In juni 1982 werd het proces voor de krijgsraad gehouden. Renard was een beroepsmilitair, daarom kwam de zaak niet voor het hof van assisen.
Waanzinnige schutter van Hannuit ziet zijn proces verdaagd
De krijgsraad van Luik heeft donderdag beslist dat het proces van “de waanzinnige schutter van Hannuit”, korporaal Odon Renard, 26 jaar, uit de Hoeistraat, nr. 27 te Hannuit, op 17 juni te 14 u. zal beginnen. Het proces zal minstens 8 dagen duren. De korporaal, die op verlof was uit het psychiatrisch ziekenhuis van Antwerpen, schoot tijdens de internationale cross van Hannuit op 18 november 1979 een kwartier lang in de menigte. Twee mensen werden toen gedood en 26 personen werden gewond.
Het proces werd reeds een eerste maal vastgesteld, maar op vraag van verdediger Mr. Renaud Destexhe werd een psychiatrische tegenexpertise uitgevoerd en moest het proces toen verdaagd worden.
Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Maart 1982
Moordende scherpschutter van Hannuit voor de krijgsraad
Proces tegen beroepsmilitair Renard wordt voer voor psychiaters
Tweemaal moord en niet minder dan 26 moordpogingen: zo luidt de indrukwekkende aanklacht tegen de 27-jarige beroepsmilitair Odon Renard uit Hannuit, die op 18 november 1979 tijdens een internationale veldloop in zijn woonplaats, als een wildeman in de menigte schoot.
Daarbij doodde korporaal Renard twee vrouwen en verwondde hij 26 personen. Vandaag begint voor de krijgsraad te Luik zijn proces. Het zal ongetwijfeld een proces worden waarin de psychiaters de boventoon zullen voeren. Odon Renard vertoont immers volgens de deskundigen onmiskenbare tekenen van onevenwichtigheid, ofschoon het college van psychiaters meent dat hij tijdens de feiten bij volle bewustzijn was en voorts perfect in staat is zijn daden te controleren.
Hij ging ook zeer precies te werk in de voorbereiding en uitvoering van zijn plan maar vertoonde nadien geen enkel teken van wroeging of spijt. De psychiaters noemen hem dan ook een gevaar voor de maatschappij.
Toen Odon Renard op 18 november 1979 zijn reeds lang gekoesterd plan uitvoerde met de bekende tragische gevolgen, was hij amper vijf weken geleden ontslagen uit de psychiatrische afdeling van het militair ziekenhuis te Antwerpen. Hij was daar van 30 juli tot 11 oktober 1979 wegens mentale stoornissen verpleegd geworden maar had nooit enige neiging tot agressie vertoond.
Het was echter tijdens zijn verblijf te Antwerpen dat hij het plan had opgevat voor wat hij later zijn “stunt” noemde, toen hij daar twee films had gezien. In een van de films schoot een man vanop een toren in de menigte en in een andere film trad een scherpschutter op meteen Winchester-karabijn. Een van de wapens die Renard enkele weken later in Hannuit zou gebruiken, was dan ook een Winchester 44 (11 mm).
De 19-jarige Bernadette Fraiture uit Hannuit en de 29-jarige Helene Verhofstadt, echtgenote van atleet Servranckx van Athletie Club Machelen, kwamen door de kogels uit dit geweer om het leven.
Geen begeleiding
Een proces dus met voer voor psychiaters maar waar ongetwijfeld ook de vraag naar bepaalde verantwoordelijkheden zal gesteld worden. Want na zijn ontslag uit het ziekenhuis te Antwerpen, werd Renard die nu een gevaar voor de maatschappij wordt genoemd zonder verdere begeleiding of controle weer ingedeeld als lid van het brandweerkorps bij het personeel van de eerste jachtwing op het militair vliegveld van Bevekom.
Op de dag van de tragische schietpartij was hij met normaal weekeindverlof en een uurtje vóór hij in de menigte begon te schieten had hij in zijn stamcafé te Hannuit nog gepocht “dat hij er een paar zou gaan neerknallen”.
Later verklaarde hij dat hij reeds sinds zijn 14de jaar met het plan rondliep “er eens flink op los te schieten”. Het proces zal vermoedelijk veertien dagen duren en er zullen ongeveer 80 getuigen worden gehoord waaronder heel wat deskundigen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Juni 1982
Odon Renard wilde schietend de dood ingaan
Moordschutter van Hannuit voor Luikse Krijgsraad
De man is bijna ijskoud hallucinerend in zijn onbewogen bevestigingen dat hij inderdaad zoveel mogelijk mensen wilde doden, dat hij ontgoocheld was met de matige score van slechts twee doden en zesentwintig gewonden, dat hij systematisch op de borst had gericht omdat de trefkans dan groter was en dat hij betere resultaten zou geboekt hebben indien hij in een comfortabeler schietpositie was geweest.
Odon Renard, de 26-jarige beroepsmilitair uit Hannuit die op 18 november 1979 tijdens de internationale veldloop in diezelfde gemeente in de menigte toeschouwers begon te schieten, beantwoordt op een bijna perfecte manier aan het prototype van de geesteszieke, en geweten- en emotieloze killer uit bepaalde films en televisiefeuilletons.
Wij zouden haast zeggen: op een bijna te perfecte manier. Want wanneer Renard op vragen van de leden van de Krijgsraad, waar hij sinds donderdag te Luik terechtstaat, met een onthutsende vrankheid antwoordt en soms een licht gemompel van afschuw bij het publiek ontlokt, rijzen er vragen.
Speelt deze man nu alleen maar het spelletje van de ontoerekenbare geestelijk gestoorde, of is hij het werkelijk? Of is hij wel toerekenbaar, maar mist hij elk gevoel van moraliteit en redelijk normbesef? Uit de reconstructie van de feiten door de militaire auditeur, die hier de taak van openbare aanklager op zich neemt, blijkt alvast dat korporaal Odon Renard met koele precisie zijn slag heeft voorbereid, bijna als een commandoraid.
Niet impulsief
Tijdens de ondervraging door de voorzitter van de Luikse Krijgsraad, majoor Cauvin wordt duidelijk dat Renard niet impulsief heeft gehandeld. Ofschoon hij reeds een long rifle van het type Fal FN .22 bezit, koopt hij een week voor de feiten een Winchester 44 Magnum met groter bereik en grotere trefzekerheid. “Om er zoveel mogelijk neer te leggen”, geeft hij ijskoud toe.
