1,901

(1 replies, posted in 1990-1999)

In januari 1979 werd Patrick Couturier gearresteerd wegens kelderdiefstallen in Luik. Zijn buit was vooral alcohol.

Kelderdief geklist te Luik

De BOB van Luik heeft woensdag de 19-jarige Patrick Couturier uit Sint-Jans-Molenbeek aangehouden. De jongeman wordt ervan verdacht een hele reeks diefstallen te hebben gepleegd in kelders in de Luikse binnenstad. Hij zou zich in soortgelijke diefstallen gespecialiseerd hebben en alles bij mekaar voor een bedrag van ruim 200.000 fr. aan wijn en alcohol alsmede een hele voorraad aanstekers hebben ontvreemd. Met zijn buit werd de man op de markt van de “Pot d’Or” aangetroffen. Hij werd daar ingerekend en blijft aangehouden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 1 Februari 1979

In december 1982 raakt hij gewond bij een auto-ongeluk:

Dode en drie gewonden te Ougrée

Een gestolen wagen met drie inzittenden is zaterdag in de rue de Boncelles te Ougrée tegen een vrachtwagen gereden. De bestuurder bleef ongedeerd en kon ontkomen. De auto was kort voor de feiten gestolen van de h. Vincenzo Cuffaro, Boulevard de l’Est 12 te Luik. Een inzittende, de 29-jarige Yvan Sauvage, uit de Rue Saint Gilles 50 te Luik, was op slag dood en een tweede inzittende, Patrick Couturier, 23 jaar, uit de Vierwindenstraat 74 te Sint-Jans-Molenbeek, is opgenomen in het ziekenhuis te Ougrée.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 December 1982

1,902

(1 replies, posted in 1990-1999)

Samenvatting

  • Wat? Een man vermoordt zijn stiefvader

  • Wanneer? 5 Augustus 1991

  • Waar? Wissenstraat 1 in Sint-Jans-Molenbeek » Google Maps

  • Wie? Patrick Couturier

  • Wapen: Riot-gun

  • Status: Opgelost

Patrick Couturier vermoordt zijn stiefvader, na een aanslepend conflict, zijn stiefvader met drie schoten uit een rot gun. Na de moord sloeg hij op de vlucht. Hij werd een paar dagen later aangehouden in een café in Blankenberge. Hij verscheen in februari 1993 voor het Assisenhof. Hij had reeds een strafblad voor onder andere kelderdiefstallen.

Patrick Couturier:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/patric11.jpg

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/patric12.jpg

Molenbeeks straatveger in zijn huis vermoord

Maandag omstreeks 13.30 u. is een 47-jarige man in de gang van zijn woning, Wissenstraat 1 te Sint-Jans-Molenbeek, met verscheidene karabijnkogels neergeschoten. De man overleed kort nadien. Hulp kon niet meer baten. De dader van de moord kon ontkomen.

Het slachtoffer, wiens precieze identiteit maandag nog niet werd vrijgegeven, is één van de weinige Belgen die nog in de Wissenstraat wonen, in een Molenbeekse wijk waar migranten de meerderheid vormen. Volgens buren stond de man klaar om na de middag weer aan het werk te gaan als straatveger in dienst van de gemeente Sint-Jans-Molenbeek, toen hij in de gang van zijn woning op de man stootte die hem met een karabijn neerschoot en dan onmiddellijk wegvluchtte.

Getuigen meenden in de dader een familielid te herkennen van het slachtoffer. Maar dit is maandag niet bevestigd. Het slachtoffer woont in het nr. 1 in de Wissenstraat met zijn echtgenote en twee dochters. Het parket kwam ter plaatse om de nodige vaststellingen te doen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Augustus 1991

Moord in Molenbeek gepleegd door stiefzoon

De moord die maandagnamiddag werd gepleegd in de woning Wissenstraat 1 in Sint-Jans-Molenbeek werd gepleegd door de stiefzoon van het slachtoffer. De dader, Patrick Couturier (32) is de zoon van de vriendin van het slachtoffer, de 47-jarige straatveger Daniël. Het slachtoffer kwam omstreeks 14.20 uur thuis van zijn werk en werd in de gang van zijn woning neergeschoten met een riot gun.

Het wapen lag in huis weggestopt, maar iedereen in het gezin wist waar het lag. Het slachtoffer werd getroffen in de schouder en in de buikstreek en was op slag dood. De zoon van de vriendin van het slachtoffer die de moord pleegde had al voor heel wat heibel gezorgd en mocht al sinds april van dit jaar het huis niet meer binnen; een verbod van het slachtoffer. Toch liet de rest van de familie hem wel binnen en verstopte hem telkens op de tweede verdieping. Blijkbaar was hij dit leven van een clandestien beu geworden en besliste op een drastische manier een eind te maken aan deze toestand.

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 Augustus 1991

Dader moord in Molenbeek spoorloos

Maandag 5 augustus omstreeks 14.20 u. werd Daniel Quenon vermoord in zijn woning in de Wissenstraat 1 in Sint-Jans-Molenbeek. Hij werd neergeschoten met een riot-gun door de 32-jarige Patrick Couturier, de zoon van de bijzit van Quenon. Het wapen werd ter plaatse achtergelaten door Couturier.

Wie meer weet over de huidige schuilplaats van Patrick Couturier wordt verzocht deze inlichtingen over te maken aan de rijkswacht of BOB van Brussel (…), of aan het dichstbijzijnde politie- of rijkswachtkantoor.

Patrick Couturier bezoekt voornamelijk de wijk van de Vier Winden in Sint-Jans-Molenbeek en de Belgische kust, in de omgeving van Blankenberge. Patrick Couturier is 1,63 m groot, heeft een magere lichaamsbouw, draagt zwarte halflange haren en dikwijls een baard en snor (onverzorgde snit). Hij heeft een wrat op zijn gezicht. Op het ogenblik van de feiten droeg hij een jeansbroek en een grijze lederen of damherten jas.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Augustus 1991

Moordenaar van Molenbeek aangehouden

De 31-jarige Patrick Couturier, die maandag de 47-jarige vriend van zijn moeder, Daniel Quenon, een gemeentearbeider uit Molenbeek, had doodgeschoten, werd donderdag door de BOB van Brugge ingerekend in een café in Blankenberge. Een anonieme tipgever had naar de politie getelefoneerd met de melding dat Couturier zich in het café bevond. De foto van Patrick Couturier, die inmiddels bekentenissen heeft afgelegd, was uitgebreid in de media gepubliceerd.

Maandag omstreeks 14u20 kwam Daniel Quenon na zijn dagtaak thuis. De zoon van zijn gezellin stond hem met een geweer in de hand op te wachten. Hij loste drie schoten op Quenon die op slag dood was. In april had Daniel Quenon de toegang tot de ouderlijke woning ontzegd aan Couturier, omdat deze laatste de inboedel had vernield. Daarop had de moeder van Couturier haar zoon clandestien onderdak verleend. Telkens wanneer Quenon naar huis kwam, verborg Couturier zich.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Augustus 1991

“Moeder toonde hoe wapen moest geladen worden"

Patrick Couturier, een 33-jarige Brusselaar die ervan beschuldigd wordt op 5 augustus 1991 zijn stiefvader Daniel Quenon te hebben doodgeschoten, zei dat hij al enkele dagen met het plan rondliep. Zijn zus en moeder wisten ervan, maar deden niets om het te verhinderen. Zijn moeder toonde hem de morgen van de feiten zelfs hoe hij het wapen moest laden.

