De Orde van de Teutoonse ridders was een door Latinus, Libert, de Lombaerde en Barbier gestichte organisatie en had volgens Herman Wachtelaer banden met zijn organisatie Levensboom.
Bron: Verslag Tweede Bendecommissie
You are not logged in. Please login or register.
Bende van Nijvel → Posts by Ben
De Orde van de Teutoonse ridders was een door Latinus, Libert, de Lombaerde en Barbier gestichte organisatie en had volgens Herman Wachtelaer banden met zijn organisatie Levensboom.
Bron: Verslag Tweede Bendecommissie
Een maand voor de moord op José Vanden Eynde werd er opnieuw ingebroken in L'Auberge du Chevalier (in de nacht van 30 november op 1 december). Toen hebben de inbrekers de kassa meegenomen, en twaalf flessen zeer zeldzame champagne Cristal Rose (*), waarvan er dat hele jaar maar 150 ingevoerd zouden zijn in België, plus enkele dozijnen andere champagne, drie dozen kreeft, champagneglazen, een vaas en een kaars, een parmaham, kommen boeren- en ganzenpaté.
José werd na de tweede inbraak verhoord. Hij had om kwart voor drie lawaai gehoord, zei hij. Zijn raam stond open en was dicht gevlogen. Daarna was hij weer in slaap gevallen. Een halfuur later gebeurde dat opnieuw. Om kwart voor zeven stond hij op en zag dat er ongewenst bezoek was geweest. Hij wachtte tot Marc (zijn zoon) kwam en die had mevrouw Jurion gebeld. Jurion had de schade geraamd op een bedrag van omgerekend meer dan 3000 euro.
Bron: Beetgenomen | Hilde Geens
(*) Waren de inbrekers misschien op de hoogte van het feit dat deze champagne hier te vinden was?
Dertig jaar lang werd er nooit ingebroken in L'Auberge du Chevalier in Beersel. Maar in de eindejaarsperiode van 1981 - tijdens van de nacht van 25 op 26 december - verdwenen een veertigtal topwijnen en het kasregister. Dat werd teruggevonden bij de vijvers in Sint-Genesius-Rode. Toen sliep er niemand in de verbouwde boerderij en Jef Jurion had de vader van zijn kok ingehuurd als nachtwaker.
Bron: Beetgenomen | Hilde Geens
Nadien werd er nog tweemaal ingebroken in het restaurant. Bij de derde en laatste inbraak werd José Vanden Eynde vermoord door de Bende van Nijvel.
Uit gerechtelijk onderzoek blijkt dat José Vanden Eynde (1) een tijd als bediende van ORF werkte.
ORF was de laatste werkgever van Vanden Eynde voor hij vermoord werd. Hij werkte er tot 17 juli 1982. Het kantoor was gespecialiseerd in BTW-zaken en had een vierhonderdtal klanten, waaronder een holding van Onassis, kunstschilder Pierre Alechinsky en heel veel artsen. José werkte zich te pletter. Hij was op alle uren van de dag en nacht beschikbaar en maakte soms achttien uur per dag en reed de baas, die geen wagen had, naar Nederland, Duitsland, Luxemburg en Frankrijk en naar overal.
Bron: Beetgenomen | Hilde Geens
José was van februari 1942 tot november 1944 actief geweest in het verzet als lid van de Nationaal Koningsgezinde Beweging (NKB), een zeer leopoldistische verzetsgroep die ijverde voor een autoritaire staat en die in Leuven clandestiene kranten drukte. Marc had een broer, Daniel, en die bevestigde dat zijn vader tijdens de oorlog aangesloten was bij de Witte Brigade. José was aannemer en had geweigerd om een landingsbaan in Bevekom te bouwen, zoals de Duitsers geëist hadden. Het gevolg was dat de driehonderd arbeiders gedeporteerd werden en al zijn bouwmateriaal in beslag genomen werd. Na de oorlog had José voor zijn onverzettelijkheid twee medailles ontvangen.
Daniel stuurde de speurders naar Albert Engelen, een Leuvense verzetsstrijder die zijn vader goed gekend had, en die bevestigde het verhaal. Engelen was er zeker van dat José nooit aan de zijde van Franco gevochten had. Ook de moeder van Marc en Daniel vertelde dat haar ex-man Degrelle kende voor de oorlog, maar dat hij tijdens de oorlog bij het verzet was. Daarom hadden collaborateurs bij hen thuis de ruiten ingegooid en zij krijgen twee keer de Gestapo over de vloer omdat Vanden Eynde de clandestiene krant La Libre Belgique naar Brussel smokkelde en daar verdeelde. De weduwe was tegen zijn engagement in het verzet omdat hij verplichtingen had als vader, daar hadden ze woorden over gehad.
