In het tweede boek van Guy Bouten staat een fragment van een brief die Jozef Vienne ooit heeft geschreven over de bende Farcy. Hieronder kan je de brief lezen:
Het officiële beroep van Albert Farcy was antiquair, maar hij werkte niet en hield er een rijke levensstijl op na. We noemden hem altijd Bruno. Eigenlijk leefde hij van prostitutie, diefstallen en oplichting met gestolen cheques maar vooral van drugssmokkel. Hij gedroeg zich ten langen leste als een maffialeider die iedereen elimineerde die hem iets in de weg legde. Het begon allemaal in het klein, reeds als zestienjarige belandde hij wegens diefstal in een Frans verbeteringsgesticht maar evolueerde tot drugsbaron met kilo's heroïne en cocaïne.
Farcy bezat een bar, de Candy's, in de rue des Drapiers en een appartement op de Chaussée de Boondael vlakbij het kerkhof van Elsene. Op het gelijkvloers was er een schoenwinkel. Maar hij woonde in een huis in de rue de l'Hermine in Watermaal-Bosvoorde. Andere medebewoners waren zijn vader Germinal, geboren en getogen in Halluin, een Frans grensstadje vlak naast Menen, zijn vrouw Claudine Leclercq, afkomstig van Angumu in Zaïre waar haar vader een kleine diamantmijn uitbaatte, en verder zijn broer Edmond en het jonge hoertje Cathy. Bruno heeft een tijdje in Zaïre gewoond. Zijn schoonvader verkocht de diamanten aan Chinezen maar die betaalden veel te weinig. Bruno had dit vlug door en veranderde de spelregels.
Hij leerde alles over het gewicht of karaat, de helderheid, de kleur en de loepzuiverheid van de steentjes. Dit is hem later in België goed van pas gekomen. De eerste grote actie waaraan ik deelnam was de diefstal bij Depoortere in Kortrijk waar we voor miljoenen frank antiek stalen. Eric D'hondt en Paul Pourbaix waren ons daarbij behulpzaam. Pourbaix was een homo die zich als travestiet kleedde, vaak een blonde pruik droeg, zich zwaar maquilleerde en daarom "l'impératrice de Chine" werd genoemd.
Bruno vroeg me of ik zin had in een reis naar de VS. Zoals altijd kon ik hem niets weigeren. Hij was mijn god, mijn grote liefde en ik zijn slaaf. Mijn seksueel genot was de vernedering, het gepijnigd en geëxploiteerd worden. Geleerden noemen dit masochisme. Hij gaf me 60.000 frank voor de aankoop van een ticket op de luxepakketboot France. Twee weken voor het vertrek kreeg ik van hem een telefoontje met de vraag of ik niet mijn Volvo kon lenen gezien hij met zijn wagen een ongeval had gehad. "Maar maak je geen zorgen, als je terug bent zal de auto voor je klaar staan in Le Havre waar de France bij de terugreis zal aanleggen."
De dag van het vertrek spraken we af voor het Centraal Station in Brussel. Bruno zei me dat in mijn auto een vijftigtal etsen en schilderijen verstopt zaten, meestal Vlaamse meesters die hij de voorbije maanden had gestolen. Het was geen probleem om ze te verkopen in New York. Ik pruttelde tegen want de uitvoer van zulke kostbare kunstwerken is verboden. Hij zei me mijn mond te houden en dat dit mijn zaken niet waren. Trouwens een rijke vriend van hem, hij leek nogal belangrijk, financierde de hele onderneming.
Donald Maenhout stond ons in Le Havre met mijn geprepareerde wagen op te wachten. Er was nog een lading heroïne bij gekomen, maar dat wist ik toen niet. Maenhout was een goede kennis van commandant François en had al enkele keren de reis met tientallen kilo’s heroïne met de pakketboot gedaan. Me dunkt dat hij de commandant chanteerde. Farcy heeft hem later uit de weg geruimd. Hij wou me daarmee een plezier doen zei hij want Maenhout had na de diefstal bij Depoortere mijn naam aan de rijkswacht doorgegeven waardoor ik voor twee jaar in de gevangenis van Doornik belandde.