De moord met voorbedachte rade vond haar oorsprong in de spanning en een grondige onenigheid tussen de beklaagde en het slachtoffer. Enkele maanden voordien was Couturier door Quenon het huis uit gezet wegens zijn hang naar alcohol en zijn nietsdoen. Nochtans bleef zijn moeder hem tegen de wil van haar levensgezel in onderdak verschaffen.

De beschuldigde gaf tijdens zijn eerste bekentenissen toe dat hij het feit dat hij buitengezet was slecht verteerd had en dat hij het plan had opgevat zijn stiefvader uit te schakelen. Daarmee zou hij gerechtigheid doen geschieden voor zichzelf, zijn moeder en zijn halfbroers en zussen. Tijdens de ondervragingen wijzigde Patrick Couturier meermaals zijn versie van de feiten. Aanvankelijk beweerde hij dat hij alleen gehandeld had. Tot hij gisteren over zijn zus en zijn moeder sprak.

“U beweert zelfs dat uw stiefvader een Albanees gecontacteerd had om u uit de weg te ruimen”, stelde de voorzitter. ‘“Ja, mijn zuster heeft mij dat gezegd. Ze heeft het zelfs éénmaaa aan de BOB herhaald. Later ontkende ze het."

"U probeert zich als een bevrijder voor te stellen”, vervolgde de voorzitter. "Ja, ik weet het en betreur het. De dagen na het drama leefde ik in een shock. Ik heb nooit van geweld gehouden. Men moet het echt meegemaakt hebben om te weten wat het betekent".

Onderzoeksrechter Pignolet verklaarde tijdens de namiddagzitting dat de beklaagde een merkwaardige houding had na zijn arrestatie. "Couturier ging onmiddellijk tot bekentenissen over. Hij was precies en open. Ik heb hem gewezen op de gevolgen die zijn uitlatingen konden hebben. Nochtans gaf hij de voorbedachtheid en de wil om te doden toe. Hij verklaarde ook dat hij alleen gehandeld had. Niets wees op enige betrokkenheid van zijn zuster of moeder.”

De onderzoeksmagistraat kon geen uitleg geven over de rol van deze twee, omdat daar geen sprake van was tijden zijn verhoren, maar tijdens die van de BOB. Over het motief verklaarde hij dat Couturier hem gezegd had dat hij zijn stiefvader gedood had omdat hij er genoeg van had om buiten te slapen of om zich op de tweede verdieping verborgen te houden. Getuige preciseerde dat Myriam, de halfzus van Couturier duidelijk was over de strengheid van Daniel Quenon: “Hij was streng, maar dat vormde geen probleem". Beklaagde ontkende deze versie en verklaarde gisteren dat Quenon een echte tiran was.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Februari 1993

“Voor mij was Quenon een goede vader”

Op de tweede dag van het assisenproces in Brussel verschenen de twee kroongetuigen: Myriam, de halfzuster van Patrick Couturier, en zijn moeder. Couturier wordt beschuldigd van moord op zijn stiefvader Daniel Quenon. De twee getuigenissen brachten de tweespalt in de familie aan het licht.

Aan de ene kant was er de beschuldigde, die de bal terug kaatste naar zijn moeder en zijn halfzuster door te beweren dat hij op één of andere manier aangemoedigd en gemanipuleerd werd door de twee vrouwen om zijn daad te stellen.

Aan de andere kant waren er de verklaringen van de moeder en haar dochter die één front vormden en bijna volledig gelijkaardige antwoorden gaven.

Mijnheer

De moeder van de beschuldigde toonde weinig emotie toen ze over haar echtgenoot sprak. Ze noemde hem eerder "mijnheer Quenon” of Quenon Daniel. Toen ze over haar eerste echtgenoot sprak, kon ze haar tranen niet meer bedwingen: “Hij sloeg me. Dat heeft me ziek gemaakt. Ik kreeg een borstvliesontsteking. Daarom moest ik Patrick verlaten …”

Over het huishouden en het karakter van het slachttoffer vertelde de getuige: “Tussen mijzelf en Quenon Daniel waren er kleine twisten, zoals in elk huisgezin. Hij was streng, maar niet meer dan dat. Er waren wel dingen die hij niet mocht weten, zoals bijvoorbeeld het feit dat Myriam naar het OCMW ging, want hij zou er zich voor geschaamd hebben.”

"Het is waar dat hij streng was”, bevestigde Myriam. "Voor hem was het ondenkbaar dat ik op de leeftijd van twintig jaar een jongen zou kennen. Ik was nog altijd zijn kleine meisje. In die zaken was hij nog van 'de oude stempel'. Maar voor mij was hij een goede vader.”

Myriam ontkende dat Couturier als beschermer moest optreden tegen haar vader: "Mij beschermen tegen wie, tegen wat? Hij sloeg me niet en op het einde kreeg ik altijd wat ik wou …”

Vervolgens onderzocht het hof de briefwisseling die Couturier met zijn familie had gevoerd. Eén van de brieven, geschreven door Myriam, bevat volgens de beschuldigde het impliciete bewijs, dat zijn halfzuster op de hoogte was van zijn plannen.

Voorzitter Lambeau richtte zich tot de beschuldigde: “Uit die brief kunnen we niet afleiden dat uw zuster op de hoogte zou geweest zijn van uw voornemen om te doden. Wat ik uit die brief begrijp, is dat uw zuster wist dat U haar vroeg haar versie van de feiten te verdraaien, met name voor wat betreft het beeld dat ze van haar vader gaf.”

Myriam verdedigde zich tegen de beschuldiging van medeplichtigheid: “Niet alleen heeft hij mijn vader gedood, maar bovendien heeft hij ons van medeplichtigheid beschuldigd. U kunt zich niet inbeelden wat men voelt als men dat moet doormaken”, zei ze.

Onevenwichtig

In de voormiddag kwamen de psychiaters aan het woord. Zij merkten op dat Couturier op het ogenblik van de feiten in staat was zijn handelingen te controleren. Het gebrek aan een affectief verleden was volgen hen één van de oorzaken van de onevenwichtige persoonlijkheid van de beklaagde.

Patrick Couturier werd vrij vroeg door zijn ouders verlaten en nadien door zijn grootmoeder opgevoed. De psychiaters meenden dat hij daardoor geen persoon met autoriteit gekend heeft. “Nochtans praat Couturier weinig over zijn moeder en lijkt hij haar niets kwalijk te nemen. Daniel Quenon daarentegen symboliseerde voor hem de vaderfiguur en meteen alle haat die hij die vaderfiguur toedraagt."