Telkens opnieuw blijkt dat Renard zijn eigen normenwereld heeft opgebouwd en dat deze totaal verschilt van deze die onze samenleving hanteert. Hoe het zover kon komen wordt een beetje duidelijk uit terloopse vragen en antwoorden, wanneer Renard vertelt dat hij dikwijls voorwerp van spot was bij zijn makkers op de luchtmachtbasis van Bevekom, waar hij in het brandweerkorps was ingedeeld.
Hij werd niet voor vol aangezien, ging door als een zonderling, een stugge en zwijgzame eenzaat, die alleen zijn mond opendeed - en dan plots met veel passie en kennis van zaken - wanneer het gesprek over wapens en vliegtuigen ging. De spot en het milde misprijzen hebben Renard blijkbaar nog meer geïsoleerd en hebben hem tegelijk aangezet te bewijzen dat hij toch iets kon betekenen, dat men toch rekening met hem zou moeten
houden.
Is de moordende schietpartij dan een afschuwelijke noodkreet om aandacht en bevestiging geweest? Daar zal de komende dagen op geantwoord moeten worden door vele getuigen en vooral door psychiaters. Ofschoon deze laatsten riskeren het profiel van deze verscheurde en onmiskenbaar toch gestoorde man, nog waziger te maken. Renard zit bijwijlen afwezig en niet begrijpend te luisteren naar de getuigen op deze eerste procesdag.
Getuigen die enige klaarheid moeten verschaffen over het al dan niet gericht schieten van Renard met bedoeling te doden, over zijn mentale gesteldheid na zijn arrestatie, over mogelijke aanwijzigingen in zijn verleden en dies meer.
Gespletenheid
Ook hier weer blijkt de gespletenheid van deze man. Vlak voor de feiten is hij nog enkele biertjes gaan drinken. Waarom, vraagt de voorzitter? “Om mezelf moed te geven en omdat het toch mijn laatste pinten zouden zijn.” Renard was immers overtuigd dat hijzelf ook zou doodgeschoten worden.
Wellicht heeft hij bij zichzelf een imago gecultiveerd van de professionele scherpschutter die vechtend de dood tegemoet gaat. Na zijn arrestatie zal hij trouwens zeggen: “Dood mij maar, maar zonder mij pijn te doen. Ik ben toch gek. Ik heb er genoeg van.” De gefrustreerde korporaal wilde blijkbaar dood. Hij wilde niet meer verder leven en hij wilde afscheid nemen op een spectaculaire wijze zodat men toch minstens één keer over hem zou praten.
De kleurloze anonimiteit, het onbegrip, de vernedering van en rancune over enkele psychiatrische handelingen in zijn jeugd en later in het militaire hospitaal te Antwerpen, dat alles riep bij Renard om wraak. Een bloedwraak die nu twee doden en een aantal voor het leven gehandicapt heeft achtergelaten.
Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Juni 1982
Gewonden van schietpartij te Hannuit getuigen voor de krijgsraad
Schoolmeester mild voor oud-leerling
Er was vrijdag op de Krijgsraad te Luik even een warm, menselijk intermezzo, toen Odon Renard, de scherpschutter-moordenaar van het sportstadion te Hannuit, met zijn oud-schoolmeester geconfronteerd werd. Maitre Rosoux moest de Krijgsauditeur over het verleden van zijn vroegere pupil komen vertellen en dat was voor de schoolmeester geen gemakkelijke zaak.
Men had bijwijlen de indruk dat de man het als een persoonlijke mislukking beschouwde, dat een van zijn leerlingen op het verkeerde pad was geraakt en zulk een afschuwelijke misdaad had begaan. Hoe dan ook, maitre Rosoux ontpopte zich in zijn gehavende waardigheid als een diep-menselijke opvoeder die geen woord kwaad wilde spreken over “le petit”, zoals hij de 26-jarige Odon Renard in een onbewaakt ogenblik noemde.
“Odon was geen slecht kind. Als leerling gaf hij geen problemen. Hij slaagde op een normale manier in de meeste vakken. Geen hoogvlieger. En ook geen haantje-vooruit. Een gewone jongen, zoals er honderden zijn”, zo verklaart de schoolmeester op bedachtzame en rustige toon.
“Was er dan niets opvallends aan Odon Renard?” wil de Krijgsauditeur weten. Maitre Rosoux denkt even na. “Wanneer ik nu aan die jaren terugdenk, is er inderdaad wel iets dat mij bijgebleven is. Odon was rustig, braaf, zelfs toegewijd. Maar hij was nooit een vrolijk kind. Ik herinner mij niet dat ik hem in vrolijke of luidruchtige spelletjes met andere kinderen heb gezien. Hij kon niet spontaan of uitbundig lachen, zelfs niet roepen of lawaai maken zoals andere kinderen. Een beetje te braaf. Na de school bleef hij niet spelen of ging hij niet in gezelschap van andere kinderen naar huis. Een individualist. In zichzelf gekeerd. Een vroeg, ernstig kind. Precies of er iets op hem drukte. Er straalde geen normale levensvreugde uit ‘ce petit’”, zo zegt meester Rosoux.
“Heeft u daar een uitleg voor?” vraagt de auditeur. Weer stilte, De maitre is voorzichtig, voelt zich duidelijk betrokken bij het drama van zijn oud-leerling, wil hem niet compromitteren door ondoordachte verklaringen. “Het kind had een niet zo prettige jeugd. Zijn thuis, zijn omgeving, enfin, heel wat omstandigheden”, zegt de meester stil en als geschrokken door zijn eigen schuchtere maatschappijkritiek.
Bloedgever
“U heeft hem later nog gezien en meegemaakt”, zo vervolgt de auditeur, “eerst in de fanfare en later als bloedgever bij het Rode Kruis, want u bent voorzitter van de fanfare en ook actief in het bestuur van de plaatselijke RK-afdeling.”
Maitre Rosoux blijkt inderdaad een belangrijk en gezien man te zijn in Hannuit. Een van die onverwoestbare, menslievende actievelingen uit roeping.
“Ja, ik heb Odon zelf gevraagd of hij geen zin had in de fanfare te komen. Maar als bloedgever is hij later zelf uit eigen beweging gekomen.”
“Was Renard dan zo muzikaal, dat u hem in de fanfare wilde ?”, vraagt de auditeur. “Ach, wij kunnen altijd mensen gebruiken. En ik dacht dat het ‘le petit’ goed zou doen als hij meer met anderen in contact zou komen, een sociale hobby zou hebben. Hij speelde klaroen bij ons. Af en toe een valse noot, maar kom.”
Maitre Rosoux en Odon Renard bekijken elkaar. De meester wat meewarig, maar op het gezicht van de beschuldigde, die twee doden en 26 gewonden op zijn geweten heeft, straalt plots een warme en dankbare glimlach voor zijn vroegere opvoeder.
