<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<rss version="2.0" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
	<channel>
		<title><![CDATA[Bende van Nijvel — 1970-1979]]></title>
		<link>https://www.bendevannijvel.com/forum/index.php</link>
		<atom:link href="https://www.bendevannijvel.com/forum/extern.php?action=feed&amp;fid=69&amp;type=rss" rel="self" type="application/rss+xml" />
		<description><![CDATA[The most recent topics at Bende van Nijvel.]]></description>
		<lastBuildDate>Mon, 02 Mar 2026 19:04:02 +0000</lastBuildDate>
		<generator>PunBB</generator>
		<item>
			<title><![CDATA[Quenast: 15 Juni 1975]]></title>
			<link>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3740&amp;action=new</link>
			<description><![CDATA[<p><strong>Samenvatting</strong><br /></p><ul><li><p>Wat? Moord op een taxichauffeur</p></li><li><p>Wanneer? In de nacht van 14 op 15 juni 1975</p></li><li><p>Waar? De oude Steenweg naar Bergen te Quenast » <a href="https://maps.app.goo.gl/BuGnhji35ReA8Eac6">Google Maps</a></p></li><li><p>Wie? Jean Bellemans, een 18-jarige landbouwstudent</p></li><li><p>Status: Opgelost</p></li></ul><p>In de nacht van 14 op 15 juni 1975 werd de 34-jarige Grieks-Belgische taxichauffeur Georges Spartalis uit Koekelberg gewurgd aangetroffen in zijn taxi langs de oude Steenweg naar Bergen in Quenast; hij was beroofd van zijn geld en vertoonde sporen van een gevecht buiten het voertuig.</p><p>Het onderzoek van de rijkswacht van Tubeke en het parket van Nijvel leidde snel naar de 18-jarige landbouwstudent Jacques Bellemans uit Quenast, die bekende dat hij de chauffeur in paniek had gewurgd met een zelfgevlochten touw nadat de ritprijs was opgelopen tot 400 frank terwijl hij slechts 200 frank bij zich had. Bellemans werd in staat van beschuldiging gesteld en opgesloten in de gevangenis van Nijvel.</p><p><strong>Taximan gewurgd om zijn geld</strong></p><p><em>In de nacht van zaterdag op zondag werd de taxichauffeur van Griekse afkomst Georgiou Spartalis (34), wonende aan de Jettelaan te Koekelberg, op een grasberm langsheen de verlaten oude Steenweg naar Bergen te Quenast gewurgd. De man was van zijn portefeuille, waarin een paar duizenden franken staken, beroofd.</em></p><p><em>Zondagmorgen rond 7 u. zagen bewoners van de Oude Steenweg naar Bergen - deze straat is voor het verkeer buiten gebruik - een taxi, een zwarte Mercedes met het taxinummer 3828, verlaten op een grasberm staan. Achter het stuur van de auto zat de chauffeur Spartalis dood.</em></p><p><em>Onmiddellijk werd de rijkswacht van Tubize verwittigd. Deze kwam ter plaatse evenals het parket van Nijvel onder leiding van onderzoeksrechter Joris. Uit het door deskundigen ingesteld onderzoek bleek dat Spartalis, na een gevecht buiten de wagen - aan zijn broek waren sporen van gras en gedroogde aarde - werd gewurgd en nadien achter het stuur van zijn auto werd geplaatst. De wurging geschiedde vermoedelijk met de afgesneden veiligheidsgordel van de auto.</em></p><p><em>De mogelijkheid bestaat nochtans dat Spartalis met een koord of met een stuk elektrische draad werd gewurgd. De moord werd omstreeks 3u.30 zaterdagnacht gepleegd. Van de dader(s) van deze roofmoord op de voor een bedrijf uit Sint-Joost-ten-Node rijdende taximan heeft men nagenoeg geen spoor. Voor het gerecht wordt het oplossen van deze moord een zware dobber.</em></p><p>Bron: De Standaard | 16 Juni 1975 </p><p><strong>Taxichauffeur gewurgd te Quenast</strong></p><p><em>Zondagochtend merkte een voorbijganger langsheen de oude Chaussée de Mons te Quenast een stilstaande taxi op, waarvan de koplampen brandden. In de wagen lag de chauffeur. Deze werd overgebracht naar het ziekenhuis te Tubeke, waar men slechts het overlijden van de man kon vaststellen.</em></p><p><em>De lijkschouwing wees uit dat de taxichauffeur, de h. Georges Spartalis, 34 jaar, van Griekse nationaliteit, was gewurgd. De dood trad waarschijnlijk tussen 3 en 4 uur &#039;s ochtends in.</em></p><p><em>In de wagen ontdekten de speurders een portefeuille met enkele 1000 fr. biljetten, een lederen vest, een pakje sigaretten en een transportboek. Hierin stond de laatste rit opgetekend : het aangeduide uur was 21.20 uur.</em></p><p><em>Aangezien de broek van het slachtoffer sporen van slijk vertoonde en het gras rondom de wagen vertrappeld was, rees het vermoeden dat de h. Spartalis buiten zijn voertuig was vermoord.</em></p><p><em>Het onderzoek bracht voorts aan het licht dat het slachtoffer zondagnamiddag drie jonge Brusselaars had opgepikt. Over de h. Spartalis werd bekend dat hij alleen leefde, maar nog al eens in contact kwam met andere Grieken.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Juni 1975</p><p><strong>Jongeman wurgde taxivoerder in paniek</strong></p><p><em>De in de nacht van zaterdag op zondag op de taxi-voerder Georgiou Spartalis (34) uit Koekelberg te Quenast gepleegde moord is opgelost. De dader is de 18-jarige landbouw-student Jacques B. uit Quenast.</em></p><p><em>Hij wurgde de taximan uit paniek, omdat de rekening was opgelopen tot 400 fr, terwijl hij slechts 200 fr. bij zich had.</em></p><p><em>Jacques B. had de gewoonte iedere zaterdagavond in Brussel te gaan dansen. Telkens liet hij zich per taxi naar zijn woonplaats terugvoeren.</em></p><p><em>Vorig weekeinde nam hij aan het Louisaplein een taxi om naar huis te rijden. De chauffeur vergiste zich van weg en daardoor liep de rekening op tot 400 fr. B, die slechts 200 fr. bij had, geraakte in paniek en wurgde Spartalis met een touw.</em></p><p><em>Dat touw bracht de politie op het spoor van B. Deze had immers de gewoonte touwen te vlechten met stevige grassoorten, en met een dergelijk touw werd de moord gepleegd.</em></p><p><em>Jacques B., die door onderzoeksrechter Joris te Nijvel in staat van beschuldiging werd gesteld, werd in de gevangenis van Nijvel opgesloten.</em></p><p>Bron: De Standaard | 19 Juni 1975 </p><p><strong>Moordenaar van taxichauffeur is 18-jarige student</strong></p><p><em>Dinsdagnacht is de BOB van Nijvel erin geslaagd een jongeman aan te houden in verband met de moord op de 34-jarige taxichauffeur, Georges Spartalis. De aangehoudene is de 18-jarige landbouwstudent Jacques Bellemans van Quenast.</em></p><p><em>Hij had de gewoonte iedere zaterdagavond te gaan dansen te Brussel, waarna hij zich per taxi terug liet voeren naar zijn woonplaats. De gerechtelijke politie kwam de moordenaar van de taxichauffeur op het spoor door een touw: de moordenaar had de gewoonte touwen te vlechten met stevige grassoorten. Met een dergelijk touw werd de chauffeur gewurgd.</em></p><p><em>Bellemans heeft bekend dat hij zaterdag naar Brussel was gegaan en dat hij op het Louisaplein een taxi had genomen om terug naar huis te rijden. De chauffeur had echter een verkeerde weg genomen, zodat het bedrag op de kilometerteller was opgelopen tot 400 fr., terwijl Bellemans nog slechts 200 fr. op zak had.</em></p><p><em>De jonge man moet dan zijn gegrepen door paniek. Hij heeft een touw uit zijn zak genomen en heeft de taxichauffeur gewurgd tot hij levenloos bleef liggen. Vervolgens heeft Bellemans het lichaam op de achterbank van de taxi gelegd en heeft de vlucht genomen. Tussen 3 en 4 u. bezocht hij enkele dancings uit de streek.</em></p><p><em>Het zou voor de gerechtelijke politie een bijzonder moeilijke taak zijn geweest, indien de dader niet tot bekentenissen zou zijn overgegaan: de gerechtsartsen hadden het vermoedelijk uur van de misdaad immers vastgesteld tussen 3 en 4 u.</em></p><p><em>Na een langdurig verhoor in het kantoor van onderzoeksrechter Joris, werd Bellemans officieel in staat van beschuldiging gesteld en opgesloten in de gevangenis van Nijvel.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Juni 1975</p><p><strong>Honderden taxichauffeurs tegen dragen van gordel</strong></p><p><em>Donderdagnamiddag hebben een paar honderd taxichauffeurs gedurende bijna twee uur in de Wetstraat te Brussel gemanifesteerd. Zij protesteerden hiermee tegen het dragen van de autogordel, dat - naar zij beweren - reeds aan een van hun collega’s het leven kostte.</em></p><p><em>Omstreeks drie uur bood zich een zevenkoppige afvaardiging van de chauffeurs op het kabinet van minister Chabert van Verkeer aan. Aangezien de minister zich op dat ogenblik in Kopenhagen bevond, waar hij een raadszitting van de Europese ministers van Transport bijwoonde, stond luitenant - kolonel Passchierssens de manifestanten te woord. Hij is de verbindingsofficier van de rijkswacht, die permanent op het departement van Verkeer is gevestigd.</em></p><p><em>Passchierssens beloofde de taxichauffeurs dat hij hun eisen onmiddellijk aan de minister zou voorleggen en dat hij op spoed zou aandringen bij de behandeling ervan. Hij verkreeg tevens dat de taximannen niet meteen binnen de maand - zoals zij eerst hadden gedreigd - naar hardere middelen zouden grijpen, indien zij tegen die tijd geen voldoening krijgen, omdat gewoon praktisch in die korte tijd geen nieuwe maatregelen kunnen getroffen worden. Tevens gaat het hier om een Benelux-overeenkomst, waaraan België op eigen houtje geen veranderingen kan aanbrengen.</em></p><p><em>Op dit ogenblik genieten taxichauffeurs reeds van uitzonderingen op de gordelwet. Zij hoeven het tuig niet om te snoeren wanneer zij in hun wagen op klanten wachten, en evenmin wanneer zij klanten vervoeren. In alle andere omstandigheden geldt de wet voor hen wel. Thans vragen zij echter dat de gordel gewoonweg uit hun voertuig zou worden verwijderd.</em></p><p><em>Manifestatie</em></p><p><em>Het is trouwens toen de stoet van een kleine duizend taxichauffeurs donderdagmiddag van Zaventem terugkeerde, dat het in het Brusselse stadscentrum onverwacht tot een luidruchtige, maar tevens goedmoedige manifestatie kwam.</em></p><p><em>Toen de eerste wagens ter hoogte van de Kunstlaan (kleine ring) aangekomen waren, hielden zij halt. Alleen de blauwe taxi&#039;s ontbraken op het appel, naar de andere chauffeurs beweren omdat deze groep van haar bestuur formeel verbod had gekregen om aan enige betoging deel te nemen.</em></p><p><em>Ondertussen was ook de rijkswacht ten tonele verschenen. In tegenstelling tot de Brusselse stadspolitie, die het aanvankelijk op een harde manier probeerde (een officier moest voor de betogers zelfs zijn heil zoeken in een controlewagen), slaagde de gendarmerie er in met zachte hand de sliert manifesterende wagens op een zijspoor te loodsen. Zo kon het verkeer in de Wetstraat - zij het met de nodige vertraging - zijn gang blijven gaan, ondanks het feit dat tussen halfdrie en vier uur daar een 200-tal taxichauffeurs op de twee rechterbaanvakken hadden post gevat.</em></p><p><em>Terwijl een Puma-helikopter op een paar honderd meter hoogte de hele zaak in de gaten hield, werd na terugkeer van de delegatie der manifestanten, de stoet omstreeks 4 u. zonder enig incident ontbonden. De Friese ruiters, die werden klaar gehouden om desnoods de weg naar het parlement af te grendelen, hoefden geen dienst te doen en de paar betogers die poogden te voet de beruchte zone te bereiken, werden door de ordediensten zonder pardon teruggestuurd.</em></p><p><em>Eredienst</em></p><p><em>Alles is eigenlijk begonnen met de moord op de te Koekelberg wonende Griekse taxichauffeur Georges Spartalis. Het stoffelijk overschot van deze 34-jarige ongehuwde Griek werd tijdens het voorbije weekeinde aangetroffen in de Waals-Brabantse gemeente Quenast. De taxichauffeur was gewurgd. Dinsdagnacht slaagde de BOB van Nijvel er in de dader aan te houden. Het betreft de 18-jarige student Jacques Bellemans, van Quenast.</em></p><p><em>Volgens de gerechtelijke politie werd de taxichauffeur gewurgd met een uit stevige grassoorten gevlochten touw. Maar de taxichauffeurs nemen met die versie geen vrede. Ze voeren aan dat hun collega werd gewurgd met zijn autogordel. Er zouden zelfs vingerdikke wurgsporen op de hals van het slachtoffer zijn aangetroffen. En dit kan toch niet, aldus taxichauffeurs, van een touw afkomstig zijn.</em></p><p><em>Donderdag, omstreeks het middaguur, had in de protestantse kerk aan de Stalingradlaan te Brussel de kerkelijke eredienst voor de gewurgde Griekse taxichauffeur plaats.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Juni 1975</p>]]></description>
			<author><![CDATA[null@example.com (Ben)]]></author>
			<pubDate>Mon, 02 Mar 2026 19:04:02 +0000</pubDate>
			<guid>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3740&amp;action=new</guid>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Baisieux: 16 Mei 1974]]></title>
			<link>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3739&amp;action=new</link>
			<description><![CDATA[<p><strong>Samenvatting</strong><br /></p><ul><li><p>Wat? Roofmoord op een cafébaas uit Doornik.</p></li><li><p>Wanneer? 16 Mei 1974</p></li><li><p>Waar? Op de autosnelweg tussen Rijsel en de Frans-Belgische grens, in Baisieux »<a href="https://maps.app.goo.gl/M1WpQpqiwWYLRuk38">Google Maps</a></p></li><li><p>Wie<br />- <a href="https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3221">Alfred Vandeputte</a> (27)<br />- Michel Fontaine <br />- Bernard Delbart (27)<br />- Roger Vandeputte<br />- Jean Crépillon</p></li><li><p>Status: Opgelost</p></li></ul><p>In mei 1974 beraamden de Doornikse taxichauffeurs <a href="https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3221">Alfred “Freddy” Vandeputte</a> en Michel Fontaine, samen met Jean Crépillon, de beroving van caféhouder Emile Gorts, die bekend stond grote geldsommen op zak te hebben. Op de terugweg van Rijsel naar België kroop Fontaine, met medeweten van Crépillon en Vandeputte, gewapend en gemaskerd in de taxi en probeerde Gorts te beroven; tijdens een worsteling werd een schot gelost waarbij Gorts zwaargewond raakte en later overleed aan de gevolgen van de kogelwonde.</p><p>Het onderzoek bracht een bredere misdaadreeks aan het licht, waaronder gewelddadige diefstallen en brandstichting door de bende van Vandeputte. Voor het Hof van Assisen van Henegouwen werden Vandeputte en Fontaine schuldig bevonden aan diefstal met geweld met de dood tot gevolg zonder oogmerk te doden en veroordeeld tot levenslange dwangarbeid; Bernard Delbart kreeg acht jaar en Roger Vandeputte twee jaar met gedeeltelijk uitstel. Jean Crépillon werd afzonderlijk door het Hof van Assisen van Douai veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf wegens diefstal en medeplichtigheid aan moord.</p><p>Alfred Vandeputte, Michel Fontaine, Bernard Delbart en Roger Vandeputte tijdens het assisenproces:</p><p><span class="postimg"><img src="https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/alfred10.jpg" alt="https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/alfred10.jpg" /></span></p><p><strong>Doornikse cafébaas in geheimzinnige omstandigheden neergeschoten te Rijsel</strong></p><p><em>Emile Gorts, een 44-jarige uitbater van een herberg op het Sint-Pietersplein te Doornik, is in de nacht van zaterdag op zondag te Rijsel het slachtoffer geworden van een aanranding. De man kreeg een kogel in de hals die tot in de linker schouder drong.</em></p><p><em>Gorts wordt verpleegd in een ziekenhuis van Rijsel. Zijn toestand is kritiek. Zaterdag was Gorts met een taxi naar de Noord-Franse stad gereisd.</em></p><p><em>Bestuurder van het voertuig was Jean-Marie Crépillon (32), wonende boulevard Derwart te Doornik. Op de terugreis werd de auto tegengehouden aan de grenspost te Hertain. Toen ze de taxi controleerden zagen ze een bloedende en zwaargewonde Gorts naast de chauffeur zitten. De rijkswacht werd verwittigd en deze liet Gorts overbrengen naar een ziekenhuis te Doornik.</em></p><p><em>Wegens de ernst van zijn toestand werd de gewonde in de loop van zondag naar een gespecialiseerd ziekenhuis te Rijsel overgebracht, waar werd meegedeeld dat Gorts in levensgevaar verkeert.</em></p><p><em>Aanrander</em></p><p><em>Jean-Marie Crépillon deed aan de rijkswacht het relaas van een aanranding. Volgens hem waren ze juist uit Rijsel vertrokken om naar Doornik te rijden, toen zich op de achterbank van de taxi een man verhief, die zich daar schuil had gehouden.</em></p><p><em>Onder bedreiging van een revolver eiste hij van de chauffeur en de passagier geld. Gorts overhandigde zijn brieventas, maar poogde tezelfdertijd de aanrander neer te slaan. Deze vuurde onmiddellijk.</em></p><p><em>De kogel drong door de hals tot aan linker schouder door. Daarop sloeg de aanrander op de vlucht door de velden. Crépilion is dan maar verder gereden. De taxichauffeur werd na het afleggen van zijn verklaring door de rijkswacht aangehouden en naar het parket van Rijsel over gebracht.</em></p><p><em>Daar oordeelt men dat zijn versie op zijn minst genomen ongeloofwaardig klinkt. Het lijkt de onderzoekers uitgesloten dat de aanrander zich ongezien op de achterbank kon schuilhouden. Bovendien is het zonderling dat de chauffeur met zijn zwaargewonde passagier verder reed tot aan de grenspost, waar bij controle het slachtoffer in feite toevallig werd ontdekt.</em></p><p><em>In Rijsel waren Gots en Crépillon de ganse zaterdagnamiddag samen uit geweest en hadden ook enkele herbergen in Roubaix bezocht. Emile Gorts kon nog niet ondervraagd worden.</em></p><p><em>Zondagnamiddag was hij enkele minuten bij kennis, maar viel toen weer in coma.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Mei 1974</p><p><strong>Aanranding te Rijsel was afgesproken werk</strong></p><p><em>Er is een onverwachte ontknoping gekomen in de zaak van de eigenaardige aanranding die op de Autoroute de Wallonie, tussen Rijsel en de Frans-Belgische grens gepleegd werd en waarbij de 44-jarige Emile Gorts, uitbater van een dancing te Doornik, door een kogel in volle borst werd getroffen.</em></p><p><em>Zaterdagnacht reed een taxi bestuurd door de 32-jarige Jean Crepillon, uit Doornik, over genoemde autoweg. Op een bepaald ogenblik verplichtte een onbekende, die in de wagen verscholen zat, de chauffeur te stoppen en eiste vervolgens zijn brieventas, evenals die van de passagier, de h. Emile Gorts. In een poging om de onbekende aanrander te overmeesteren werd de h. Gorts gewond. Zijn toestand is trouwens zeer zorgwekkend. </em></p><p><em>Dit verhaal klonk de Franse gerechtelijke overheid niet al te overtuigend in de oren en Jean Crepillon, die ter beschikking werd gehouden, ging verscheidene tegenstrijdige versies opdissen. Uiteindelijk konden de speurders de ware toedracht achterhalen.</em></p><p><em>In werkelijkheid speelde Crepillon onder een hoedje met een Doornikse taxi-uitbater, Freddy Vandeputte, en een van diens chauffeurs, Michel Fontaine (28). Zij waren van plan Gorts, die steeds grote bedragen op zak had, uit te schudden. Daarom volgden Vandeputte en Fontaine de taxi van Crepillon tot Rijsel. Daar liet Crepillon opzettelijk de achterdeur openstaan en Fontaine kroop achterin. Op de terugweg kreeg het scenario zijn beslag en Fontaine, die een kap over zijn hoofd had getrokken, verplichtte Crepillon te stoppen, onder bedreiging met een pistool.</em></p><p><em>De onverwachte tegenstand van Gorts deed Fontaine echter het hoofd verliezen en na in paniek een schot te hebben afgevuurd vluchtte deze de velden in. Vanuit een herberg te Marquain (België) verzocht hij Vandeputte hem te komen oppikken.</em></p><p><em>Tegen Fontaine werd een bevel tot aanhouding uitgevaardigd terwijl Crepillon nog altijd in Frankrijk wordt vastgehouden. Vandeputte loochende eerst maar aangezien de kap en het pistool hem toebehoorden, viel hij uiteindelijk toch door de mand. Hij werd eveneens opgesloten.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 29 Mei 1974</p><p><strong>Misdadigersbende voor Assisenhof van Henegouwen</strong></p><p><em>Heden begint voor het Hof van Assisen van Henegouwen in Bergen, voorgezeten door raadsheer Stranard, het proces van vier kerels die zich moeten verantwoorden voor een reeks diefstallen ofwel samen ofwel apart gepleegd. Bij één van deze overvallen is zelfs een schot gevallen waardoor Emile Gorts in de nacht van 25 op 26 mei 1974 te Baileux (in Frankrijk) om het leven kwam.</em></p><p><em>De vier betichten zijn: taxichauffeur Alfred Vandeputte, geboren op 5 juni 1948 te Doornik en aldaar wonende; de 31-jarige taxichauffeur Michel Fontaine, eveneens van Doornik; de 27-jarige Bernard Delbart van Zinnik, lasser van beroep en Roger Vandeputte, 23 jaar, en wonende te Doornik.</em></p><p><em>Er is nog een vijfde beklaagde, Jean Crépillon, maar die werd in Frankrijk aangehouden en zal te Rijsel terechtstaan.</em></p><p><em>Moord</em></p><p><em>Op 26 mei 1974, omstreeks 1.30 u. &#039;s ochtends, biedt zich bij de Frans-Belgische grenspost Lamain op Belgisch grondgebied een taxi aan. De chauffeur van het voertuig, Jean Crépillon, verklaart aan de tolbeambten dat zijn passagier, Emile Gorts, op de autoweg zes kilometer van de grens het slachtoffer werd van een ongeval.</em></p><p><em>Dadelijk werd een onderzoek ingesteld, maar Crépillon werd algauw op tegenstrijdigheden betrapt en kon niet anders dan bekennen dat een medeplichtige, Michel Fontaine, die voor dezelfde taximaatschappij werkt - maatschappij die beheerd wordt door Alfred, Freddy Vandeputte genaamd - Gorts had neergeschoten.</em></p><p><em>Crépillon had aan Fontaine gezegd dat Gorts hem gevraagd had met hem naar het noorden van Frankrijk te rijden en er eens een avondje uit te nemen. Hij stelde Fontalne voor Gorts tijdens de reis van zijn geld te beroven, waarmee Fontaine zich akkoord verklaarde.</em></p><p><em>Twee kilometer verder haalt Fontaine de trekker over om Gorts bang te maken, maar het schot gaat niet af. Het slachtoffer werpt dan enkele bankbiljetten op de achterbank. Doch Fontaine vindt dit niet genoeg en doet Gorts uitstappen en wil zijn brieventas afnemen. Gorts verdedigt zich echter en tijdens de worsteling die erop volgt, zo zegt Fontaine, gaat er een schot af en wordt Gorts getroffen in het rechtersleutelbeen.</em></p><p><em>Volgens Crépillon heeft Fontaine echter op zijn slachtoffer gevuurd van 50 em. afstand. Gorts stierf drie dagen later.</em></p><p><em>Fontaine had hem zijn briventas afgenomen met 10.000 à 12.0000 fr. Voor deze misdaad, diefstal met geweld met de dood als gevolg zonder opzet te doden, staan Alfred Vandeputte en Michel Fontaine terecht.</em></p><p><em>Aan de lopende band</em></p><p><em>Alfred Vandeputte, Bernard Delbart en Roger Vandeputte worden verder beschuldigd van een diefstal, gepleegd op 12 september 1973 te Froidmont waarbij 20.000 fr. werd buitgemaakt. Daarbij werd ook geweld gebruikt tegen het echtpaar Ghiselin.</em></p><p><em>In mei 1974 hebben Vandeputte en Fontaine nog een hele reeks andere diefstallen gepleegd. Zij worden tevens beschuldigd van verboden wapenbezit. Ook de andere beklaagden hebben nog een hele lijst misdrijven op hun kerfstok waarvoor ze zich zullen dienen te verantwoorden.</em></p><p><em>De debatten zullen minstens een week duren. De openbare aanklager is advocaat-generaal Preud&#039;homme.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Oktober 1975</p><p><strong>Rooftochten van bende Freddy leidden uiteindelijk tot moord</strong></p><p><em>Maandag begon voor het Hof van Assisen van Henegouwen, voorgezeten door raadsheer Stranard, het proces ten laste van vier dieven, van wie er twee vervolgd worden wegens doodslag. Het betreft Alfred Vandeputte (27) en Michel Fontaine (29) uit Doornik, die in de nacht van 25 op 26 mei 1974 te Baisieux (Frankrijk) Emile Gorts vermoordden om hem te bestelen.</em></p><p><em>Het slachtoffer zat op dat ogenblik in de taxi van de Fransman Crépillon, die in Frankrijk zal terecht staan. De andere twee beklaagden zijn Bernard Delbart (27) uit Zinnik en Roger Vandeputte (23) uit Doornik, die vervolgd worden wegens verscheidene diefstallen, waarvan ten minste een met geweld.</em></p><p><em>Voorzitter Stranard wordt bijgestaan door de rechters Hervy en Verecken, terwijl advocaat-generaal Preud’homme als openbaar aanklager optreedt. Er zijn talrijke advocaten als verdedigers.</em></p><p><em>Alfred Vandeputte, een kleine schrale man, netjes met lang nekhaar, wordt verdedigd door stafhouder Urbain en Mr. Henry Pary. Michel Fontaine, die als het ware de tegenvoeter van Vandeputte is met zijn forse lichaamsbouw en hoogrode gelaatskleur, wordt verdedigd door de Mrs Guy François en Philippe Vandewalle uit Brussel. Bernard Delbart, hoekig gezicht en schuwe blik, heeft Mr. Martial Lancaster als verdediger en Roger Vandeputte, met felle baard en weelderige haarbos, Mr Roland Huvenne.</em></p><p><em>Alsof zij in uniform voor hun rechter wilden verschijnen, hadden alle beklaagde een donkerblauw pak aangetrokken. Er zijn twee burgerlijke partijen in dit geding, nl. het echtpaar Herbaut bij wie een diefstal met geweld werd gepleegd, dat zal vertegenwoordigd worden door Mr Françoise Delplaneq, en de naastbestaanden van de vermoorde Emile Gorts.</em></p><p><em>Taxibedrijf</em></p><p><em>Na de aanwijzing van de zes vrouwen en acht mannen die samen de jury (en twee invallers) zullen vormen, worden de beklaagden door voorzitter Stranard ondervraagd. Als allereerste komt Freddy Vandeputte, eigenaar van de taxizaak die zijn voornaam draagt, aan de beurt. Het begint bij zijn jeugd, die hij bij zijn grootouders doorbracht. Hij studeerde als drukker -handzetter in het instituut Don Bosco maar gaf het op om zich vervolgens op het bespelen van harmonica toe te leggen.</em></p><p><em>Na het op verscheidene plaatsen als magazijnier te hebben geprobeerd, nam hij uiteindelijk dienst in het leger. In 1969 trouwde hij en vestigde zich met zijn vrouw in Duitsland. Een jaar later kwam het gezin naar Doornik terug. Vandeputte beproefde het links en rechts en werd daarna autobestuurder in een Doorniks taxibedrijf.</em></p><p><em>Uiteindelijk ging hij als taxibestuurder voor eigen rekening werken.</em></p><p><em>- “U hebt getracht de firma, waarvoor u vroeger werkte, uit te schakelen”, vraagt de voorzitter.<br />- “Ik heb mijn eigen zaak op dreef willen helpen”, zegt beklaagde.<br />- “U ontkent dus de auto&#039;s van uw vroegere baas in brand te hebben willen steken?”<br />- Beklaagde: “Vast en zeker.”</em></p><p><em>Uit de “hedendaagse” episode van Vandeputtes levensbeschrijving valt te onthouden dat Freddy zijn vrouw in de steek liet, een herberg overnam en er twee diensters installeerde van wie een zijn vaste vriendin werd en hem zelfs een dochter schonk. Hij zou mettertijd een hele reeks vriendinnen krijgen, terwijl ook zijn autopark aangroeide. Op een bepaald ogenblik reden er negen wagens voor hem.</em></p><p><em>Over zijn deelneming aan de doodslag op Emile Gorts, beweert Vandeputte dat hij er toevallig bij betrokken geraakte.</em></p><p><em>- “Hoe is uw pistool dan in handen van Gorts geraakt”, informeert de voorzitter.<br />- “Het wapen lag in de auto en bij het overschrijden van de grens heeft Fontaine het genomen.”</em></p><p><em>Wraak</em></p><p><em>Kortom, Vandeputte ontkent alle daadwerkelijke medewerking aan de zaak en houdt vol dat hij zich toevallig samen met Fontaine op de autoweg Rijsel-Doornik bevond. Tot besluit van deze ondervraging las de voorzitter een brief voor van Vandeputte aan een medegevangene met wie hij enkele misdrijven pleegde.</em></p><p><em>Daarin gaf hij zijn voornemen te kennen Fontaine in de put te duwen omdat die te loslippig was geweest. Hij vroeg dat die medegevangene Fontaine ertoe zou overreden zijn verklaringen te wijzigen.</em></p><p><em>Deze lange brief die krioelt van bargoens, eindigt met de lezing welke Fontaine diende vol te houden en waardoor Vandeputte vrijuit zou gaan in de misdaad van Baisieux. Vandeputte beweert nu dat hij die brief in een ogenblik van verbittering heeft geschreven om zich op Fontaine te wreken.</em></p><p><em>Daarna werd de voormiddagzitting gesloten.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Oktober 1975</p><p><strong>Vandeputte en cons. waren erg actief in de misdaad</strong></p><p><em>In het proces ten laste van Alfred Vandeputte, Michel Fontaine, Bernard Delbart en Roger Vandeputte voor het Hof van Assisen van Henegouwen is dinsdag het verhoor van de politieke getuigen voortgezet.</em></p><p><em>Tijdens de namiddagzitting van maandag werd Marcel Fontaine ondervraagd. Hij was het die de pistoolschoten afvuurde. In 1972 werd hij taxichauffeur in het bedrijf van Vandeputte.</em></p><p><em>Fontaine bekende alle feiten en zei dat in de zaak-Baisieux Vandeputte van meet af op de hoogte was en dat het hele scenario in mekaar was gestoken door Crépillon. Aan de grens stopte Vandeputte hem het pistool in de handen en te Roubaix de kap.</em></p><p><em>Tijdens de zitting houdt Fontaine vol dat hij het wapen in de auto heeft getest maar dat het niet afging. Toen hij de brieventas van Gorts wou nemen ging het wapen wel af.</em></p><p><em>Daarna komt men dan bij de laatste twee beklaagden die in feite slechts meelopers waren.</em></p><p><em>Roger Vandeputte komt voor de rechter wegens aanranding van twee bejaarden te Froidmont en een diefstal te Hemelle. Ofschoon hij duidelijk onder de invloed stond van zijn broer eist hij de volle verantwoordelijkheid op voor zijn daden.</em></p><p><em>Dinsdagochtend kwamen de psychiaters Bergminekx en Cloquette aan de beurt. Volgens hen vertoont Freddy Vandeputte karakterstoornissen maar is hij volledig toerekeningsvatbaar. Fontaine en Delbart mogen aanspraak maken op een verminderde toerekeningsvatbaarheid net zoals Roger Vandeputte trouwens.</em></p><p><em>Op de getuigenstoel verscheen ook de h. Daniël Isenguerre uit Doornik, die harmonikaleraar was van Freddy. Hij beschrijft hem als schrander, erg begaafd maar met steile ambities. Mw. Sylviane Mol-Hiroux, uitbaatster van een taxibedrijf te Doornik, beschuldigde haar vroegere werknemer van oneerlijke concurrentie.</em></p><p><em>Afpersing</em></p><p><em>De h. Fernand Tellin, eerstaanwezend commissaris van de gerechtelijke politie, weidde vervolgens uit over de eigenaardige zaak van de bandopnamen die door Freddy gemaakt werden terwijl hij in zijn taxi een vrouw vervoerde die naar een kaartlegster toeging om te trachten haar man terug te winnen. Vandeputte stuurde het gesprek een zodanige richting uit, dat de vrouw compromitterende woorden sprak, Hij deed het met de kennelijke bedoeling haar later af te dreigen. Hij leende trouwens verscheidene malen geld van die vrouw. Toen hij haar op zekere dag 3 miljoen vroeg, weigerde zij.</em></p><p><em>Vandeputte dreigde toen dat hij haar tot zelfmoord zou drijven. Getuige zou ook nog gewag maken van een plan van Fontaine en Vandeputte om een postwagen te plunderen. Volgens Delbart, de derde beklaagde, hadden de beide mannen trouwens nog het een en ander op het getouw staan.</em></p><p><em>Een politie-inspecteur kwam vervolgens uitweiden over een geplande overval in een Doornikse juwelierszaak en over het voornemen van Vandeputte om de garage van Mw. Mol in brand te steken. Volgens de speurder stond Delbaert erg onder de invloed van Vandeputte.</em></p><p><em>Verscheidene andere getuigen kwamen nog bijzonderheden verstrekken over het karakter en de levenswandel van Delbart en Fontaine.</em></p><p><em>Drang naar geweld</em></p><p><em>Mr. François stelde verscheidene vragen om het bewijs te krijgen dat Fontaine pas op het slechte pad is geraakt na zijn vrouw in de steek te hebben gelaten en onder de invloed van Freddy Vandeputte te zijn geraakt.</em></p><p><em>Wat Delbart betreft, met hem viel geen land bezeilen en ten einde raad diende zijn vader zich tot de jeugdrechter te wenden. “Ze moesten hem fusilleren”, zou de oude man zich laten ontvallen. Delbart kwam trouwens steeds maar geld vragen en maakte misbruik van de goedheid van zijn moeder, die tot negen wagens toe voor hem kocht. Alle grillen van haar zoon volgde ze in.</em></p><p><em>De namiddagzitting begon met het verhoor van een voormalige vriend van Delbart, Joël Bollue, uit Bonsecours. Hij bracht enkele feiten naar voren die een ongunstig licht wierpen op de moraliteit van de beklaagde en een onweerlegbare drang naar geweld bewezen, wanneer Delbart onder de invloed van drank verkeerde. </em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Oktober 1975</p><p><strong>Derde procesdag met nieuw jurylid</strong></p><p><em>De derde dag van het proces tegen de broers Vandeputte, Fontaine en Delbart begon met vertraging. Een effektief jurylid was wegens ziekte niet komen opdagen, zodat een plaatsvervangende gezworene moest worden aangesteld. Deze “invaller” is een vrouw.</em></p><p><em>Dinsdagnamiddag werden nog enkele diefstallen behandeld, gepleegd door Roger Vandeputte en Delbart, de twee zogenaamde meelopers in de bende.</em></p><p><em>Woensdagvoormiddag kwam de overval ter sprake die in de nacht van 12 op 13 september 1973 gepleegd werd op het echtpaar Emile Ghislin-Herbaut te Froidmont. Daders waren Freddy en Roger Vandeputte en Bernard Delbart.</em></p><p><em>Veldwachter van de gemeente getuigde dat Freddy Vandeputte vermomd als elektricien het echtpaar een bezoek bracht om het huis te verkennen. Na de overval stelde de veldwachter overigens sporen van inbraak vast op de deur en een meubel.</em></p><p><em>Toen de slachtoffers konden worden ondervraagd verklaarden zij dat de boosdoener die hen in bedwang hield - het was Delbart - hen had toegesnauwd: “Beweeg niet. Er zal u niets overkomen.”</em></p><p><em>Leandre Persigand, een vriend van het echtpaar Ghislin, was bij de slachtoffers op bezoek toen Vandeputte, vermomd als elektricien, naar de eerste verdieping trok hoewel de stroommeter zich op het gelijkvloers bevindt. Toch kon getuige beklaagde niet herkennen ter zitting. de dag van de overval droeg Vandeputte echter een baard en een zwarte bril.</em></p><p><em>Daarna kwamen de drie bijzettafeltjes aan de beurt die tussen 1 januari en 31 maart 1974 gestolen werden uit een vrachtwagen van de firma Scholaert door Freddy Vandeputte, die overigens geld zocht dat niet te vinden was.</em></p><p><em>Ten slotte kwam de diefstal met inbraak ter sprake bij juwelier Jean Gosse, waar de twee Vandeputte&#039;s twee verrekijkers van elk 2.398 fr. meenamen.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Oktober 1975</p><p><strong>Franse dokter kwam niet getuigen</strong></p><p><em>De vierde dag van het proces van Alfred Vandeputte, Michel Fontaine, Bernard Delbart en Roger Vandeputte voor het Hof van Assisen te Bergen begon donderdag met de ondervraging van twee getuigen over een diefstal van zegels ten nadele van een Doornikse maatschappij.</em></p><p><em>Het Hof behandelde daarna een diefstal van 11.000 fr. die Alfred Vandeputte en Michel Fontaine pleegden in de nacht van 22 op 23 mei 1974 ten nadele van de h. Camille Valembois. Volgens Vandeputte bevond het geld zich in een koffer, die later in de Schelde werd geworpen. Beide betichten bekennen de feiten, maar schuiven de verantwoordelijkheid op elkaar af. Ze hebben zich bovendien te verantwoorden wegens manslag na diefstal met geweldpleging op de persoon van Emile Gorts.</em></p><p><em>In verband hiermee kwam het tot een klein incident in het verloop van dit proces, naar aanleiding van de afwezigheid van een Franse arts, Dr. Helemmes, als getuige. Dr. Helemmes, die als assistent verbonden is aan een ziekenhuis te Rijsel en die daar Gorts te behandelen kreeg, heeft van zijn overste verbod gekregen te komen getuigen.</em></p><p><em>Mr. François pleit dat Gorts door een andere medische ingreep had kunnen gered worden, maar door de toegepaste ingreep is omgekomen. Hij betreurt de houding van de Franse geneesheren en vraagt dat een Brussels specialist zou worden gehoord. De voorzitter stipt hierbij aan, dat de artsen die de lijkschouwing hebben uitgevoerd kunnen worden gehoord.</em></p><p><em>Kern</em></p><p><em>De kern van het hele Assisenproces, de overval op Emile Gorts die aan de opgelopen verwondingen bezweek, komt dan aan de beurt. De burgerlijke partij, de familie Goris, is vertegenwoordigd door Mr. Malaise.</em></p><p><em>Michel Fontaine, de man die het schot afvuurde, wordt aan de tand gevoeld. Hij vertelt dat de feiten zich in de nacht van 15 op 16 mei 1974 hebben voorgedaan te Baisieux (Frankrijk) en dat het slachtoffer zich in een voertuig bevond toen het schot afging. Hij beweert dat het schot per ongeluk is afgegaan en dat hijzelf door iets werd geraakt toen hij schoot.</em></p><p><em>Als eerste getuige terzake komt Dr. Lenoir, gerechtsarts bij het gerechtshof te Douai, getuigen over de lijkschouwing maar ook over het onderzoek van Gorts voor diens overlijden. Hij zegt dat Gorts ernstig werd gewond aan het rechtersleutelbeen en dat tevens het ruggenmerg werd geraakt. De dood zou een maand later, nl. op 29 juni intreden.</em></p><p><em>De letsels aan het ruggenmerg schrijft de arts echter toe aan een vervorming van de wervelkolom en niet aan een breuk van een wervel. Op een vraag van de voorzitter bevestigt de getuige dat de uitgevoerde ingreep passend was om Gorts te redden en als dusdanig niet voor kritiek vatbaar is. Hij houdt dus staande dat de dood van Gorts het rechtstreekse gevolg is van het schot.</em></p><p><em>Hij wordt hierin bijgetreden door de volgende getuige, Dr. Monique Willot, assistente aan de medische faculteit te Rijsel. </em></p><p><em>Tijdens de namiddagzitting komt vooreerst dr. Fievez getuigen. Hij heeft Fontaine na de feiten onderzocht. Fontaine vertoonde geen sporen van slagen, zodat zijn beweringen als zou hij door het slachtoffer zijn aangevallen, vals blijken. Fontaine houdt staande dat het Crepillon was die meldde dat Gorts een uitstapje naar Rijsel zou maken en veel geld bij zich zou dragen.