De psychiaters beschreven Couturier als een individu met psychopathische kenmerken. “Couturier is impulsief, agressief en ongeduldig. Frustratie verteert hij slecht, wat hem tot misdadigheid gedreven heeft. De beklaagde voelt zich verlaten door zijn ouders.”

Door dat gemis heeft hij het volgens de experten moeilijk om zijn leven op een behoorlijke manier in eigen handen te nemen. "De toepassing van de wet moet rekening houden met de zwakke persoonlijkheid van de beklaagde”, zo concludeerden ze.

Uit het verhoor van de drie BOB-leden bleek nogmaals dat Couturier zijn halfzuster en moeder pas in de loop van het onderzoek bij de moord had betrokken. Toen de rijkswachters kort na het drama ter plaatse kwamen viel hen de houding van de moeder en de halfzuster op: "De moeder en de halfzuster leken niet verbijsterd, maar opgewonden. De dochter riep en weende. De moeder was in de keuken gebleven en wist niet wat er precies was gebeurd. Men had haar belet naar beneden te gaan. We hebben een arts moeten roepen omdat ze één of tweemaal het bewustzijn verloor."

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Februari 1993

Couturier ging schijnhuwelijk aan met Turkse vrouw

Op het proces van Patrick Couturier, die beschuldigd wordt van moord op zijn stiefvader, is gisteren de “echtgenote” van de beklaagde komen getuigen. Uit het dossier en uit verklaringen van familieleden is namelijk gebleken dat Couturier een schijnhuwelijk aanging met een Turkse vrouw tegen betaling van 100.000 frank.

De Turkse “echtgenote” en “schoonzus” van Couturier vertelden dat het om een “normaal” huwelijk ging en dat het zich daadwerkelijk had voltrokken. “We hebben zes maanden samengewoond”, zei de echtgenote. “Hij is vertrokken omdat hij dronk. Onze seksuele betrekkingen waren zeer zeldzaam.” Couturier kon nauwelijks enige hilariteit onderdrukken toen hij daarop verklaarde dat “hij slechts enkele spullen naar het appartement, waar het echtpaar zogezegd moest wonen, had gebracht en dat hij er vijftien dagen - alleen - had geslapen”.

Zeer aardig

Een andere getuige was Chantal Heuts, het eerste lief van Couturier. Hun verhouding dateert van ongeveer vijftien jaar geleden. “Hij was zeer aardig tegen mij. Maar tegenover zijn grootmoeder was hij agressief en gewelddadig. Hij was een vrijpostige jongen, maar ook een eenzaat”, zei de vrouw en ze verwees ook nog naar Couturiers neiging tot alcoholisme en naar de inbraken in auto’s die hij pleegde om zijn drank te kunnen betalen.

Vervolgens werd de beschuldigde ondervraagd over de betrokkenheid van zijn familie in de moord. Hierbij bevestigde Couturier met nadruk zijn eerdere beschuldigingen: “Om 9u, nadat ik mijn plannen aan mijn moeder had voorgelegd, heeft ze niet gereageerd. Ik heb gezegd waarom ik het zou doen. Ze hebben er geen van beiden iets aan toegevoegd. Later is mijn moeder naar beneden gekomen. Ik heb haar gevraagd om me te tonen hoe men een riot-gun moet laden.”

Collega’s

Na de middag kwamen getuigen ten laste en getuigen van de verdediging aan het woord. De collega’s van Daniel Quenon schetsten allemaal hetzelfde beeld van het slachtoffer: “Het was een kalme, gereserveerde man. Een goede werker, altijd op tijd. Als hij sprak, was het om te vertellen over zijn kinderen, op wie hij heel fier was.”

Eén van zijn collega’s, die ooit eens was uitgenodigd om te komen eten bij Quenon, vertelde dat men kon voelen dat de verhouding tussen Daniel Quenon en zijn vrouw gespannen was: “Ze leefden trouwens gescheiden in afzonderlijke kamers.”

Een andere collega, die bovendien peter is van de jongste zoon van het slachtoffer, zei dat hij niet erg hield van beklaagde Couturier, “die een parasiet was. Niemand hield trouwens van hem en vaak werd er met hem gediscussieerd”.

Twee getuigen, die Couturier nog in Luik gekend hadden voor zijn komst naar Brussel, waren unaniem “dat Patrick geen agressieve of gewelddadige jongen was. Hij was vriendelijk en gedienstig. Wel dronk hij veel, maar hij vergreep zich nooit aan iets of iemand”.

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Februari 1993

“Vader was goed, zelfs voor Patrick”

Halfzuster Myriam Couturiers en de moeder van Patrick Couturier, die beschuldigd wordt van moord op zijn stiefvader, werden voor de tweede maal als getuige verhoord. De jury had daarom gevraagd omdat ze opheldering wilde bekomen over een aantal onduidelijkheden in het dossier.

Tijdens haar verhoor hield Myriam vol dat het slachtoffer een strikte, maar goede vader was, “zelfs voor Patrick”. Ze verwees naar de slordigheid van de beschuldigde en naar zijn parasitaire bestaan. "U moet weten dat het mijn eigen vader was die Patrick eraan moest herinneren een cadeau te kopen voor zijn moeder ter gelegenheid van Moederdag”, zei Myriam.

"Het blijkt nochtans dat Patrick, toen hij werkte, zich geen drank kon veroorloven tijdens de werkpauze”, vervolgde de voorzitter van het hof. "Het is normaal dat hij geen geld had”, antwoordde Myriam. "Hij werkte nooit!"

"Het is niet daarover dat ik het heb", antwoordde voorzitter Lambeau. "Hij heeft een tijdje in een kartonfabriek gewerkt.” “O ja, ik herinner me dat, maar het heeft niet lang geduurd ... “, was het antwoord van de getuige.

Een ex-collega van de beschuldigde, die door de verdediging was opgeroepen, zag het helemaal anders: "Hij heeft er bijna vier maanden gewerkt. Het was heel zwaar werk. Patrick deed zijn best. Hij had geen geld omdat hij heel zijn salaris overmaakte aan zijn familie.

Tenslotte werden Myriam en haar moeder nog verhoord over een aantal details in verband met het tijdsverloop op de dag van de feiten. Er waren opnieuw onduidelijkheden in de verklaringen van de twee getuigen. Zo heeft een getuige Couturier op de dag van de feiten nog omstreeks het middaguur een sigaret zien rollen in de keuken van de Quenons, terwijl Myriam en haar moeder beweren dat hij op dat ogenblik vertrokken was of zich verborgen hield op de tweede verdieping.

Onbetwistbaar

ln een uitzonderlijk breedvoerig rekwisitoor onderstreepte openbaar aanklager Mazy 's namiddags dat men over volledige bekentenissen beschikte én een onbetwistbare schuld. Volgens de aanklager ligt de ware reden voor de moord in het feit dat Quenon een materiële hinderpaal vormde voor de levenswijze van Couturier.