“Werd er in de school soms met Renard gelachen of gespot, of waren er schampere opmerkingen?” wilde de auditeur verder weten.
De lichte weemoed die over “le maitre” hangt, is plots verdwenen. “Eh bien, non, monsieur”, antwoordt hij verontwaardigd, “dat liet ik niet toe, ik duldde onder de kinderen geen spot op elkaar.”
Ook de verdediger van Renard, meester Destexhe, die dergelijke vraag regelmatig aan de getuigen stelt, herhaalt de vraag van de auditeur aan meester Rosoux. Zelfde kordaat antwoord van de schoolmeester. De auditeur zegt beleefd en sussend dat hij niet twijfelt aan de opvoedingsmethode van maitre Rosoux, maar wil toch weten of deze zich geen spot of plagerijen van andere kinderen tegen Renard herinnert. De meester ontkent dit weer krachtdadig.
En zich tot Renard zelf richtend, vraagt de auditeur waarom hij bloedgever werd. Uit menslievendheid? “Ja misschien”, antwoordt deze. “Ik had gehoord dat dit de mensen kon helpen. En dat bloed aftappen een relaxerend gevoel gaf. Je voelt je daarna beter en rustiger”, lacht Renard bedeesd.
De andere getuigen van deze tweede procesdag zijn meestal Rode Kruis-helpsters en verder getuigen van de schietpartij op 18 november 1979. Onder deze laatste een groepje Vlamingen, die door een tolk worden bijgestaan. Het zijn mensen uit Diest en vooral uit Machelen bij Vilvoorde, die met hun plaatselijke sportclub aan de veldloop te Hannuit deelnamen.
De Machelse getuigen hebben het op die fatale novemberdag zwaar te verduren gehad. Omdat het die dag op bepaalde ogenblikken zwaar regende, waren een aantal van hen in een plastieken trainershokje beneden de tribune gaan schuilen. Dat hokje heeft Renard met zijn zware Winchester 44 Magnum hevig onder vuur genomen en aan flarden geschoten. Van de zes of zeven daar schuilende Machelaars werd mevrouw Verhofstadt gedood en de heer Verbinnen zwaar gewond.
Deze laatste staat trouwens vrijdag in de getuigenbank. Een kogel drong zijn schouder binnen, bleef in zijn keel naast de halsslagader steken. De man mag van geluk spreken dat hij nog in leven is.
Tegenspraak
Er zijn ook de heer en mevrouw Beerten uit Diest. Beerten deed mee aan de veldloop. Aan hem zou Renard voor de schietpartij gevraagd hebben hoelang de sportmanifestatie nog zou duren. De opvallende blonde mevrouw Beerten zat intussen in de tribune en zou volgens haar zeggen een der eerste doelwitten van Renard geweest zijn.
Renard ontkent dat evenwel. Uit de ondervraging van al deze getuigen worden de rechters echter niet veel wijzer. Sommige getuigen spreken elkaar tegen en het is ook niet duidelijk of Renard doelbewust op de Rode Kruishelpsters heeft geschoten. In de wandelgangen vertellen enkele getuigen later dat zij geschrokken zijn van de plotse gedaanteverwisseling van Renard tijdens de wedersamenstelling van de feiten, begin februari 1980.
De makke en zwijgzame Renard veranderde helemaal toen hij zijn geweer weer in handen kreeg om te tonen hoe en waar hij geschoten had. Hij streelde het wapen, bekeek het aandachtig, wreef het schoon en lachte gelukkig. “Die schiet meteen opnieuw wanneer hij weer zo'n ding in handen krijgt”, zo meenden de getuigen. Maandag en dinsdag worden nog meer getuigen en gewonden van de schietpartij gehoord te Luik.
Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Juni 1982
Renard toont eindelijk spijt
Op de krijgsraad te Luik waar het proces plaats vindt van de 27-jarige Odon Renard, wonende Rue de Huy te Hannuit, werden maandag verder getuigen gehoord. Renard staat terecht voor een schietpartij op 18 november 1979. Omstreeks 16u. die dag had de man, tijdens de jaarlijkse veldloop te Hannuit, een kwartier lang met een Winchester .22 long rifle in de menigte geschoten.
Odon Renard toonde levendige belangstelling voor de hele zaak, beurtelings reageerde hij cynisch of als een man met bepaalde principes. Wanneer een man wiens zoon door een kogel werd geraakt, kwam getuigen, protesteerde Renard en zei dat hij niet op kinderen schoot. “Indien ik hem gewond heb, is dit per ongeluk geweest”, zo voegde hij eraan toe.
Een brandweerman die eveneens gewond werd en nog steeds splinters van een kogel in zijn rug heeft, kwam in de getuigenbank. Renard beweerde dan zich niet te herinneren op die man te hebben geschoten. “Ik schoot niet op brandweerlieden.”
Ondervraagd over wat in Hannuit over Odon Renard verteld, wordt zei deze getuige niet meer over deze zaak te willen spreken. “Ik ben er nog niet over”, verklaarde de man. Anderzijds deinsde Odon Renard er niet Na een terug om te zeggen dat het hem zinde zijn karabijn leeg te schieten op de menigte. “Ik heb niet meer nagedacht. Ik maakte geen onderscheid tussen mannen of vrouwen. Ik ging me na een tijdje elders opstellen omdat er niemand meer op de tribune overbleef om een mooi bloedbad aan te richten.”
Het is eveneens bekend dat Odon Renard, vóór de dag van de feiten een film had gezien waarin een man met een Winchester op een menigte schoot. Hij was door deze film zeer geboeid geweest. “In de film werd de man neergeschoten”, zo wist Renard te vertellen.
Na een andere getuigenverklaring zei Renard te betreuren wat er gebeurd is. De voorzitter merkte dan op dat het de eerste keer was dat Renard spijt toont. “Ik zal wel eens spijt moeten tonen”, zo luidde het antwoord van de beschuldigde.
Tijdens de zitting van maandag werden ook verscheidene vragen gesteld aan de wetsdokter in verband met de wonden van de slachtoffers en aan de getuigen in verband met het aantal malen dat Renard geschoten heeft en het tijdstip van het eerste schot.
Vandaag om 14 u. wordt de zitting voortgezet.
Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Juni 1982
Renard schoot om te treffen
Dinsdag werd voor de Krijgsraad van Luik het proces voortgezet tegen Odon Renard, die op 18 november 1979 te 16 u. tijdens de jaarlijkse veldloop van Hannuit, een kwartier lang met een winchester in de menigte schoot.