</em></p><p><em>Steeds volgens Fontaine was Vandeputte op de hoogte van alle details in deze zaak. Van het schot blijft hij getuigen dat het toevallig afging. Tijdens de getuigenverklaring van de rechter van onderzoek, de h. Leroy, komt er wat sfeer in deze zaak, wanneer Mr. François spreekt over een tekort aan foto&#039;s en stukken vanwege het Franse gerecht.</em></p><p><em>Leroy verdedigt zich met er op te wijzen dat de misdaad in Frankrijk is gepleegd en dat daar een andere rechtspleging geldt. Na een vinnige woordenwisseling tussen de verdediging en het openbaar ministerie herinnerde de openbare aanklager eraan dat de onderzoeksrechter verklaart dat het schot pas kon afgaan door de haan over te halen. De vraag is nu of dit vrijwillig is gebeurd. De aanklager zegt ja, de verdediger zegt neen.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Oktober 1975</p><p><strong>Gevangenen kwamen getuigen</strong></p><p><em>Andermaal is vrijdag een groot aantal getuigen aan het woord gekomen op de vijfde dag van het proces van Freddy Vandeputte en drie medebeklaagden voor het Hof van Assisen te Bergen. </em></p><p><em>Vervolgens keert men terug tot het hoofdgeding, de feiten waarvan de cafébaas Emile Gorts het slachtoffer werd. Paul Desnouck, speurder bij de GP te Doornik, komt getuigen Gorts toen hij in Frankrijk op de zwier ging niet minder dan 150.000 fr. bij zich droeg en 40.000 fr. zou uitgeven. Tevens komt een erg bezwarende brief ter sprake die Freddy Vandeputte aan een medegevangene schreef en waarin hij Fontaine doet zeggen: “Als ik op Emile geschoten heb, was het omdat hij mij herkend had.” Dat is dus geen ongeval meer.</em></p><p><em>Op verzoek van de verdediging komt de Redemptoristenpater Charlier uit Doornik van Fontaine getuigen dat hij een zwakkeling is die men makkelijk beïnvloeden kan.</em></p><p><em>Steeds over Fontaine getuigt René Vandevondelle uit Kain, dat hij bij de posterijen een goed sorteerder was, een werklustige en eerlijke jongen. Hij moet volgens deze en volgende getuigen erg beïnvloed zijn geworden om de feiten te plegen die hem ten laste worden gelegd.</em></p><p><em>Een krachtens de discretonaire bevoegdheid van de voorzitter voor de rechtbank gebrachte Lyonees die te Doornik gevangen zit, Gerard Jacob, wordt gehoord zonder dat hij de eed aflegt. Hij heeft eerder in een brief die hij uit de gevangenis te Doornik schreef aan de rechter van instructie. </em></p><p><em>Fontaine willen bezwaren ten voordele van Vandeputte. De door hem meegedeelde details had hij zogezegd geput uit gesprekken tussen beiden of dat met hemzelf.</em></p><p><em>Willy Deleu, onlangs te Gent tot twintig jaar opsluiting veroordeeld voor moord en die nog met Fontaine in dezelfde cel heeft gezeten, komt eveneens aan het woord. Fontaine sprak hem over de zaak Gorts en zou, hem gezegd hebben dat het schot toevallig afging. Hij zegt thans ook dat hij Jacob Fontaine de huid vol hoorde schelden.</em></p><p><em>Op de vraag van de voorzitter of Fontaine hem had bevestigd dat Vandeputte hem dwong overvallen te plegen om niet afgedankt te worden, antwoordt Deleu bevestigend.</em></p><p><em>Maar ook bevestigend is zijn antwoord op de vraag of Jacob hem gevraagd heeft aan de gerechtelijke diensten een brief te schrijven waarin hij zou bevestigen dat Fontaine hem bekend had vrijwillig op Gorts te hebben geschoten.</em></p><p><em>Thans zegt Deleu dat Fontaine in zijn cel herhaaldelijk weende uit spijt over wat te Baisieux was gebeurd.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Oktober 1975</p><p><strong>Openbare aanklager bevestigt vrijwillige doodslag op Emile Gorts</strong></p><p><em>Maandagochtend werd voor het Hof van Assisen van Henegouwen, voorgezeten door door Raadsheer Stranard, het proces tegen Alfred Vandeputte en zijn drie medeplichtigen, Michel Fontaine, Bernard Delbart en Roger Vandeputte voortgezet.</em></p><p><em>De vier mannen worden beschuldigd van een hele reeks diefstallen, sommige met geweld en waarbij in één geval de dood van een man, Emile Gorts, caféhouder te Doornik, werd veroorzaakt. Bij de aanvang van de zitting verklaarde de voorzitter dat de vraag over de vrijwillige doodslag, die de advocaat-generaal verlangde, door het hof zal worden gesteld. Het betreft hier een doodslag, gepleegd door Freddy Vandeputte en Michel Fontaine.</em></p><p><em>De verdediging van haar kant wilde dat er ook andere vragen zouden worden gesteld om de aanklacht van “mededoder” te veranderen in die van “medeplichtige” voor Vandeputte en Delbart.</em></p><p><em>Meester François legde dan het verslag van een Brusselse deskundige voor waaruit blijkt dat de heelkundige ingreep op het slachtoffer Emile Gorts niet nodig was, en dat deze laatste niet gestorven was ten gevolge van de aanranding.</em></p><p><em>Steeds zwakkeren</em></p><p><em>Meester Michel Malaise trad op namens de familie van het slachtoffer Emile Gorts, ondermeer namens de 14-jarige zoon van Gorts, de advocaat sprak over de grote edelmoedigheid van het slachtoffer en de liefde voor zijn zoon. Van de overvallers zei de advocaat dat ze zich steeds vergrijpen aan zwakkeren en daarom zijn zij ook lafaards. Vervolgens verhaalde de pleiter nogmaals de feiten en toonde aan dat Fontaine wel opzettelijk heeft gevuurd.</em></p><p><em>Voorts merkte meester Malaise op dat Vandeputte, die actief had medegewerkt aan de voorbereiding van de overval, wel degelijk mededader was en niet medeplichtige zoals de verdediging beweerde.</em></p><p><em>Over Fontaine zei hij dat hij Gorts wel moest doden aldus de advocaat, want deze laatste had hem erkend en moest dus<br />verdwijnen.</em></p><p><em>Advocaat-generaal Preud’homme hield dan zijn rekwisitoor. Hij tekende het portret van de beklaagde en schilderde Alfred Vandeputte af als het brein van de zaak. Fontaine is volgens hem een eerlijk man die aan lager wal geraakte Delbart is een geweldenaar en Roger Vandeputte is een onevenwichtig en hypernerveus man, aldus de advocaat-generaal.</em></p><p><em>Hij stond dan vooral stil bij de poging tot diefstal in het postkantoor en de overval op Emile Gorts. Over de moord op Emile Gorts zei de advocaat-generaal dat hij niet zou gepleegd zijn zonder Vandeputte en dat hij daarom wel moet worden beschouwd als mededader en niet als medeplichtige.</em></p><p><em>De advocaat-generaal wees er vervolgens op dat het slachtoffer wel overleden is aan de gevolgen van de verwondingen opgelopen tijdens de overval Het slachtoffer was verlamd en lag bovendien gedurende een<br />maand in de coma. “Het betreft wel degelijk een vrijwillige doodslag”, aldus de openbare aanklager, want Fontaine haalde de trekker over omdat hij bang was en ook omdat hij wist dat Gorts hem herkend had en hem zeker zou aanklagen.</em></p><p><em>Aan de gezworenen vroeg de openbare aanklager bevestigend te antwoorden op de hun gestelde vragen.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Oktober 1975</p><p><strong>Jury antwoordde bevestigend op bijna alle vragen</strong></p><p><em>Het rechtsgeding tegen de bende van Freddy Vandeputte dat dinsdag voor het Assisenhof van Henegouwen werd hernomen, zal morgen zijn beslag kriigen. Inmiddels hebben de juryleden na een urenlange zitting woensdagavond bevestigend geantwoord op 60 van de 63 gestelde vragen.</em></p><p><em>Het proces was geschorst om Dr. Bonal in de gelegenheid te stellen een expertise te verrichten betreffende de doodsoorzaak en zijn verslag over te leggen. Het was namelijk zo dat de verdediger van Fontaine, mr. Guy François, staande hield, dat de dood niet rechtstreeks het gevolg was van het schot. maar eerder van een door de verdediging inopportuun geachte medische ingreep. Hij steunde zich daarvoor op een medisch verslag van Dr. Ectors van de Brusselse Universiteit.</em></p><p><em>Het hof stelde daarop Dr. Bonal aan als expert en hoort thans opnieuw Dr. Ectors en Dr. Helemmes, die bijgestaan wordt door zijn chef, Dr. Laine van de neuro-chirurgische dienst te Rijsel. Volgens Dr. Bonal, die als eerste wordt gehoord, is de patiënt niet overleden ingevolge meningitis, maar door kwetsuren en zuurstofgebrek, dus door de rechtstreekse gevolgen van de kogelwonde en alleen daardoor. Hij voegt daaraan toe dat de patiënt alle nodige zorgen gekregen heeft.</em></p><p><em>Van zijn kant komt Mr. François terug op de conclusies van Dr. Ectors, waarbij de mogelijkheid wordt opengelaten van een herseninfectie ingevolge meningitis. Volgens Dr. Hellemes, die zelf niet opereerde, was een ingreep aangewezen.</em></p><p><em>Het is dan de beurt aan Dr. Laine, chef van de vorige getuige. Hij betreurt, dat de drs. Jaumin en Hellemes in opspraak worden gebracht.</em></p><p><em>Van Dr. Ectors wil de voorzitter nog weten of een chirurgische ingreep noodzakelijk was. In dit geval was twijfel mogelijk, aldus deze getuige, en wanneer er twijfel is grijpt men in of niet al naargelang van de school.</em></p><p><em>Incident</em></p><p><em>De partijen blijven uiteindelijk op hun onderscheiden standpunten. Het komt nog tot een hevig incident tussen het openbaar ministerie en verdediger François. De advocaat-generaal beschuldigt er nl. Mr. François van niet alle stukken van het dossier aan dr. Ectors te hebben doorgespeeld en meer bepaald het verslag van het ziekenhuis te Doornik over de gezondheidstoestand van de h. Gorts voor hij naar Rijsel werd overgebracht.</em></p><p><em>Het woord “bedrog” kan mr. François van de advocaat-generaal niet aanvaarden en hij brult dan ook zo hard in de micro, dat zelfs de voorzitter zich niet meer verstaanbaar kan maken en de zitting enkele minuten dient te schorsen.</em></p><p><em>Een andere verwijt van Mr. François aan het adres van het openbaar ministerie betreft een uitspraak van de advocaat-generaal die tijdens een vorige zitting in dit proces van de advocaat gezegd had dat hij belachelijk aan het doen was. Uiteindelijk was de advocaat-generaal bereid het woord “bedrog” in te trekken.</em></p><p><em>Wie had schuld?</em></p><p><em>Woensdag werden de pleidooien gehoord van de verschillende partijen. Vooreerst kwam Mr. Malaise, burgerlijke partij voor de familie Gorts, aan het woord. Hij onderstreepte dat het slachtoffer wel degelijk door Fontaine werd gedood en dat Alfred Vandeputte actief deelnam aan de moord.</em></p><p><em>Vervolgens deed de advocaat een beroep op het gezond verstand van de gezworenen om de feiten te zien zoals ze zich hadden voorgedaan. Hij legde ook de nadruk op het actieve aandeel van Delbart bij het in brand steken van een auto, op de rol van Roger Vandeputte in de aanranding der echtelieden Ghiselain en op het aandeel van de andere Vandeputte in de aanranding op Emile Gorts waarbij deze laatste om het leven kwam.</em></p><p><em>Van Fontaine kan men niet zeggen dat hij zich afzijdig heeft gehouden bij de poging tot diefstal in het postkantoor van Doornik. Fontaine ten slotte heeft Gorts niet alleen slagen toegebracht maar hij heeft ook op hem geschoten met het opzet te doden. Misschien was dat opzet er aanvankelijk wel niet, doch toen hij gebruik maakte van zijn pistool was het niet om schrik aan te jagen, want Gorts verdedigde zich heftig en had zijn aanrander herkend.</em></p><p><em>Omtrent de doodsoorzaak van het slachtoffer kan niet worden getwijfeld. De dood is te wijten aan het schot dat door Fontaine werd afgevuurd, en niet aan de heelkundige ingreep. Deskundigen verklaarden immers dat de behandeling adequaat en tot in de puntjes werd uitgevoerd. Daarop vroeg mr. Malaise aan de juryleden: “Zou Gorts, als hij niet geraakt was door een kogel, thans dood zijn?” </em></p><p><em>Stafhouder Urbain poogde vooral aan te tonen dat zijn cliënt Alfred Vandeputte niets met de zaak Gorts te maken had. Vandeputte kon alleen maar niets weigeren aan Fontaine, die hem in zijn macht had doordat zij samen een paar kruimeldiefstallen hadden gepleegd, en bovendien werd hij pas voorbij de Frans-Belgische grens op de hoogte gesteld van de beraamde “coup”.</em></p><p><em>Mr. François betoogde dat zijn cliënt Michel Fontaine vrijwillig niet had deelgenomen aan de overval op het postkantoor te Doornik en ook nooit het inzicht had Gorts te doden. Tot slot zei hij dat Fontaine schuldig pleitte maar nooit de dood van Gorts gewild had.</em></p><p><em>Mr. Lancaster, verdediger van Delbart, verklaarde andermaal dat zijn cliënt de wagen niet in brand had gestoken, vermits de betrokken wagen niet gebrand had. In de zaak van de overval op het echtpaar Ghislain pleit hij schuldig.</em></p><p><em>Ten slotte ontkende mr. Huvenne dat de medewerking van zijn cliënt Roger Vandeputte onmisbaar was bij de overvallen op de echtelieden Ghislain en op de juwelier Gosse. Hij bestuurde slechts de wagen waarmee de overvallers zich verplaatsten. Hoogstens kan hij bestempeld worden als medeplichtige.</em></p><p><em>Vervolgens kwamen de beklaagden een laatste maal aan het woord.</em></p><p><em>Verdict</em></p><p><em>In totaal moeten de juryleden 63 vragen beantwoorden. De eerste acht hebben betrekking op Emile Gorts. De andere vragen betreffen de andere misdrijven die door de vier beklaagden werden gepleegd, te beginnen met de overval bij het echtpaar Ghislain, Over iedere zaak worden vragen gesteld over de materialiteit van de feiten, de bezwarende omstandigheden en de schuld van de betichten. Daarna trokken de gezworenen zich terug om te beraadslagen.</em></p><p><em>De jury antwoordde bevestigend op alle vragen behalve op de zestiende, de twintigste en de veertigste vraag. Wel werd bevestigend geantwoord op de vragen zestien bis en twintig bis, zodat Roger Vandeputte nu als medeplichtige en niet meer als mededader beschouwd wordt bij de overval op het echtpaar Ghislain en de diefstal bij juwelier Gosse.</em></p><p><em>Michel Fontaine wordt vrijgesproken van de beschuldiging van inbraakpoging in het postkantoor te Doornik. De vraag betreffende de brandstichting in de wagen van Patrice Debugne uit Doornik wordt met 7 tegen 5 stemmen bevestigend beantwoord, terwijl in het verdict staat dat Alfred Vandeputte en Bernard Delbart met eenparigheid schuldig bevonden. Daarom moet de jury zich opnieuw terugtrekken om te beraadslagen.</em></p><p><em>Uiteindelijk worden Alfred Vandeputte en Michel Fontaine schuldig bevonden aan diefstal met geweld waarbij kwetsuren werden toegebracht die de dood tot gevolg hadden zonder te willen doden. De jury heeft dus de vrijwillige doodslag niet aangenomen.</em></p><p><em>De andere beschuldigingen tegen Alfred Vandeputte en Michel en Bernard Fontaine worden bevestigd behalve de poging tot diefstal in de post van Doornik tegen Michel Fontaine. Roger Vandeputte is geen mededader meer maar medeplichtige.</em></p><p><em>De jury heeft zich andermaal teruggetrokken om te beraadslagen over de hangende vragen en komt om 19.45 uur opnieuw in de zaal met dezelfde antwoorden als de eerste maal: vijf neen, zeven ja. Het hof beraadslaagde en viel de meerderheid van de juryleden bij.</em></p><p><em>De jury trok zich dan opnieuw terug om zich uit te spreken over de schuld van Vandeputte en Delbart bij de brandstichting. Om 20.10 uur verklaarde de jury Alfred Vandeputte en Bernard Delbart schuldig aan de brandstichting. Hiermee is het verdict volledig. De griffier deed voorlezing van het verdict. Hierop werd de zitting opgeheven tot donderdagochtend.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 6 November 1975</p><p><strong>Levenslang voor Freddy Vandeputte en Fontaine</strong></p><p><em>Het Assisenhof van Henegouwen heeft donderdag vonnis geveld in het proces tegen vier Doornikse taxichauffeurs die beticht werden van talrijke misdrijven, waaronder een doodslag. Freddy Vandeputte en Michel Fontaine kregen levenslang, Bernard Delbart acht jaar en Roger Vandeputte twee jaar met uitstel voor de helft van de straf.</em></p><p><em>In zijn rekwisitoor had advocaat-generaal Preud&#039;homme het over de “volharding in de boosheid” van Alfred Vandeputte, terwijl Fontaine flinke vorderingen maakte in het misdrijf. Delbart bestempelde hij als een woesteling, pleger van talrijke wandaden. Roger Vandeputte was volgens de advocaat-generaal maar een bijloper.</em></p><p><em>Op grond van de ernst en het aantal van de misdrijven en van de noodzaak van voorbeeldig straffen in deze zaak, vroeg hij voor Alfred Vandeputte en Michel Fontaine levenslange dwangarbeid, voor Delbart een gevangenisstraf van 5 tot 20 jaar en voor Roger Vandeputte een straf van 5 tot 7 jaar.</em></p><p><em>Pleidooien</em></p><p><em>Vervolgens kwamen de advocaten aan het woord. Mr. Pary bracht de ongelukkige jeugd van Alfred Vandeputte in herinnering en het feit dat bij de gepleegde misdrijven zijn cliënt nooit geweld heeft gebruikt. Mr. Urbain zei op zijn beurt dat het aandeel van Vandeputte in de doodslag op Gorts in ieder geval zeer gering was.</em></p><p><em>Mr. Francois verklaarde dat Fontaine steeds voorbeeldig had geleefd tot op het ogenblik dat hij in een slecht milieu terechtkwam. Volgens hem was de dood van Gorts eerder een ongeluk.</em></p><p><em>Mr. Lancaster zei dat hef aandeel van Delbart in de zaak louter aan het toeval was te wijten en dat zijn cliënt normaal had moeten gevonnist worden door de correctionele rechtbank, waar hij hoogstens een straf van vijf jaar riskeerde.</em></p><p><em>Mr. Huvenne ontwikkelde voor Roger Vandeputte dezelfde redenering, waarbij hij er echter op wees dat zijn cliënt de moed had gehad het milieu waarin hij was verzeild door zijn broer, de rug toe te keren. Hij vroeg dan ook een straf van maximum drie jaar met uitstel.</em></p><p><em>De vier beschuldigden uitten tot slot nog hun spijt over het gebeurde, waarop de jury zich terugtrok voor de beraadslaging. </em></p><p><em>Na deze beraadslaging las voorzitter Stranard een uitvoerig arrest voor, aan het einde waarvan Alfred Vandeputte tot levenslange dwangarbeid werd veroordeeld. Michel Fontaine eveneens tot levenslange dwangarbeid en Bernard Delbart tot acht jaar hechtenis.</em></p><p><em>Roger Vandeputte kreeg twee jaar gevangenisstraf met vijf jaar uitstel voor de helft van de straf. Zonder verpinken aanhoorden de beschuldigden het arrest. Alfred Vandeputte glimlachte zelfs.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 7 November 1975</p><p><strong>Taxichauffeur Crépillon kreeg 20 jaar</strong></p><p><em>Het Hof van Assisen van Douai (F) heeft dinsdag de 33-jarige Belgisch taxichauffeur Jean Crépillon uit Doornik, veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf wegens diefstal en medeplichtigheid aan moord.</em></p><p><em>Jean Crépillon was op 13 mei 1974 in dienst getreden van Alfred Vandeputte die toen reeds verscheidene misdaden op zijn geweten had. Hij maakte daarbij gebruik van de diensten van een andere chauffeur, Michel Fontaine. CrépilIon werd ingelijfd bij de bende en bezorgde zijn baas een goede tip. Over de boordradio liet hij weten dat Emile Gorts, barhouder in Doornik, van plan was een avondje door te zakken in Rijsel. Hij meende dat dit een “dikke” klant kon zijn.</em></p><p><em>Crépillon vertrok met zijn cliënt, en Vandeputte en Fontaine volgden de diverse verplaatsingen over de radio. In Rijsel slaagde Fontaine erin op de achterbank te wippen van de taxi die Crépillon bestuurde. Op de terugweg naar België, maar nog op Frans grondgebied, bedreigde de gemaskerde en gewapende Fontaine de onfortuinlijke barhouder. Emile Gorts beet echter stevig van zich af, terwijl Crépillon de rol speelde van de bangerik die zwicht voor de bedreigingen van de overvaller.</em></p><p><em>Ten slotte schoot Fontaine de barhouder neer. De h. Gorts overleed vier dagen later zonder nog bij bewustzijn gekomen te zijn.</em></p><p><em>Fontaine en Vandeputte werden door het Hof van Assisen van Henegouwen onlangs tot levenslange opsluiting veroordeeld, maar zij hebben verbreking aangevraagd van dit arrest.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 18 December 1975</p>]]></description>
			<author><![CDATA[null@example.com (Ben)]]></author>
			<pubDate>Sun, 01 Mar 2026 19:55:15 +0000</pubDate>
			<guid>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3739&amp;action=new</guid>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Oplinter: 8 Januari 1971]]></title>
			<link>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3737&amp;action=new</link>
			<description><![CDATA[<p><strong>Samenvatting</strong><br /></p><ul><li><p>Wat? Roofmoord op een koppel in hun woning</p></li><li><p>Wanneer? 8 Januari 1971</p></li><li><p>Waar? Tiensesteenweg 47 in Oplinter</p></li><li><p>Wie? Onbekend</p></li><li><p>Status: Onopgelost</p></li></ul><p>Op 8 januari 1971 werd het bejaarde echtpaar Michel Vanderwaeren (65) en Maria Ramakers (67) in hun woning in de vroege avond overvallen door vermoedelijk drie daders, die hen knevelden en zwaar mishandelden in hun zoektocht naar geld. Vanderwaeren werd met extreem geweld vastgebonden - met handen en voeten op de rug samengesnoerd en een lus rond de hals - en overleed ter plaatse aan de opgelopen slagen en verwondingen, mogelijk in combinatie met wurging of een infarct; zijn echtgenote werd eveneens gebonden, geslagen en opgesloten, maar kon zich uiteindelijk bevrijden, verwond het huis ontvluchten en hulp halen.</p><p>De daders maakten circa 10.000 frank buit en spraken onderling gebrekkig Frans, wat op een poging tot misleiding kan wijzen. Het onderzoek werd gevoerd door de BOB van de rijkswacht van Tienen onder leiding van adjudant Lathouwers en het parket van Leuven met onderzoeksrechter Naets; ondanks uitgebreide ondervragingen in de omgeving en aanwijzingen dat de daders mogelijk uit de streek kwamen en als onervaren maar bijzonder brutale plegers te werk gingen, leverde het onderzoek in de dagen na de feiten geen doorbraak op.</p><p><strong>Bandieten terroriseerden bejaard echtpaar voor handvol geld</strong></p><p><em>“Ik voelde plots twee koude, naakte handen voor mijn ogen en werd op de grond gesmeten”, vertelt Maria Ramaekers (67) met hese, gebroken en trillende stem, die plots in hartstochtelijk snikken overslaat. Zij was vrijdagavond met haar echtgenoot, Michel Vanderwaeren (65), in hun woning, Tiensesteenweg 47 te Oplinter bij Tienen, het slachtoffer van een stoutmoedige roofoverval, Haar man werd geterroriseerd om geld en heeft de brutaliteiten van de bandieten niet overleefd.</em></p><p><em>Hij werd na de overrompeling dood gevonden. De man lag op de buik op de grond, gekneveld op de manier waarop de Simba&#039;s hun slachtoffers bonden.</em></p><p><em>In heel de streek heerste vrijdagavond en tijdens het verdere weekeinde opschudding, naargelang het nieuws van de roofmoord zich verspreidde. Geen mens in Oplinter die zijn deur niet op dubbel slot deed. Velen hebben zelfs &#039;s avonds hun deur gewoon gebarricadeerd.</em></p><p><em>De overval werd immers niet ergens in een afgezonderde hoeve maar in de vroege avond aan een drukke steenweg met lintbebouwing uitgevoerd.</em></p><p><em>Het echtpaar Vanderwaeren-Ramakers maakte zich vrijdag in zijn woning - een huis met één verdieping en een witte poort - klaar om nog enkele uurtjes voor het TV-toestel door te brengen.</em></p><p><em>Maar het feuilleton zou zich dit keer niet op de beeldbuis, maar in zijn afschuwelijke werkelijkheid in hun woning afspelen. Het was ongeveer 18.30 u. toen de echtelingen onverwachts overvallen werden.</em></p><p><em>Gekneveld</em></p><p><em>“We eten altijd nogal vroeg”, vertelde Maria Ramakers ons later in de woning van haar dochter Elsa, echtgenote Gerard Theunis, die in de buurt woont. Ze lag er nu op een sofa te herstellen van de slagen en de shock.</em></p><p><em>Het echtpaar heeft nog een zoon, Willy, die te Holsbeek woont.</em></p><p><em>“Ik had net de vaat gewassen en ging het kommetje met afwaswater in het gootje onder de veranda uitgieten. Toen ik me omdraaide om weer binnen te gaan werden ineens twee handen voor mijn ogen gedrukt. Een ogenblik stond mijn hart stil. Ik wilde gillen maar kreeg geen kreet uit mijn keel. Seconden later lag ik in de keuken op de vloer en begon men mij vast te binden.”</em></p><p><em>Michel Vanderwaeren zat in een zetel achter de kachel toen de bandieten met zijn vrouw binnenstormden en haar in de keuken neergooiden. Niemand weet wat zijn reactie op dat verrassend en schrikwekkend toneel geweest is.</em></p><p><em>Maria Ramakers herinnert zich nog alleen dat ze haar man hoorde roepen: “Laat mijn vrouw met rust, ze lijdt aan het hart en heeft suikerziekte.”</em></p><p><em>Het waren de laatste woorden die ze van hem hoorde, want de daders zouden hem dood achterlaten. Michel Vanderwaeren moest machteloos toezien hoe hij en zijn vrouw gekneveld werden, want de man - een gepensioneerd werknemer van de suikerfabriek te Tienen - werd twaalf jaar geleden aan de linkerarm verlamd door de gevolgen van een infarct. Hij werd door de roofmoordenaars, die volgens de vrouw minstens met drie waren, op de keukenvloer gegooid.</em></p><p><em>Geschopt en geslagen</em></p><p><em>“Ze begonnen mijn man vast te binden”, zegt Maria Ramakers met hortende, stotende stem, die verstikt wordt door de tranen bij de herinnering aan het afschuwelijke toneel van de invalide man die hulpeloos op de grond lag.</em></p><p><em>“Ze drukten zijn benen achteruit tegen zijn rug en bonden handen en voeten samen. Het uiteinde van het koord werd in een lus om zijn hals gesnoerd. Hij werd zodanig bijeengebonden dat hij op een hoopje leek, niet groter dan dit hoofdkussen hier. Ze hebben hem geschopt en geslagen en ik hoorde dat ze hem om geld vroegen. Ik heb geroepen dat ze mijn man met rust moesten laten, dat hij ziek was, maar ik kreeg als antwoord een schop in de zij en een slag in het gelaat.”</em></p><p><em>Dat was het laatste dat de vrouw zag. De gangsters legden de elektrische stroom uit en bedienden zich van grote zaklampen. Maria Ramakers werd door een man in een kleine plaats naast de keuken gesleurd. Er werd een laken in repen gescheurd om er haar nog extra mee vast te binden.</em></p><p><em>“De man had een koord bij van een vinger dik. Mijn handen en voeten werden er mee op de rug samengebonden. De koord werd tussen mijn benen gehaald en zoals bij mijn man met een lus om de hals gelegd.”</em></p><p><em>Gemaskerd</em></p><p><em>Gedurende al die tijd was er slechts één man die enkele woorden sprak. Maria Ramakers herinnert zich dat hij “monnaie, monnaie” vroeg, wat er zou kunnen op wijzen dat de kerels zich als Franssprekend wilden voordoen maar die taal slechts gebrekkig kenden omdat ze anders wel “argent” zouden gezegd hebben.</em></p><p><em>Het is ook mogelijk dat het om vreemdelingen gaat die geen Nederlands en slechts gebrekkig<br />Frans kennen.</em></p><p><em>“Ik zegde dat ik geen geld had, want dat ons pensioen eerst de veertiende uitbetaald werd. Dat was niet waar”, zegt vrouw Ramakers, “want we hadden het al de zesde ontvangen.”</em></p><p><em>Over de daders zelf kan ze verder weinig aanduidingen geven. Ze meent alleen gezien te hebben dat ze iets wit voor het gelaat droegen. Een man bleef bij haar in de plaats terwijl ze de anderen haar man hoorde brutaliseren en kasten en laden openrukken op zoek naar geld.</em></p><p><em>“Ik dacht dat ik er aan was”, zei de vrouw ons. “Het was heel warm in het plaatsje, want we &#039;hadden er pas een nieuwe kachel staan en gekneveld als ik was meende ik te zullen stikken.”</em></p><p><em>Toen de man die haar bewaakte even later wegging en het stil werd in het huis, heeft Maria Ramakers geprobeerd zich los te maken. Ze is er na een tijdje in gelukt haar handen vrij te maken en is in het donker op haar knieën - omdat haar voeten nog gebonden waren en ze de knopen niet los kreeg - naar het raam gekropen.</em></p><p><em>“De deuren waren op slot en ik probeerde met een vuist de ruit stuk te slaan, maar dat ging niet. Nog altijd op mijn knieën ben ik naar een kast gekropen omdat ik mij plots herinnerde dat daar een broodmes in stak. Ik kon mijn voeten bevrijden en ben naar de keuken gegaan. Ik heb geroepen: ‘pa ligt ge daar nog?’”</em></p><p><em>“Maar pa antwoordde niet. Omdat het donker was durfde ik de keuken niet in. Met het heft van het broodmes heb ik de ruit stuk gekregen. Ik heb een stoeltje door het raam gestoken en langs de andere kant kunnen zetten, maar toen ik door het raam wilde voelde ik de scherven van het glas dat blijven steken was, in mijn hoofd en handen prikken.”</em></p><p><em>Weinig sporen</em></p><p><em>De vrouw heeft de tegenwoordigheid van geest gehad om een deken dat in de plaats lag over het hoofd te gooien en zo naar buiten te kruipen. Ze heeft zich daarbij wel aan de handen ge-kwetst. Achter haar nagels en rond de kroontjes van haar vingers zat nog het bloed vast van de kwetsuren die ze opliep. Haar relaas heeft ze herhaaldelijk onderbroken omdat ze telkens in snikken uitbarste en nog in shocktoestand verkeerde.</em></p><p><em>Mw. Ramakers is bij buren , gaan aankloppen maar dezen bleken afwezig en toen is ze een paar huizen verder aan een benzinestation hulp gaan halen bij Mw. Sabina Vanderstukken-Minnaert. Deze heeft onmiddellijk de schoonzoon Gerard Theunis gealarmeerd, evenals dokter Nijs van Oplinter en de rijkswacht van Tienen, die onder leiding van commandant Jan Hasaerts ter plaatse kwam. De BOB, geleid door adjudant Lathouwers, begon een onderzoek.</em></p><p><em>Maar het blijkt dat men tot nog toe over weinig elementen beschikt de gangsters zouden ongeveer 10.000 fr. meegenomen hebben. Voor zover men kon uitmaken zijn ze langs achteren door t veld gekomen en de veranda binnen gedrongen. De lijkschouwing moet ook nog uitmaken of Michel Vanderwaeren door slagen en verwondingen, door wurging of een infarct als gevolg van de overval het leven verloor.</em></p><p><em>Alhoewel de lijkschouwing nog niet volledig gedaan is zouden de eerste vaststellingen er op wijzen dat de opgelopen kwetsuren alleszins mede-oorzaak zouden zijn van het overlijden.</em></p><p><em>Het parket van Leuven met onderzoeksrechter Naets, substituut Crabbe en griffier Stessels kwam ter plaatse. Deze ploeg van het parket slaat een weinig benijdenswaardig record: het is de derde moord die ze op één week tijd in onderzoek krijgt na de wurging van Simone Caubergs te Aarschot en deze van Maria Mathijs te Holsbeek.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Januari 1971</p><p><strong>Nog geen spoor in roofmoord te Oplinter</strong></p><p><em>De BOB van de rijkswacht te Tienen heeft heel het weekeinde en ook maandag haar opsporingen naar de daders van de gewelddadige roofoverval te Oplinter voortgezet. Tot nog toe hebben deze tot geen resultaat geleid, maar de speurders hebben de hoop niet opgegeven uiteindelijk toch de hand te kunnen leggen op de misdadigers die vrijdagavond Michel Vanderwaeren, Tiensesteenweg 47 te Oplinter, tot de dood mishandelden en zijn echtgenote terroriseerden.</em></p><p><em>Alhoewel de gegevens waarover de mensen van adjudant Lathouwers beschikken zeer schaars zijn, handelen ze volgens een bepaalde thesis. Het resultaat zou wel zeer onverwacht kunnen zijn.</em></p><p><em>Uit de wijze waarop de bandieten te werk gegaan zijn leidt men af dat de daders niet onbekend waren in de streek.</em></p><p><em>De manier waarop de roofoverval op het bejaarde echtpaar Michel Vanderwaeren (65) en Maria Ramakers (67) gepleegd werd wijst er volgens de speurders op dat men waarschijnlijk te doen had met beginnelingen, die vooral door de brute kracht hun doel probeerden te bereiken, een techniek die niet bepaald deze is van geslepen misdadigers.</em></p><p><em>In de omgeving?</em></p><p><em>Alhoewel bepaalde kranten schreven dat Michel Vanderwaeren met een strijkijzer het hoofd werd ingeslagen, heeft de lijkschouwing uitgewezen dat dit niet het geval is. De daders hebben het snoer van het strijkijzer gerukt om er vrouw Ramakers mee te binden, maar de autopsie heeft uitgewezen dat het strijkijzer zeer waarschijnlijk niet gebruikt werd om de man te slaan, alhoewel de rovers hem deerlijk hebben gebrutaliseerd.</em></p><p><em>Voor zover men heeft kunnen uitmaken zouden de daders niet langs het veld het huis genaderd zijn. Een en ander zou erop wijzen dat ze met de buurt moeten vertrouwd geweest zijn. Dit heeft de speurders er dan ook waarschijnlijk toe aangezet alle jonge mannen in Oplinter en omgeving te ondervragen, een werkje waar men maandag nog niet mee klaar was en dat heden wordt voortgezet.</p><p>Dit laat vermoeden dat van alle mogelijke thesissen deze dat de misdadigers in de omgeving van de slachtoffers of alleszins in de streek zelf moeten gezocht worden, vooralsnog de bovenhand heeft.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Januari 1971</p><p><strong>Steeds geen spoor in moord te Oplinter</strong></p><p><em>Onder zeer grote belangstelling had woensdagmorgen te Oplinter de begrafenisplechtigheid plaats van een geheimzinnige roofmoord. De man overleed aan de slagen en verwondingen.</em></p><p><em>De aanranders, die vermoedelijk met drie waren, drongen in de vroege avond binnen bij het echtpaar Vanderwaeren-Ramakers, Tiensesteenweg 47 te Oplinter en bonden beide bejaarden stevig vast. Voor zover men heeft kunnen uitmaken probeerden de indringers de man met slagen te dwingen hen te zeggen waar er geld verborgen zat.</em></p><p><em>De vrouw lag ondertussen in een andere plaats gebonden, maar kon zich na het vertrek van de van Michel Vanderwaeren (65) die aanranders los maken en hulp vrijdagavond het slachtoffer werd halen.</em></p><p><em>De BOB van Tienen is sedert vrijdagavond aan een streng onderzoek bezig. Verschillende thesissen werden reeds vooropgezet Ondertussen doen in de streek van Oplinter de wildste geruchten de ronde, o.m. dat de daders reeds gekend zouden zijn.</em></p><p><em>Alhoewel de speurders hun onderzoek systematisch voortzetten blijkt echter dat tot nog toe geen enkel element gevonden werd dat het op het spoor van de daders zou kunnen brengen.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Januari 1971</p>]]></description>
			<author><![CDATA[null@example.com (Ben)]]></author>
			<pubDate>Fri, 27 Feb 2026 17:22:06 +0000</pubDate>
			<guid>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3737&amp;action=new</guid>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Aalst: 16 Januari 1979]]></title>
			<link>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3736&amp;action=new</link>
