8,651

(69 replies, posted in Organisaties)

Toen Bert Eriksson enkele weken na de ontbinding van de 'oude' VMO, de 'nieuwe' VMO oprichtte, werd ook de naam van de beweging veranderd van Vlaamse Militanten Organisatie in Vlaamse Militanten Orde. Dit naar analogie met de vooroorlogse Dinaso Militanten Orden (DMO), de militie van het Verdinaso, geleid door commandant Jef François. Deze naamsverandering is geen onbelangrijk detail, maar het logisch gevolg van een evolutie, waarbij VMO omgevormd werd tot een semi-militaire organisatie, geschroeid op een fascistische discipline. Aan het hoofd van de Orde staat de 'algemene leider'. Van 1971 tot 1974 was dit Armand Eriksson, van 1974 tot 1977 Xavier Buisseret en vanaf 1977 opnieuw Eriksson.

Onder zijn rechtstreeks gezag staan de 'gouwleiders'. Dit zijn in 1981 Roger Spinnewijn in Brugge en Fernand Verbeeck in Mechelen. Op hun beurt voeren ze het bevel over 'kernleiders' die telkens verantwoordelijk zijn voor ene bepaalde stad. 

Zoals het Belgisch leger zijn apart regiment para-commando's heeft, zo wordt ook de gevechtselite van de VMO georganiseerd in een speciale afdeling, de para-VMO. Voor het uitvoeren van 'operaties' wordt een 'commando' aangewezen door de leiding. Van de leden wordt een militaire discipline geëist. Punt drie van het tuchtreglement schrijft voor, dat "iedere militant steeds onmiddellijk en onvoorwaardelijk aan de bevelen gehoorzaamt". Buiten "de dienst" is hij "gehoorzaamheid verschuldigd", wanneer de omstandigheden zulks vereisen.

In punt zes van hetzelfde reglement worden de vergaderingen of 'operaties' beschouwd als "verplichte dienst", ze worden door niemand onderbroken alvorens "hiertoe door de leiding bevel gegeven wordt". Wie niet onmiddellijk gevolg geeft aan een bevel, krijgt een vermaning, bij 'weigering van bevel' een schorsing. Net als bij de strijdkrachten worden straffen uitgesproken door een tuchtraad. In 1975 werd deze voorgezeten door Eriksson. (...)

Wie zich bij de VMO wil aansluiten, moet formulieren invullen: een vragenlijst waarin niet alleen aandacht wordt besteed aan het extreem-rechtse verleden van de kandidaat-militant, maar ook aan de legeropleiding en de 'zuiver Europese afstamming' van verloofd of echtgenote. Volgens een verklaring van de VMO-leiding van februari 1980 moet de organisatie immers "een witte machtselite vormen". Maar zoiets, zo gaat de verklaring verder, "kan alleen door een onvoorwaardelijke trouw en gehoorzaamheid aan de Leider en de beginselen van de Orde."

In dit verband wordt een oude VNV-brochure geciteerd: "De leider ontwerpt. Hij beveelt. Hij bundelt. Hij is het symbool van de Orde. De Leider denkt, de volgelingen handelen." Pas als men deze principes in acht neemt, is men militant. "Het zal deze militaristische kern zijn die acties uitvoert, gevaarlijke en andere. Acties die pas succesvol kunnen zijn als de militant tot het uiterste gaat. (...) Als de militant de bevelen van de Leider onmiddellijk opvolgt en uitvoert! Zijn leuze is: Nichts kann uns rauben!" Bij deze wordt de militant vriendelijk aangemaand een verheven Vlaams lied te zingen, waarvan het refrein als volgt klinkt:

"Bevel is bevel!
Gehoorzaam de bevelen!
Al ging het naar de hel;
Geen duivel kan 's schelen;
Bevel is steeds bevel!"

De militaire opleiding van de militanten bestaat hoofdzakelijk uit man-tegen-man-gevechten, klimpartijen en het leren hanteren van vuurwapens. (...) Voor de militaire training wordt in grote mate binnen de VMO gezorgd, niet alleen door militairen en specialisten op de kampen, maar ook door oefenmeesters in de eigen lokalen. Zo gaf de gevechtsspecialist Roger Tibbackx, vaandeldrager van de para-VMO, zeker tot 1978 karatelessen in het Sint-Jorishof.