De verdedigers van Couturier wezen er op dat betichte hen vanaf de eerste dag de inhoud van zijn beschuldigingen had toegelicht. In zijn versie aan de speurders heeft hij evenwel zijn moeder willen sparen, aldus de advocaten. De eerste advocaat wou vooral duidelijk maken dat Couturier zich thuis in een onhoudbare, vreselijke en onmenselijke situatie bevond. Volgens de tweede advocaat heeft Courturier gedood onder invloed van een onweerstaanbare drang, gestuwd door de stilzwijgende instemming van de twee vrouwen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Februari 1993

1,903

(0 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Wat? Roofmoord op een vrouw

  • Wanneer? 8 Februari 1988

  • Waar? Rue des Acasias in Amay » Google Maps

  • Wie? Daniel Lefebvre

  • Wapen: Mes

  • Status: Opgelost

Daniel Lefebvre pleegde een overval op een café. De uitbaatster, Irma Buisseret, kreeg een messteek in de buik en kwam om het leven door wurging. De dader ging ervandoor met een buit van 2.000 fr. De dag na de moord heeft Lefebvre met geweld een handtas gestolen. Hij werd voor deze feiten in september 1989 veroordeeld tot de doodstraf.

Daniel Lefebvre:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/daniel15.jpg

Vrouw keel overgesneden in Amay

In Amay bij Hoei werd het lijk ontdekt van een 67-jarige vrouw, Irma Buisseret, die alleen woont aan de rue des Acasias in Amay, werd de keel overgesneden. Ze kwam om het leven door verscheidene messteken. Het huis lag helemaal overhoop. Het gerecht vermoedt dat het om een roofmoord gaat.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 11 Februari 1988

Verwijzing zaak Lefebvre naar Hof van assisen

De raadkamer van Hoei heeft de zaak van de 28-jarige Daniel Lefebvre uit Amay verwezen naar het hof van Assisen. Lefebvre wordt beschuldigd van moord. Op 10 februari 1988 was Lefebvre naar de rijkswacht gestapt met het verhaal dat hij in zijn keuken het lijk van de zestigjarige Irma Buisseret, wonende rue des Acacias te Amay had gevonden. Lefebvre deed af en toe klusjes voor de vrouw. De lijkschouwing wees uit dat de vrouw messteken in de buik had gekregen en door wurging om het leven was gekomen. Daniel Lefebvre werd al vlug verdacht. Hij heeft bekentenissen afgelegd.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 27 Februari 1989

Verdediging: Lefebvre niet toerekeningsvatbaar

Voor het Assisenhof van Luik staat Daniel Lefebvre terecht. Hij wordt beschuldigd van roofmoord op de 66-jarige Irma Buisseret. De feiten dateren van 8 februari 1988. Lefebvre moet zich ook verantwoorden voor de diefstal met geweld van een handtas, op 9 februari 1988, de dag na de moord.

Lefebvres raadslieden Bernard en Tordeur kondigden in een akte van verdediging aan dat ze de rapporten van de psychiatrische expert, die concludeerden tot volledige toerekeningsvatbaarheid, zullen betwisten. Daarna ondervroeg de voorzitter de beschuldigde over zijn verleden en over de feiten. De nu 27-jarige Daniël Lefebvre bracht zijn kindertijd door in een tehuis na de scheiding van zijn ouders. Nauwelijks meerderjarig overviel hij een bejaard echtpaar en een oude oom die hij met een mes te lijf ging. Zijn motief is altijd hetzelfde: geld. Hij werd veroordeeld tot een grotendeels voorwaardelijke straf. Na zijn vrijlating ging hij zijn legerdienst doen. Die liep uit op een veroordeling tot drie jaar effectief wegen poging tot doodslag op een milicien en diefstal uit de kassa van de kantine.

Na zijn ontslag uit de gevangenis leek Lefebvre zich eindelijk te integreren in de samenleving. Hij trouwde, werd vader van een dochtertje en vond een baan bij een staalbedrijf. In 1985 raakte hij zijn werk weer kwijt en hij raakte opnieuw aan de drank. Zijn vrouw verliet hem. Op het ogenblik van de feiten was hij twee jaar werkloos en bracht hij zijn dagen door in cafés waar hij dertig tot vijftig biertjes per dag dronk. Af en toe nam hij drugs. Van 7 tot 10 februari ging Daniel Lefebvre in totaal drie keer op bezoek bij het toekomstig slachtoffer, Irma Buisseret, die hij al kende van in zijn kinderjaren. De oude dame leefde van een OCMW-uitkering, maar leende hem af en toe wat geld.

Op zondag 7 februari leende mevrouw Buisseret hem 1.500 frank, waarmee hij enkele drankschulden betaalde. De volgende dag had hij weer geldgebrek. Hij ging opnieuw aankloppen bij Irma Buisseret, vastbesloten om haar, in geval van weigering, te bedreigen met een mes dat hij steeds bij had. Hij liep inderdaad een weigering op, en dat bracht hem ertoe "machinaal zijn mes te trekken en toe te slaan". Hoeveel keer hij mevrouw Buisseret gestoken heeft, weet Lefebvre niet meer, en ook niet dat hij haar ook nog eens gewurgd heeft. Wel herinnert hij zich nog dat hij "razend werd" en "voelde dat hij haar moest doden”. Ik wist wat ik deed maar ik besefte het niet, ik kon niet meer ophouden".

Na de moord doorzocht Lefebvre de woning en vond 2.000 frank. Hij ging naar het café waar hij een kamer had. Twee dagen later ging hij voor de derde keer naar de woning van mevrouw Buisseret, en vandaar naar de rijkswacht waar hij zei dat hij "een lijk ontdekt heeft". De dag daarvoor had hij, “om de verdenking af te wenden en omdat hij geld nodig had”, in Hoei een voorbijgangster van haar handtas beroofd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 September 1989

Lefebvre begon de dag met alcohol

Het getuigenverhoor in het proces van Daniel Lefebvre, beschuldigd van roofmoord op Irma Buisseret (66) uit Amay, verliep dinsdag minder woelig dan maandagnamiddag, toen de psychiatrische deskundigen aan het woord kwamen.

De uitbater van de herberg waar Lefebvre enkele weken voor de feiten een kamer gehuurd had, gaf een doorsnee dagindeling van de beschuldigde. "Amper uit bed dronk hij reeds een paar pinten bier. Vervolgens ging hij stempelen en ik zag hem niet terug voor de avond". Lefebvre bracht zijn dagen door in herbergen, maar de meeste patroons en diensters hebben slechts een vage herinnering aan de jongeman. Over zijn toestand op de dag van de feiten en de daaropvolgende dagen, of hij al dan niet zwaar dronken was, wist men weinig te vertellen.

Buren van het slachtoffer bevestigden dat Lefebvre daags voor de roofmoord zijn slachtoffer had bezocht en daags nadien op de plaats van feiten was geweest. De beschuldigde probeerde toen te laten geloven dat hij toevallig de roofmoord had ontdekt, om zo elke verdenking van zich af te wentelen.