Door ooggetuigen werd verslag uitgebracht over dat onbeschrijfelijke kwartier. Voor eerst werd aan bommetjes gedacht, dan dacht men dat ruiten werden stukgeslagen en het was pas daarna dat de mensen zich realiseerden dat op hen werd geschoten. Iemand dacht dat de tribune instortte. Verscheidene mensen die getroffen werden, beseften niet onmiddellijk dat ze door kogels geraakt werden.
Een vrouw die nabij het stadion woonde en een bevriend echtpaar op bezoek had op het tijdstip van de feiten, wou haar echtgenoot en kinderen halen die de veldloop bijwoonden. Haar vrienden beletten het haar echter. Op een gegeven ogenblik vuurde Odon Renard driemaal in de richting van haar woning.
Op de vraag of hij op de mensen had gemikt die zich op het terras bevonden, antwoordde Odon Renard zonder aarzelen: “Ik vuurde driemaal in de richting van het huis omdat er zich niemand meer op het voetbalveld bevond. Ik zocht andere doelwitten. Ik zag twee vrouwen en een man en mikte in de hoop ze te treffen, natuurlijk.”
Het gedrag van de dolle schutter werd door nog een andere ooggetuige ter zitting beschreven: “Hij was niemand die zenuwachtig in alle richtingen vuurde. Hij liep over en weer, ging dan naar rechts, keerde terug, knielde neer, vuurde terzijde en maaide met zijn geweer door de lucht.”
Heilig vuur
Een andere getuige kwam verklaren dat Renard de indruk gaf voor zijn plezier te schieten. Nog een andere wees op zijn verbetenheid: “Hij wachtte geen dertig seconden alvorens opnieuw te vuren.”
Een vrijwilliger-brandweerman uit Hannuit, die instructeur van Renard in het brandweerkorps was, verklaarde hem toen te beschouwen als een goed element dat het heilige vuur in zich had en zich vlug integreerde. “Ik heb nooit kunnen begrijpen hoe hij zoiets kon doen. Hij deed zich in geen enkele zin opmerken. Buiten beschouwing gelaten dat hij zich op een gegeven ogenblik in het hoofd haalde een vliegtuig te willen bouwen en er mee te vliegen, was hij volgens mij volkomen normaal. Maar er zijn er anderen die verantwoordelijk zijn, zij die films maken en zij die ze monteren”, aldus de brandweerman.
Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Juni 1982
Renard zwaar getraumatiseerd door behandeling te Antwerpen
Het verblijf van meer dan drie maanden in 1979 in de psychiatrische afdeling van het militair ziekenhuis te Antwerpen, lijkt Odon Renard, de moordschutter in het sportstadion van Hannuit, zwaar getraumatiseerd te hebben.
Verscheidene getuigen die woensdag voor de krijgsraad te Luik verschenen, schijnen door hun verklaringen te bevestigen dat precies de behandeling te Antwerpen de agressiviteit en de wraakgevoelens bij de anders vrij rustige en onopvallende Renard heeft losgeroepen en aangescherpt.
Deze zou woensdag trouwens voor het eerst het grote woord laten vallen: “Ik wilde mij wreken omdat men mij ais een zot heeft beschouwd te Lierneux en Antwerpen.” “Maar waarom heeft U zich dan op onschuldigen, die niets met Antwerpen te maken hadden, gewroken?” vraagt de krijgsauditeur.
“IK kon toch moeilijk naar Antwerpen gaan waar ze mij kenden en daar iedereen doodschieten”, repliceert Renard heftig.
In de toon en in de woordspelingen van enkele getuigen klinkt het populaire gezegde door dat, indien iemand nog niet gek is, hij het zeker wordt in een psychiatrische kliniek.
Met Antwerpen werd voor Renard blijkbaar de grens van het draagbare en leefbare overschreden. Misschien heeft Antwerpen bij hem de overtuiging doen groeien dat zijn af en toe raar of zonderling gedrag door de anderen als een vorm van geestelijk gestoord zijn werd beschouwd.
“Het is niet zo moeilijk een naïef en simpel iemand als Renard te doen geloven dat hij gek is”, zo zegde ons later in de wandelgangen één van de brandweermannen van Hannuit die Renard jaren lang als vrijwillige brandweerman heeft gekend.
En enkele dagen geleden zegde een andere getuige aan de rechter dat, als men Renard voor zijn fatale daad op 18 november 1979 een gek had genoemd, men ook de halve bevolking van Hannuit zot had mogen verklaren.
Dat was woensdag het onthutsende van de getuigenis van de vier brandweerlieden voor de krijgsraad. Allen verklaarden dat beroepsmilitair Odon Renard een vriendelijke, beleefde en gedienstige jongen en zelfs een goede kameraad was. Soms wel wat nerveus en onhandig maar ook iemand waar je op kon rekenen.
Antwerpen had de toen 24-jarige Renard echter veranderd. Hij […] erover zijn verblijf daar blijkbaar als een zware vernedering en onrecht. Het herinnerde hem aan een eerste internering op 17 jaar in Lierneux waar hij een “crisis” zou gehad hebben. Welke crisis preciseerde Renard niet. Het moet iets geweest zijn waar hij als de dood voor was.
“Te Antwerpen dacht ik dat het weer allemaal zou herbeginnen ais in Lierneux. En ik had daar schrik van. Ik heb dat gezegd aan de psychiater in Antwerpen. Maar ik kreeg alleen maar pillen en ze hebben mij een elektro-encefalogram doen ondergaan”, zo zei Renard tot de rechter.
Zijn vriend en collega brandweerman Vandenbempt herinnert zich nog hoe Renard plots en zonder enige aanleiding eens zegde dat hij te Antwerpen “bij de zotten” was geweest en vroeg of hij nu nog bij de vrijwillige brandweer kon blijven.
En bij zijn arrestatie na de fatale schietpartij bleef hij maar herhalen: “Dood maar. Ik ben toch zot. Ik heb in Antwerpen gezeten.”
Een aanwezige op het proces zou ons na de zitting verklaren dat er heel wat aan te merken is op de gang van zaken en de behandeling in de psychiatrische afdeling te Antwerpen, dat het proces Renard in werkelijkheid het proces van de militaire psychiatrie zou moeten zijn.
Waarschuwingen
Hoe dan ook, Renard, heeft zich willen wreken. En op de dag van de feiten heeft hij op zijn zonderlinge manier zijn omgeving daarvan willen verwittigen. Want de tweede groep getuigen bestond gisteren uit enkele cafévrienden van Renard, met wie hij een laatste pint heeft gedronken voor hij dood en vernieling ging zaaien in het sportstadion.