"Je vais Ie liquider." Dat waren zijn woorden. Men heeft hem met een list naar de Candy's gelokt. Ik geloof dat hij net had gegeten in de Copenhagen Tavern. Eerst heeft men hem gemarteld in de kelder en loden buizen van afbraakwerken op zijn rug gebonden met rond zijn nek een draad opgespannen met een staafje, "Ie supplice du garrot", en ten slotte werd hij in een deken gewikkeld en meer dood dan levend in de koffer van een auto naar Oostkerke vervoerd om hem daar te verdrinken in de Damse vaart. Bij de moord waren naast Bruno ook zijn broers Edmond en Michel betrokken maar ook Jean-Marc Usuwiel, een grote blonde man en drugsverslaafde die "petit cheveux" werd genoemd, eigenlijk een gevaarlijk heerschap, en de kleine magere Italiaan Mario Furlan, een echte klusjesman die veel metsel- en schilderwerk deed en altijd present was bij alle vuile zaakjes van de bende.
De moord had niets met drugs te maken maar met een zaak van gestolen cheques. Sommige daders waren toen aangehouden, waaronder Maenhout. Farcy vreesde dat hij de boel weer ging verraden. Ooit zei hij tegen me: "La mort de Hubert, c'est moi qui l'ai fait." Hubert was de schuilnaam van Maenhout. Hij heeft Bruno in 1972 voor het eerst in de drugsbusiness gebracht en leverde hem 700 gram pure heroïne. Bruno heeft toen een netwerk van kleine dealers georganiseerd. Nouuel Europe Magazine publiceerde enkele weken later onder de titel "Réseaux secrets de la drogue en Belgique" een artikel dat in Brussel zomaar heroïne op straat werd verkocht. De tip kwam van Maenhout en er werden een boel namen genoemd, onder meer de mijne maar ook die van D'hondt en Pourbaix.
Hubert wilde ons chanteren maar waarom? Bruno kon er niet mee lachen, hoewel hij me zeker niet over alles in vertrouwen nam. Hij zweeg als een graf over de dingen die het daglicht niet mochten zien. Zo heb ik pas achteraf de moord van een andere drugskoerier André Demaere vernomen, afgemaakt met vijf kogels in het hoofd, kaliber 7.65, en de schedel ingeslagen in een bunker ten noorden van Antwerpen. De reden was opnieuw verklikking. Demaere sprak met een BOB'er over een schilderijendiefstal in Breda waarbij niet alleen Raymond Lippens maar ook Bruno was betrokken. Ik hoor het hem nog zeggen: "Als wij het bewijs hebben dat hij klikte, dan zullen we hem liquideren."
Bovendien is er nog sprake geweest van twee andere lijken die op identieke wijze zouden zijn omgebracht, ditmaal in het gokkersmilieu. Ik heb toen de namen van de gebroeders Steurbaut horen vallen die zich inlieten met het innen van speelschulden. In de omgeving van de Farcy’s circuleerden veel kandidaat-doders, vooral Fransen en Italianen, die voor een klein bedrag iemand liquideerden zoals de klant verkoos. Bruno had in die periode een nieuwe vriendin, Rosette Reyntjes, voor de klanten Rita want ze werkte in de Longchamps, een bar op de Gentsesteenweg in Kortrijk.
Hij leerde haar kennen toen hij in de Vaartstraat een brocantezaak open hield: In het vrije sayetwijfje. Waarschijnlijk was het vroeger een textielwinkel geweest want "sayet" is West-Vlaams voor garen. Toen Bruno een tijd in voorhechtenis zat, begon Rita een relatie met een vrachtwagenchauffeur uit Bissegem. Bruno besloot na zijn vrijlating zijn rivaal meteen van kant te maken. De aanslag mislukte omdat het nylonkoordje brak dat tussen de ring van het ontstekingsmechanisme en de cardanas van de vrachtwagen was aangebracht. De zware springlading bestond uit een mengeling van rookzwak infanteriekruit en benzine opgeborgen in twee flessen Spa Reine en drie bussen Carolin-lijnolie. De ontsteking was afkomstig van het Franse leger.
Uit wraak verplichtte hij Rita de bar te verkopen, maar meneer stak wel de drie miljoen frank in eigen zak. In de Candy's diende hij haar zware medicijnen toe en een pak rammel, stampte zelfs op haar buik want ze was zwanger en verplichtte haar met de trein naar Kortrijk terug te keren. Rita overleed enkele dagen later aan een hersenbloeding. Bruno kon echt wreed zijn. Hij vertelde me eens dat hij wapens had gestolen uit een rijkswachtkazerne in Auxerre en over voldoende explosieven beschikte om gans Brussel op te blazen.
