161

(15 replies, posted in Speurders)

Beaurir woonde in Ukkel.

162

(1 replies, posted in Andere Personen)

Paul-Pierre Bols was een crimineel uit Waterloo die in verband werd gebracht met de diefstal van een omvangrijke partij historische wapens uit het Gentse Bijlokemuseum in de nacht van 1 op 2 december 1971. Of hij ooit veroordeeld werd voor die inbraak, heb ik niet kunnen vinden.

Hij is op een bepaald moment ook een verdachte geweest in het onderzoek naar de Bende van Nijvel:

(…) Il doit s'agir de Georges François, dit Friswa, entendu par la Cellule de Nivelles dans l'axe Bols. Voir PV N° 1685 du 29.11.85 et N° 1891 du 02.12.85.

Paul Bols in 1973:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/paul_b10.jpg

Helft van wapenverzameling gestolen uit Gents Bijlokemuseum

Bijna de helft van de verzameling oude, en waardevolle wapens van het Museum voor Oudheidkunde (Bijlokemuseum), gelegen aan de Godshuizenlaan, te Gent, werd gestolen tijdens de nacht van woensdag op donderdag.

“Er zijn hier ontegensprekelijk kenners aan het werk geweest”, zo verklaarde schepen van cultuur Rober Vandewege. In het museum zijn nog tal van andere waardevolle voorwerpen tentoongesteld, maar er werden alleen wapens gestolen die voor verzamelaars wel bijzonder interessant zijn.

De wapenverzameling van het Bijlokemuseum wordt, zowel in binnen- als in buitenland, als uiterst waardevol beschouwd. De dieven hebben zich toegang tot het gebouw verschaft, zo werd vastgesteld, langs de zijgevel waar een ruit verbrijzeld werd. Naast een honderdtal oude pistolen, kruisbogen, dolken en lansen, legden zij ook de hand op een aantal, zeer zeldzame, middeleeuwse wapens.

De juiste waarde van dit alles kon nog niet bepaald worden omdat politie en personeel nog bezig zijn met het samenstellen van de inventaris. Bij navraag over de bewaking van het museum, verklaarde schepen Vandewege, dat wel een nachtwaker tweemaal de ronde van het gebouw doet, maar aangezien het Bijlokemuseum vrij groot is, en ook talrijke zalen bevat, is het inderdaad mogelijk onopgemerkt binnen te dringen. “Trouwens”, zo voegde de h. Vandewege er nog aan toe, “geen enkel stadsgebouw wordt 's nachts voortdurend bewaakt. De aangestelde wakers moeten meer dan één gebouw controleren.”

Ondertussen, zo werd nog vernomen, is van de daders nog geen spoor gevonden. Het onderzoek wordt geleid door de stedelijke en de gerechtelijke politie.

Bron: Het Laatste Nieuws | 4 December 1971

Oude wapens gestolen in Bijlokemuseum te Gent

In de nacht van woensdag op donderdag werd ingebroken in het Gents museum voor Oudheidkunde, het Bijlokemuseum, gelegen aan de Godshuizenlaan, Gezien de hoeveelheid gestolen wapens vermoedt men dat hier minstens drie dieven aan het werk zijn geweest.

Toegang tot het museum werd verschaft langs het parkje. Daar klommen de dieven over de muur en sprongen op de koer die op deze plaats maar een tweetal meters breed is, Aan het einde van het gebouw waar een uitgangspoort is, werd daar een ruitje stukgeslagen om een man er te laten doorkruipen die dan in de marmerzaal 1715 terecht kwam. De inbrekers trokken dan naar de tweede verdieping. In de wapengang namen ze 92 wapens van de verzameling A. Neyt, pistolen, geweren, een kruisboog en drie helmen, alles zeer oud en van grote waarde, mee. Om dit te kunnen stelen werden de glazen kasten, waarin de wapens hingen of lagen, opengebroken. Sommige wapens lieten de dieven onverlet.

Slechts één kruisboog werd meegenomen van de vele die er lagen. Uit een hangkast werd een kring pistolen gestolen, de sabels werden door de daders genegeerd. Echte kenners van waardevolle stukken kunnen het toch niet geweest zijn, want in de aanpalende gang hingen schilderijen en lagen boeken met een waarde van miljoenen.

De buit werd langs dezelfde weg naar buiten gebracht, dus door het venster en over de muur. Eens de muur over werd alles wel in een klaarstaande auto geladen.

De inbraak moet gebeurd zijn na de tweede nachtronde. De diefstal werd vastgesteld donderdagmorgen te 8 u. bij de opening van het museum.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 December 1971

Schrandere wapendief liet slechts voetspoor na in Bijlokemuseum te Gent

De inbrekers die in de nacht van woensdag op donderdag een bezoek hebben gebracht aan het Bijlokemuseum te Gent en daar de volle aandacht hebben geschonken aan de schitterende wapenverzameling, zijn geen amateurtjes. Niet alleen hebben zij een uitstekende keus gedaan onder de vele achter vitrines en in kasten tentoongestelde kunstwerken, zij hebben ook geen enkele vingerafdruk van waarde achtergelaten.

Donderdagmorgen was het parket reeds ter plaatse en kon slechts worden vastgesteld, dat over het onooglijk lage muurtje was geklauterd en een paar ruiten waren ingeduwd. Verder is er alleen een voetspoor van één enkele persoon en de aanduidingen, dat de man na zijn slag te hebben geslagen aan de buitenzijde van het muurtje in de gracht is terechtgekomen.

Over de bedoelingen van de diefstal bestaat niet de minste zekerheid. Hij kan gebeurd zijn in opdracht van een kapitaalkrachtige verzamelaar. Wij kunnen in de komende dagen ook verwachten, dat iemand over de telefoon een fortuin eist voor onderontwikkelde gebieden, zoals thans de mode is.

De gerechtsdiensten houden contact met antiquairs en verkopers van tweedehandse voorwerpen. Wat betreft de bewaking van het museum kan worden gezegd, dat die omzeggens nihil is. Er is geen huisbewaarder. Alleen bestaat er een abonnement bij een privé bewakingsmaatschappij, die haar toertje maakt door de stad bij nacht.

Verder kan men in dit museum na sluitingsuur naar hartelust opereren en er zelfs alle lichten aansteken zonder dat het iemand zal opvallen. Wat bewezen wordt door het feit dat de dief zo uitgemeten zijn keus heeft kunnen doen en daarbij nog vele andere waardevolle voorwerpen en schilderijen heeft achtergelaten.