			<description><![CDATA[<p><strong>Samenvatting </strong><br /></p><ul><li><p>Wat? Hubert Baeyens vermoordt zijn oudste dochter</p></li><li><p>Wanneer? 16 Januari 1979</p></li><li><p>Waar? Botermelkstraat 122 in Aalst » <a href="https://maps.app.goo.gl/ULcrWAh9kYBUSfF87">Google Maps</a></p></li><li><p>Wie? Hubert Baeyens</p></li><li><p>Wapen: 7.65mm</p></li><li><p>Status: Opgelost</p></li></ul><p>Hubert Baeyens werd in april 1981 veroordeeld tot 16 jaar gevangenisstraf door het Oost-Vlaamse assisenhof.</p><p>Hubert Baeyens tijdens zijn proces:</p><p><span class="postimg"><img src="https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/hubert10.jpg" alt="https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/hubert10.jpg" /></span></p><p><strong>Meisje neergeschoten te Aalst</strong></p><p><em>Dinsdagavond omstreeks 20u. werd in de Botermelkstraat te Aalst de 20-jarige Carla Baeyens neergeschoten. Ze overleed ter plaatse. De vermoedelijke dader is haar vader, de 50-jarige onderwijzer Hubert Baeyens, Dorp 40, Ottergem. De man is voortvluchtig.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Januari 1979</p><p><strong>Onderwijzer schoot dochter dood te Aalst</strong></p><p><em>Een onderwijzer die gescheiden leefde van zijn gezin, heeft dinsdagavond in Aalst met enkele schoten uit een revolver zijn 20-jarige dochter neergeschoten. Het meisje stierf bijna onmiddellijk. Het drama gebeurde in de straat waar ze met haar moeder woonde.</em></p><p><em>Het slachtoffer had er een afspraak met haar vader, die wilde dat ze bij hem kwam wonen. Enkele uren later werd de dader in Dambrugge aangehouden Hubert Baeyens (51) leefde sinds geruime tijd niet meer bij zijn gezin. Zijn zoon verblijft als beroepsmilitair in Turnhout, maar de beide dochters Carla (20) en Vera (16) verblijven bij hun moeder Willienne Winnepenninekx in de Botermelkstraat 122 in Aalst. De man zelf had zijn intrek genomen op het Dorp 40 te Ottergem, een deelgemeente van Erpe-Mere.</em></p><p><em>Regelmatig zocht Hubert Baeyens nog contact. Niet zozeer om de relatie met zijn echtgenote te herstellen, maar om zijn dochters ervan te overtuigen hun moeder te verlaten en bij hem te komen. Een verzoek waarop de meisjes nooit waren ingegaan.</em></p><p><em>Tweemaal geraakt</em></p><p><em>Dinsdagnamiddag had hij een briefje in de bus gestopt van het huis aan de Aalsterse Botermelkstraat, waarin hij hen nog eens om een gesprek over dit thema verzocht. Rond 20 u. zou hij met zijn wagen geparkeerd staan, enkele tientallen m. voorbij hun woning.</em></p><p><em>Zowel Carla als Vera waren op de afspraak en tijdens het onderhoud in de auto toonde Hubert Baeyens hun een schietensklare revolver. “Ik zal eens duidelijke afspraken maken met uw moeder”, zei hij, en dwong zijn dochters hem te vergezellen in de richting van het huis nr. 122.</em></p><p><em>Doodsbang om wat er zou kunnen gebeuren, zette Carla het plots op een lopen, en dat was meteen het sein voor een drama. Zonder haar te raken, schoot de man meteen in de richting van zijn vluchtende dochter. Een buurman, de postbediende Jean Van de Velde, kwam door het lawaai op straat en het meisje zocht haar toevlucht in zijn woning.</em></p><p><em>Tevergeefs, want vanop de stoep vuurde Hubert Baeyens nog enkele malen. Carla werd tweemaal geraakt, in de longen en de zij, en bleek dodelijk getroffen. Maar ook de h. Van De Velde werd vrij ernstig aan de benen gewond, en een andere kogel drong door tot de badkamer, waar kinderen in het bad zaten.</em></p><p><em>Niet gewapend</em></p><p><em>Vera was intussen in bescherming genomen door een andere buurman, Roger Bockstael. De woede van de dader was nog niet gekoeld. Hij probeerde de woning van zijn vrouw binnen te dringen door tweemaal in het slot te schieten, maar dat mislukte.</em></p><p><em>Uiteindelijk vluchtte hij met zijn wagen. De ganse schietpartij had nauwelijks enkele minuten geduurd. Woensdagmorgen kon hij rond 3 u. door leden van de gerechtelijke politie van Aalst worden aangehouden in Dambrugge. Wat gevreesd werd, bleek niet waar: de man was niet meer gewapend. De revolver werd trouwens in de loop van de dag teruggevonden. Onderzoeksrechter Leo Tas leidde het onderzoek door het parket van Dendermonde.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Januari 1979</p><p><strong>Bewogen wedersamenstelling van dochtermoord te Aalst</strong></p><p><em>De wedersamenstelling van de dramatische schietpartij in de Botermelkstraat te Aalst, waarbij Carla Baeyens (20) door haar vader werd neergeschoten, is donderdagavond niet zonder emoties verlopen.</em></p><p><em>Deze emoties waren niet te zien bij verdachte Hubert Baeyens (51) die totaal onbewogen toonde hoe de aanloop is geweest tot de feiten, die tot het doden van zijn dochter hebben geleid.</em></p><p><em>Er was heel veel publieke belangstelling voor deze reconstructie. Bij de omstaanders was Dirk Baeyens, zoon van de verdachte en broer van het slachtoffer. De jongeman is sedert 1 december bij het leger, en had een bord om de hals hangen met de tekst: “Waarom heb je gewacht tot ik weg was om weerlozen aan te vallen, lafaard”.</em></p><p><em>Hij werd bestendig door twee rijkswachters omringd. Ook buurman Roger Bockstael, waarbij de dochter Vera bescherming had gevonden, stelde zich bijzonder agressief op tegen Hubert Baeyens en moest door onderzoeksrechter Tas herhaalde malen tot kalmte aangemaand worden.</em></p><p><em>Even werd de wedersamenstelling onderbroken, toen in een huis rechtover de plaats van het drama de verloofde van het slachtoffer in shocktoestand geraakte. Hij zou in mei met Carla Baeyens trouwen. Doktershulp bleek noodzakelijk.</em></p><p><em>Aan de onderzoekers heeft Hubert Baeyens verklaard het moordwapen een revolver FN 7.65 in een bar in Aalst te hebben gekocht van een onbekende. De thesis voorbedachtheid wordt steeds waarschijnlijker.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Januari 1979</p><p><strong>Wapen verkocht aan moordenaar te Aalst</strong></p><p><em>In de avond van 16 januari jl. schoot onderwijzer Hubert Baeyens (51), in de Botermelkstraat te Aalst zijn 20-jarige dochter Carla dood, nadat hij zijn twee dochters op straat om een gesprek had gevraagd, als gevolg van de echtscheiding die tussen hem en zijn vrouw hangende is.</em></p><p><em>Baeyens ontkende na zijn aanhouding enige voorbedachtheid en zei, dat hij het het wapen kon aanschaffen door bemiddeling van een 28-jarige herbergier uit Aalst, Herman C., en het op die wijze kon kopen bij de handelaar José F., uit Brussel. Deze beide personen worden nu beschuldigd van verboden wapenbezit en verboden handel in wapens, ook van medeplichtigheid aan de moord hoewel deze laatste beschuldiging wel niet zal kunnen staande gehouden worden.</em></p><p><em>Gebleken is dat Baeyens zich het wapen van de moord, een revolver, in een herberg van een onbekend iemand had gekregen. Gisteren werden in Dendermonde echter twee personen onder aanhoudingsmandaat geplaatst als gevolg van het lopende onderzoek.</em></p><p><em>Zij beweren dat zij niet wisten waarvoor de revolver moest dienen. In elk geval zal Baeyens moeilijk de voorbedachtheid kunnen blijven loochenen, nu ook zou gebleken zijn dat hij sinds maanden poogde aan een wapen te geraken.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Februari 1979</p><p><strong>Hubert Baeyens naar Assisenhof van Oost-Vlaanderen</strong></p><p><em>De Kamer van Inbeschuldigingstelling van Gent heeft Hubert Baeyens (52) van Ottergem bij Aalst naar het Assisenhof van Oost-Vlaanderen verwezen. Hubert Baeyens wordt beticht van moord op zijn 20-jarige dochter Carla en van moordpoging op Jean Van de Velde, een buurman van zijn dochter.</em></p><p><em>Het drama had zich voorgedaan te Aalst in de straat, waar de vrouw van Baeyens woonde met haar twee dochters. Onderwijzer Baeyens leefde gescheiden van zijn gezin. Hij had reeds verscheidene malen geprobeerd zijn kinderen bij hun moeder weg te halen. Op 16 januari 1979 kende een nieuwe poging om zijn kinderen te overhalen een fatale afloop.</em></p><p><em>Die avond had Hubert Baeyens een afspraak met zijn dochters in de buurt van de woning van zijn vrouw, Botermelkstraat te Aalst. Hij toonde zijn dochters een revolver en zei dat hij eens duidelijke afspraken zou maken met hun moeder.</em></p><p><em>Hij dwong zijn dochters dan hem te vergezellen naar de woning van de moeder. Eén van de dochters, de 20-jarige Carla, sloeg echter op de vlucht. Zij zocht haar toevlucht bij postbediende Jean Van de Velde, die buitengekomen was door het lawaai op straat.</em></p><p><em>Hubert Baeyens vuurde dan enkele malen vanop de stoep. Carla werd dodelijk getroffen in de longen en de zij. De h. Van de Velde werd vrij ernstig gewond aan de benen. Inmiddels was de andere dochter, Vera, bij een andere buurman gevlucht. Baeyens probeerde nog de woning van zijn vrouw binnen te dringen.</em></p><p><em>Hij trachtte het slot van de voordeur stuk te schieten, maar dat mislukte. Vervolgens vluchtte hij met zijn auto weg. Enkele uren later kon hij te Dambrugge aangehouden worden.</em></p><p><em>Baeyens verklaarde tijdens het onderzoek dat hij het moordwapen in een bar te Aalst van een onbekende gekocht had.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 13 November 1980</p><p><strong>Onderwijzer uit Erpe-Mere schoot dochter dood</strong></p><p><em>Meer dan twee jaar na de feiten, verschijnt maandag voor het Assisenhof van Oost-Vlaanderen onderwijzer Hubert Baeyens (53) uit Erpe-Mere, onder betichting van moord op zijn dochter Carla Baeyens (toen 20), en van moordpoging op Jean Van de Velde, een man die totaal toevallig bij de gebeurtenissen betrokken raakte.</em></p><p><em>Hubert Baeyens had uit zijn huwelijk met Willienne Winnepenninckx drie kinderen: Carla (geb. 1958), Dirk (geb. 1960) en Vera (geb. 1961). Na een reeks moeilijkheden van allerlei aard, besloten de echtgenoten in 1976 uit elkaar te gaan. De drie kinderen namen hun intrek op het adres van hun moeder, Botermelkstraat 122 in Aalst.</em></p><p><em>De vrouw vermeed angstvallig elke poging tot toenadering, maar belette niet dat de kinderen met hun vader contact hielden. Wanneer Hubert Baeyens een ontmoeting wou, schreef hij meestal een briefje met plaats en uur van de afspraak.</em></p><p><em>Zo was er voor 16 februari 1979 een gesprek gevraagd rond 19 u., in de buurt van de woning van de kinderen.</em></p><p><em>Aanvankelijk verliep het gesprek vriendelijk, maar plots haalde Hubert Baeyens een pistool boven, en dwong zijn dochters Carla en Vera hem te vergezellen naar hun moeder, om er een onderhoud te kunnen hebben. Toen een andere voetganger opdaagde, maakten de meisjes hiervan gebruik om hulp in te roepen. Een man uit de buurt, Jean Van de Velde, opende de deur en nodigde Carla uit binnen te lopen.</em></p><p><em>Hierop schoot Hubert Baeyens eerst de man een kogel in het been, en vuurde dan driemaal vanop korte afstand naar zijn vluchtende dochter. Hulp kon voor haar niet meer baten. Ten slotte nam hij met zijn wagen de vlucht, en werd dezelfde nacht rond 2.30 u. aangehouden in Dambrugge.</em></p><p><em>De debatten zullen geleid worden door raadsheer Marcel Laurens, bijgestaan door rechters Rita Van Peteghem en Christine Van de Putte. Substituut procureur-generaal Philippe Goeminne is openbaar aanklager, de burgerlijke partij wordt vertegenwoordigd door Mr. Christian Rasschaert. Hubert Baeyens wordt bijgestaan door Mrs. Piet Van Eeckhaut en John Bultinck.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Maart 1981</p><p><strong>Niemand kan echt uitleggen waarom onderwijzer dochter neerschoot</strong></p><p><em>Hoe broos moet het mechanisme zijn van de menselijke geest, dat een man van 50 zonder enig uiterlijk teken van aarzeling zijn dochter van 20 neerschiet? Een man bovendien die zichzelf, zowel voor zijn huishoudelijke als zijn professionele omgeving zo graag opdrong als het symbool van waardigheid en rechtvaardigheid.</em></p><p><em>Hoe dan ook, op 16 januari 1979 doodde onderwijzer Hubert Baeyens uit Ottergem zijn dochter Carla met drie schoten uit een pistool.</em></p><p><em>Twaalf Oost-Vlaamse juryleden zoeken sinds gisteren voor het Assisenhof naar de uiteindelijke schuld van deze schijnbaar zo hooghartige man. De gewelddadige dood van Carla Baeyens, in de avonduren van die strenge winterdag twee jaar geleden, is hoe dan ook het dramatisch eindpunt van de echtelijke moeilijkheden tussen de beklaagde en zijn vrouw, die feitelijk gescheiden leefden sedert half oktober 1976.</em></p><p><em>In tegenstelling met zijn echtgenote, bleef Hubert Baeyens permanent pogingen ondernemen om tot een verzoening te komen. Misschien wel tegen beter weten in. De moord op zijn dochter is een misdadige afrekening van een gefrustreerde afgewezen echtgenoot, die vanuit zijn ongenaakbaarheid dan maar besloten had in een soort tabula-rasa-sfeer wraak te nemen en daarvoor zelfs het leven van zijn oudste dochter wou offeren. Zo kan men summier de thesis van openbaar aanklager Geminne samenvatten, zoals die bleek uit de akte van beschuldiging.</em></p><p><em>Neen, stellen verdedigers Van Eeckhaut en Bultinck in hun akte van verdediging. Hubert Baeyens heeft nooit willen doden. De fatale seconden in de Botermelkstraat te Aalst moeten gezien worden als een uit de hand gelopen wanhoopsreactie van een koppig man, die kost wat kost de gezinseenheid wou herstellen. Steevast vasthoudend aan het beeld van mens en maatschappij dat hijzelf erop nahield, over alle andere feitelijke omstandigheden heen.</em></p><p><em>Het huwelijk van Hubert Baeyens en Willienne Winnepenninckx of het huwelijk tussen de onderwijzer en de extraverte marktkramersdochter, is sedert het begin van 1957 wellicht nooit geweest beiden ervan verwacht hadden.</em></p><p><em>Voor hem zijn de rollen duidelijk verdeeld. De term “gezinshoofd” moet in de meest strikte zin geïnterpreteerd worden. Met alle pedagogische plichten ten overstaan van de kinderen, maar ook met alle kleine en grote voorrechten als man, echtgenoot en onderwijzer.</em></p><p><em>Dat Willienne Winnepenninckx zeer vroeg in het huwelijk haar ouders bleef helpen in hun handelszaak, was in het door haar man ontworpen en gekoesterd beeld zeker niet de gedragsregel. Er was ook wat wrevel over financiële aangelegenheden met zijn schoonouders, maar dat bleef allemaal binnen de perken.</em></p><p><em>De echte grote moeilijkheden, die stilaan maar onafwendbaar naar de crisis in en naar het einde van het huwelijk zullen leiden, groeien rond de opvoeding van de groter wordende kinderen.</em></p><p><em>“Mijnheer de voorzitter”, zei Hubert Baeyens gisterennamiddag tijdens de ondervraging door voorzitter Marcel Laurens, “het gaat niet over de gezelligheid, die er volgens u door mijn optreden bij ons niet zou geweest zijn. Het gaat wel over het feit dat mijn vrouw en ik over deze opvoeding vaak een andere mening hadden, en dat zij bovendien nooit overleg bereid was.”</em></p><p><em>En dat was erg voor het schema dat “pater familias” Hubert Baeyens aan zijn gezin had willen opleggen. Hij bepaalde immers het huishoudelijk reilen en zeilen. Dus geen andere meningen. En indien er toch iets scheef liep, dan moest alles binnenskamers geregeld worden. Geen pottenkijkers. niemand mocht weten hoe ten huize Baeyens-Winnepenninekx de zaken ervoor stonden. De inbreuk op deze code is de onmiddellijke aanleiding tot de feiten van 16 januari 1979.</em></p><p><em>Na een reeks kleinere en grotere moeilijkheden tussen de beklaagde en zijn vrouw - waarbij vooral de dochter Carla haar moeder volgt wanneer deze voor een korte periode het huis verlaat - volgde op de dag van de gemeenteraadsverkiezingen, 10 oktober 1976, de definitieve breuk. Voor het eerst vielen er werkelijk harde klappen en de vrouw verliet de echtelijke woning te Ottergem, nam haar intrek in de Botermelkstraat te Aalst en werd korte tijd nadien gevolgd door de kinderen Carla (geb. 1958), Dirk (geb. 1960) en Vera (geb. 1961).</em></p><p><em>“Nooit heb ik er rekening mee gehouden”, aldus Hubert Baeyens ter zitting, “dat ik werkelijk alleen zou achterblijven. Zij had voordien ook nog gezegd dat de scheiding definitief was, en het liep telkens anders uit. Daarom bleef ik voor een verzoening ijveren, twee jaar lang. Daarom ook heb ik bij het gesprek met mijn dochters Carla en Vera het pistool als argument gebruikt. Omdat ik een familiaal gesprek wou en het geweigerd werd.”</em></p><p><em>Hubert Baeyens kocht inderdaad in augustus 1978 van een bevriend herbergier een pistool, dat hem vanuit Brussel door een “specialist” geleverd werd. Voor de openbare aanklager een aanwijzing voor de voorbedachtheid. “Ik weet niet precies waarom ik het kocht”, zei Hubert Baeyens zelf, “maar in een normaal gezinsleven zou ik het nooit gedaan hebben.”</em></p><p><em>Nochtans werd hem door alle gezinsleden duidelijk gemaakt dat niemand zin had in een hereniging van de familie. Ook na het ellendig hoofdstuk van een later ingetrokken klacht tegen hem wegens zedenfeiten, die zelfs tot een aanhouding leidde en waarvoor veel later de vrijspraak volgde, trok Hubert Baeyens de conclusie niet dat alles gedaan was.</em></p><p><em>Op 16 januari 1979 nodigde hij zijn dochter Carla en Vera uit voor een gesprek. Aanvankelijk verliep alles normaal, maar plots trok hij het pistool en dwong de doodsbange meisjes hem voor te gaan naar het huis van hun moeder. Maar het scenario klopte niet, want er volgde een ontmoeting met een toevallige voorbijganger, waardoor zij om hulp begonnen te roepen en de hele buurt alarmeerden.</em></p><p><em>Eerst schoot Hubert Baeyens naar een buurman die Carla beschermde, onmiddellijk daarop werd de in een woning vluchtende dochter op slag gedood door drie kogels uit het pistool van haar vader.</em></p><p><em>Waarom? De stellingen van openbaar aanklager en verdediging staan lijnrecht tegenover elkaar. En Hubert Baeyens zelf? Deze eerlijke, maar zo hautaine man heeft aan Hof en jury de uitleg niet kunnen geven. Niet willen geven, zullen zijn talrijke tegenstanders zeggen.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 31 Maart 1981</p><p><strong>Inzicht te doden hamvraag van tweede procesdag</strong></p><p><em>Heeft Hubert Baeyens op de gure winteravond van 16 januari 1979 zijn dochter Carla in koelen bloede gedood? Of werden de drie pistoolschoten helemaal niet afgevuurd met een dergelijk misdadige intentie?</em></p><p><em>Tijdens het getuigenverhoor gisteren in het Oost-Vlaams Assisenhof waren andere vragen heel wat minder belangrijk. Van ongemeen groot belang is in dit verband de zekerheid over de precieze plaats waar Hubert Baeyens stond toen hij naar zijn vluchtende dochter schoot.</em></p><p><em>Kan inderdaad aangetoond worden dat de beklaagde op het fatale moment niet in de gang stond van de woning van Jean Van de Velde, waar het slachtoffer een toevlucht had gezocht, dan moet men ook aannemen dat hij moeilijk kon mikken. En dan komt de stelling van het inzicht te doden toch wel op losse schroeven. In het andere geval ziet het er veel slechter uit voor Hubert Baeyens.</em></p><p><em>Vandaar dat openbaar ministerie en verdediging gisteren herhaaldelijk een discussie aangingen over enkele centimeters. Stond de man op straat, op de stoep of werkelijk in de gang? Ook bij de getuigen bleven de meningen verdeeld.</em></p><p><em>Bovendien heeft de andere dochter, Vera, de dramatische slotfase niet meegemaakt. Zij hoorde enkel schieten, want toen was ze reeds in het huis van een buurman gevlucht.</em></p><p><em>Gestrekte arm</em></p><p><em>Jean Van de Velde is niet alleen een belangrijk ooggetuige van het gebeuren, hij is ook een slachtoffer. Want hij werd door het eerste schot van Hubert Baeyens in het rechterscheenbeen getroffen.</em></p><p><em>“Net toen het TV-journaal zou beginnen, mijnheer de voorzitter, hoorde ik een ongewoon lawaai op straat. Ik zag vier personen, waarvan ik alleen Carla en Vera goed kende. De twee mannen waren Hubert Baeyens en Roger Bockstael, de voetganger waarbij Carla bescherming had gezocht.”</em></p><p><em>“Jean, help ons, hoorde ik roepen. Toen sprong Carla bij mij binnen. Ik moest me een beetje omdraaien om haar te laten passeren. Plots stond haar vader op de stoep, en schoot met gestrekte arm. Een eerste schot ging door mijn been onderaan, maar dat besefte ik eerst niet. Of er dan naar Carla echt werd gemikt, weet ik niet. Alles gebeurde heel vlug. Er werd hoe dan ook vanop zeer korte afstand gevuurd, zeker en vast was het onmogelijk om haar niet te treffen.”</em></p><p><em>Roger Bockstael, de man die vader en dochters Baeyens op straat ontmoette toen hij bij zijn ouders op bezoek wou gaan, is veel meer zelfzeker wat de plaats betreft vanwaar de dodelijke schoten vielen. “Indien Hubert Baeyens beweert dat hij niet in de gang van het huis van Jean Van de Velde is geweest, liegt hij, mijnheer de voorzitter.”</em></p><p><em>Wel bevestigde de getuige, op een vraag van de verdediging, dat hij beklaagde verscheidene malen hoorde roepen “dat hij niets zou doen”. Het was eveneens Roger Bockstael die het eerst bij Carla in de gang kwam en vermoedde dat het meisje dood was.</em></p><p><em>Hendrik De Wulf, stoere bink van 24, bracht gisteren ter zitting een verhaal over het gebeuren in de Aalsterse Botermelkstraat, zoals hij het graag had willen zien gebeuren. Vooral dan met een persoonlijke rol, die werkelijk aan het heldhaftige grensde. Zelfs de herhaaldelijke verwijzingen van een rustige voorzitter Marcel Laurens naar zijn vroegere verklaringen tijdens het onderzoek, brachten hem niet van zijn stuk.</em></p><p><em>Een ongewild komisch intermezzo eigenlijk.</em></p><p><em>Een hel</em></p><p><em>Met heel veel gespannen aandacht werd geluisterd naar wat Vera Baeyens vertelde, die haar zuster Carla op 16 januari 1979 vergezelde.</em></p><p><em>Haar relaas was zeer onbarmhartig voor Huber Baeyens, haar vader. Thuis was het een hel, zowel voor de moeder als voor de kinderen. Met de regelmaat van een klok vielen er voor iedereen klappen, vaak omwille van de meest banale aanleiding.</em></p><p><em>“Een voorbeeld, mijnheer de voorzitter. Een 7 op een rapport was automatisch een pak rammel. Het moest steeds 9 of 10 zijn, en minstens 8,5.”</em></p><p><em>Even formeel bleef ze bij haar versie dat op weg naar huis, met hun gewapende vader achter zich, duidelijke en net mis te verstane doodsbedreigingen werden geuit. “Als mama de deur niet opent, shciet ik U beiden neer.” Waarop Carla zou gerepliceerd hebben: “Vera is 17, ik 20, en we hebben geen zin om voor U het leven te laten.”</em></p><p><em>Verrassend sober ten slotte was het getuigenis van echtgenote Willienne Winnepenninekx. “Reeds na die weken huwelijk”, zei de vrouw, “kreeg ik slaag. En dat ik het zo lang heb willen verduren, was alleen omdat ik een huishouden bij elkaar wou hebben zoals iedereen. Maar na de grote scène van 10 oktober 1976 stond mijn besluit vast. Ik kon het leven met hem niet meer aan, ik wou alleen met de kinderen blijven. De ene keer dat ik hem nog ontmoet heb, was om hem dit persoonlijk te zeggen.”</em></p><p><em>En wat zei Hubert Baeyens zelf gisteren? Bitter weinig. Toen Vera sprak, zat hij met de handen voor de ogen. Blijkbaar voor hem de uiterste grens om zijn gevoelens in het openbaar de vrije loop te laten.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 1 April 1981</p><p><strong>Psychiater laat van beklaagde geen spaander heel</strong></p><p><em>De meeste aandacht ging woensdag in het Assisenhof van Gent naar het getuigenis van psychiater Dr. Jules De Wilde over Hubert Baeyens, de Ottergemse onderwijzer die op 16 januari 1979 zijn dochter Carla neerschoot. In iets meer dan een uur hing hij van beklaagde een beeld op, waarin geen moment plaats was voor clementie.</em></p><p><em>“Ik hou mijn hart vast”, zei de psychiater, toen hem door de voorzitter gevraagd werd naar de draagwijdte van de rancuneuze gevoelens ten overstaan van de overige gezinsleden, die de beklaagde nog altijd zou koesteren.</em></p><p><em>Wat de psychiater vooral was opgevallen, was het helder bewustzijn dat Hubert Baeyens gedurende de ganse wedersamenstelling had. Steeds poogde hij de eigen versie krachtdadig door te drukken, met een inzet die soms aan het agressieve grensde.</em></p><p><em>Even opvallend noemde getuige de breedsprakerigheid van de beschuldigde. Een kort relaas geven over een eenvoudig feit bleek onmogelijk. Maar men mag rustig aannemen dat de man zelf dit ziet als een middel om een rad voor de ogen te draaien. Want het gaat daarbij nooit om emotionele elementen.</em></p><p><em>Onverkwikkelijk</em></p><p><em>Is dit toch eens het geval, dan wordt zonder uitzondering de schuld naar anderen doorgeschoven. “Niet ik heb schuld aan de dood van Carla”, zei hij eens tijdens een van de gesprekken met de psychiater, “maar wel mijn echtgenote.”</em></p><p><em>Hubert Baeyens werd door getuige verder beschreven als een man met meer dan normale intellectuele mogelijkheden. Een van de meest typische kenmerken is wat de psychiater een “overwaardig zelfbeeld” noemde. Dit imago steunde dan op fysieke kracht, autoriteit, integriteit, status. Voor zijn relaties betekent dit in de praktijk dat hij onderdanig is tegenover meerderen, joviaal met gelijken en meedogenloos voor minderen.</em></p><p><em>“Nergens kan”, aldus steeds Dr. Jules De Wilde, “bij deze man een spoor van echte emotie aangetroffen worden. Over de dood van Carla demonstreerde hij een hevig verdriet, maar stiekem hield hij in de gaten welk effect dit optreden had. Een toch wel onverkwikkelijke scène”, vond de psychiater.</em></p><p><em>Andere “eigenschappen” van Hubert Baeyens op een rijtje, zoals ze door deze ademloos beluisterde deskundige keihard werden geformuleerd: eindeloos vitten over details, contactarm, gebrek aan psychische energie, fundamenteel oneerlijk, theatraal, blijvend rancuneus, onbekwaam tot echte diepgaande gevoelens.</em></p><p><em>Roddelpraat</em></p><p><em>Nochtans, zo beaamde Dr. Jules De Wilde op een vraag van verdediger Mr. Van Eeckhaut, denkt Hubert Baeyens zelf dat hij is zoals hij zich in oppervlakkige contacten voordoet: joviaal, plichtbewust, ernstig waar het moet.</em></p><p><em>Dezelfde raadsman kon de psychiater ook nog doen relativeren met het gezegde dat “Hubert Baeyens zichzelf niet gemaakt heeft”. Maar de slotbedenking van de getuige was dan weer onverbiddelijk: “Als psychiater heb ik gedurende vele jaren honderden mensen onderzocht, mijnheer de voorzitter, maar volgens mij is deze man werkelijk een “pièce unique”.”</em></p><p><em>De rest van de getuigenrij gisteren was minder negatief over Hubert Baeyens. Al kon het geheel dat moraliteitsgetuige Erwin Smekens van de gerechtelijke politie Aalst schetste, vanzelfsprekend het tegendeel niet aantonen van de uiteenzetting van Dr. Jules De Wilde. “Voor de beweringen van zwaar drinken heb ik geen formele bevestigingen kunnen krijgen”, zei deze getuige.</em></p><p><em>En over het slachtoffer Carla: “Ze was gedienstig, aangenaam in de omgang, ze werd overal graag gezien. De laatste maanden voor haar dood leefde ze echt naar haar huwelijk toe.”</em></p><p><em>Het vriendelijkst werd gisteren over de beklaagde gesproken door enkele onderwijsmensen en enkele bekenden uit Ottergem, die op verzoek van de verdediging waren opgeroepen.</em></p><p><em>“Misschien van de oude stempel, maar een goede collega en een toegewijde onderwijzer”, zei een directrice van een school waar Hubert Baeyens enkele jaren les gaf. “Het is niet altijd gemakkelijk in een volksschool, mijnheer de voorzitter.”</em></p><p><em>“We hoorden ook wel eens wat zeggen, maar met roddelpraat houden we ons niet bezig”, affirmeerde een Ottergemse bekende. “Het zal wel voor een zeer groot stuk oncontroleerbare roddel geweest zijn”, zei ook nog een vroegere onderwijscollega.</em></p><p><em>Vandaag worden de laatste getuigen gehoord en komen de burgerlijke partijen en de openbare aanklager aan het woord.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 2 April 1981</p><p><strong>Hubert Baeyens dacht aan zelfmoord</strong></p><p><em>Het heeft tot donderdag geduurd vooraleer Hubert Baeyens, voor het Oost-Vlaams Hof van Assisen gedagvaard wegens moord op zijn dochter Carla duidelijk laten blijken heeft dat ook hij dankbaar kan zijn. Zijn zuster Maria bracht hij in het openbaar hulde om wat zij voor hem deed, broer Frans kreeg een groet met de hand. Daarmee toonde deze zo moeilijk te benaderen man wat de solidariteit dan toch betekent in “de stam Baeyens”, zoals zijn broer alles onder één noemer wou brengen.</em></p><p><em>Maria Baeyens speelde gisteren geen verstoppertje. Zij stond en staat onvoorwaardelijk achter haar broer, wat ook over hem gezegd wordt en wat hij ook gedaan heeft. Voor haar staat het muurvast dat veel schuld voor het uiteenspatten van het huwelijk tussen Hubert Baeyens en Willienne Winnepenninekx bij de vrouw moet gezocht worden. Het verschil in intellectuele mogelijkheden, en dus in levensvisie, was te groot om tot een gelukte verhouding te kunnen leiden.</em></p><p><em>Het was echt niet altijd omwille van slagen dat Willienne het huis verliet. Soms was het ook gewoon omdat zij op het eigen niveau eens wou terugvallen.</em></p><p><em>Kinderen</em></p><p><em>Volgens Maria Baeyens waren de klachten van haar schoonzuster op zijn minst overdreven. Een typisch voorbeeld was toch wel het feit dat zij niet kwam opdagen op de plechtige communie van één van de kinderen, een belediging die Hubert Baeyens moeilijk kon verwerken.</em></p><p><em>Het staat volgens deze getuige wel vast dat Hubert Baeyens echt veel hield van zijn kinderen, en er ook in de praktijk veel voor deed. Om Carla te kunnen helpen bij haar middelbare studies bv., zag hij er niet tegen op om op eigen houtje avond na avond moderne wiskunde te studeren. Ook toen het gezin na oktober 1976 uit elkaar viel, bleef hij naar het wel en wee van Carla, Dirk en Vera informeren.</em></p><p><em>De klacht wegens zedenfeiten en de ganse nasleep ervan, maakten hem “zwaar depressief”. Toch bleef zijn eerste en enige bedoeling het gezin te herenigen. Hoewel ze voor de psychische lijdensweg van haar broer veel begrip opbracht, kan ze de feiten vanzelfsprekend niet goedkeuren. “Ik ben naar de rozenkrans geweest, om duidelijk aan te tonen hoezeer ik tegen zijn daad was.”</em></p><p><em>Stommiteit</em></p><p><em>Het is naar zijn broer Frans, verbonden aan de rijkswachtbrigade van &#039;sGravenwezel, dat Hubert Baeyens vrijwel onmiddellijk na de feiten telefoneerde met de mededeling dat “hij een stommiteit had gedaan, dat hij naar zijn Carla had geschoten en niet wist of ze gewond of dood was”.</em></p><p><em>Ter zitting legde Frans Baeyens er de nadruk op hoezeer het hem toen opgevallen was dat zijn broer bij dit gesprek weende, want dat deed hij uiterst zelden. Toen deze getuige, intussen zelf door collega&#039;s verwittigd over de ware toedracht van de schietpartij in de Botermelkstraat te Aalst, in een tweede telefonisch contact aan de beklaagde zei dat zijn dochter dood was. werd over zelfmoord gesproken: “Ze zullen mij wel ergens vinden in het water. Ik heb nooit enig kwaad willen doen aan de kinderen. Denk steeds daaraan.”</em></p><p><em>Het is ook met zijn broer dat Hubert Baeyens na oktober 1976 is blijven praten over een verzoening met vrouw en kinderen. “De vele keren dat hij bij mij kwam, werd in feite over niets anders gepraat. Na de geschiedenis met de zedenfeiten geloofde ik persoonlijk niet meer aan die mogelijkheid, maar hij blijkbaar wel.”</em></p><p><em>Op een vraag van de burgerlijke partij ontkende Frans Baeyens ten slotte dat hij druk had uitgeoefend op de meisjes Carla en Vera om hun klacht over zedenfeiten tegen hun vader in te trekken.</em></p><p><em>Gijzeling</em></p><p><em>Als slot van de donderdagzitting kwamen de raadslieden van de burgerlijke partijen aan bod. Namens echtgenote Willienne Winnepenninekx en de kinderen Dirk en Vera Baeyens, hing Mr. Christiaan Rasschaert eerst een beeld op van de mooie figuur die het slachtoffer Carla Baeyens was. </em></p><p><em>“Te weinig”, aldus deze pleiter, “wordt bij assisenprocessen aan het slachtoffer gedacht. In dit geval mag niet uit het oog verloren worden dat over Carla geen enkele negatieve verklaring werd afgelegd, ook niet door haar vader. Is een moord op een bloedeigen kind reeds een verschrikkelijke gebeurtenis, dan moet hier onderlijnd worden dat niets in de figuur van de amper 20-jarige dochter een motief kon vormen voor de feiten.”</em></p><p><em>“Want de feiten van 16 januari 1979 in de Aalsterse Botermelkstraat zijn uitermate zwaar. Het begon als een zorgvuldig voorvoorbereide gijzeling, die in de geest van Hubert Baeyens een vaste vorm kreeg toen hij de avond voordien het wapen klaarmaakte. Deze gijzeling verliep volgens een door Hubert Baeyens uitgedacht scenario, waarin ook het element voorbedachte rade om de gijzelaars te doden inbegrepen zat.”</em></p><p><em>“Er moet dus positief geantwoord worden op de vragen, zoals ze door de akte van beschuldiging worden aangebracht.”</em></p><p><em>Namens de toevallig gewonde Jean Van de Velde vroeg Mr. Vertommen dat het toegebrachte fysisch en psychisch leed zou kunnen vergoed worden. Ook de werkgever van Jean Van de Velde, de Regie der Posterijen, stelde zich burgerlijke partij daar er toch een volledige werkonbekwaamheid is geweest gedurende 155 dagen.</em></p><p><em>Vandaag komen openbaar ministerie en verdediging aan het woord. Het arrest wordt in de avonduren verwacht.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 3 April 1981</p><p><strong>Zestien jaar voor Hubert Baeyens</strong></p><p><em>Om twintig voor elf viel gisteren voor het Assisenhof van Gent het vonnis voor onderwijzer Hubert Baeyens die zijn bloedeigen dochter Carla (20) heeft neergeschoten. De man kreeg zestien jaar dwangarbeid. Voordien had de jury ruim twee uur beraadslaagd om Baeyens schuldig te bevinden aan moord.</em></p><p><em>Openbaar aanklager Philippe Geminne zei dat in het dagenlang proces één aspect nooit uit het oog mag worden verloren: Het gaat om een vader die zijn bloedeigen dochter van nauwelijks 20 jaar heeft neergeschoten.</em></p><p><em>Om welk motief? Het is verschrikkelijk in zijn eenvoud: dochter Carla bood weerstand aan het vaderlijk woord ze wou niet gehoorzamen. Om dit te kunnen begrijpen moet men vooraf nagaan welk figuur Hubert Baeyens is. Een man met een normale opvoeding, die op volwassen leeftijd op een dubbel vlak moeilijkheden ondervindt: professioneel en huishoudelijk.</em></p><p><em>Psychiater De Wilde, aldus de openbare aanklager, gaf de perfecte uitleg voor deze moeilijkheden. Tegenover zwakkeren is Hubert Baeyens meedogenloos. Baeyens legt steeds het accent op zijn verzoeningspogingen. Iedereen weet welk ideaal hulpmiddel hierbij een geladen pistool is. Beklaagde heeft de stellige bedoeling gehad dit wapen op de avond van 16 januari 1979 te gebruiken, anders waren alle bekende voorbereidingen totaal nutteloos.</em></p><p><em>Indien zijn dochters Carla en Vera niet zouden capituleren voor zijn bedreigingen, werd er geschoten. Bovendien blijkt hieruit de voorbedachtheid. Het inzicht te doden kan moeilijk geloochend worden, meende ten slotte de h. Goeminne. Als vanop een dergelijke korte afstand met een dergelijk wapen geschoten wordt, staan bij de schutter bij voorbaat de gevolgen vast.</em></p><p><em>Tederheid </em></p><p><em>Met grote moed heeft eerste verdediger Mr. Piet Van Eeckhaut dan gepoogd minstens enkele stenen af te breken van het somber gebouw, dat de laatste dagen rond Hubert Baeyens was opgetrokken.</em></p><p><em>Het is niet goed zich bij de besluitvorming te laten leiden door de uiterlijke schijn, die zeker niet in het voordeel is van de hautaine betweter, die Hubert Baeyens is en blijft. Een gruwelijke vergissing over zijn intenties is zeer goed mogelijk. Ten tweede moet een jury op haar hoede zijn voor onbewezen maar hardnekkige geruchten. En ook deze zijn talrijk. Ze worden aangebracht door mensen die de ondergang van beklaagde hebben gezworen.</em></p><p><em>De uitspraken over de gevaarlijkheid van Hubert Baeyens moeten volgens Mr. Van Eeckhaut sterk gerelativeerd worden. De feiten in de Aalsterse Botermarkstraat zijn niet voor herhaling vatbaar, het moet beschouwd worden als een unieke situatie. Als men dan toch over emoties spreekt, mag niet vergeten worden dat in het huwelijk van Hubert Baeyens en Willienne Winnepenninckx een wezenlijk bestanddeel ontbrak, en dat was tederheid. Zeker ook vanwege de vrouw.</em></p><p><em>Tweede verdediger Mr. John Bultinck zag het als zijn taak de volgens hem foutieve kwalificatie van de feiten van 16 januari 1979 aan te tonen. Dit betekent in de praktijk dat Hubert Baeyens door de Oost-Vlaamse jury niet schuldig mag geacht worden aan doodslag met voorbedachte rade op zijn dochter Carla, maar aan opzettelijke slagen en verwondingen zonder het oogmerk te doden, maar met de dood als gevolg.</em></p><p><em>Waaruit blijkt de voorbedachtheid bij de beschuldiging? Uit geen enkel element. Toch niet reeds uit de aankoop van het pistool, zoals door de openbare aanklager werd gesuggereerd. Talloos waren de ontmoetingen met zijn kinderen, nooit werd het gebruikt.</em></p><p><em>Waarom kocht hij het dan? Om zijn geschonden beeld van integere en sterke man op te kalefateren. Alleen daarom. Ook tijdens de droevige wandeling onder bedreiging, de avond van de feiten, speelde bij Hubert Baeyens nooit de idee van schieten door het hoofd. Wel van desnoods onder druk van een wapen een ontmoeting af te dwingen.</em></p><p><em>Het inzicht te doden? Dit wil concreet zeggen dat men bij het stellen van de daad alleen de dood wil. Geen ander gevolg. Het uitrafelen van de laatste seconden van het leven van Carla Baeyens kunnen inderdaad de illusie wekken dat Hubert Baeyens wetens en willens de dood van zijn dochter heeft gewild. Maar het is onjuist. Er vielen drie ongelooflijk snelle schoten, die hun vreselijk effect niet hebben gemist omdat het lichaam viel in een draaiende beweging. “Het hoofd bood zich aan”, verklaarde onderzoeksrechter Leo Tas, luguber maar precies.</em></p><p><em>De betichting van moordpoging op de toevallige aanwezige Jean Van de Velde is eigenlijk absurd. Daar ontbrak elke intentie. Alleen de kwalificatie onopzettelijke slagen met werkonbekwaamheid als gevolg is hier een ernstige formulering. In die optiek vroegen de verdedigers negatief te willen antwoorden op de vragen over moord en moordpoging, positief op deze over de slagen. </em></p><p><em>Het hof weigerde echter in verband met Carla de feiten te herkwalificeren als onopzettelijke slagen en verwondingen, zonder het doel te doden. Het verzoek om in verband met Jean Van de Velde geen moordpoging te weerhouden werd wel ingewilligd.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 4 April 1981</p>]]></description>
			<author><![CDATA[null@example.com (Ben)]]></author>
			<pubDate>Wed, 25 Feb 2026 15:57:28 +0000</pubDate>
			<guid>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3736&amp;action=new</guid>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Ukkel: 22 Maart 1979]]></title>
			<link>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3702&amp;action=new</link>