Hij durfde gewoon alles, maar wist ook dat hij op bescherming kon rekenen van het BIC en van commandant François en later, maar dat is een ander verhaal, van adjudant Goffinon. Ook zijn broer Edmond deinsde voor niemand terug en doodde eens in het zuiden van Frankrijk een kleurling door met een mes gewoon zijn buik open te rijten. In de Candy's tikte Bruno valse namen op de gestolen identiteitskaarten en rijbewijzen. Claudine was hem daarbij behulpzaam en huurde op verschillende plaatsen in de stad schrijfmachines. Ik heb zelf gezien hoe Farcy de officiële stempels namaakte van Ukkel en Écaussinnes en in de buurt entrepots huurde om gestolen goederen op te slaan die hij dan verkocht tijdens nachtelijke onderonsjes in de Tiroler Stuebler bij Melita op de Jacqmainlaan waar er voor grof geld werd gepokerd. Daar heb ik eens substituut Leroy gezien.
Ooit stelde "mijn meester" voor een bankrekening te openen en de cheques en bijhorende bankkaart aan hem te geven. Ik moest dan maar bij de politie aangifte doen dat de documenten gestolen waren. Al de hoeren die voor hem werkten deden dit, maar ik weigerde. Met de opbrengst kocht hij edelstenen en bontmantels. De cheques werden ontvreemd bij Amerikanen en Engelsen die adverteerden in The Bulletin, een blad dat alleen in de Brusselse agglomeratie verschijnt. Hij verkocht heroïne aan 5000 frank per shot meestal in de Prince Leopold in de Rue du Marché. Marcel Castris en zijn vriendin Dominique L'Hoir waren hem daarbij behulpzaam. De meisjes die voor Alain Moussa tippelden waren echt verslaafd.
Om terug te komen op mijn reizen naar de VS. Ik was in zijn ogen de geknipte persoon om de overvaart te doen: een ambtenaar, een beetje saai van uiterlijk, kortom betrouwbaar. Trouwens, zijn wil was wet. Ik had een maand verlof zonder wedde genomen en vroeg mijn baas of ik in de VS mocht gaan zien hoe de burgerbescherming daar functioneerde. Ik kreeg een aanbevelingsbrief mee en een vignet voor mijn auto met de vermelding "Interpolitie en Veiligheid". In New York werd mijn wagen onderzocht door een vrouwelijke douanier, maar ze vond niets verdachts. Ik nam mijn intrek in hotel Americana en plaatste de Volvo in de parking zoals afgesproken. Ik zou bezoek krijgen van een persoon waaraan ik de sleutels moest afgeven. Hij zou me dan enkele dagen later de lege wagen terugbezorgen.
Ik moest ook twee revolvers kopen van het merk Smith&Wesson. In de VS is de verkoop van wapens vrij. Er volgden tien dagen van verveling. Altijd maar wachten op X die niet afkwam. Mijn geduld geraakte op en ik belde naar Bruno. Die ging de zaak onderzoeken. Op een nacht gaf hij me een seintje dat hij Marcel Legros stuurde om de problemen op te lossen. Inderdaad, twee dagen later stond hij voor de deur, een revolver in de hand. Hij sprak met een mediterraans accent en beval me de sleutels af te geven. Drie dagen later kreeg ik een telefoon om naar de lounge van het hotel te komen. Marcel zat daar in het gezelschap van een andere persoon, een veertiger, mager postuur, zwart haar, drie gouden tanden bovenaan. Hij sprak Frans met een zwaar Corsicaans accent. Ik vroeg hem 10.000 dollar voor mijn persoonlijke kosten en 900.000 dollar voor de waar zoals Bruno me had bevolen.
No problem. Hij zou me morgen bij de inscheping het geld overhandigen. Zo geschiedde. Later las ik in de krant dat het lijk van Legros in Parijs uit de Seine was opgevist. Bruno stond me in Le Havre op te wachten. Ik gaf hem het geld en we reden naar Menen waar we een steak gingen eten op de Grote Markt. Daarna begaven we ons naar zijn broer Michel, die vlakbij woonde in Halluin in een kleine woning op een veldweg vlak achter de watertoren, een weg die vroeger gebruikt werd door de "blauwers", eigenlijk tabaksmokkelaars. Michel bezat een café op de Kortrijkse Veemarkt en liet ook samen met zijn vriend Nino Cirilli hoeren voor zich werken ondermeer in de Palermo in Ruddervoorde en in La Barraque in Dadizele.