Tijdens de namiddagzitting getuigden de ouders van beklaagde. Ze gingen uiteen toen Lefebvre zes jaar was en hij werd samen met zijn broer, in een tehuis ondergebracht tot zijn adolescentie. Van dat ogenblik bekommerde zich afwisselend de vader en de moeder over de kinderen.

De vader herinnerde zich een jongetje dat niets wou weten van gezag of tucht en dat uitbarstingen van woede had. Vanaf 12-jarige leeftijd af begon hij alcohol te drinken en stilaan werd dit zijn voornaamste probleem. Als hij gedronken had vloog hij bij de minste tegenstand uit.

Zijn moeder ontkende dat zij aan Daniel minder aandacht had besteed dan aan haar andere kinderen. Zijn vader vertelde dat hij werk voor hem had gevonden en zei hem pas dan de deur te hebben gewezen toen Daniel hem wou slaan, een maand voor de feiten. “Hij is beter af in de gevangenis waar hij geen kwaad meer kan doen”, aldus de vader.

Vandaag komen het requisitoir en de pleidooien van de verdediging aan de beurt. De uitspraak wordt in de loop van de avond verwacht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 September 1989

Doodstraf voor Daniel Lefebvre

Het Assisenhof van Luik heeft Daniel Lefebvre tot de doodstraf veroordeeld. Jury en hof hadden slechts vijftien minuten nodig om de strafmaat te bepalen nadat de juryleden Lefebvre schuldig hadden bevonden aan moord op Irma Buisseret in Amay en aan diefstal met geweld ten nadele van Mariette Tombal in Hoei.

Het vonnis was conform aan de eis van het openbaar ministerie. In zijn requisitoir had substituut Michel Lannoy beklaagde omschreven "als een platvloerse dief die door roeping moordenaar is geworden mede als gevolg van een bandeloos en gemakzuchtig leven dat helemaal gedomineerd werd door drankmisbruik. Reeds van zijn 18de vergreep hij zich bij voorkeur aan bejaarde personen".

De eerste advocaat van de verdediging mr. Jean-Marie Bernard wenste een duidelijk antwoord op de vraag of "Lefebvre verzorgd dan wel gestraft dient te worden". Mr. Bernard toonde gedetailleerd aan dat zijn cliënt nogal onbezonnen te werk ging en eerder handelde als een psychopaat.

Tweede advocaat van de verdediging ,Véronique Tordeur, stelde eveneens dat haar cliënt ernstig geestelijk gestoord is en derhalve in aanmerking moet kunnen komen voor toepassing van interneringsmaatregelen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 September 1989

1,904

(0 replies, posted in Wapenhandel)

Cesar Dauwe was een crimineel die in een villa nabij het vliegveld van Sint-Denijs-Westrem woonde. Hij wordt genoemd in tal van zaken.

  • In april 1967 werd hij veroordeeld voor onwettige wapenhandel en het uitgeven van een cheque zonder dekking.

  • In januari 1975 wordt hij gearresteerd op verdenking van wapensmokkel.

  • In juli 1983 werd hij gearresteerd op verdenking van smokkel van rode kwik.

Wapensmokkelaar zwaar veroordeeld te Gent

De correctionele rechtbank te Gent, onder voorzitterschap van de h. Tytgat, deed dinsdagvoormiddag uitspraak In de zaak van onwettige wapenhandel, checks zonder dekking en het aanleggen van een wapenopslag te Charenton (Fr.) zonder daartoe gemachtigd te zijn.

Cesaire Dauwe (Gent) kreeg voor het uitgeven van een check zonder dekking 1 jaar gevangenisstraf en 200.000 fr. boete met zes maanden uitstel, twee jaar en 2.000 fr. boete voor de vervalsing van stukken, met zes maanden uitstel, een jaar en 100.000 fr. voor onwettige wapenhandel. Voor 20.000 fr. werd een uitstel verleend van vijf jaar.

Eduard Deryckere (Merelbeke), twee jaar en 2.000 fr. boete met zes maanden uitstel voor vervalsing van stukken; zes maanden en 2.000 fr. voor onwettig bezit van wapens; zeven maanden en 4.000 fr. voor het niet-immatriculeren van wapens; één jaar en 100.000 fr. voor het aanleggen van een wapenopslagplaats. Voor de
laatste geldboete werd 20.000 fr. in uitstel gesteld.

Louis Peeters (Beaumont): één jaar voor het overmaken van wapens en 100.000 fr. boete waarvan 20 000 fr. met uitstel.

Na de lezing van het vonnis vroeg het O.M. de onmiddellijke aanhouding van de betichten en na beraadslaging besliste de rechtbank, dat voor Cesalre Dauwe en Eduard Deryckere de aanhouding van kracht bleef. Voor Louis Peeters werd deze eis niet ingewilligd. Ieder der drie betichten werd veroordeeld tot een derde der onkosten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 April 1968

Haven draaischijf van wapensmokkel?

Is Antwerpen de draaischijf van wapentrafiek voor de IRA? Wellicht. Uit goede bron vernamen we vrijdag dat zich tot voor enkele dagen in de haven twee stocks bevonden van duizenden wapens, meestal revolvers en mitrailletten. Er bestaat een sterk vermoeden dat Belgen die in de haven werken daarvan op de hoogte waren en dat de wapens bestemd waren voor het Iers Republikeins Leger.

Een en ander kwam ter sprake nadat woensdag de 45-jarige vrijgezel Cesar Dauwe uit Sint-Denijs-Westrem bij Gent en donderdag Simon Wajntal, een Luikenaar uit Poolse ouders, gearresteerd werden. Beiden worden verdacht van wapensmokkel. Wajntal werd gesnapt toen hij donderdagavond bij wapenhandelaar Binet te Brussel een bestelling wapens ging afhalen.

De wapens waren, zogezegd in opdracht van de ambassade van Mali, besteld met valse papieren. Bij Dauwe thuis werden documenten gevonden die daarmee verband houden. Maar er blijken nog meer duistere figuren in het spel te zijn. In de nacht van donderdag op vrijdag werd immers bij wapenhandelaar Binet ingebroken en er werden 300 pistolen en revolvers gestolen.

Al die gegevens lijken stukjes te zijn van dezelfde puzzel. De wapens die in de Antwerpse haven opgeslagen werden zouden hoofdzakelijk afkomstig geweest zijn uit Duitsland. In dat verband werd de naam genoemd van ren bekende Hamburger die meer zou afweten van de grootscheepse wapentrafiek en die Duitser zou ook voor Dauwe geen onbekende zijn. Het is goed mogelijk dat Dauwe die behalve een luxueuze woning in Sint-Denijs-Westrem ook een fraaie villa aan de kust bezit, voor rekening van de wapenhandelaar uit Hamburg werkte.

Kist wapens

De zaak werd eigenlijk aan het rollen gebracht door de aanhouding van twee zware jongens, die in Frankrijk een hold-up hadden gepleegd. Ze waren in het bezit van twee FN-pistolen waarvan de recherche gemakkelijk kon achterhalen dat ze geleverd werden door wapenhandelaar Binet uit de Koningsstraat te Brussel.