			<description><![CDATA[<p><strong>Samenvatting</strong><br /></p><ul><li><p>Wat? Moord op André Michaux, een functionaris bij de Nationale Bank</p></li><li><p>Wanneer? 22 Maart 1979</p></li><li><p>Waar? Overhemlaan 4 in Ukkel » <a href="https://maps.app.goo.gl/V8UXuFwcRF28yAVn8">Google Maps</a></p></li><li><p>Wie? Onbekend</p></li><li><p>Status: onopgelost</p></li></ul><p>De man werd waarschijnlijk door leden van de IRA vermoord. De moord was mogelijk een vergissing vermits André Michaux lijkt op Paul Holmer, adjunct bij de Britse ambassadeur bij de NATO.</p><p>In verband met de moord werden twee robotfoto&#039;s verspreid. Een van de chauffeur van de wagen waarmee de daders zich verplaatsten (boven) en een van de man die op Michaux heeft geschoten. De robotfoto van deze laatste vertoont gelijkenissen met de foto van de Ier Patrick Thornberry (midden).</p><p><span class="postimg"><img src="https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/robotf23.jpg" alt="https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/robotf23.jpg" /></span></p><p><strong>Ambtenaar voor zijn woning doodgeschoten</strong></p><p><em>De Franse staatsambtenaar André Michaux, wonende Overhemlaan 4 te Ukkel, werd gisteravond, omstreeks 18 uur, terwijl hij achter het stuur van zijn wagen zat, voor zijn woning neergeschoten. Twee onbekenden naderden de wagen aan beide kanten en vuurden tegelijkertijd.</em></p><p><em>Michaux, die doctor in de rechten is, werd naar het ziekenhuis overgebracht maar is later op de avond overleden. Na de schietpartij zijn de daders naar een auto gelopen, vermoedelijk een BMW, die wat verder geparkeerd stond met een derde medeplichtige achter het stuur. Ze zijn in allerijl weggereden in de richting van de autoweg.</em></p><p><em>De gerechtelijke brigade van Ukkel en het parket van Brussel begaven zich ter plaatse. Volgens de eerste gegevens zou het om een afrekening kunnen gaan maar zekerheid bestond daarover nog niet. Het onderzoek ter plaatse duurde tot laat in de nacht.</em></p><p><em>De Overhemlaan is een korte zijstraat van de Dieweg te Ukkel, niet ver van het weerkundig observatorium.</em></p><p>Bron: De Standaard | 23 Maart 1979 </p><p><strong>Sloeg het IRA ook toe te Brussel?</strong></p><p><em>Gerechtelijke politie en rijkswacht, bijgestaan door de gerechtelijke brigade van Ukkel, zoeken sinds donderdagavond met man en macht naar de twee daders, die de 47-jarige bankbeambte André Michaux voor zijn woning in Ukkel hebben neergeschoten.</em></p><p><em>Omdat er een mogelijk verband kan bestaan met de donderdagmorgen gepleegde moord op de Britse ambassadeur in Den Haag, zijn ook Nederlandse rechercheurs naar Brussel gekomen alsmede speurders van Scotland Yard.</em></p><p><em>De rijkswacht zou enkele aanhoudingen hebben verricht, doch later bleek dat de arrestaties niets te maken hadden met het neerschieten van de Ukkelse bankfunctionaris, De gearresteerden behoren echter wel tot het milieu, maar het is niet bekend waarom ze werden opgebracht.</em></p><p><em>In hun speurtocht ontdekten de opsporingsdiensten vrijdagmorgen in Ukkel een onbeheerde wagen, met daarin ook een kogel. De auto had een transitplaat die ingeschreven stond op de naam van een Brit. Die man wordt ijverig gezocht, maar de speurders zijn zeer karig met inlichtingen.</em></p><p><em>Receptie</em></p><p><em>André Michaux, die donderdagavond in de Overhemlaan te Ukkel door twee onbekenden om het leven werd gebracht, is gehuwd en vader van enkele kinderen. Hij trad in 1955 als jonge doctor in de rechten in dienst van de Nationale Bank van België, waar hij adjunct-chef van de discontodienst werd met de rang van afdelingshoofd.</em></p><p><em>Hoewel het motief voor het vermoorden van André Michaux nog niet duidelijk is, menen sommige speurders toch dat de bankfunctionaris bij vergissing werd neergeschoten. De aanslag zou eigenlijk gericht geweest zijn tegen de ambassadeur van Groot-Brittannië bij de NATO, sir John Killich. Maar deze was sedert enkele tijd afwezig en werd vervangen door de diplomaat Holmer, die adjunct is bij de Britse ambassadeur bij de NATO. Deze Holmer bevond zich donderdagavond op de ambassade van Turkije te Brussel, waar een receptie plaatshad ter gelegenheid van het bezoek van Denktasj.</em></p><p><em>Homer, die een villa betrekt aan de Dieweg, op de hoek van de Overhemlaan waar Michaux werd vermoord, is later dan gepland thuisgekomen. Dit zou dan aan de basis kunnen liggen van de verwarring bij de daders die het leven aan André Michaux heeft gekost.</em></p><p><em>Anderzijds duiken ook geruchten op als zouden de daders al enkele dagen geleden de Britse ambassadeur bij de NATO John Killich hebben willen vermoorden. Hebben ze dan niet geweten dat hij al een tijdje afwezig was uit Brussel? De strenge bewaking van zijn woning zou de daders hebben aangezet om naar Den Haag te gaan om daar sir Richard Sykes, de Britse ambassadeur in Den Haag, uit de weg te ruimen.</em></p><p><em>Privé-gesprekken</em></p><p><em>Naar aanleiding van het strenge onderzoek circuleren tal van oncontroleerbare geruchten. Men beweert onder meer dat het slachtoffer wel geen zakenrelaties had met de Britse ambassadeur bij de NATO te Brussel, doch wel privégesprekken had gevoerd. Als heren waren ze geen onbekenden van elkaar.</em></p><p><em>Anderzijds wordt verteld dat André Michaux betrokken zou zijn geweest in wapentransacties met het Iers Republikeins Leger en zou hij daar iets van hebben losgelaten bij de Britse ambassadeur bij de NATO. Dit laatste werd echter door de politie en eveneens door de Nationale Bank, waar het slachtoffer werkte, ten stelligste ontkend. Niettemin zijn er speurders die deze eventuele transacties uitpluizen. Want in het geval dat het toch waar zou zijn dan is André Michaux niet bij vergissing vermoord.</em></p><p><em>Het IRA zou hem immers dan zijn loslippigheid bij de Britse ambassadeur bij de NATO met de dood hebben doen bekopen. Maar dit zijn maar vage veronderstellingen, zoals er vrijdag in gerechtelijke kringen te Brussel nog tientallen andere waren geformuleerd.</em></p><p><em>Men tracht anderzijds ook te achterhalen of André Michaux niet door het Belgische milieu werd van kant gemaakt. De politie verzamelde al tal van interessante gegevens, maar alles moet nog aan de werkelijkheid worden getoetst.</em></p><p><em>Ondertussen blijven alle Brusselse politiediensten gemobiliseerd en worden extra beschermings- en bewakingsdiensten van diplomaten uitgevoerd.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Maart 1979</p><p><strong>Had moordenaar van Michaux een schuilplaats in Brussel?</strong></p><p><em>Een 40-jarige man uit Brussel, die bij de gerechtelijke diensten als een IRA-sympathisant bekend stond, werd zaterdagmiddag door de rijkswacht aangehouden en later door onderzoeksrechter De Biseau d&#039;Hauteville onder arrest geplaatst.</em></p><p><em>Ten huize van deze man werden o.m. twee machinepistolen en een grote hoeveelheid daarbij passende munitie ontdekt. De man was blijkbaar niet rechtstreeks betrokken bij de moord op de ambtenaar André Michaux. Het is echter niet uitgesloten dat hij de drie daders tijdelijk onderdak heeft verleend.</em></p><p><em>Vrijdagavond werd op het Heldenplein onderaan de Derélaan te Ukkel een wit-gekleurde Volkswagen K-70 aangetroffen met daarin een P.38-patroon van hetzelfde kaliber als de projectielen waarmee de ambtenaar werd vermoord.</em></p><p><em>Michaux werd door vier kogels geraakt, waarvan één in het hoofd zodat hij vrijwel meteen aan de opgelopen verwondingen is overleden. Dezelfde witte VW K-70 droeg achteraan een Belgische transit-nummerplaat die naar twee adressen verwees: één in Brussel en een tweede Dublin (Ierse Republiek).</em></p><p><em>De wagen was slechts op 20 maart jl. aangekocht, mogelijk met de bedoeling er in het Brusselse mee op te treden. De daders kwamen vermoedelijk uit Ierland zelf en het ziet ernaar uit dat ze ondertussen ons land verlieten.</em></p><p><em>Dank zij de gedane vaststellingen, is men er in gerechtelijke kringen voor ruim 80 t.h. van overtuigd dat de daders zich van slachtoffer hebben vergist. Na de moord op de Britse ambassadeur in Den Haag, bestaat er weinig twijfel over dat de daders ook te Ukkel een Brits diplomaat wilden treffen. De plaats waar de h. Michaux in zijn wagen werd doodgeschoten bevindt zich vóór de woning van de Brit Paul Holmer. Deze is de adjunct van de Britse afgevaardigde bij de NATO te Brussel.</em></p><p><em>Het is bijna zeker, dat de daders de h. Holmer uit de weg wilden ruimen om aan te tonen dat ze schier gelijktijdig in Den Haag en te Brussel naar believen Britse diplomaten kunnen vermoorden.</em></p><p><em>Nochtans ziet de politie te Den Haag op dit moment geen verband tussen de twee moordaanslagen, die op de Britse ambassadeur Sykes in Den Haag en op de bankdirecteur Michaux te Brussel. Een onderzoek naar de gebruikte wapens en munitie heeft tot de voorlopige conclusie geleid dat er te Brussel andere wapens en munitie zijn gebruikt dan in Den Haag. Volgens het rapport komen de kogels die in de lichamen van de 58-jarige diplomaat en zijn huisbediende werden gevonden, niet overeen met de kogels die de 47-jarige bankier hebben gedood.</em></p><p><em>IRA</em></p><p><em>In kringen van de Voorlopige Vleugel van de IRA te Belfast in Ulster werd gezegd dat de IRA “betrokken” was bij de moord op ambassadeur Sykes. De term “betrokken” zou er, volgens specialisten, op duiden dat de IRA niet alleen gehandeld heeft, maar “samengewerkt” heeft met een andere terreurorganisatie, mogelijk een stadsguerrillabende.</em></p><p><em>Als gevolg van de moord op ambassadeur Sykes te Den Haag werd de bewaking van de Britse ambassade te Kopenhagen verscherpt. Britse veiligheidsagenten zouden op weg zijn naar verscheidene ambassades in Europa om de Britse diplomaten te beschermen.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Maart 1979</p><p><strong>Moord op Michaux toch vergissing?</strong></p><p><em>In gerechtelijke kringen te Brussel werd maandag vernomen dat er een sterke fysische gelijkenis bestaat tussen de bankambtenaar André Michaux en de Britse diplomaat Paul Holmer, wat verklaart dat leden van het IRA, die speciaal naar Brussel waren komen om de Brit uit de weg te ruimen, zich konden vergissen.</em></p><p><em>In zittende houding leken Michaux en Holmer sterk op elkaar, zo werd ons verklaard. Anderzijds vinden speurders het toch een beetje vreemd dat de IRA-leden zich hebben vergist. Wellicht hebben ze hun moordplan te Ukkel zonder voorbereiding uitgevoerd en hebben ze nooit een foto van hun toekomstig slachtoffer bekeken. </em></p><p><em>Het staat vast dat de daders voorheen nooit in de omgeving, waar André Michaux werd neergeschoten zijn geweest. Sommige rechercheurs durven er ook hun hand niet voor in het vuur steken dat het inderdaad het clandestiene Ierse bevrijdingsleger is geweest dat de Belgische bankfunctionaris vermoordde. Want er bestaat ook nog een Ierse Beweging voor de Vrijheid en hieruit zou men kunnen afleiden, dat de leden daarvan minder ervaring hebben om tegenstanders onschadelijk te maken. Wat dan ook weer de thesis van de vergissing kracht zou bijzetten.</em></p><p><em>Het lijkt inderdaad steeds duidelijker te worden dat leren de Britse diplomaat Paul Holmer te Ukkel hebben willen vermoorden, en dat ze zich, voortgaande op het normale uur van thuiskomst van Paul Holmer, hebben vergist. De Britse diplomaat kwam immers donderdagavond later dan gewoonlijk naar huis.</em></p><p><em>Paul Holmer doet ook altijd in zijn dienstauto de verplaatsingen met een privé-chauffeur. Ook daaraan hebben de daders niet voldoende aandacht geschonken, laat staan dat ze dit niet hebben geweten. Want de bankfunctionaris André Michaux zat zelf aan het stuur van zijn wagen toen hij donderdagavond naar huis reed.</em></p><p><em>Hoe de daders zich zo hebben laten misleiden, blijft voor vele rechercheurs een raadsel. Komt daarbij dat het om 18u15 nog licht was.</em></p><p><em>Eén van de daders is door de politiediensten gekend. Hij ontsnapte enkele weken geleden uit een Ierse gevangenis en het gaat inderdaad om een lid van het IRA. Het onderzoek schiet wel op en Belgische speurders stellen momenteel veel belang in het recente verleden van de Britse diplomaat Holmer. Want sir Richard Sykes, de ambassadeur die in Den Haag werd vermoord, zocht in 1976 in Dublin naar de moordenaars van een andere Engelse ambassadeur. Stond ook Paul Holmer op de “zwarte lijst”?</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Maart 1979</p><p><strong>Na moord op bankdirecteur is de rust verstoord</strong></p><p><em>Terwijl verscheidene leden van een Britse anti-terreurbrigade naar Brussel zijn gekomen om er hun diplomaten extra te beschermen, zoeken politie en rijkswacht onverpoosd naar de daders van de moordaanslag op een Ukkelse bankfunctionaris. Of ze daarin zullen slagen wordt met de dag twijfelachtiger, omdat het vermoeden wordt versterkt dat de daders al uit het land zijn.</em></p><p><em>Toch worden eveneens in de ons omringende landen speuracties ondernomen, omdat men wel weet dat de wegens wapenbezit aangehouden Belg tamelijk goede contacten in Frankrijk en elders had. Die 40-jarige S.C., een gewezen ambtenaar op een ministerie en ingeschreven te Sint-Gillis, heeft tijdens ondervragingen de speurders nog niet veel wijzer gemaakt. Maar dat hij bindingen had met groepen die de Ierse republikeinen steunen, kon hij niet loochenen.</em></p><p><em>187 Agenten</em></p><p><em>Het onderzoek, dat nog steeds verschillende richtingen volgt, verloopt moeilijk. Toch groeit er steeds meer eensgezindheid over de herkomst van de daders. Het zouden inderdaad Ieren zijn geweest die naar Ukkel zijn gekomen om een Brits diplomaat uit de weg te ruimen.</em></p><p><em>De gemeente Ukkel, waar het slachtoffer André Michaux, heden woensdag om 11u wordt ter aarde besteld, is immers een verblijfplaats van talrijke diplomaten, ambassadeurs en ook ministers.</em></p><p><em>Jaren geleden waren er te Ukkel ongeveer 41 ambassades, residenties en kanselarijen. Thans is dit aantal reeds tot zo&#039;n 60 gestegen, wat meteen verklaart dat de politie van Ukkel een belangrijke opdracht heeft.</em></p><p><em>Die politie zou uit 200 man moeten bestaan maar eigenlijk zijn er maar zo&#039;n 187. De hoofdcommissaris van politie is Christian Lepage (44), een licentiaat in de criminologie en “graduate” van de FBI National Academy en van het Canadian Police College. Hij wordt in zijn toch wel zware taak bijgestaan door twee commissarissen.</em></p><p><em>Ukkel telt zo&#039;n 80,000 inwoners, maar dan zijn de talrijke ambtenaren en gezagsdragers van de NAVO en de Europese Gemeenschap niet inbegrepen, die op buitenlandse zaken zijn ingeschreven. Ukkel heeft straten waar alleen diplomaten wonen. Op het grondgebied van de gemeente is ook de ambassade van de Sovjet-Unie gevestigd, die wat uitgestrektheid betreft, de grootste ambassade in België is.</em></p><p><em>Spionage</em></p><p><em>Bij de Ukkelse politie weet men inmiddels wel dat op verscheidene ambassades altijd wel een inlichtingsagent rondloopt met alle immuniteiten van zijn diplomatenfunctie, en binnen de ambassades bevinden zich de diplomaten op eigen nationale bodem, al zijn ze nog duizenden kilometer van huis weg.</em></p><p><em>In het verleden is Ukkel doorgaans een vrij rustige gemeente geweest. Behalve eind 1971 toen meer dan twintig Sovjetburgers wegens verdachte spionage-activiteiten, werden verzocht het land te verlaten.</em></p><p><em>Met de moord op André Michaux is die rust nu ernstig verstoord. Er is sedert vorige week veel meer politie, ook in burger, &#039;s nachts op straat en in de omgeving van sommige ambassades en privé-woningen van diplomaten ziet men nu vreemde burgers over en weer wandelen.</em></p><p><em>Men is op zijn hoede en het blijkt ook dat menig diplomaat, die eventueel door terroristen of wat ook, zou kunnen worden geviseerd, nu in een andere gemeente een onderkomen heeft gevonden.</em></p><p><em>De gerechtelijke brigade van Ukkel, die de handel en wandel van heel wat diplomaten kent, is nu wel een dankbare hulp voor Scotland Yard, die enkele van zijn beste rechercheurs naar Brussel heeft gestuurd, om de laffe moordenaars van de bankfunctionaris te helpen vatten.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Maart 1979</p><p><strong>IRA-sympathisant in voorlopige vrijheid te Brussel</strong></p><p><em>De 40-jarige Serge Cols, IRA-sympathisant uit Sint-Gillis, werd in voorlopige vrijheid gesteld, nadat hij op 24 maart werd aangehouden wegens verboden wapenbezit. Na de moord op de 46-jarige bankdirecteur André Michaux, door twee IRA-leden te Ukkel bij vergissing doodgeschoten, werden in de woonplaats van Serge Cols een hoeveelheid munitie en twee machinepistolen teruggevonden.</em></p><p><em>De rijkswacht was bij Cols een huiszoeking gaan verrichten, nadat was gebleken dat hij als sympathisant nauwe betrekkingen onderhield met bepaalde IRA-leden. De voorlopige invrijheidstelling betekent niet dat Cols vrijuit gaat. Wegens verboden wapenbezit zal hij eerlang voor de correctionele rechtbank te Brussel moeten verschijnen.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 20 April 1979</p>]]></description>
			<author><![CDATA[null@example.com (Ben)]]></author>
			<pubDate>Tue, 30 Dec 2025 11:39:37 +0000</pubDate>
			<guid>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3702&amp;action=new</guid>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Sint-Jans-Molenbeek: 6 Oktober 1978]]></title>
			<link>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3692&amp;action=new</link>
			<description><![CDATA[<p><strong>Samenvatting</strong><br /></p><ul><li><p>Wat? Moord op een man</p></li><li><p>Wanneer? 6 Oktober 1978</p></li><li><p>Waar? Edmond Machtenslaan 143, Sint-Jans-Molenbeek » <a href="https://maps.app.goo.gl/zL7EJTW889wqDQEK9">Google Maps</a></p></li><li><p>Wapen: Twee kogels van het kaliber 9mm, waarschijnlijk een revolver vermits er geen hulzen werden gevonden</p></li><li><p>Status: Onopgelost</p></li></ul><p>De 24-jarige Pierre Adam wordt op 6 oktober 1978 in zijn bed doodgeschoten in zijn appartement. Zijn echtgenote verklaarde dat een gemaskerde man rond 5 uur ’s ochtends de slaapkamer binnenkwam en twee kogels op Adam afvuurde, maar er werden geen sporen van inbraak gevonden en ook geen hulzen of moordwapen. Omdat het voor een onbekende vrijwel onmogelijk leek om binnen te raken zonder sleutel, en haar verklaringen tegenstrijdigheden vertoonden, kwam de verdenking al snel op de vrouw te liggen, zeker gezien het milieu waarin het koppel actief was (baruitbating in de rosse buurt). Zij werd herhaaldelijk aangehouden maar ook meermaals voorlopig vrijgelaten wegens gebrek aan bewijzen. Een later spoor - een inbreker die mogelijk het wapen zou hebben gehad - bleek onzeker en bracht geen doorbraak. </p><p><strong>Man in bed doodgeschoten te Molenbeek</strong></p><p><em>Een gemaskerde kerel heeft vrijdagochtend omstreeks 5u een jonge barhouder doodgeschoten toen deze naast zijn echtgenote lag te slapen. De feiten gebeurden op de zevende verdieping van een appartementsgebouw, Edmond Machtenslaan 173 te Sint-Jans-Molenbeek.</em></p><p><em>Hoe de onbekende ongemerkt tot in de slaapkamer kon doordringen, blijft voorlopig een raadsel. Het parket, dat vrijdag ter plaatse kwam o.l.v. onderzoeksrechter Louir, zou uit de eerste vaststellingen opgemaakt hebben dat de onbekende schutter is binnengeraakt via de ingangsdeur van het appartement. Deze deur was evenwel op slot, net als de toegangsdeur tot het appartementsgebouw.</em></p><p><em>Twee kogels</em></p><p><em>Van het verloop der feiten weet men voorlopig slechts wat de echtgenote van het slachtoffer vertelde. Volgens haar verklaringen werd zij omstreeks 5u in de ochtend plots gewekt door twee schoten. Toen zij de ogen opende zag zij bij het voeteneinde van het bed een gemaskerde kerel staan, die meteen op de vlucht sloeg.</em></p><p><em>Naast de vrouw lag haar echtgenoot, die in het hoofd getroffen was door twee kogels, vermoedelijk afgevuurd met een .22 long-rifle. De vrouw heeft onmiddellijk de politie verwittigd. De man overleed enkele minuten later.</em></p><p><em>Men tast vooralsnog in het duister omtrent de motieven van dit drama. Het slachtoffer, de 24-jarige Pierre Adam, was vrachtwagenchauffeur maar tevens samen met zijn echtgenote Edmonde Henne, uitbater van een bar aan de Georges Matheusstraat te Sint-Joost-ten-Node, volop in de rosse buurt nabij het Brusselse Noordstation. Men acht het niet uitgesloten dat de misdaad verband houdt met gebeurtenissen of omstandigheden rond de bar.</em></p><p><em>In deze zonderlinge zaak is het gerechtelijk onderzoek alvast gestart met een grondige ondervraging van de echtgenote van het slachtoffer.</em></p><p><em>Geen hulzen</em></p><p><em>Eigenaardig genoeg werden op de plaats van de misdaad geen hulzen noch enig ander vuurwapen gevonden. Wel beweert de vrouw dat de dader eerst het licht heeft aangedraaid en een eerste maal heeft gevuurd toen zij nog sliep.</em></p><p><em>Daarna heeft hij nogmaals gevuurd. Aanvankelijk zei de vrouw dat het met een karabijn gebeurde, vervolgens zei ze dat het een pistool of een revolver was. De moordenaar zou haar ook teken hebben gedaan te zwijgen.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 7 Oktober 1978</p><p><strong>Nog geen licht in slaapkamermoord te Molenbeek</strong></p><p><em>Het is nog steeds niet duidelijk hoe een gemaskerde man vrijdagochtend omstreeks 5u twee 9mm-kogels kon afvuren op de 24-jarige pooier Pierre Adam, terwijl deze naast zijn echtgenote te slapen lag. De man overleed aan de opgelopen hoofdwonden. </em></p><p><em>Volgens de vrouw, de 23-jarige Raymonde Henne, van het slachtoffer, werd zij door de schoten gewekt en zag zij een man, gemaskerd met een nylonkous, die onmiddellijk wegvluchtte. De vrouw werd langdurig ondervraagd en is onder arrest geplaatst, ook al heeft zij geen bekentenissen afgelegd waaruit zou blijken dat zij meer afweet van de zaak.</em></p><p><em>Zij blijft volhouden met de zaak geen uitstaans te hebben. Het komt de onderzoekers vreemd voor dat er geen sporen van inbraak gevonden zijn, terwijl de gemaskerde toch binnen geraakte in een appartement op de 7de verdieping van een flatgebouw, het nr. 143 aan de E. Machtenslaan te Sint-Jans-Molenbeek. Mogelijk bezat de indringer een sleutel.</em></p><p><em>Alleszins is er van de gemaskerde tot nog toe geen spoor gevonden, evenmin als van het wapen dat bij de moord gebruikt werd. Van het slachtoffer is inmiddels bekend dat hij enkele maanden geleden nog<br />een gevangenisstraf uitzat als pooier.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Oktober 1978</p><p><strong>Spoor in zes maanden oude moord te Molenbeek</strong></p><p><em>De moord gepleegd op 6 oktober 1978 op de 24-jarige Pierre Adam in zijn appartement zeven hoog, Edmond Machtenslaan 143, te Sint-Jans-Molenbeek, blijft voorlopig onopgehelderd. Wel staat sinds de feiten de 23-jarige echtgenote van het slachtoffer, Raymonde Henne, onder arrest, verdacht van de moord op haar man.</em></p><p><em>De vrouw beweert onschuldig te zijn en de Raadkamer te Brussel stelde haar enkele dagen geleden in voorlopige vrijheid, beslissing waartegen het parket dadelijk beroep aantekende.</em></p><p><em>De moord gebeurde om 5u in de morgen, op het ogenblik dat Pierre Adam nog sliep. Zijn echtgenote, Raymonde Henne, vertelde later dat ze een gemaskerde man in de slaapkamer had opgemerkt, die twee kogels naar het hoofd van het slachtoffer afvuurde wat de dood tot gevolg had. Achteraf werden echter nergens sporen van braak teruggevonden en het bleek voor de dader onmogelijk in de slaapkamer te komen zonder dat iemand voor hem de deur opende.</em></p><p><em>De echtgenote wordt sindsdien verdacht van de moord, of tenminste van medeplichtigheid, want het wapen van de misdaad kon nergens in het gebouw waar de feiten gebeurden, worden teruggevonden. </em></p><p><em>Thans blijkt dat ergens in het Brusselse een inbreker werd aangehouden die verder geen uitstaans heeft met de moord op Pierre Adam, maar die in het bezit zou zijn gevonden van het wapen waarmee de moord gebeurde. Op basis van dit nieuwe element bekwam de verdediging van Raymonde Hennne de voorlopige invrijheidstelling van de vrouw. </em></p><p><em>In feite bestaat er echter de grootste twijfel over, of Pierre Adam wel met het wapen in kwestie werd neergeschoten. Dit is trouwens de reden waarom het parket dadelijk beroep aantekende.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 10 April 1979</p><p><strong>Baruitbaatster in vrijheid gesteld te Brussel</strong></p><p><em>De Kamer van Inbeschuldigingstelling bij het Hof van Beroep te Brussel stelde vrijdag de 23-jarige R.H., baruitbaatster, wonende Sint-Jans-Molenbeek, in voorlopige vrijheid. De vrouw was begin oktober aangehouden, nadat haar man, Pierre Adam, die de naam had een pooier te zijn, in het echtelijk bed werd doodgeschoten.</em></p><p><em>Volgens R.H. was de dader een gemaskerde man, die omstreeks 5u in de morgen het appartement was binnengedrongen, waar hij Pierre Adam in zijn slaap doodschoot.</em></p><p><em>R.H. werd al een paar keer door de Raadkamer te Brussel in voorlopige vrijheid gesteld, tegen welke beslissing telkens beroep werd aangetekend door het openbaar ministerie. Gezien dit keer de invrijheidstelling gebeurde door de Kamer van Inbeschuldigingstelling, kan geen beroep worden aangetekend. De beslissing van deze kamer berust erop dat er niet voldoende bewijzen voorhanden zijn volgens welke R.H. als medeplichtige in deze moord zou zijn opgetreden.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Mei 1979</p>]]></description>
			<author><![CDATA[null@example.com (Ben)]]></author>
			<pubDate>Thu, 11 Dec 2025 18:54:24 +0000</pubDate>
			<guid>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3692&amp;action=new</guid>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Genval: 13 November 1971]]></title>
			<link>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3683&amp;action=new</link>
			<description><![CDATA[<p><strong>Samenvatting</strong><br /></p><ul><li><p>Wat? Gewapende overval op het Delhaize-warenhuis van Genval</p></li><li><p>Wanneer? 13 November 1971</p></li><li><p>Waar? Avenue Albert 1er 13 in Genval » <a href="https://maps.app.goo.gl/GCPTKKa43JcW7A5VA">Google Maps</a></p></li><li><p>Wie? Jean-Claude Meunier, Bernard Versini, Noël Decroix, Pierre Perret</p></li><li><p>Status: Opgelost</p></li></ul><p>Hetzelfde warenhuis werd <a href="https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=34">in 1983 overvallen</a> door de Bende van Nijvel.</p><p><strong>Ex-keeper van Anderlecht aangehouden</strong></p><p><em>De rijkswacht van Waver hield de 36-jarige Bernard Versini aan, die ervan verdacht wordt betrokken te zijn in de hold-up op een supermarkt te Genval. Versini maakte in 1963 naam als eerste doelverdediger van Sporting Anderlecht. </em></p><p><em>De hold-up had plaats op zaterdag 13 november omstreeks 22u30. Drie met nylonkousen gemaskerde kerels, gekleed in zwarte jekkers, vielen gewapend met een revolver het warenhuis “Super Delhaize” binnen, op de grens van Genval en Terhulpen. In dat warenhuis was de gerant aanwezig, de h. Leloup, samen met de h. Jean Pletinck. Buiten wachtte Mw. Leloup in een auto op haar man. Deze dame merkte snel dat er iets ongewoons gebeurde en reed dadelijk naar de rijkswacht van Terhulpen. Zij geraakte niet ver, want onder indruk van het gebeuren botste zij tegen de voorgevel van een café. </em></p><p><em>De aanvallers hoorden het lawaai van de botsing en stelden zich meteen dreigend aan. Gerant Leloup opende de geldkoffer en de dieven verdwenen met 100.000 fr. per auto in de richting van de hoofdstad.</em></p><p><em>Precies een maand later werd Versini aangehouden. Het onderzoek in deze zaak is in handen van de BOB van Waver en van het parket van Nijvel.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 15 December 1971</p><p><strong>Ook medeplichtige van Versini aangehouden</strong></p><p><em>Zoals gemeld is de BOB van Brussel overgegaan tot de aanhouding van de vroegere doelman Bernard Versini van Anderlecht. Versini (36), die te Profondeville woont, wordt beschuldigd van medeplichtigheid aan de hold-up te Genval, waarbij 13 november 110.000 fr. ontvreemd werd. Versini zou naar verluidt tot volledige bekentenissen zijn overgegaan.</em></p><p><em>Anderzijds heeft de BOB van Waver zijn medeplichtige Jean-Claude Meunier (25), garagehouder te Genval, aangehouden. Deze tracht zijn aandeel in de zaak te minimaliseren. Twee andere verdachten van Franse nationaliteit zijn nog op vrije voeten. </em></p><p><em>Versini en Meunier werden ondervraagd door de rechter van instructie Mathoux, die hen liet overbrengen naar de gevangenis van Nijvel.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 16 December 1971</p><p><strong>Drie jaar voor overvallers in Genval</strong></p><p><em>Voor de elfde kamer van de correctionele rechtbank van Nijvel verschenen dinsdag twee mannen, die op 13 november 1971 een overval pleegden op de supermarkt Delhaize in Genval. Het betreft achtereenvolgens Bernard Versini, die gedurende enige tijd keeper was bij Sporting Anderlecht, en Jean-Claude Meunier, garagehouder uit Genval zelf. Beiden verschenen onder aanhoudingsmandaat en dus geboeid voor de rechters.</em></p><p><em>De rechtbank, voorgezeten door de h. Berckmans, veroordeelde beide mannen tot een gevangenisstraf van drie jaar, met uitstel van een jaar voor ex-keeper Versini en van twee jaar voor Meunier. Ten aanzien van de twee medeplichtigen, beiden Frans onderdaan, die tot nu toe niet gearresteerd konden worden, sprak de rechtbank een vonnis uit van drie jaar gevangenisstraf zonder uitstel. Het gaat om Noël Decroix, normaal gedomicilieerd in Watermaal-Bosvoorde, en Pierre Perret uit Rombas in Frankrijk. Deze laatste twee werden uiteraard bij verstek veroordeeld.</em></p><p>Bron: De Standaard (?)</p>]]></description>
			<author><![CDATA[null@example.com (Ben)]]></author>
			<pubDate>Mon, 17 Nov 2025 19:10:32 +0000</pubDate>
			<guid>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3683&amp;action=new</guid>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Ukkel: 9 Maart 1973]]></title>
			<link>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3671&amp;action=new</link>
			<description><![CDATA[<p><strong>Samenvatting</strong><br /></p><ul><li><p>Wat? Moord op bonthandelaar Guillaume De Bleser</p></li><li><p>Wanneer? In de nacht van 9 op 10 maart 1973</p></li><li><p>Waar? Alsembergsesteenweg 672 in Ukkel » <a href="https://maps.app.goo.gl/EuizTEb4kc4EymQm9">Google Maps</a></p></li><li><p>Wie?<br />- Hadji Benor Chane<br />- Alain Girault<br />- Nizim Cohen<br />- Belina Scholiers</p></li><li><p>Wapen: knipmes</p></li><li><p>Status: Opgelost</p></li></ul><p>De heler van de gestolen goederen, <a href="https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3577">Camille Vanden Neucker</a>, heeft <a href="https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3576">in juni 1975 een moord gepleegd</a> in Brussel. </p><p><strong>Handelaar de keel overgesneden te Ukkel</strong></p><p><em>De 57-jarige Guillaume De Bleser, die een winkel van pelsen en bontmantels uitbaat aan de Alsembergsesteenweg 672 te Ukkel, werd zaterdag omstreeks 4u ’s morgens door een onbekende de keel overgesneden. Uit het onderzoek blijkt dat 30.000 fr. ten nadele van het slachtoffer werd geroofd, zodat het vermoedelijk een roofmoord gaat.</em></p><p><em>Guillaume De Bleser baatte al sinds lange jaren, samen met zijn echtgenote, een winkel pelsen en bontmantels uit te Ukkel. Het was zijn gewoonte één- of tweemaal per week &#039;s avonds alleen uit te gaan om een bezoek te brengen aan enkele cafés en vrienden, om slechts na middernacht opnieuw naar huis terug te keren.</em></p><p><em>Vrijdagavond ging hij andermaal alleen op stap en kwam vermoedelijk zaterdag, omstreeks 4u, weer thuis, want op dat ogenblik werd zijn echtgenote, die op de bovenverdieping sliep, plots gewekt door een hevig lawaai. Even later had de vrouw de indruk dat er een auto op straat startte om weg te rijden.</em></p><p><em>Mw. De Bleser bleef een hele tijd wachten op haar echtgenoot, doch tenslotte ging ze zelf naar beneden om te tijken wat er was gebeurd. Toen ze in de eetkamer achter de winkel kwam, vond ze haar man uitgestrekt op de grond, badend ln een grote bloedplas.</em></p><p><em>De keel van de man was overgesneden en ook zijn borst vertoonde een paar diepe snijwonden. Er bleef de vrouw niets anders over dan de politie te verwittigen, die samen met onderzoeksrechter Chot en substituut Anciaux ter plaatse verscheen.</em></p><p><em>Vechtpartij</em></p><p><em>In de nabijheid van het slachtoffer lag een stukgeslagen fles. Doordat het slachtoffer verscheidene snijwonden op de borst vertoonde, wordt verondersteld dat de dader heeft moeten vechten alvorens uiteindelijk de h. De Bleser met een scherp voorwerp, wellicht een scheermes, de keel te kunnen oversnijden.</em></p><p><em>Anderzijds werd op een tafel in de eetkamer een metalen doos ontdekt, die van zijn inhoud was geledigd. Normaal had er nagenoeg 30.000 fr. moeten insteken. Vermoed wordt dan ook dat de dader beslag legde op de inhoud van de doos.</em></p><p><em>Tot nog toe kon nog niets worden vernomen over de dader. Gezien geen enkele deur was opengebroken bestaat er twijfel over dat het om een verraste inbreker zou zijn gegaan, tenzij de onbekende met valse sleutels naar binnen zou zijn gekomen.</em></p><p><em>Misschien was het een man die de h. De Bleser vrijdagavond had zien weggaan en die in de buurt zijn thuiskomst afwachtte. Het is ook niet uitgesloten dat het slachtoffer dat gekend stond als een welstellend man in de herbergen die hij placht te bezoeken, door een kerel met een auto werd gevolgd tot bij zijn woonplaats. Misschien zou aldus kunnen worden verklaard waarom Mw. De Bleser de indruk kreeg dat er plots een auto wegreed, even nadat ze wakker was geworden. Het ging wellicht om de dader die op de vlucht sloeg.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Maart 1973</p><p><strong>Moordenaars van bonthandelaar te Ukkel aangehouden</strong></p><p><em>In de nacht van 9 op 10 maart werd een bonthandelaar van de Alsembergsesteenweg te Ukkel, de 57-jarige Guillaume De Bleser, in zijn woning de keel overgesneden door onbekenden, die hij vermoedelijk tijdens een inbraak had verrast.</em></p><p><em>Donderdag werden de twee moordenaars van de handelaar aangehouden, samen met hun medeplichtigen, een heler en twee vrouwen. Het betreft de 36-jarige Alain Girault en de 40-jarige Nizim Cohen, beiden geboren in Frankrijk. De heler is Camille Vanden Neucker, van Belgische nationaliteit, geboren in 1940 en een der vrouwen is de 25-jarige Micheline Schiavon van Belgische nationaliteit. De identiteit van de vrouw is niet bekend. De twee moordenaars waren uitbaters van een bar, de ene te Sint-Joost-ten-Node en de andere te Oudergem.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Mei 1973</p><p><strong>Moordenaars van winkelier te Ukkel aangehouden</strong></p><p><em>Leden van de gerechtelijke politie te Brussel hebben in de nacht an woensdag op donderdag de moordenaars aangehouden van de 57-jarige Guillaume De Bleser, die op 10 maart met overgesneden keel in zijn winkel van pelsmantels aan de Alsembergsesteenweg 872 te Ukkel, werd aangetroffen.</em></p><p><em>Het betreft twee Fransen: de 40-jarige Missim Cohen en de 36-jarige Alain Girault. Een heler, bij wie een groot gedeelte van de gestolen bontmantels en pelsen werd teruggevonden, werd eveneens gevat. Het gaat om de 33-jarige Camille Van Den Neucker, uitbater van de bar “Dolce Vita” aan de Kruistochtenstraat te Brussel. Ook een jonge vrouw, die als medeplichtige optrad, werd onder arrestatie geplaatst, nl. de 25-jarige Micheline Schiavon.</em></p><p><em>Het slachtoffer De Bleser was zaterdag 10 maart omstreeks 4u &#039;s morgens thuis gekomen met zijn wagen. Voordien bezocht hij vrienden in enkele cafe&#039;s aan het Noordstation te Brussel. Toen hij zijn woning binnen ging zag hij onbekenden, die bontmantels en pelsen aan het stelen waren. De verraste dieven grepen de h. De Bleser vast en brachten hem met een scherp mes verschillende snijwonden toe opdat hij de bergplaats van het geld zou verklappen. Het slachtoffer duidde een metalen doosje op tafel aan, waarin 30.000 fr. stak. Omdat de inbrekers dachten dat hij nog ergens anders geld hield verborgen, mishandelden ze de h. De Bleser verder.</em></p><p><em>Daar dit niet hielp sneden ze het slachtoffer de keel over. Ze reden er vervolgen met talrijke bontmantels en pelsen alsmede met de 30.000 fr. van door.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Mei 1973</p><p><strong>Algerijnse mededader steeds voortvluchtig</strong></p><p><em>Het parket te Brussel gaf vrijdag de foto vrij van een van de moordenaars, die op 10 maart de 56-jarige pelshandelaar Willy De Bleser in zijn winkel aan de Alsembergsesteenweg 672 te Ukkel met messteken om het leven bracht. Het is de 32-jarige Algerijn Hadji Benor Chane, beter gekend al “Tonton”. Na de arrestatie van vijf medeplichtigen, begin mei wist de Algerijn op het nippertje aan de Belgische politie te ontsnappen.</em></p><p><em>De pelshandelaar De Bleser had op 10 maart bij zijn thuiskomst omstreeks 3u &#039;s morgens met inbreker te maken, die hem op een weerzinwekkende manier, door het toebrengen van messteken over gans het lichaam, om het leven brachten. Het onderzoek bracht aan het licht dat de daders zich de inhoud van een metalen kistje, een bedrag van 30.000 fr., hadden toegeëigend. Ze hadden eveneens beslag gelegd op verschillende bontmantels en pelzen.</em></p><p><em>Begin mei werden twee van de daders die rechtstreeks bij de moord betrokken waren gegrepen. het ging om de 40-jarige Nissen Cohen en de 36-jarige Alain Girault. Een derde man was de heler, de 33-jarige Camille Van den Neucker, in wiens drankgelegenheid “Dolce Vita” aan de Kruisvaartenstraat te Brussel de meeste gestolen mantel en pelzen werden teruggevonden.</em></p><p><em>Ook twee jonge vrouwen die bij de drie voornoemde mannen waren, werden aangehouden. Wat de Algerijn Hadji Benor Chane betreft, deze had tijdig lont geroken. Hij wordt thans ijverig opgezocht niet alleen in België maar eveneens door tussenkomst van Interpol in het buitenland.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Juni 1973</p><p><strong>Roofmoordenaars doen overval op pelshandelaar over</strong></p><p><em>Onder grote belangstelling van buren en kennissen, werd woensdagnamiddag aan de Alsembergsesteenweg 672, op de hoek van de Gelovigenstraat te Ukkel, overgegaan tot de wedersamenstelling van de roofmoord die er op zaterdag 10 maart werd gepleegd op de 57-jarige pelshandelaar Guillaume De Bleser.</em></p><p><em>Verscheidene misdadigers waren bij de feiten betrokken, nl. de 25-jarige Micheline Schiavon, de 36-jarige Alain Girault en de thans voortvluchtige Algerijn de 33-jarige Hadji Benorchane, bijgenaamd Tonton.</em></p><p><em>Nadat het slachtoffer met het meisje het huis was binnengegaan, belden Girault en Tonton, gedeeltelijk gemaskerd, aan. Eenmaal binnen gingen ze de pelshandelaar met een mes te lijf waarbij ze hem de keel oversneden en nog talrijke verwondingen over het lichaam toebrachten. Ze gingen er van door met 30.000 fr. in baar geld en talrijke pelsen en bontmantels.