Die getuigen zijn duidelijk verveeld. Uit al hun verhalen blijkt dat Renard in niet mis te verstane woorden getoond en gezegd heeft dat hij van plan was erop los te schieten. Hij trok in het café zelfs een kap over zijn hoofd, zoals bankovervallers dit doen om niet herkend te worden. En hij stak een Winchester-kogel in zijn mond als een sigaret.
Enkele cafégasten verklaarden zelfs dat Renard ten afscheid zegde dat hij “er een hoop ging neerleggen”. Waarom heeft niemand dat ernstig genomen? Was dat niet een wanhoopssignaal, vroegen de rechter en de advocaat van Renard. Was het niet een duidelijke uitnodiging van Renard aan zijn vrienden om hem tegen te houden of tot rede te brengen?
Maar de cafévrienden bleven ontwijkend. “In een café wordt aan de toog zoveel zotte praat verteld en gek gedaan”, zo zegden zij. “En die kogel in zijn mond steken? Ik heb een klant geweten die eens een goudvis in zijn mond stak die hij op de kermis had gewonnen”, zei de cafébaas van de Watneys verontschuldigend.
De praatjes van de stoerdoenerij van Renard werden dan ook niet ernstig genomen. Het vreemde is evenwel dat, toen de eerste schoten in het stadion vielen, enkele stamgasten aanstonds zegden: “Dat moet Renard zijn.”
De psychiaters die vrijdag aan het woord komen zullen alvast een zware klus hebben aan het ontrafelen en verklaren van de persoonlijkheid van Renard en wellicht ook met het aflijnen van enkele verantwoordelijkheden in heel dit drama.
Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Juni 1982
Burgemeester en militaire overheid streng aangepakt
Op het proces tegen de moordende sluipschutter Odon Renard voor de Krijgsraad te Luik, hebben de militaire rechters de schuldige lichtzinnigheid van zowel de burgemeester van Hannuit als van de directe militaire oversten van Renard, duidelijk aan het licht gebracht, zonder echter in geen enkel opzicht de wandaad van de 27-jarige beroepsmilitair te verontschuldigen.
Eén ding staat evenwel vast: Renard lijkt op onvoldoende medische gronden in een circuit van psychiatrische behandelingen geraakt te zijn dat hem eerder heeft geschaad dan geholpen. Het was burgemeester Gustin van Hannuit die Renard op 14-jarige leeftijd voor het eerst liet colloqueren en in de psychiatrische kliniek van Lierneux liet onderbrengen.
Door de rechters ondervraagd, trachtte de nogal hautaine en zelfzekere burgervader eerst ontwijkend te antwoorden, maar al vlug bleek dat hij voor deze collocatie in werkelijkheid weinig dwingende redenen had. De gedwongen opsluiting zou door de familie van Renard gevraagd zijn en deze legde daarvoor een doktersbriefje voor. De burgemeester schijnt echter geen moeite gedaan te hebben om de zaak ernstig te onderzoeken alvorens zulk een zwaarwegende beslissing te nemen.
Het feit dat Renard een ietwat teruggetrokken jongen was die nog met zijn puberteitscrisis worstelde en sociale contacten meed, werd door zijn ouders die hun opgroeiende jongen blijkbaar lastig vonden, aan een dokter gesignaleerd. Odon Renard een tijdje uit de - overigens niet erg harmonieuze - huiskring verwijderen, leek de ouders wellicht een dankbare adempauze. Een dokter vinden die daarvoor een briefje wilde schrijven, was ook geen probleem. En de burgemeester bewegen tot gedwongen opsluiting van Odon, leek ook niet moeilijk. De ondervragende rechters waren niet mals met scherpe vragen aan burgemeester Gustin en stelden diens lichtzinnig gedrag onomwonden aan de kaak. Collocatie is immers een vorm van vrijheidsberoving waarbij de geïnterneerde in feite over geen verhaal en geen rechten beschikt, en zich elke behandeling moet laten welgevallen.
De burgemeester geeft zelf toe dat hij de toen 17-jarige Odon niet als gek beschouwde, maar als een mogelijk gevaar voor zijn omgeving. Van dit gevaar bleek toen echter niets, zoals nu reeds talrijke getuigen hebben verteld. Het is niet omdat men zich wat afzijdig houdt of een rijke fantasie heeft, dat men als mentaal gestoorde dient bestempeld te worden.
De rechters wijzen de burgemeester verder op zijn ongerijmd handelen, wanneer deze in zijn functie van senator en burgemeester, Odon Renard na zijn ontslag uit Lierneux een plaats bezorgt als brandweerman op de luchtmachtbasis van Bevekom. “Als Renard volgens u toch een potentieel gevaar betekende, waarom helpt u hem dan in het leger op een toch verantwoordelijke post?”, vraagt de krijgsauditeur. “Omdat hij na Lierneux genezen was”, antwoordt de burgemeester medisch zelfzeker. “Daar had u dan geen doktersbriefje voor nodig”, repliceert de auditeur sarcastisch.
De volgende getuigen zijn de hiërarchische militaire oversten op de basis te Bevekom. En hier krijgen de indringend ondervragende rechters antwoorden te horen die hen soms ongelovig het hoofd doen schudden.
De ondervraagde hoge en lagere luchtmachtofficieren zijn allen wel vol lof over de werkkracht, inzet en de gehoorzaamheid van Renard, maar zij weten met zijn soms zonderlinge trekjes niet goed raad. Het liefst willen zij hem weg bij de brandweer waar Renard zich toch verveelt en zelf een actiever werk vraagt. De militaire bureaucratie werkt echter langzaam en de overplaatsing kan lang op zich laten wachten.
De officieren vinden echter een kortere weg. Zonder Renard te consulteren en zonder zijn toestemming, besluiten zij tot opname in de psychiatrische afdeling van het militair ziekenhuis te Antwerpen. Een overplaatsing van Renard omwille van gezondheidsredenen kan dan veel vlugger gebeuren dan langs de normale administratieve weg. Voor de militaire oversten is het een louter formeel handigheidje.
“Heeft u erover nagedacht wat zo een opname in een psychiatrische afdeling voor iemand als Renard kan betekenen”, vraagt de auditeur streng. Daar hebben de militairen blijkbaar niet over nagedacht. Ofschoon zij allen toegeven dat Renard na zijn terugkeer uit Antwerpen veel nerveuzer en bruusker was, ofschoon hij toen nog altijd geen vlieg kwaad deed.
De gronden waarop zij Renard als een zonderling afdeden, lijken ook niet veel zaaks: tijdens een warme dag een fles water over zijn hoofd gieten, een stempel op iemands voorhoofd drukken, een brandblusapparaat leegspuiten langs de landingsbaan.
