Samenvatting

  • Wat? Mislukte overval waarbij een vrachtwagenchauffeur wordt vermoord

  • Wanneer? 25 September 1986

  • Waar? Birminghamstraat 60 te Sint-Jans-Molenbeek » Google Maps

  • Wie? Claude Chantry en Nordine Hannani. De twee andere daders zijn nooit gevonden.

  • Status: Opgelost

Op 25 september 1986 vond in het distributiecentrum van brouwerij Piedboeuf aan de Birminghamstraat in Sint-Jans-Molenbeek een gewapende overval plaats. Vier daders, die zich verplaatsten met een gestolen Audi, drongen het bedrijf binnen met de bedoeling geld buit te maken. Tijdens de overval werd de 48-jarige chauffeur-besteller Claude Lebrun in een kantoorruimte van dichtbij neergeschoten. De overvallers sloegen daarop zonder buit op de vlucht.

Het gerechtelijk onderzoek werd bemoeilijkt door procedurekwesties, tegenstrijdige getuigenissen en een gebrek aan rechtstreeks bewijs. Zeven jaar na de feiten verschenen vijf verdachten voor het Brabantse assisenhof.

Op 11 maart 1994 werden Claude Chantry en Nordine Hannani schuldig bevonden aan poging tot diefstal met onvrijwillige doodslag als verzwarende omstandigheid, evenals aan de diefstal van twee voertuigen die bij de feiten werden gebruikt. Zij werden veroordeeld tot respectievelijk tien en acht jaar gevangenisstraf. De drie overige beklaagden werden vrijgesproken wegens gebrek aan overtuigend bewijs van hun betrokkenheid.

Bieruitdrager doodgeschoten te Molenbeek

Een chauffeur-besteller van de brouwerij Piedboeuf, Birminghamstraat te Sint-Jans-Molenbeek, is donderdagnamiddag even na 14 uur in het kantoortje van de firma door een onbekende doodgeschoten. De dader was even voordien komen aanrijden aan boord van een grote wagen, vermoedelijk een Mercedes. Hij was vergezeld van drie andere mannen.

Terwijl twee van hen in het voertuig bleven zitten, stapte de dader vergezeld van z'n derde metgezel uit het voertuig en begaf zich naar het kantoortje van de bouwerij, waar hij de aanwezige chauffeur-besteller doodschoot. Er kon niet worden uitgemaakt of de indringers het inzicht hadden te stelen. Mogelijk werden ze door paniek aangegrepen want ze sloegen op de vlucht zonder wat dan ook mee te nemen.

De dader en zijn metgezel vluchtten weg aan boord van het wachtende voertuig.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 September 1986

Moordenaars te Sint-Jans-Molenbeek wilden geld

Volgens een woordvoerder van het Brusselse parket bestaat er geen twijfel over dat chauffeur Claude Lebrun uit Sint-Lambrechts-Woluwe donderdagnamiddag in het brouwerijdepot Piedboeuf, Birminghamstraat 60 te Sint-Jans-Molenbeek, werd doodgeschoten om een eventuele diefstal te vergemakkelijken.

De twee gangsters die gemaskerd met hoofdkappen en gewapend met een revolver en een pistool het kantoor van de boekouder, waar ook het slachtoffer aanwezig was binnendrongen, wilden alleen maar geld bekomen. Om een niet gekende reden, mogelijk omdat hij plots in paniek geraakte, schoot één van de indringers de chauffeur van de firma een 9 mm kogel in het hoofd. Het slachtoffer was op slag dood.

De twee daders die na het dodelijk schot zelfs niet meer om geld vroegen, gingen meteen hun met twee metgezellen vervoegen in een te Jette gestolen Audi. Het voertuig reed er vandoor in de richting van het Hertoginneplein. De wagen werd nadien verlaten teruggevonden in de Vandenpereboomstraat te Sint-Jans-Molenbeek.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 September 1986

Tweede aanhouding na overval met dode te Molenbeek

Op 25 september jl. werd tijdens een mislukte overval te Sint-Jans-Molenbeek de 50-jarige Claude Lebrun, uit Watermaal-Bosvoorde, door gangsters doodgeschoten. De man was bediende in het distributiecentrum van de brouwerij Piedboeuf, waar de mislukte overval werd gepleegd. In deze zaak was eerder al de genaamde Claude Chantery aangehouden en is een tweede aanhouding verricht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 29 November 1986

Correctionele rechtbank van Brussel onbevoegd

De correctionele rechtbank te Brussel heeft zich maandag onbevoegd verklaard in een proces over diefstal en moord bij een overval op de Brouwerij Piedboeuf. De feiten deden zich voor op 25 september 1986. Vijf personen staan in de zaak terecht; Claude Chantry, Mohammed Algham Temsani, Abdelkarim Harssi, Nordine Hannani en Hassan Ouriaghli.

Tijdens de overval op de brouwerij kwam de 49-jarige bediende Claude Lebrun om het leven. Een van de vijf beklaagden zou een fataal schot hebben afgevuurd. Uit de onderzoeken die werden verricht werd nooit duidelijk wie van de vijf verdachten werkelijk aan de overval deelnamen.

De zaak werd naar de correctionele verwezen en niet naar het assisenhof omdat men veronderstelde dat daar de beklaagden zeker bij gebrek aan bewijzen zouden worden vrijgesproken. De feiten zijn uiteindelijk door de rechters omschreven als "poging tot diefstal voortkomende uit de verzwarende omstandigheid van moord”.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 april 1991

Overvallers Brij. Piedboeuf voor Brabants assisenhof

Voor het assisenhof van Brabant begint vandaag het proces van vijf overvallers die ervan beschuldigd worden bij een mislukte hold-up een chauffeur van de brouwerij Piedboeuf te hebben gedood. De feiten gebeurden op 25 september 1986 in een Piedboeuf-depot in Molenbeek. Ze kostten het leven aan de 48-jarige Claude Lebrun. Aan de overval werd deelgenomen door drie gemaskerde mannen die zich verplaatsten met een Audi bestuurd door een medeplichtige.

De overvallers stormden even na 14 uur de kantoren binnen, terwijl de chauffeur van de vluchtwagen een magazijnier die uit de brouwerij vluchtte in bedwang hield. In de kantoren botsten de gangsters echter op chauffeur-leverancier Claude Lebrun (48) en zaakvoerder Joris Batroey. Lebrun werd vanop korte afstand neergeschoten.

Met lege handen namen de vier overvallers de vlucht. Getuigen konden echter een vrij precieze persoonsbeschrijving geven van de bestuurder van de van de vluchtwagen, die Claude Chantry zou zijn. Chantry's naam viel weer tijdens een onderzoek naar gestolen wagens, waaronder de Audi die als vluchtauto werd gebruikt.

Enkele leden van Chantry's bende verklikten hem als vermoedelijke dader, samen met zijn kompaan Mohammed Algham. Daarnaast staan ook Abdelkarim Harssi, Nordine Hanani en Hassan Huriaghli terecht.

Volgens het gerecht zijn vier van de vijf beklaagden daders van de moord op Lebrun. Allen zijn geboren in 1966, behalve Chantry, die een jaartje ouder is.

Het proces dreigt ingewikkeld te worden wegens de onderzoeks- en procedurefouten die werden begaan en het gebrek aan formeel bewijs. De zaak werd door de kamer van inbeschuldigingstelling (KI) eerst naar de correctionele rechtbank verwezen, maar die verklaarde zich, daarin gesteund door het hof van beroep, in ’90 onbevoegd. Via het hof van cassatie verwees een nieuw samengestelde KI de zaak uiteindelijk op 3 december '92 naar het assisenhof.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Februari 1994

Voorbehoud door overschrijding redelijke rechtstermijn
Oordelen over feiten die 7 jaar geleden gebeurden

Voor het Brabants assisenhof, voorgezeten door raadsheer Blondeel, is maandag het proces begonnen van een poging tot diefstal tijdens dewelke een doodslag werd gepleegd. Claude Chantry, Mohammed Algham, Abdelkarim Harssi, Nordine Hannani en Hassan Ouriagel staan voor de jury wegens hun aandeel in de gewelddadige overval op de kantoren van de brouwerij Piedboeuf in Sint-Jans-Molenbeek op 25 september 1986. De 48-jarige chauffeur Claude Lebrun werd met een kogel in de hals omgebracht.

Mohammed Algham zou, volgens de akte van beschuldiging, de vermeende doder zijn. De advocaten van de betichten hadden "formeel voorbehoud bij het overschrijden van de redelijke termijn van rechtspleging". De feiten dateren van meer dan zeven jaar geleden. Dat voorbehoud werd op het zittingsblad genoteerd.

Advocaat-generaal Spreutels ging onmiddellijk in de tegenaanval. Al verzette hij zich niet tegen het acteren van dit voorbehoud, toch meende hij de redenen voor de laattijdigheid van het proces te moeten aanhalen. Zo had hij het over het juridisch probleem waarmee de diverse instanties in deze zaak worstelden. De vraag stelde zich of de verzwarende omstandigheid van doodslag bij de beschuldiging van poging tot diefstal moest worden gevoegd.

Cassatie

Het Hof van Cassatie antwoordde in juni 1992 bevestigend op deze vraag. Vervolgens had de advocaat-generaal het over het zonder gevolg klasseren van de beschuldiging van moord, zoals die toen wel door het openbaar ministerie werd geëist, en waar de hele kwestie om draaide. Uiteindelijk werd de beschuldiging dan poging tot diefstal met de verzwarende omstandigheid dat er ook een doodslag werd gepleegd.

De verdediging stelde dat de voorlopige invrijheidstelling van de beschuldigden na een jaar voorhechtenis een voldoende argument is om te twijfelen aan de schuld van de cliënten.

De namiddagzitting was gewijd aan het verhoor van Claude Chantry en van Mohammed Algham. Beide mannen hanteren dezelfde verdedigingstactiek. Ze ontkennen de feiten en beroepen er zich tegelijk op dat het van al zo lang geleden is dat ze zich een aantal zaken uit het dossier niet meer herinneren.