</em></p><p><em>Na een langdurig onderzoek werden deze kledingstukken begin mei in de drankgelegenheid “La Dolce Vita” aan de Kruisvaartenstraat te Sint-Joost-ten-Node teruggevonden. De uitbater van dit café werd aangehouden, de 40-jarige K. Van den Neucker, bleek hierbij te zijn opgetreden als heler. Een andere man die aanvankelijk in deze zaak werd aangehouden, de 40-jarige Fransman Nizim Kohen, werd achteraf weer in vrijheid gesteld. </em></p><p><em>Uit het onderzoek bleek immers dat Girault, Tonton en Kohen de nacht van de feiten bij de pelshandelaar waren gaan aanbellen op een ogeneblik dat hij nog afwezig was. </em></p><p><em>Het drietal bracht de tijd door in de nabijgelegen drankgelegenheid “Le Port d&quot;Attache”. Toen Girault en Tonton nadien het inzicht te kennen gaven naar de pelshandelaar terug te keren weigerde Kohen hen nog verder te vergezellen, zodat hij afwezig was op het ogenblik van de misdaad.</em></p><p><em>Reconstructie</em></p><p><em>De reconstructie stond onder leiding van onderzoek rechter Mw. Chot, bijgestaan door substituut Deprêtre. Micheline Schiavon, een roodharig meisje, die de h. De Bleser van uit een nachtbar nabij het noordstation naar zijn woning vergezelde, toonde hoe ze samen met het slachtoffer uit een nachtbar nabij het Noordstation naar zijn woning vergezelde, toonde hoe ze samen met het slachtoffer uit een wagen kwam, die was blijven staan in de Gelovigenstraat, terzijde van het huis van de misdaad.</em></p><p><em>het Meisje wordt er sterk van verdacht als tipgeefster te zijn opgetreden en staat nog onder arrest. Toen ze eenmaal met het slachtoffer het huis was binnengegaan, belden de daders aan: Alain Girault, een grote zwaarlijvige kerel, die het aangezicht gedeeltelijk hield verborgen achter een bordeaux-kleurige halsdoek, met achter hem Tonton, die een bleek-grijze halsdoek voor het aangezicht had en voor de reconstructie werd uitgebeeld door een politie-inspecteur. De misdaad zelf werd vervolgens door de daders in de woonplaats en de winkel nog eens overgedaan.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Augustus 1973</p><p><strong>Roofmoord op pelshandelaar uit Ukkel voor Assisenhof van Brabant</strong></p><p><em>Voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Terlinden, verschijnen van maandag af vier beklaagden in verband met de roofmoord gepleegd tijdens de nacht van 9 op 10 maart 1973 op de 57-jarige pelshandelaar Guillaume De Bleser in diens huis, Alsembergsesteenweg 672 te Ukkel.</em></p><p><em>Twee van de vier beklaagden worden er van beschuldigd rechtstreeks aan de moord te hebben deelgenomen en zullen onder arrest voor het Assisenhof verschijnen: de 37-jarige Fransman Alain Girault, maatschappijbeheerder en wonende De Stassartstraat te Elsene, en de 28-jarige Micheline Schiavone, barmeid en wonende Vooruitgangstraat te Schaarbeek.</em></p><p><em>De twee overige worden beschuldigd van poging tot inbraak bij het slachtoffer of heling: de 41-jarige Franse barman Nissim Cohen, wonende Ernest Solvaystraat te Elsene, en de 23-jarige Belina Scholiers, handelaarster en wonende Dikkebeuklaan te Jette.</em></p><p><em>Na een mislukte poging tot inbraak werd Guillaume De Bleser in zijn woon- en werkplaats te Ukkel de keel overgesneden en talrijke wonden over het hele lichaam toegebracht. De daders gingen er van door met 30.000 fr. in geld en voor nagenoeg 600.000 fr. pelsmantels. Eerst begin mei 1973 konden de vier beklaagden worden geïdentificeerd, waarna twee onder hen onder arrest werden geplaatst.</em></p><p><em>Er worden 70 getuigen gehoord. De debatten zullen vijf dagen duren.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Mei 1975</p><p><strong>Moordenaars van pelshandelaar voor Assisenhof van Brabant</strong></p><p><em>Voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Terlinden, verschenen maandag drie beklaagden, die ervan beschuldigd worden in de nacht van 9 op 10 maart 1973, de 57-jarige pelshandelaar Guillaume De Bleser, in zijn woonplaats, Alsembergsesteenweg te Ukkel, te hebben vermoord, ofwel een poging te hebben ondernomen hem te bestelen. Pelshandelaar De Bleser werd de keel overgesneden en van 30.000 fr. in geld en bontmantels voor een globale Waarde van 600.000 fr. beroofd.</em></p><p><em>De drie beklaagden zijn: de 37-jarige Alain Girault, maatschappijbeheerder uit Elsene, de 26-jarige Micheline Schiavone, barmeid uit Schaarbeek en de 23-jarige Belina Scholier, handelaarster uit Jette. Een vierde beklaagde, beschuldigd van poging tot inbraak en heling van de gestolen bontmantels, de 41-jarige Nissin Cohen, barman uit Elsene, liet verstek gaan. Girault en Schiavone werden aangehouden. Scholier verscheen vrij. De jury is samengesteld uit zeven vrouwen en vijf mannen.</em></p><p><em>Uit de ondervraging blijkt dat Girault uit gegoede ouders in Frankrijk werd geboren. Hij studeerde tot zijn 18de jaar, bleef 11 jaar politieagent, en na de scheiding van zijn vrouw, kwam hij zich als barman vestigen in het Brusselse.</em></p><p><em>Micheline Schiavone maakte een moeilijke jeugd door. Als jong meisje kreeg ze kennis met een zekere Henneman, die vader werd van haar kind, doch haar herhaaldelijk in de steek liet. Telkens als Henneman haar in de steek liet, ging Schiavone verdachte nachtgelegenheden in het Brusselse opzoeken. Onlangs trad zij met Henneman in het huwelijk.</em></p><p><em>Belina Scholiers, die bijzonder veel van haar wagen scheen te houden, bezocht op het ogenblik van de feiten allerlei nachtclubs ondermeer om er toiletartikelen te verkopen. Op dit ogenblik werkt ze voor een firma in foto-artikelen en verdient wel 30.000 tot 40.000 fr. per maand.</em></p><p><em>De ondervraging bracht verder aan het licht dat Girault en Cohen aanvankelijk een inbraak wilden plegen bij pelshandelaar De Bleser. Deze had immers aan Schiavone en Scholiers gezegd dat hij thuis 500.000 fr. had opgeborgen in zijn TV-apparaat en dat het geld bestemd was om nieuwe pelsmantels aan te kopen. Terwijl de twee jonge vrouwen en De Bleser in een bar te Elsene verbleven, poogden Girault en Cohen tevergeefs in het huis van De Bleser binnen te dringen.</em></p><p><em>List</em></p><p><em>Toen werd het plan beraamd De Bleser met een list te bestelen. Schiavone zou hem naar zijn woning vergezellen en zodra ze binnen was zou ze de toegangsdeur tot het huis open maken om Girault en zijn medeplichtige, de thans in Algerije aangehouden Benorchane, binnen te laten.</em></p><p><em>Tijdens de ondervraging gaf Girault toe het slachtoffer kolfslagen op het hoofd te hebben toegediend. Girault beweerde dat Benorchane de keel van het slachtoffer oversneed met een springmes. Ondanks de verklaringen van Schiavone die zei dat de Algerijn haar geen enkel ogenblik verliet en dus het slachtoffer niet kon hebben gedood.</em></p><p><em>Getuigenverhoor</em></p><p><em>Als eerste getuige bracht rechter van instructie Mw. Chot een breedvoerig relaas van de feiten. Aan de hand van lichtbeelden, nl. momentopnamen van de reconstructie, die in augustus 1973 plaatsvond, had de rechter van instructie het achtereenvolgens over de versie van Schiavone en de versie van Girault nopens de feiten.</em></p><p><em>Volgens Schiavone sneed Girault het slachtoffer de keel over met een springmes. Girault zelf houdt vol dat de thans in Algerije aangehouden Benorchane het slachtoffer met zijn mes om het leven bracht.</em></p><p><em>Van de rechter van instructie werd ook vernomen dat Girault in juni 1973 in de gevangenis van Vorst drie dagen lang in hongerstaking ging omdat hij van oordeel was als vreemdeling minder goed te worden behandeld dan de Belgische gedetineerden.</em></p><p><em>Vervolgens werden wetsgeneesheren Dr. Voordeckers en Dr. Tahon als getuigen ondervraagd. Uit vaststellingen van de geneesheren blijkt dat het lichaam van De Bleser rijke oppervlakkige verwondingen vertoonde, maar ook verscheidene erge kwetsuren. De schedel alleen vertoonde vijf verwondingen, veroorzaakt door een stomp voorwerp, dat later de kolf van een pistool bleek te zijn. Drie van deze slagen hadden telkens een schedelbreuk veroorzaakt.</em></p><p><em>De borst vertoonde dertien verwondingen, toegebracht met een scherp voorwerp, zoals later bleek een springmes. Al deze verwondingen hadden nochtans de dood van het slachtoffer niet voor gevolg. De Bleser kwam om het leven door het oversnijden van zijn keel, daar een wonde van 20 cm lang werd vastgesteld.</em></p><p><em>Heden wordt het getuigenverhoor verdergezet.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 13 Mei 1975</p><p><strong>Ukkelse pelshandelaar had veel geld op zak</strong></p><p><em>De eerste getuigen, die dinsdag werden ondervraagd, waren politieagenten te Ukkel, die enkele minuten na de feiten reeds op de plaats van de misdaad verschenen. Het viel hun onmiddellijk op dat De Bleser het slachtoffer werd van een roofmoord. Verscheidene kasten stonden open en het TV-toestel lag ondersteboven alsof men had willen zien of er geen geld in stak.</em></p><p><em>Inspecteurs en commissarissen van de gerechtelijke politie te Brussel vertelden, dat het onderzoek aanvankelijk toegespitst werd op nachtgelegenheden, nabij de Naamse Poort en de Kleine Beenhouwersstraat, die het slachtoffer placht te bezoeken en waar hij o.m. ophield met jonge vrouwen van speciale zeden.</em></p><p><em>Om bij De Bleser binnen te dringen en de deur voor haar medeplichtigen te kunnen openen, had Micheline Schiavon aan het slachtoffer verteld “dat ze samen met Belina Scholier een speciale voorstelling zou geven”.</em></p><p><em>Andere politieagenten getuigden, dat beklaagde Girault de weken die aan de feiten voorafgingen, herhaaldelijk in het bezit van een springmes werd bevonden o.m. door de huiseigenares en een andere keer toen hij naar de toiletten ging.</em></p><p><em>Op zekere nacht liet Girault zich in een nachtgelegenheid van de Kleine Beenhouwersstraat doorgaan als “Vicomte Linières”. Wat Michelin Schiavone betreft, deze schijnt slechts van één man te houden; nl. haar echtgenoot Hennemanne, met wie ze onlangs in de gevangenis trouwde.</em></p><p><em>Mw. Alice Veder, weduwe van het slachtoffer, zegde dat haar man al sinds een paar jaar de gewoonte had om twee tot drie vonden per week uit te gaan en zich ergens in een nachtgelegenheid op te houden. Meer dan eens had De Bleser aan zijn vrouw gezegd, dat hij het nodig vond &#039;s nachts uit te gaan gezien hij overdag al te hard moest werken en hij bij zijn uitstapjes telkens met vriendelijke mensen te maken had.</em></p><p><em>De nacht van de feiten, omstreeks 4u &#039;s morgens, werd ze plots in haar slaap gewekt door mannenstemmen op de benedenverdieping. Toen Mw. Veder de trappen afdaalde, hoorde ze ineens de deur naar buiten dicht slaan en een paar seconden later trof ze het lichaam van haar man in een bloedplas aan. Ze belde dadelijk de ziekendienst en de politie op. </em></p><p><em>Toen ze de volgende dag de inventaris opmaakte, kwam getuige tot de vaststelling dat voor ongeveer 800.000 fr. bontmantels waren verdwenen evenals 30.000 fr. dat in een kistje lag.</em></p><p><em>Tijdens de namiddagzitting werden een zestal meisjes ondervraagd, die zich vaak ophielden in de bar die De Bleser placht te bezoeken en die derhalve het slachtoffer tamelijk goed kenden. De Bleser vertelde hun meer dan eens welgesteld te zijn. De volgende getuige was Mw. Nantel, uit Elsene, die een kamer verhuurde aan Girault en die beklaagde meer dan eens een springmes zag hanteren.</em></p><p><em>Nadien getuigde Jean-Claude Guijarro, die Girault in het bezit zag van een groot knipmes. Wat de thans in Algerije aangehouden Benorchane betreft, deze bleek volgens getuige in het bezit te an een pistool. De h. Delmoitez, huiseigenaar, die eveneens een kamer verhuurde aan Girault, verklaarde nadien dat de beklaagde hem op zekere dag voorstelde hasj voor hem te verkopen. Hij zei over grote hoeveelheden van het spul kunnen beschikken.</em></p><p><em>Vandaag gaat het getuigenverhoor verder.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Mei 1975</p><p><strong>Psychiaters achten beklaagden volledig toerekeningsvatbaar</strong></p><p><em>In het proces van Alain Glrault, Micheline Schiavone en Belina Scholiers voor het Hof van Assisen van Brabant, naar aanleiding van de moord op pelshandelaar Guilaume De Bleser, verklaarden woensdag verscheidene psychiaters dat de drie beklaagden volledig toerekeningsvatbaar zijn.</em></p><p><em>Dr. Cordier, Dr. Hanquinet en Dr. Dumont hadden het eerst over de twee vrouwelijke beklaagden, Micheline Schiavone en Belina Scholiers. Volgens de wetsgeneesheren ontbreekt het Schiavone aan moreel houvast, zodat ze bereid is om het even wat te aanvaarden als het haar kan toelaten zonder veel moeite door het leven te komen. Dit gedragspatroon bij Schiavone is blijkbaar voor een groot deel te wijten aan de onenigheid tussen haar ouders die al geruime tijd zijn gescheiden.</em></p><p><em>Opschepper</em></p><p><em>Scholiers vertoont een standvastiger karakter. Ook haar jeugd was nochtans niet altijd rooskleurig, zodat ze te weinig genegenheid kreeg vanwege haar omgeving, met het gevolg dat ze nog vrij jong haar familie verliet om een eigen leventje te leiden.</em></p><p><em>Alain Girault blijkt volgens de psychiaters impulsief en prikkelbaar te zijn, wellicht als gevolg van de teleurstellingen in zijn huwelijksleven. Aan de ene kant is zijn persoonlijkheid erg fragiel, aan de andere kant doet hij zich vaak brutaal voor. Zijn verstand ligt boven de middelmaat, doch zijn algemene ontwikkeling is vrij oppervlakkig. Hij is een opschepper, die zich tot elke prijs wil doen gelden, voornamelijk ten overstaan van vrouwen. Girault nam vrij regelmatig drugs zoals LSD en hasj.</em></p><p><em>De drie beklaagden zijn volgens de psychiaters volledig verantwoordelijk voor hun daden.</em></p><p><em>Zelfmoordpoging</em></p><p><em>Wetsgeneesheer Dr. Voordecker had het over de zelfmoordpoging van Girault in de gevangenis van Vorst, waar hij de huid aan de polsen doorsneed zonder de slagader te raken, zodat kan worden getwijfeld of hij werkelijk het inzicht had zichzelf te doden.</em></p><p><em>Volgende getuige was Armand Hennemanne, die met Micheline Schiavone trouwde toen deze reeds in de gevangenis was opgesloten. Deze getuige, die het beroep van kelner uitoefent, beloofde de voorzitter zijn echtgenote in de toekomst trouw te blijven, in tegenstelling met wat vroeger wel eens het geval bleek te zijn.</em></p><p><em>De werkgeefster van Belina Scholiers vertelde bijzonder tevreden te zijn over de arbeidsprestaties van deze beklaagde. Scholiers moest dagelijks met haar wagen in verscheidene winkels negatieven van films gaan ophalen om ze bij haar werkgeefster te laten ontwikkelen, waarvoor ze een maandloon van 40.000 fr ontving.</em></p><p><em>Donderdag gaan de debatten verder met het rekwisitoor en de pleidooien.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 15 Mei 1975</p><p><strong>Verdachte Girault: “Ik had springmes op zak”</strong></p><p><em>Dé grote verrassing voor het Hof van Assisen van Brabant in het proces naar aanleiding van de roofmoord op Guillaume De Bleser, was de verklaring, die beklaagde Alain Girault, donderdagnamiddag aflegde na het pleidooi van zijn advocaat, Mr. Xavier Magnée. Nadat de verdediger anderhalf uur lang had betoogd dat zijn client in geen geval De Bleser de keel had overgesneden, stond Girault plots recht en zegde aan de voorzitter: “Ik had de dag van de moord wel een springmes op zak”.</em></p><p><em>Meesters Albert Carette en Francine De Ceuleneer namen bij de aanvang van de zitting het woord in naam van de burgerlijke partijen: de echtgenote en de dochter van het slachtoffer Guillaume De Bleser. De advocaten stelden vast dat beklaagde Girault bij hoog en bij laag beweert dat het slachtoffer door de in Algerije aangehouden Benorchane de keel werd overgesneden. Girault geeft slechts toe kolfslagen op het hoofd van de pelshandelaar te hebben toegebracht. Deze slagen konden op zichzelf reeds de dood veroorzaken.</em></p><p><em>“Hinderlaag”</em></p><p><em>Advocaat-generaal Basch verklaarde in zijn rekwisitoor dat De Bleser blijkbaar het gezelschap van jonge vrouwen van speciale zeden zocht omdat hij wellicht hoopte daarmee zijn verloren jeugd terug te vinden. Hij werd echter door deze vrouwen met wie hij kwistig met geld omsprong, in zijn hemd gezet en in een hinderlaag gelokt.</em></p><p><em>Beklaagden Micheline Sciavone en Belina Scholiers hielden De Bleser op in een bar te Elsene op een ogenblik dat Girault en de voortvluchtige Cohen een inbraak wilden plegen in zijn woonplaats. Later wist Sciavone het slachtoffer tot in zijn woonplaats te vergezellen met de belofte er met haar vriendin Scholiers een speciale voorstelling te geven. Door tijdens diezelfde nacht bij De Bleser de deur naar buiten open te maken en Girault en Benorchane binnen te laten, werkte ze de misdaad rechtstreeks in de hand.</em></p><p><em>De hoofdvraag is niet zozeer wie het slachtoffer de keel oversneed, maar wel welke personen bij het slachtoffer vertoefden toen het op zulke brutale manier werd gedood. Volgens het Openbaar ministerie was het Girault die het slachtoffer de keel oversneed.</em></p><p><em>Om te besluiten vroeg de advocaat-generaal aan de jury positief te antwoorden op de vragen of Girault, Sciavone en Scholiers bij de poging tot inbraak bij het slachtoffer waren betrokken, of Girault en Sciavone geld en bontmantels bij het slachtoffer gingen wegnemen en of de diefstal gepaard ging met opzettelijke doodslag.</em></p><p><em>Verdediging</em></p><p><em>De eerste advocaat van Girault, Mr. Guy Delfosse, schreef de misdaad voor een groot deel toe aan het noodlot, en aan het feit dat het slachtoffer en zijn cliënt Girault elkander toevallig ontmoetten in een wel “erg speciaal milieu” in het Brusselse. De advocaat had het vervolgens over de persoonlijkheid van zijn cliënt, zoon van een kapitein van de rijkswacht en van een moeder die geneesheer was. Doch Girault werd later een mislukking in het leven, en ondanks zijn verstandelijke gaven bracht hij het nooit verder dan tot politieagent te Parijs. </em></p><p><em>Na zijn echtscheiding van een rijke erfgename, op een ogenblik dat hij bovendien werd gezocht door het Franse gerecht, kwam hij in 1972 helemaal berooid te Brussel aan.</em></p><p><em>Het springmes</em></p><p><em>Tijdens de namiddagzitting trachtte Mr. Xavier Magnée, tweede advocaat van Girault, ooral te bewijzen dat zijn cliënt in geen geval het slachtoffer met een springmes ging doden. Dit ondanks verscheidene getuigen verklaarden hem in de weken, die de moord voorafgingen, met een springmes te hebben gezien.</em></p><p><em>Indien Girault aan één van de “lichte” meisjes mocht hebben gezegd dat hij het slachtoffer de keel zou oversnijden dan deed hij zulks alleen om op te scheppen. De manier waarop De Bleser werd gedood blijkt er eerder op te wijzen, aldus Mr. Magnée dat er een Noord-Afrikaan op de proppen kwam. Algerijnen, zoals Benorchane, hebben vaak een springmes in hun bezit, dat ze meestal onder hun broeksriem dragen.</em></p><p><em>Mr. Xavier Magnée had nauwelijks gedaan met pleiten, of Girault zelf stond recht en verklaarde aan voorzitter Terlinden, dat hij tot nog toe gelogen had nopens het bezit van het springmes. “Ik had een springmes op zak”, zegde hij, “toen ik De Bleser ging opzoeken. Ik had het mes enkele dagen voordien gekocht bij een Noord-Afrikaan en enkele weken tevoren bezat ik een ander springmes dat door verscheidene getuigen werd opgemerkt”.</em></p><p><em>Vervolgens pleitte Mr. Geneviève Beauthier voor Micheline Schiavone. De advocate had het vooral over de persoonlijkheid van haar cliënte die een ongelukkige jeugd doormaakte.</em></p><p><em>Het arrest wordt heden vrijdagavond verwacht.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Mei 1975</p><p><strong>Levenslange dwangarbeid voor Alain Girault</strong></p><p><em>Vrijdagavond viel het verdict in het proces tegen de daders van de moord op pelshandelaar De Bleser uit Brussel. Nadat de jury zich tweemaal had teruggetrokken, waarbij de tweede beraadslaging nog een uur en een kwartier duurde, sprak het Hof het vonnis uit. Alain Glrault, die op het einde van het proces nog bekend had dat hij een mes op zak had, werd veroordeeld tot levenslange dwangarbeid. Micheline Schiavone en Belina Scholiers elk tot drie jaar gevangenis met uitstel.</em></p><p><em>Beklaagde Girault bevestigde vrijdag dat hij een springmes had toen hij in de woonplaats van het slachtoffer kwam. Daar gaf hij echter het mes aan de Algerijn Benorchane, nadat hij had gezien dat deze geen enkel wapen bij zich had.</em></p><p><em>Mr. Pascal Vàn der Veenen, verdediger van Micheline Schiavone, onderstreepte dat de vrouw aan een morele inzinking ten prooi was en dronken was tijdens de feiten. En Mr. Guy François had het over de ongelukkige jeugd van Belina Scholiers. Beide advocaten vroegen een vrijspraak voor hun cliënten. Beklaagde Girault herhaalde nogmaals dat hij de keel van het slachtoffer niet oversneed. </em></p><p><em>Na voorlezing van de elf vragen trok de jury zich terug. Na een beraadslaging van anderhalf uur, antwoordde de jury positief op de elf gestelde vragen.</em></p><p><em>Girault en Schiavone werden schuldig bevonden aan diefstal ten nadele van De Bleser met de omstandigheid dat het slachtoffer opzettelijk werd gedood om de diefstal te vergemakkelijken of om de onstrafbaarheid ervan te verzekeren. Bovendien werd Girault, Schiavone en Scholier schuldig bevonden aan poging tot inbraak bij De Bleser.</em></p><p><em>Het openbaar ministerie bij monde van advocaat-generaal Basch, eiste vervolgens de doodstraf tegen Girault, die hij schuldig achtte aan de moord op het slachtoffer.</em></p><p><em>Levenslang</em></p><p><em>Na een nieuwe beraadslaging die een uur en een kwartier duurde las voorzitter Terlinden het arrest voor. Alain Girault werd veroordeeld tot levenslange dwangarbeid. Micheline Schiavone en Belina Scholiers elk tot drie jaar gevangenis met uitstel voor het gedeelte dat ze nog niet uitzaten.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Mei 1975</p><p><strong>Handelaar beticht van heling</strong></p><p><em>Voor de correctionele rechtbank te Brussel verscheen woensdag de 35-jarige <a href="https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3577">Camille Van de Neuker</a>, handelaar uit Sint-Joost-ten-Node, onder de beschuldiging de bontmantels en pelsen die bij de vermoorde Guillaume De Bleser te Ukkel waren geroofd voor 600.000 fr. te hebben geheeld.</em></p><p><em>De moord op Guillaume De Bleser, pelshandelaar uit Ukkel, werd in de nacht van 9 op 10 maart 1973 gepleegd. Het slachtoffer werd mishandeld en de keel overgesneden. De daders, de tot levenslange dwangarbeid veroordeelde Alain Girault en de Algerijn Ben Orcham, die in zijn land van herkomst nog moet berecht worden, gingen er vandoor met bontmantels en pelsen voor een vaarde van 600.000 fr. en met 30.000 fr. in bankbriefjes.</em></p><p><em>Voor de rechtbank hield Van de Neuker vol niet te hebben geweten dat de pelsen en bontmantels afkomstig waren van een roofmoord gepleegd te Ukkel. Hij nam wel bezit van deze kledingstukken als waarborg, gezien Girault en een zekere Cohen hem nog 150.000 fr. verschuldigd waren.</em></p><p><em>Substituut De Pretere wees in zijn rekwisitoor op de onmogelijkheid te bewijzen dat Van de Neuker wel degelijk afwist dat de bontmantels en pelsen bij een roofmoord werden gestolen. Girault en Cohen behoorden immers tot het milieu en aldaar bestaat de wet van het stilzwijgen. Wel moest Van de Neuker hebben vermoed dat voormelde pelsen van verdachte oorsprong waren, gezien het nachtelijk uur waarop ze hem werden overhandigd door twee mannen die zeker niet voor een diefstal terugschrikten.</em></p><p><em>De pleidooien van de verdediging en de uitspraak werden naar een latere datum verwezen.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 20 November 1975</p>]]></description>
			<author><![CDATA[null@example.com (Ben)]]></author>
			<pubDate>Mon, 27 Oct 2025 09:27:44 +0000</pubDate>
			<guid>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3671&amp;action=new</guid>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Alsemberg: 6 Oktober 1976]]></title>
			<link>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3669&amp;action=new</link>
			<description><![CDATA[<p><strong>Samenvatting</strong><br /></p><ul><li><p>Wat? Gijzeling van een echtpaar in een villa</p></li><li><p>Wanneer? 6 Oktober 1976</p></li><li><p>Waar? Onze-Lieve-Vrouwstraat in Alsemberg » <a href="https://maps.app.goo.gl/A57h77UzA6dEbPd67">Google Maps</a></p></li><li><p>Wie?<br />- Willy Degeneff<br />- René Janssens<br />- Daniel Hacquet</p></li><li><p>Status: Opgelost</p></li></ul><p><strong>Echtpaar overvallen te Alsemberg</strong></p><p><em>De echtgenoten Jacques Pe-Renée Coppens, kregen woensdagnamiddag in hun woonplaats, Onze-Lievevrouwstraat te Alsemberg, twee mannen over de drempel, gekleed als bedienden van de elektriciteitsmaatschappij “Electrogaz”, maar die eigenlijk onder bedreiging van wapens geld opeisten. De vrouw verklaarde geen bij haar thuis te hebben. “Het geld”, voegde ze er aan toe, “was in het bezit van haar man, een handelsreiziger die eerst omstreeks 18u30 zou thuiskomen”. J.P., stapte inderdaad omstreeks dat tijdstip zijn woning binnen maar al dadelijk had hij met de twee indringers af te rekenen, die hem op het hoofd sloegen met de kolf van hun wapens. Nogmaals werd het geld opgeëist maar Jacques wist zich los te rukken. Hij liep de straat op en alarmeerde de buren. De aanranders, blijkbaar bevreesd, sloegen op de vlucht in een witte Renault.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Oktober 1976</p><p><strong>Zware straffen geëist tegen drietal dat echtpaar te Alsemberg gijzelde</strong></p><p><em>Voor de Correctionele rechtbank te Brussel verschenen donderdag drie mannen, die ervan beschuldigd worden op 6 oktober 1976, een echtpaar aan de Onze-Lieve-Vrouwstraat te Alsemberg te hebben gegijzeld en gepoogd te hebben hun geld of andere waarden af te persen en hun daarbij sloegen.</em></p><p><em>Het betreft de 43-jarige Willy Degeneff, en de genaamde René Janssens en Daniel Hacquet. Op 21 augustus 1976 werd het echtpaar voor de eerste keer in een restaurant te Overijse aangesproken door Daniel Hacquet. Deze beweerde dat er onlangs goud voor een waarde van 8 tot 10 miljoen werd gestolen tijden of na het overbrengen van het edelmetaal door een bende smokkelaars vanuit Spanje naar België. Volgens Hacquet moest de echtgenoot meer weten over het verdwijnen van dat goud en hij werd derhalve verzocht er nadere inlichtingen over te verstrekken.</em></p><p><em>De echtgenoot beweerde helemaal niet op de hoogte te zijn van enige diefstal van gesmokkeld goud. Tijdens de daaropvolgende weken kreeg het echtpaar herhaaldelijk telefoontjes van onbekenden, en er werd ook aan hun deur gebeld zonder dat kon worden uitgemaakt wie zich bij hun villa te Alsemberg was komen aanbieden.</em></p><p><em>Chloroform</em></p><p><em>Op 6 oktober 1976, op het ogenblik dat de echtgenote samen met haar zoontje en een vriendin alleen thuis was, werd andermaal aangebeld. Het bleken René Janssens en Daniel Hacquet te zijn, die beiden een kepie van een bediende van een gasmaatschappij hadden opgezet en die aldus gemakkelijk binnenkwamen.</em></p><p><em>Toen ze in de woonkamer kwamen, haalden de twee mannen handboeien en een fles chloroform te voorschijn die ze op tafel neerlegden. Ze maanden de aanwezig aan niet te vluchten want elke poging in die zin zouden ze met de dood moeten bekopen. De echtgenote, haar zoontje en haar vriendin, werden door de twee mannen twee uren bedreigd, tot de echtgenoot eindelijk thuiskwam.</em></p><p><em>Deze werd dadelijk verzocht in de wagen van Willy Degeneff, die buiten de wacht hield, plaats te nemen, en met hem naar Luik te rijden, om er aan bepaalde personen uitleg te verstrekken over het verdwijnen van het goud. Zoals later bleek was aan Degeneff door onbekenden de belofte gedaan dat hij 500.000 fr. als premie zou bekomen indien hij het goud kon helpen terugvinden.</em></p><p><em>Schadevergoeding</em></p><p><em>Vooraleer op te treden had Degeneff, althans volgens zijn verklaringen, de goedkeuring van zijn plan bekomen, vanwege de administratie van criminele informatie. Hoe dan ook, toen de echtgenoot weigerde op de eis om naar Luik te rijden in te gaan en hij ondertussen de kans had gekregen om naar buiten te lopen, werd hij door Janssens en Hacquet achternagezeten, en een pak slaag toegediend.</em></p><p><em>Uiteindelijk wist de echtgenoot tot bij de buren te geraken, vanwaar hij de rijkswacht opbelde. Toen deze ter plaatse verscheen, waren de drie daders verdwenen. Mr. Eric Vergauwen, vroeg uit naam van de burgerlijke partij voor beide echtgenoten afzonderlijk om een morele schadevergoeding van 50.000 fr.</em></p><p><em>Wijzend op de ernst van de gepleegde feiten eiste <a href="https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=2182">eerste substituut Jaspar</a>, straffen op gelegen tussen vijf en tien jaar gevangenisstraf. Volgens de verdediging zijn verscheidene beschuldigingen onvoldoende bewezen, zodat ze om kleinere straffen vroeg. De uitspraak volgt op latere datum.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Februari 1977</p><p><strong>Zware straffen voor gijzelen van echtpaar te Alsemberg</strong></p><p><em>De Correctionele Rechtbank te Brussel veroordeelde donderdag de drie mannen, die op 6 oktober 1976 een echtpaar in hun villa Onze-Lieve-Vrouwstraat te Alsemberg hebben gegijzeld, tot zware straffen. Op voornoemde datum drongen twee van de drie mannen, vermomd als bedienden van een gasmaatschappij en in het bezit van een fles chloroform en handboeien, de villa binnen. </em></p><p><em>Het ging om de 30-jarige fotograaf Daniel H., en de 35-jarige handelaar René J., beiden uit Oostende, die nu resp. 7 en 6 jaar gevangenis opliepen. Ondertussen was een derde man in de buurt van de villa gebleven, met de bedoeling de echtgenoot naar Luik over te brengen om er uitleg te geven over het verdwijnen van een hoeveelheid gesmokkeld goud voor een waarde van 8 tot 10 miljoen frank. Deze derde man, de 43-jarige kelner Willy D., eveneens uit Oostende, werd tot 5 jaar gevangenisstraf veroordeeld.</em></p><p><em>Uit het onderzoek bleek dat de daders hun plan degelijk hadden voorbereid. De rechtbank kende aan elk van beide gegijzelde echtelingen, die zich aanstelden als burgerlijke partij, 50.000 fr. als morele schadevergoeding toe.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Februari 1977</p>]]></description>
			<author><![CDATA[null@example.com (Ben)]]></author>
			<pubDate>Mon, 27 Oct 2025 08:59:06 +0000</pubDate>
			<guid>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3669&amp;action=new</guid>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Alsemberg: 21 Juni 1975]]></title>
			<link>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3668&amp;action=new</link>
			<description><![CDATA[<p><strong>Samenvatting</strong><br /></p><ul><li><p>Wat? Een vrouw wordt door haar ex-vriend vermoord</p></li><li><p>Wanneer? 21 Juni 1975</p></li><li><p>Waar? Café De Bron, Pastoor Bolsstraat in Alsemberg » <a href="https://maps.app.goo.gl/Y9Q3BqomgiYERnwe6">Google Maps</a></p></li><li><p>Wie? Achille Van Hee</p></li><li><p>Wapen: jachtgeweer</p></li><li><p>Status: Opgelost</p></li></ul><p>Achille Van Hee schoot de 31-jaige Yvonne Sedeyn van dichtbij, en in een volle herberg, neer met een jachtgeweer. Hij werd in 1977 veroordeeld tot 12 jaar dwangarbeid.</p><p><strong>Herbergierster in volle. gelagzaal doodgeschoten</strong></p><p><em>De 31-jarige ongehuwde Yvonne Sedeyn, die sinds een zestal maanden in de Alsembergse Pastoor Jan Bolsstraat het café &quot;De Bron&quot; exploiteert, is zaterdag omstreeks 17.30 uur, terwijl zij achter haar toog glazen stond te spoelen, met een jachtgeweer neergeschoten.</em></p><p><em>De dader die kon worden aangehouden, verklaarde gehandeld te hebben “om financiële redenen”. Op het ogenblik der feiten bevonden zich zowat dertig klanten in &quot;De Bron”. De 42-jarige Achiel Van Hee, gehuwd en vader van vier kinderen, die een verhouding had met de vrouw, was één van hen.</em></p><p><em>De man legde samen met enkele klanten een kaartje. Plots is hij van het kaartspel opgestaan en naar een kamer boven de gelagzaal getrokken.</em></p><p><em>Toen hij even later in het deurgat verscheen, hield hij het jachtgeweer in de hand. Vanop zowat twee meter vuurde hij het fatale schot af, dat de vrouw links in de hals trof. Zij was op slag dood.</em></p><p><em>Terwijl de klanten uit het café wegvluchtten, demonteerde Van Hee, die jager Is, het wapen en wachtte hij rustig de komst af van de rijkswachtbrigade van Sint-Genesius-Rode.</em></p><p><em>Twist over herberg</em></p><p><em>Een zestal maanden terug waren ze samen de herberg “De Bron&quot; te Alsemberg gaan uitbaten. Om de drankgelegenheid zo aantrekkelijk mogelijk te maken, hadden zowel de man als de vrouw er een tamelijk hoog bedrag voor uitgegeven, wat niet belette dat de herberg ten slotte op naam van Yvonne Sedeyns kwam te staan. De laatste tijd zou er daarover onenigheid geweest zijn met de cafébazin, die Van Hee nog tot zaterdag middernacht de tijd zou hebben gegeven om zijn spullen te pakken en weg te gaan. Daar zou trouwens de drijfveer voor de moord liggen.</em></p><p><em>Dader en slachtoffer zijn beide afkomstig uit Wichelen. Zaterdagavond rond 21 uur reeds vond een wedersamenstelling van de moord plaats onder leiding van onderzoeksrechter Dujardin. De dader bleef daarbij onbewogen.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Juni 1975</p><p><strong>Reconstructie van moord op herbergierster te Alsemberg</strong></p><p><em>In aanwezigheid van rechter van instructie Dujardin en substituut Peytier werd donderdagnamiddag in het café &quot;De Bron&quot;, Pastoor Jan Bolsstraat te Alsemberg, overgegaan tot de reconstructie van de opzettelijke doodslag die de 42-jarige Achiel Van Hee zaterdag 21 juni pleegde op zijn gewezen vriendin, de 31- jarige Yvonne Sedeyn. Van Hee die er vrij schuchter uitzag deed de feiten nog eens gewillig over.</em></p><p><em>De dag van de misdaad was Van Hee kaart komen spelen in het café &quot;De Bron”. Plots stond hij recht en met een jachtgeweer dat hij ondertussen was gaan halen loste hij in aanwezigheid van een 30-tal klanten een schot op zijn gewezen vriendin, die geraakt werd in de hals en ineenzakte. Ze werd op slag gedood.</em></p><p><em>Nadat het begin juni tot een breuk tussen beide was gekomen, had Van Hee herhaaldelijk van zijn gewezen vriendin geëist dat ze hem het geld zou teruggeven, dat hij zes maanden voordien voor het verfraaien van de herberg zou hebben gegeven. De vrouw, die ondertussen eigenares van het café was geworden, weigerde op deze eis in te gaan, zodat Van Hee dan meer besloot haar neer te schieten.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Juli 1975</p><p><strong>Moord te Alsemberg maandag voor Assisenhof van Brabant</strong></p><p><em>De 44-jarige Achilles Van Hee, aannemer, wonende Beneslaan te Sint-Jans-Molenbeek, verschijnt van maandag af voor het Hof van Assisen van Brabant , voorgezeten door raadsheer Vossen.</em></p><p><em>Van Hee wordt ervan beschuldigd zijn 12 jaar jongere bjzit Yvonne Sedeyns op 21 juni 1975 met voorbedachte rade te hebben doodgeschoten. De feiten gebeurden onverwachts en zonder enige rechtstreekse aanleiding. Wel staat het vast dat Van Hee als aannemer in de put geraakte omdat zijn echtgenote geweigerd had haar handtekening te plaatsen onder een bepaald document.</em></p><p><em>Van Hee ging met het toekomstig slachtoffer Yvonne Sedeyns een café te Alsemberg uitbaten. De vrouw had trouwens al haar spaargeld in de herberg gestoken om er samen met hem een nieuw leven te beginnen.</em></p><p><em>Niemand, ook niet de beklaagde, kon tot nog toe een bevredigend antwoord geven op de vraag waarom hij plots zijn jachtgeweer uit een kamer was gaan weghalen en zijn vriendin even later in de aanwezigheid van talrijke cafébezoekers een lading loodkorrels in de hals joeg.</em></p><p><em>Van Hee wordt voor het hof verdedigd door Mrs. Jaak Verdickt, Jaak Van Doorselaere en André De Becker. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal Dubois.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Mei 1977</p><p><strong>Van Hee vreesde voor zijn leven</strong></p><p><em>Voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Vossen, verscheen maandag de 44-jarige Achille Van Hee, aannemer uit Sint-Jans-Molenbeek, onder de beschuldiging op 21 juni 1975 zijn 30-jarige vriendin Yvonne Sedeyns met voorbedachten rade te hebben doodgeschoten.</em></p><p><em>Van Hee, die op het ogenblik van de feiten een herberg te Alsemberg uitbaatte waarin de vrouw al haar spaargeld had gestoken, stond gekend als een rokkenloper. Wellicht omdat zjn vriendin er mee had gedreigd hem aan de deur te zetten, schoot hij haar in aanwezigheid van talrijke verbruikers met een jachtgeweer dood.</em></p><p><em>Jaloers</em></p><p><em>Van Hee, een slanke man met golvend haar, wordt verdedigd door Mrs. Verdickt, Van Dorselare en De Becker. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal Dubois. De jury is samengesteld uit zeven vrouwen en vijf mannen.</em></p><p><em>Na de voorlezing van de akte van beschuldiging door griffier De Schuyffeleer, begon voorzitter Vossen met de ondervraging van beklaagde. Meteen kwam aan het licht dat Van Hee samen met zijn drie broers zijn vader als aannemer had opgevolgd. Op 20-jarige leeftijd stapte hij te Wichelen in het huwelijk met de acht jaar oudere Simonne De Kerpel, die hem vier kinderen schonk.