Watermaal, tot 18 maanden gevangenisstraf veroordeeld. De Brusselse magistraat was ver buiten de schreef gelopen, door ondermeer documenten te verduisteren, het beroepsgeheim te schenden en valsheid in geschrifte te plegen.

Vrijdagavond 29 maart werd hij aangehouden, wat betekent dat hij nu bijna de helft van zijn straf heeft uitgezeten en dus vermoedelijk eind volgende zomer weer vrij zal zijn. Omdat hij de feiten pleegde als magistraat werd hij voor een termijn van 5 jaar ontzet uit zijn burger- en politieke rechten. Hij mag dus een kruis maken over zijn loopbaan. Op de koop toe kreeg Leroy een boete van 12.000 fr.

Twee personen die samen met de eerste substituut verschenen, nl. de 50-jarige Baptiste Andries en de 72-jarige Yvonne De Schuytteneer, werden eveneens veroordeeld, Andries werd wegens verduistering van documenten, onder de vorm van fotokopies van twee drugdossiers, en als begunstigde van de schending van het beroepsgeheim tot 9 maanden effectieve gevangenisstraf veroordeeld en 6.000 frank boete. Mevr. Deschuytteneer kwam er vanaf met 7 maanden effectieve gevangenisstraf en eveneens 6.000 fr. boete.

De vrouw werd alleen schuldig bevonden als begunstigde te zijn opgetreden bij de valsheid in geschrifte gepleegd door Claude Leroy. Het betrof hier een brief aan de Broeders Maristen, waarin werd gewag gemaakt van een genademaatregel voor Mw. Deschuytteneer in een faillissement.

Voor de beschuldiging van corruptie werden de drie beklaagden vrijgesproken, omdat een voorafgaand pact tussen hen niet kan worden bewezen. Anderzijds werden de eisen van van een gewezen Brusselse not ris en van de Congregatie der Broeders Maristen als ongegrond verworpen.

Corruptie

Reeds in januari van dit jaar werd eerste-substituut Leroy verdacht. Voornamelijk bij de gerechtelijke politie van Brussel die het enigszins vreemd vond dat sommige anti-drugacties spaak liepen. Weken aan een stuk werd dan de handel en wandel van de Brusselse magistraat, die nog kabinetsmedewerker van justitieminister Gol is geweest, gevolgd.

De corruptie van Claude Leroy werd ontdekt bij het onderscheppen van een lading drugs, op 17 september 1984 op de parking van het Makro-warenhuis te Machelen bij Vilvoorde.

Overigens werd gisteren, tijdens de zitting van het Hof van Beroep, onderstreept dat Claude Leroy niet uit zuiver winstbejag handelde doch eerder uit ijdelheid.

Tijdens de eerste weken die volgden op de arrestatie van de eerste-substituut, circuleerden heel wat geruchten. Veel ruchtbaarheid kreeg de “zaak Leroy” ook nog toen de magistraat tijdens het proces het doorschemeren dat door zijn informatie en inlichtingen een gijzeling van kroonprins Filip kon worden verijdeld. Of de gerechtelijke politie van Brussel ook die mening is toegedaan is dan weer een andere vraag.

Hoe dan ook: Claude Leroy werd tijdens de vele zittingen vaak als een weldoener afgeschilderd. Meer dan eens kwamen sympathisanten ook betogen aah het Brusselse gerechtsgebouw om zijn vrijlating te eisen Claude Leroy bezorgde ondermeer aan de 72-jarige Mevr. Deschuytteneer haar rijbewijs terug. Daarvoor kreeg hij van de vrouw 200.000 fr., geld dat de magistraat aan de plaatselijke PRL-afdeling van Watermaal schonk.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 December 1985

993

(9 replies, posted in Overzicht Bendes)

Klopt, maar dat betekent natuurlijk niet dat de bende Bonifazi later de Bende van Nijvel is geworden. Het betekent eerder dat de Bende van Nijvel "simpele criminelen" waren die uitermate bruut geweld gebruikten.