De speurders keken de archieven van de militaire inlichtingendienst SDRA na over de Belgische vrijwilligers in de Spaanse burgeroorlog, maar José stond er niet in. Josés probleem zat niet bij Degrelle, de collaboratie, of Franco, het zat elders.
Bron: Beetgenomen | Hilde Geens
Op 27 december was het tien jaar geleden dat Hugo Gijsels stierf. Het Aff schreef er volgend artikel over:
Vandaag, 27 december, is het exact tien jaar geleden dat we afscheid namen van Hugo Gijsels. De dag dat de gehele wereld vol afgrijzen de gevolgen van de tsunami in Zuidoost Azië onder ogen zag, overleed Hugo. Thuis, in het Ardens boekendorp Redu.
Het overlijden van de onderzoeksjournalist en auteur van verschillende werken over (extreem-) rechts kwam allerminst als een verrassing. Hugo, amper 54, kampte al enige tijd met ernstige gezondheidsproblemen. In 2004, tussen Kerst en Nieuw, ging het licht voorgoed uit. Een zware klap voor familie, de vele vrienden en de antifascistische beweging.
De afscheidsplechtigheid in Vilvoorde werd, het surrealistische tijdstip ten spijt, de namiddag van 31 december, druk bijgewoond. Weinig verwonderlijk: Hugo was een ‘once in a lifetime’-persoon. Iemand van de soort die je niet te vaak ontmoet. Een gedreven journalist met een erg goede pen en een hekel aan half werk eens hij zich in een onderwerp had vastgebeten.
Een uitstekend journalist, genereus, grootmoedig en behept met een onweerstaanbaar gevoel voor humor. Altijd bereid om anderen te steunen of uit de nood te helpen. Wars van enig eigenbelang. Altijd goed voor een sappige anekdote of een smeuïg verhaal. Bij Hugo kwam je nooit ongelegen en vertrok je altijd veel later dan gepland.
Hugo Gijsels zal altijd herinnerd worden als de man van de 'Vlaams Blok-boeken' en als architect van het cordon sanitaire dat tot op heden standhoudt. Niet geheel onterecht. Hij was de eerste om de smoezelige extreemrechtse scene in Vlaanderen in al haar aspecten in de spotlights te plaatsen. Zeer tot ongenoegen van die radicaal-rechtse clubs en al wie er in actief was.
In het verlengde daarvan legde hij met bijna-naamgenoot Jos Geysels, de toenmalige Agalev-voorman, de fundamenten voor het cordon sanitaire dat extreemrechts aan weerszijden van de taalgrens consequent weghield, en weghoudt, van beleidsdeelname op alle niveaus. Gelukkig maar.
Dat onvoorwaardelijke engagement voor democratie werd hem uiteraard niet door iedereen in dank afgenomen. Na een aantal niet mis te verstane dreigementen en een mislukte brandstichting in zijn woonst in Antwerpen, ruilde hij zijn geboortestad in voor Molenbeek en later de Ardennen waar hij zich in zijn element voelde.
Vooraleer er zich definitief te vestigen trok Hugo zich al regelmatig terug in de regio Haute Lesse om er te werken aan artikels, boeken of de vormingen die hij verzorgde voor het ABVV/FGTB. Duizenden militanten woonden ooit de geanimeerde informatie- en discussiemomenten bij die door de vakbond georganiseerd werden over extreemrechts.
Zijn inspanningen om extreemrechts weg te houden van bestuursverantwoordelijkheid zijn alvast lonend gebleken. Weghouden van de macht en met alle juridische middelen bekampen was zijn devies. Daarmee zat hij op dezelfde golflengte als Jaap Van Donselaar, de Nederlandse auteur die in 1995 dezelfde remedie voor extreemrechts naar voor schoof in zijn werk De Staat Paraat.
Wat er ook van zij, het inzetten van die strategie heeft haar vruchten afgeworpen. Het volhouden van het cordon sanitaire enerzijds en de veroordeling(en) wegens racisme anderzijds hebben in België het Vlaams Blok en het Front National in alle geval gereduceerd tot schimmen van hun oorspronkelijke zelf. Gijsels' aandeel hierin was, dankzij zijn journalistieke werk en als medewerker van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding onder leiding van Johan Leman, groot.