Woensdagvoormiddag tapte de politie de telefoon af van de wapenhandelaar en ontdekte dat donderdagnamiddag een bestelling wapens zou afgehaald worden door een verdacht persoon. De verdachte bleek Simon Wajntal te zijn. Donderdagavond om 6u kwam hij, zonder argwaan, opdagen. Hij ging bij Binet een kist halen, maar toen hij ze in zijn auto wilde laden, werd hij door de politie overmeesterd. Dat ging zonder moeite, maar men had toch alle voorzorgen genomen. De kist bevatte geen wapens maar boeken.

Inmiddels was Dauwe al ingerekend. Het was de recherche al enige tijd bekend dat de Brusselse wapenhandelaar Binet goede zaken deed met twee blanken die zich voordeden als vertegenwoordigers van de ambassade van Mali te Brussel. De wapenhandelaar verkocht wellicht te goeder trouw tal van wapens aan de “zogenaamde ambassadeleden”. Beide mannen kwamen nu eens samen, dan weer alleen de koop afsluiten in de Koningsstraat.

Op zoek naar meer inlichtingen omtrent die verdachte transacties ging de politie aankloppen bij Dauwe die al meer met wapenhandel te maken had en als dusdanig geen onbekende was voor het gerecht. Men bleek aan het goede adres te zijn. Bij een huiszoeking werden verscheidene bezwarende documenten die wezen op internationale wapenhandel gevonden. Uit het onderzoek was al gebleken dat Dauwe niet bang is de dingen groot te zien. Zo waagde hij het eens bij Binet 8.000 mitrailletten te bestellen, maar dat lukte niet.

Ondanks de bezwarende feiten loochende Dauwe hardnekkig dat hij iets met de zaak te maken had. Wapenhandelaar Binet herkende hem echter onmiddellijk als een van de mannen die wapens hadden besteld voor de ambassade van Mali.

Vertakkingen

Maar de geschiedenis heeft nog andere vertakkingen. Ze lijkt verweven in een heel netwerk van wapensmokkel. Bepaalde sporen leidden naar Terneuzen waar de recherche een trefpunt vond van wapenhandelaars en kopers. Ook Dauwe zou er meermaals opgedoken zijn. En de man die gearresteerd werd nadat enige tijd geleden, in de streek van Hoei. 50 pistolen in beslag genomen werden, zou ook tot de kenniskring van Dauwe behoren.

Misschien brengt het onderzoek naar de daders van de inbraak bij wapenhandelaar Binet nog nieuwe gegevens aan het licht. Uit de eerste vaststellingen bleek dat de dieven het gebouw langs de achterkant binnendrongen en er vandoor gingen langs de kant van de Koningsstraat. Ze namen 300 revolvers en pistolen mee die ze weggehaald hadden uit de winkel en uit de kelder waar ook een belangrijke voorraad opgeslagen lag. Ongeveer de helft van de buit bestaat uit Smith & Wesson-pistolen waar van de waarde per stuk hoger ligt dan 10.000 fr.

De enige huurder van het huis waar de inbraak gepleegd werd, schijnt niets gehoord te hebben en vrijdagmorgen was de schoonmaakster, die normaal moest komen werken, niet opgedaagd.

Britse belangstelling

Hoe het eventueel allemaal samen hangt, wat het juist te maken heeft met de wapentrafiek via de Antwerpse haven er wie er allemaal bij betrokken is, moet nog uitgemaakt worden. En dat zal niet gemakkelijk zijn. Er bestaat weliswaar een sterk vermoeden dat Dauwe en consorten in opdracht van anderen werkten, maar men verwacht dat de kopstukken zich zorgvuldig zullen gedekt hebben.

Anderzijds is niet alleen de Belgische politie begaan met de wapensmokkel De Britse regering heeft ook contactmensen naar België gestuurd om de wapenhandel met de IRA in de gaten te houden. Naar verluid zou de Britse regering zelf een omvangrijke hoeveelheid wapens hebben aangekocht om te beletten dat ze in handen van de IRA zouden terechtgekomen zijn.

Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Januari 1975

Cesar Dauwe ontkent “Monsieur Rouvrier” te zijn

Cesar Dauwe (42) uit Sint-Denijs-Westrem. de man die zich bij de Brusselse wapenhandelaar Binet uitgaf als monsieur Rouvrier van de ambassade van Mali, blijft weigeren enige bekentenissen af te leggen over zijn aandeel in de ganse onderneming.

Nochtans werden in zijn woning verschillende documenten van deze ambassade aangetroffen In kringen van van het Gentse parket neemt men aan dat Dauwe in het raderwerk van deze wapensmokkel slechts een geringe betekenis heeft, en dat hij ook daardoor door de mensen achter de schermen gemakkelijk werd geslachtofferd.

In elk geval had Dauwe aan de ganse affaire nog niet zo veel verdiend, zijn financiële toestand was eerder benard. Een huiszoeking in zijn tweede verblijf te De Panne, van waaruit de wapens eventueel Frankrijk bereikten, leverde niets op.

Een belangrijke schakel in het onderzoek is de vraag in hoever de documenten van de ambassade van Mali authentiek of vervalst zijn. Voor de onderzoekers een zeer moeilijke opdracht. Door het gebruik van deze documenten kon door de bende de ganse procedure van BTW vermeden worden.

Men verwacht vrij veel van de confrontatie tussen Cesar Dauwe en de Luikse gangster van Poolse afkomst Simon Wajntal, die donderdagavond donderdagavond de winkel van wapenhandelaar Binet te Brussel werd aangehouden. Wajntal blijft even formeel: Dauwe is wel degelijk contactman, “monsieur Rouvrier”. Hij wist trouwens niet eens de echte naam.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 Januari 1975

Raadkamer te Gent laat wapenhandelaar vrij

De Raadkamer te Gent heeft vrijdagavond de gewezen Poolse mijnwerker Simon Wajntal van Luik in vrijheid gesteld. Wajntal was op 8 januari van dit jaar aangehouden in de wapenwinkel van de h. Binet te Brussel als schakel van een bende die zich specialiseerde in het leveren van wapens aan de internationale onderwereld.

Door de h. Binet werd ook een tip gegeven voor een zekere “monsieur Rouvrier” die regelmatig wapens kwam afhalen in opdracht van de ambassade van Mali. Deze figuur werd ontmaskerd als Cesar Dauwe van Sint-Denijs-Westrem. Dauwe werd aangehouden op 10 januari en heeft altijd geloochend met de hele onderneming enig uitstaans te hebben. Wel gaf hij toe als bemiddelaar te zijn opgetreden bij transacties van wapens, zonder echter de klant te kennen.

Dauwe, die wegens ziekte vrijdag niet kon aanwezig zijn in de Raadkamer, blijft aangehouden. Het gerecht is er blijkbaar van overtuigd dat hij geen bemiddelaar was, maar wel een echte leverancier. Van Wajntal anderzijds wordt aangenomen dat zijn rol zich beperkte tot deze van loopjongen, vandaar ook zijn voorlopige invrijheidstelling.