994

(65 replies, posted in Politiek & Business)

Olaf Palme gedood door een Belg?

De Belgische Staatsveiligheid heeft geen aanwijzingen dat een Belg vorig jaar in februari de Zweedse eersteminister Olof Palme in Stockholm heeft vermoord. Nochtans heeft het Zweedse dagblad "Expressen" dit weekeinde nog geschreven dat de moordenaar van Olaf Palme na de moord in Luik zou hebben verbleven. Het zou gaan om een beroepsdoder die door Koerdische separatisten zou zijn aangeworven.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Februari 1987

995

(9 replies, posted in Andere Personen)

Brussel : poging tot afpersing met jaar en 6 maanden gestraft

De correctionele rechtbank le Brussel behandelde vrijdagvoormiddag de zaak van twee zware jongens, die tijdens de nacht van 14 op 35 Januari 1968 de kelner van de bar “L’Escalier”, Ezelstraat te Brussel gingen bedreigen. Eén van de zware jongens, de 21-jarige Georges Orlowsky, een kelner uit Elsene, dreigde met een revolver, terwijl zijn meigezel, de 28-jarige Michel Van Uytrecht, een chauffeur uit Elsene, ondertussen bedreigingen uitte. De kelner van de bar, de 29-jarige André Becker, die voor zijn leven vreesde, schoot met zijn revolver tot viermaal toe in de richting van Orlowsky, zonder deze ernstig te verwonden. De rechtbank veroordeelde Orlowsky tot een jaar gevangenisstraf, Van Uytrecht tot zes maanden gevangenisstraf en Becker tot 2,000 fr. boete.

Tijdens de nacht van 11 op 12 januari 1068 kwamen vier “racketeers”, Michel Dewit, Andre Barcloni, Yves Fassone en Robert Chemoul, onder bedreiging van wapens een soms van 35.000 fr. afpersen van de uitbater van de bar “L’Escalier”, Declercq. Deze legde klacht neer bijde rijkswacht, die korte tijd nadien het viertal arresteerde. Minder dan 24 uren later boden zich in dezelfde bar twee zware jongens aan. Op dat ogenblik waren er behalve de kelner, André Becker, ook nog twee jonge danseressen aanwezig.

Georges Orlowsky ging bij de toonbank staan en vroeg aan de kelner hoe het nu eigenlijk wel stond met de zaak van Michel Dewit. Aangezien de kelner aarzelde om antwoord te geven, haalde Orlowsky een revolver tevoorschijn, laadde hem, kwam tot achter de toonbank en herhaalde zijn vraag. De kelner, bevreesd voor zijn leven, trok ook een revolver en vuurde in de dichting van Orlowsky, die hij oppervlakkig verwondde. Volgens één van de aanwezige danseressen zou Van Uytrecht toen tussenbeide zijn gekomen, door Becker toe te roepen: “Als je mijn broer duritte raken, schiet ik je neer”. Van Uytrecht zou vervolgens een hand in zijn zak hebben gestoken.

Afrekening

Achternagezeten door Orlowsky en Van Uytrecht liep Becker de straat op en schoot nog driemaal in hun richting, zonder iemand te raken. Even later kwamen leden van de rijkswacht opdagen, die het drietal op straat arresteerden. Orlowsky had ondertussen nog de gelegenheid gevonden om zijn revolver weg te gooien.

Volgens substituut Stampe bestaat er geen twijfel over, dat Orlowsky en Van Uytrecht de bar “L’Escalier” waren komen bezoeken om er met de kelner af te rekenen na de aanhouding van Michel Dewit en consoorten, ook al beweren ze bedoelde drankgelegenheid geheel toevallig te zijn binnengegaan.

Nadat de advocaat van Van Uytrecht had gewezen op de minieme rol die zijn cliënt in deze zaak speelde, wezen zowel rechter Fischer als het openbaar ministerie op het gerechtelijk verleden van bedoelde beklaagde. Van Uytrecht had een tiental keren met het gerecht te maken en bracht reeds acht jaar in de gevangenis door.