</em></p><p><em>De eerste huwelijksjaren verliepen zonder problemen. Doch enkele jaren later, in 1962 en 1963, begon zijn vrouw ziekelijk jaloers te worden. De voorzitter liet opmerken dat Van Hee tussen 1961 en de dag der feiten een verhouding had met tenminste zes vrouwen. Hoe dan ook, Van Hee zegde dat de jaloersheid van zijn vrouw aanleiding gaf tot talrijke spanningen in het huishouden.</em></p><p><em>De toestand verergerde nog vanaf 1970 toen bleek dat hij nog moeilijk kopers kon vinden oor zijn afgewerkte appartementen.</em></p><p><em>Dronken</em></p><p><em>Ondertussen had Van Hee met het gerecht te maken wegens slagen aan zijn echtgenote en de verloofde van zijn dochter, die hij een vuistslag toediende onder het uitbrengen van doodsbedreigingen. In 1972 en 1973 stuurde zijn echtgenote op een verzoening aan, doch in 1974 weigerde de echtgenote nog haar handtekening te plaatsen op bepaalde documenten, zodat Van Hee verplicht werd een concordaat met boedelafstand aan te gaan.</em></p><p><em>Van Hee was immers een verhouding met Yvonne Sedeyns begonnen. Nadat het tot een feitelijke scheiding met zijn echtgenote was gekomen, ging Van Hee met Sedeyns een café te Alsemberg uitbaten.</em></p><p><em>De veel jongere Sedeyns schijnt erg veel van Van Hee te hebben gehouden en was ze bereid een lening aan te gaan om de in beslag genomen Mercedes en jachtgeweren van haar vriend te kunnen terugkopen.</em></p><p><em>Volgens Van Hee had Sedeyns hem de dag voorde feiten gezegd dat hij moest ophoepelen. Minder dan een uur voor de moord verzocht de vrouw nogmaals dat hij zou weggaan. Van Hee was op dat ogenblik dronken en was van plan wat te rusten.</em></p><p><em>Toen hij in bed lag zag hij plots zijn vriendin de kamer binnenkomen, twee kogels in zijn jachtgeweer steken en vervolgens weer weggaan. Van Hee zou toen gedacht hebben dat de vrouw hem in zijn slaap wilde neerschieten. Bevreesd voor zijn leven nam hij zelf het wapen en schoot zijn vriendin in de herberg in aanwezigheid van talrijke klanten, dood. Hij verklaart thans heel wat spijt te hebben over wat hij deed.</em></p><p><em>Getuigenverhoor</em></p><p><em>Als eerste getuige gaf rechter van instructie Dujardin een uitvoerig relaas over de feiten, gedocumenteerd met dia&#039;s. Volgens deze getuige had Van Hee geenszins spijt over wat hij deed. Van Hee verklaarde aan de rechter dat hij bang was voor zijn eigen leven en daarom besloten had het eerst te schieten, gezien hij liever in de gevangenis dan op het kerkhof vertoefde.</em></p><p><em>Wetsgeneesheer dokter Kettenmeyer ging over tot de lijkschouwing van het slachtoffer en stelde vast dat de dood te wijten was aan een gapende wonde in de hals onder het linker oor.</em></p><p><em>Dokter Boon van zijn kant, kwam tot de bevinding dat beklaagde 2,46 gr. per duizend alcohol in het bloed had. Ondanks dit hoog alcoholgehalte gaf Van Hee helemaal niet de indruk dronken te zijn.</em></p><p><em>Wapendeskundige Pletinckx verklaarde dat het schot werd afgevuurd vanop een afstand van 3,50 meter. Het dubbelloopsgeweer is een feilloos wapen dat dodend is tot op een afstand van 15 tot 18 meter.</em></p><p><em>Psychiater Dr. Cosyns onderwierp Van Hee aan een onderzoek en stelde vast dat beklaagde verantwoordelijk is voor zijn daden, al was hij onder invloed van de drank op het ogenblik van de feiten. Wel kan het hoog alcoholgehalte, versterkt door valium, de mogelijkheden om het eigen gedrag te controleren hebben beperkt. Van Hee werd een eerste maal diep gekrenkt door zijn echtgenote toen ze weigerde een document te ondertekenen, wat zijn ondergang als aannemer tot gevolg had.</em></p><p><em>Een andere ontgoocheling maakte beklaagde mee toen zijn vriendin het voornemen had hem aan de deur te zetten.</em></p><p><em>Vandaag gaat het getuigenverhoor verder.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Mei 1977</p><p><strong>Van Hee smeekt om vergiffenis</strong></p><p><em>In het proces ven de 44-jarige Achilles Van Hee uit Sint-Jans-Molenbeek, beschuldigd van moord op zijn vriendin Yvonne Sedeyns (30), werden dinsdag talrijke getuigen verhoord. De meest aangrijpende waren die van de rechtstreekse familie van het slachtoffer. Van Hee kroop onder zijn bank weg en smeekte om vergiffenis.</em></p><p><em>Bij de aanvang van de zitting kwam een tiental klanten van het café &quot;De Bron” te Alsemberg vertellen hoe het de feiten zag gebeuren.</em></p><p><em>Van Hee blijkt in de namiddag van 21 juni 1975 tussen 14 en 17u kaart te hebben gespeeld met verschillende verbruikers. Ondertussen dronk hij een tiental glazen bier, terwijl zijn vriendin voor de bediening van de klanten zorgde. Tot driemaal toe kwam de vrouw tijdens het kaartspel Van Hee aansporen toch maar te gaan eten, daar hij wel honger moest hebben.</em></p><p><em>Omstreeks 17u toen het kaartspel was beëindigd, ging van Hee naar de toonbank waar Sedeyns hem zou gezegd hebben dat hij nog voor middernacht het huis moest verlaten. Van Hee ging toen naar de slaapkamer om een uur te rusten. Ondertussen zou hij 5edeyns de kamer hebben zien binnenkomen en de vrouw zou twee patronen op zijn jachtgeweer hebben gestoken.</em></p><p><em>Doch volgens de meeste getuigen bleef Van Hee slechts enkele minuten afwezig, terwijl Sedeyns de hele tijd in de herberg bleef. Een man die met van Hee kaart had gespeeld, zei dat hij dadelijk zijn consumpties betaalde, nog een paar minuten ter plaatse bleef en vervolgens op straat op nauwelijkS 50 meter van de herberg het schot hoorde.</em></p><p><em>Familie</em></p><p><em>Vervolgens werden de moeder en de twee zusters van het slachtoffer als getuigen gehoord. De moeder verklaarde dat ze met Van Hee niet hoog opliep. Ze wist immers dat hij vader was van vier kinderen en desondanks hele namiddagen in haar herberg te Wichelen kwam doorbrengen om er haar dochter Yvonne te kunnen spreken. Van Hee stelde zich daarbij meestal aan als een opschepper.</em></p><p><em>Enkele weken na de feiten stuurde Van Hee een brief naar de moeder van het slachtoffer waarin hij om vergiffenis vroeg. De vrouw kon er onmogelijk gevolg aan geven. De twee zusters beschreven het slachtoffer als een persoon met een heel goed karakter, terwijl ze Van Hee als een opvliegend man afschilderden.</em></p><p><em>Tijdens het verhoor van deze drie getuigen stamelde Van Hee vanop de beklaagdenbank onbegrijpelijke woorden. Blijkbaar vroeg hij om vergiffenis, doch een van de zusters van het slachtoffer riep hem toe dat hij best kon zwijgen want dat hij een moordenaar en een bandiet is. Van Hee die al een hele tijd had zitten snikken kroop toen nog dieper weg onder zijn bank.</em></p><p><em>Een van de voornaamste getuigen, nl. de echtgenote van Van Hee, werd maandagavond opgenomen in een hospitaal te Brugge, zodat ze onmogelijk voor het Hof kon worden ondervraagd. In haar plaats nam rechter van instructie Dujardin op de getuigenstoel plaats. Hij verklaarde dat het huwelijk van Van Hee met Simonne De Kerpel aanvankelijk als geslaagd kon worden beschouwd.</em></p><p><em>Van Hee was een noeste werker, die als aannemer vooruitgang wilde maken, wat trouwens ook gebeurde. De moeilijkheden begonnen pas toen aan het licht kwam dat hij er minnaresjes begon op na te houden.</em></p><p><em>Zijn echtgenote kantte zich tegen deze verhoudingen en mede door een gebrek aan doorzicht kwam het tot financiële moeilijkheden, die in 1974 de ondergang van het aannemersbedrijf tot gevolg hadden. Omdat Van Hee ondertussen met Yvonne Sedeyns was gaan samenwonen, begon Simonne De Kerpel aan een echtscheidingsprocedure. Nadat Van Hee wegens de moord op Sedeyns in de gevangenis terechtkwam, maakte Simonne De Kerpel meteen een einde aan die procedure. Ze bracht haar wettelijke echtgenoot zelfs reeds vier of vijfmaal een bezoek in de gevangenis.</em></p><p><em>Hierop volgden nog de getuigenissen van een boekhouder en een binnenhuisarchitect die een tijdje bij Van Hee waren tewerkgesteld. Volgens deze getuigen was de houding van Mw. Van Hee tegenover haar man nogal moederlijk, terwijl beklaagde zelf veel van zijn kinderen bleek te houden. </em></p><p><em>De laatste getuigen waren een vijftal vrouwen met wie Van Hee gedurende een min of meer lange tijd een verhouding had, wat onrechtstreeks zijn ondergang als aannemer tot gevolg had.</em></p><p><em>De uitspraak wordt verwacht tegen woensdagavond.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Mei 1977</p><p><strong>Achille Van Hee twaalf jaar dwangarbeid</strong></p><p><em>De jury van het Assisenhof - zeven dames en vijf heren - veroordeelde woensdagavond Achilles Van Hee tot twaalf jaren dwangarbeid. De jury achtte Van Hee schuldig van opzettelijk doodslag zonder voorbedachte rade. Tot op het einde toe bleef er onzekerheid over de drijfveer die Van Hee er toe aanzette zijn vriendin Sedeyns dood te schieten.</em></p><p><em>Bij de aanvang van de zitting werden nog enkele getuigen gehoord, onder wie de drie dochters van Van Hee, die zich overwegend gunstig over hun vader uitlieten. Anderzijds kon worden vernomen dat Van Hee zich voorbeeldig gedraagt in de gevangenis van Vorst.</em></p><p><em>Uit naam van de 74-jarige moeder van het slachtoffer, Yvonne Sedeyns, die zich tot burgerlijke partij aanstelde, sprak Mr. Johan Van den Abeele zijn ontsteltenis uit over de wijze waarop het slachtoffer door de verdediging in een verkeerd daglicht wordt gesteld. Het slachtoffer was een fatsoenlijke vrouw, wier enige fout was &quot;een gemene verleider hartstochtelijk lief te hebben gehad”.</em></p><p><em>Van Hee schoot zonder enige aanleiding deze jonge weerloze vrouw dood. Beklaagde poogde zijn schuld achteraf enigszins af te wimpelen door te beweren dat Sedeyns hem bleef achterna lopen. De bewering van beklaagde als kwam zijn vriendin twee patronen op zijn jachtgeweer steken om hem te bedreigen, is volledig uit de lucht gegrepen, want de vrouw wist helemaal niets af van wapens. De advocaat vroeg tenslotte om een symbolische frank morele schadevergoeding.</em></p><p><em>Rekwisitoor</em></p><p><em>Advocaat-generaal Dubois had het in zijn rekwisitoor over de onzinnige moord die Van Hee pleegde. Een jonge herbergierster die door haar klanten en buren gewaardeerd werd, werd zonder enige reden doodgeschoten. De maanden en weken die de feiten voorafgingen was er geen vuiltje aan de lucht en niemand had kunnen voorspellen dat het leven van het jonge slachtoffer op dergelijke manier zou eindigen. Yvonne Sedeyns was een mooie vrouw en uitzonderlijk verliefd op Van Hee.</em></p><p><em>Het huwelijk van Van Hee strandde niet door toedoen van het slachtoffer. Toen Sedeyns kwam opdagen, bedroog Van Hee zijn echtgenote al sinds vijf jaar met verscheidene andere vrouwen. Wel is het juist dat Sedeyns gedacht had met Van Hee te kunnen trouwen.</em></p><p><em>Enkele dagen voor de feiten ging ze nog een lening van 50.000 fr. aan om zijn auto en jachtgeweren te kunnen terugkopen, omdat ze wist dat hij er erg op gesteld was. Met een van deze geweren werd ze drie dagen later doodgeschoten. De versie van Van Hee als zou hij een hele tijd op zijn bed hebben gelegen en daarbij zijn vriendin twee patronen In zijn jachtgeweer hebben zien steken, houdt geen steek. Uit de verklaringen van verschillende getuigen, aanwezig in of bij de herberg, bleef hij maximum vijf minuten weg en zodra hij in het café verscheen, loste hij het dodend schot. Hij ging vervolgens ijskoud en cynisch achter de toonbank post vatten. </em></p><p><em>Het openbaar ministerie vroeg de jury Van Hee schuldig te verklaren aan opzettelijke doodslag gepleegd met voorbedachten rade.</em></p><p><em>Verdediging</em></p><p><em>Als eerste advocaat van de verdediging wees Mr. Van Doorselaere er op dat Van Hee een gewone metselaar was, die trouwde met een meisje, dat tot een hogere stand behoorde. Het huwelijk verliep met luister en praal en achteraf wist Van Hee het door zijn noeste arbeid tot aannemer te brengen, en zijn vrouw en kinderen een grote welstand te bezorgen.</em></p><p><em>Toen de zaken financieel slecht begonnen te gaan, had zijn echtgenote hem nog kunnen redden door haar handtekening op een paar documenten te plaatsen. Ze liet hem echter wegzinken, zodat hij uiteindelijk geen ander heil meer zag dan met Yvonne Sedeyns te gaan samenwonen.</em></p><p><em>Mr. De Becker stuurde als tweede advocaat van de verdediging de echtgenote van beklaagde heel wat verwijten toe. Van Hee mocht bij zijn echtgenote niet meer binnen en toen ook zijn vriendin Sedeyns er mee dreigde hem aan de deur te zetten, kreeg hij de slag van de hamer. Mr. De Becker vroeg de jury negatief te antwoorden op de twee vragen die worden gesteld.</em></p><p><em>Van Hee verklaarde spijt te hebben over het gebeurde en niet te begrijpen hoe hij zoiets had gedaan.</em></p><p><em>Voorzitter Vossen las vervolgens de twee vragen voor die de jury diende te beantwoorden:</em></p><p><em>1. Is Achille Van Hee schuldig aan een opzettelijke doodslag op Yvonne Sedeyns?<br />2. Pleegde hij deze doodslag met voorbedachten rade?</em></p><p><em>Na een beraadslaging van anderhalf uur, antwoordde de jury positief op de eerste vraag en negatief op de tweede. Van Hee werd derhalve schuldig bevonden aan opzettelijke doodslag maar zonder voorbedachten rade.</em></p><p><em>Na een nieuwe beraadslaging waaraan het Hof en de jury deelnamen las de voorzitter Vossen het arrest voor. Achilles Van Hee werd veroordeeld tot 12 jaren dwangarbeid.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Mei 1977</p>]]></description>
			<author><![CDATA[null@example.com (Ben)]]></author>
			<pubDate>Wed, 22 Oct 2025 11:18:28 +0000</pubDate>
			<guid>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3668&amp;action=new</guid>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Marchienne-au-Pont: 8 Mei 1973]]></title>
			<link>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3651&amp;action=new</link>
			<description><![CDATA[<p><strong>Samenvatting</strong><br /></p><ul><li><p>Wat? Roofmoord op een 62-jarige gepensioneerde mijnwerker</p></li><li><p>Wanneer? 8 Mei 1973</p></li><li><p>Waar? Rue Arthur Decoux 35 in Marchienne-au-Pont » <a href="https://maps.app.goo.gl/1nLWwpdWr8g6GUrA8%20">Google Maps</a></p></li><li><p>Wie? Robert Lionard en Georges Wiard</p></li><li><p>Wapen: karabijn kaliber .22 long rifle</p></li><li><p>Status: Opgelost</p></li></ul><p>De twee daders overvielen de man en sloegen hem dood met de karabijn. Daarbij werd een schot gelost en raakte Georges Wiard gewond aan het been. Het been werd geamputeerd en Wiard kreeg een kunstbeen. De daders werden in oktober 1974 veroordeeld voor het assisenhof van Henegouwen. </p><p>Georges Wiard (links) en Robert Lionard (rechts) tijdens het proces in 1974:</p><p><span class="postimg"><img src="https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/george10.jpg" alt="https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/george10.jpg" /></span></p><p><strong>Gepensioneerde vermoord te Marchienne-au-Pont</strong></p><p><em>In zijn woning te Marchienne-au-Pont werd de 62-jarige gepensioneerde mijnwerker Angelo Tirone met ingeslagen schedel aangetroffen. De portefeuille van het slachtoffer werd onaangeroerd teruggevonden, zodat het vermoedelijk geen roofmoord betreft. Inmiddels is een onderzoek naar de ware oorzaak van de moord aan de gang.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Mei 1973</p><p><strong>Daders van moord te Marchienne-au-Pont aangehouden</strong></p><p><em>De 39-jarige Georges Wiard, uit Marchienne-au-Pont en de 21-jarige Fransman Robert Lionard, uit Monceau-sur-Sambre, werden tijdens het weekend aangehouden wegens moord op de 61-jarige Angelo Tirone uit Marchienne-au-Pont. De misdaad werd vorige vrijdag gepleegd.</em></p><p><em>Wiard, die pas dinsdag uit de gevangenis ontslagen was, pleegde samen met Lionard dezelfde nacht de moord. Vroeger woonde hij bij Tirone in. Hij had hem tienduizend frank gevraagd en hem met een karabijn geslagen om ze los te maken. Daarna maakte Tirone af maar bij het toeslaan ging een schot af en Wiard werd aan het been gewond.</em></p><p><em>Na de misdaad bemerkte een herbergier uit Charleroi de wonde. Hij waarschuwde de politie en zo ging de zaak aan het rollen. Beide boeven werden te Charleroi opgesloten.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Mei 1973</p><p><strong>Twee dieven sloegen slachtoffer dood te Marchienne-au-Pont</strong></p><p><em>Maandag begint voor het Hof van Assisen van Henegouwen, onder voorzitterschap van de h. Ransart, het proces tegen Georges Wiard, een chauffeur uit Marchienne-au-Pont, en Robert Lionnard, een arbeider uit Monceau-sur-Sambre. Ze worden beschuldigd 5,400 fr. afgetroggeld te hebben, op 8 mei van verleden jaar 5.620 fr. te hebben gestolen van Angelo Tirone te Marchienne-au-Pont en van vrijwillige doodslag met de bedoeling te doden ten einde de straf te kunnen ontlopen.</em></p><p><em>Wiard werd reeds verscheidene malen wegens diefstal, valsheid in geschriften, slagen, enz. veroordeeld en had reeds diverse gevangenisstraffen uitgezeten.</em></p><p><em>Lionnard leefde op kosten van zijn moeder, die te Monceau-sur-Sambre een café hield. In december 1972, toen hij werkte als antenneplaatser bij de h. Jacques Demoulin, had hij Wiard leren kennen. Op het einde van het jaar had hij zijn werk in de steek gelaten en had, behalve een week, niet meer gewerkt.</em></p><p><em>Munitie</em></p><p><em>Nadat Wiard op 8 mei te 9u de gevangenis had verlaten, bezocht hij cafés en verteerde er de 520 fr. die hij in de nor had verdiend. Omstreeks 13u30 belde hij Lionnard op en de twee mannen troffen elkaar te Marchienne-au-Pont In het café “Au Manoir”. Ze gingen daarna naar de wapenhandelaar Bernard en kochten er 50 patronen voor een 22 mm. long rifle, die Wiard enkele maanden daarvoor had besteld. Wiard, na de karabijn te hebben getest, zei aan zijn vriend dat hij de bedoeling had twee diefstallen te plegen: de eerste bij een Italiaan die 10.000 fr. zou opbrengen en de tweede bij D&#039;leteren te Brussel wat 90.000 fr. zou opleveren.</em></p><p><em>Lionnard was het daarmee eens en beide mannen gingen vooreerst bij Claude Charron, eveneens uit Marchienne, die, volgens Wiard, kwaad over hem had gesproken. Wiard bedreigde hem met zijn wapen, maar Charron slaagde er in hem te kalmeren. De twee mannen begaven zich daarna bij de 62-jarige Angelo Tirone, een ongehuwde gepensioneerde mijnwerker, wonende rue Decoux 35, op het adres zelf waar Wiard gehuisvest is. </em></p><p><em>Omstreeks 20u30 kwamen ze bij de h. Tirone aan. Wiard hield de karabijn onder een hoofdkussen verborgen. </em></p><p><em>Slagen</em></p><p><em>Wiard klopte aan en Lionnard riep “politie”. Toen de h. Tirone opendeed, stormden beide mannen het appartement binnen en wierpen de deur achter zich toe. Onder bedreiging van zijn wapen eiste Wiard dat de bejaarde hem zijn geld zou geven. De Italiaan antwoordde dat hij niets bezat en Wiard bracht hem met de kolf van de karabijn een hevige slag toe op het hoofd.</em></p><p><em>De ongelukkige begon te roepen, waarbij Lionnard hem de hand op de mond legde om te beletten dat de kreten zouden gehoord worden. Tirone zou hierop getracht hebben de karabijn te bemachtigen, maar kreeg van Wiard een vuistslag.</em></p><p><em>Hij nam van onder het tafelkleed een enveloppe met 2.400 fr., maar daar hij nog meer slagen kreeg - Wiard vond immers dat dit te weinig was - nam hij uit een ziekenfondsboekje een som van 3.000 fr. Veel bloed verliezend viel hij daarna op zijn bed. De twee mannen hadden nochtans opgemerkt dat er in het boekje nog andere bankbriefjes staken en legden er de hand op. </em></p><p><em>Wlard stelde dan aan de h. Tirone voor hem een spuitje te geven om hem te doen slapen. Hij deed dit met een naald die hij op zak had, waarbij hij tevens het hoofd van het slachtoffer met nieuwe kolfslagen bewerkte. Er werd een schot gelost, waarbij Wiard in de dij gewond werd.</em></p><p><em>Op de vlucht</em></p><p><em>De twee dieven lieten de h. Tirone stervend achter en sloegen afzonderlijk op de vlucht, Lionnard met 5.000 fr. en Wiard met de rest. Terwijl Lionnard naar huls ging, begaf Wiard zich naar het café “Au Kepi Blanc” te Charleroi, waar hij vertelde dat zijn gewezen werkgever op hem geschoten had. De politie ondervroeg zowel Wiard als werkgever Demoulin en stelde vast dat de versie van Wiard onaanvaardbaar was. Wiard sloeg op de vlucht en zocht Llonnard op. De twee mannen bleven drie dagen in de streek ronddwalen.</em></p><p><em>Ondertussen werd het lijk van de h. Tirone gevonden. Op 12 mei werd Wiard, na een korte achtervolging, te Fontaine-l’Evêque aangehouden. &#039;s Anderdaags was het de beurt van Lionoard. Wiard beweert dat hij niet de bedoeling had Tirone te doden, maar daar deze laatste hem goed kende, zou hij bij het in leven blijven niet nagelaten hebben Wiard bij de politie aan te geven. Het psychiatrisch onderzoek wees uit dat beide mannen volledig toerekenbaar zijn.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Oktober 1974</p><p><strong>Wiard en Lionnard minimaliseren aandeel in dood van Italiaan</strong></p><p><em>Niet minder dan achtenzestig personen zijn als getuige gedagvaard in het proces ten laste van Georges Wiard en Robert Lionnard, dat maandag voor het Hof van Assisen van Henegouwen te Bergen is ingezet. Het Hof wordt voorgezeten door raadsheer Stranard, bijgestaan door de rechters Hervy en Bleeckx.</em></p><p><em>De 41-jarige Georges Wiard en de 22-jarige Fransman Robert Lionnard worden ervan beschuldigd op 8 mei 1973 te Marchienne-au-Pont de bejaarde Italiaan Angelo Tirone met geweld 5.400 fr. te hebben afgeperst, hem nogmaals van 5.620 fr. te hebben beroofd om hem tenslotte met kolfslagen op het hoofd te doden.</em></p><p><em>Netjes gekamd en in een lichtgrijs pak gestoken, verschijnt Wiard met onbewogen gelaat, maar wijkende blik voor het Hof. Hij hinkt enigszins ten gevolge van een kunstbeen. Lionnard vertoont zich daarentegen minder verzorgd en veel minder rustig dan zijn lotgenoot.</em></p><p><em>De verdediging van Wiard wordt waargenomen door Mrs J.-CI. Van Cauwenherghe en J.P. De Clercq. Voor Lionnard pleiten Mrs G. Simonis en Anne Krywin. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door eerste substituut Paul Ransquin. In de jury is slechts één vrouw opgenomen.</em></p><p><em>Na voorlezing van de akte van beschuldiging door griffier Gerard antwoordt Georges Wiard op vragen van de voorzitter omtrent zijn ongelukkige jeugd en zijn talrijke veroordelingen. Hij geeft toe dat de thans gewraakte misdaad voor het geld is gepleegd. “Maar ik had nimmer de bedoeling Tirone te doden”, zo betoogt hij, waarop de voorzitter wil weten waarom hij dan wel een geladen karabijn bij zich droeg. “Om schrik aan te jagen en omdat ik dacht dat Tirone zich niet zonder meer zou laten doen. Hij was toch bij het Afrikakorps geweest …”, zo zegt betichte.</em></p><p><em>Handdoek</em></p><p><em>Voorts bevestigt Wiard, die overigens met onderdanige, bijna zoeterige, stem op de vragen van de voorzitter antwoordt, de verklaringen die hij tijdens het onderzoek aflegde. Hij bekent de afpersing en de diefstal. Niettemin voegt hij hieraan toe, dat Lionnard een handdoek rond de hals van het zieltogende slachtoffer heeft gebonden, niet om het bloed te stelpen, maar om de Italiaan te wurgen.</em></p><p><em>De beurt is dan aan Lionnard die eveneens een sombere jeugd heeft gekend en diefstallen pleegde in Frankrijk. Betichte poogt eveneens zijn aandeel in de feiten te minimaliseren. Weliswaar heeft hij Tirone een vuistslag gegeven. terwijl Wiard hem kolfslagen toediende, maar hij houdt staande dat hij bij de deur bleef staan. Hij zegt de handdoek wel degelijk om de hals van hel slachtoffer te hebben “gelegd” om het bloed te stelpen. Zijn deel van de buit gaf hij uit aan drank en taxi&#039;s. Hij had nog slechts enkele briefjes van honderd op zak toen hij werd aangehouden.</em></p><p><em>De namiddagzitting begint met de ondervraging van de h. Leclef, die het relaas brengt van de taak die hij als onderzoeksrechter in deze zaak heeft volbracht. Weinig nieuwe elementen dus. Toch wijst hij op enkele tegenstrijdigheden in de verklaringen van Wiard en van Lionnard. Laatstgenoemde heeft steeds geloochend het slachtoffer met het heft van zijn dolk te hebben geslagen. Hij heeft het evenmin willen wurgen door te trekken aan de beide uiteinden van de handdoek die hij rond de hals van Tirone had gelegd om het bloeden te stelpen.</em></p><p><em>Na de onderzoeksrechter komen verscheidene officieren en de gerechtelijke politie aan de beurt, onder meer de eerstaanwezende commissaris van Charleroi, die bevestigt dat Wiard hem nooit heeft gezegd dat Lionard zou getracht hebben de Italiaan met de handdoek te wurgen. Beklaagde die zich vrij aanstellerig toont, houdt het tegendeel vol en iedereen blijft dan maar op zijn standpunt.<br />·<br />Toerekenbaar</em></p><p><em>Dr. Sauvegarde, een psychiater, komt dan verklaren dat de beide beklaagden even toerekeningsvatbaar zijn, ofschoon hij bij Wiard een zekere neiging onderkent om de verantwoordelijkheid op iemand anders af te wentelen. Hij gelooft echter niet aan de doorslaggevende invloed van Wiard op Lionnard.</em></p><p><em>Gerechtsarts Dr. Floi stelde bij het slachtoffer een schedelbreuk vast. De dood is na enkele minuten ingetreden. Op een vraag van de verdediging, zegt de geneesheer dat hij nergens een spoor van inspuiting heeft gevonden. Na het getuigenis van de apotheker, die verscheidene bloedanalyses verrichte, wordt de zitting tot dinsdagochtend geschorst.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Oktober 1974</p><p><strong>Tirone was vroeger reeds bang voor zijn moordenaar</strong></p><p><em>Voor het Assisenhof van Henegouwen werd dinsdagvoormiddag in het proces tegen de 41-jarige Georges Wiard uit Marchienne-au-Pont en de 22-jarige Robert Lionnard uit Monceau-sur-Sambre, de tweede dag ingezet met het getuigenverhoor. Beide kerels overvielen op 8 mei 1973 de Italiaan Angelo Tirone, beroofden hem van zijn geld en vermoordden hem nadien.</em></p><p><em>De eerste getuige was dokter Draux, die Wiard na de feiten onderzocht. Deze laatste werd immers door een kogel uit zijn eigen karabijn getroffen toen hij zijn slachtoffer met dit wapen afranselde. Wiard werd slechts oppervlakkig gewond. Vervolgens beschreef de arts de verwondingen van Tirone en wees hierbij dat hij nergens sporen van wurging had opgemerkt. Volgens de h. Draux was de belangrijkste slag deze die in volle hevigheid werd toegebracht op de schedel van het slachtoffer.</em></p><p><em>Wapendeskundige</em></p><p><em>De wapenkundige, de h. Albert Ladrière, verklaarde dat het schot dat Wiard verwondde, van dichtbij werd afgevuurd en dat door andere vaststellingen de versie van Lionnard werd gestaafd, waar deze beweert dat het schot afging doordat het wapen doormidden brak. Deze verklaring lokte een incident uit tussen de getuige en de h. Van Cauwenbergh, die eraan herinnerde dat in zijn rapport staat dat de h. Ladrière verklaard had dat beide lezingen aannemelijk waren. Stippen wij aan dat Wiard steeds verklaard heeft dat het schot afging toen hij met Tirone worstelde die het karabijn gegrepen had.</em></p><p><em>Toen hij gewond wet&#039;d door de kogel, was Wiard, steeds volgens zijn eigen verklaringen, zo woedend geworden dat hij zijn slachtoffer begon te slaan.</em></p><p><em>Bang voor Wiard</em></p><p><em>Vervolgens werden de gewone getuigen verhoord. Het was Gino Colilli, een persoonlijke vriend van Tirone, het slachtoffer was trouwens de peter van Gino&#039;s zoon, die de politie verwittigde dat hij Tirone reeds twee dagen niet meer had gezien. Tirone had tegen Colilli gezegd dat hij bang was voor Wiard. Deze woonde in hetzelfde gebouw en Tirone beschouwde hem als een slechte vent. Andere bewoners van het gebouw legden soortgelijke verklaringen af.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Oktober 1974</p><p><strong>Wiard was een bluffer</strong></p><p><em>Het Hof van Assisen van Henegouwen, voorgezeten door raadsheer Stranart, heeft woensdagvoormiddag de debatten hervat in proces tegen Georges Wiard en Robert Lionnard, die op 8 mei 1973 de Italiaan Angelo Tirone uit Marchienne-au-Pont om het leven brachten.</em></p><p><em>Eerst wordt Raymonde Lebrun, een cabaretuitbaatster uit Marchienne, gehoord. Zij verklaart dat Wiard in haar instelling eens met een karabijn zwaaide. Verscheidene getuigen bevestigen dat Wiard een snoever was. Hij zou zelfs gezegd hebben dat hij wapendeskundige was en dat zijn huis vol springtuigen zat.</em></p><p><em>Mw. Bernadette Rousies was dienster in een restaurant, waar de beklaagden een kwamen en Wiard had daar toen gezegd dat hij zijn vrouw gedood had. Op een vraag van de voorzitter waarom hij zo opliep met een moord die hij niet had bedreven: “Ik was dronken”. Deze verklaring wordt bevestigd door de uitbaatster van het restaurant mw, Marie-Claude Sas. </em></p><p><em>Vervolgens worden nog verscheidene uitbaters van drankgelegenheden gehoord aan wie Wiard gelijkaardige verhalen vertelde. Hij legde ook uit dat hij eens een ongeval had in Frankrijk, dat men hem met een ziekenwagen naar de grens bracht en dat hij vandaar zijn weg te voet verder zette. Lionnard anderzljds zou nergens zijn mond hebben opengedaan.</em></p><p><em>Broer</em></p><p><em>Nadien wordt de broer van een der der beklaagden gehoord, de h. Gilbert Lionnard uit Monceau-sur-Sambre, die thuis was toen zijn broer aankwam. Toen de gerechtelijke politie vijf dagen na de feiten bij hem aan huis kwam, zei Gilbert Lionnard dat zijn broer niet thuis was, maar tijdens een huiszoeking werd Robert Lionnard slapend aangetroffen op de bovenverdieping.</em></p><p><em>De getuige is uiterst zwijgzaam en de voorzitter moet hem letterlijk de woorden uit de mond halen. Bovendien heeft hij blijkbaar een zeer slecht geheugen. Nochtans zou hij later bekennen dat zijn broer hem getelefoneerd had om te zeggen dat hij naar Frankrijk trok en ook dat hij iemand gedood had.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Oktober 1974</p><p><strong>Doodstraf voor Wiard en levenslang voor Lionnard</strong></p><p><em>Het Assisenhof van Henegouwen heeft donderdagavond vonnis geveld In het proces tegen Georges Wiard en Robert Lionnard, die te Marchienne-au-Pont bij Angelo Tirone binnenbraken, hem geld afpersten en hem vervolgens doodsloegen. De jury had de beklaagden op alle punten schuldig bevonden. Wiard werd tot de doodstraf veroordeeld en Lionnard kreeg levenslange dwangarbeid. </em></p><p><em>Tijdens de voormiddagzitting werden nog getuigen gehoord. Eerst komen de vader en de broer van de eerste beschuldigde, Georges Wlard, aan het woord. Zij hebben hun zoon en broer niet lang gekend. Vader Jules Wiard heeft zijn zoon niets te verwijten. Broer Michel zegt dat de sfeer in de huiskring zeer slecht was. De schoonzuster van Georges Wiard, die eveneens kwam getuigen, zegt dat Wiard een moedige kerel is.</em></p><p><em>Dokter Sauvegarde, psychiater, komt andermaal voor het hof bevestigen dat Wiard volledig toerekeningsvatbaar is en verantwoordelijk kan gesteld worden voor zijn daden. Hij erkent nochtans dat Lionnard zwakker is dan Wiard. De laatste getuigen brengen geen nieuwe feiten aan het licht en dan komt de openbare aanklager aan het woord.</em></p><p><em>Eerste-substituut procureur des konings Paul Ransquin beschrijft eerst de persoon van het slachtoffer. Daarna geeft hij een nauwkeurig relaas van de fatale 8 mei 1973, dag waarop de twee beklaagden hun complot ten uitvoer brachten. Wiard wou opnieuw een slag slaan en omdat hij wist dat Tirone een beetje geld bezat, dacht hij onmiddellijk aan hem. Als medeplichtige dacht hij ook dadelijk aan Lionnard. De substituut erkent dat Wiard op zeker ogenblik, &#039;s namiddags wellicht, flink aangeschoten was, maar hij voegt er ogenblikkelijk aan toe dat Wiard reeds vier uren de tijd had gehad om te recupereren toen hij bij het slachtoffer aankwam.</em></p><p><em>De h. Ransquln bewijst nadien dat Wiard zich had gewapend met een karabijn, die geladen was, dit in akkoord met Lionnard, die zelf een mes op zak stak. Dit bewijst duidelijk dat elke weerstand van het slachtoffer zou ongedaan gemaakt worden. Over de moord zelf zegt de substituut dat de hulp van Lionnard onmisbaar was, en voegde eraan toe dat de toegebrachte slagen op de schedel van het slachtoffer zeer hard waren. Vervolgens zegt de h. Ransquin dat de beschuldigingen van diefstal met geweld en afpersing volstrekt bewezen zijn. “De hardnekkigheid waarmee werd toegeslagen en de plaats waar die slagen werden toegebracht, bewijzen duidelijk dat een mensenleven moest vernietigd worden”, roept de openbare aanklager uit.</em></p><p><em>Ook het verachtelijk cynisme van beide misdadiger wordt beschreven. Na hun misdaad hebben zij al het geld verbrast door het op te drinken tot ze er moesten van braken.</em></p><p><em>Verdediging</em></p><p><em>De verdediger van Wiard, mr. Jean-Pierre De Clercq herinnert aan de ongelukkige jeugd van zijn cliënt, zijn ziekten, de amputatie van zijn linkerbeen enz. De tweede verdediger van Wiard, mr. Jean-Claude Van Cauwenbergh, verklaart dat zijn cliënt schuldig pleit. Hij weidt uit over de persoon van Wiard.</em></p><p><em>Pleiter probeert dan aan te tonen dat Wiard wel een dief, maar geen moordenaar is. want hij heeft Tirone niet willen doden. Mr. Georg Henri Simonis, eerste verdediger van Lionnard, tracht aan te tonen dat zijn cliënt slechts Wiard volgde, omdat hij meende dat het enkel een diefstal betrof. Er was geen enkel inzicht tot doden vanwege Lionnard, en hij had Wiard zeker niet van zijn daden kunnen weerhouden.</em></p><p><em>Mej. Anne Kriwyn die als laatste pleit, hoopt dat men deze man zal beoordelen voor de feiten. Zij wijst er ook op dat de gezworenen het recht moeten doen zegevieren en het niet moeten doen toepassen.</em></p><p><em>Tot slot komen belde beklaagden nog aan het woord. Zij drukken hun spijt uit. Dan stelt de voorzitter dertien vragen aan de jury. De jury geeft een bevestigend antwoord op alle vragen. George Wiard en Robert Lionnard worden schuldig geacht aan alle feiten die hen ten laste worden gelegd.</em></p><p><em>Na een nieuwe beraadslaging wordt Georges Wiard tot de doodstraf veroordeeld en Robert Lionnard tot levenslange dwangarbeid. </em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Oktober 1974</p>]]></description>
			<author><![CDATA[null@example.com (Ben)]]></author>
			<pubDate>Wed, 24 Sep 2025 15:21:48 +0000</pubDate>
			<guid>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3651&amp;action=new</guid>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Charleroi: 4 Juli 1975]]></title>
			<link>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3635&amp;action=new</link>