Op het einde van het verhoor van Chantry, die overal een antwoord op had, vatte de voorzitter van het hof een en ander als volgt samen: "Meneer Chantry, uw alibi stelt een probleem. Een chauffeur van de brouwerij zegt dat u gelijkt op de man die hem overviel... een anonieme informant wijst u aan... uw wagen diende om andere wagens te stelen. Dat is al veel voor een assisenhof. U kan nog op elk moment uw verdedigingssysteem wijzigen, want men zou u zelfs nog een aanzienlijker aandeel in de zaak kunnen toemeten. Denk daar eens over na. De consequenties hiervan zijn belangrijk".

Zelfde genre verhoor en zelfde verdedigingstactiek van Mohammed Algham. Ook hij ontkende gewoon alles.

Bron: Gazet van Antwerpen | 1 Maart 1994

Speurders getuigen op moordproces: Hannani leek destijds oprecht

Op het proces van Claude Chantry, Mohammed Algham, Abdelkarim Harssi, Nordine Hannani en Hassan Ouriaghli, beschuldigd van een dodelijke overval op een chauffeur van de brouwerij Piedboeuf in Molenbeek, getuigde gisteren een inspecteur van de gerechtelijke politie dat Hannani oprecht leek toen hij destijds bekentenissen aflegde.

Dinsdag had Hannani zijn vroegere verklaringen weer ingetrokken, zoals trouwens ook de andere beklaagden deden. De inspecteur zei dat Hannani geen enkele reden had om te liegen en zijn verklaring aflegde "zonder dat er bij het begin van de ondervraging ook maar enige druk was. Als hij nu zijn verklaringen wijzigt, dan is dat onder druk van zijn kameraden". Hannani ontkende dit ten stelligste.

Vervolgens werd de politie van Molenbeek ondervraagd het alibi van Chantry. Deze laatste zou zich op het ogenblik van de feiten in het café van zijn zus bevonden hebben. In eerste instantie verklaarden de naastbestaanden van Chantry dat hij niet in het café was en er maar omstreeks 16 u. aankwam. "Ondanks deze elementen", aldus de politie, "bleef Chantry volhouden dat hij aanwezig was.”

Tijdens de namiddagzitting vlogen verdediging, burgerlijke partij en openbaar ministerie elkaar in de haren over de vraag of sommige bekentenissen al dan niet werden "gedicteerd" door de verbalisanten. Een essentieel element in de aanklacht zijn namelijk de bekentenissen van Hannani. Volgens de verdediging werden deze voorgekauwd door de onderzoekers.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 Maart 1994

Vader van 'getuige' weigert eed af te leggen: Spreken zonder haat is niet gemakkelijk

Een vader heeft voor het assisenhof van Brabant gisteren geweigerd om de eed af te leggen omdat hij naar eigen zeggen moeilijk zijn haatgevoelens opzij kon zetten. In de eedformule staat vermeld dat men zal getuigen "zonder haat en zonder vrees”.

Dat gebeurde op de vierde dag van het proces waar vijf personen terecht staan wegens een overval op brouwerij Piedboeuf in september 1986. Tijdens de overvalspoging werd geen geld buit gemaakt, maar werd wel een vrachtwagenchauffeur van de brouwerij, Claude Lebrun, met een kogel in de nek doodgeschoten.

Na een korte onderbreking kon de voorzitter de vader, Bernard De Greef overhalen om de hele waarheid te vertellen. De man beweerde tijdens het onderzoek dat zijn zoon, Chantry had herkend aan het stuur van een donkere Audi die er snel vandoor ging in de periode dat de overval op Piedboeuf werd gepleegd.

Niet zeker

De Greef ontkende daarop ooit geweten te hebben wie in de wagen zat. "Mijn zoon dacht dat het Chantry was, maar was daar niet zeker van.”

Die bewering werd gestaafd door zijn zoon Michel hoewel dat in tegenstelling is tot de processen-verbaal werden opgesteld. Volgens Michel De Greef heeft hij die PV’s echter enkel ondertekend om aan de druk van de onderzoekers te ontsnappen, die hem zouden hebben bedreigd met constante druk zolang hij niet de volledige waarheid vertelde.

Zoon Michel ontkende ook Mohammed Algham als dader te hebben aangewezen. Zijn vader had iets dergelijks verklaard. “Mijn zoon zei me enkel dat als Algham bij de zaak betrokken was, hij niet zou aarzelen om te doden”, aldus Bernard De Greef.

De voormiddagzitting was begonnen met de ondervraging van Nunzio Allatta, ooit werkmakker van het slachtoffer en ooggetuige van de overval en van het drama. Uit het verhaal van Allatta probeerde het hof inzicht te krijgen in de twee thesissen die aanvankelijk door de speurders naar voren werden geschoven om de drijfveren voor de moord te kunnen achterhalen.

Ofwel werd de overval gepleegd door pure amateurs - dat is trouwens de persoonlijke mening van Allatta - en ging per ongeval een schot af waardoor Lebrun dodelijk werd getroffen.

Ingevolge de paniekreactie zou het viertal ook nagelaten hebben om buit of geld mee te nemen.

De tweede veronderstelling is dat Lebrun het slachtoffer zou zijn geworden van een afrekening. Tijdens het onderzoek door de inspecteurs zou nochtans reeds gebleken zijn dat het slachtoffer nooit bij een louche of dubbelzinnige affaire was betrokken. Ook zou het slachtoffer nooit bindingen hebben gehad met het misdadigersmilieu. Derhalve is het hof eerder geneigd om geloof te hechten aan de eerste veronderstelling.

Tegenstrijdig

Verder werd ook nog Joris Bastroey ondervraagd. Hij was aanwezig in het kantoortje waar Lebrun door een gemaskerde persoon werd neergeschoten.

Steeds volgens voornoemde getuige werd het schot afgevuurd door een persoon van betrekkelijk kleine gestalte die vergezeld was van twee personen met een wat grotere gestalte.

Die uitlatingen zijn in tegenspraak met naamloze getuigenissen die beklaagde Algham (1,80 m groot en grootste van de bende) aanwijzen als de schutter.

Ook over de kleding van de beklaagden werden door de getuigen tegenstrijdige verklaringen afgelegd. Bovendien verklaarde Joris Bastroey ter zitting dat van de vier of vijf overvallers er zeker een gewapend was met een geweer.

Getipt

Een derde getuige, Frans Ribonville, die magazijnier was bij Piedboeuf, werd gevraagd naar het tijdstip waarop de overval plaatsvond. Het uur waarop het geld door de chauffeurs werd binnengebracht was 14.30 uur. Rond die periode zouden ook de personeelsleden worden uitbetaald.

De inspecteurs vragen zIch dan ook af of de beschuldigden niet vanuit het bedrijf op de hoogte werden gebracht over het geld dat op dat ogenblik circuleerde.

Over het karakter van het slachtoffer zijn alle collega's het bijna eensluidend eens: Lebrun was een harde werker, hij was vriendelijk en maakte zich graag verdienstelijk. Hij was erg nauwgezet, had geen vijanden en werd door iedereen graag gezien.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Maart 1994

Psychiaters schetsen moraliteit van beklaagden: Onvolwassenen met psychopathische trekjes

Psychiaters hebben gisteren op het proces van Claude Chantry, Mohammed Algham, Abdelkarim Harssi, Nordine Hannani en Hassan Ouriaghli, die terecht staan voor een dodelijke overval in september 1986 op de brouwerij Piedboeuf, een persoonlijkheidsprofiel geschetst. Die waren min of meer gelijklopend.

Kenmerken die steeds terugkeerden waren onvolwassenheid, gevoelsarmoede, impulsiviteit, lichte psychopathische trekken - tenzij voor Algham die neurotische trekken vertoont - en IO's onder het gemiddelde. Geen van de vijf beschuldigden ontwikkelde een karakteristieke mentale pathologie die sociaal gevaarlijk kan worden genoemd. Zij waren op het moment van de feiten ook in staat om hun daden te controleren.

De psychiaters werden vrijdag ter zitting ook gehoord over de vrijpostigheid van Hannani en over een mogelijk mythomaan trekje bij de man. De zaak is belangrijk omdat Hannani aanvankelijk zijn kameraden ervan beschuldigde de daders te zijn, om achteraf die verklaringen weer in te trekken.

Volgens de psychiaters is het erg moeilijk om te weten wanneer Hannani de waarheid vertelt en wanneer hij liegt. Overigens had hij volgens de experten destijds niet de anderen aangeklaagd om zijn geweten te sussen, maar omdat hij zich schuldig voelde dat hij de speurders niet kon overtuigen van zijn onschuld.

Een bediende van Belgacom kon zich tijdens de namiddagzitting niet herinneren of de beklaagden in de rechtszaal ook de lieden waren die hij in 1986 een vest had zien wegstoppen uit een wagen die aan de vooravond van de feiten was gestolen.

Daniel Devos, een vroegere werknemer van Michel De Greef, ontkende een verklikker te zijn, zoals deze laatste beweert. Hij zei dat hij voor het eerst naar de politie was gestapt en dat hij daarvoor niet betaald was.

De zuster van Abdelkarim Harssi getuigde dat een deel van haar familie, onder wie de beklaagde, op 26 september 1986, de hele tijd in de weer was geweest met de aankomst van hun moeder uit Marokko.

Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Maart 1994

Zus van Chantry had te veel gedronken - Getuigen van verdediging blijven vaag

In de Piedboeuf-zaak, de roofmoord in de lokalen van de brouwerij waarvoor vijf beklaagden terechtstaan, getuigde gisteren Jean-Marie Chantry dat hij zijn broer Claude op de namiddag van de feiten zag voorbijgaan aan het café van zijn zuster. Het juiste tijdstip herinnerde hij zich echter niet.

De zuster van Claude vertelde ze zich wegens haar benevelde toestand toen eigenlijk niet veel meer herinnert. Aan de onderzoekers had ze nochtans verklaard haar broer die namiddag niet gezien te hebben.

De voorzitter uitte twijfels over het alibi van Mohammed Algham. Een medestudent had verklaard dat Algham op de dag van de feiten vermeld stond op de aanwezigheidslijst van de school waar hij cursussen volgde, maar de voorzitter wees erop dat Algham wel meer lessen verzuimde.

Chantry en Algham zaten opgesloten in de gevangenis van Vorst, van waaruit ze probeerden te ontsnappen. Volgens sommigen kregen ze daarvoor de hulp van twee vrienden die enkele ladders hadden aangevoerd. Ter zitting verklaarde één van hen, ene Said Boujemaoui, dat hij niet wist wie er moest bevrijd worden.