Wat Becker betreft, deze trad op in een toestand van wettige zelfverdediging. Dit is trouwens de reden waarom hij slechts werd veroordeeld wegens verboden wapendracht, wat hem alleen een geldboete kostte.

Bron: De Standaard | 22 Maart 1969

996

(0 replies, posted in 2000-2030)

Samenvatting

  • Wat? Familiedrama, een man vermoordt zijn ex-vrouw en broer

  • Wanneer? 10 januari 2000

  • Waar? Clos de Stoupré 23 in Thuin » Google Maps

  • Wie? André Becker

  • Status: opgelost

André Becker, geboren in 1961, vermoordde zijn ex-vrouw en zijn broer, Rudy Becker omdat hij het hoederecht over zijn kinderen niet kreeg. Zijn drie kinderen zagen hoe de man de twee moorden pleegden en nadien probeerde om zelfmoord te plegen. De man stond bekend als een dronkaard en een agressieveling. De moorden werden gepleegd met een geweer kaliber 22.

Of er een band tussen André en Rudy Becker en de Becker-clan weet ik niet.

Man knalt ex-vrouw en broer neer

André Becker, een 38-jarige werkloze uit Thuin bij Charleroi, richtte maandagnacht een bloedbad aan in het huis waar zijn ex-vrouw en haar nieuwe vriend, de broer van André, samenwoonden. Zijn eigen drie kinderen zagen hoe de stomdronken Becker hun moeder Béatrice Simon (40) en zijn broer Rudy (29) doodschoot. André Becker schoot daarna zichzelf een kogel door het hoofd. Becker was naar verluidt boos, omdat hij het hoederecht over zijn kinderen niet kreeg.

Bron: De Standaard | 12 Januari 2000

Kindjes zien hoe papa hun ma vermoordt

Een 39-jarige man heeft in de nacht van maandag op dinsdag zijn 41-jarige ex-vrouw en zijn 29-jarige broer doodgeschoten. Hij probeerde nadien zelfmoord te plegen, maar slaagde daar niet in. Hij is wel klinisch dood. De drie kinderen van de man waren getuige van de moord.

Al meer dan een jaar woonde de 41-jarige Béatrice Simon bij Rudy. Ze was de agressiviteit van André Becker, de vader van haar drie kinderen, meer dan beu. Rudy, de tien jaar jongere broer van André, had haar bewonderenswaardig opgevangen. Hij was als een vader voor de drie kinderen. Emilie, Johnny en Julie voelden zich goed bij hun mama en hun nieuwe papa. Vooral dat was een doorn in het oog van André.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Januari 2000

"Help, hij heeft mama en Rudy doodgeschoten!"

Er lijkt geen einde te komen aan de reeks van familiedrama's. Het geweld dat maandagnacht een einde maakte aan het leven van Béatrice Simon (41) en Rudy Becker (29) is, volgens buren, onbeschrijfelijk. Vooral omdat de drie kinderen getuige waren van de manier waarop hun vader hun moeder letterlijk afmaakte. Béatrice werd doodgeschoten toen ze zich naar haar kinderen repte in een poging om hen te beschermen voor het enorme geweld van hun vader André.

"Help. Hij heeft mama en Rudy doodgeschoten!" De 12-jarige Emilie zocht vertwijfeld hulp bij buurvrouw Marie-Rose. Wat de vrouw had gevreesd, was gebeurd. Even daarvoor had ze Béatrice nog horen kloppen op de dunne muren van de rijwoning aan de Clos de Stoupré 23. "Een familieruzie", had Marie-Rose nog gedacht.

Béatrice was goed gekend in de buurt. "Ze had bij Rudy eindelijk wat geluk gevonden",zeggen buren. Het huwelijk van Béatrice en André duurde toch meer dan tien jaar. Tien jaar van slagen, kloppen, agressiviteit en drankmisbruik. "Ze heeft het lang met hem geprobeerd maar met die mens was niet te leven", luidt het.