Bron: Het Laatste Nieuws | 6 December 1971

Brusselaar en Italiaan daders van wapendiefstal in Bijlokemuseum?

Het Gents gerecht heeft de vermoedelijke daders van de belangrijke wapendiefstal, die begin december 1971 in het Bijlokemuseum, te Gent, werd gepleegd, te pakken. Het zijn de 35-jarige Paul B., uit Brussel, en de 49-jarige Luigi P., een Italiaan zonder vaste verblijfplaats.

Beiden werden reeds in januari jl. aangehouden, doch het parket van Gent, dat toen meende te doen te hebben met leden van een wijder vertakte dievenbende, gaf de identiteit van de verdachten niet onmiddellijk vrij. Het verdere onderzoek leverde echter niets meer op.

Paul B. en Luigi P. hoorden woensdag hun aanhouding door de Gentse raadkamer bekrachtigen. Dit ondanks de hardnekkigheid waarmee zij de hen ten laste gelegde in braak steeds hebben geloochend. De aanhouding kwam tot stand nadat de Italiaan door het gerecht ondervraagd werd in verband met andere feiten en daarbij onder meer vertelde dat Paul B. hem op een dag voorgesteld had een hoeveelheid oude wapens aan de man te brengen.

B., die zou verklaard hebben dat hij op reis moest - en inderdaad vertrok hij naar Beiroet - zou aan Luigi P. de sleutel van zijn apparement in het Brusselse overhandigd hebben. Daar werden eerst door de Italiaan en daarna ook door leden van de gerechtelijke politie in een kelderruimte een 15-tal wapens aangetroffen die tijdens de nacht van 1 op 2 december 1971 werden gestolen uit het Gents Bijlokemuseum.

De buit bedroeg toen tientallen oude, kostbare pistolen, geweren, kruisbogen enz., alles samen van onschatbare waarde. Bovendien werd door de diefstal de mooiste wapenverzameling van West-Europa, waarop Gent zich beroemde, geschonden. Het overgrote deel van de buit werd niet weergevonden.

Paul B., ondervraagd over de ontdekking in zijn woning, beweerde niets af te weten van de inbraak te Gent. De wapens zouden door onbekenden in zijn kelder verborgen zijn. Deze stelling hield hij koppig vol. De rechtbank van Gent zal binnenkort uitspraak doen in de zaak.

Een poging tot inbraak werd in december jongstleden eveneens gedaan in de gebouwen van het Bijlokemuseum, precies een jaar na de bewuste diefstal dus. De dieven konden toen op heterdaad betrapt worden op het ogenblik dat zij over de omheiningsmuur wilden klauteren.

Het bleek dat de betrapten niets te zien hadden met de eerste diefstal. Zij behoorden tot een bende die uit Belgen, Nederlanders en Duitsers bestond. In de loop van vorig jaar ontvreemdden zij in ons land voor miljoenen fr kunstvoorwerpen uit kerken en musea, o.a. te Perk, Bokrijk, Vilvoorde, Mortsel en elders.

Bron: Het Laatste Nieuws | 1 Maart 1973

Wapendieven Bijloke Gent blijven aangehouden

De politie kwam in januari de dieven op het spoor die in december 1971 een belangrijke partij oude wapens stalen in het Bijlokemuseum te Gent. Een groot deel van deze kostbare collectie werd teruggevonden bij een zekere Paul-Pierre Bols, wonende te Waterloo. Een Italiaan, verdacht van medeplichtigheid, Luigi Jepparelli werd ook aangehouden.

Tijdens het verhoor voor de onderzoeksrechter Mevr. De Wilde ontkenden ze echter beiden de feiten en beweerden zij geen uitstaans te hebben met die diefstal. Het staat echter vast dat de wapens die bij Bols werden gevonden tot de collectie van het Bijlokemuseum behoren. Voor beiden werd dan ook het aanhoudingsmandaat bevestigd.

Een jaar na deze diefstal in het Bijlokemuseum trachtten andere kerels in te breken. Deze dieven, die deel uitmaakten van een bende die onder meer in Perk en Vilvoorde inbraken hadden gepleegd, konden gesnapt worden.

Bron: De Standaard | 1 Maart 1973

Over grenzen - een leven tussen wetenschap, beleid en actie

  • Auteur: Cyrille Fijnaut

  • Uitgeverij: Prometheus

  • Aantal bladzijden: 576

  • Taal: Nederlands

  • Productcode (EAN): 9789044652680

In het Nederlandse taalgebied schrijven hoogleraren praktisch nooit hun memoires. Maar na een buitengewoon veelzijdige loopbaan en als man van de (academische) theorie en de (politionele en criminologische) praktijk vormt Cyrille Fijnaut een zeer welkome en leerrijke uitzondering op de regel.
In Over grenzen biedt hij een indringend en onthullend inzicht in zijn lange en unieke loopbaan op het kruispunt van wetenschap, beleid en actie in België en Nederland.

Onder heel veel meer komen geruchtmakende en nog steeds actuele kwesties langs, zoals de georganiseerde misdaad, de veiligheid en beveiliging van Pim Fortuyn en het onderzoek naar de ‘bende van Nijvel’, die nog altijd de gemoederen bezighouden.

Daarnaast laat hij duidelijk zien welke strijd moet worden geleverd om in de Lage Landen een academische loopbaan te ontplooien. Openhartig deelt hij de zeer uiteenlopende ervaringen die hij heeft opgedaan tijdens zijn lange carrière met het geven van colleges, het besturen van universiteiten, het verrichten van velerlei onderzoeken en het verlenen van diensten aan talrijke instellingen en verenigingen. Een boek ter lering en vermaak, dus.

Cyrille Fijnaut is een nationaal en internationaal vermaard wetenschapper op het vlak van criminologie en strafrecht. Hij heeft regelmatig zijn stem doen horen in het publieke debat in binnen- en buitenland en heeft zitting gehad in diverse parlementaire en statelijke onderzoek- en adviescommissies. Hij is onder meer benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en commandeur in de Belgische Kroonorde.

164

(5 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Diefstal van wapens in de rijkswachtkazerne van Elsene

  • Wanneer? In de nacht van 11 op 12 december 1970

  • Waar? Kroonlaan in Elsene » Google Maps

  • Wie?
    - Victor Orel
    - Michel Moncheaux
    - Michel Florin

  • Status: Opgelost

De wapendiefstal uit de rijkswachtschool in Elsene vond plaats in de nacht van 11 op 12 december 1970. Uit de voorraadkamer verdwenen tientallen pistolen en honderden patronen. Aanvankelijk ging het onderzoek ervan uit dat de daders over voorkennis beschikten en mogelijk hulp kregen van iemand binnen de kazerne.