Een dienster is er eens door een klant doodgeslagen. Michel en Nino waren razend want ze bracht veel geld op. Ze maakten plannen om de dader te folteren, naakt in de prikkeldraad te draaien en daarna in de Leie te gooien. Uiteindelijk gingen ze akkoord met de betaling van een hoog losgeld. Toch was Michel volgens Bruno niet in staat om grote deals te sluiten, in tegenstelling tot zijn broer Edmond, waarin hij veel meer vertrouwen had. Toen ik weer terugkeerde uit de VS, liet Michel me eens een put zien in de tuin van een huis in de Brugsestraat in Menen. Bruno kon dit niet appreciëren en werd kwaad. Hij snauwde: "Wel, nu ge het toch weet, die put dient om wapens en schilderijen te bewaren." En hij gaf zijn broer de opdracht verwarming en een thermostaat te plaatsen zodat het altijd 18 graden was.
Ik heb daarna nog drie reizen met de France gedaan, maar ook Maenhout en Michel Gigot fungeerden als koerier. Gigot was een heel mooie man, lang en mager, die altijd in het linkeroor een oorbel droeg en "le Parisien" werd genoemd. Bij Farcy zaten overal wapens verborgen, in elke kamer van zijn vijf appartementen of huizen. Op zekere dag vroeg hij mij om mee te gaan naar Amsterdam om er brown sugar te kopen. Omdat hij het Engels niet machtig was, moest ik het woord voeren. Een Chinese restauranthouder, Robbert Wong, leverde ons het spul.
Het was een kleine, magere man, rad van tong. Later hebben we nog een tiental keer heroïne gekocht. Bruno dealde dan in Brussel. Hij leerde Wong kennen via zijn schoonvader in Zaïre die aan Wongs familie diamant verkocht. Volgens Bruno aan een veel te lage prijs. De Chinezen hadden echter een tegenargument, het was immers een hele krachttoer om de steentjes het land uit te krijgen door het corrupte en onbetaalde ambtenarenapparaat van president Mobutu, waarop Bruno repliceerde dat hij dit wel kon regelen zoals hij dit ook voor drugs kon. En zo brachten de Chinezen hem in contact met hun familielid Wong in Amsterdam.
Ik was intussen bij de Farcy's gaan wonen en kreeg er kost en inwoning. Maandelijks reisde ik naar Amsterdam om de drugs op te halen. Bruno speelde informatie door aan de DEA en commandant François, daar ben ik zeker van, en Wong werd opgepakt. Maar Sam, een andere Chinees, stond al klaar om de handel over te nemen. Eigenlijk heet hij Lau Kan Tak, maar hij gebruikte nog andere namen. Commandant François was onder de indruk van Bruno's Chinese kennissenkring en toonde grote interesse voor Sam. Bruno zag het intussen hoe langer hoe groter en samen met z'n nieuwe Chinese compagnon besloot hij voortaan de heroïne rechtstreeks in Bangkok aan te kopen. Hij stuurde daarvoor Michel Gigot en Eric D'hondt op pad.
Ik was ook weer van de partij. Samen met Bruno trok ik naar Bangkok en nam mijn intrek in hotel Hyatt Rama. Ik had alleen een probleem hoe we in Zaventem voorbij de douane zouden geraken. Bruno zei dat dat mijn zaken niet waren maar dat er een oplossing was gevonden. We gaven Sam de dollars om heroïne aan te kopen in Bangkok waar hij zijn entrees had. Sam zei dat alles oké was en dat de valiezen op de luchthaven zouden staan en dat hij ons daar het ticket zou overhandigen. Bruno vertrok eerder naar huis en ik moest de valiezen begeleiden. Later vernam ik dat er zeven kilo zuivere heroïne in zat, handig verstopt in een dubbele bodem. In Brussel aangekomen moest ik me van de valiezen niets aantrekken.