Bij de jongere broer van André, Rudy, vond Béatrice een oase van rust. Hij hield van haar, beschermde haar en was als een vader voor Emilie (12), Johnny (8) en de kleine Julie (4).

Hoederecht

De ruzies werden nu uitgevochten voor de rechtbank, waar beiden het hoederecht opeisten van de kinderen. Vorige maandag was Béatrice nog naar de jeugdrechter getrokken om die te smeken de kinderen bij haar te laten. Van de kleintjes had ze gehoord dat ze met André tijdens het bezoekrecht de cafés afdweilden en Béatrice wilde dat niet.

Waarschijnlijk was André dat bezoek te weten gekomen. Omstreeks 1 uur 's nachts drong hij binnen in de eenvoudige woning.
Hij schoot zijn broer in de gang met een schot in de buik dood. Daarna trok hij naar de eerste verdieping waar Béatrice zich bij haar kinderen verschanste. Terwijl de kleintjes keken, schoot hij haar door de keel.

Nog even bleef hij in huis rondhangen, terwijl hulpdiensten niets durfden te doen uit schrik dat André hen zou beschieten. Uiteindelijk richtte hij het wapen op zichzelf. Hij schoot omhoog door zijn kin. Zijn toestand is hopeloos. De kindjes werden in het ziekenhuis onderzocht en nadien ondergebracht bij de oma langs moederskant.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Januari 2000

Bedrogen echtgenoot richt bloedbad aan

André Becker, een 38-jarige werkloze uit Thuin bij Charleroi, heeft maandagnacht een bloedbad aangericht in het huis waar zijn ex-vrouw en haar nieuwe vriend, de broer van André, samenwoonden. Zijn eigen drie kinderen zagen hoe de stomdronken André Becker hun moeder Béatrice Simon (40) en zijn broer Rudy (29) doodschoot. Hij schoot achteraf ook zichzelf een kogel door het hoofd. Becker was naar verluidt boos, omdat hij het hoederecht over zijn kinderen niet kreeg.

André Becker viel maandagnacht binnen in het citéhuisje aan de Clos de Stroupé in Thuin, waar zijn ex-vrouw Béatrice Simon samenwoonde met zijn broer, Rudy Becker. André Becker woont zelf alleen in een huisje een paar honderd meter van het huis van zijn ex. Even voor 1 uur pakte hij zijn geweer kaliber 22 uit de de keuken en ging te voet naar de Clos de Stroupé.

Hoe hij daar het huis binnenraakte, is onduidelijk. Zeker is dat hij in de gang onmiddellijk op zijn broer Rudy stootte. André had geen genade voor zijn jongere broer. Hij joeg hem één kogel in de borst en Rudy was bijna op slag dood. Nadien trok dolleman André Becker naar boven waar zijn ex-vrouw en kinderen sliepen. Béatrice Simon vluchtte naar de kamer van de kinderen en probeerde haar ex daar nog te overhalen om niet te schieten en naar buiten te gaan. De dronken Becker kende ook voor haar geen genade. Hij knalde haar een kogel in het hoofd. Zijn kinderen spaarde hij.

Hoederecht

De drie kindjes - Emily (12), Johnny (8) en Julie (4) - vluchtten na de moord op hun moeder in paniek de straat op en zochten hulp bij de buren. Toen Emily hen vertelde dat haar papa mama en Rudy doodgeschoten had, belden zij de politie en de hulpdiensten. De agenten vonden de lichamen van Rudy Becker en Béatrice Simon. Naast haar lag ook het lichaam van haar moordenaar. Becker had zichzelf een kogel door het hoofd geschoten. Hij werd overgebracht naar het ziekenhuis waar hij gisterennamiddag klinisch dood was.