Al snel richtte de verdenking zich echter op een voormalige rijkswachter, Victor Orel, die de gebouwen en de wapenvoorraad goed kende. Hij bleek na zijn ontslag in het criminele milieu te zijn beland en had tijdens zijn verblijf in de gevangenis contact gekregen met Franse beroepsdieven. Volgens de latere reconstructie maakte Orel een plan van de kazerne en verstrekte hij de informatie die nodig was om de wapenkamer binnen te dringen.

In maart 1971 werden Orel en zijn Franse medeplichtigen geïdentificeerd en aangehouden. Bij huiszoekingen in België en Noord-Frankrijk werd een groot deel van de gestolen wapens teruggevonden. De zaak bracht aan het licht dat de diefstal geen geïsoleerde actie was: Orel had samengewerkt met Michel Moncheaux en Michel Florin, die in Frankrijk ook bij talrijke andere inbraken betrokken waren.

Tijdens het proces stelde het openbaar ministerie dat de wapens bedoeld waren om gewapende overvallen en inbraken te plegen; in een Franse bron werd daarentegen vermeld dat de daders de wapens wilden doorverkopen, onder meer aan het Midden-Oosten. Orel werd in België veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, terwijl Moncheaux en Florin in Frankrijk respectievelijk tien en vijf jaar kregen.

Dief kwam van buiten maar had waarschijnlijk helper binnen

De wapendiefstal in de rijkswachtkazerne te Elsene is nog niet opgelost maar het onderzoek vordert. Zekerheid is het niet maar men meent dat de dief een medeplichtige binnen het gebouw moet gehad hebben.

Met touwladder

Het juiste aantal revolvers dat verdween is 29 en het aantal kogels bedraagt 250. Of er slechts één dief was of verscheidene, moet het onderzoek nog uitwijzen. Maar bijna zeker is het dat een medeplichtige dient gezocht, maar dan binnen het gebouw. Een dergelijk stout stukje is anders bijna niet mogelijk.

De rijkswachtschool is gelegen in een blok dat uitgeeft op de Kroonlaan, de Diksmuidelaan, de Toussaintstraat en de Juliette Wytsmanstraat. Aan de ingangen staat steeds iemand op wacht. In het blok hebben geregeld waakronden plaats, op welbepaalde maar niet dezelfde uren. Een van die patrouilles bemerkte zaterdagmorgen dat binnengebroken was in het arsenaal. Het slot van de deur was geforceerd. Alarm werd gegeven en een opsporingsactie door gans het land op touw gezet.

Onmiddellijk bleek dat de dief op de hoogte was waar het magazijn zich bevond en... van de mogelijke uren der waakronden. Besluit: de dief kwam van buiten maar hij had een vriend binnen.

Het wordt niet uitgesloten geacht dat de onbekende met een touwladder over de muur van de Wytsmanstraat. Deze straat ligt plaats geraakte. Deze straat ligt ’s nachts verlaten, het is er vrij donker en er wonen weinig mensen. Zaterdag en zondag werden talrijke arbeiders, die tijdens de voorbije week in het gebouw werkten, ondervraagd. Ook rijkswachters moesten hun tijdsgebruik opgeven.

Hoe ver het onderzoek staat, willen de speurders uiteraard niet openbaar maken. Zij volgen een spoor dat zou kunnen leiden tot de “medeplichtige”.

Bron: Het Laatste Nieuws | 16 December 1970

“Vreemde rijkswachter" nog steeds verdacht

Pleegde een “vreemde rijkswachter” de wapendiefstal in de Rijkswachtschool te Elsene? Met die mogelijkheid hield men gisteren nog altijd ernstig rekening. Vorige vrijdag werd uit die school een belangrijke hoeveelheid wapens gestolen. Het onderzoek in die zaak wordt geleid door het gerechtelijk detachement van het militair auditoriaat, omdat het om een militaire zaak gaat. Waarschijnlijk - zo zegt men is een “rijkswachter” bij de zaak betrokken, maar het is nog onmogelijk een naam voorop te zetten.

In dat verband wordt rekening gehouden met het feit dat de lessen aan de gendarmerieschool gevolgd worden door heel wat vreemdelingen die toegang hebben tot de gebouwen. Bovendien kent men de identiteit van deze vreemdelingen niet altijd zo nauwkeurig. Thans werd ook bekendgemaakt dat er precies 17 GP-pistolen en acht 7,65 mm. pistolen werden geroofd, samen met een 600-tal patronen.

Het globaal gewicht van deze vuurwapens en munitie bedraagt 40 à 50 kg. wat laat veronderstellen dat de diefstal door meer dan een persoon werd gepleegd. Anderzijds wordt ook een onderzoek ingesteld in de richting van de arbeiders die moderniseringswerken uitvoerden in de nabijheid van de loods waaruit de wapens werden ge-stolen. Het onderzoek wil namelijk geen enkele eventualiteit uitsluiten.

Bron: De Standaard | 17 December 1970

Gewezen Belgische rijkswachter was wapendief te Brussel

Het is de gemeentelijke politie van Brussel - afdeling gerechtelijke brigade onder het bevel van de h. R. leven - die er na een flinke speuractie in geslaagd is de geheimzinnige wapendiefstal op te lossen die in de nacht van 11 op 12 december 1970 gepleegd werd in de voorraadkamer van de gendarmerieschool in het midden van de rijkswachtkazerne aan de Kroonlaan te Elsene. Onbekenden gingen toen aan de haal met 29 pistolen en 450 revolverkogels. De hoofddader van de diefstal is aangehouden. Het betreft de gewezen gendarm Victor Orel (23) uit Boussu.

Victor Orel heeft maandenlang doorgebracht in de school van de rijkswachtkazerne aan de Kroonlaan te Elsene (Brussel). Spoedig bleek dat hij niet voor de dienst geschikt was: hij werkte niet, studeerde niet, geraakte niet door het ruitersexamen, was bij het voetvolk meer een last dan een hulp, was opstandig en lui. In 1969 werd hij door zijn oversten uit de Rijkswacht gezet.

Zonder inkomen waagde Orel de sprong naar het milieu van zware jongens dat hij tevoren had moeten helpen bestrijden. Hij geraakte verstrikt in een autodiefstal en in uitgiften van valse checks, werd daarvoor veroordeeld en kwam in de gevangenis van Gent terecht. In de cel maakte hij kennis met een Franse dief aan wie hij vertelde van zijn rijkswachterverleden en van de grote voorraad wapens die hij in de voorraadkamer van de kazerne wist liggen.