Confrontatie

De namiddagzitting stond in het teken van een confrontatie tussen de speurders en een getuige van de feiten. Michel De Greef zag de wagen die meer dan waarschijnlijk bij de dodelijke overval gediend heeft, aan hoge snelheid voorbij de garage passeren die hij samen met zijn vader runt.

Centraal probleem is de identificatie door De Greef van de bestuurder van de wagen. Maandagnamiddag zei de man dat hij eerder aan de BOB had verklaard "Claude" aan het stuur te hebben gezien, daaraan toevoegende dat hij geen familienaam had opgegeven. Volgens speurders werd de naam “Chantry” door de speurders zelf toegevoegd. Die ontkennen dat evenwel en zeggen dat zulks materieel onmogelijk is.

De speurders confronteerden Michel De Greef in 1986 met Chantry. Die zou De Greef bedreigd hebben met wraak, eens hij uit de gevangenis zou komen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Maart 1994

Advocaat-generaal vraagt drie vrijspraken

Op de zevende procesdag in de "zaak-Chantry" voor het assisenhof van Brabant vroeg de advocaat-generaal drie vrijspraken, die van Ouriaghli, Harssi en Algham. Voor het hof staan vijf personen terecht die zich moeten verantwoorden wegens mogelijke betrokkenheid bij een overval op brouwerij Piedboeuf in Brussel. Tijdens die overval werd Claude Lebrun, een vrachtwagenchauffeur van de brouwerij, getroffen door een kogel in de nek.

De advocaten van de burgerlijke partijen mr. Hostier en Arys zetten de feiten die tot de dramatische ontknoping moesten leiden op een rijtje. In hun pleidooien wordt vooral de betrokkenheid van Claude Chantry bij het hele gebeuren als bewezen geacht. Er wordt gewezen op het zeer manke alibi van beklaagde, op de formele herkenning door een getuige en op de verscheidene anonieme getuigenissen.

Dan voerde advocaat-generaal Spreutels het woord. Hij zei dat de betrokkenheid van Claude Chantry onweerlegbaar is. Hij stelde toch ook drie vrijlatingen voor: die van Ouriaghli bij gebrek aan bewijzen; Harssi die over een coherent tijdsgebruik beschikt dat trouwens bevestigd werd door diverse getuigen en ten slotte ook Algham, die niet formeel als dader kon worden herkend door getuigen.

Spreutels besloot zijn rekwisitoor met het aanwijzen van wie volgens hem de tweede dader was. Hij somde de verschillende elementen op die de deelname van Nordeni Hannani aan feiten aantoonde. Ten slotte vroeg de advocaat-generaal dat de feiten geherkwalificeerd zouden worden en dat er een bijkomende vraag gesteld zou worden over de verzwarende omstandigheden. Volgens hem was de intentie om te doden niet aanwezig en gaat het dus om onvrijwillige doodslag.

Mr. đe Quévy, één van de verdedigers van Claude Chantry, eiste de vrijspraak voor zijn cliënt wegens de twijfel.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Maart 1994

Dossier vol lacunes en verwaterde bewijzen

De advocaten van de verdediging in het proces-Piedboeuf voor het Brabantse assisenhof hamerden woensdag op de lacunes in het dossier tegen hun cliënt Claude Chantry. Hun ondermijningswerk volgde op het eerdere verrassende pleidooi van de advocaat-generaal voor een vrijspraak van drie andere beklaagden.

Dinsdag pleitte het openbaar ministerie voor een vrijspraak van Abdelkarim Harssi, Nordine Hanani en Hassan Huriaghli, maar niet voor die van Claude Chantry en Mohammed Algham. Alle vijf staan terecht voor de roofmoord op Claude Lebrun, een chauffeur van Piedboeuf die op 25 september ’86 werd doodgeschoten in de brouwerij.

Namens Chantry maakte mr. Lancaster woensdag brandhout van het dossier. Vragen zijn onopgehelderd, elementaire zaken om feiten vast te stellen zijn niet gebeurd en de zaak sleept al meer dan zeven jaar aan, waardoor de magere bewijzen ondertussen fel zijn verwaterd.

Het gaat weliswaar om een collectieve verantwoordelijkheid, maar een dergelijke vertraging is niettemin verschrikkelijk voor jury, burgerlijke partij en beklaagde, aldus Lancaster.

Ten gronde wraakte de raadsman de "grondvesten" van de aanklacht. Zo laakte hij het feit dat de diefstal van wagens - om de hold-up te plegen - zonder meer wordt toegeschreven aan zijn cliënt. Hij trok ook van leer tegen een "schandalige" confrontatie met getuigen, zes maanden na de feiten. "Van het dossier resten alleen de leugens van Hanani", aldus Lancaster.

Voor Mohammed Algham pleitte mr. François vrijspraak op grond van voordeel van de twijfel. Mr. Chomé, de raadsman van Harsi, wiens pad was geëffend door de procureur die akkoord ging met een vrijspraak op grond van de twijfel, verklaarde zijn plicht van advocaat over heel de lijn op zich te willen nemen. Hij vroeg de juryleden geen twijfel in te roepen maar integendeel tot de absolute onschuld van zijn cliënt te besluiten.

Chomé vond het beangstigend uit het rekwisitoor van de openbare aanklager te moeten afleiden dat drie van de vijf beschuldigden klaarblijkelijk als figuranten voor het assisenhof werden gebracht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Maart 1994

Chantry en Hannani schuldig, Algham, Harssi en Huriaghli vrij

Voor het Brabantse assisenhof werden Claude Chantry en Nordine Hannani donderdagavond schuldig bevonden aan poging tot diefstal met onvrijwillige doodslag als verzwarende omstandigheid, en aan de diefstal van twee auto's. Mohammed Algham, Abdelkarim Harssi en Hassan Huriaghli werden vrijgesproken.

De vijf stonden terecht wegens een mislukte hold-up, waarbij een chauffeur van de brouwerij Piedboeuf, de 48-jarige Claude Lebrun werd gedood door een kogel in de hals. De feiten deden zich voor op 25 september 1986 in een depot van de brouwerij in Molenbeek.

Meester Lancaster, advocaat voor Chantry, had vooraf nog allusie gemaakt op het mogelijk bestaan van een gerechtelijke dwaling: "Het is onmogelijk iemand te veroordelen op basis van een dergelijk onderzoek. Verdient dit niet een sanctie vanwege de jury?"

De advocaat herinnerde er aan dat een vertegenwoordiger van het openbaar ministerie tijdens het onderzoek gepleit had voor de vrijspraak van Hannani, terwijl vandaag een andere vertegenwoordiger van het openbaar ministerie Hannani schuldig oordeelt.

Nog voor de jury zich terugtrok om te beraadslagen over de schuldvraag, herhaalden de vijf beschuldigden dat ze al ruim zeven jaar hun onschuld staande hielden en dat ze nu hun lot in de handen van de jury legden.

Voor Claude Chantry en Nordine Hannani luidde het antwoord op de schuldvraag positief. Ze hoorden zich door net assisenhof veroordelen tot respectievelijk 10 en 8 jaar gevangenisstraf.

Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Maart 1994

612

(1 replies, posted in Overzicht Bendes)

Een iets langere lijst van personen van de Cardon-clan:

  • Paul Cardon

  • François Cardon

  • Robert Cardon

  • Michel Cardon

  • Raymonde Cardon

  • Joseph Cardon

Paul Cardon

  • Maart 1969: genoemd als vermoedelijk betrokken lid van de groep rond de Becker-familie die verantwoordelijk werd geacht voor verschillende autodiefstallen in de streek van Binche en de Borinage.

  • 1969: vervolgd in het grote dossier van de familie Cardon-Becker voor zes autodiefstallen, zestien andere diefstallen, heling, verkeersmisdrijven, rijden zonder verzekering en diverse inbreuken op de verkeerswetgeving.

  • Veroordeeld door de correctionele rechtbank van Charleroi tot 2 jaar en 7 maanden gevangenisstraf en levenslang verval van het recht om een voertuig te besturen.

  • Echtgenoot van Marguerite Becker, die in hetzelfde dossier werd vervolgd.

François Cardon

  • Maart 1969: samen met Robert Cardon gezocht voor meerdere misdrijven, waaronder autodiefstallen en vermoedelijk betrokken bij de reeks autodiefstallen waarvoor Bernard Becker werd aangehouden.

  • 1969: vervolgd voor meerdere autodiefstallen, diefstallen van goederen, heling, brandstichting van een gestolen voertuig, verkeersmisdrijven, rijden zonder verzekering en het niet verlenen van hulp aan personen in nood na een verkeersongeval.

  • Betrokken bij de heling van een gestolen caravan.

  • December 1968: veroordeeld voor verschillende diefstallen gepleegd in La Louvière, Blaregnies en omgeving. Veroordeeld tot 4 jaar en 7 maanden gevangenisstraf.

Robert Cardon

  • Maart 1969: samen met François Cardon gezocht voor meerdere feiten van autodiefstal.

  • November 1969: bestuurder van een voertuig dat in Givry in de gracht belandde met elf inzittenden, waaronder drie kinderen. Hij reed onder invloed, pleegde vluchtmisdrijf na het ongeval en werd later opgepakt en ter beschikking gesteld van het gerecht.

  • 1969: hoofdverdachte in het grote dossier van de Cardon-Becker-clan: zes autodiefstallen, talrijke andere diefstallen, heling, brandstichting van een gestolen wagen, rijden zonder rijbewijs, rijden zonder verzekering en verkeersmisdrijven en vluchtmisdrijven.

  • Betrokken bij de diefstal van een caravan.

  • Veroorzaakte twee verkeersongevallen waarbij slachtoffers gewond raakten.

  • Werd samen met François Cardon vervolgd wegens het niet verlenen van hulp aan gewonden.

  • Veroordeeld tot 5 jaar en 2 maanden gevangenisstraf.

Michel Cardon

  • November 1969: genoemd als inzittende van het voertuig dat in Givry verongelukte.

  • Geen afzonderlijke strafbare feiten vermeld in het artikel; zijn naam verschijnt enkel als lid van de aanwezige Cardon-Becker-groep.

Raymonde Cardon

  • November 1969: genoemd als inzittende van het voertuig dat in Givry in de gracht terechtkwam.

  • Geen afzonderlijke strafbare feiten vermeld.