			<description><![CDATA[<p><strong>Samenvatting</strong><br /></p><ul><li><p>Wat? Overval op een wisselagent</p></li><li><p>Wanneer? 4 Juli 1975</p></li><li><p>Waar? Rue Leopold 15 in Charleroi » <a href="https://maps.app.goo.gl/A5k49rAdGBe6WvNc6">Google Maps</a></p></li><li><p>Wie?<br />- Maurice Guillaume (52)<br />- André Bagnolatti (40)<br />- Antonio Machado</p></li><li><p>Status: Opgelost</p></li></ul><p>Twee gangsters, Maurice Guillaume en Antonio Machado, overvallen een wisselagent in Charleroi. Daarbij vermoorden ze de eigenaar. Zijn zoon raakt zwaargewond. Machado raakt waarschijnlijk gewond tijdens de overval en wordt door Guillaume afgemaakt.</p><p>Maurice Guillaume werd in 1978 tot levenslange opsluiting veroordeeld. André Bagnolatti werd enkel veroordeeld wegens heling.</p><p><strong>Wisselagent en bandiet neergeknald te Charleroi</strong></p><p><em>Bij een overval die vrijdagmorgen gepleegd werd op het kantoor van een wisselagent in het centrum van Charleroi, zijn twee personen doodgeschoten. Het zijn de wisselagent Paul Bruyhai (75), uit de rue de Ia Science te Charleroi, en een onbekende - meer dan waarschijnlijk één der bandieten - een nog jonge man van het zuiderse type. Beiden waren neergekogeld. De 28-jarige zoon van de wisselagent, Michel Bruyhal, woonachtig te Binche, werd zwaar gewond.</em></p><p><em>Het bloedbad werd ontdekt door een vrouwelijke bankbediende, die omstreeks 11u in de voormiddag het kantoor gelegen rue Leopold 15, wilde binnengaan, doch tot haar niet geringe verbazing vaststelde dat het rolluik nog niet was opgetrokken, terwijl de deur gesloten was. Er werd een slotenmaker bijgehaald, die de toegang tot het bureau forceerde.</em></p><p><em>Op de vloer lagen de lijken van de bejaarde wisselagent en de vreemdeling; vlak ernaast, zieltogend, de 28-jarige zoon van de wisselagent, de handen en voeten op de rug gebonden en met een bloedende schotwonde in de hals. Bij hoogdringendheid werd hij in een kliniek opgenomen, waar men zijn leven in gevaar achtte.</em></p><p><em>Vraagtekens</em></p><p><em>De omstandigheden waarin het drama zich afspeelde zijn nog met veel vraagtekens omgeven. Voorlopig moet men het dus stellen met vage veronderstellingen, die vertrekken van het ene vaststaande feit, namelijk dat vader en zoon Bruyhai vrijdagmorgen omstreeks 8u30 het wisselkantoor zijn binnengegaan om hun dagtaak te beginnen. Vanaf dat moment is het drama vooralsnog een volkomen mysterie.</em></p><p><em>Zijn de bandieten - die naar men aanneemt met twee of drie waren - samen met de Bruyhai&#039;s naar binnen gegaan, of waren zij reeds van tevoren het kantoor binnengedrongen en wachtten zij daar op de komst van de wisselagenten?</em></p><p><em>Een tweede onduidelijk punt: wie maakte het eerst gebruik van een vuurwapen? Vader Bruyhai bezat een revolver. Logischerwijze zou men kunnen veronderstellen dat de verraste wisselagent direct naar zijn wapen gegrepen heeft en een der bandieten neerknalde alvorens die gevaarlijk kon worden. In dezelfde orde van gedachten klinkt het aanvaardbaar dat een tweede bandiet op zijn beurt Paul Bruyhai heeft doodgeschoten en zijn zoon gewond, die vervolgens aan handen en voeten werd vastgebonden.</em></p><p><em>Nog raadselachtiger werd de zaak toen bij het eerste onderzoek bleek dat de revolver van de wisselagent onaangeroerd in de lade lag. Na de schietpartij, die blijkbaar door niemand op straat of door geburen gehoord werd - ook niet door de politie die op enkele stappen van het wisselkantoor haar bureaus heeft - hebben de bandieten de deur langs de binnenkant gesloten om dan langs een aanpalend onbewoond huis ongemerkt te verdwijnen.</em></p><p><em>Volgens een nog voorlopige raming bedraagt de buit 45.000 fr. in baar geld en een aantal goudstukken. Alhoewel onmiddellijk na de ontdekking van de misdaad alle wegen rond Charleroi versperd werden, in de hoop de gevluchte daders te kunnen grijpen, heeft zulks geen enkel resultaat opgeleverd. Heel begrijpelijk natuurlijk, als men bedenkt dat de bandieten een ruime voorsprong hadden op de wetsdienaars.</em></p><p><em>De voornaamste hoop om het onderzoek tot een goed einde te brengen ligt momenteel in de identificering van de achtergelaten dode bandiet, die evenwel geen enkel papier op zak had. Mocht de man in België reeds een strafregister bezitten, dan zal het de speurders wel niet moeilijk vallen om aan de hand van vingerafdrukken zijn ware identiteit te achterhalen. Vanaf dat ogenblik zal het er voor zijn medeplichtigen niet zo best uitzien.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Juli 1975</p><p><strong>De gedode gangster van Charleroi werd door trawanten afgemaakt</strong></p><p><em>De bloedige schietpartij in het kantoor van wisselagent Paul Bruyhai, rue Léopold 15 te Charleroi, in de ochtenduren van vorige vrijdag, heeft bij de bevolking grote verontwaardiging gewekt. Men is er het hart van in dat een hooggeachte burger die Paul Bruyhai, op zo’n weerzinwekkende wijze de dood werd ingejaagd terwijl zijn zoon in de kliniek nog steeds een zware strijd levert met de dood.</em></p><p><em>Sinds het dramatisch gebeuren van vorige vrijdag is het onderzoek al een heel eind gevorderd. Zo heeft men de identiteit van de achtergebleven doodgeschoten bandiet kunnen achterhalen. Het betreft Antonio Machado (24), uit La Calahorra in Spanje.</em></p><p><em>Van Spaanse nationaliteit, heeft hij, ondanks zijn jeugdige leeftijd, reeds voor verscheidene Franse benden gewerkt. Drie jaar geleden werd hij in Antwerpen opgepikt wegens wapentrafiek. In Frankrijk liep hij reeds verscheidene veroordelingen op en nog niet zo lang geleden werd hij uit de gevangenis van Lyon ontslagen.</em></p><p><em>Verschillende getuigen herkenden in de gangster de man die een week voor de overval in de rue Leopold rondzwierf. Nog de vooravond van de overval werd Machado in de bewuste straat opgemerkt in gezelschap van verscheidene personen. De politie zet haar onderzoek naar de medeplichtigen voort.</em></p><p><em>Hoe hij in het wisselkantoor te Charleroi aan zijn einde kwam, is een verhaal op zich zelf. In tegenstelling met wat aanvankelijk gedacht werd, zou de bandiet door zijn eigen trawanten zijn afgemaakt, met een kogel in het voorhoofd, nadat hij door de wisselagent met diens wapen - een automatisch pistool - was gekwetst geworden.</em></p><p><em>Dat wijst meteen op een gloednieuwe versie van het gebeuren. Door het onderzoek en de lijkschouwing van de wisselagent en de gangster heeft men thans een klaarder inzicht gekregen in het verloop van de gebeurtenissen, die zich als volgt zouden hebben afgespeeld.</em></p><p><em>Om 8u15, die bewuste vrijdagmorgen 4 juli arriveerde Michel Bruyhai op het kantoor waar hij door de bandieten werd verrast en vastgebonden. Enkele minuten later betrad vader Bruyhai het kantoor. Ziende wat er gaande was greep hij zijn automatisch pistool en vuurde in de richting van de bandieten, waarvan er een geraakt werd. Hijzelf werd daarop door een revolverschot dodelijk getroffen.</em></p><p><em>Vermoedelijk omdat de gangsters geen kans meer zagen hun gekwetste trawant te vervoeren en wellicht uit angst dat hij hen zou verraden werd hem in koelen bloede van vlakbij een kogel tussen de ogen gejaagd. Om het bloedbad te beëindigen, werd Michel Bruyhai bedacht met een kogel in de nek, waarna de bandieten de vlucht namen met hun karige buit van amper 45.000 fr.</em></p><p><em>Ongeveer in die volgorde moeten de feiten zich hebben voorgedaan, al hoopt men nog steeds precieze gegevens te bekomen van Michel Bruyhai, wiens toestand evenwel tamemijk hopeloos is. Vrijdagavond heeft men door een chirurgische ingreep getracht de kogel te verwijderen die zich in de schedel heeft vastgezet, doch die operatie kon niet tot een goed einde worden gebracht.</em></p><p><em>Waar de massa is, vindt men gewoonlijk zakkenrollers en ander gespuis. Bij het vertrek van de Ronde van Frankrijk vrijdag 27 juni, werd Charleroi overrompeld met sportliefhebbers, waaronder zich ook enkele duistere figuren mengden van over de Franse grens.</em></p><p><em>Nog waren de aanmoedigingen aan het adres van Poulidor, Merckx en cons. niet uitgestorven in de overkropte straten, of er werd een hold-up gepleegd bij “Match Center” aan de avenue Mascaux in het naburige Marcinelle, die een buit van nagenoeg 600.000 fr. opleverde. De volgende morgen werd in de rue du Collège een zekere Christian Mittout, een Franse bandiet, door twee kogels getroffen, vermoedelijk aIs slachtoffer van een afrekening in het milieu. Alhoewel zwaar gewond, is Mittout thans buiten gevaar.</em></p><p><em>Precies acht dagen later volgde de hold-up in het wisselkantoor Bruyhai te Charleroi, die op een bloedige sisser uitliep. Het heeft er alle schijn van dat beide overvallen, nl. die van Marcinelle en die van Charleroi, het werk zijn van een en dezelfde uit Frankrijk overgewaaide bende, die vanuit Charleroi opereert. Het is dan ook in die richting dat de speurders zoeken om de gangsters op het spoor te komen.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Juli 1975</p><p><strong>Auto moorddrama Charleroi gevonden</strong></p><p><em>In gerechtelijke kringen was dinsdag, inzake het moorddrama van vorige vrijdag te Charleroi, een zeker optimisme waar te nemen. Voor het station van Namen werd immers de auto aangetroffen waarmede hoogstwaarschijnlijk de gangsters zich hadden verplaatst.</em></p><p><em>De recherche won inlichtingen in te Parijs en daar kwam men vrij vlug aan de weet aan wie de wagen heeft toebehoort en aan wie hij werd verkocht. Meteen is de identiteit bekend van tenminste een der daders van de moord op de 75-jarige wisselagent Paul Bruyhai.</em></p><p><em>Er bestaat goede hoop dat met het ontdekken van de auto (waarvan men zich wel afvraagt of hij inderdaad van vorige vrijdag tot dinsdag voor het station van Namen heeft gestaan) men ook de hand zal kunnen leggen op de daders.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Juli 1975</p><p><strong>Met lichte meisjes kwamen ook zware jongens afgezakt</strong></p><p><em>De tragische gebeurtenis te Charleroi waar een wisselagent en ook een berucht gangster door medeplichtigen werd afgemaakt, houdt de volle aandacht gaande van de recherche. Er zijn voldoende redenen om aan te nemen dat het Franse milieu de moord op zijn geweten heeft. En dit verontrust in zekere mate de Belgische speurders.</em></p><p><em>Invloed</em></p><p><em>Men weet dat in Frankrijk een grote kuis werd gehouden in kringen van prostitués en bijhorende zware jongens. Dit had als gevolg dat reeds tal van lichte meisjes naar ons land zijn afgezakt. En dit is ondermeer het geval te Charleroi en ook in het Brusselse “high-life”-kwartier van de Louizapoort.</em></p><p><em>Maar de mensen, die de hand over deze meisjes houden, bleven ook niet in Lyon en Parijs achter. Ze willen immers zo dicht mogelijk bij de prostituées zijn, wel wetende dat dergelijke meisjes in bars en andere loense instellingen een en ander opvangen en zelfs gemakkelijk te weten komen waar er ergens een zaak die geld opbrengt kan worden afgehandeld.</em></p><p><em>België zal, als het zo verder gaat, met een steeds toenemende invloed van het Franse milieu worden geconfronteerd. En de Franse zware jongens slaan hard toe. Dit kwam overigens tijdens de recente overval te Charleroi maar al te duidelijk aan het licht. Zal de Belgische justitie niets ondernemen om dit nieuwe verschijnsel inzake criminaliteit te beletten?</em></p><p><em>Uit ingewonnen inlichtingen blijkt dat minister Vanderpoorten en zijn naaste medewerker op de hoogte zijn van de recente ontwikkelingen.</em></p><p><em>Grenscontrole</em></p><p><em>Op dit ogenblik ziet men het niet door de vingers om clandestien personen het land uit te zetten. Dit gebeurt overigens dagelijks. Wat nu de prostitués uit Frankrijk betreft, daarvoor zijn nog geen schikkingen genomen. Maar het departement van Justitie, zo liet men ons dinsdag duidelijk verstaan, volgt de evolutie van dichtbij. In het geval dat er bv. een toename zou zijn van dit probleem inzake Franse prostitués en zware jongens, dan zullen onverwijld maatregelen worden getroffen om de kwaal uit te roeien.</em></p><p><em>Onwettig verblijf in ons land is strafbaar doch het ligt voor de hand dat talrijke &quot;uitgewezen&quot; vreemdelingen na een korte tijd opnieuw naar België komen. Het wordt in bevoegde kringen niet uitgesloten dat er ministeriële besluiten worden uitgevaardigd om de als gevaarlijk beschouwde vreemdelingen, die clandestien in ons land verblijven, definitief te verbieden nog ooit een voet in België te zetten.</em></p><p><em>Maar dan, zo’n menen we toch, moet de controle aan de grens verscherpt worden, want wat gebeurt er nu na een misdaad? Er worden gewoonlijk versperringen aangebracht in de streek van de overval. De rovers duiken echter enkele dagen onder om dan als het ontij voorbij is de grens weer over te trekken. En geen mens ziet dat nog naar hen uit...</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Juli 1975</p><p><strong>Verdachten gezocht in Brussel</strong></p><p><em>Sedert de gewapende overval te Charleroi, waarbij een 75-jarige wisselagent werd doodgeschoten en ook een gangster door medeplichtigen om het leven werd gebracht, hebben de gerechtelijke politie van Charleroi, geleid door commissaris André Rousseaux en de BOB onder leiding van majoor Quinet en commandant Sion, zich geen ogenblik verpozing gegund om de zaak op te lossen.</em></p><p><em>Vernomen werd nu dat dinsdagavond twee verdachten te Bergen werden aangehouden. Ook zouden in Brussel drie personen zijn gearresteerd van wie men veronderstelt dat ze meer afweten van de schietpartij te Charleroi. De identiteit van die kerels is bekend. Noch te Brussel bij de rijkswacht, noch bij majoor Quinet te Charleroi hebben we bevestiging van die aanhoudingen kunnen bekomen.</em></p><p><em>Meer zelfs: het bleek dat die drie Fransen nog steeds spoorloos waren. Wel werd toegegeven dat ze als zeer gevaarlijk worden beschouwd. Maar het onderzoek is nog ver van beëindigd.</em></p><p><em>De wagen die voor het station te Namen werd teruggevonden, nieuws dat we gisteren in primeur brachten, is een Simca-bestelwagen van beige kleur. De auto werd bestuurd door een gewezen Belgisch catcher uit de streek van Charleroi. Omdat deze man contacten had met de Franse onderwereld, werd hij onder aanhoudingsmandaat geplaatst.</em></p><p><em>Men vermoedt dat hij de daders ter plaatse bracht, hoewel hij zulks ontkent.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Juli 1975</p><p><strong>Twee vrouwen aangehouden in moordzaak te Charleroi</strong></p><p><em>In verband met de overval op een wisselkantoor aan de rue Léopold te Charleroi op 4 juli, waarbij de wisselagent werd vermoord, zijn zoon ernstig gewond en een overvaller door zijn medeplichtigen afgemaakt, werden donderdag twee vrouwen aangehouden. De 25-jarige prostituée Chantale Robin, echtgenote van de omgekomen gangster Machado, en de even oude Eleanore Sanchez, werden te Brussel en Bergen opgesloten omdat ze onderdak hadden verleend aan Machado of zijn medeplichtigen.</em></p><p><em>Gisteren meldden we dat er arrestaties te Brussel waren verricht, alhoewel de Franstalige krant Le soir&quot; schreef dat drie Fransen in de hoofdstad waren aangehouden. Toen we informeerden naar de juistheid van dit bericht, werd ons gezegd dat het onjuist is. Integendeel, de drie Fransen worden ijverig gezocht.</em></p><p><em>Lek</em></p><p><em>Vervelend bij het Le Soir-bericht was voor de speurders vooral het feit dat de drie Fransen met voornaam en familienaam werden vernoemd. Dit heeft kwaad bloed bij de speurders gezet en er zijn donderdag harde woorden gevallen jegens de voorbarige berichtgeving van sommige kranten. Er wordt ook naar het lek gezocht ergens te Brussel, maar niet bij de rijkswacht.</em></p><p><em>Donderdagvoormiddag had er overigens te Charleroi een belangrijke vergadering van voorname politiefunctionarissen plaats en werden de relaties politie-pers onder de loep genomen.</em></p><p><em>Intussen, zo vernamen we te Charleroi, zijn geen nieuwe elementen aan het licht gekomen in het onderzoek naar de moordenaar van de 75-jarige wisselagent, gangsters die ten andere ook en medeplichtig afmaakten.</em></p><p><em>Catcher</em></p><p><em>Wel wordt de nodige aandacht besteed aan de bestelwagen die vóór het station van Namen werd teruggevonden, hetgeen we reeds dinsdag meldden. Die wagen, met Franse nummerplaat afgeleverd te Parijs, werd door een Belg van Charleroi, die geen onbekende is voor het gerecht, bestuurd. De man, een zekere D. en gewezen catcher, werd aangehouden en men weet dat hij op goede voet leefde met Franse zware jongens. Het is natuurlijk nog niet bewezen dat hij de daders van de overval te Charleroi ter plaatse heeft gebracht ofwel heeft geholpen te ontvluchten. Maar sommige speurders hopen toch met de arrestatie van D. een spoor van de daders te kunnen terugvinden.</em></p><p><em>Bij de recherche blijft men zich ook zorgen maken over de steeds toenemende invloed van de Franse onderwereld. Het valt op dat meer en meer verdachte zuiderburen hun werkterrein in ons land zoeken. Dit gebeurt zowel te Brussel, Charleroi en Luik als elders in het land.</em></p><p><em>Het gebrek aan samenwerking tussen de verschillende politiediensten is echter niet van aard om met kans op succes de wapens uit de handen van de Franse gangsters te slaan.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Juli 1975</p><p><strong>Gangsters van overval te Charleroi gekend</strong></p><p><em>Het gerecht heeft de medeplichtigen geïdentificeerd van Antonio Machado, de Spanjaard die tijdens de overval te Charleroi, in de ochtenduren van vrijdag 4 juli jl. werd neergeschoten door zijn eigen kameraden. Het betreft André Bagnolati, 40 jaar, uit Lyon, en een zekere “Maurice le Bagnard”, 52 jaar, die reeds 15 jaar in de gevangenis doorbracht.</em></p><p><em>Men zal zich herinneren dat tijdens die overval op een wisselkantoor, de uitbater, de 75-jarige Paul Bruyhai, die door een nekschot levensgevaarlijk gewond werd, is thans aan de beterhand. Tijdens zijn ondervraging heeft hij kunnen zeggen dat de overvallers allen een kap over het hoofd hadden.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Juli 1975</p><p><strong>Een der moordenaars van Charleroi te Parijs gepakt</strong></p><p><em>De gerechtelijke diensten van Parijs hebben dinsdag een van de overvallers en moordenaars van wisselagent Paul Bruyhai te Charleroi aangehouden. Het is de 52-jarige Fransman Maurice Guillaume, in het milieu bekend als &quot;Maurice le Forçat” (Maurice de Dwangarbeider). Die bijnaam heeft hij te danken aan het feit dat hij al 25 jaren in gevangenissen heeft doorgebracht.</em></p><p><em>Op 4 juli werd het wisselkantoor van de h. Bruyhai aan de rue Léopold te Charleroi overvallen. De gerechtelijke diensten vonden er twee lijken en een zeer ernstig gewonde man. De doden waren de h. Bruyhai zelf en een van de overvallers, de Spanjaard Antonio Machado.</em></p><p><em>De zoon van de wisselagent was door de overvallers in de nek geschoten. Zeer ernstig gewond wordt hij thans nog steeds in een ziekenhuis verzorgd. Uit het onderzoek bleek dat de overvallers - thans staat vast dat het er drie waren - reeds voor de aankomst van de wisselagent in het kantoor waren.</em></p><p><em>Toen de h. Bruyhai en zijn zoon binnen kwamen, zag de vader de kans een revolver te grijpen en Machado neer te schieten. Hijzelf werd daarop doodgeschoten door de gangsters, die ook de zoon neerschoten en hun gewonde medeplichtige afmaakten.</em></p><p><em>Maurice Guillaume en de derde gangster, de Fransman André Bagnolati (40), zijn daarop naar Frankrijk gevlucht. Bagnolati, alias &quot;DéDé&quot;, wordt nog steeds gezocht. Hij staat bij het Franse gerecht bekend als een beroepsdoder en is uiteraard zeer gevaarlijk. Gedurende zeven maanden zat hij samen met de afgemaakte Machado in een Franse gevangenis.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Juli 1975</p><p><strong>Laatste moordenaar van wisselagent aangehouden</strong></p><p><em>In het zuiden van Frankrijk werd opnieuw een bandiet aangehouden in verband met de bloedige overval die 4 juli werd gepleegd op een wisselkantoor in de Rue Leopold te Charleroi. Tijdens de overval werd de 73-jarige wisselagent Paul Bruyhai vermoord, terwijl zijn zoon ernstig werd gewond. Een der overvallers, de 23-jarige Antonio Machado, werd door zijn medeplichtigen afgemaakt.</em></p><p><em>Later werd in Frankrijk de gangster Maurice Guillaume (le Bagnard) aangehouden. De nieuwe arrestant is een zekere Bagnolati.</em></p><p><em>De zaak is dus nagenoeg rond, dankzij een nauwe samenwerking tussen de Belgische en de Franse politie. Zoals bekend werd de eerder magere buit van de overval (een tas vol goudstukken voor een waarde van ongeveer 150.000 fr.) dinsdag teruggevonden te Havay, bij Bergen.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 31 Juli 1975</p><p><strong>Confrontatie tussen gangsters en overlevende van overval te Charleroi</strong></p><p><em>In het kantoor van douanen op de Frans-Belgische grens te Erquelinnes werd maandag Michel Bruyhai, de overlevende van een bloedige overval Charleroi, geconfronteerd met twee Franse gangsters om na te gaan wie van de twee bij de overval betrokken was.</em></p><p><em>Op 4 juli 1975 werd het wisselkantoor van vader en zoon Bruyhai aan de rue Leopold te Charleroi overvallen. Het drama kwam omstreeks 10u in de voormiddag aan het licht, toen een bediende van een ander wisselagentschap het kantoor binnenging. Op de vloer lagen de lijken van vader Paul Bruhai (75) en een onbekende man en ook de geboeide en zwaargewonde Michel Bruhai. Al spoedig kon de onbekende geïdentificeerd worden als Antonio Machado, een Spanjaard die tot het milieu van Lyon behoorde. Uit het wisselkantoor was een grote som geld gestolen en bijgevolg moest Machado medeplichtigen gehad hebben. Die zocht men in zijn kennissenkringen zo kwam men op het spoor van de Franse gangsters Maurice Guillaume (52) en André Bagnolatti (40).</em></p><p><em>Guillaume werd enkele dagen later gepakt in Parijs en Bagnoletti meldde zichzelf in de Franse hoofdstad.</em></p><p><em>Wie?</em></p><p><em>Na een maand was Michel Bruyhai, die een kogel in het hoofd had gekregen, zover hersteld dat hij kon ondervraagd worden. Hij verklaarde dat er twee overvallers waren, maar meer kon hij zich niet herinneren. Zijn vader en Machado waren al dood of stervende toen hij het kantoor binnenkwam.</em></p><p><em>Hij werd geboeid en daarna trachtte de overblijvende gangster hem te executeren. Wie die overblijvende gangster is, werd nog niet geheel opgehelderd. Guillaume zegt dat het Bagnoletti is, maar deze beschuldigt Guillaume. Wel zegt Bagnoletti dat hij met Machado en Guillaume naar Charleroi is gereden, maar toen hij zag dat er in de buurt van het wisselkantoor een politiepost was, is hij weggereden.</em></p><p><em>Tijdens de confrontatie maandag meende Michel Bruyhai trouwens ook Guillaume aan zijn stem te herkennen als de man die bij de overval aanwezig was. Over de dood van Machado bestaan nog onzekerheden. Guillaume beweert dat Bagnoletti, en Bagnoletti zegt dat Guillaume hem verteld heeft dat Machado door vader Bruyhai werd aangeschoten</em></p><p><em>De Spanjaard sloeg daarop met zijn pistool op het hoofd van de wisselagent, doch toen ging het wapen af en verwondde de gangster dodelijk. De gerechtelijke diensten zijn eerder geneigd te geloven dat de zwaar gewonde Machado door zijn medeplichtige werd geëxecuteerd.</em></p><p><em>De buit van de overval werd door Bagnoletti, die beweert het geld van Guillaume te hebben gekregen, verstopt in de buurt van Havré. Op zijn aanduiding werd het daar trouwens terug gevonden.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Maart 1976</p><p><strong>Moord te Charleroi voor Assisenhof te Parijs</strong></p><p><em>Maandag begon voor het Hof van Assisen te Parijs het proces tegen Maurice Guillaume, die beschuldigd wordt van moord op een effectenmakelaar te Charleroi. De tweede dag van het proces werd dinsdag ingezet met het getuigenis van Michel Bruynay, zoon van het slachtoffer.</em></p><p><em>Deze 31-jarige man is zelf erg getekend uit het drama gekomen. Hij kreeg immers van een van de aanranders een kogel in het hoofd, achter het oor, juist op een plaats waar een chirurgische ingreep onmogelijk is, zodat de kogel er nog steeds vastzit.</em></p><p><em>“Die ochtend”, aldus getuige, “werd ik in ons bureau overvallen door twee overvallers, die een kap over het hoofd hadden getrokken. Zij bedreigden ons met hun revolvers en door paniek bevangen wierp ik mij op de grond. Om de gangsters te vermurwen opdat ik het er levend zou afbrengen, sprak ik hen over mijn gehandicapt kind, dat mij nodig heeft. Ik herinner mij verder niet veel meer, want ik lijd nu aan geheugenverlies en aan doofheid links. Ik heb gaten in mijn herinneringen en ik kwam pas bij in het ziekenhuis, waarheen ik na het drama werd overgebracht.”</em></p><p><em>“De robotfoto&#039;s, die men mij heeft getoond, herinneren mij nergens aan tenzij, dat de ene gangster iets kleiner dan de andere was. Nochtans heb ik tijdens de wedersamenstelling de stem van een hunner herkend, nl. die van Guillaume en wel omdat hij met zulk een echt Frans accent sprak.”</em></p><p><em>Het getuigenis van Michel Bruyhay is thans heel wat korter dan bij het begin van het politieonderzoek, toen hij juist na de feiten heel wat uitvoeriger op de vragen van de inspecteurs kon antwoorden. Daarom leest voorzitter Diener zijn eerste getuigenis voor.</em></p><p><em>De h. Bruyhay zal zich ter herinnering aan zijn vader burgerlijke partij stellen, aldus zijn raadgever. Mr. Braunschweig.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Oktober 1978</p><p><strong>Maurice Guillaume te Parijs tot levenslang veroordeeld</strong></p><p><em>Maurice Guillaume, die sinds het begin van de week voor het Assisenhof van Parijs terechtstond voor de moord op een Belgisch wisselagent te Charleroi op 4 iull 1975, werd donderdagavond laat tot levenslange opsluiting veroordeeld.</em></p><p><em>Guillaume, die reeds tienmaal veroordeeld was wegens diefstal en geweldpleging, heeft van bij de aanvang van het proces elke betrokkenheid bij de moordzaak ontkend. “Die dag was ik in Frankrijk. Ik pleegde een inbraak te Aubervilliers, een voorstad van Parijs”, zo beweerde hij.</em></p><p><em>Maar het onderzoek bracht aan het licht dat de inbraak in het wisselkantoor te Charleroi reeds geruime tijd door Guillaume was voorbereid. Bovendien zei een medeplichtige, André Bagnolati, die alleen wegens heling veroordeeld werd, tijdens het proces dat Guillaume wel degelijk de ochtend van 4 juli naar het wisselkantoor te Charleroi gegaan was om er in te breken.</em></p><p><em>De inbraak liep echter slecht af omdat wisselagent Edouard Bruynay arriveerde. Deze werd gedood toen hij zich tegen de diefstal verzette. Tijdens een schotenwisseling werd Tony Machado, medeplichtige van Guillaume, “per ongeluk gedood&quot; door een verdwaalde kogel.</em></p><p><em>Kort voor het rekwisitoor had Maurice Guillaume nog eens verteld “dat er geen bloed aan zijn handen kleefde”. Tijdens het verhoor door de voorzitter van de rechtbank riep hij uit: “Ik ben wel een dief, maar geen moordenaar. Veroordeel mij ter dood als u wil, maar dat zal een gerechtelijke dwaling zijn, omdat ik niet betrokken ben bij de moord te Charleroi”.</em></p><p><em>Doodstraf geëist</em></p><p><em>Tijdens zijn rekwisitoor trachtte de openbare aanklager de schuld van Guillaume aan te tonen. Aan het slot zei hij: “Guillaume was wel degelijk in België met zijn medeplichtige Tony Machado, die hij eveneens doodde. Deze kerel verdient geen enkele verzachtende omstandigheid. Ik eis tegen hem de doodstraf.”</em></p><p><em>De verdedigers van Maurice Guillaume, Mr. Colette Lacordaire en Mr. Remi Crausté, trachtten aan te tonen dat er geen formeel bewijs tegen hun cliënt bestond. “Ik vind het afschuwelijk dat de openbare aanklager in deze omstandigheden een onomkeerbare straf eist”, zo zei Mr. Crausté. In België wordt de doodstraf sinds 1867 niet meer toegepast, en dat strekt dit land tot eer. In Frankrijk staat de doodstraf eveneens op het punt niet meer uitgevoerd te worden. Nog slechts enkele weken, en het is zover.”</em></p><p><em>Vervolgens richtte Mr. Crausté zich tot de jury: “Zult u de laatste gezworenen zijn die een man naar het schavot sturen?”</em></p><p><em>Na meer dan drie uur beraadslagen heeft de jury Maurice Guillaume veroordeeld tot levenslange opsluiting. André Bagnolati kreeg een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan 18 maanden met uitstel.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Oktober 1978</p>]]></description>
			<author><![CDATA[null@example.com (Ben)]]></author>
			<pubDate>Sun, 31 Aug 2025 19:03:32 +0000</pubDate>
			<guid>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3635&amp;action=new</guid>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Rebecq: 10 Juli 1975]]></title>
			<link>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3634&amp;action=new</link>
			<description><![CDATA[<p><strong>Samenvatting</strong><br /></p><ul><li><p>Wat? Een moord op een jonge vrouw</p></li><li><p>Wanneer? 10 Juli 1975, rond 1u ’s middags</p></li><li><p>Waar? Chemin du Beau Site 2, Rebecq » <a href="https://maps.app.goo.gl/uqbYNggRqv8hQa596">Google Maps</a></p></li><li><p>Wie? Louis Goemare</p></li><li><p>Status: Opgelost</p></li></ul><p>Louis Goemare legde volledige bekentenissen af tegenover de politie en het moordwapen, een mes, werd gevonden. De toen 41-jarige man was kelner van beroep en woonde in de Dublinstraat te Elsene. Artikels over het proces heb ik niet gevonden. Ook het motief voor deze moord is me onbekend.</p><p><strong>Vrouw neergestoken te Quenast</strong></p><p><em>Omstreeks 12.30 uur is op nr. 2 van de rue du Beau-Site te Quenast, in afwezigheid van de echtgenoot, een jonge vrouw door een onbekende neergestoken. Het betreft de 25-jarige Yvette Servais, die pas onlangs met haar man, S. Ezio, en hun tweejarig dochtertje aldaar kwamen wonen. Zij is kort na de feiten bezweken. Het kind verklaarde aan de speurders dat de foto van de man - vermoedelijk de moordenaar - die ze gezien had alvorens te gaan slapen, in moeders koffertje stak. Het parket van Nijvel stapte ter plaatse af.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Juli 1975</p><p><strong>Yvette Servais werd met elf messteken afgemaakt</strong></p><p><em>IJselijke kreten verscheurden de kalmte van het middaguur. Gustaaf Vogeleer (71), die zich ophield in zijn tuin achter het huis, haastte zich naar de haag die zijn tuin met dia van zijn geburen, het jong gezin Sanguinetti-Servais, scheidt. Hij bemerkt niets verdachts. Het waren nochtans duidelijk wanhoopskreten, meent de brave man, die zich naar de straat spoedt. Er moet wel degelijk iets ernstigs gebeurd zijn bij de Sanguinetti’s, stelt hij dadelijk vast, want de vensterruit lag aan diggelen - het glasgerinkel had hij trouwens van in zijn tuin gehoord - en vanuit de bovenverdieping hoorde hij het gehuil van het tweejarig dochtertje Valèrie. Gustaaf Vogeleer keek naar binnen. Met één oogopslag zag hij dat de jonge vrouw dood lag.</em></p><p><em>In weinig woorden brachten we gisteren een onvolledig verhaal van de moord op de 25-jarige Yvette Servais, die met haar echtgenoot Ezio Sanguinetti, een handelsafgevaardigde, een paar jaar geleden in de rue du Beau-Site te Rebecq-Rognon (en niet in het naburig Quenast, zoals we gisteren schreven) was komen wonen.</em></p><p><em>Het drama voltrok zich donderdagmiddag, even vóor 1u, waarop Mevr. Sanguinetti wel eens bezoek ontving van “een nette heer met een mooie lichtgekleurde wagen”. Doch donderdag had de onbekende - vermoedelijk een intieme vriend van het slachtoffer - zich niet laten zien, want volgens de buurtbewoners hadden zij zijn wagen die onveranderlijk voor de deur stond wanneer hij op bezoek kwam, niet gemerkt.</em></p><p><em>Elf messteken</em></p><p><em>Het was een totaal uit zijn lood geslagen Gustaaf Vogeleer die bij een andere gebuur binnenliep en met horten en stoten vertelde dat Yvette Servais vermoord lag op de vloer in de keuken. Weinige minuten later verschenen een opgeroepen dokter en de rijkswacht van Quenast ter plaatse. Zij vonden er het ontzielde lichaam van de jonge vrouw, die enkel in bikini gekleed was, in een plas bloed.</em></p><p><em>Haar lichaam was doorkerfd met elf messteken, waarvan er een het hart had doorboord. Een hulpvaardige buurvrouw bekommerde zich om de kleine Valérie. Het tweejarig kindje dat, gelukkig voor haar, nog niet beseft dat ze haar moeder verloren heeft, vertelde heel spontaan dat haar mama het bezoek had gekregen van een heer.</em></p><p><em>Wie die heer is moet nog worden uitgemaakt. Een paar uren na het gebeuren kwam Ezio Sanguinetti naar huis. Hij werd langdurig ondervraagd.</em></p><p><em>Orgieën</em></p><p><em>Mensen uit de buurt laten zich slechts aarzelend uit over het gezin Sanguinetti-Servais. Wel zullen ze u zeggen dat er dikwijls vrienden op bezoek kwamen, dat er regelmatig dansavonden plaatsvonden die tot in de kleine uurtjes voortduurden. Boze tongen beweren zelfs dat die bijeenkomsten soms in orgieën ontaardden.</em></p><p><em>Intussen is het parket van Nijvel, dat deze moord onderzoekt - de negende misdaad in Waals-Brabant binnen een jaar - druk in de weer om op het spoor te komen van de dader die, als schijn niet bedriegt, een passionele moord op zijn geweten heeft.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Juli 1975</p><p><strong>Moord te Rebecq nog niet rond</strong></p><p><em>Sinds men donderdagmiddag omstreeks 1u Yvette Servais in haar woning te Rebecq vermoord heeft aangetroffen, schijnt het onderzoek ter plaatse te trappelen. </em></p><p><em>De echtgenote van het jeugdige slachtoffer, dat met elf messteken werd afgemaakt, heeft een alibi kunnen voorleggen: hij was sedert donderdagmiddag, en dit gedurende verscheidene uren, in gezelschap van een vrouw uit Brussel, met wie hij vriendschapsbetrekkeningen onderhield. Het is intussen gebleken dat hij vroeger nog andere vriendinnetjes gehad heeft.</em></p><p><em>Het onderzoek heeft zich vooral toegespitst in het opsporen van de onbekende trouwen bezoeker van Yvette Servais, die regelmatig bij haar aan huis kwam en onveranderlijk zijn wagen voor de deur liet staan. Heeft hij met de misdaad te maken?</em></p><p><em>Feit is dat die bewuste donderdag zijn auto door geburen niet werd gezien, wat daarom natuurlijk nog niet wil zeggen dat hij het slachtoffer niet zou hebben bezocht. Met behulp van die geburen tracht de Bijzonder Opsporingsbrigade thans een robotfoto te maken en deze te verspreiden, in de hoop de man te kunnen identificeren.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Juli 1975</p><p><strong>Moordenaar opgesloten te Nijvel</strong></p><p><em>De man die twee maanden geleden te Roosbeek bij Halle de 25-jarige Yvette Servais om het leven bracht, heeft thans bekentenissen afgelegd. Het betreft de 41-jarige Louis Goemare, kelner van beroep en wonende Dublinstraat te Elsene. De man werd op 26 augustus aangehouden. Hij legde volledige bekentenissen af. Het dolkmes waarmee de moord gepleegd is, werd terug gevonden. Goemare werd in de gevangenis te Nijvel opgesloten.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 4 September 1975</p>]]></description>
			<author><![CDATA[null@example.com (Ben)]]></author>
			<pubDate>Sat, 30 Aug 2025 18:28:42 +0000</pubDate>
			<guid>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3634&amp;action=new</guid>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Grandglise: 12 April 1973]]></title>
			<link>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3626&amp;action=new</link>