Als onderzoeksjournalist opereerde Hugo vooral in de jaren ’80 op een eenzaam hoge hoogte met zijn artikels en boeken over De Bende Van Nijvel, de strapatsen van ex-premier Paul Vanden Boeynants en het netwerk Gladio. Gedreven door een groot rechtvaardigheidsgevoel informeerde hij al wie het horen en lezen wilde over de affaires die de Belgische politiek en het democratische bestel zwaar beïnvloedden of schade berokkenden tijdens de zogenaamde 'loden jaren'.
In het Bendedossier schoof Hugo als één van de eersten de extreemrechtse piste naar voor. Een optie die op de cruciale momenten, ten tijde van de aanslagen en net erna, nooit serieus werd genomen. Niet op politiek vlak en al helemaal niet in gerechtelijke kringen waar men ziende blind bleef voor de feiten en het onderzoek vakkundig verprutste nog voor het goed en wel begonnen was.
Ruim dertig jaar na de nooit volledig opgehelderde feiten lijkt de extreemrechtse piste de enige valabele uitleg te zijn voor de gebeurtenissen die het land schokten in de eerste helft van de jaren '80. Zelfs figuren met een stevig extreemrechts verleden zoals Eric Lammers, kopstuk van de obscure nazigroepering Westland New Post, geven tegenwoordig in de pers toe dat er weinig of geen andere verklaringen mogelijk zijn voor de slachtpartij van toen.
Bron » aff.skynetblogs.be
De Gladiocommissie komt ook aan bod in het verslag van de Tweede Bendecommissie:
Toen dan ook in het najaar van 1990 bekend werd dat de Italiaanse justitievermoedde dat dit netwerk eveneens in België zijn uitlopers had, kwam bij velen de gedachte op dat de overvallen en aanslagen van de Bende van Nijvel ook wel eens konden zijn georganiseerd door een dergelijk netwerk. De hevige discussie hierover spitste zich al vlug toe op de mogelijke rol bij deze misdaden van de Belgische tak van het stay behind network dat na de Tweede Wereldoorlogdoor de Geallieerden in West-Europa was opgebouwd om in het geval dat de koude oorlog zou omslaan in een warme oorlog, te kunnen beschikken over een betrouwbare verbinding met de regering die dan per definitie in ballingschap zou gaan.
Nog op 23 november 1990 besliste de regering om dit geheime netwerk op te heffen. Het Parlement,in de figuur van de Senaat, van zijn kant besliste op 20 december vrijwel unaniem dat er een commissie zou worden opgericht om een onderzoek in te stellen "met betrekking tot het bestaan in België van een clandestien internationaal inlichtingennetwerk". Deze onderzoekscommissie kreeg onder meer tot taak om "aan het licht te brengen of er een verband is tussen dat net en de terroristische en als zware criminaliteit aangemerkte handelingen welke de laatste tienjaar in België werden gepleegd". Hoe de commissie dit deel van haar opdracht precies heeft uitgevoerd, valt niet goed op te maken uit haar eindverslag.
Nauwgezette lezing hiervan toont wel aan dat zij enerzijds - rechtstreeks en/of onrechtstreeks, via tot expert benoemde magistraten - heeft kennisgenomen vaneen aantal nog lopende gerechtelijke dossiers die in dit verband van belang zijn (maar welke?), en dat zij anderzijds met behulp van de rijkswacht heeft uitgezocht of ereen geografisch verband zou kunnen bestaan "tussen de plaatsen gekozen door de misdadigers en de operatiegebieden van de stay behind-netwerken".
Daarenboven heeft zijzich verdiept in de organisatie en werking van het PIO (public Information Office). Van de resultaten van dit laatste deelonderzoek is hiervoor volop gebruik gemaakt bij debeschrijving van het vermeende aandeel van het leger bij de misdaden van de Bende van Nijvel.
De magistraten concludeerden in hun eindverslag dat zij:
"tot dusver geen element (hebben) ontdekt dat de meningkan verantwoorden dat leden van SDRA 8 of STC/Mob (onderdelen van de veiligheid van de staat resp. de militaire veiligheid) betrokken zijn in de misdadige ondernemingen die de openbare mening verontrusten. Hun opdracht, het cloisonné en de vaderlandsliefde die ze bezielde,lijken onverenigbaar met de moorden gepleegd op verscheidene personen onder wie kinderen."