Joseph Cardon

  • December 1967: samen met Bernard Becker vervolgd wegens weerspannigheid tegenover rijkswachters, geweld en bedreigingen tegen ordediensten en beledigingen van rijkswachters tijdens de uitoefening van hun functie.

  • Veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf en een geldboete.

613

(0 replies, posted in Filière Boraine)

Samson Becker dook meermaals op in gerechtelijke dossiers in de Borinage en omgeving. In juni 2016 werd hij door de correctionele rechtbank van Charleroi veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor zijn betrokkenheid bij een gewelddadige homejacking in Jumet. De feiten speelden zich af op 22 oktober 2014.

Een man meldde zich aanvankelijk bij het slachtoffer onder het voorwendsel interesse te hebben in een wagen die te koop stond. Twee uur later keerde hij terug met drie gemaskerde mededaders. Het viertal viel het koppel zwaar aan en ging aan de haal met een grote som geld en juwelen. Tijdens de overval werd ook de tienjarige kleindochter van de slachtoffers hardhandig aangepakt: ze werd aan de haren meegesleurd terwijl een vuurwapen tegen haar slaap werd gedrukt.

Het onderzoek bracht de speurders op het spoor van Becker via het gsm-nummer van de vermeende koper. Dat toestel bleek na de feiten te zijn uitgeschakeld in de regio Dour. Bewakingsbeelden van een Q8-tankstation in Thieu toonden vervolgens een witte bestelwagen die overeenkwam met de beschrijvingen van de slachtoffers. De nummerplaat leidde naar een vrouw uit Verviers die verklaarde dat haar platen waren gestolen.

De onderzoekers verzamelden verschillende aanwijzingen die naar Samson Becker wezen, waarna de slachtoffers hem herkenden op een fotoreeks. Volgens de rechtbank vormden de verzamelde elementen een sluitend geheel van belastende aanwijzingen. Naast de homejacking werd Becker ook schuldig bevonden aan een handtasroof in Chapelle-lez-Herlaimont, het gebruik van gestolen bankkaarten en het gebruik van gestolen nummerplaten.

Ook eerder was zijn naam al opgedoken in politie- en gerechtelijke dossiers. In juni 2013 voerde de politie een grootschalige actie uit aan de Chaussée de l’Espérance in Frameries, nabij het zogenaamde “rondpunt van de Beckers”. De interventie volgde nadat een burger had gemeld zijn gestolen voertuig op het terrein te hebben herkend. Ongeveer dertig politieagenten werden ingezet, onder meer omdat de bewoners zich fel tegen de tussenkomst verzetten. Uiteindelijk werden vier personen opgepakt en voorgeleid bij de onderzoeksrechter. Later diezelfde dag vond in het kader van hetzelfde onderzoek nog een politieactie plaats in de Rue de la Garde in Frameries.

De verschillende dossiers illustreren hoe Samson Becker gedurende meerdere jaren in verband werd gebracht met feiten van geweld, diefstal en voertuigcriminaliteit, vaak tegen de achtergrond van de bredere reputatie van de Becker-familie in de Borinage.

Samson Becker condamné à 8 ans de prison pour un violent home-jacking: voici comment la police a retrouvé sa trace

Le tribunal correctionnel de Charleroi a condamné mercredi un habitant de Frameries, Samson Becker, à huit ans de prison ferme pour avoir participé à un violent home-jacking à Jumet (Charleroi), au cours duquel une fillette de 10 ans s'était fait tirer par les cheveux et mettre une arme sur la tempe.

Le 22 octobre 2014, un individu s'est présenté chez les victimes, faisant mine de s'intéresser à la voiture qu'ils vendaient. Il est revenu deux heures plus tard avec trois complices encagoulés pour agresser sauvagement le couple et lui dérober une forte somme d'argent et des bijoux. L'un des auteurs a également traîné la petite-fille des préjudiciés par les cheveux et lui a placé son arme sur la tempe.

Numéro de GSM, vidéo de surveillance d'une station-service, vol de camionnette...

Les enquêteurs ont exploité le numéro de GSM de l'acheteur potentiel et constaté qu'il avait été désactivé dans la région de Dour. Ils ont ensuite visionné les caméras de surveillance d'une station-service Q8 à Thieu et repéré une camionnette blanche conduite par un homme avec un chapeau, comme décrit par les victimes.

L'immatriculation de ce véhicule a conduit à une dame de Verviers qui a signalé s'être fait voler ses plaques et avoir reçu deux PV d'excès de vitesse impliquant une Audi cabriolet.

Les enquêteurs soupçonnaient un certain Samson B. (Becker) que les victimes ont reconnu sur un panel de photos. Selon le tribunal, les dénégations du prévenu sont vaines, vu le faisceau d'indices concordants.

Vu la gravité des faits, leur violence et l'état de récidive du prévenu, Samson B. a écopé de huit ans de prison ferme. Il est également reconnu coupable d'un vol de sac à main à Chapelle-lez-Herlaimont, de l'utilisation de cartes bancaires dérobées et de plaques d'immatriculation chapardées.

Bron: 8 Juni 2016

30 policiers pour récupérer une voiture

Forte mobilisation policière hier après-midi dans une propriété située le long de la chaussée de l'Espérance à Frameries, non loin du “rond-point des Becker”. Celle-ci faisait suite à l'appel d'un citoyen qui avait reconnu son véhicule à l'intérieur.

Résultat: une trentaine d'hommes ont dû être déployés sur place, les policiers ayant été confrontés à une farouche opposition des habitants. Dans la foulée, 4 personnes ont été interpellées et présentées devant le juge d'instruction, a confirmé le procureur du roi Christian Henry.

Bron: La Province | 27 Juni 2013

4 hommes interpellés au “rond-point des Becker”

Forte mobilisation policière mercredi après-midi dans une propriété située le long de la chaussée de l'Espérance, non loin du “rond-point des Becker”. Celle-ci faisait suite à l'appel d'un citoyen qui avait reconnu son véhicule à l'intérieur. Résultat: 30 hommes déployés sur place.

Les policiers ayant été confrontés à une opposition des habitants. 4 personnes ont été interpellées et présentées devant le juge d'instruction. En soirée, la police est intervenue pour la même affaire apparemment dans une maison de la rue de la Garde à Frameries.

Bron: La Province | 28 Juni 2013

614

(3 replies, posted in 2000-2030)

Steve Becker werd in oktober 2021 vrijgelaten:

Condamné à 20 ans de prison, Steve Becker est déjà libéré !

Ce nom suffit à faire trembler dans le Borinage. Au fil des années, la famille Becker, clan tristement connu pour ses ennuis judiciaires, est devenue célèbre à travers tout le pays après le cultissime Strip-Tease qui lui était consacré dans les années 1990.

Cette fois, c’est Steve Becker qui fait à nouveau parler de lui. La DH apprend qu’il vient de sortir de prison. Le TAP de Bruxelles a accepté de lui octroyer sa libération conditionnelle. Steve Becker avait pourtant été condamné en 2016 à 20 ans de prison pour le meurtre d’Ali Akbar Chokr. Un meurtre commis le 12 juillet 2014 à Quaregnon.

La victime venait de se disputer avec le patriarche du clan du Borinage, Daniel Becker. Elle avait osé lui demander sa carte d’identité dans le cadre de l’achat d’un véhicule. Il n’en a pas fallu plus pour qu’une expédition punitive soit organisée par la famille Becker. Steve conduisait alors la Mercedes qui a servi à localiser la victime avant qu’elle ne soit froidement abattue.

Steve Becker n’a jamais voulu donner le nom de son complice et a toujours prétendu être innocent. La cour a estimé qu’il devait être condamné à 20 ans de prison pour ces faits et non 25, comme réclamé par le parquet à l’époque, une seule circonstance atténuante ayant joué en sa faveur, celle de la marginalité de la famille dont il est issu.

Cinq ans après son procès, voilà Steve Becker dehors.

Bron: La Derniere Heure | 28 Oktober 2021

615

(38 replies, posted in Overzicht Bendes)

Algemeen profiel van de Becker-clan

De Becker-familie uit de Borinage kreeg in België bekendheid door talrijke gerechtelijke dossiers, geweldsfeiten, fraude en voertuigcriminaliteit. Verschillende media omschrijven de familie als een “clan” met een reputatie van intimidatie, geweld en georganiseerde familiale criminaliteit, en als een famille connue du Borinage.

De Becker-clan: in de supermarkt ‘betalen’ ze door hun naam te zeggen

De Becker-clan houdt zich al jaren op in ommuurde kampen in de Borinage. Voor de arrestatie van de verdachten vorige week werden de grote middelen ingezet. “In plaats van aan de poort te bellen zijn we met een pantservoertuig door de poort gereden. En dat was nodig”, zegt gerechtelijk politiedirecteur Bernard Lebrun. (...)

Lees hier het hele artikel uit 2010 » Nieuws

Hieronder volgt een opsomming van verschillende leden van de Becker-clan die genoemd worden in gerechtelijke dossiers.

In hun zigeunerkamp nabij Mons gearresteerd voor de roofmoord in Kaster:

  • Daniël Becker (61)

  • Zijn zonen Laurent Becker (41) en Johny Becker (39)

  • Réné Claus (45)

Personen uit de Becker-clan genoemd in criminele dossiers:

Daniel Becker

  • Patriarch van een deel van de Becker-clan in de Borinage.

  • Actief in handel van tweedehandswagens en schroot.

  • Genoemd in verband met het conflict dat voorafging aan de moord op Ali Akbar Chokr in 2014.

Michaël Becker

Steve Becker

Johnny Becker

  • Broer van Michaël Becker.

Laurent Becker

  • Broer van Michaël Becker.

Samson Becker

  • Neef van Steve Becker.

  • Als verdachte genoemd in het dossier van de moord Laurette Derudder.

  • Veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf voor een gewelddadige homejacking in Jumet in 2014.

  • De feiten omvatten gewapende overval, geweld tegen een gezin, bedreiging van een 10-jarig meisje met een vuurwapen, gebruik van gestolen nummerplaten en diefstal en misbruik van bankkaarten.

616

(9 replies, posted in Andere Personen)

Un suicide va-t-il élucider une série de meurtres fous?

La découverte, dimanche, à Etterbeek, du corps sans vie d'une jeune femme, Patricia Matriche, 33 ans, va sans doute permettre d'élucider une série de «meurtres fous» commis dans la région bruxelloise et le Brabant wallon au cours des derniers mois.