Orel zei aan zijn celgenoot dat het makkelijk moest zijn, dankzij zijn gegevens, de voorraadkamer ongemerkt binnen te dringen en de wapens te roven. Toen de mannen vrij kwamen besloten zij het plan van Orel uit te voeren. De Franse dief nam een landgenoot in de arm en samen drongen zij in de nacht van 11 op 12 december de rijkswachtkazerne binnen.

Het is nog miet uitgemaakt of Orel zelf daarbij aanwezig was, doch het is zeker dat alles volgens zijn aanwijzingen verliep. Orel droomde ervan een echte bendeleider te worden want voor de diefstal begaf hij zich zelfs naar Frankrijk om met zijn “ondergeschikten” de laatste hand aan de voorbereidingen tot de inbraak te leggen.

Aangehouden

Terwijl rijkswacht, gerechtelijke politie en afgevaardigde van het krijgsauditoraat elk van hun kant naar de onbekende daders zochten, slaagde de gemeentelijke politie van Brussel erin dankzij geduldig speurderswerk Orel te ontmaskeren. Toen men bij hem thuis in Brussel binnenviel vond men drie van de gestolen wapens terug. Orel werd aangehouden, net als zijn vrouw die verdacht werd van medeplichtigheid?

Dankzij de verklaringen van Orel achterhaalde men de identiteit van zijn bijzonderste Franse medeplichtige bij wie - in Noord-Frankrijk - 10 van de gestolen revolvers teruggevonden werden. Ook in een bar te Menen werd een wapen teruggevonden bij een particulier die de revolver - op proef - van de bende gekocht had.

Terwijl via Interpol de opzoekingen in Frankrijk verder worden gezet naar nog meer medeplichtigen van de gewezen Belgische rijkswachter wordt Orel, die te Brussel aangehouden werd, door de diensten van het auditoraat ondervraagd. Het is niet uitgesloten dat men nu ook het geheel van de buit terugvindt.

Bron: De Standaard | 12 Maart 1971

Dader van wapendiefstal in rijkswachtkazerne aangehouden te Brussel

Uit de voorraadkamer van de rijkswachtschool te Elsene werden in de nacht van 11 op 12 december 29 pistolen (9 mm. en 7,65 mm.) alsmede 450 revolverkogels ontvreemd. Wat onmogelijk gewaand werd, was toch gebeurd! De rijkswacht werd in eigen huis door onbekenden bestolen.

De zaak deed natuurlijk heel wat stof opjagen. De feiten waren een echte belediging voor de rijkswachters. De diefstal was dan ook het signaal tot een grootscheeps onderzoek naar de daders en was ook aanleiding tot herhaalde razzia's in het Brusselse en elders op zoek naar wapens.

Drie maanden zijn voorbij en donderdagochtend kwam het bericht, uit Frankrijk, dat de zaak zo goed als rond was. Er was overgegaan tot een aanhouding te Brussel, en twee aanhoudingen in Noord-Frankrijk. De eerste aanhouding gebeurde woensdagmiddag te Brussel đoor leden van de gerechtelijke brigade der Brusselse stadspolitie.

Ontslagen

Onmiddellijk na de ontdekking van de fameuze wapendiefstal bleek het dat deze onmogelijk kon zijn gepleegd door een man, die nooit eerder in de rijkswachtkazerne kwam. Die veronderstelling was de goede. De aangehouden Victor Orel, geboren te Boussu op 24 september 1947, kent inderdaad goed de kazerne en de wapenvoorraadkamer. Hij is een oud-rijkswachter. Victor Orel diende enkele maanden bij de rijkswacht maar werd in 1968 aan de rijkswachtdeur gezet wegens “zware beroepsfouten”. Hij zou nl. in die tijd enkele diefstallen hebben gepleegd ten nadele van collega's.

Het succes van de speurders beperkt zich evenwel niet alleen tot de aanhouding van een der wapendieven. Zowel in Brussel als in Frankrijk werd een groot deel van de te Elsene gestolen wapens teruggevonden tijdens huiszoekingen. Zo verklaarde men donderdagmiddag op het Krijgsauditoriaat te Brussel dat nog steeds het onderzoek in handen heeft.

Waarschijnlijk zal het dossier nu aan de procureur des Konings worden overgemaakt voor verder onderzoek, aangezien de daders van de diefstal gewone burgers zijn. Een beslissing desbetreffende was er echter donderdagmiddag nog niet.

Officieel werd ook niet veel bekendgemaakt. “Wij kunnen alleen bevestigen, dat resultaten werden behaald na drie maanden lange inspanningen, geleverd door alle opsporingsdiensten.” Intussen wordt gemeld, dat de gewezen rijkswachter niet alleen in Elsene in de rijkswachtkazerne stond. Hij had twee medeplichtigen, die tot het Franse milieu behoren. Door de Franse politie werd donderdag overgegaan tot de aanhouding van twee beroepsdieven, Michel Florin en Seraphin Stephanie, uit Roubaix.

Te Brussel is intussen ook Jacqueline L. (23), de echtgenote van de gewezen rijkswachter, opgebracht.

Wapens teruggevonden

Voor het gerecht is het ophelderen van de beruchte wapendiefstal een zeer groot succes. Het is best mogelijk, dat dit het signaal wordt voor het oprollen van een gangsterbende.

De aangehouden Victor Orel stond inderdaad in nauwe betrekking met het Franse milieu. Hij werd al enkele tijd geschaduwd. Men achterhaalde waar zijn vrienden in de streek van Roubaix woonden. De rijkswacht van Doornik en Bergen nam contact op met de Franse collega's. Er werd besloten aldaar tot een huiszoeking over te gaan.

Een gans arsenaal wapens werd er ontdekt en onder die wapens bevonden zich 20 pistolen, die herkomstig waren van de diefstal te Elsene. Het verband tussen Orel en zijn Franse vrienden stond nu onomstootbaar vast. Men ging te Brussel over tot een grondige huiszoeking op de gemeubelde kamer, die Orel er betrok. Er werd een pak ontdekt en daarin bevonden zich drie revolvers, eveneens herkomstig van Elsene.

Meteen had men natuurlijk genoeg bewijzen en elementen in handen om tot de aanhouding van Orel over gaan. Nu blijft uit te maken waartoe al die gestolen wapens bestemd waren.