Ik was nog maar pas gearriveerd in de woning van Bruno in de Herminelaan in Bosvoorde of er belde iemand aan. De persoon had een middelmatig postuur, droeg een baard en een snor, donker haar en was deftig gekleed, corpulent. Het bleek Jean-Pierre Van Grunderbeeck van het BIC te zijn. Dit scenario zal zich meerdere keren herhalen. Telkens als wij uit Bangkok kwamen bracht hij de valiezen. Het systeem werkte perfect. De hoeveelheid brown sugar was altijd correct en zat verstopt in de valse wand van een zwarte Samsonitevalies. 's Anderdaags leverde ik het spul af in Amsterdam. De boss van Sam was een Chinese vrouw. Ik heb haar nooit gezien en kan haar dus niet beschrijven. Ik maakte mijn afspraken met Sam vaak in de coffeeshop van het hotel, hoewel ik nogal afwisselde om niet te veel op te vallen.
Daarom ging ik soms langs in de bar Madrid waar ook Sabena-piloten zich kwamen amuseren. De zaak was eigendom van Guillaume Vogeleer, een gewezen huurling die nog vocht in Katanga. Ik ontmoette er eens Raymond Lippens, een oude kennis van Bruno uit het prostitutiemilieu en een verwoed gokker. Hij was op de vlucht voor het gerecht na de kraak van de eeuw. Uit de kluizen van de Société Generale in de Brusselse Hoogstraat stal hij meer dan 100 miljoen frank aan geld en waardepapieren. Hij bezat een vals Iers paspoort. In de Madrid ontmoette ik nog een landgenoot, een zekere Vande Weghe, eigenaar van antiekzaken in Knokke en Brussel. Ik betaalde Sam meestal 180.000 frank voor één kilo brown sugar en kocht altijd tussen de zeven en de tien kilo.
Hier bracht dit een veelvoud op. Farcy verkocht aan zijn dealers aan een tarief van 1000 frank per gram. En die verkochten op straat aan 4000 à 5000 frank per gram. Voor een shot heb je een gram nodig. Van Grunderbeeck kreeg voor zijn tussenkomst in Zaventem telkens een half miljoen frank. Op zekere dag heeft hij Bruno bedrogen en een deel van de drugs gepikt. Die dag was hij bijzonder laat met de valies, maar echte bewijzen bezaten we niet. De bende van Farcy groeide inmiddels uit tot een echte familie. Bruno was de chef en hij duldde geen tegenspraak. Het milieu respecteerde hem en gewiekste gangsters als Julien en Leon De Staerke waren hem respect verschuldigd.
Bruno frequenteerde de Fouquet's in de Jacqmainlaan waar Michel Dewit, de peetvader van het prostitutiemilieu, zijn hoofdkwartier had. Hij ontmoette typen als Beijer van de sectie drugs van de BOB in de Copenhagen Taverne om er zijn relaties met de Chinese triades toe te lichten. Vanzelfsprekend tegen bescherming. Het was hier een spel van geven en nemen. Donnant donnant. Men spreekt dikwijls van de Italiaanse maffia maar bij ons was het niet anders. De magistraat Claude Leroy en de GP'er Fredo Godfroid aten uit zijn hand. Hoewel, er waren ook politiemannen die niet omkoopbaar waren. Karel Clonen was een trouwe klant van de Candy's. Hij zorgde ervoor dat Bruno in een jaar tijd 465.000 frank tipgeld kreeg. Toen Bruno in de gevangenis van Scheveningen zat omdat hij op heterdaad betrapt was met drugs verborgen in de binnenband van een auto nam zijn broer Edmond de zaken over.
Volgens mij is Bruno toen geflikt geweest door een informant van Polo Wuyts van de GP. BIC-agent Roger Dessoy, die niet corrupt was zoals Clonen en Declercq, heeft toen een val opgezet voor Bruno in Den Haag. Ik heb Bruno toen enkele keren bezocht in het gezelschap van zijn vrouw Claudine. Hij was fel gebeten op Clonen die hij ervan verdacht achter zijn rug samen met Van Grunderbeeck 20 kilo heroïne te hebben verpatst zonder dat hij er ook maar één cent aan had verdiend. Hij rook zijn kans op een forse strafvermindering maar dan moest ik eerst naar Bangkok gaan om heroïne te kopen, ditmaal in samenwerking met de rijkswacht.