Bron: Gazet van Antwerpen | 5 April 1975

Drie mannen maakten ruzie over valies met rode kwik

Het parket van Gent onderzoekt momenteel de geheimzinnige verdwijning van een koffer met tien flessen rode kwik. Dit is een vloeibaar metaal dat verwant is aan het gewone kwik en per kilo 4 miljoen fr. waard is. De zaak werd aan het rollen gebracht door een postbode die een gesprek afluisterde.

Enkele weken geleden hoorde een Gentse postbode op ronde in Sint-Denijs-Westrem drie mannen die waren verwikkeld in een hoogoplopend gesprek. Een van de mannen was de 52-jarige vrijgezel Cesaire Dauwe. een Gentenaar die in 1975 werd aangehouden omdat hij betrokken was bij een ophefmakende wapendiefstal te Brussel.

In dat gesprek hoorde de brievenbesteller hoe Cesaire Dauwe de twee anderen, een Nederlander en een Italiaan, ervan beschuldig de dat ze hem geld wilden afpersen. De twee mannen op hun beurt gaven te verstaan dat ze niet zouden vertrekken zonder de koffer met rode kwik of het geld.

De postbode wist toen genoeg en belde de politie die er meteen op uittrok en de drie mannen arresteerde. De dag daarop werden ze onder aanhoudingsmandaat geplaatst voor “heling van rode kwik”.

De gerechtelijke politie had al gauw door dat de aangehouden Italiaan geen katje was om zonder handschoenen aan te pakken. In “Speelkringen” was hij bekend onder de schuilnaam Michel Casino. Eind 1982 hadden Casino en de Nederlander een geheim contact met twee mannen die “rode kwik” verkochten. Dit is een product waarvan de handel even streng wordt gecontroleerd als die van uranium.

Michel Casino en zijn vriend wisten dat de verkopers van de rode kwik niet het recht hadden die vloeistof in bezit te hebben. En ze dachten een slim spelletje uit. Via de telefoon werd afgesproken om samen te komen in een park. Eens te meer slaagden de kandidaat-kopers er in de verkopers in de luren te leggen en aan de haal te gaan met de koffer mer de rode kwik.

Naar verluidt hebben Michel Casino en zijn Nederlandse compagnon verklaard dat zij alle nodig inlichtingen voor het stelen van het valies met rode kwik verkregen hadden van Cesaire Dauwe die nabij het vliegveld te Sint-Denijs-Westrem in een sjieke villa woont.

Cesaire Dauwe, die voor wapensmokkel tot vier jaar gevangenisstraf werd veroordeeld, zou ook een koper hebben gehad voor de tien kilo rode kwik. Dauwe zou via de telex in verbinding hebben gestaan met een multinational, maar de werkelijke afnemer van de rode kwik zou de Canadese regering zijn geweest, aldus veronderstellen de twee kerels.

Toen hij de rode kwik controleerde zou Dauwe zelf hebben gezegd dat goed materiaal was en dat het geld, ongeveer miljoen frank, nog voor Kerstdag 1982 onder het drietal zou worden verdeeld. Maar de maanden verstreken en er gebeurde niets zodat Michel Casino en de Nederlander argwaan begonnen te koesteren. Op de duur begonnen de twee hun medeplichtige Cesaire er ernstig van te verdenken de rode kwik voor eigen rekening te hebben verkocht. Cesaire Dauwe kwam evenwel opnieuw met beloften op de proppen en hij schonk hen vertrouwen door ze allebei een check te laten tekenen van 1 miljoen op een rekening die hij bij de bank Brussel-Lambert had geopend.

“Jullie zullen die som ontvangen op 24 juni als ik de rode kwik voordien niet heb terugbezorgd,” vertelde Dauwe er nog bij. Daardoor kwam het dat de drie mannen zich op vrijdag 24 juni bij Cesaire Dauwe te Sint-Denijs -Westrem bevonden en er ruzie maakte wat door de postbode werd gehoord.

Hoe de zaak verder zal aflopen weet men nog niet. Gaat het om een internationale trafiek in geheime strategische producten of betreft het een oplichting? Intussen zijn de drie kerels in vrijheid gesteld, maar het onderzoek duurt onverminderd verder. Terzake is ook nog vernomen dat rode kwik onder een andere benaming ook wordt gebruikt bij het maken van bankbiljetten, maar daarover wilde de Nationale Bank in Brussel helemaal niets kwijt.

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 Juli 1983

Duister verhaaltje fataal voor oplichter

“Dit is een zaak waarvan wij de waarheid wel nooit zullen achterhalen”, zuchtte voorzitter Verhaeghe van de Gentse Correctionele rechtbank gisteren. Voor hem zat Cesaire Dauwe, een bejaarde gehandicapt.

De ongebreidelde fantasie waarmee Cesaire Dauwe gisteren verhaaltjes over peperduur rood kwik, diplomatieke contacten en internationale handel opdiste, kon hem niet redden. Hoewel hij zwaar fysisch gehandicapt is, gaat hij weer voor twee en een half jaar de cel in.

De zaak tegen Cesaire Dauwe en zijn twee trawanten Hendrik Moojweer (31) uit het Nederlandse Enschede en de Italiaan Michèle Pétrucci (39) uit Jette, werd reeds enkele weken geleden behandeld. Toen was het drietal bij verstek veroordeeld tot fikse gevangenisstraffen. De twee “gastarbeiders” doken onder, maar Cesaire tekende verzet aan en zo verscheen hij gisteren nogmaals voor de rechtbank.

In juni 1983 alarmeerde hij tot driemaal toe de Gentse politie met de mededeling dat twee schurken hem bedreigden in zijn riant appartement in een residentiële wijk van Sint-Denijs-Westrem. De politie, die al straffere verhalen gehoord had van deze fantast, besloot er toch maar op af te gaan en stuitte daar op Hendrik Moojweer en Michèle Pétrucci. Die hadden Cesaire inderdaad bedreigd en afgeperst, maar beweerden daar alle redenen toe gehad te hebben. Zij begonnen alle drie een verhaaltje te verzinnen over een handeltje in “rooie kwik”.

“Rooie kwik”, die er nochtans “gewoon” uitziet, wordt slechts op één plaats ter wereld geproduceerd, namelijk in Siberië. Het schijnt wel eens gebruikt te worden voor het splijten van isotopen, zo konden onderzoekers achteraf vernemen via de kerncentrale van Doel. Maar dat spul is werkelijk onbetaalbaar en die twee figuren hadden Cesaire een flesje aangeboden, dat zij eerder hadden gestolen. Of had Cesaire opdracht gegeven om dat te stelen?

De volledige waarheid komt wellicht nooit aan het licht, maar het kwik werd in elk geval gestolen in november 1982 van een zekere Peters uit Antwerpen en van Willy De Breuck, met wie het duo in het Antwerpse Hiltonhotel had afgesproken. De verkoop zou in Hulst plaatsvinden.

Maar ter hoogte van Stekene sloeg men plots een verlaten veldweg in, en enkele minuten nadien was mijnheer Peters zijn rood kwik kwijt. Hoeveel precies is nooit uitgelekt, want Peters zelf diende nooit klacht in.