Als men dat heeft achterhaald, zal men waarschijnlijk meer weten over de activiteit van benden, die gewapend toeslaan ...

Bron: Het Laatste Nieuws | 12 Maart 1971

Franse medeplichtige van wapendiefstal in kazerne te Brussel aangehouden

De 25-jarige Michel Florin, mecanicien uit Hem nabij Roubaix (Fr.), is vrijdagavond aangehouden en opgesloten wegens zijn deelname aan verscheidene inbraken, o.m. in de rijkswachtersschool te Brussel op 12 december jl.

In zijn woning vonden de rijkswachters uit Roubaix 18 automatische pistolen en 3.000 kogels, waarvan het merendeel te Brussel gestolen werd. Volgens de Franse politie is een medeplichtige nog voortvluchtig.

Bron: Het Laatste Nieuws | 15 Maart 1971

Franse medeplichtige zou 25 diefstallen (30 miljoen fr. buit) gepleegd hebben

Te Menen-Oost had maandag een confrontatie plaats tussen de 24-jarige Victor Orel, gewezen rijkswachter en Michel Florin, uit Hem (nabij Roubaix). Beiden worden verdacht van de diefstal in de rijkswachtschool te Etterbeek in de nacht van 11 op 12 december 1970. De buit van de diefstal bedroeg 20 automatische geweren en 3.000 kogels.

Bovendien zou Florin 25 diefstallen hebben gepleegd met een gezamenlijke buit van 30 miljoen fr. Van Belgische zijde waren o.a. aanwezig de krijgsauditeur van Brussel, majoor Lecuivre en de rijkswachtbevelhebber van Bergen; onderzoeksrechter Martinez leidde het parket van Rijsel.

Volgens de Franse politie zouden de verklaringen van beide gangsters gelijkluidend zijn. Een medeplichtige is nog voortvluchtig.

Bron: Het Laatste Nieuws | 16 Maart 1971

Derde wapendief in Barcelona?

In Brusselse gerechtelijke kringen vermoedt men sterk dat de derde dader van de wapendiefstal in de rijkswachtschool te Etterbeek, gepleegd in de nacht van 12 op 13 december 1970, in de streek van Barcelona een onderkomen vond.

Zoals men weet werden de twee andere daders, ex-rijkswachter Victor O. uit Brussel en de Fransman Michel F. uit Roubaix, reeds op 10 maart jl. gesnapt. Het grootste deel van de buit werd in Tourcoing en in Toulouse teruggevonden.

De diefstal werd beraamd door Victor O., nadat hij op 23 augustus 1968 wegens insubordinatie bij de Rijkswacht werd ontslagen. In december van dat jaar ging Victor O. bij de Luchtmacht in dienst om zijn militaire dienstplicht te vervullen. Hij deserteerde tot viermaal toe.

Tussen ’68 en ’70 liep hij drie veroordelingen op, onder meer wegens diefstallen in het Kortrijkse. Victor O. maakte in 70 met de Fransman Michel M. uit Tourcoing kennis in de gevangenis te Gent. Samen maakten zij plannen om in de rijkswachtschool te Etterbeek te gaan stelen. O. kende het gebouw goed en maakte zelfs enkele schetsen voor zijn kornuit.

Toen de ex-rijkswachter vrij kwam, ging hij zijn vriend in Noord-Frankrijk opzoeken. Deze had zich intussen al geassocieerd met Michel F Dus trokken ze met zijn drieën naar Brussel om in de rijkswachtschool 17 GP 9 mm pistolen, acht 6,75 mm pistolen en één 6,35 mm pistool te stelen, samen met een aanzienlijke voorraad munitie.

Op 15 maart jl werden Victor O. en Michel F. in het douanekantoor te Menen met elkaar geconfronteerd. Twee dagen later maakte de krijgsauditeur de zaak over aan de procureur te Brussel, omdat er twee burgers bij betrokken zijn.

Bron: Het Laatste Nieuws | 24 Maart 1971

Krijgsraad veroordeelt ontslagen rijkswachter tot 3 jaar gevangenis

Uit de voorraadkamer van de rijkswachtschool te Elsene werden in de nacht van 11 op 12 december jl. 28 pistolen (9 mm. en 7,65 mm.) en een 500 revolverkogels gestolen. Wat men onmogelijk waande was gebeurd, de rijkswacht was in eigen huis bestolen. Wie kon bij dergelijke gewaagde en moeilijk uit te voeren inbraak en wapendiefstal betrokken zijn tenzij iemand, die het rijkswachthuis goed kende?

Toen men de daders ontmaskerde bleek algauw dat een der dieven inderdaad een oud-gediende van de rijkswacht was. Victor Orel (geboren te Boussu op 24 september 1947) had ongeveer 1 jaar gediend in de rijkswachtersrangen maar was toen wegens zijn gebrek aan discipline aan de deur gezet.

Die Victor Orel (een nette jonge man, die praten kan als niet een) stond woensdagvoormiddag voor de Krijgsraad te Brussel. Wegens medeplichtigheid aan de wapendiefstal te Elsene werd hij veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf. Hij keert dus voor enkele jaren terug naar de gevangenis, waar voor hem ten andere alles is begonnen.

Dienst en wederdienst

Orel zat inderdaad in mei 1970 in de gevangenis Gent (na een veroordeling wegens vaandelvlucht) toen hij er tijdens een wandeling kennis maakte met de Franse gangster Michel Moncheaux. Waarover spreken gevangenen tenzij vooral over de reden waarom zij zich tussen vier muren bevinden en over hun verleden. Zo deed ook Orel, die Moncheaux vertelde, dat hij aan het leger lak had “omdat de legerdienst hem scheidde van zijn vrouw, die hem dan misschien ontrouw was”.

Orel zei ook aan de Fransman (een echte beroepsdief) dat hij nooit geen soldaat meer wilde zijn en definitief het leger wilde ontvluchten. Orel had bovendien laten horen aan Moncheaux dat hij vroeger nog rijkswachter geweest was en verbleef in de rijkswachtschool te Elsene. Dat viel bij Moncheaux in geen dovemansoren.

“Ik wil u graag helpen na uw gevangenistijd. Ik bezorg u werk in Frankrijk, waar gij u met uw vrouw komt vestigen. Aldus wordt u voor een soldatendienst nooit meer lastig gevallen.”

Moncheaux wilde dus Orel helpen en deze was echt ontroerd door zoveel solidariteit en dienstvaardigheid. Moncheaux vroeg, zoals te verwachten, toch een wederdienst.