Het was de bedoeling Sam en de Ling Ming Siu-triade op te rollen. Adjudant Goffinon was onze contactpersoon. Ik heb Goffinon daarna viermaal ontmoet. Er werd afgesproken 7,5 kilo heroïne mee te brengen, met de goedkeuring van het parket van meneer Deprêtre, een gecontroleerde zending dus. Goffinon was een keer in het gezelschap van een collega met zwart haar en een bril die voortdurend aan zijn snor pulkte en wat hardhorig was. Hij bood me een vals paspoort aan, wat ik weigerde. In Bangkok vroeg ik Sam om brown sugar te leveren, op krediet wel te verstaan. Sam verzekerde me dat indien er iets misliep hij failliet was. Misschien was dit wel de bedoeling want eenmaal Sam uitgeschakeld had Farcy de baan voor zich alleen om in België, Nederland en Frankrijk de prijs voor heroïne te bepalen. Wat hem achteraf ook gelukt is.
Goffinon had in Brussel intussen een luxeappartement gehuurd in de buurt van de Louizalaan met garage om de Chinezen in de val te lokken. Er is dan iets vreemds gebeurd. Bruno vroeg me 20 kilo extra mee te brengen. Vlak voor mijn afreis sprak ik er Goffinon nog over aan en die verzekerde me dat hij akkoord ging: Ik herinner me nog zijn woorden: "Et vous allez envoyer tout à moi?" De adjudant zei me ooit: "Als ik kan verdienen zal ik het voor de moeite niet laten, maar ik zal nooit nemen wat aan anderen toebehoort zoals het BIC doet." Intussen kreeg ik via Claudine van Bruno het bevel om die 20 extra kilo's bij zijn schoonbroer in Nairobi af te leveren.
Om naar daar te vliegen was ik verplicht via Karachi te vliegen. Ik moest echter een nacht ter plaatse blijven omdat het vliegtuig naar Kenia plots was gecanceld. De douane heeft toen mijn koffers open gemaakt en de drugs ontdekt. Ik ben dus in een val gelopen. Achteraf heb ik van Farcy vernomen dat Eric D'hondt mij voor veel geld bij de DEA heeft verraden. Bruno besloot hem te liquideren maar D'hondt rook onraad en kon tijdig naar de Amerikaanse ambassade in Brussel vluchten. Later is hij ook in Pakistan gearresteerd. Commandant François is mij komen opzoeken in het gezelschap van commissaris Devriese uit Brugge, die vooral geïnteresseerd was in de moord op Maenhout. Maar van François kreeg ik de indruk dat hij een andere drugszaak kwam regelen. Ik heb in dat verband de naam Kahn horen vallen. Hij heeft toen ook D'hondt opgezocht die problemen had in verband met een grote cannabiszaak.
François gedroeg zich als een James Bond, agent 007, arrogant, flitsend, betweterig, zelfbewust, veel glitter. Op een keer stond hij daar in het gezelschap van een mooie Pakistaanse, lang zwart haar, slank en gracieus en behangen met juwelen. Zij was lid van de DEA en de spil van operatie "Poker" door de Amerikanen opgezet om Pakistan te helpen in zijn strijd tegen de bloeiende drugssmokkel. De Pakistaanse douane kreeg toen moderne communicatieapparatuur en boten om te patrouilleren in de haven van Karachi. De commandant heeft me onder druk gezet om een brief te schrijven naar majoor Vernaillen en daarin Goffinon zwart te maken. Het schandaal rond het NDB was pas uitgebroken.
Het ging over een zaak van antiekdiefstallen waarin Farcy en Van Grunderbeeck betrokken waren. De verzekeringsmaatschappijen betaalden forse premies als de gestolen schilderijen of juwelen werden teruggevonden. Farcy kreeg het tipgeld en gaf de BIC-man een percentage. Als de antiekzaak niet verzekerd was moest ik de eigenaar contacteren om hem te polsen hoeveel hij wou betalen om de gestolen waar terug te krijgen. Van Grunderbeeck leende dan een bandrecorder om het gesprek op te nemen. Ik herinner mij een diefstal van antiek en schilderijen in de Arcade Stephanie, in een bank op de Bergense Steenweg en in de Galerie Louise.
De commandant heeft me verplicht om Goffinon te beschuldigen in plaats van Van Grunderbeeck. Ik weet niet waarom maar hij wou vermijden dat Farcy nog langer met Goffinon samenwerkte. Zag hij in de BOB-adjudant een concurrent? Of had die een andere agenda? Farcy was ook een verwoed wapenverzamelaar en een degelijk wapenmaker. Hij was voortdurend wapens aan het kopen en verkopen. Tweemaal liet hij zijn bende inbreken bij wapenhandel Binet in de Koningsstraat in Brussel. Marcel Castris, Ie gros Marcel omdat hij zo dik was, Constant Hormans, Francis Lus en de chauffeur, een zekere Bauw, die in een BMW reed.