Dimanche, on a découvert au domicile de la jeune femme, victime de l'absorption massive de médicaments, les armes qui ont servi à tuer l'artiste-peintre René Claessens, abattu de seize balles, il y a trois semaines à Overijse, sur l'autoroute de Namur. Ces armes seraient également celles qui auraient grièvement blessé de cinq balles un jeune homme, Benoît Legrand, abattu le 30 avril au pied de la butte du Lion de Waterloo.

Patricia Matriche exerçait la profession de chauffeur de taxi. Elle faisait partie de l'écurie où travaillait Marc Leblanc, un taximan sauvagemment assassiné en octobre dernier à Grand-Bigard. Ce meurtre avait été suivi de l'enlèvement d'un jeune pompiste, boulevard Général Jacques à Etterbeek, ainsi que d'une agression commise sur son remplacant, le lendemain de sa disparition. Le concubin de Patricia Matriche, le Français Daniel Tinchon, 42 ans, auquel appartient les armes fait aujourd'hui figure d'homme le plus recherché du Royaume…

Bron: Le Soir | Marc Metdepenningen | 9 Juni 1989

Un suicide va-t-il expliquer une série de meurtres «fous»?

La découverte «banale», dimanche, rue Livingstone à Etterbeek, du corps sans vie d'une jeune femme décédée des suites de l'absorption massive de médicaments, Patricia Matriche (33 ans), va peut-être permettre d'élucider cinq affaires criminelles distinctes qui ont coûté la vie, ces derniers mois, à un chauffeur de taxi (Marc Leblanc, abattu en octobre dernier à Grand-Bigard), au jeune pompiste de la station Texaco du boulevard Général Jacques (Conrad Bosmans, enlevé en octobre 88), à un artiste peintre (René Claessens, assassiné il y a trois semaines, sur un parking de l'autoroute de Namur, à Overijse) et occasionné des blessures graves à un automobiliste (M. Benoît Legrand abattu de cinq balles au pied du lion de Waterloo) et des lésions plus légères au pompiste qui remplaça Conrad Bosmans au lendemain de son enlèvement.

Au domicile de la jeune femme, on a en effet découvert les armes (un pistolet 6,35 et un 7,65) utilisées pour abattre MM. Claessens et Legrand. Elle était en outre une amie de Marc Leblanc et avait rejoint l'écurie de taxis où il travaillait, quelques jours avant son assassinat. Le concubin de la jeune femme, Daniel Tinchon, un Français de 42 ans, propriétaire des deux armes, est en fuite. Interpellé le jour de la découverte du corps sans vie de son amie, il avait été relâché avant qu'on ait pu établir un lien entre ces différentes affaires. Tinchon fait aujourd'hui figure d'«homme le plus recherché du Royaume»...

Le mercredi 18 mai dernier, un chauffeur routier découvrait, dans des taillis bordant l'aire de parcage «Overijse» de l'autoroute Bruxelles-Namur, le corps criblé de balles d'un artiste peintre résidant à Nethen, M. René Claessens. Il avait été exécuté à l'aube, vers 5 heures du matin, d'une douzaine de balles tirées par deux armes différentes, des pistolets de 7,65 mm et 6,35 mm. Confiée à la BSR de Louvain, l'enquête s'orienta dans un premier temps dans le cercle d'amis de la victime mais ne déboucha sur aucun élément intéressant, malgré de nombreuses perquisitions et l'interpellation de quelques suspects.

Dimanche dernier, des policiers découvrirent dans un appartement sis 42 rue Livingstone, à Etterbeek, le corps sans vie d'une jeune femme de 33 ans, Patricia Matriche, exerçant la profession de chauffeur de taxi. Son décès, considéré comme suspect par le parquet de Bruxelles, fut attribué à l'absorption massive de stupéfiants ou de barbituriques. Rien ne permit d'établir qu'elle avait ingurgité ces substances sous la contrainte. Son concubin, Daniel Tinchon, fut interrogé au Parquet mais (curieusement) relâché quelques heures plus tard, aucun élément suffisamment grave ne semblant pouvoir être retenu contre lui.

Lors de la fouille de l'appartement, les enquêteurs avaient en effet mis la main sur deux pistolets, l'un du type FN calibre 7,65, l'autre un baby FN 6,35, ainsi que les munitions correspondantes, le même type d'armes que celles qui avaient servi au meurtre de René Claessens. D'autres découvertes attendaient les enquêteurs de la brigade criminelle: un pantalon appartenant à Tinchon dans les poches duquel se trouvaient d'autres cartouches et un agenda contenant un chèque volé à l'artiste peintre.

Au moment où fut formellement établi le lien entre les armes, les munitions et le chèque découverts rue Livingston et le meurtre de l'artiste peintre, Daniel Tinchon avait déjà disparu dans la nature. Aucun lien entre lui et René Claessens n'a encore pu être établi. La famille de l'artiste dit ne pas connaître cet homme ni sa concubine. Un élément de «voisinage» cependant: Daniel Tinchon est domicilié rue Bois du Bosquet, 67, à Rixensart, non loin de l'endroit où fut commis le meurtre de René Claessens.

Privés de Tinchon, les enquêteurs de la section criminelle de la PJ de Bruxelles poursuivirent néanmoins leurs recoupements et découvrirent une similitude entre les armes retrouvées rue Livingstone et celle utilisée pour commettre une tentative de meurtre, dans la nuit du 30 avril au 1er mai sur la personne d'un jeune homme de Braine-l'Alleud, M. Benoît Legrand, 27 ans. Cette nuit-là, le jeune automobiliste s'était arrêté au pied du lion de Waterloo pour y satisfaire un besoin naturel. Une voiture se porta à sa hauteur et de la portière du passager surgit une arme qui cracha le feu à cinq reprises, le blessant grièvement au flanc et à la poitrine. Quatre douilles furent retrouvées sur place. C'est leur examen balistique, ainsi que celui des balles extraites du corps de M. Legrand, qui permit de déterminer qu'elles provenaient des armes retrouvées rue Livingstone.

Neuf mois plus tôt...

Un autre élément troublant allait rapidement surgir à l'esprit des enquêteurs. Il s'avéra en effet que Patricia Matriche était en étroite relation professionnelle et amicale avec un jeune chauffeur de taxi de 35 ans, Marc Leblanc, qui fut abattu à coup de riot-gun dans la nuit du 5 au 6 octobre. Son corps fut retrouvé deux jours plus tard dans un fossé bordant l'avenue Gosset, à Grand-Bigard. Elle avait en outre rejoint l'écurie de taxis Aal-Renting, au service de laquelle était attaché Leblanc, deux jours avant sa mort, le 4 octobre 1988. Jalousie, querelles personnelles ou coups de folie? Aucun élément matériel ne désigne formellement Tinchon comme le meurtrier de Leblanc. Reste que la coïncidence est considérée comme plus que troublante par les enquêteurs et que l'hypothèse de travail pourrait rapidement déboucher sur l'affirmation d'une certitude. Le caractère «tueur fou» des meurtres de Leblanc, de Claessens, de la fusillade contre M. Legrand et les deux «raids» décrits ci-dessous confortent les soupçons qui pèsent sur le fuyard. Et l'enquête sur l'affaire du meurtre de deux jeunes campeurs français, en septembre dernier sur l'autoroute E19 à Hal, pourrait également trouver un début de solution...

«Nous avons affaire à un fêlé....» C'est ainsi que les policiers de la section criminelle qualifièrent les faits qui se produisirent au lendemain de l'assassinat de Leblanc. Avant qu'on ait retrouvé son corps, un jeune pompiste de 20 ans, Conrad Bosmans, affecté à la station Texaco du boulevard Général Jacques, située à l'entrée de l'autoroute de Namur, à deux cents mètres du siège de Aal Renting, disparut mystérieusement. On ne devait jamais le revoir. Le lendemain, son remplaçant fut pris pour cible par l'un des trois occupants du taxi volé à Leblanc. Il échappa à la mort grâce à un réflexe providentiel et ne fut que légèrement blessé. Le taxi fut retrouvé non loin de la station. Un chien pisteur de la gendarmerie perdit la trace de ses occupants sur un parking... Ils avaient probablement embarqué dans une voiture-relais et pris la fuite par l'autoroute de Namur. Jusqu'au domicile de Tinchon?...

Les juges d'instruction chargés de ces différents dossiers criminels, Mme Coppieters't Wallant, M. Vlogaert (Bruxelles) et M. Maes (Nivelles), ont diffusé un avis de recherche concernant Daniel Tinchon. Toute personne qui pourrait fournir des renseignements est priée de contacter la BSR de Louvain (016/20.33.03), la police judiciaire de Bruxelles (02/508.71.11), la police judiciaire de Nivelles (067/21.89.51) ou la BSR de Nivelles ( 067/21.21.31).

Bron: Le Soir | Marc Metdepenningen | 9 Juni 1989

Vertaling en samenvatting:

De ontdekking van het lichaam van de 33-jarige taxichauffeur Patricia Matriche in Etterbeek zou mogelijk verschillende onopgeloste moordzaken in Brussel en Waals-Brabant met elkaar verbinden. In haar appartement vonden speurders twee FN-pistolen (kaliber 7,65 mm en 6,35 mm) die volgens ballistisch onderzoek gebruikt werden bij de moord op kunstschilder René Claessens in Overijse en bij de schietpartij op Benoît Legrand aan de Leeuw van Waterloo.

Matriche werkte in hetzelfde taxibedrijf als Marc Leblanc, een taxichauffeur die in oktober 1988 met een riotgun werd vermoord in Groot-Bijgaarden. Kort na die moord verdween ook pompbediende Conrad Bosmans spoorloos na een ontvoering aan een Texaco-station in Etterbeek. Zijn vervanger werd een dag later beschoten door de inzittenden van een gestolen taxi van Leblanc.

De hoofdverdachte werd de Franse partner van Matriche: Daniel Tinchon, 42 jaar oud, wonend in Rixensart. Hij was eigenaar van de wapens die in het appartement werden gevonden. Hoewel hij aanvankelijk werd verhoord en vrijgelaten, sloeg hij daarna op de vlucht en werd hij “de meest gezochte man van het land”.