André Becker, een werkloze alcoholist, leefde al maanden in ruzie met Béatrice Simon. De man kon niet verkroppen dat zij hem een jaar geleden verlaten had. De man had het er volgens gerecht vooral moeilijk mee dat hij van haar en van het gerecht zijn jongste kinderen Johnny en Julie niet meer mocht zien. Hij had alleen bezoekrecht voor zijn oudste dochtertje Emily. Zijn ex-vrouw had echter niet graag dat Emily vaak bij haar alcoholverslaafde vader op bezoek ging.

Iedereen in de buurt kende André Becker als een agressieve dronkenman. Zijn moegetergde echtgenote, die als poetsvrouw werkte in een ziekenhuis, ging een jaar geleden samenwonen met Rudy Becker. Rudy stond in de buurt aangeschreven als een brave jongen die werkte op een ministerie.

De drie kinderen werden compleet overstuur opgenomen in het ziekenhuis waar een psychologe zich over hen ontfermde.

Bron: Het Nieuwsblad | 12 Januari 2000

Moordende papa zelf gestorven

André Becker, de 39-jarige man die vorige week maandag zijn ex-vrouw en zijn broer doodschoot, is zelf uiteindelijk aan zijn verwondingen overleden. De vader van drie kinderen drong vorige week maandag binnen in de woning van zijn broer Rudy. Zijn 41-jarige ex-vrouw was na de scheiding bij Rudy (29) gaan wonen. De drie kinderen - twee meisjes en een jongetje - gingen mee. André, een zware drinker en agressieve man, pikte het niet dat zijn ex-vrouw aan de jeugdrechter had gevraagd hem het bezoekrecht af te nemen.

Rudy was de tegenpool van zijn oudere broer. En net dat stak André de ogen uit. Hij kwam in de woning en schoot Rudy in de gang dood. Zijn ex-vrouw probeerde de kindjes in de slaapkamer te beschermen. Ze werd onder de ogen van de kinderen doodgeschoten. Nadien richtte André het wapen op zichzelf. Het eerste schot - door zijn kin - doodde hem niet direct. Hij schoot nog een tweede en een derde keer. Eind vorige week werd hij officieel dood verklaard.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Januari 2000

997

(9 replies, posted in Overzicht Bendes)

Zware straffen voor Italiaanse gangsters

Vier Italianen die in januari 1978 75 kg vlees gingen roven in een huis in Anderlecht, en die op 2 februari daaropvolgend tijdens een gewapende overval,289.000 frank buitmaakten, in een filiaal van de Kredietbank te Jezus-Eik liepen zware straffen op voor de correctionele rechtbank te Brussel.

De 37-jarige mecanicien Vittorino Argiolu werd veroordeeld tot vijf jaar en zes maanden cel en 4.000 frank boete, de 35-jarige Francesco Gallo tot vier jaar cel de 38-jarige barman Antonio Bonifacio tot 15 maanden cel en 4.000 frank boete en de 45-jarige kelner Giuseppe B. tot 1 jaar cel waarvan de helft met uitstel en 10.000 frank boete.

In januari 78 pleegden de eerste drie Italianen een inbraak in het warenhuis Sarma te Anderlecht. Ze waren in het bezit van een snijbrander en gasflessen en wilden de brandkast kraken. De poging mislukte waarna ze dan maar uit de koelkamer van het warenhuis 75 kg vlees haalden, die ze achteraf in de woonplaats van de vierde Italiaan gingen deponeren.

Op 2 februari 1978, waren dezelfde drie Italianen betrokken bij een overval op de Kredietbank te Jezus-Eik. Twee waren in het bezit van een revolver en de derde dreigde met een karabijn met afgezaagde loop. Eén van de wapens was bezorgd door de vierde Italiaan. Ze wisten er alles bij mekaar beslag te leggen op 289.000 frank, in Belgisch geld en vreemde valuta.