De twee mannen doken dan bij Cesaire op met het flesje en eisten een check van 1 miljoen. Onder bedreiging schreef Cesaire dan maar een valse check uit van 1 miljoen. Voor de rechtbank werd hij echter veroordeeld tot twee jaar effectieve gevangenisstraf als hoofddader van de kwikdiefstal. Cesaire kreeg daar gisteren nog eens 6 maanden bij wegens het uitschrijven van 4 ongedekte cheques in anderhalve maand voor bedragen tussen 400.000 en 700.000 fr.

Ook hier diste hij weer ongelooflijke verhalen over een internationale handel in voedingswaren die met Polen en Moskou zou opgezet worden en waar hij zou bij betrokken worden. Eigenlijk had men hen in het ootje genomen en niet omgekeerd, zo vertelde hij uit gebreid.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Februari 1986

1,905

(9 replies, posted in Bewijsstukken)

Van het Bende-feit in Soignies dat niet op de lijst van Bende-feiten staat:

De daders lieten drie wielen (velgen en banden) achter waarvan wordt aangenomen dat ze de dag ervoor zijn gestolen in Sint-Genesius-Rode.

1,906

(3 replies, posted in Andere Personen)

In november 1997 stond hij terecht voor de correctionele rechtbank van Brussel vanwege een overval op een boekenwinkel, in april 1997. Bij die overval werd hij gearresteerd en raakte hij gewond aan de keel na een schietpartij met de politie.

Proces Murat: meer dan 200 maanden gevangenisstraf

De Brusselse correctionele rechtbank heeft woensdag in het proces van Ibrahim Murat en zijn drie kompanen, zware straffen uitgesproken.

De jongste broer van Kaplan Murat, vaak publieke vijand nummer 1 genoemd, Ahmed en Mostafa Merzguioui en Abdel Ouaghli stonden terecht wegens twee overvallen op een boekenzaak, een te Anderlecht, een tweede te Vorst.

Ahmed Merzguioui en Ibrahim Murat kregen ieder 40 maanden effectieve gevangenisstraf. Mostafa Merzguioui en Abdel Ouaghli werden veroordeeld tot 5 jaar effectief. De broers Merzguioui die steeds hun onschuld zijn blijven volhouden, zullen vermoedelijk in beroep gaan.

Bron: Belga | 21 Januari 1998

Over de overval:

Overvallers krantenwinkel neergeschoten

Twee overvallers zijn gisteravond gewond tijdens een schietpartij tussen rijkswacht in burger en de overvallers. De rijkswachters waren om 18u30 getuige van een overval op een krantenwinkel aan het Hoogte Honderdplein. Ze waren bezig met een observatie van drugsdealers. Plotseling stopte een auto Kadet met drie inzittenden voor de krantenboer.

Twee ervan drongen de zaak binnen en eisten onder bedreiging van een pistool de inhoud van de kassa. Het tweetal verliet de winkel met 10.000 frank. Toen ze buitenkwamen, stonden ze oog in oog met de rijkswachters. De gangsters openden onmiddellijk het vuur en de rechercheurs schoten prompt terug. Eén van de overvallers kreeg een kogel in de keel. De ander werd gewond aan de voet. De derde overvaller kon met de auto ontkomen. Later kon de rijkswacht ook die man aanhouden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 April 1997

1,907

(2 replies, posted in Andere Personen)

Aldo Demoor was een gangster en handlanger van Ibrahim Murat, de jongere broer van Kapllan Murat. Beiden waren gespecialiseerd in de diefstal van snelle auto's, vooral Porsches en BMW's. Het schijnt dat ze gestolen auto's na gebruik in het kanaal gooiden. Hij werd gearresteerd na een overval op een garagist begin november 1983.

1,908

(9 replies, posted in Wagens)

In het voorjaar van 1983 is er in Brussel en Brabant een man actief die vanuit gestolen BMW's naar onschuldige mensen schiet.

Op 20 januari 1983, om 20u15, wordt een nachtwaker te Anderlecht onder vuur genomen. Een uur later wordt een man in Dilbeek onder vuur genomen vanuit dezelfde BMW. Er werden twaalf kogels afgevuurd. De BMW was gestolen in Ukkel:

Nachtwaker vanuit auto onder vuur genomen te Anderlecht

Vanuit een te Ukkel gestolen BMW schoten onbekenden donderdagavond herhaaldelijk naar een nachtwaker te Anderlecht en later naar een autobestuurder te Dilbeek. Omstreeks 20u15 werd de 51-jarige nachtwaker Leon V. uit Waregem in de lokalen van zijn firma aan de Fernand Demetskaai te Anderlecht onder vuur genomen door een kerel die naast de chauffeur in de gestolen BMW zat. De onbekende vuurde driemaal. Een ruit ging aan diggelen maar nachtwaker V. werd niet geraakt.

Een uur later werd de 30-jarige Emile V. uit Dilbeek op de Ninoofsesteenweg vanuit dezelfde BMW onder vuur genomen. De achterband van de auto van V. werd lek geschoten. De h. V. reed desondanks verder omdat hij vlakbij zijn huis was. Ter plaatse aangekomen was hij nauwelijks uitgestapt of de BMW kwam weer aangereden en dit keer werden twaalf kogels afgevuurd. Het voertuig van de h. V. werd zwaar beschadigd.

Later stelde een wapendeskundige vast dat de kogels afgevuurd naar nachtwaker V. en die naar het voertuig van de h. V. van hetzelfde wapen afkomstig waren.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Januari 1983

Een paar weken later, op 15 maart 1983 rond 23u, wordt een man onder vuur genomen op de Chaussée de Bruxelles in Waterloo. De schutter zit aan het stuur van een gestolen BMW. In de wagen zitten nog vier andere personen.

1,909

(1 replies, posted in 1980-1989)

Op de parking voor dancing Phoenix in Charleroi wordt Daniël Gillard, ex-werknemer van de firma Wackenhut doodgeschoten. De verdachte is Antonio Cecconello, die later tijdens een overval op een postkantoor door de politie van Schaarbeek wordt neergeschoten.

De moord blijft onopgelost.

1,910

(54 replies, posted in Onderzoekspistes)

Gestolen wagen uitgebrand in Woutersbrakel

Zondag is in Woutersbrakel een in Charleroi gestolen Ford uitgebrand. De wagen werd omstreeks 2u30 aan de rand van het Hallerbos op een parking langs de E19, in de richting van Hallen aangetroffen. (*) Het voertuig reed via de normale afgesloten invalswegen naar de parking toe. Vlakbij de parking werd op 28 september 1988 een Frans koppeltje vermoord. In de buurt werd in februari 1989 bovendien geschoten op een wagen van de Beerselse politie. Beide feiten worden toegeschreven aan de zogenaamde Lada-moordenaar, die deze bijnaam kreeg omdat hij zich altijd met gestolen Lada's verplaatste.

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Maart 1991

(*) Locatie » Google Maps