In het appartement vond men bovendien munitie en een gestolen cheque van René Claessens in een broek van Tinchon. Speurders legden ook een verband met de schietpartij op Benoît Legrand: de hulzen en kogels kwamen overeen met de wapens uit de woning.

De onderzoekers begonnen Tinchon te zien als een mogelijk "krankzinnige moordenaar", verantwoordelijk voor een reeks willekeurige en extreem gewelddadige feiten. Zelfs de dubbele moord op twee Franse kampeerders langs de E19 werd in verband gebracht met het dossier.

Première inculpation pour Tinchon - le meurtrier fou? - arrêté Bruxelles

Daniel Tinchon, suspecté d'avoir trempé dans cinq affaires criminelles au moins et considéré comme l'un des personnages les plus dangereux et les plus recherchés du royaume a été appréhendé lundi soir. Il est tombé dans les mailles du filet tissé par la BSR et a aussitôt été entendu par les enquêteurs avant d'être déféré devant le juge d'instruction M. Vlogaert, de Bruxelles.

Compte tenu du nombre et de l'importance des dossiers dans lesquels son nom apparaît, son audition au palais de Justice de Bruxelles puis à la BSR de Louvain s'est prolongée tard dans la journée d'hier. Ce n'est donc que ce mercredi que l'on en saura davantage sur l'emploi du temps de l'ex-fugitif et sur la manière dont il compte organiser sa défense.

Nous l'avons longuement expliqué dans nos précédentes éditions (Le Soir du 10 juin dernier), Daniel Tinchon, sujet français âgé de 42 ans, est fortement soupçonné d'avoir été mêlé au meurtre de René Claessens, l'artiste-peintre de Nethen exécuté d'une douzaine de balles de pistolets le 18 mai à l'aube sur le parking d'Overijse de l'autoroute Bruxelles-Namur.

Dans l'appartement etterbeekois de sa compagne, elle-même retrouvée sans vie après avoir absorbé une dose massive de médicaments ou de stupéfiants, la police devait retrouver, il y a une dizaine de jours, un pantalon appartenant à Tinchon. Dans les poches, un agenda, un chèque ayant appartenu à l'artiste, et des cartouches.

Mieux, lors de la fouille du logis, rue Livingstone, ils allaient encore mettre la main sur deux armes, des pistolets FN de calibre .7,65 et baby FN de calibre .6,35, les armes qui avaient tiré à Overijse, ainsi qu'allait formellement l'établir l'expertise balistique... Ajoutons à ces éléments matériels que Tinchon, domicilié officiellement rue Bois du Bosquet, 67, à Rixensart, non loin de l'endroit où fut commis le meurtre de René Claessen, avait brusquement disparu de son domicile.

De découverte en découverte

Mais les policiers n'étaient pas au bout de leurs surprises. Patricia Matriche, la compagne défunte de Tinchon, était, de son vivant, en étroite relation professionnelle avec un jeune chauffeur de taxi de 35 ans, Marc Leblanc, abattu à coups de riot gun, la nuit du 5 au 6 octobre dernier. Son corps criblé de projectiles avait été retrouvé deux jours plus tard dans un fossé, à Grand-Bigard, et le meurtrier n'avait pu être identifié à l'époque. Nouvelle «coïncidence» troublante...

Etape suivante: le rapprochement avec une double agression commise contre deux pompistes de la station Texaco du boulevard Général Jacques à Bruxelles en octobre 1988. La première des victimes, Conrad Bosmans, 20 ans, fut enlevée par un mystérieux automobiliste et disparut sans laisser de traces. Tout porte à croire que le jeune homme a été abattu et son corps abandonné en un endroit désert. Le lendemain, son remplaçant fut pris pour cible par un mystérieux tireur qui était arrivé à la station à bord... du taxi volé à Marc Leblanc.

Enfin, la nuit du 30 avril au 1er mai dernier, un jeune homme de Braine-l'Alleud, Benoît Legrand, 27 ans, fut «fusillé» à bout portant par un automobiliste inconnu qui venait de s'arrêter à sa hauteur alors qu'il se préparait à satisfaire un besoin naturel au pied de la butte du lion de Waterloo. Les douilles retrouvées sur place provenaient des armes retrouvées rue Livingstone à Etterbeek.

Il nie

Bref, la découverte du cadavre de Patricia Matriche et celle des objets ayant appartenu à Tinchon ont relancé spectaculairement les enquêtes sur ces meurtres et disparition non élucidés à ce jour. Comme on le devine, Daniel Tinchon était devenu éminemment suspect aux yeux des enquêteurs et son signalement, accompagné de sa photo, avaient été largement diffusés dans le public.

Lundi vers 16 h 15, une patrouille de gendarmes en civil de la BSR, a repéré le fugitif à hauteur de la gare du Nord à Bruxelles. Interpellé aussitôt, Tinchon s'est laissé appréhender sans opposer de résistance. Après avoir subi un premier interrogatoire, il a été déféré, mardi, devant le juge d'instruction M. Vlogaert qui, dans un premier temps, l'a inculpé du meurtre pour faciliter le vol de René Claessens à Overijse.

Les juges d'instruction, Mme Coppieters 't Wallant, de Bruxelles également, et Maes, de Nivelles, étant en charge des autres dossiers dans lesquels le nom de Tinchon apparaît, il conviendra de regrouper l'ensemble des affaires entre les mains d'un seul magistrat. Traditionnellement - encore que ce ne soit pas une règle impérative - c'est le premier des magistrats saisis qui se voit ainsi confier l'entièreté du dossier.

Ajoutons pour conclure que hier après-midi, Tinchon continuait à nier formellement toute participation au meurtre d'Overijse, en dépit des charges de plus en plus accablantes qui pèsent sur lui.

Bron: Le Soir | Marc Metdepenningen | 14 Juni 1989

Vertaling en samenvatting:

Na een grootschalige zoektocht werd Daniel Tinchon gearresteerd nabij het Noordstation in Brussel. Hij verzette zich niet bij zijn arrestatie.

Onderzoekers vermoedden toen al dat hij betrokken was bij minstens vijf zware dossiers:

  • de moord op René Claessens;

  • de moord op taxichauffeur Marc Leblanc;

  • de verdwijning van Conrad Bosmans;

  • de schietpartij op diens vervanger;

  • de poging tot moord op Benoît Legrand.

In het appartement van Patricia Matriche waren de moordwapens gevonden, samen met munitie en een cheque van Claessens. Ballistisch onderzoek koppelde de wapens rechtstreeks aan de feiten.

Het artikel beschreef hoe de politie stap voor stap verbanden legde tussen aanvankelijk afzonderlijke dossiers. Toch bleef Tinchon formeel alles ontkennen.

De Bruxelles à Nivelles: Tinchon reste en prison

Pas de surprise lundi après-midi à Nivelles. La Chambre du Conseil a prolongé d'un mois le mandat d'arrêt à charge de Daniel Tinchon soupçonné du meurtre de l'artiste peintre hamme-lillois René Claessens le 18 mai dernier et de la tentative d'assassinat perpétrée au cours de la nuit du 30 avril au 1er mai sur le Baulersois Benoît Legrand au pied de la butte du Lion de Waterloo.

Ce dossier prouve que la coordination entre parquets, juges d'instruction et enquêteurs n'est pas un modèle du genre. Tinchon, dont le système de défense consiste à tout nier, même ce que les personnes qui l'ont pris en charge depuis plusieurs semaines considèrent comme l'évidence, reste en effet sous le coup de deux mandats d'arrêt.

Malgré diverses tentatives de rationalisation, aucune disposition n'a encore été prise depuis près d'un mois afin de centraliser les affaires dans lesquelles il est soupçonné d'avoir trempé. Il serait pourtant plus simple et plus efficace de confier à un seul corps d'enquêteurs le soin de démêler l'écheveau.

Mal pris

Le volet nivellois se limite, si l'on ose dire, au meurtre et à la tentative précités, ainsi qu'à une prévention relativement secondaire de détention illégale d'armes. Cette dernière, il la nie aussi alors que des témoins affirment les avoir vues en sa possession bien avant les faits. Or, l'expertise est - semble? - formelle, ces armes ont été utilisées, dans les deux cas.

Tinchon est donc mal pris. Un seul exemple le prouvera. On a retrouvé sur lui un chèque appartenant à M. Claessens. Il se contente de déclarer qu'il l'aurait reçu moyennant payement inférieur au montant qui y figure. De même, il avance certaines «affirmations» (!) quant à des points soulevés par des articles de presse précédant son arrestation. Par contre, il reste à quia lorsqu'on l'interroge sur des volets non abordés par la presse. Etonnant, non?

Bron: Le Soir | 4 Juli 1989

Vertaling en samenvatting:

De raadkamer van Nijvel verlengde de voorlopige hechtenis van Daniel Tinchon met een maand. Het artikel bekritiseerde de gebrekkige coördinatie tussen Brusselse en Nijvelse magistraten en speurders.

Hoewel Tinchon alles bleef ontkennen, vonden onderzoekers de bewijzen zwaar belastend:

  • getuigen hadden hem eerder met de wapens gezien;

  • de ballistiek leek sluitend;

  • hij bezat een cheque van René Claessens.

Volgens het artikel gaf Tinchon vaak verklaringen gebaseerd op informatie die reeds in de pers verschenen was, maar zweeg hij over elementen die niet openbaar waren gemaakt.

Une affaire de discordances - Le meurtre de l'artiste peintre Claessens correctionnalisé à Nivelles

La Chambre des Mises en accusation de Bruxelles a réformé une ordonnance de la Chambre du Conseil de Nivelles et elle a renvoyé devant le tribunal correctionnel Daniel Tinchon du chef de complicité pour meurtre et tentative de meurtre ainsi que de recel de chèque et de détention et port d'armes. L'intéressé n'a cessé de nier.

Abattu de plusieurs balles - tirées par un automobiliste

Dans la nuit du 30 avril au 1er mai 1989, Benoit Legrand fut abattu de plusieurs balles tirées par un automobiliste alors qu'il se trouvait au pied de la butte du Lion de Waterloo. Il s'en tira par miracle.

Le 18 mai, un artiste peintre de Néthen, René Claessens, fut exécuté sur un parking de l'autoroute Bruxelles-Namur, à Overijse, d'une douzaine de balles tirées par deux armes. Le 4 juin suivant, le chauffeur de taxi Patricia Matriche mourut dans son appartement d'Etterbeek suite à l'absorption massive de stupéfiants.