“U tekent voor me een plannetje van die kazerne te Elsene. Wij gaan er de wapens stelen. Daarna zult u nooit nog iets van me horen. Voor u zit aan het ganse zaakje geen enkel risico vast. Ik help u aan werk. U helpt me bij mijn werk en klaar is Kees. Onze rekeningen zijn effen.”

De ene dienst is de andere waard.

28 Pistolen

Orel beet in de koek en maakte het plannetje op. De roof leek voor Moncheaux kinderspel. Na zijn vrijlating blijft Orel in contact met de intussen ook vrijgekomen Franse bandiet en de zaken worden op punt gesteld. Orel verblijft nu in Frankrijk want hij is nog steeds vaandelvluchtige. Te Roubaix maakt hij ook kennis met de vriend en spitsbroeder van Moncheaux, een zekere Florin. Met hun drieën wagen zij een verkenningstocht te Brussel en Elsene. Orel wijst de kazerne aan en de straat waar de ingang is, die toegang geeft tot de barakken, waar het wapenarsenaal zich bevindt.

In de nacht van 11 op 12 december 1970 wordt het roofplan uitgevoerd. Vanuit Roubaix reden Moncheaux, Florin en Orel aan boord van een van een vriend geleende auto BMW naar Elsene. De reis verliep zonder veel hindernissen. Weliswaar heeft een rijkswacht-patrouille hun auto even tot staan gebracht langs de autoweg Oostende-Brussel maar daar de bordpapieren in orde waren mocht rustig worden verder gereden.

De roof was inderdaad kinderspel. Er werd binnengedrongen langs de kazerne-ingang aan de Fritz Toussaintstraat. Geen mens stoorde hen. Wie zou nu gaan denken, dat dieven zich in de kazerne zouden bevinden! In de vroege ochtend reden de drie wapendieven weer naar Roubaix toe. In hun bezit waren 28 pistolen en een kist vol munitie.

De terugreis verliep rustig, alhoewel Moncheaux en Florin een revolver bij de hand hadden “om desnoods”, zoals zij na hun aanhouding verklaarden aan de Franse onderzoeksrechter “een douanier omver te schieten”. De grens werd bereikt maar de douaniers waren niet lastig. In Roubaix werden de wapens verborgen in de kelder van de woning Moncheaux.

Intussen wachtte Orel op het inlossen van Moncheaux' beloften. Deze liet niet meer van zich horen en ten einde raad en steeds zonder werk kwam Orel met vrouw en kind terug naar Belgie, waar hij hulp zocht bij familie. Maar Orel bleef maar denken aan Moncheaux en hij stal een auto in Brussel en reed ermee naar Roubaix. Daar kreeg hij van Moncheaux zijn deel van de buit: 3 pistolen en munitie.

Rekwisitoren en pleidooien

De bedotte Orel trachtte die wapens te verkopen. Het werd zijn verlies. Bij het leveren van een der revolvers werd hij door de rijkswacht gevat. De koper was... een rijkswachter. Orel werd aangehouden. Dat werden ook zijn Franse medeplichtigen, die in Frankrijk zullen terechtstaan maar die zich ook zullen te verantwoorden hebben voor meer dan 32 inbraken in Frankrijk gepleegd, die hen een miljoenenbuit zou hebben opgebracht.

Woensdag heeft Orel zeer uitvoerig weer het ganse verhaal gebracht van zijn avontuur. “Alles gebeurde omdat ik soldaat diende te zijn en ik dan niet bij mijn vrouw kon zijn. Het leger helpt mijn gezin kapot en daarom heb ik vaandelvlucht gepleegd. Ik geraakte in de gevangenis, die nooit iemand beter maakt, en maakte er kennis met gangsters. Zo kwam ik tot die wapendiefstal.”

“Om in de rijkswachtkazerne zelf een roof te plegen daarvoor is toch heel wat lef nodig”, zo zei een openbare aanklager krijgsauditeur Van Winsen in een boeiend requisitoir, dat toch steeds zo menselijk bleef. Het ligt ten andere voor de hand dat die wapens niet werden gestolen om die aan de man te brengen. Hoop en al zou de verkoop een 30.000 fr. kunnen opbrengen. Neen, de bedoeling der dieven (de Franse gangsters) was wapens stelen om ermee roofovervallen en gewapende inbraken te plegen.

“Neen”, zei een vlot pratende Orel, “ik geloof dat de wapens bestemd waren voor een wapenzwendel met het Midden-Oosten…”

Dat kan men natuurlijk moeilijk aannemen. De bewijzen liggen ten andere voor de hand. Tijdens een roofoverval gepleegd te Rijsel door Moncheaux en zijn bende bv. werd bewezen, dat een der door de gangsters getoonde pistolen een der te Elsene gestolen wapens was.

Krijgsauditeur Van Winsen vorderde ten slotte vijf jaren gevangenisstraf voor Orel, die zeer jong rijkswachter werd, er zich aanstelde als een element zonder enige discipline, aan de deur werd gezet en nadien nog enkele tijd legerdienst moest doen maar vaandelvlucht pleegde en veroordeeld werd.

Verzachtende omstandigheden werden vooral gepleit door de verdediging van Orel, mr. Lucette D'hondt. “Mijn cliënt heeft gedacht, dat die gestolen wapens alleen dienen moesten om in het buitenland te worden verkocht. Nooit heeft hij gedacht dat Franse bandieten een wapenarsenaal wilden bemachtigen om er holdups mee te plegen.”

De advocate heeft ook getracht in het licht te stellen hoe een jonggehuwde dwaasheden ging uithalen alleen “om zijn gezin te redden”. “Hij vluchtte naar Frankrijk, waar de man, die hij in de gevangenis had leren kennen, hem hulp en werk beloofd had…”

Ten slotte kwam ook Orel weer lang aan het woord. Een eerder niet onaardige verschijning, die in zijn stem toch een schijn legt van oprechtheid. Of is hij echt oprecht? In ieder geval is hij zeer welbespraakt als hij zegt: “Ik hoop alleen maar dat ik vandaag hier een beetje begrijpen vind. Ik ben echt geen slechte jongen. Ik kon echter bij het leger niet blijven, omdat ik dan op mijn vrouw niet kon passen. Ik wilde bij haar blijven en ben daarom naar Frankrijk gevlucht, waar een zogezegde vriend me werk en steun had beloofd. Om mijn gezin te redden heb ik aanvaard een wederdienst te bewijzen. Nu weet ik dat het dwaas was maar stuur me daarom niet naar de gevangenis. Ik zal er me te eenzaam voelen. Mijn gezin zal er zo hard door te lijden hebben. Mijn vrouw wacht…”

Vonnis werd geveld. Verzachtende omstandigheden werden aanvaard. Drie jaar gevangenis.