Maar zij voegden aan deze algemene conclusie wel driebelangrijke punten toe:
Dat het feit dat Bougerol ook na de opheffing van het PIO doorging met zijn activiteiten, en dit met de volle instemming van de militaire veiligheid, een "onrustwekkende" ontdekking is;
dat zij het betreuren dat zij zich niet stelliger kunnenuitspreken: "de zwijgzaamheid aan de dag gelegd met betrekking tot de identiteit van de agenten heeft hen belet alle natrekkingen te doen die tot de ontdekking van de hele waarheid konden leiden";
dat zij "de stellige overtuiging (zijn) toegedaan dat de bedrijvigheid en de verdachte bindingen van, door vreemde diensten al dan niet gemanipuleerde uiterst-rechtse groeperingen - bedrijvigheden en bindingen die door de SGR-autoriteiten werden getolereerd en zelfs gepatroneerd - de aandacht van het Parlement verdienen"; even tevoren schrijven zij: "De diefstal van de NAVO-telexen door leden van het WNP, misschien, en de diefstal van munitie in Florennes, alleszins, wijzen erop dat Belgische onderdanen door vreemde diensten zijn gemanipuleerd. Daaruit groeit het vermoeden dat dat ook de wapendiefstal in Vielsalm eensoortgelijke onderneming kan zijn geweest. Dusdanige ondernemingen zouden waarschijnlijk hetzelfde doel nastreven: het gebrek aan efficiëntie van de in België genomen veiligheidsmaatregelen aan de kaak te stellen."
Met dit laatste vermoeden uit te spreken, pasten de magistraten in zekere zin de "theorie" toe die staat in een (niet-gedateerde en anonieme) nota over "de clandestiene diplomatie" van geheime diensten die als bijlage is gevoegd bij het verslag. In deze meer dan opmerkelijke nota wordt geschreven:
De misdrijven waarmee de Kamercommissie zich heeft bezig gehouden, blijken het volgende aan het licht te brengen:
In België, zoals elders, zijn militanten van particuliere groepen en misschien zelfs van officiële instanties in staat om het even welk misdrijf uit overtuiging te plegen wanneerzij zich gesteund weten door een "bevriende autoriteit";
Deze daden - althans sommige ervan - kunnen worden geïnterpreteerd als protest tegen het laxisme van België inzake veiligheid:
(...)
De subversief geachte pers (de brand bij Pour);
Onvoldoende middelen om te strijden tegen de drugshandel (zaak François, BND-BCI);
De onbekwaamheid van onze politiediensten om op heterdaad betrapte daders van misdrijven in te rekenen (de zaak Dekaise en de zaak van de Colruyt van Nijvel);
Het gebrek aan veiligheid binnen de militaire installaties (diefstal van NAVO-telexen, diefstal in kazerne van de ESI).
(...)
Tot slot wordt onderstreept dat de moordpartijen van Eigenbrakel en Overijse plaatsgevonden hebben zestien dagen vóór de parlementsverkiezingen van 13 oktober 1985, waarop de moordpartij van 9 november in Aalst volgde.
10. In een bepaald geval (Florennes) is vastgesteld en in andere gevallen is het waarschijnlijk dat sommige van die feiten rechtstreeks ingegeven werden door personen die betrekkingen onderhouden met bevriende geheime diensten. Het is vooral niet uitgesloten dat sommige militanten de methodes hebben nagevolgd van de clandestiene diplomatie om operaties te plannen en uit te voeren waarvan zij dachten dat zij aan de wensen van "bevriende autoriteiten" tegemoet zouden komen.
Welke autoriteiten dit (zouden kunnen) zijn wordt in deze niet toegelicht. Ook de magistraten spreken zich hierover niet uit. Dit is ook het geval voor de onderzoekscommissie. Zij doet dit althans toch niet op een positieve, expliciete manier. Wel is het opmerkelijk dat zij, waar zij de mogelijkheid bespreekt dat de Verenigde Staten wellicht ook op Belgisch grondgebied een stuk clandestiene diplomatie bedrijven, onder meer door de oprichting en instandhouding van een eigen en apart stay behind-netwerk, tevens opmerkt:
Rond 1981 heeft Paul Latinus meer dan eens verklaard dat hij voor de Amerikaanse diensten werkte. Ook zijn handlanger, Marcel Barbier, beweerde voor een internationale organisatie te werken waarvan hij de naam nooit heeft willen noemen. Overigens was die in het bezit van een Colt 45. Daarenboven verklaarde Paul Latinus in 1983 dat zijn organisatie, de WNP, waartoe Libert, Barbier en anderen behoorden, voor een geallieerde vreemde mogendheid werkte en de sovjetinfiltratie in België bestreed. (Le Soir, oktober 1983)
De Colt kaliber 45 maakte nooit deel uit van de reeks wapens die ter beschikking werd gesteld van de agenten die voor de Belgische stay behind werkten.