Tibbackx staat ook als instructeur vermeld op het dienstbericht voor het VMO-kamp dat in 1978 plaatsvond in La Roche. De brief vermeldt, dat onder zijn leiding op 13 juni 1978 om 15u30 oefeningen zullen gehouden worden in "formatie, opstelling, aanval en afweer."

Om de militaire opleiding van haar leden te verbeteren door de VMO graag een beroep op de deskundige hulp van grotere buitenlandse organisaties. Zo trokken de VMO-leden Roger Tibbackx, Johan Boumans, Leo Meulepas, Jan Van Cauter, Johan Van Wesemael en Johan Taeymans op 15 juli 1977 naar de Zuidfranse Alpen. Daar namen ze deel aan een commandokamp ingericht door de Groupes Nationalistes Révolutionnaires de Base (GNR). In de programmafolder voor het kamp worden onder meer vermeld: guerrillatechniek, commandotraining, gevechtstechniek en praktische oefeningen in de stad. De oefeningen in guerrillatechniek omvatten onder andere schietoefeningen met geweren.

Bron: Extreem-rechts en de staat | verschillende auteurs

Iedereen mag hier zijn eigen conclusies uit trekken, maar als ik zo'n zaken lees dan sluit ik zeker niet uit dat uit zo'n milieu's een "Bende van Nijvel" zou kunnen ontstaan.

Uit het boek "Extreem-rechts en de staat" (verschillende auteurs), uitgegeven bij EPO:

(...) Tussen de firma Generalcar en de diensten van Landsverdediging trad, zo blijkt uit het dossier, tenslotte nog een derde adellijke figuur uit de Brusselse CEPIC op, die behoorde tot het kabinet van VDB. Het gaat om Nicolas de Kerchove d'Ousselghem, die sedert 1967 een vaste kabinetsmedewerker van VDB is geweest. De Kerchove is sedert jaren de verbindingsman van de CEPIC met de niet-militaire organisaties van de NATO. In 1981 heeft hij met de Bonvoisin zitting in MAUE, in de beheerscommissie van het Legermuseum (waar Jo Gérard trouwens sedert 1971 door VDB werd geparachuteerd en nu de plak zwaait) en in de CEDI. Hij is voorzitter van de commissie voor defensie van de CEPIC en directeur van de Revue Générale.

De Kerchove  was ook jarenlang lid van de Bilderberg-groep en voorzitter van de Jeunes Dirigeants Politiques Atlantiques, een burgerlijke nevenorganisatie van de NATO. Zijn schoonbroer, graaf Yves du Monceau de Bergendal, ook een lid van het nationaal bureau van CEPIC en burgemeester van Ottignies, is zelf PSC-senator en lid van de senaatscommissie van Landsverdediging. Graaf du Monceau is een rechtstreeks vertegenwoordiger van het grootkapitaal in de CEPIC-top (vooral GB-INNO-BM en COBEPA).

8,653

(18 replies, posted in Westland New Post)

Volgens de fiche op de vorige pagina woonde Geschier in de Plantin en Moretuslei 107 in Antwerpen (in 1982-1983), dat is vlakbij het Delhaize-warenhuis aan de Plantin en Moretuslei. Toen ik dat las, moest ik aan onderstaand verhaal denken. Het heeft waarschijnlijk niets met elkaar te maken, maar je weet nooit:

(...) Zo werd ook gemeld dat bij Delhaize op de Plantin en Moretuslei te Antwerpen een mislukte poging tot overval zou gepleegd zijn door drie gemaskerde mannen, die zich verplaatsten met een Golf GTI. De politie zei echter dat het hier niet om een echte overval ging, maar dat het geheel is terug te brengen tot de angstpsychose die er momenteel heerst.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 november 1985 (tweede krant na de overval in Aalst)

8,654

(18 replies, posted in Westland New Post)

Herman Geschier reisde vaak met de majoor Bougerol en Francis Dossogne naar Beiroet. Het gezelschap werd er zelfs op de cover van een christelijk weekblad afgebeeld.

8,655

(9 replies, posted in Organisaties)

Ben wrote:

Er zaten twee Libanezen in de raad van bestuur van PDG: Felix El Alam en zijn echtgenote.

In de raad van bestuur van PDG, die de activiteiten van het PIO voortzette, zaten twee Libanezen: Felix El Alam en zijn echtgenote. Belgen die in Libanon wilden investeren moesten afdokken en het smeergeld kwam bij PDG terecht. Faez Al Ajjah was een zakenrelatie.