Les soupçons se portèrent sur son ancien compagnon, Daniel Tinchon, contre lequel un avis de recherche fut lancé. Il finit par se faire appréhender et l'ensemble des dossiers fut transféré au juge d'instruction nivellois Luc Maes. La liaison avec le meurtre de l'artiste peintre fut opérée grâce à un chèque destiné à ce dernier retrouvé dans les vêtements de Tinchon. Celui-ci prétend l'avoir reçu de sa compagne qui l'avait elle-même encaissé comme paiement d'une course de taxi.

Tinchon a toujours nié les faits qui lui sont reprochés. Il faut croire que les preuves (?) réunies par l'enquête ne sont pas spécialement probantes puisque la Chambre du Conseil de Nivelles, qui avait rendu plusieurs ordonnances de libération régulièrement réformées par la Chambre des Mises en accusation, s'est finalement prononcée pour un non-lieu pour les deux faits les plus graves, se contentant d'un renvoi du chef de recel et aussi de port d'armes.

Une ordonnance réformée

La Chambre des Mises a réformé cette ordonnance dans son ensemble et l'intéressé sera donc invité à s'expliquer devant la correctionnelle à Nivelles.

L'affaire a été fixée au mercredi 12 décembre.

Bron: Le Soir | 16 November 1990

Vertaling en samenvatting:

De Kamer van Inbeschuldigingstelling hervormde een eerdere beslissing van de raadkamer die onvoldoende bewijzen zag voor een assisenproces. Daardoor werd Tinchon alsnog naar de correctionele rechtbank verwezen wegens medeplichtigheid aan moord en poging tot moord.

Het artikel benadrukte de zwakte van het dossier:

  • geen direct bewijs;

  • geen motief;

  • geen geïdentificeerde schutter;

  • enkel indirecte aanwijzingen zoals de cheque en de wapens.

Tinchon verklaarde opnieuw dat Patricia Matriche de cheque van Claessens had gekregen als betaling voor een taxirit. De rechtbank moest uiteindelijk beoordelen of de vele indirecte elementen samen voldoende waren voor een veroordeling.

Le prévenu nie les faits et décide d'assumer seul sa défense

Etre accusé de meurtre et de tentative de meurtre, se retrouver devant la correctionnelle et assumer soi-même sa défense, avec d'ailleurs un réel aplomb: telle est la tranche de vie de Daniel Tinchon depuis juin 1989. Il retrouvera la 6e chambre de Nivelles le 2 janvier prochain et, faut-il l'ajouter, il plaidera l'acquittement.

Mercredi, en fin d'audience, il avait déposé une requête écrite visant à obtenir sa mise en liberté. Le tribunal, siégeant en chambre du conseil jeudi, l'a repoussée. La veille, la présidente, Mme Janine Cuvelier, a consacré une avant-midi à l'interrogatoire du prévenu. Il doit répondre du meurtre de l'artiste-peintre grézien René Claessens, au cours de la nuit du 17 au 18 mai 1989, sur un parking d'autoroute à Overijse; de la tentative de meurtre de Benoît Legrand, le 1er mai précédent, au pied de la butte du Lion de Waterloo, ainsi que de préventions connexes de recel de chèques, de port et détention d'armes.

Comment expliquer cette présence en correctionnelle pour cet homme de 44 ans, domicilié rue du Bois du Bosquet, à Rixensart? La Chambre du Conseil de Nivelles avait rendu une ordonnance de non-lieu pour les deux faits les plus graves mais la Chambre des Mises en accusation de Bruxelles la réforma et renvoya le prévenu non par-devant les Assises mais en première instance.

L'homme nie comme il l'a toujours fait depuis son arrestation. Les «preuves»? Deux pistolets, un 7.65 et un 6.35 découverts en même temps que des grenades et autres munitions dans un sac chez son amie Patricia Matriche, morte d'overdose le 4 juin 1989. Il affirme en ignorer l'origine.

Selon un expert, ces deux armes ont été utilisées pour tuer l'artiste-peintre et l'une d'elles à Waterloo. A en croire Tinchon, ces pistolets auraient été remis à sa compagne. Par qui? Quelqu'un que tu ne connais pas, lui aurait-elle répondu sans qu'il ait insisté.

Autre «preuve», un chèque remis à René Claessens par une femme. Comment Patricia Matriche le posséda-t-elle? Mystère. Quoi qu'il en soit, on l'a retrouvé dans un vêtement de Tinchon qui affirme l'avoir reçu de son amie contre 6.000 F en liquide.

Là non plus, on ne semble pas s'être posé trop de questions, à l'image du million six cent mille francs que Tinchon rapporta à sa compagne quelques jours avant de partir au Portugal ouvrir un bar.

Le brouillard est le même pour Waterloo. Benoît Legrand, en train de satisfaire un besoin naturel, fut interpellé par le passager d'une voiture qui lui demanda où se trouvait le Rétro, un bar de la route Waterloo-Charleroi. Avant qu'il ait répondu, l'inconnu vida un chargeur en sa direction.

On a retrouvé chez Matriche un plan de Bruxelles avec quelques annotations de la main de Tinchon et quelques croix tracées par lui et, vraisemblablement, par sa compagne.

Trois d'entre elles font face au Rétro. Le prévenu avait-il «signé» sa tentative de meurtre? Et comment aurait-il pu savoir qu'il allait rencontrer en pleine nuit un automobiliste ayant joyeusement fêté une communion à quelques kilomètres de là?

Au nom de la famille Claessens et de Benoît Legrand, Me Jean-Paul Dumont s'est constitué partie civile. Il a annoncé pour la prochaine audience le dépôt de conclusions tendant à prouver l'incompétence du tribunal. Il réclamera les Assises à défaut de pouvoir solliciter une chambre à trois juges comme aurait pu le demander le prévenu. En revanche, il a obtenu l'audition de l'expert en balistique Demanet.

Bron: Le Soir | Jean Vandendries | 14 December 1990

Samenvatting en vertaling:

Daniel Tinchon verscheen voor de correctionele rechtbank van Nijvel wegens de moord op René Claessens en de poging tot moord op Benoît Legrand. Opmerkelijk was dat hij zichzelf verdedigde zonder advocaat en volledige vrijspraak eiste.

Tinchon ontkende alle beschuldigingen. Volgens hem wist hij niet waar de wapens vandaan kwamen die bij Patricia Matriche werden gevonden. Hij beweerde dat zijn vriendin ze van een onbekende had gekregen. Ook over de cheque van René Claessens zei hij dat Matriche die aan hem had gegeven in ruil voor geld.

Het parket wees op meerdere belastende elementen:

  • de wapens die ballistisch gekoppeld werden aan beide schietincidenten;

  • een kaart van Brussel met markeringen nabij de bar “Le Rétro”;

  • munitie en explosieven in de woning;

  • verdachte geldstromen;

  • het bezit van de cheque van Claessens.

Toch bleef het dossier grotendeels circumstantieel. Er was geen duidelijk motief en geen rechtstreeks bewijs dat Tinchon zelf geschoten had.

En correctionnelle à Nivelles pour un meurtre à Overijse et une tentative de meurtre à Waterloo

Tinchon: "C'est à vous de prouver que je suis coupable"

Un prévenu qui risque un maximum de dix ans de prison mais qui plaide seul l'acquittement pour cinq préventions dont deux de complicité pour meurtre et tentative de meurtre, voilà qui n'est pas banal. C'est pourtant l'entreprise que tente de mener à bien Daniel Tinchon qui répond devant le tribunal correctionnel de Nivelles de complicité dans la tentative de meurtre sur la personne de Benoit Legrand le 1er mai au pied du lion de Waterloo et de complicité dans le meurtre du peintre René Claessens sur un parking autoroutier d'Overijse le 18 mai suivant.

Hier après-midi, Daniel Tinchon a répliqué durant plus d'une heure et demie aux réquisitions développées toute la matinée par le premier substitut du procureur du Roi de Nivelles Raymond Loop. Le gaillard a du coffre. La présidente Jeannine Cuvelier, qui a pris force notes et dont l'attention n'a jamais souffert le moindre relâchement, rendra son jugement le 22 mai.

Cette affaire Tinchon avait occupé trois audiences à la fin de l'année dernière et au début de la nôtre lorsque le parquet découvrit un vice de procédure. Le tribunal se déclara incompétent et la Cassation lui renvoya le dossier.

Le prévenu la trouve saumâtre, lui qui est incarcéré depuis près de deux ans. A de nombreuses reprises il fut remis en liberté par la chambre du Conseil dont les ordonnances furent systématiquement réformées par celle des Mises en accusation.

Il nie avec un bel aplomb et une parfaite connaissance du dossier toutes les préventions mises à sa charge. M. Loop l'a d'ailleurs reconnu: l'enquête a échoué, le mobile n'est pas trouvé et les auteurs de ces deux forfaits restent inconnus.

Il ne faut cependant pas qu'il y ait mobile et/ou auteurs pour trouver un complice, s'empressa-t-il d'ajouter avant de passer en revue les éléments susceptibles selon lui de raisonnablement croire en la complicité du prévenu non seulement dans les préventions secondaires de recel, de port et détention d'armes de défense mais, surtout, dans celles de tentative de meurtre et de complicité de meurtre.

Les charges directes? Des armes, des munitions, un chèque ayant appartenu à l'une des victimes. Les charges indirectes? Un plan de Bruxelles, un croquis, un listing informatique avec repérage de voitures et une rubrique «Nanas», une cavale en France avec modification de physionomie.

Tinchon ne se laisse pas manipuler. L'après-midi, il s'installe à la barre et il base sa défense sur trois axes, les répliques aux réquisitions matinales et à celles de la partie civile données le 17 avril, la plaidoirie proprement dite. A chaque point litigieux soulevé, il apporte sa version, mettant en lumière d'autres circonstances troublantes puisées dans le volumineux dossier.

Il sait que les arguments présentés contre lui pour la tentative de meurtre de Waterloo tiennent peu la route, au point que l'avocat de la partie civile n'a pas jugé utile de déposer des conclusions. Il essaie d'enfoncer un coin dans l'extrême droite à laquelle appartint la victime qui, elle aussi, varia dans ses déclarations.

Il n'ignore pas que la voiture du peintre fut découverte sur un parking dans la direction opposée à celle qu'il avait initialement prise pour regagner son domicile.