Bron: Het Laatste Nieuws | 9 December 1971

Lourdement condamnés à Douai pour avoir volé des armes à l'Ecole de Gendarmerie belge

Deux cambrioleurs, Michel Moucheaux, 29 ans, de Tourcoing, et Michel Florin, 26 ans, de Hem (Nord) ont comparu vendredi et samedi devant la Cour d'Assises du Nord, pour répondre de vingt-six cambriolages, dont celui de l'école de gendarmerie de Bruxelles, commis dans la nuit du 11 au 12 décembre 1970.

Sur les indications d'un ancien gendarme belge, Victor Orel qui participait à l'expédition, les malfaiteurs avaient pénétré dans le magasin d'armes et s'étaient emparés d'une trentaine de pistolets, d'une cinquantaine de chargeurs et de plusieurs milliers de cartouches. Ils comptaient revendre le tout au Proche-Orient.

Arrêté en Belgique, Orel fut condamné à cinq ans de réclusion par la justice de son pays. A Douai, Moucheaux et Florin ont été condamnés respectivement à dix et cinq ans de réclusion criminelle.

Bron: Le Peuple | 7 Mei 1973

De warenhuizen van Dial waren in de jaren '80 ook vaak het doelwit van gangsters. Dit is één voorbeeld uit april 1986:

Schietende overvallers in het Brusselse

Tussen maandagavond en dinsdagochtend werden drie gewapende overvallen gepleegd in het Brusselse. De eerste had zoals gemeld maandag omstreeks 18.45 u. plaats in de supermarkt Dial, Verbindingsstraat te Elsene. Een gangster alleen schoot er een 9 mm kogel in de buik van de 26-jarige filiaalhouder Simon Deneve. De dader nam vervolgens 50.000 fr. uit de kassa en sloeg te voet op de vlucht. Het slachtoffer diende overgebracht naar het Sint-Pietershospitaal. Zijn leven is niet in gevaar.

De tweede overval gebeurde dinsdagochtend om 3.55 u. in een kroeg aan de Schildknaapstraat te Brussel. Daar daagden twee jonge Noord-Afrikanen op. Ze waren gewapend met revolvers en vergezeld van twee meisjes. Ze wilden de inhoud van de kassa.

Om hun doel te bereiken schoten ze de 49-jarige uitbater Yves Lariel uit Sint-Genesius-Rode een kogel in een vinger. Een klant, de 29-jarige Guy Bergman, eveneens uit Sint-Genesius-Rode kreeg een kogel in de buik en moest naar het ziekenhuis worden overgebracht. De daders gingen er zonder enige buit van door.

De derde overval werd dinsdag omstreeks 5.30 u. gepleegd in het Motel AC aan de autosnelweg te Drogenbos-Ruisbroek. Drie gangsters van het Noord-Afrikaanse type verplichtten de receptionist op de grond te gaan liggen. Ze namen vervolgens 50.000 fr. weg uit de kassa en sloegen op de vlucht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 April 1986

166

(4 replies, posted in Andere Personen)

Dat gaat over Paul Bols:

(...) De gerechtelijke politie onderzocht ook zijn contacten. Volgens de speurder die de moord onderzocht, kende Ertrijckx figuren uit de Brusselse onderwereld, onder wie Marcel Castris, maar ook een verdachte die in het Bende-dossier als Pol bekendstond (waarschijnlijk Paul Bols).

167

(325 replies, posted in 1983)

Tiens wrote:

Van Esbroeck schreef dit in een van zijn twee boeken

Dit heeft forumlid patrick111 al jaren geleden op het forum geplaatst » Forum

Maar de vraag is natuurlijk: valt in al die pistes de waarheid te vinden over twee mannen die 's nachts een VW Golf komen stelen?

168

(325 replies, posted in 1983)

Dat was Club 52, die eind 1983 overgenomen werd door Frédéric Godfroid.

169

(1 replies, posted in 1970-1979)

Wapendiefstal van Citadel Diest opgehelderd

De geheimzinnige wapendiefstal in de nacht van 20 op 21 juni in de citadel te Diest werd eindelijk opgelost. Wekenlang werd naar sporen gezocht van de stoutmoedigen die het militair domein binnendrongen en de deur van een wapenmagazijn met een koevoet forceerden na het slot doorboord te hebben. Er werden vier mitrailleurgeweren en drie automatische geweren ontvreemd.

De daders konden nu door het gerechtelijk detachement Brussel en de BOB van Charleroi geïdentificeerd en aangehouden worden. Het zijn Calogero Pocoroba (22) uit Fontaine-l'Eveque en Jean Perron (22) uit Châtelet die in 1968 zijn militaire dienst te Diest volbracht. Ze werden beiden ter beschikking gesteld van de krijgsauditeur.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Augustus 1970

Pocoroba en Perron pleegden op 31 december 1971 een moord in Landelies.

170

(4 replies, posted in Andere Personen)

François Ertrijckx, alias Asterix, is geboren op 11 januari 1955. Hij is een van die figuren die in het Bende-dossier vernoemd worden, maar van wie nooit is vastgesteld welke rol hij precies speelde. Was hij een informant die te dicht bij bepaalde milieus kwam? Was hij zelf betrokken bij criminele activiteiten? Of wist hij eenvoudigweg veel doordat hij zich in verschillende milieus bewoog? Op 22 januari 1985 werd hij in Anderlecht vermoord.

Ertrijckx was op het moment van zijn dood dertig jaar oud en woonde in Laken. Hij werkte als pompenmonteur, was diepzeeduiker en had ooit een medaille gekregen nadat hij iemand het leven had gered. Hij was bovendien actief als buitenwipper en was enige tijd lijfwacht van zanger Plastic Bertrand. Daardoor kwam hij in contact met uiteenlopende figuren uit het Brusselse uitgaans- en criminele milieu.

Op 22 januari 1985 werd Ertrijckx op de parking van het Westland Shopping Center in Anderlecht doodgeschoten. Hij zat achter het stuur van zijn Pontiac toen de schoten werden afgevuurd. Een getuige had die avond twee mannen zien discussiëren. De wagen reed na de schietpartij nog enkele tientallen meters verder. Volgens het onderzoek was er geen duidelijk motief en werd geen dader geïdentificeerd. De moord bleef onopgelost.