Bron: De Bende van Nijvel | Guy Bouten

8,656

(18 replies, posted in Westland New Post)

Ben wrote:

Hij was eveneens een ex-lid van VMO en één van de organisatoren van de vlucht van Eckerart Weil.

Volgens de Bonvoisin probeerde Geschier samen met Mercier Weil te "deponeren" in de kantoren van CEPIC in de Belliardstraat. En de Bonvoisin vervolgt: "Toen dat niet lukte wou men Weil verstoppen in mijn kasteel in Maizeret, met de bedoeling mij in opspraak te brengen."

Bron: De Bende van Nijvel | Guy Bouten

In datzelfde boek staat ook een gesprek dat Guy Bouten heeft gehad met Jean Bougerol. Tijdens dat gesprek komt Geschier ook aan bod:

Bouten: "Michel Libert, een voorman van WNP, stelde fiches op voor "Jean Bougerolles", u dus, maar hij spelde uw naam niet correct. Telefoon 071-51.73.12. Blijkbaar een geheim nummer. Fiche 444 handelde over Herman Geschier, bijgenaamd "de Rus". Ik citeer":

L'ident a été jusqu’à présent couvert pour toutes ses actions par l'administrateur-général de la Sureté Albert Raes. L'ident a organisé des réseaux pour le traffic de drogue avec un nommé Arabin et avaient pour origine l'Angola, la Zambie et Mozambique. Un certain Botta des services de Sureté de l'Afrique du Sud nous a informé. Le frère de Botta a été tué par Geschier.

La soeur de Arabin, un adjoint de Geschier, est marié avec un certain Breindel, résident à Insel Allemagne et travaillant au sein d’une organisation d'extrême gauche, la 'neo-internationale' qui serait à l'origine de nombreux attentats terroristes en Europe; L'ident a creé la firme Euromeat par des intermédiares bulgares. L'ident possède des relations suivies avec certains milieux de gauche au Nicaragua. L'ident a fait le 03 mai 1984 un voyage en Bulgarie et Yougoslavie.

Bouten: "Het had er de schijn van dat WNP als een echte inlichtingendienst functioneerde en voor u spioneerde."

Bougrol: "Ik had niks met WNP te maken. Punt."
Bouten: "Geschier was toch uw nauwe medewerker? U reisde vaak samen naar Libanon. Heeft het te maken met de vlucht van de Duitse neonazi en terrorist Ekkerhard Weil?"
Bougerol: "Ik heb met die zaak niets te maken. Dit heeft een onderzoek uitgewezen."

Een rapport van de Staatsveiligheid spreekt dit tegen. Weil moest met de hulp van Geschier via Antwerpen in het kasteel van baron de Bonvoisin in Maizeret worden ondergebracht. De Staatsveiligheid spande een val. Weil liep in Brussel tegen de lamp maar kon toch ontkomen. Bougerol zal hem verbergen in de abdij van Aulne en Weil zal in de buurt een tijdlang een café uitbaten. De majoor verdacht Geschier van verraad en liet hem in het oog houden. Twee correspondenten van Bougerol, de Vlaming Felix De Ceulaerde en Michel Libert, zullen tot tweemaal toe bij Geschier inbreken. In geval van nood konden ze een beroep doen op "monsieur Vincent", de codenaam voor commissaris Kausse van de Staatsveiligheid.

8,657

(218 replies, posted in Getuigen)

Wat is er belastend aan het bijhouden van gecodeerde nummers? Hij werkte voor de staatsveiligheid, wat niet verboden is. Hij kan het ook bijhouden als een soort van levensverzekering, wat gezien de gebeurtenissen in Zuid-Frankrijk geen dom idee blijkt te zijn.

8,658

(218 replies, posted in Getuigen)

Euh, hij kan dat ergens opgeschreven hebben. En met alle respect, maar uw commentaar op deze piste is echt niet onderbouwd. Ik hoor van verschillende bronnen dat Joël wel degelijk een betrouwbare getuige is. We weten op dit moment zeer weinig, dus kunnen we enkel afwachten.

8,659

(16 replies, posted in Plaatsen)

Dat is volgens mij niet geweten. Zou dit interessant kunnen zijn moest het in zaal 'Centrum' geweest zijn?

8,660

(0 replies, posted in Plaatsen)

Algemeen

Bossen

Belgische gemeenten

Plaatsen, straten, bedrijven

Buitenland