In antwoord op de vraag of er een verband kan worden gelegd tussen de activiteiten van het stay behind-netwerk en de daden van terrorisme en zwaar banditisme die gedurende de jongste tien jaar in België werden gepleegd, stelt de commissie dat zij:
over geen enkele aanwijzing (beschikt) waaruit zou kunnen worden geconcludeerd dat er enig verband is geweest tussen het net en de terroristische en als zware criminaliteit aangemerkte handelingen. Door de weigering van de SDRA 8 en STC/Mob-verantwoordelijken om aan de magistraten-deskundigen de identiteit mee te delen van de burgerlijke agenten, konden geen toetsingen worden verricht die wellicht elke twijfel hadden weggenomen.
In aanvulling op dit antwoord gaat de commissie in haar conclusies als volgt verder:
Op het eerste gezicht lijkt de compartimentering, ingesteld om kennelijke redenen van veiligheid (nu en in de toekomst), tussen de onderscheiden teams en zelfs tussen agenten die lid zijn van eenzelfde team, erop te wijzen dat het bestaan van een georganiseerde misdadigersbende binnen de stay behind netwerken niet goed denkbaar is. (...)
Noch uit de hoorzittingen van de Commiesie, noch uit de aandachtige lezing van de talrijke gerechtelijke dossiers of dossiers van de Staatsveiligheid door deskundige magistraten, is gebleken dat er verdachte banden bestonden tussen misdadige of extreem-rechtse organisaties of personen en de stay behind, ondanks het feit dat een groot aantal personen in de loop der jaren aan stay behind activiteiten heeft deelgenomen. Het valt echter te betreuren dat door de weigering op sommige vragen van de magistraten te antwoorden ondanks alle waarborgen die door de Commissie werden gegeven, het niet mogelijk is het bestaan van een dergelijke laakbare band eens en voor altijd uit te sluiten.
De commissie zelf geeft niet aan of zij ook niet via een omweg heeft vernomen dat een dergelijke band niet bestaat, dat wil zeggen via de onderzoekscellen te Dendermonde en Jumet die zich - althans volgens Gijsels - in die tijd ook verdiepten in de mogelijke connecties tussen P2, stay behind-netwerken en hun illegale counterparts (Gladio-netwerken), en andere organisaties; het zou een van de pistes zijn waarvan men toen alleszins hoopte dat ze tot de oplossing van het Bende van Nijvel-mysterie kunnen leiden. Maar tezelfdertijd laat de genoemde auteur - voor een stuk in het kielzog van de onderzoekscommissie en haar deskundigen - zijn twijfels blijken over het antwoord op de vraag of het lopende onderzoek wel ver en diep genoeg gaat:
"Enkel een voortzetting van het Gladio-onderzoek zou alsnog volledige klaarheid kunnen verschaffen. Of de lobby van atlantisten, militairen en geheime diensten dit zonder slag of stoot zullen toelaten valt evenwel nog te bezien."
Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 1 en 2)
In de eerste post van dit topic kon je al lezen dat Jean Militis in september van 2006 is gestorven. De website paracommando.com weidde toen dit nieuwsbericht aan het overlijden van Militis:
Tot onze grote spijt vernamen wij zojuist het overlijden van Kolonel Jean Militis. De informatie is voorlopig nog erg schaars maar naar verluid zou de Kolonel ons gisteren - zondag 17 september 2006 - hebben verlaten.
Kol Militis was, en is nog steeds, van een van de grote namen binnen de ParaComandowereld. Men kan stellen dat hij de basis heeft gelegd voor het Commandokamp zoals het er nu uitziet. De training die vroeger initieel gericht was op de individuele opleiding werd door Commandant Jean Militis, toenmalig bevelhebber van het TrgC Cdo omgevormd tot een opleiding waarin het groepswerk en de groepsgeest meer benadrukt werden.
