Toen Bert Eriksson enkele weken na de ontbinding van de 'oude' VMO, de 'nieuwe' VMO oprichtte, werd ook de naam van de beweging veranderd van Vlaamse Militanten Organisatie in Vlaamse Militanten Orde. Dit naar analogie met de vooroorlogse Dinaso Militanten Orden (DMO), de militie van het Verdinaso, geleid door commandant Jef François. Deze naamsverandering is geen onbelangrijk detail, maar het logisch gevolg van een evolutie, waarbij VMO omgevormd werd tot een semi-militaire organisatie, geschroeid op een fascistische discipline. Aan het hoofd van de Orde staat de 'algemene leider'. Van 1971 tot 1974 was dit Armand Eriksson, van 1974 tot 1977 Xavier Buisseret en vanaf 1977 opnieuw Eriksson.
Onder zijn rechtstreeks gezag staan de 'gouwleiders'. Dit zijn in 1981 Roger Spinnewijn in Brugge en Fernand Verbeeck in Mechelen. Op hun beurt voeren ze het bevel over 'kernleiders' die telkens verantwoordelijk zijn voor ene bepaalde stad.
Zoals het Belgisch leger zijn apart regiment para-commando's heeft, zo wordt ook de gevechtselite van de VMO georganiseerd in een speciale afdeling, de para-VMO. Voor het uitvoeren van 'operaties' wordt een 'commando' aangewezen door de leiding. Van de leden wordt een militaire discipline geëist. Punt drie van het tuchtreglement schrijft voor, dat "iedere militant steeds onmiddellijk en onvoorwaardelijk aan de bevelen gehoorzaamt". Buiten "de dienst" is hij "gehoorzaamheid verschuldigd", wanneer de omstandigheden zulks vereisen.
In punt zes van hetzelfde reglement worden de vergaderingen of 'operaties' beschouwd als "verplichte dienst", ze worden door niemand onderbroken alvorens "hiertoe door de leiding bevel gegeven wordt". Wie niet onmiddellijk gevolg geeft aan een bevel, krijgt een vermaning, bij 'weigering van bevel' een schorsing. Net als bij de strijdkrachten worden straffen uitgesproken door een tuchtraad. In 1975 werd deze voorgezeten door Eriksson. (...)
Wie zich bij de VMO wil aansluiten, moet formulieren invullen: een vragenlijst waarin niet alleen aandacht wordt besteed aan het extreem-rechtse verleden van de kandidaat-militant, maar ook aan de legeropleiding en de 'zuiver Europese afstamming' van verloofd of echtgenote. Volgens een verklaring van de VMO-leiding van februari 1980 moet de organisatie immers "een witte machtselite vormen". Maar zoiets, zo gaat de verklaring verder, "kan alleen door een onvoorwaardelijke trouw en gehoorzaamheid aan de Leider en de beginselen van de Orde."
In dit verband wordt een oude VNV-brochure geciteerd: "De leider ontwerpt. Hij beveelt. Hij bundelt. Hij is het symbool van de Orde. De Leider denkt, de volgelingen handelen." Pas als men deze principes in acht neemt, is men militant. "Het zal deze militaristische kern zijn die acties uitvoert, gevaarlijke en andere. Acties die pas succesvol kunnen zijn als de militant tot het uiterste gaat. (...) Als de militant de bevelen van de Leider onmiddellijk opvolgt en uitvoert! Zijn leuze is: Nichts kann uns rauben!" Bij deze wordt de militant vriendelijk aangemaand een verheven Vlaams lied te zingen, waarvan het refrein als volgt klinkt:
"Bevel is bevel!
Gehoorzaam de bevelen!
Al ging het naar de hel;
Geen duivel kan 's schelen;
Bevel is steeds bevel!"
De militaire opleiding van de militanten bestaat hoofdzakelijk uit man-tegen-man-gevechten, klimpartijen en het leren hanteren van vuurwapens. (...) Voor de militaire training wordt in grote mate binnen de VMO gezorgd, niet alleen door militairen en specialisten op de kampen, maar ook door oefenmeesters in de eigen lokalen. Zo gaf de gevechtsspecialist Roger Tibbackx, vaandeldrager van de para-VMO, zeker tot 1978 karatelessen in het Sint-Jorishof.
Tibbackx staat ook als instructeur vermeld op het dienstbericht voor het VMO-kamp dat in 1978 plaatsvond in La Roche. De brief vermeldt, dat onder zijn leiding op 13 juni 1978 om 15u30 oefeningen zullen gehouden worden in "formatie, opstelling, aanval en afweer."
Om de militaire opleiding van haar leden te verbeteren door de VMO graag een beroep op de deskundige hulp van grotere buitenlandse organisaties. Zo trokken de VMO-leden Roger Tibbackx, Johan Boumans, Leo Meulepas, Jan Van Cauter, Johan Van Wesemael en Johan Taeymans op 15 juli 1977 naar de Zuidfranse Alpen. Daar namen ze deel aan een commandokamp ingericht door de Groupes Nationalistes Révolutionnaires de Base (GNR). In de programmafolder voor het kamp worden onder meer vermeld: guerrillatechniek, commandotraining, gevechtstechniek en praktische oefeningen in de stad. De oefeningen in guerrillatechniek omvatten onder andere schietoefeningen met geweren.
Bron: Extreem-rechts en de staat | verschillende auteurs
Iedereen mag hier zijn eigen conclusies uit trekken, maar als ik zo'n zaken lees dan sluit ik zeker niet uit dat uit zo'n milieu's een "Bende van Nijvel" zou kunnen ontstaan.