Uit de ondervraging blijkt dat ook andere militairen eerder ongewone dingen uithaalden om de verveling en de soms saaie arbeidsroutine te doorbreken. Zo heeft een medemilitair eens op de schoenen van Renard zelf geürineerd. “Maar die werd niet als zonderling beschouwd?”, vraagt de auditeur cynisch.
Al met al blijkt overduidelijk dat de onmiskenbare zonderling Renard zowel in het burgerleven als bij het leger verkeerd is aangepakt en dat met zijn toch reeds labiel emotioneel en mentaal evenwicht op een lichtzinnige manier werd omgesprongen. Wat niet betekent dat hij niet verantwoordelijk kan gesteld worden voor zijn misdaad.
En uit de daaropvolgende lange persoonlijke ondervraging van Renard kan men bij de rechters een onmiskenbaar en verrassend begrip waarnemen voor deze reeds vroeg kansarme jonge man, die met zijn problemen en angsten niet het geluk had ergens een begrijpend klankbord te vinden. En die zich daarvoor op een afschuwelijke en primitieve manier heeft gewroken.
Vandaag komen de psychiaters aan het woord en iedereen kijkt daar met belangstelling naar uit.
Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Juni 1982
Psychiaters scherp verdeeld over persoon van Renard
De 27-jarige beroepsmilitair Odon Renard, die in november 1979 te Hannuit tijdens een wilde schietpartij twee mensen doodde en er 26 verwondde, heeft een zwakke maar toch normale intelligentie met een i.q. van 89, een zeer zwak oordeelsvermogen en een al even zwakke en onregelmatige concentratie. Op affectief gebied is hij kil als een vis. Hij vertoont een sterk infantilisme en een drang uit de werkelijkheid weg te vluchten. Er tegenover zijn ongewone drang tot zelfbevestiging kan hij geen enkele of zeer weinig remmingen stellen.
Dit ruw geschetst psychologisch portret van Odon Renard was vrijdag voor de krijgsraad te Luik zowat het enige waarover geen discussie bestond. Niemand betwistte immers het uitvoerig rapport van psycholoog Donnay. De verschillende psychiaters stonden echter met hun conclusies lijnrecht tegenover elkaar wat betreft de drijfveren de persoonlijkheid van Renard.
Professor Dr. Timsit van de universiteit van Luik, die Renard een jaar lang met enkele medewerkers heeft onderzocht in opdracht van het openbaar ministerie en dokter Gassioul die hetzelfde deed voor de verdediging, zijn het op belangrijke punten niet eens. Wel zijn beiden van mening dat Renard reeds zeer vroeg een groot gemis aan affectiviteit en aandacht van zijn omgeving heeft ondervonden.
Een alcoholieke vader en een dikwijls zieke en afwezige moeder hebben Odon Renard in een affectieve woestijn doen opgroeien, en bij hem reflexen ontwikkeld van wantrouwen en van afwijzing van de mensen en de samenleving. Hij heeft er later een onevenwichtig gevoelsleven aan overgehouden en tegelijk de drang ontwikkeld om te bewijzen dat hij wel aandacht waard was, wel iets kon presteren en wel achting verdiende.
Later is dat uitgegroeid tot wat professor Timsit een “perverse megalomanie” of grootheidswaanzin noemde. Renard is volgens hem evenwel niet geestelijk gestoord. Hij heeft een zeer goed geheugen maar is emotioneel labiel, heeft een gestoord beoordelingsvermogen en verliest steeds meer het contact met de werkelijkheid.
Waar professor Timsit schizofrenie en elke vorm van psychose uitsluit en Renard in staat acht zijn daden te controleren en dus in zekere mate verantwoordelijk te blijven, is Dr. Gassioul een tegengestelde mening toegedaan. Voor deze psychiater is Renard schizofreen en psychotisch en ook in hoge mate onbekwaam zijn daden te controleren.
Aanwijzingen daartoe vindt de arts bij Renard in bepaalde trekken van autisme. in zijn paradoxale en tegengestelde handelingen, zijn versie, zijn verlies van gevoel voor de werkelijkheid en het ernstig nemen van zijn gekke wensdromen. In de overvloed van het medisch vakjargon is het voor de militaire rechters moeilijk zich een oordeel te vormen over de persoonlijkheid van Renard, over zijn drijfveren en vooral over de mate van verantwoordelijkheid bij deze man.
Zijn vragen over mogelijk nadelige gevolgen van de behandeling in de psychiatrische afdeling van Lierneux, toen Renard amper 17 was en later als militair in 1979 te Antwerpen, willen of kunnen deze psychiaters geen uitsluitsel geven.
Uit andere getuigenverhoren kwamen daarover vrijdag nogal krasse dingen aan het licht. Huisarts Demoulin uit Hannuit twijfelde inderdaad aan de wijsheid van de maatregel van de burgemeester van Hannuit om de 17-jarige Renard destijds te laten colloqueren. Renard heeft aan de behandeling met neuroleptica en sedatieven trouwens gezichtsstoornissen en zenuwtrekken overgehouden.
Incident
Er was ook een klein incident tussen de rechters en de Vlaamse militaire arts Dr. De Graef van de basis te Bevekom. Deze had Renard op aanwijzing van zijn militaire oversten voor een aantal psychiatrische tests naar Brussel verwezen, waar men Renard echter naar het militaire ziekenhuis te Antwerpen doorstuurde. Bij zijn terugkeer in Bevekom, na meer dan drie maanden, had dokter De Graef Renard op zogenaamd ziekenverlof gestuurd. Niet omdat hij nog ziek zou zijn, maar in afwachting van het rapport uit Antwerpen. De dokter wilde immers eerst via het rapport zekerheid hebben of hij Renard bij de brandweer mocht laten.
De rechters tillen blijkbaar zwaar aan dit “ziekenverlof” tijdens hetwelk Renard zijn misdaad zou begaan en zij werpen Dr. De Graef voor dat hij eerst als officier en pas dan als dokter heeft gehandeld. Ook het feit dat de tweetalige Vlaming De Graef zich enkel in het Nederlands wil uitdrukken om zeker te zijn van de juiste formulering en nuances wordt door één der Franstalige rechters nogal schamper beoordeeld.
Hoe dan ook: de psychiaters zijn het niet eens over Renard De enen zeggen dat hij een gevaarlijk en ongeneeslijk man is, terwijl de anderen pleiten voor ontoerekenbaarheid en aangepaste psychiatrische opvang.
Maandag komt de verdediging aan het woord.