Verder prijken ondermeer de deelname aan de Korea oorlog en het schrijven van ParaCommando-boeken als "Étre et durer" en "La Piste du Risque, Commando, Parachutiste" op zijn palmares. Een van de bekendste uitspraken van de Kolonel gaat als volgt:
"Aan de duizenden mannen die ik door die meedogenloze training loodste zou ik één ding willen zeggen: Wees er wel van bewust dat het voor de onderrichters geen spelletje maar een plicht was u te laten afzien. Zij zouden zelf heel vaak liever een langere halte genomen hebben, een beetje minder hoog gegaan zijn, minder zweten of lekker bruin branden in de zon. Men had ons echter gevraagd u hoger te brengen, dat was ons beroep. Wij zijn al lang uw namen vergeten, maar dingen zoals uw schaterlachen, uw optimisme, uw wil om mannen - echte mannen - te worden, blijven eeuwig in onze gedachten. Onze beloning bestaat alleen daarin!"
De bregrafenisplechtigheid zal plaats vinden op donderdag 21 september om 10u30 in de parochiekerk van Sainte-Marie-sur Semois. Bezoek is mogelijk vanaf vandaag - maandag 18 sept - in het funerarium van Ethe. Het ANPCV Nationaal vraagt aan alle Regionalen om een delegatie met vaandel te sturen om de rouwplechtiheid bij te wonen.
Bron » www.paracommando.com
Eén van de kinderen van Militis, Albert, was tot 2007 Procureur des Konings van Aarlen.
Guy Bouten heeft een gesprek gehad met Jean Militis, hieronder een samenvatting van dit gesprek (verwacht geen grote onthulling van Militis):
Jean Militis richtte in 1980 in Cap-Corse een kamp op om zwaar mentaal gehandicapten een onvergetelijke vakantie te bezorgen. Achteraf bleek het een prachtige dekmantel om in het kamp tegelijk militaire oefeningen te houden met jongeren van zestien à zeventien jaar. De meesten van hen waren gerechtskinderen. Ze werden getraind door gewezen para's zoals Luc Wauthier, de voorman van de Amicale Paracommando van Bertrix, en Charles Gardien en de rijkswachter René Modave van de Amicale Liègeoise. (...)
De zogenaamde vakantiekampen in Cap-Corse vertoonden Spartaanseallures: legerkost in de gamel, doorgedreven trainingen met close combat, overlevingstochten in de wildernis en het dagelijks rapport bij de kolonel himself in battledress omgeven door zijn Pretoriaanse garde. Toch waren er jongeren die het regime niet aankonden en deserteerden, wat hen op zware sancties, zelfs lijfstraffen kwam te staan. Desondanks lekte er niets uit naar de buitenwereld. De privémilities VMO en het Front de la Jeunesse hielden het inmiddels dichter bij huis en trainden in dezelfde periode in de Ardennen. Het linkse weekblad Pour wijdde er enkele artikelen aan.
U hebt de reputatie van een baroudeur, een vechtersbaas. Terecht?
"Ja. In 1950 ben ik naar Korea getrokken om er te gaan vechten tegen de communisten."
Toen haalde Gladio hier de kastanjes uit het vuur.
"Dit gelooft u zelf toch niet. De Gladio-jongens speelden gewoon verstoppertje. Die affaire waarover mijn vriend André Moyen wat uit zijn nek heeft staan kletsen, grenst aan het delirium. Er zijn bij ons geen geheime wapenopslagplaatsen geweest. Ik daag u uit de plaatsen aan te wijzen."
Bouhouche en Beijer hebben er een paar aangewezen.
"Wie zegt dat ze werkten voor een stay-behindnetwerk? Heel dat gedoe rond Gladio en de SDRA 8... U mag gerust weten dat ik er geen hoge dunk van heb. Men heeft er para's in gedropt die schrik hadden om te springen en die met valse snorren en zonnebrillen vanuit hun bureau zogezegd de communisten gingen bestrijden. Ik ben tenminste gaan vechten op het terrein in Korea."
Maar in de jaren tachtig was Gladio actief in Italië. Het is bewezen dat men toen in ons land het stay-behindnetwerk nieuw leven heeft ingeblazen. Albert Raes kreeg vijftig miljoen frank (1.25 miljoen euro) om ultra-moderne radioapparatuur aan te kopen. U zat toen op het kabinet van Gol en had banden met de SDRA 8, eigenlijk de Belgische versie van Gladio.