Een dubbelleven

Het onderzoek naar de moord bracht een merkwaardig beeld van Ertrijckx aan het licht. Zijn vader en vriendin hadden weinig zicht op wat hij buiten zijn normale werk deed. Ertrijckx leidde een dubbelleven en had naast zijn bekende relatie nog een clandestiene vriendin. In de laatste maanden voor zijn dood werkte hij nog maar enkele uren per dag. Hij vertelde dat hij problemen had die hij zelf moest oplossen en dat hij een grote som geld verwachtte.

Tegen zijn vader had hij kort voor zijn dood over de Bende van Nijvel gesproken. Volgens die verklaring beweerde Ertrijckx dat de Amerikanen achter de Bende zaten en dat Paul Vanden Boeynants daar meer van wist dan hij toegaf. Het is niet bekend waarop Ertrijckx die beweringen baseerde.

De gerechtelijke politie onderzocht ook zijn contacten. Volgens de speurder die de moord onderzocht, kende Ertrijckx figuren uit de Brusselse onderwereld, onder wie Marcel Castris, maar ook een verdachte die in het Bende-dossier als Pol bekendstond (waarschijnlijk Paul Bols). Daarnaast waren er contacten met extreemrechtse milieus. De inspecteur kon echter niet vaststellen wat de aard van die contacten precies was. Hij vond tijdens zijn onderzoek geen concreet spoor dat Ertrijckx met de Bende van Nijvel verbond.

Ertrijckx zou tegenover anderen hebben opgeschept dat hij als een soort detective werkte, vooral 's nachts. Dat sluit aan bij het beeld dat later van hem ontstond: een man die rondkeek, contacten legde en informatie verzamelde. In de terminologie van het BIC werd hij uiteindelijk als tipgever of snuffelaar beschouwd.

Asterix en het BIC

Het interessantste onderdeel van het verhaal is de informatie die Ertrijckx volgens een BIC-bron zou hebben doorgegeven.

Commissaris Jan De Wachter verklaarde voor de parlementaire onderzoekscommissie dat hij begin 1986 via een informant informatie had gekregen over een zekere Dany, die een belangrijke rol zou hebben gespeeld bij de Bende van Nijvel. Die informant zou de informatie op zijn beurt hebben gekregen van iemand met de codenaam Asterix, die werd geïdentificeerd als François Ertrijckx. Volgens die informatie was Dany betrokken bij de bevoorrading en betaling van de daders. Ook werd een verband gelegd met Juan Mendez.

Daar zit echter een belangrijk probleem. Ertrijckx was op 22 januari 1985 vermoord. De BIC-informatie kwam pas in 1986 boven water. Bovendien bevatte het uiteindelijke verhaal elementen die betrekking hadden op gebeurtenissen uit een periode waarin Ertrijckx al dood was. Hilde Geens wijst er daarom - in haar boek “Beetgenomen” - zelf op dat de informatie niet eenvoudigweg volledig aan de vijftien maanden eerder overleden Asterix kan worden toegeschreven.

Dat maakt de BIC-informatie niet automatisch waardeloos, maar het betekent wel dat voorzichtigheid noodzakelijk is. "Asterix zei dit" is niet hetzelfde als bewezen dat Ertrijckx deze volledige informatie heeft verstrekt.

De link met WNP

Er is nog een opmerkelijke aanwijzing.

In de agenda's van WNP-leider Michel Libert komt een persoon met de naam Asterix voor. Eind november 1982 staat "Obelix" genoteerd. Op 31 januari 1983 staat een afspraak met "Asterix", vermoedelijk op de Rue de la Forge, een plaats waar de WNP samenkwam. De daaropvolgende dag staat opnieuw Obelix genoteerd en op 7 februari is een ontmoeting met Obelix gepland in het Centraal Station.

Libert verklaarde tegenover Hilde Geens dat Asterix en Obelix (*) figuren uit de periferie van het Front de la Jeunesse waren. Of de Asterix uit zijn agenda dezelfde persoon was als François Ertrijckx, heeft Libert echter nooit bevestigd. Dat verband blijft dus onbewezen.

(*) Jean-Jacques Cordonnier

Toch is het opmerkelijk dat juist na de moord op Ertrijckx de WNP voor het eerst in het Bende-onderzoek naar voren kwam via de informatie die aan Asterix werd toegeschreven.

Ook bij Ertrijckx thuis werden tijdens het moordonderzoek contacten onderzocht die raakvlakken hadden met het extreemrechtse milieu. Zo werden advertenties voor partnerruil gevonden, evenals een reactie van iemand uit een crimineel milieu die via de goudhandel contacten had met personen die op hun beurt weer raakvlakken hadden met WNP. Dat betekent niet dat Ertrijckx lid was van WNP, maar het illustreert wel hoe verschillende milieus in zijn omgeving door elkaar liepen.

Friswa, Pol en Calmette

Een van de interessantste namen in de omgeving van Ertrijckx is Friswa, een van zijn beste vrienden. Friswa was karateka, kreeg training van Jean-Francis Calmette en bewoog zich eveneens in het Brusselse uitgaansmilieu.

Ook Pol, de zogenaamde "reus" uit het Bende-dossier, komt herhaaldelijk in dit netwerk voor. Volgens de gerechtelijke politie kende Ertrijckx hem. Zijn milieu werd later samen met dat van Ertrijckx onderzocht.

Dat is relevant omdat Ertrijckx daardoor niet alleen via één enkele bron aan het Bendedossier wordt gekoppeld. Er ontstaat een netwerk van personen die elkaar kenden en die op verschillende momenten in onderzoeken naar de Bende, extreemrechts, de Brusselse onderwereld en het uitgaansmilieu opdoken. Maar ook hier geldt: contact is geen bewijs van betrokkenheid.

Ertrijckx en Juan Mendez

Er is nog een merkwaardige parallel. Op het forum werd later vastgesteld dat Ertrijckx en Juan Mendez allebei in kringen rond Bouhouche en Beijer werden genoemd en dat er aanwijzingen zijn dat Ertrijckx Mendez kende. Beide mannen werden bovendien in hun auto vermoord, op een moment dat zij zich in een milieu bevonden waarin verschillende criminele en politiële contacten samenkwamen.

De twee moorden vertonen dus enkele opvallende overeenkomsten, maar daarmee is uiteraard nog geen dader of verband bewezen. De moord op Mendez vond bijna een jaar na die op Ertrijckx plaats.