Bron: Gazet Van Antwerpen | 26 Juni 1982
Doodstraf geeist tegen Renard
In een ongenadig scherp rekwisitoor, waarbij hij zegde om zwaarwichtige redenen bewust geen rekening te willen houden met verzachtende omstandigheden, heeft de militaire openbare aanklager, krijgsauditeur Boxus voor de Krijgsraad te Luik de doodstraf geëist tegen de 26-jarige Odon Renard uit Hannuit.
De procureur-generaal achtte geen straf zwaar genoeg voor de misdaden die Renard op 18 november van 1979 had begaan, toen hij tijdens een sportmanifestatie doelgericht in de menigte schoot en daarbij twee mensen doodde en er 26 verwondde.
Omdat het hier om een Krijgsraad gaat en er dus geen jury dient overtuigd als bij een bij assisenzaak, was het rekwisitoor van auditeur Boxus zakelijk en zonder de bekende pathos bij de openbare aanklagers.
Uit eerbied voor de slachtoffers en hun families en ook om de familie van Renard zelf te sparen, besloot de auditeur niet meer op de feiten terug te komen.
Hij zegde zijn rekwisitoor op drie principes te willen baseren, namelijk het element van de gerechtvaardigde straf, het principe van het afschrikwekkend voorbeeld en vooral het principe van bescherming van de gemeenschap, zonder evenwel toe te geven aan misplaatste wraakzucht en zinloze repressie.
Vervolgens maakte de procureur-generaal een inventaris op van de bezwarende en de verzachtende omstandigheden in de zaak Renard. Als uitermate bezwarend bestempelde hij de overduidelijk bewezen voorbedachtzaamheid bij Renard, zoals het reeds jaren rondlopen met ziin moordplan, de aankoop van de Winchester, zijn schietoefeningen, het verkennen en in kaart brengen van het terrein, en het kenbaar maken aan cafévrienden van zijn voornemen.
Cynisme
Het meest afstotende bij Renard, aldus de auditeur, is echter zijn cynisme ten opzichte van zijn misdaad en zijn slachtoffers en de totale afwezigheid van enig berouw of wroeging. Renard vindt zichzelf een slechte schutter, omdat hij met 46 kogels slechts twee mensen heeft kunnen doden. En wanneer men hem zegt dat een der kogels de schedel van de 19-jarige Bernadette Fraiture heeft verbrijzeld, kan hij enkel spottend antwoorden: “Dat zij tenminste op slag dood was en geen pijn heeft geleden”.
De auditeur laakte ook het grenzeloze egocentrisme van Renard, die het verlies van zijn bezittingen en van zijn huis om de slachtoffers te vergoeden, het ergst van alles vindt.
Voor en tijdens het proces werd Renard bovendien enkel en alleen door de vraag bezig gehouden, of hij er voordeel kon bij hebben door zich als gek voor te doen, om toch altijd minder internering in een psychiatrische instelling te bekomen in plaats van een veel zwaardere levenslange gevangenisstraf.
De auditeur leidde uit dit alles af dat Renard een cynische, egocentrische en perverse exhibitionist en megalomaan is en hij sloot zich aan bij het rapport van het college van psychiaters, dat Renard als een zeer gevaarlijk en - mocht hij inderdaad geestesziek zijn - ongeneeslijk individu bestempelt.
In het licht van al deze zwaarwichtige feiten, zag de auditeur dan ook geen verzachtende omstandigheden. Hij hekelde terloops wat hij “de cultus van het automatisme van de verzachtende omstandigheden in de rechtspraak” noemde, die er dikwijls op gericht is de zwaarste misdaden goed te willen praten door verzachtende omstandigheden in te roepen die er in werkelijkheid geen zijn. Zoals bij Renard o.m. zijn ongelukkige jeugd, zijn gebrek aan ouderlijke liefde, zijn schoolmoeilijkheden, en later zijn drankzucht en zijn moeilijke sociale contacten.
Er zijn duizenden mensen die dergelijke en in nog veel zwaardere moeilijkheden moeten opgroeien, aldus de auditeur. Maar die er toch later in slagen dit te relativeren en toch een aangepast en menswaardig bestaan proberen te leiden.
Dit alles als verzachtende omstandigheden inroepen, is volgens hem het menselijk leven volledig en onvoorwaardelijk als een product van milieu en omgeving willen beschouwen, zonder te geloven aan enige inbreng van eigen vrije wil en de eigen bewuste keuzemogelijkheid.
Automatismen
De kwestie van het mogelijk traumatiserend effect van Renards verblijf, eerst in Lierneux en later in de psychiatrische afdeling van het militair ziekenhuis te Antwerpen, deed de auditeur nogal gemakkelijk af als “een blind geloof in opportunistische automatismen”, zoals de verdediging het voorstelt.
Dat de verblijven in Liernieux en Antwerpen bij Renard niet geleid hebben tot erge mentale afwijkingen, zag de auditeur in het feit dat Renard er enkel een blinde en onredelijke wraakzucht heeft aan overgehouden en jarenlang met een koel en geraffineerd cynisme zijn wraakplan heeft gewerkt.
Renard wist dus goed wat hij ging doen en is volledig toerekenbaar. “Daarom”, aldus de auditeur, “vraag ik voor deze man de doodstraf. En wel omwille van de feiten en ook omdat beschuldigde niet nalaat te herhalen dat hij zich nu ook wil wreken omdat hij hier terechtstaat.”
De verdediger van Renard Mr. Destexhe, die vandaag zijn pleidooi zal houden, zegde niet verwacht te hebben dat de krijgsauditeur de hoogste straf zou eisen en ook geen rekening zou houden met de nochtans zware fouten die men zowel in het burgerlijke als militaire leven heeft begaan tegen de kansarme en hulpbehoevende man die Renard volgens hem in werkelijkheid zou zijn.
Bron: Gazet Van Antwerpen | 29 Juni 1982
Verdediging pleit ontoerekenbaarheid
Zoals verwacht heeft meester Destexhe, de advocaat van moordschutter Odon Renard, dinsdag in zijn pleidooi voor de Krijgsraad te Luik enkel geprobeerd de scherpe kanten van het onbarmhartig rekwisitoor van auditeur Boxus af te ronden. Het ging hem er niet zozeer om een strafvermindering voor Renard te pleiten, maar veeleer de rechters ertoe bewegen in plaats van de maandag geëiste doodstraf, Renard tot een lange psychiatrische internering te veroordelen.
Een zwakzinnige, onevenwichtige en mentaal-gestoorde, veroordeelt men niet tot de doodstraf, aldus de advocaat. Dat zou teruggrijpen zijn naar de middeleeuwse heksenjacht en is een volledig voorbijgaan aan de verworvenheden en inzichten van de moderne en medische en psychiatrische wetenschap.