Bron: De standaard | 19 Juni 1979

998

(0 replies, posted in Bende Haemers)

De Duitser Helmut Kampmann werd ervan verdacht om contacten te hebben gehad met Patrick Haemers. Hij werd in februari 1989 gearresteerd in Geldenaken. Hij zat in een auto die gestolen was in Le Touquet.

Politie rekent Duitser in te Geldenaken

De politie van Geldenaken heeft donderdagavond de 60-jarige Duitser Helmut Kampmann ingerekend die ervan verdacht wordt contacten te hebben gehad met gangster Patrick Haemers.

Haemers wordt ervan verdacht het brein te zijn achter de ontvoering van oud-premier Paul Van den Boeynants en er daadwerkelijk te hebben aan meegewerkt.

Kampmann werd opgepakt tijdens de controle van een verdacht voertuig dat was aangetroffen midden in de velden. Aan boord bevonden zich twee mannen. Een van hen kon ontsnappen in een andere auto, een Renault 25 die werd bestuurd door een vrouw. Mogelijk de vriendin van Patrick Hamers, vermits die dit type wagen bezit.

De auto waarin de twee verdachten zaten, bleek enkele dagen voordien te zijn gestolen in het Noord-Franse Le Touquet. De stad waar VdB een maand lang werd gevangen gehouden. Of er een verband bestaat tussen deze diefstal en de ontvoeringszaak kon nog niet worden uitgemaakt.

Een woordvoerder van het parket van Nijvel bevestigde slechts de arrestatie van Kampmann. De Duitser werd door onderzoeksrechter Luc Maes onder aanhouding gesteld op verdenking van heling van een voertuig.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Februari 1989

(…) Of ook de Duitser Helmut Kampmann (60), die vorige week donderdag in Geldenaken werd aangehouden, bij de zaak is betrokken is niet zeker. De man werd aangetroffen in een auto die op 16 februari in Le Touquet was gestolen, dus wel twee dagen na de vrijlating van VdB.

Kampmann, die in Duitsland nog een straf moet uitzitten wegens diefstal en die in de havenwereld zaakjes realiseert, beweert dat hij als lifter werd meegenomen door een koppel dat hem op een landweg in Geldenaken achterliet en hem vroeg even te wachten. Het koppel zou bij het optreden van de politie gevlucht zijn met een Renault 25, het wagentype dat de voorkeur blijkt te genieten van ... Haemers' vriendin Denise Tyack.

Een en ander zou er kunnen op wijzen dat de vier gezochte mannen nog niet naar veiliger oorden zouden gevlucht zijn en zich altijd schuil houden in ons land of in Frankrijk. De komende dagen zullen uitwijzen of de "optimaal verlopende coördinatie" na het succes met de identificering ook tot de aanhouding van de verdachten kan leiden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Februari 1989

999

(0 replies, posted in Terrorisme)

De stadsguerrilla is een vorm van asymmetrische oorlog waarbij de strijders vechten tegen een regering in het midden van de stad. Als het allereerst een militaire strategie aanduidt met precieze methoden en doelstellingen, duidt de term gewoonlijk alle guerrilla-achtige gevechten in de stad aan, zoals Irakese of Afghaanse guerrillastrijders, maar ook elke oproersituatie , zonder dat de betrokken bewegingen of gebeurtenissen die theorie expliciet claimen.

De stadsguerrilla is een geboren militaire theorie in uiterst linkse Zuid-Amerikaanse organisaties, vooral na de vaststelling van het mislukken van de guerrilla en het foquisme van Che Guevara. Het wordt getheoretiseerd door Carlos Marighella in zijn "Manual of the Urban Guerrilla" en vervolgens door de Tupamaros, een extreem-linkse beweging in Uruguay. Nu de industrialisatie de guerrillaoorlog op het platteland overbodig maakt, vinden er nu gevechten plaats in steden, de nieuwe zenuwcentra van landen en regimes.