"Nogmaals, al die herrie rond Gladio was een stukje cinema om de echte problemen van het land te vergeten en de publieke opinie te sussen."
De Equipes Spéciales de Renseignements die aan de Duits-Poolsegrens actief waren, zeggen u vermoedelijk ook niets?
"Goed geraden."
De namen van de ex-rijkswachters Bouhouche en Beijer ook niet, veronderstel ik?
"Ik heb over hen gelezen in de kranten. Meer niet."
Nochtans bent u ook extreem rechts.
"Ik weet waar dit gerucht vandaan komt. Ooit heb ik eens in de bossen rondgezworven met een tiental vrienden, reserveofficieren, waardoor men me beschuldigde een Verdinaso te zijn."
U vergeet de mislukte staatsgreep in 1973.
"Nog zo'n gerucht. Dit gelooft u zelf toch niet?"
Er bestaan nochtans documenten over de Blauwe Orde. Die kleur verwees naar de rijkswacht. Er is ook een rapport van majoor De Cock, waarin een zekere dokter Claude Nancy optreedt als de spilfiguur in een rechts complot. Deze dokter was een boezemvriend van majoor Bougerol. Ik citeer: "Nancy s'occupe de l'information et de la documentation du groupe. Il entre également dans son intention de former un groupe de jeunes militaires et de leur faire suivre un entraînement de judo, karate etc., ainsi de les familiariser avec les techniques de la propagande politique." Precies wat u deed met de jongeren in Cap Corse begin jaren tachtig.
"Larie. Ik wil er geen woord aan vuil maken."
U bent toch in 1980 twee keer voor de senaatscommissie-Wijninckx moeten verschijnen die een onderzoek deed naar de privémilities?
"Een collega heeft me in opspraak willen brengen. Een nota van kolonel Verbruggen over geheime wapendepots of iets dergelijks. Zo ziet u maar."
Uw naam komt ook ter sprake bij de operatie-Oesling in mei 1984, toen een commando samengesteld uit Amerikaanse Special Forces en ex-para's de kazerne van Vielsalm aanvielen.
"Mijn rol beperkte zich tot de aanwerving van de huurling Lucien Dislaire."
Sergeant Henry Bodenhorst beweert iets heel anders. Toen zijn commandant hem de vraag stelde wie er aan de operatie deelnam, antwoordde hij: "Mais mon commandant, des mecs désignés par Militis sur les listes de l'Amicale Para-commando." Dus duidelijk meer dan die ene naam die u vernoemt.
"On dit..."
Men ontdekte later een wapen, gestolen in Vielsalm, in een appartement van de CCC in Ukkel. Een duidelijk bewijs dat de Communistische Cellen van Carette door uw geheime organisatie geïnfiltreerd waren. De CCC-aanslagen op de NAVO-oliepijpleidingen en op Motorola, een bedrijf dat werkte voor de CIA, konden moeilijk uitgevoerd zijn zonder informatie van binnenuit. De eerste reeks Bende-overvallen en liquidaties van 1982 en 1983 stopten overigens precies op het moment van de start van de bommencampagne van de CCC.
De vriendelijke hoofsheid bij de kolonel was inmiddels verdwenen en maakte plaats voor een zekere grimmigheid. Ik besloot het over een andere boeg te gooien.
1985 was voor u een annus horribilis.
"Zeg dat wel. Er waren de CCC-aanslagen waartegen we niets vermochten. Er was het Heizeldrama waarbij 39 doden vielen. Ik kreeg formeel verbod de zaak politiek te exploiteren."
In 1980 heeft bankier Finné gewag gemaakt van de voorbereiding van een coup. Uw naam wordt daarbij genoemd. Rijkswachtkolonel Vernaillen heeft daarover getuigd in de Bendecommissie.
"Vernaillen heeft zich laten beetnemen door Finné, die zoals u wellicht weet door de Bende is vermoord. Mais pour moi les tueries du Brabant wallon n'ont absolument rien à voir avec un coup d'état."
Toch breekt u een lans om de rijkswacht meer middelen te geven. U vond deze elite-eenheid niet opgewassen om te vechten tegen het terrorisme van de CCC en les tueurs fous. U bedoelde daarmee de Bende van Nijvel maar u durfde blijkbaar dit begrip niet in de mond te nemen. Waarom?