Mr. Destexhe hekelde scherp de eis tot doodstraf van de auditeur, die volgens hem was ingegeven door een weliswaar verheven en metafysische maar totaal abstracte visie op de mens, als zou deze te allen tijde in volle vrijheid en kennis over zijn eigen daden kunnen beschikken. Dat is bewust blind blijven voor de interactie die mens en samenleving zowel positief als negatief op elkaar uitoefenen.
Labiel
De hoofdbrok van het pleidooi was er dan ook op gericht te bewijzen dat Renard niet de koelbloedige en cynische massamoordenaar is, zoals de auditeur hem afschilderde. De advocaat gaat niet zover Renard af te schilderen als een totaal onverantwoordelijke gek, maar beschrijft Renard toch als een hoogst onevenwichtige en labiele man, die gedeeltelijk als gevolg van een vijandige en afwijzende omgeving, primitieve reflexen heeft ontwikkeld waarvoor hij zeker niet volledig toerekenbaar kan worden geacht.
Omdat Renard in zijn klein-burgerijk en gesloten dorpsmilieu niet helemaal conform de geplogenheden handelde en inderdaad een ietwat zonderling maar destijds volledig ongevaarlijk gedrag aan de dag legde, diende hij met alle geweld via psychiatrische weg weer op het rechte pad “gespoten te worden”, aldus de advocaat.
Hij verwees vervolgens naar de overigens tegenstrijdige rapporten van de artsen en psychiaters, die mogelijke gevolgen van Renards eerste internering op 17-jarige leeftijd in Lierneux niet uitsloten, maar het niet eens waren over de invloed van deze behandeling op Renard’ verder gedrag.
“Renard is inderdaad gevaarlijk”, aldus de verdediging, “maar niet in de zin die u, heren rechters, bedoelt. Renard is gevaarlijk voor de anderen, omdat hij eerst gevaarlijk voor zichzelf is geworden. Alleen oog hebben voor het inderdaad dramatisch en onvergeeflijk eindresultaat van deze evolutie - twee doden en 26 gewonden - en geen rekening houden met de factoren die daartoe geleid hebben en hoofdzakelijk ontstonden door een ingrijpen van buitenaf tegen Renard, zou van een droevig en achterhaald soort rechtspraak getuigen.”
Onbegrip
De advocaat wil nog voorbijgaan aan bekende factoren als zijn ongelukkige jeugd, gebrek aan liefde, onbegrip en afwijzing, maar hij wil wel uitdrukkelijk wijzen op het maagdelijk strafblad van Renard, de onverdeeld gunstige getuigenissen over zijn vroegere behulpzaamheid, werklust, inzet bij het Rode Kruis en de vrijwillige brandweer, zijn gehoorzaamheid en zijn soms krampachtige pogingen om zijn mensenschuwheid te overwinnen.
“Maar hoe reageerde zijn omgeving daarop”, vraagt de advocaat? “Door deze met problemen worstelende jonge man op 17-jarige leeftijd te colloqueren. Lierneux zal voor hem een dramatiserende ervaring worden die hem met schaamte zal vervullen en hem voor de samenleving zal stigmatiseren. Hij wordt bespot en afgewezen, zondert zich af en gaat aan achtervolgingswaanzin leiden.”
“Renard is zeker geen perverse doder”, stelt Mr. Destexhe. “Wel heeft hij een wanhoopsdaad begaan. En hoe wanhopig hij was, blijkt uit het feit dat hij hoopte zelf niet levend uit de schietpartij te komen. Tegen de voorbedachtheid van Renard voert de advocaat aan dat deze een groot deel schijn was. Hij bracht inderdaad zijn cafévrienden van zijn plan op de hoogte, hij toonde kogels en hij zette zelfs een gangsterkap op. In werkelijkheid smeekte deze man dat men zijn wanhoop zou ernstig nemen en hem zou tegenhouden.”
Vluchtweg
“Renard is ook niet het type van de vastberaden moordenaar. Hij had zelfs niet aan een vluchtweg gedacht, probeerde met zijn auto eerst via de hoofdingang in het stadion te geraken waar hij toch geen kans had. Hij sloot zijn wagen verder zorgvuldig af, gebruikte zelfs niet zijn tweede geweer, en vooral”, aldus de advocaat, “is het nu bewezen dat hij niet gericht schoot, maar veeleer in het wilde weg en chaotisch eerder als een ontlading voor zichzelf. Vastberaden en koele moordenaars doen dat heel anders. Men verwijt Renard dat hij op mensen heeft geschoten, maar heel zijn leven lang is Renard op alle mogelijke manieren zelf door de mensen als doelwit gebruikt.”
De advocaat wil niet verhelen dat Renard een moordenaar is, maar hij wijst op de vele en duidelijke tekenen van ontoerekenbaarheid. “Deze man heeft geen repressieve behandeling maar een deskundige psychiatrische begeleiding in een gesloten instelling nodig waar hij voor zichzelf en de gemeenschap voor altijd in veiligheid is”, zo besluit Mr. Destexhe.
Renard zelf verklaart na het pleidooi niets meer te zeggen te hebben. De uitspraak gebeurt nu vrijdag 2 juli.
Bron: Gazet Van Antwerpen | 30 Juni 1982
Levenslang voor Odon Renard
De Krijgsraad te Luik heeft vrijdagnamiddag levenslange dwangarbeid uitgesproken tegen Odon Renard (27) wegens twee moorden en verscheidene moordpogingen in het sportstadion van Hannuit. De man werd bovendien levenslang uit zijn rechten ontzet.
Voor de krijgsraad bestaat er voor Renard geen aanleiding om de wet op het sociaal verweer toe te passen, zoals de verdediging had gevraagd. De auditeur had de doodstraf gevorderd.
De Krijgsraad was de mening toegedaan dat Renard ondanks het abnormale in zijn gedragingen, zijn bizarre houding, zijn paradoxale persoonlijkheid, zijn monsterachtige onverschilligheid, de ontstentenis van leedwezen, zijn staat van onevenwichtigheid, hoe zwaar die ook weze, niet de drempel heeft overschreden die hem onbekwaam maakte zijn daden te beheersen.
Zijn beslissing was diezelfde ochtend genomen. Hij was voornemens te doden en hij was steeds meester gebleven over zichzelf en over de daden die hij wou volbrengen. Toch heeft de Krijgsraad rekening gehouden met verzachtende omstandigheden.
Bron: Gazet van Antwerpen | 3 Juli 1982