Edmond Farcy had de leiding en ik heb ooit een grote snijtang zien liggen in de Candy's die voor de overval gebezigd werd. Maakten verder deel uit van de bende: Albert Bouckaert, eigenlijk de persoonlijke lijfwacht van Bruno en actief in de drugshandel, Denis Marin en Victor Van Obbergh, alias Vicky, die ook vaak optrok met de broers De Staerke, echte dieven en helers van gestolen goed op het Vossenplein en Michel Gigot, een fotograaf uit Namen, nogal kunstzinnig, een heel mooie man die een relatie heeft gehad met de Franse filmster Nathalie Delon maar zelf aan de heroïne was verslaafd.
Zij verdeelden de drugs aan kleine dealers zoals Mario Furlan, de gebroeders Cirilli, Alain "les gros bras", een portier van de Vaudeville in de Sint-Hubertusgalerij en verder de uitbater van een grote taverne op de hoek van de Wetstraat en de Kunstlaan en de eigenaar van een klein restaurant op de hoek van de Koninginnegalerij en de Beenhouwersstraat. Farcy bewaarde zijn wapens en drugs bij zijn broer in Halluin maar ook in Huizingen en in Rebecq-Rognon vlak bij het bos van Houssière waar hij voor 5 miljoen frank een kleine villa kocht met een terrein van drie hectare op naam van Caty Decoomen, het liefje van zijn broer
Edmond.
Farcy was heel rijk maar had niets op zijn naam staan. Zelfs de Candy's stond op de naam van zijn vrouwen van Marie-Hélène Denoyelle, een prostituee uit Tourcoing. Hij bezat bankrekeningen in Frankrijk en Luxemburg. Vaak heb ik kleine coupures van twintig en honderd frank bij de banken moeten wisselen voor biljetten van 5000 frank. Als ik een optelsom maak zeker voor drie miljoen frank. Farcy kende met niemand medelijden. Hij had absoluut geen last met zijn geweten. Iemand die zijn schulden niet kon betalen werd genadeloos afgemaakt. Ooit vertelde Bruno mij dat hij een drugslab wilde oprichten om brown sugar te maken. Hij zou er cocaïne aan toevoegen om het gewicht te verhogen. Het transport van de morfinebasis, verborgen in jerrycans, gebeurde langs de autoweg Brussel-Mons. Meer weet ik er niet van.
Ik heb ooit iets opgevangen van een schuilplaats dicht bij de Van Praetbrug in een zigeunerkamp. Zijn broer Jacques die ook een fermette bezat in Halle vertoefde er vaak. Bruno verstopte zijn geheimen, papieren en agenda's in de schouw van de kleinste kamer op de tweede verdieping van zijn huis in Bosvoorde. Er zaten de telefoonnummers in van antiquairs die op de witwascarrousel waren gesprongen en van belangrijke dealers zoals Piet Clement in Amsterdam en Van Nispen in Breda en aantekeningen over Condemine en Desoulière van het SAC, een Franse geheime organisatie waarin gewezen politielui samenwerkten met criminelen. De politici Pasqua en Chirac speelden in de SAC een belangrijke rol.
Om de Belgische speurders op een dwaalspoor te brengen gebruikten we voor het noteren van de telefoonnummers een speciale sleutel. We telden bij elk cijfer het getal 3 op. Als de som boven de 10 eindigde, bijvoorbeeld 9 plus 3 is 12, markeerden we het tweede cijfer met een punt. Om het juiste nummer te draaien volstond het dus om van elk cijfer 3 af te trekken.
De Belgische autoriteiten hebben me in de steek gelaten. Men had me beloofd me vrij te laten als ik aan het onderzoek zou meewerken. Dit is niet gebeurd. Mijn fysieke gezondheid is zwak. Ik heb al tweemaal een hartaanval gehad. Qua medicijnen ben ik volledig afhankelijk van de Belgische ambassade. Ik heb tot nog toe alleen bezoek gekregen van Nadine Leclercq, de schoonzus van Bruno. Zij vertelde me dat hij geen geld heeft om mijn boete en borgstelling van 20.000 dollar te betalen, wat een flagrante leugen is. Vandaar dat ik niet vrij kom. Via een kennis heb ik dan vernomen dat Bruno zelfs Nino Cirilli naar Karachi heeft gestuurd om mij uit de weg te ruimen.