"Ik was vier jaar lang kamerlid. Ik heb meer dan tweehonderd vragen gesteld aan de verantwoordelijke ministers die betrekking hadden aux manques pathétiques d'effectifs de ce corps d'élite."
Maar in uw boek La Peur Apprivoisé schrijft u niets over de dodende raids van de Bende van Nijvel in Eigenbrakel, Overijse en Aalst met in totaal zestien doden. Het is precies alsof het u niet interesseerde.
"Wat wilt u dat ik daarop zeg?"
De raids kwamen nochtans als geroepen want een maand later kreeg de rijkswacht voor vijf miljard frank (125 miljoen) extra middelen. Net in die periode beëindigt u uw boek. Mag ik u citeren op pagina 238? "Après d'innombrables luttes et beaucoup de victoires, je me suis trouvé au fond du trou sombre de mes années de malheurs, tâtonnant dans l'obscurité, m'avouant que j'étais knock-out sur le ring de la vie." Wat bedoelde u eigenlijk?
"Ik was geen kandidaat meer voor de parlementsverkiezingen van 13 oktober 1985 en had dus tijd. La peur is ongetwijfeld het thema van dit boek. Pas op, het is geen roman. Alles wat erin staat is echt gebeurd en heb ik meegemaakt. De angst is geen fataliteit. Ze bestaat juist om ons sterker te maken. Oké, ik geef toe dat ik afreken met degenen die mijn militaire carrière hebben gefnuikt, c'est de bonne guerre, maar wij zijn niet gelijk. U gelooft toch niet in een klasseloze maatschappij? In het mensdom bestaan er drie trappen. Aan de top staan de hersenen, de denkers dus, die een strategie uitdokteren en leiden, daaronder staan de medewerkers die de directieven in praktische toepassingen omzetten en onderaan bevinden zich de uitvoerders."
Ik kijk hem verbaasd aan. Dit heeft blijkbaar geen uitstaans met een militaire hiërarchie in een democratie die open, helder en transparant is. Deze opvatting à la Militis is totalitair, zelfs maffieus.
Mag ik u vragen wat u in het leven hebt willen bereiken?
"Mijn ambitie was nooit of te nimmer geld of eigendom. Maar wel enkele momenten van glorie. Mijn enig fortuin bestaat uit herinneringen, zowel anonieme als spectaculaire overwinningen. Ik denk aan de eenzame barre bergtochten of de verbroedering met de compagnie na een zoveelste avontuur waarbij we onze angsten hebben overwonnen 'en les laminant sous le poids de notre irrésistible action'. Ten tijde van de Bende-raids bevond ik mij trouwens op de top van de Col d'Envalira vlakbij de grens met Andorra. Bent u nu tevreden?"
Bron: De Bende van Nijvel | Guy Bouten
Eind 1979, begin 1980, werd het STC-netwerk nieuw leven ingeblazen en geheroriënteerd op aansturen van de heer Raes.
Dit is een zeer interessant detail omdat in dezelfde periode - maart 1981 - WNP werd opgericht door Paul Latinus. Ik raad ook aan om de tekst van de Gladiocommissie eens te lezen met WNP in het achterhoofd: dus Smets als de "instructeur" en WNP-leden als de "agenten".
Afdeling P: evacueren van personen. Samengesteld uit in- en exfiltratie-agenten.
Over deze afdeling staat er nog een interessante voetnoot in het verslag:
De commissie meent er te moeten op wijzen dat het verscheidene getuigenis verwonderd heeft hoe vlot en snel een aantal wegens misdrijven opgespoorde personen ons land moeiteloos hebben kunnen verlaten. Volgens die getuigen heeft dat alleen kunnen gebeuren via bijzonder goed voorbereide ontsnappingsroutes. Voorts waren zij ook van mening dat de STC/Mob hoe dan ook niet zo efficiënt had kunnen optreden.
Als laatste punt wil ik ook nog de aandacht vestigen op het moment dat er beslist wordt om over te gaan tot de aankoop van het Harpoon-radiosysteem. Dit gebeurde in juni 1984, dus vlak na de overval op de kazerne van Vielsalm tijdens de Oesling-oefening. De verantwoordelijke minister - Jean Gol - zei hierover dat de beslissing "werd ingegeven door de noodzaak van de externe veiligheid van de Staat".
Bende van Nijvel → Posts by Ben
Powered by PunBB, supported by Informer Technologies, Inc.