Jamais je n'ai porté les armes que l'expert affirme avoir été utilisées dans les deux cas. Je les ai manipulées, je ne le nie pas, mais ce n'est pas à moi d'apporter la preuve de mon innocence, c'est à vous de prouver que je suis coupable. J'ai eu mille fois l'occasion de les faire disparaître et je ne l'ai pas fait. Or, vous dites que mon Q.I. est celui d'un être supérieur...

Bron: Le Soir | Jean Vandendries | 25 April 1991

Samenvatting en vertaling:

Tijdens een nieuwe zitting in Nijvel hield Daniel Tinchon anderhalf uur lang zelf een pleidooi. Hij benadrukte dat het onderzoek geen motief had gevonden en zelfs de identiteit van de daadwerkelijke schutters onbekend bleef.

Het openbaar ministerie verwees opnieuw naar:

  • de wapens;

  • de munitie;

  • de cheque van Claessens;

  • een kaart met aantekeningen;

  • een computerlijst met nummerplaten;

  • zijn vlucht naar Frankrijk en verandering van uiterlijk.

Tinchon gaf toe dat hij de wapens ooit had vastgenomen, maar ontkende ze gebruikt te hebben. Hij stelde dat hij ruim de tijd had gehad om ze te laten verdwijnen als hij werkelijk schuldig was. Hij viel ook inconsistenties in het onderzoek aan, onder meer rond de route van René Claessens vóór zijn dood en verklaringen van Benoît Legrand.

Zijn centrale argument was juridisch eenvoudig:

"Het is niet aan mij om mijn onschuld te bewijzen, maar aan u om mijn schuld te bewijzen."

617

(1 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Wat? Mislukte overval op een Securitas-geldtransport

  • Wanneer? 31 Maart 1988, rond 23 uur

  • Waar? Aan het Gemeentekrediet in Glons, Rue Lulay 56 » Google Maps

  • Wie? Onbekend

  • Status: Onopgelost

Op 31 maart 1988, omstreeks 23 uur komt een wagen van de firma Securitas, ermee gelast valuta's bij het agentschap van het agentschap van het Gemeentekrediet te Glons op te halen, op de weg tegenover het gebouw tot stilstand. De begeleider gaat het agentschap binnen, terwijl zijn collega de wagen stationeert. Hij bemerkt een voertuig dat langzaam aankomt en dat tot stilstand komt schuin voor de wagen van de firma Securitas.

De bestuurder heeft tijd genoeg om alarm te slaan. Twee gewapende mannen, dragers van een bivakmuts stappen uit het verdacht voertuig (bestelwagen Ford Transit - gestolen voertuig) en beginnen te schieten. De bestuurder van de wagen van de firma Securitas slaagt erin rechtsomkeer te maken en de vlucht te nemen. Hij biedt zich aan bij de Rijkswacht te Vottem.

De begeleider bevindt zich in het agentschap van het Gemeentekrediet. De Daders van de schietpartij, die geen belang meer in die zaak hebben, vluchten. Niets werd gestolen.

Er werden op de wagen Securitas verschillende kogelinslagen gevonden:

  • 1 inslag in het bestuurdersportier;

  • 2 inslagen in het linker voorspatbord;

  • 2 inslagen in de voorruit;

  • 1 inslag midden in de motorkap.

Het kogelvrije vest van de bestuurder vertoont sporen van een inslag in de streek van de buik. Er werden talrijke hulzen ter plaatse in beslag genomen:

  • 6 hulzen cal. 12 FN Brenneke

  • 7 hulzen cal. 11,43 mm .45

  • 7 hulzen 9 mm Para FN

De na de overval in Glons gevonden hulzen werden ballistisch vergeleken met de wapens die werden teruggevonden bij Jean-Claude Vits, Alain Peeters, Eric Lammers, Vincent Lammers en Sabine Caudal.

Overvallers vuren op Securitas-chauffeur

Donderdagavond is een mislukte overval gepleegd op een Securitas-transport in Glons (Bassegne), tussen Tongeren en Luik. Luidens de eerste gegevens overvielen twee gewapende mannen even na 23 uur de Securitas-wagen voor het plaatselijk kantoor van het Gemeentekrediet, toen één van de begeleiders van het transport geld van de bank in het voertuig laadde.

Er werd geschoten in de richting van de Securitas-chauffeur die in het voertuig zat, maar deze bleef ongedeerd. De overvallers sloegen zonder buit op de vlucht. In een wat verder geparkeerde vluchtauto, waarin vermoedelijk een aantal mededaders hen opwachtten, reden de gangsters richting Wezet.

Van de daders heeft men nog geen spoor.

Bron: Gazet van Antwerpen | 1 April 1988

618

(260 replies, posted in Westland New Post)

Ik heb geprobeerd om een zo kort mogelijke tijdlijn te maken van de gebeurtenissen in september en oktober 1983:

  • 23 September 1983: Eric Lammers vertrekt naar Chamonix (Frankrijk), waar hij volgens de planning tot 2 oktober zou verblijven.

  • 30 September 1983: Eric Lammers keert terug naar België. Hij zou rond 22u bij zijn ouders aankomen.

  • Begin oktober (datum onbekend): Maurice Lammers, de vader van Eric, vraagt Mark Vander Meiren een nummerplaat te stelen voor een zwarte Golf GTI.

  • 1 Oktober: Georges Marnette van de Gerechtelijke Politie neemt contact op met Maurice Lammers.

  • 1 Oktober: Eric Lammers gaat langs bij zijn vrienden Frédéric Saucez en Jean-Louis Nemry. Vander Meiren was ook aanwezig. Lammers verbergt er twee .45-pistolen die nooit worden teruggevonden.

  • 1 Oktober (uur?): De moeder van Marcel Barbier contacteerde Maurice Lammers om hem te zeggen dat Eric Lammers betrokken was bij "une affaire d’assassinat".

  • 1 Oktober: Eric Lammers komt bij zijn ouders. Zij waarschuwen hem dat hij gezocht wordt. Vanaf dit punt spreken de beschikbare bronnen elkaar gedeeltelijk tegen. Volgens het Pastorale-proces verklaarde Lammers dat hij in paniek was geraakt en vervolgens contact had opgenomen met De Bondt, Mark Vander Meiren en uiteindelijk Brams, die hem naar Dave bracht: 

(…) Il [Eric Lammers] déclare qu’il s’était “mis à paniquer” et qu’il avait pris contact avec De Bondt et Mark Vander Meiren et ensuite avec Brams pour le conduire à Dave. [noot] Volgens een andere bron komt Lammers op 30 september, rond 22u, bij zijn ouders.


  • 2 Oktober: Om 1u ’s nachts pleegt de Bende van Nijvel een overval op Aux Troix Canards in Ohain. Er wordt een rode VW Golf gestolen, later bekend als de Golf van Van Camp.

  • 2 Oktober (uur?): Eric Lammers neemt contact op met Michel De Bondt en Mark Vander Meiren. Hij zegt hen dat hij “problemen heeft”. Hij zou twee dagen ondergedoken hebben gezeten bij Yves Brams.

  • 3 Oktober - avond (uur?): Yves Brams brengt Eric Lammers naar het Fort van Dave, waarschijnlijk met zijn eigen wagen, een Citroën DS. Vanuit welke locatie zijn Brams en Lammers naar het Fort van Dave vertrokken?

  • 4 Oktober: verhoor van Maurice Lammers door de gerechtelijke politie (GP).

  • 4 Oktober rond 14u: Arrestatie Eric Lammers in een bunker in het Fort van Dave.

  • 4 Oktober: Eric Lammers vraagt aan zijn vader om een kogelvrij vest te kopen.

  • 5 Oktober (uur?): Verhoor van Eric Lammers door de onderzoeksrechter. Hij ontkent elke betrokkenheid bij de dubbele moord in Anderlecht. Hij beschuldigt Michel Libert van betrokkenheid bij de moord.

  • 5 Oktober: Verhoor Saucez door de GP. Hij bevestigt dat hij Eric Lammers op 1 oktober ontmoet heeft. Mark Vander Meiren en Jean-Louis Nemry waren ook aanwezig. Tijdens die bijeenkomst zou Lammers bekend hebben dat hij betrokken was bij de dubbele moord in Anderlecht.

  • 6 Oktober: De VW Golf van Van Camp wordt gezien in de parking “Renault”, Rue de Fer te Namen.

  • 7 Oktober: De VW Golf van Van Camp wordt gezien in de Rue de l’Etoile in Namen.

  • 7 Oktober: Bij D’Ieteren in Antwerpen wordt een gloednieuwe rode VW Golf gestolen.

  • 7 Oktober: Overval Delhaize Beersel.

  • 8 Oktober: De VW Golf wordt gezien in de Avenue Materne in Jambes.

  • 10 Oktober: Ontdekking van de achterbank van de VW Golf van Van Camp op de parking van de Delhaize van Beersel.

  • 1 December: Overval in Anderlues. Na de dubbele moord wordt de VW Golf van Van Camp teruggevonden in het Bois de Hourpes.

619

(9 replies, posted in Andere Personen)

Robert De Vos werd na de feiten in Waver gearresteerd op verdenking van medeplichtigheid bij de overval. Wanneer hij gearresteerd werd en hoe lang hij in de gevangenis heeft gezeten, is me niet bekend.

620

(75 replies, posted in Onderzoekspistes)

Ook in het boek "Het Conco-complot" komen de huurlingen en hun brutaal optreden tijdens de Simba-opstand kort ter sprake:

(...) Hoewel Mobutu ogenschijnlijk nog steeds de leiding had over de militaire verrichtingen, dankte hij zijn overwinning aan het werk van de CIA. The New York Times onthulde dat het CIA-bureau in Leopoldstad snel was uitgegroeid tot een 'miniatuuroorlogsdepartement'. De militaire actie van de CIA was even meedogenloos als effectief, met pro-regeringstroepen die zich niet bezorgd toonden over het welzijn van de burgers.

Alleen al tijdens de herovering van de stad Kindu doodden ANC-soldaten en huurlingen drieduizend Congolezen van alle leeftijden. In totaal hebben de gevechten tussen rebellen en door de Amerikanen gesteunde militaire eenheden naar schatting honderdduizend Congolezen het leven gekost.

Bron: Het Congo Complot | Stuart A. Reid