Vanwege de moeilijkheid in stedelijke gebieden om een tegenstaat te organiseren (doel van de klassieke guerrillaoorlog) en om repressie te vermijden en vanwege het gebrek aan middelen en mankracht, gebruiken de stedelijke guerrillastrijders terrorisme als een militaire strategie (dwz reclame of selectieve terrorisme, maar niettemin gewelddadig), om een gewelddadige reactie van de staat uit te lokken (waarmee de veronderstelde aard ervan wordt aangetoond). Stedelijke guerrillaoorlogvoering zal verschillende Europese bewegingen, zoals de RAF, Brigate Rosse, Action Direct en de Cellules Communistes Combatantes, inspireren.

Het feit dat de strijd in steden gebeurt, zorgt voor zeer specifieke methoden. Er wordt vooral gebruik gemaakt van bomaanslagen, gijzelingen, moorden, ontvoeringen, ... Om de feiten en het netwerk financieel te ondersteunen, worden overvallen gepleegd.

Er is een netwerk van sympathisanten die de strijd ondersteunen: er zijn safe houses, valse paspoorten en nummerplaten, er worden rekeningen betaald, auto's gestolen, wapens en explosieven worden gestolen. De verschillende linkse terreurorganisaties in Europa werkten ook intens samen.

De groepen waren meestal klein en bestonden uit gemotiveerde terroristen.

De vier bekendste groepen in Europa waren:

Brigate Rosse 

RAF

Sinds 1970, toen de beweging werd opgericht, telde het slechts tussen de 60 en maximaal 80 actieve leden. De RAF heeft 34 mensen vermoord. In 1984 sloot de RAF zich aan bij de Franse groep Action Direct in het kader van de strategie van "eenheid van revolutionairen in West-Europa". In 1988 sloot het zich aan bij de Italiaanse Rode Brigades. De 20 april 1998 kondigt de groep zijn ontbinding aan.

Action Directe

Een Franse extreem linkse terreurorganisatie. De leden hebben de verantwoordelijkheid opgeëist voor meer dan 80 aanslagen of moorden op Frans grondgebied tussen 1979 en 1987. De laatste activisten van de organisatie werden in 1987 gearresteerd.

CCC

De CCC werd in juni 1983 ondergronds opgezet. Van 3 oktober 1984 tot 16 december 1985 claimden de CCC's eenentwintig bomaanslagen; deze maakten deel uit van drie politiek-militaire "campagnes", bekend als "gewapende propaganda", afgewisseld met perioden van inactiviteit. Daarbij vielen twee doden en verschillende gewonden.

Op 12 mei is er een diefstal van wapens in de kazerne van de Ardense Jagers in Vielsalm. Deze wapens zullen gebruikt worden door Action Directe en de CCC. Op 2 juni 1984 stelen onbekenden van 816 kg explosieven in Écaussinnes. Deze explosieven zullen worden gebruikt door de CCC, Action Directe en de Rote Armee Fraktion.

Ze richten zich op wat zij zien als symbolen van het kapitalistische systeem, het Amerikaanse imperialisme en de Belgische staat : bedrijven die betrokken zijn bij de productie van militair materieel, het hoofdkwartier of gebouwen van politieke regeringspartijen, infrastructuur van de Belgische regering, het Belgisch leger en de rijkswacht, NAVO-infrastructuur, Belgische werkgevershoofdkwartieren en banken en "politieke vijanden", waaronder pacifisten als Pierre Galand. Op 11 december 1984, organiseren ze een grootschalige operatie tegen de Waalse sector van het Centraal-Europese oliepijpleidingnetwerk van de NAVO.

Gebaseerd op » nl.frwiki.wiki/Guerilla_urbaine

1,000

(2 replies, posted in 1980-1989)

Ben wrote:

Het lijk was gerold in een deken en was reeds in staat van ontbinding.

Het lijk was niet in een deken, maar in een tapijt gerold. De man was onthoofd en ontdaan van zijn geslachtsdelen. Hoogstwaarschijnlijk is hij reeds op 6 februari, of enkele dagen na zijn verdwijning, vermoord.