			<description><![CDATA[<p><strong>Samenvatting</strong><br /></p><ul><li><p>Wat? Roofmoord op een oude vrouw</p></li><li><p>Wanneer? 12 April 1973</p></li><li><p>Waar? Grandglise, nabij Mons » <a href="https://maps.app.goo.gl/tKhxjxrZ8ye2ZkdY8">Google Maps</a></p></li><li><p>Wie? Jacques Michel</p></li><li><p>Status: Opgelost</p></li></ul><p>De dader pleegde de roofmoord op een vriendin van zijn moeder. De buit bedroeg 52.000 fr. en enkele waardepapieren. Na de moord at de jongeman het vlees op dat de vrouw aan het koken was. De dader werd in 1975 veroordeeld tot levenslange dwangarbeid.</p><p>Jacques Michel</p><p><span class="postimg"><img src="https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/jacque13.jpg" alt="https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/jacque13.jpg" /></span></p><p><strong>Roofmoord in Waals dorpje</strong></p><p><em>Stambruges en Grandglise, twee Waalse, sinds enkele jaren gefusioneerde tuindorpjes die op een boogscheut liggen van de baan Doornik-Bergen, landelijke plekken waar nooit eens iets gebeurde, werden vrijdagnamiddag uit hun anonimiteit gewekt door een weerzinwekkende roofmoord.</em></p><p><em>Een weerloze vrouw van zeventig jaar, Mw. Angele Bury, weduwe van mijnwerker Maurice Hergo geboren te Wadelincourt, werd door een gewetenloze jonge kerel uit Moeskroen in de kelder geworpen en met een mes bewerkt. Toen de weduwe vermoord was, liet de kerel niets ongeroerd maar doorsnuffelde de woonst van onder tot boven. Met een schroevendraaier brak hij een geldkoffertje open en verdween met 52.000 fr. en enkele waardepapieren.</em></p><p><em>De enige dochter van de donderdagnamiddag vermoorde weduwe, mw. Simonne Hergo, woont met haar man en twee kinderen te Quevaucamps. Het verhaal dat ze ons zaterdagmiddag van naaldje tot draadje reconstrueerde tart alle verbeelding.</em></p><p><em>Gruwelijke confrontatie</em></p><p><em>Toen ze vorige week vrijdagmiddag haar moeder als naar gewoonte een bezoekje wou brengen vond ze de krant van de dag voordien nog in de bus, wat dadelijk haar argwaan wekte. Ze kreeg meer zekerheid toen ze op de tafel een bebloed mes aantrof, waarvan het lemmet volledig geplooid was. “Grote bloedvlekken op de grond”, zo vertelde ze ons, “leidden naar de kelder die gegrendeld was. Ik daalde de trap af. Mijn moeder lag er in een hoek. Bijna volkomen onherkenbaar. Haar hoofd baadde in een bloedplas. Ik belde de dokter op die op zijn beurt hulp inriep en liet mijn man tegelijk weten dat iemand op een afschuwelijke manier mijn moeder had vermoord.”</em></p><p><em>Vlugge ontknoping</em></p><p><em>Die “iemand” zou vlug ingerekend worden. Onmiddellijk zetten de rijkswacht van Basècles en het parket van Doornik een klopjacht in. De rijkswacht gebruikte bovendien speurhonden. Een eerste onderzoek wees dadelijk uit dat het vrouwtje donderdag, na de middag, dus ruim 24 uur voor de ontdekking, overvallen werd. De autopsie bevestigde dit.</em></p><p><em>Reeds vrijdagavond wogen zware verdenkingen op Jacques M. (20), een smalle vunzige kerel, die op een kamer woonde in de Menenstraat 123, te Moeskroen. De man - geen onbekende in gerechtelijke kringen - begaf zich geregeld bij zijn moeder, die uit de echt gescheiden, met een Algerijn hertrouwd was, en met haar vier kinderen bijna recht tegenover het huis van het slachtoffer woont. Jacques M. is een kind uit haar eerste huwelijk.</em></p><p><em>Drinkgeld en boterhammen</em></p><p><em>Tijden één van zijn korte bezoeken te Grandglise had de kerel vernomen dat weduwe Bury welgesteld was. Naar we vernamen zou ze zich zelfs over de jongeling ontfermd hebben, want af en toe stopte ze hem wat drinkgeld en een pakje boterhammen in de hand. Haar liefdadigheid werd op gruwelijke wijze “beloond”. Een vast beroep heeft deze ontwortelde Jongeman niet. Toen hij nog als chauffagemonteerder werkte, verbleef hij een tijd in een goedkoop arbeider pension, woonde nadien bij zijn grootmoeder te Moeskroen in, maar sinds 21 december &#039;72 had hij te Moeskroen een kamertje gehuurd waar hij alleen hokte. </em></p><p><em>Vermoedens dat hij ondanks zijn nog jeugdige leeftijd de moordenaar was, werden bevestigd, toen men in het woonvertrek 32.000 fr. terugvond. Hij kon vrijdagavond om 21u10 bijna toevallig door twee agenten van de stadspolitie na identiteitscontrole te Moeskroen aangehouden worden.</em></p><p><em>In de loop van zaterdag heeft hij bekend dat hij de vrouw om het leven had gebracht. Hij had het op haar centen gemunt.</em></p><p><em>Telefoon</em></p><p><em>Onderzoeksrechter De Betencourt heeft de moordenaar reeds zaterdagmorgen, vanaf 9u, lange tijd te Doornik aan de tand gevoeld. Daar de aangehoudene het antwoord schuldig bleef op de vraag waar hij die 52.000 fr. plots vandaan had gehaald en al evenmin een sluitend alibi kon voorleggen, zat er niet ander op dan te bekennen.</em></p><p><em>Hij werd al vroeger veroordeeld, voor een diefstal gepleegd in de Stationsstraat 187, te Moeskroen. Men kent nu ook heel wat meer van de precieze omstandigheden waarin de moord gebeurde. Hij was donderdag naar Basècles gespoord en was van daar te voet langs de oude spoorlijn naar Stambruges gekomen. Hij vertelde “Madame Angèle” - zo noemde hij haar - dat hij dringend naar Moeskroen moest telefoneren.</em></p><p><em>Toen de argeloze vrouw hem vroeg een ogenblik te wachten, daar ze het middagmaal aan het klaarmaken was in de keuken, viel hij haar aan in de rug. Nadat ze met het hoofd op de grond was gevallen, sleurde hij haar van de keldertrap. De messteken waarmee hij het slachtoffer afmaakte, werden in de kelder toegediend. Toen hij vertrok deed hij alle deuren op slot, uit schrik dat het hulpeloze vrouwtje toch nog hulp zou kunnen inroepen.</em></p><p><em>Maandag om 9 uur wordt de roofmoord gereconstrueerd.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 16 April 1973</p><p><strong>Dader deed roofmoord te Stambruges gewillig over</strong></p><p><em>Maandagmorgen vanaf 9u, tot omstreeks het middaguur, heeft de cynische moordenaar uit Moeskroen, de 20-jarige Jacques M., in aanwezigheid van onderzoeksrechter Debetencourt en heel wat mensen van het parket van Doornik zijn moordpartij overgedaan. Hij bekende reeds vrijdagavond de bejaarde weduwe Angèle Bury afgemaakt te hebben om haar van haar spaarrenten te beroven. Het verminkte lijk werd, zoals gisteren reeds uitvoerig gemeld, vorige vrijdag in de kelderhoek door haar dochter Mw. André Weymeersch ontdekt.</em></p><p><em>Met een ongehoord cynisme stapte hij fluitend de woning binnen. Toen hij de persfotografen hun werk zag doen vroeg bij hun “mooie foto’s” te maken maar vooral niet te vergeten “eentje naar de gevangenis te sturen”.</em></p><p><em>Nieuwe elementen heeft de wedersamenstelling niet opgeleverd. De nederige woonst die tot maandagmorgen verzegeld was, werd opnieuw ter beschikking gesteld van de in de rouw gedompelde familie. Zij gingen gisteren reeds naar de woonplaats om er een en ander op te knappen. </em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 17 April 1973</p><p><strong>Roofmoord op oude vrouw heden voor Assisenhof van Henegouwen</strong></p><p><em>Voor het Hof van Assisen van Henegouwen, voorgezeten door raadsheer Stranard, verschijnt heden de 25-jarige moordenaar Jacques Michel, wonende Stationstraat 189 te Moeskroen, maar verblijvende in de Menenstraat aldaar. Michel geraakte in een wederopvoedingsgesticht op klacht van zijn vader. Hij verliet het tehuis pas in 1971 om zijn militaire dienst te volbrengen.</em></p><p><em>Na zijn legerdienst ging hij bij zijn grootvader in Harchies wonen. Wegens zijn onbetamelijk gedrag en zijn slemppartijen werd hij aan de deur gezet. Hij begon te zwerven maar kon aan de drank blijven door het geld dat zijn moeder hem in stilte toestak. Deze was echter ongerust en stelde een sociale assistente en de jeugdrechter op de hoogte van de levenswijze van haar zoon. Hij werd opgepikt en ondergebracht in een tehuis in Moeskroen, waar vrijwilligers van de jeugdbescherming zich over hem ontfermden.</em></p><p><em>Jacques Michel verscheen op het goede spoor, maar na korte tijd begon hij opnieuw drankgelegenheden te bezoeken. Tussen 10 en 15 februari 1973 pleegde hij een diefstal bij de 77-jarige Marthe Salembier, die juist naast het tehuis woonde waar Michel zijn intrek had. Hij gapte er vijf briefjes van duizend en aandelen ter waarde van 43.200 fr. Hij werd spoedig ontmaskerd, maar de jeugdrechter stelde hem in vrijheid, nadat hij beloofd had zijn leven te zullen beteren.</em></p><p><em>Slecht beloonde goedheid</em></p><p><em>Hij geraakte echter eens te meer aan de drank en in een herberg maakte hij kennis met een jonge vrouw, die van haar echtgenoot gescheiden leefde. Omdat ook zij geld nodig had, besloot hij de 77-jarige Angele Bury, een vriendin van zijn moeder, in Stambruges-GrandGlise te gaan bestelen. Op 12 april belde hij bij de vrouw aan en werd er hartelijk ontvangen. Mw. Bury gaf hem een tas soep. Daarna stapte hij op de vrouw af en nam haar in een wurggreep. Zij verweerde zich en beiden vielen ten gronde.</em></p><p><em>Michel bleef de vrouw wurgen. Vervolgens greep hij een vaas die op het televisietoestel stond en sloeg er verscheidene keren mee op het hoofd van het slachtoffer. De vrouw was nog steeds in leven en toen gooide hij haar in de kelder. Daar maakte hij de vrouw af door haar verscheidene slagen op het hoofd toe te brengen met een hakmes.</em></p><p><em>Terug in de keuken at hij het vlees op dat de vrouw aan het koken was, waste zijn handen en ging op speurtocht naar geld. Hij vond 70.000 fr. De psychiaters ontdekten bij Michel een lichte vermindering van de verantwoordelijkheid. Hij zal terechtstaan wegens diefstal met geweldpleging en doodslag met het inzicht te doden en diefstal.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Maart 1975</p><p><strong>Cynische Jacques Michel geeft smalend antwoord</strong></p><p><em>Maandag is voor het Assisenhof van Henegouwen te Bergen de zaak begonnen van de 25-jarige Jacques Michel uit Moeskroen. De zittingen worden voorgezeten door raadsheer Stranard. Jacques Michel heeft op 12 april 1973 te Stambruges-Grandglise mw. Angèle Bury (77), een vriendin van zijn moeder, doodgeslagen.</em></p><p><em>De beschuldigde is een jongeman, scherp getekende trekken en zwart haar en met bakkebaard die zijn hard uiterlijk nog onderstreept. Hij lijkt ouder dan hij is. Zijn advocaten zijn de Mrs. Pierre Brotcorne en Roland Huvenne, van de balie van Doornik. De bijzitters van het hof zijn de hh. Hervy en Verecken. Advocaat-generaal is de h. Preud&#039;homme. De dochter van het slachtoffer heeft zich burgerlijke partij gesteld en wordt vertegenwoordigd door Mrs. Roger Lallemand en Pierre Legros van de Brusselse balie. De jury is samengesteld uit elf mannen eh twee vrouwen.</em></p><p><em>De voorzitter van de rechtbank verhaalt vooreerst in het kort de jeugd van betichte, met onder meer het vertrek van zijn moeder, die, naar Michel beweert, hem sloeg, net zoals zijn vader. Er wordt ook gewag gemaakt van de familiale ontwrichting, deels te wijten aan de twee opeenvolgende huwelijken van de vader.</em></p><p><em>Vroeg op rooftocht</em></p><p><em>Vervolgens wordt een eerste belangrijke diefstal van beschuldigde op vijftienjarige leeftijd aangehaald. “Dat heb ik gedaan”, zo beweert Michel, “omdat ik het beu was naar school te gaan en door de jeugdrechter wou geplaatst worden om alzo thuis weg te komen” Dit is dan ook gebeurd toen Michel in oktober 1968 in een tehuis te Ransart terechtkwam.</em></p><p><em>Het vervolg van het verhoor heeft betrekking op de onbestendigheid van de betichte, die herhaaldelijk van werk veranderde, maar toch tamelijk goed presteerde. Het verslag van verdere incidenten toont aan dat men steeds meer te doen krijgt met een vechtersbaas en geweldenaar, die in staat is tot elke brutaliteit zodra hij zich tegenwerkt voelt, vooral op het sentimentele of seksuele vlak. Nog andere feiten bewijzen dat hier sprake is van een karakter-gestoord iemand, die voortdurend denkt dat de gemeenschap hem bedriegt en vervolgt.</em></p><p><em>“Eigenlijk is alles wat gebeurd is, te wijten aan de jeugdrechter”, aldus de beschuldigde. Hij heeft het dan over Chantal Van den Bosch, met wie hij naar eigen zeggen, medelijden had gekregen, en hoe hij ertoe is gekomen haar 10.000 fr. te willen bezorgen om haar op die wijze in staat te stellen haar dochtertje terug te zien.</em></p><p><em>Tot slot komt men bij de misdaad zelf terecht. Het verhaal van Michel loopt over van cynisme en wordt gekenmerkt door een minutieuze aandacht voor het detail. Zijn relaas strookte ook nauwkeurig met de akte van beschuldiging. De gebeurtenissen worden zo koel naar voren gebracht alsof men een film, die men op de televisie heeft gezien, zou vertellen.</em></p><p><em>“Was het uw bedoeling mw. Bury te bestelen of haar te doden”, vraagt de voorzitter aan beschuldigde. “Alleen te stelen”, antwoordt Michel. “Maar het ene kon misschien niet zonder het andere”, merkt de voorzitter op. “En waarom hebt u dan de vrouw aangevallen nog voor haar maar iets te hebben gevraagd?”, roept de advocaat-generaal uit. Michel haalt de schouders op en roept luid: “Weet ik dat soms.”</em></p><p><em>Na de verklaring van de onderzoeksrechter, de h. De Bettencourt, hoort het hof de dochter van het slachtoffer, Mw. Neymersch. Zij verklaart dat haar moeder nog goed te been was en zelf haar tuin verzorgde. Vervolgens verhaalt ze de afschuwelijke ontdekking van het lijk in de kelder. “Overal lag bloed”, zegt ze.</em></p><p><em>Politiearts Michel Dumont van Doornik, die de lijkschouwing verrichtte, verklaart dat de dood vermoedelijk werd veroorzaakt door de val van de keldertrap. Nochtans wijzen de andere verwondingen op de brutale manier waarop de moordenaar tewerk is gegaan.</em></p><p><em>Een andere politiearts, Dr. Roger Fiévet, bevestigt de verklaringen van zijn collega. Volgens de h. Teloin, commissaris van de gerechtelijke politie van Doornik, was Michel het slachtoffer van een zeer stormachtig familiaal milieu.</em></p><p><em>Geestelijk gezond</em></p><p><em>Na een korte onderbreking van de zitting komt Dr. Bruyninckx, psychiater, aan het woord. Hij is van oordeel dat Michel geestelijk gezond is, met een intelligentiequotiënt dat iets lager ligt dan het gemiddelde. Men kan rekening houden met een lichte verantwoordelijkheidsvermindering.</em></p><p><em>Vervolgens komt de 24-jarige Chantal Van den Bosch aan het woord. Aan haar had de beschuldigde het geld willen geven dat hij gestolen had bij zijn slachtoffer. Ook haar vriendin, Irène Delbeke, mocht delen in de vrijgevigheid van de beschuldigde.</em></p><p><em>Een getuige die niet is komen opdagen - Martine Hauzeur van Moeskroen - wordt veroordeeld tot een boete van 1.500 fr. Na de verklaringen van de leden van de gerechtelijk politie die aan het onderzoek deelnamen, verhaalt rijkswachter Delta Mea een incident tijdens het welke hij door Michel in de hand werd gebeten.</em></p><p><em>Tot slot van deze namiddagzitting wordt het woord gegeven aan gerechtelijk inspecteur Jacques Delecluse, van Doornik, die uitleg verschaft over de diefstal in februari 1973 bij Marthe Salembier te Moeskroen.</em></p><p><em>De zitting wordt heden dinsdag voortgezet.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Maart 1975</p><p><strong>Zelfs de ouders van J. Michel kunnen niet veel goeds in hem ontdekken</strong></p><p><em>Voor het Hof van Assisen van Henegouwen Is dinsdag te Bergen het proces ten laste van Jacques Michel, beschuldigd van moord op de 77-jarige Angèle Bury, voortgezet.</em></p><p><em>Enkele leraars kwamen getuigen dat Michel als leerling moeilijk kon volgen en met zijn middelmatige begaafdheid niet de minste inspanning leverde. Van zijn kant verklaarde Willy Slongo, peetoom van betichte, dat zijn petekind een ongelukkige jeugd doormaakte en vaak door zijn brutale vader werd geslagen.</em></p><p><em>Zo verstond het echter grootmoeder Marie Carlier niet. Naar haar zeggen was haar zoon geenszins brutaal. Zij voegde daaraan toe dat haar kleinzoon haar geld ontstolen had en haar soms vrij ruw behandelde. Hij dronk veel en was gauw vermoeid door het werk.</em></p><p><em>De moeder van betichte, Eliane Renard, echtgenote van Bachir Abderaziam, kwam dan het pijnlijke bestaan schetsen dat zij en haar zoon bij haar gewezen echtgenoot, de vader van Jacques Michel, leidden. Niettemin had zij het nog over een ruzie tussen haar tweede echtgenoot en haar zoon, waarbij deze Bachir een hamerslag had toegebracht.</em></p><p><em>Bachir Abderaziam bevestigde dat Jacques Michel en zijn broer Jean twee luiaards waren. Hij bevestigde tevens dat hij hamerslagen had gekregen van Jacques. Hij hoorde Jacques navraag doen naar het beding dat mevr. Bury, zijn toekomstig slachtoffer, als pensioen trok. </em></p><p><em>Daarop was het tussen getuige en zijn vrouw tot een hevige discussie gekomen over de aanwezigheid van betichte in hun woning. Bachir hield staande dat Jacques zeven maanden bij hen verbleef, terwijl zijn vrouw het bij zeven dagen hield. De voorzitter slaagde er niet in beider standpunten overeen te brengen.</em></p><p><em>Dan was het woord aan de tweede echtgenote van Jacques Michels vader, die op Jacques niets aan te merken had. Toch gaf zij toe dat betichte alles wegkaapte wat hem in handen viel, dat hij zich aan buitensporigheden overgaf en doof bleef voor alle vermaningen. In tegenstelling met de verklaringen van vader Michels eerste echtgenote, had zij veel goede woorden over voor haar echtgenoot, die alles zou gedaan hebben om zijn zoon opnieuw op het goede pad te brengen. Vader Elie Michel zei dat hij met zijn zoon nooit iets heeft kunnen aanvangen omdat hij een luiaard was.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Maart 1975</p><p><strong>Levenslang voor Jacques Michel</strong></p><p><em>Voor het Hof van Assisen Henegouwen werd woensdagvoormiddag het proces voortgezet van Jacques MicheI uit Moeskroen die beschuldigd wordt van doodslag op de zeventigjarige Angèle Bruy te Stambrugge. Na de burgerlijke partijen, het rekwisitoor en de pleidooien trok de jury zich terug. Jacques Michel werd schuldig bevonden aan alle hem ten laste gelegde feiten. Na een meer dan één uur beraadslagen werd Jacques Michel veroordeeld tot levenslange dwangarbeid. </em></p><p><em>Eerst kwam meester Pierre Legros, van de Brusselse Balie aan het woord. Meester Legros is een van de advocaten van de burgerlijke partij. Volgens meester Legros verklaarde de beschuldigde zijn slachtoffer welbewust had uitgekozen, daar zij zeer goed wist dat de oude vrouw hem de deur zou openen. De advocaat wees erop hoezeer de dochter van het slachtoffer door het drama getraumatiseerd was. </em></p><p><em>Advocaat-generaal Preud&#039;homme hield vervolgens zijn rekwisitoor. Beklaagde had volgens de magistraat verscheidene keren de gelegenheid gemist om weer op het rechte pad te geraken. Sprekend over de afschuwelijke daad waarvoor geen enkele verontschuldiging kon gelden, zei meester Preud’homme dat Jacques Michel wist dat hij zou doden. Hij moet bijgevolg schuldig worden verklaard en pas bij de bepaling van de strafmaat zal men kunnen spreken van verzachtende omstandigheden, zo zei de advocaat-generaal.</em></p><p><em>Verdediger meester Huvenne zei dat Jacques Michel, op het ogenblik dat hij zich aanbood bij Angèle Bury, slechts van zins was de 10.000 fr. te stelen die hij nodig had voor zijn vriendin, waarna de advocaat van de verdediging uitvoer tegen de vader van de beklaagde, die volgens hem ook in de beklaagdenbank zou moeten zitten.</em></p><p><em>Dan kwam de beklaagde een laatste maal aan het woord. Jacques Michel sprak zijn spijt uit over wat gebeurd was en Jacques Michel vroeg vergiffenis aan de familie Bury.</em></p><p><em>De jury kreeg vijf vragen te beantwoorden:</em></p><p><em>- Is Jacques Michel schuldig aan het stelen van 70.000 fr. ten nadele van Angèle Bury;<br />- Werd deze diefstal gepleegd met geweld?<br />- Bestond dit geweld uit een vrijwillige doodslag met het opzet te doden?<br />- Is Jacques Michel schuldig aan diefstal te Moeskroen ten nadel van Marthe Salembien?<br />- Werd deze diefstal gepleegd met braak?</em></p><p><em>De jury trok zich vervolgens terug om te beraadslagen en een uur later werd een bevestigend antwoord gegeven op alle vragen.</em></p><p><em>Jacques Michel werd dan schuldig bevonden aan alle hem ten laste gelegde feiten. Vervolgens werd de zitting opgeheven.</em></p><p><em>Dwangarbeid</em></p><p><em>Tijdens de namiddagzitting werd vooreerst de repliek gehoord van advocaat-generaal Preud&#039;homme, die de nadruk legt op het egoïsme en de wreedheid van Michel. Hij besloot met het eisen van de doodstraf.</em></p><p><em>Mr. Brotiorme, de verdediger van Michel, wees van zijn kant nog eens op alle tegenslagen die zijn cliënt hebben getroffen en vooral dan diens droevige jeugd.</em></p><p><em>Beschuldigde Jacques Michel zei nog dat zijn daad te betreuren. Dan trokken de jury en het hof zich terug. Na 1u15 beraadslaging, volgde de uitspraak: Jacques Michel werd veroordeeld tot levenslange dwangarbeid. Hij aanhoorde het vonnis zonder zichtbare tekenen van emotie.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Maart 1975</p>]]></description>
			<author><![CDATA[null@example.com (Ben)]]></author>
			<pubDate>Fri, 08 Aug 2025 10:36:04 +0000</pubDate>
			<guid>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3626&amp;action=new</guid>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Ittre: 7 Juni 1978]]></title>
			<link>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3624&amp;action=new</link>
			<description><![CDATA[<p><strong>Samenvatting</strong><br /></p><ul><li><p>Wat? Een man vermoordt zijn gewezen vriendin</p></li><li><p>Wanneer? 7 Juni 1978</p></li><li><p>Waar? Rue du Patriote in Ittre » <a href="https://maps.app.goo.gl/rptm3eVZw9e5uVat9">Google Maps</a></p></li><li><p>Wie? Johnny Hoogstoel</p></li><li><p>Wapen? .22 long rifle</p></li><li><p>Status: Opgelost</p></li></ul><p>Wanneer Josiane Gheys &#039;s avonds aankwam bij de caravan waar zij en haar vriend woonden, kwam Johnny Hoogstoel naar haar toe. Hij was vroeger bevriend geweest met de vrouw en had Josiane en haar vriend vanuit Brussel gevolgd.</p><p>Voor de caravan ontstond een woordenwisseling tussen de vrouw en haar vroegere vriend. Toen zij de discussie wilde beëindigen, liep Hoogstoel naar zijn wagen. Hij nam er een wapen en loste vier schoten op de vrouw. Zij was op slag dood.</p><p>De dader werd in februari 1980 veroordeeld tot 15 jaar dwangarbeid.</p><p>Johnny Hoogstoel:</p><p><span class="postimg"><img src="https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/johnny11.jpg" alt="https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/johnny11.jpg" /></span></p><p><strong>Vrouw vermoord te Itter</strong></p><p><em>Woensdag is een moord gepleegd in de gemeente Itter bij Nijvel. Slachtoffer is mevr. Josiane Gheys, echtgenote Taverne, die leefde in een caravan, Patriotstraat te Wauthier-Braine. Momenteel is een onderzoek aan de gang.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Juni 1978</p><p><strong>Dader van moord te Itter aangehouden</strong></p><p><em>Donderdag omstreeks 11u30 werd te Jumet de man aangehouden die woensdag te Itter (nabij Nijvel) Mw. Josiane Gheys om het leven bracht. De dader is Johnny Hoogstoel. Hij wordt overgebracht naar het parket van Nijvel om door de onderzoeksrechter verhoord te worden.</em></p><p><em>Intussen zijn meer details bekend over de omstandigheden van de moord. De 24-jarige Josiane Gheys was woensdagavond samen met haar echtgenoot, de 26-jarige Eric Taverne, op weg naar huis. Zij woonden in een caravan in de Patriotstraat te Woutersbrakel. Toen zij hun wagen verlieten, kwam Johnny Hoogstoel naar hen toe. Hij was vroeger bevriend geweest met de vrouw en had het paar vanuit Brussel gevolgd.</em></p><p><em>Voor de caravan ontstond een woordenwisseling tussen de vrouw en haar vroegere vriend. Toen zij de discussie wilde beëindigen, liep Hoogstoel naar zijn wagen. Hij nam er een wapen en loste vier schoten op de vrouw. Zij was op slag dood. Voor Taverne kon tussenbeide komen, was Hoogstoel er met zijn wagen vandoor.</em></p><p><em>Een persoonsbeschrijving werd aan de politie doorgegeven. Ten slotte kon hij donderdag worden aangehouden. Vrijdagnamiddag heeft de wedersamenstelling plaats.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Juni 1978</p><p><strong>Moord op gewezen vriendin voor Brabants assisenhof</strong></p><p><em>Het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Heilier, zal van maandag 25 februari af het proces behandelen van de 35-jarige Johny Hoogstoel, vrachtvoerder, wonende rue Taillelabe te Thui-nGozée, die er van beschuldigd wordt op 7 juni 1978 zijn vriendin Josiane Gheys opzettelijk en met voorbedachten rade te hebben gedood met een .22 long rifle.</em></p><p><em>Hoogstoel, die uit de echt was gescheiden, ging van juli 1977 samenwonen met Josiane Gheys, die zelf haar echtgenoot in de steek had gelaten. Hoogstoel stelde zich echter zodanig brutaal tegenover zijn vriendin aan, dat ze hem in juni 1978 verliet om bij haar echtgenoot, Emeric Taverne, terug te keren. Hoogstoel beweerde dat zijn vriendin 100.000 fr., die hem toebehoorde, had meegenomen toen ze van hem wegging. Hij stelde alles in het werk opdat ze opnieuw met hem zou komen samenwonen.</em></p><p><em>Op 7 juni 1978 begaf Hoogstoel zich tot bij de schoonmoeder van Josiane Gheys en toonde haar een reeks pornofoto’s die hij vroeger van zijn vriendin had genomen. Toen Josiane van het vertoon van deze foto&#039;s op de hoogte kwam, zou ze Hoogstoel met een ijzeren staaf hebben bedreigd. Met een .22 long-rifle, die Hoogstoel de dag zelf had aangekocht, schoot hij toen tot acht maal toe naar zijn gewezen vriendin. De vrouw kreeg verscheidene kogels in de longen en stierf.</em></p><p><em>Hoogstoel wordt verdedig door Mrs Guy Delfosse en Fernande Motte-De Raedt. Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door advocaat-generaal Basch. Er worden 36 getuigen ondervraagd, en de debatten nemen vier dagen in beslag.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Februari 1980</p><p><strong>Drie van de zeven kogels waren dodelijk voor Josiane Gheys</strong></p><p><em>Het Hof van Assisen van Brabant begon maandag met het proces ten laste van de 35-jarige Johnny Hoogstoel, een vrachtvoerder uit Thuin-Gozée. Hoogstoel wordt ervan beschuldigd op 7 juni 1978 zijn vriendin Josiane Gheys opzettelijk en met voorbedachte rade te hebben gedood met een long-rifle.</em></p><p><em>De vrouw had Hoogstoel in de steek gelaten wegens zijn al te brutaal optreden. Vergeefs had Hoogstoel gepoogd de verhouding een nieuwe start te geven, tot hij uiteindelijk de vrouw doodschoot.</em></p><p><em>Na de voorlezing van de akte van beschuldiging, begon voorzitter Van de Walle met de ondervraging van beklaagde. Deze werd geboren te Dworp uit een eenvoudig gezin. Volgens beklaagde was zijn vader erg autoritair en veeleisend. Toen hij als knaap zijn moeder verloor, ging zijn vader amper vier maanden later met een andere vrouw samenwonen.</em></p><p><em>Bewogen leven</em></p><p><em>Hoogstoel werd voor legerdienst afgekeurd nadat tests hadden uitgewezen dat hij op de rand van de zwakzinnigheid verkeerde. Hij was voordien op klacht van zijn vader in de rijksinstellingen van Ruiselede en Mol terechtgekomen, omdat hij zich veel te veel in herbergen ophield. Tussen zijn 20ste te en 25ste jaar liep hij verscheidene veroordelingen op, overwegend wegens kleine diefstallen.</em></p><p><em>Terwijl hij nog een gevangenisstraf uitzat, maakte hij per briefwisseling kennis met een vrouw die zes kinderen had en ook reeds met het gerecht in aanraking was gekomen. Eenmaal vrij, ging hij met die vrouw, Jacqueline Lefèvre, samenwonen en hij werd bij haar tweemaal vader. In 1977 maakt hij voor het eerst kennis met Josiane Gheys, die haar man Erik Taverne, in de steek had gelaten.</em></p><p><em>Nog voor hij met Josiane Gheys ging samenwonen, ondernam Jacqueline Lefévre een poging tot zelfmoord. Het leven dat Hoogstoel met Gheys leidde, was erg onstuimig. Hij had de gewoonte de vrouw hardhandig aan te pakken, zogezegd “om haar te kalmeren”, want ze leed aan suikerziekte. Als gevolg van de talrijke slagen die hij haar toebracht, ging de vrouw tot zesmaal toe klacht indienen bij de rijkswacht of de politie. Op 1 juni 1978 liet Josiane Gheys hem in de steek. Hoogstoel stelde toen ook vast dat zij z&#039;n spaarcenten, zowat 100.000 fr. had meegenomen. In de daaropvolgende dagen uitte hij in het bijzijn van verscheidene getuigen, doodsbedreigingen aan het adres van zijn gewezen bijzit.</em></p><p><em>Met het verder relaas van de feiten wordt de ochtendzitting afgerond. Maandagnamiddag komt onderzoeksrechter Joris als eerste getuige aan het woord. Hij was aanwezig bij de reconstructie en vernam van de betichte dat hij het vuurwapen had gekocht om Josiane Gheys te ontmoeten en vooral omdat hij bang was voor bepaalde personen uit haar omgeving en van haar echtgenoot Erik Taverne. Deze had hem al eerder met een ijzeren staaf bedreigd. Hoogstoel zou geschoten hebben uit vrees, bijna automatisch, maar zonder het inzicht om werkelijk te doden.</em></p><p><em>Drie dodelijke kogels</em></p><p><em>Vervolgens worden twee rijkswachters uit Kasteelbrakel en een officier van de gerechtelijke politie uit Nijvel aIs getuigen gehoord. Zij troffen het lichaam van het slachtoffer aan naast een voertuig waarvan de deur open stond. Eén van deze getuigen vond in de woonplaats van het slachtoffer een document waarop de vrouw eigenhandig had geschreven dat ze er genoeg van had als een beest te worden geslagen. De echtgenoot van het slachtoffer, Erik Taverne, zag er volledig teneergeslagen uit, zodat hij moeilijk kon vertellen wat er was gebeurd.</em></p><p><em>Hoogstoel werd aangehouden in een herberg en verklaarde zijn karabijn te hebben weggegooid te Eigenbrakel, wat gelogen was. Hij ontkende de kolf en de loop te hebben afgezaagd.</em></p><p><em>Volgende getuigen zijn de gerechtsartsen Desoignies en Chailly, die tot de lijkschouwing overgingen. Zij stelden vast dat Josiane Gheys door 7 kogels werd geraakt, waarvan er drie dodelijk waren, namelijk de projectielen die de twee longen en de nier doorboorden.</em></p><p><em>Laatste getuige is maandag wapenkundige kolonel Van der Stock. Hij beschrijft de karabijn als een half-automatisch wapen, dat wil zeggen dat voor het afvuren van elke kogel telkens de trekker moet worden overgehaald. Het wapen is dodelijk op een afstand van 15 meter. Hoogstoel vuurde vermoedelijk de kogels af vanop 3 meter.</em></p><p><em>Heden wordt het getuigenverhoor verder gezet.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Februari 1980</p><p><strong>Hoogstoel had een zwak voor oudere vrouwen</strong></p><p><em>In het proces van de 35-jarige Johnny Hoogstoel vrachtvoerder uit Thuin-Gozée, beschuldigd van moord op zijn bijzit Josiane Gheys, kwamen dinsdagvoormiddag voor het Hof van Assisen van Brabant verscheidene familieleden van het slachtoffer, evenals twee psychiaters aan het woord.</em></p><p><em>Deze psychiaters, de Drs. Beine en Dehon, verklaarden dat Hoogstoel niet zwakzinnig is en dat zijn verantwoordelijkheid slechts in lichte mate is verminderd. Hoogstoel, die aanvankelijk in het Nederlands en later in het Frans studeerde, was nooit een schitterende leerling. Hij werd oververwend door zijn moeder en voelde zich later aangetrokken door oudere vrouwen, die meestal een ongelukkig verleden hadden. Een van die vrouwen had haar bijzit met een hakbijl doodgeslagen, maar werd vrijgesproken door het Hof van Assisen.</em></p><p><em>Josiane Gheys, die door Hoogstoel om het leven werd gebracht, leed aan suikerziekte, wat haar hevige crisissen bezorgde, zodat zij wel eens in comateuze toestand geraakte. Hoogstoel had de gewoonte, “blijkbaar te goeder trouw”, om de vrouw tijdens die crisissen hardhandig aan te pakken en haar zelfs slagen toe te dienen, eenvoudig om haar te kalmeren. Toen Josiane hem op 1 juni 1978 in de steek liet, betekende haar heengaan voor Hoogstoel zoveel als een catastrofe.</em></p><p><em>Volgende getuige is wapenhandelaar Frederik Descamps uit Charleroi bij wie Hoogstoel de .22 long-rifle karabijn aankocht waarmee hij enkele uren later Josiane Gheys ging doodschieten. De wapenhandelaar verkocht zonder argwaan het wapen en gaf er twee dozen met elk 50 patronen kosteloos bij. Hoostoel had aan de wapenhandelaar gezegd dat hij de karabijn kocht om in zijn tuin te schieten. Hoogstoel vroeg evenwel of het wapen nog kon worden gebruikt wanneer de loop was afgezaagd, waarop de wapenhandelaar hem deed opmerken dat het afzagen van een loop tegenstrijdig is met de wet.</em></p><p><em>Pornofoto’s</em></p><p><em>Daarna is het de beurt aan Erik Taverne, gewezen echtgenoot van het slachtoffer. Josiane had getuige in de steek gelaten omdat hij een verhouding was begonnen met zijn schoonzuster. Enkele dagen voor de feiten was Josiane teruggekeerd om het echtelijk leven te hervatten, waarmee getuige volgens zijn verklaringen instemde.</em></p><p><em>Josiane sprak hem eveneens over de pornofoto’s die Hoogstoel van haar had gemaakt tegen haar wil in. Met het ook op de hervatting van het echtelijk leven had getuige in Brussel een appartementje voor beiden gehuurd. Getuige ontkent ten stelligste dat hij of Josiane met een ijzeren staaf zouden hebben gedreigd toen Hoogstoel begon te schieten. Wel geeft hij toe dat hij die ijzeren staaf, die normaal in de koffer van zijn wagen lag, binnen in het voertuig onder een zetel had gelegd omdat hij vernomen had dat Hoogstoel op komst was in het bezit van een karabijn.</em></p><p><em>Volgende getuige is de schoonmoeder van het slachtoffer. Zij heeft het eveneens over de pornofoto’s die Hoogstoel haar voorlegde. Ze hoorde buiten schieten terwijl ze in haar woonwagen overbleef. Toen ze kwam kijken, zag ze haar schoondochter levenloos op de grond liggen.</em></p><p><em>Daarna komt Arnould Taverne, schoonvader van het slachtoffer, getuigen. Hij hoorde zekere dag Josiane tegen Hoogstoel zeggen dat hij een leugenaar was, wanneer hij beweerde dat de pornofoto’s door een vreemde man waren genomen. Ze voegde er aan toe dat Hoogstoel zelf de foto’s had genomen en haar er toe verplicht had. Getuige was afwezig op het ogenblik van de feiten, maar zag Hoogstoel de dagen voor de feiten, toen hij van op afstand met een verrekijker de nieuwe woonplaats van Josiane kwam bespieden.</em></p><p><em>Een op rust gesteld veearts was van op afstand, namelijk vanuit zijn tuin, getuige van de feiten. Hij hoorde een discussie tussen Hoogstoel en Josiane over geld en daarna hoorde hij verscheidene schoten. Hij zag even later HoogstoeI wegrijden, terwijl de echtgenoot van het slachtoffer het voertuig achternaliep.</em></p><p><em>Tijdens de namiddagzitting werd als eerste getuige Christiane Gheys, zuster van het slachtoffer Josiane, ondervraagd. Josiane kwam bij deze getuige inwonen, nadat ze had vastgesteld dat haar man, Erik Taverne een intieme relatie was begonnen met één van zijn schoonzusters. In de buurt van deze getuige woonde Hoogstoel, die Josiane uitnodigde bij hem te komen inwonen, al leefde hij toen nog met een andere vrouw, Jacqueline Lefevre. De getuige zegt dat Hoogstoel de foto&#039;s wou gebruiken tegen Josiane om haar langs wettelijke weg van haar zoontje te kunnen beroven.</em></p><p><em>Volgende getuige, Serge Gheys, een broer van het slachtoffer, vermeldt dat Hoogstoel een karabijn wou aankopen waarmee hij het lot van Josiane en haar man wou bezegelen.</em></p><p><em>Gerard Gheys, een andere broer van het slachtoffer, en zijn echtgenote Nicole, kwamen vertellen dat ze het bezoek kregen van Hoogstoel drie dagen voor de feiten. Hoogstoel zei hun dat hij een karabijn wou aankopen en er Josiane en haar man mee doodschieten.</em></p><p><em>Jacqueline Lefevre, een 44-jarige vrouw, thans moeder van tien kinderen, met wie Hoogstoel van 1973 tot 1977 samenwoonde, kwam vertellen dat Hoogstoel zich vaak brutaal aanstelde en haar herhaaldelijk slagen toebracht.</em></p><p><em>Een andere getuige, Maria Richelet, kreeg het bezoek van Hoogstoel, toen hij op weg was naar Josiane om haar neer te schieten. HoogstoeI toonde aan getuige zijn karabijn met afgezaagde loop en liet eveneens aan getuige de naaktfoto’s zien en zei dat hij haar zou doodschieten.</em></p><p><em>Heden wordt het getuigenverhoor voortgezet.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Februari 1980</p><p><strong>Beschuldigde en slachtoffer waren als kat en hond</strong></p><p><em>Voor het Hof van Assisen van Brabant werden woensdag nieuwe getuigen ondervraagd in de zaak van Johnny Hoogstoel, vrachtwagenrijder uit Thuin, beschuldigd van moord op zijn gewezen vriendin Josiane Gheys.</em></p><p><em>Bij de aanvang van de zitting werd nog even onderzoeksrechter Joris uit Nijvel ondervraagd in plaats van een ander getuige die ondertussen is overleden, maar van wie de verklaringen ten slotte geen nieuwe elementen aan het licht brachten. Vervolgens werd Albert Boon ondervraagd, een man die instaat voor de wijk waar Josiane en Hoogstoel een hele tijd samenwoonden. Getuige was op de hoogte van verscheidene vechtpartijen tussen de beklaagde en het slachtoffer. Hij hoorde Josiane soms beledigingen uitbrengen aan het adres van haar bijzit en op zekere dag vloog een bord dat Josiane had geworpen vlak voorbij het hoofd van deze getuige.</em></p><p><em>In de dagen die de feiten voorafgingen bemerkte de getuige in de bagagekoffer van het voertuig van Hoogstoel de steel van een houweel en ook een hamer. Hoogstoel verklaarde dat hij met deze werktuigen Josiane Gheys zou gaan opzoeken. De getuige wist ook nog te vertellen dat, toen Jacqueline Lefevre en Josiane Gheys samen bij Hoogstoel inwoonden, deze twee vrouwen vaak dronken waren en dan ruzie met elkaar maakten. </em></p><p><em>De dag van de feiten toonde Hoogstoel zijn karabijn aan de getuige en zei dat hij er Josiane mee zou gaan doodschieten. De getuige raadde hem dit ten stelligste af.</em></p><p><em>Daarna werd Monique Henney ondervraagd, de vrouw die Josiane onderdak verleende de avond en de nacht dat ze Hoogstoel in de steek had gelaten om het echtelijk leven te hervatten met Emeric Taverne. Enkele dagen later, nl. op 7 juni 1978, is Hoogstoel bij de getuige toegekomen in het bezit van een karabijn die was opgeborgen in een kartonnen doos. De getuige vernam toen dat hij met dat wapen niet zijn eerste bijzit Jacqueline Lefevre, maar wel zijn latere vriendin Josiane Gheys wou doodschieten. Volgens de getuige was Hoogstoel een brave man die meestal vriendelijk optrad.</em></p><p><em>Vervolgens werd Carmen Taverne, een zuster van Emeric Taverne, als getuige ondervraagd. De getuige kreeg begin juni 1978 het bezoek van Josiane Gheys die haar voornemen bekend maakte om het echtelijk leven te hervatten. Josiane bleef een nacht bij de getuige slapen. Ze droeg geen sporen van slagen en zag er gelukkig uit dat ze haar man kon opzoeken.</em></p><p><em>Een andere zuster van Emeric Taverne, Genevieve, zei dat ze het bezoek van Josiane had gekregen, in gezelschap van Emeric en hun zoontje. Het drietal bracht de nacht door bij de getuige. Omdat ze over geen geld leken te beschikken gaf ze hen 3.000 fr.</em></p><p><em>Een rijkswachter uit Thuin kwam vervolgens vertellen dat hij herhaaldelijk klachten moest behandelen die Josiane over Hoogstoel kwam neerleggen wegens slagen en verwondingen. Ze vertoonde overigens meer dan eens sporen van deze slagen. Volgens Josiane had Hoogstoel haar eveneens met de dood bedreigd. De onenigheid tussen Josiane en Hoogstoel hield meestal verband met hun verlangen om al dan niet uit te gaan.</em></p><p><em>Een gerechtelijk inspecteur van Charleroi die het moraliteitsonderzoek over Hoogstoel instelde, kwam tot het besluit dat deze een tamelijk heftig en impulsief karakter had zonder daarom een slechte kerel te zijn, terwijl Josiane Gheys van haar kant driftig kon zijn en zich in geen geval liet domineren. Hoogstoel stond gekend als een regelmatig werker. </em></p><p><em>Laatste getuige was een rijkswachter uit Thuin die eveneens op de hoogte was van de ruzies tussen Josiane en Hoogstoel. Nadat ze op zekere dag klacht had neergelegd tegen Hoogstoel, vroeg Josiane om met een rijkswachtwagen naar haar broer te worden gebracht. Onderweg werd ze zo agressief dat ze verzocht werd uit te stappen.</em></p><p><em>Donderdag worden de laatste getuigen ondervraagd.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Februari 1980</p><p><strong>Beklaagde en slachtoffer hadden veel ruzie</strong></p><p><em>In het proces van Johny Hoogstoel zijn donderdag voor het Hof van Assisen te Brussel de laatste getuigen gehoord, namelijk de getuigen van de verdediging.</em></p><p><em>Eerste getuige is Rose Failly, een buurvrouw van beklaagde, die alleen af en toe kon horen hoe Hoogstoel en zijn bijzit Josianne elkaar beledigden. Een paar dagen vóór de feiten, toen Josianne bij haar echtgenoot was gegaan, probeerde Hoogstoel aan getuige zijn wasmachine te verkopen, “omdat zijn vriendin ervandoor was gegaan”. In de periode dat Hoogstoel met twee vrouwen leefde, namelijk met Jacqueline en Josianne, zorgde hij meestal zelf voor het huishouden.</em></p><p><em>Een andere getuige is buurman Geruy, die zegt dat hij nooit moeilijkheden had met Hoogstoel en dat, als er in het huishouden ruzie werd gemaakt, hij overwegend de stem van Josianne hoorde. Op zekere dat trof getuige Josianne samen met Jacqueline volkomen dronken aan. Beide vrouwen lagen uitgestrekt onder een straatlantaarn en dienden met een ziekenwagen te worden weggebracht.</em></p><p><em>De voorzitter van de Nationale Vereniging voor Vrachtvoerders, de h. Henrard, zegt dat hij Hoogstoel tot afgevaardigde had aangesteld omdat hij hem volledig vertrouwde. Hoogstoel was volgens getuige een uitstekend vrachtvoerder, en hij was dan ook verbaasd te vernemen dat hij zijn bijzit had doodgeschoten.</em></p><p><em>Leopold Kovac is vrachtvoerder en een gewezen buurman van Hoogstoel. Die was volgens hem erg gedienstig, maar zijn huishouden liet altijd te wensen over. Een andere vrachtvoerder, Marcel Maronet, zegt dat Hoogstoel vaak door Josianne werd uitgescholden.</em></p><p><em>Een echtpaar dat een café uitbaat dat vooral door vrachtvoerders uit de streek van Thuin wordt bezocht, René en Lucienne Allard, komt vertellen dat Hoogstoel nooit moeilijkheden veroorzaakte in hun gelegenheid en meestal een limonade bestelde. Meer dan eens, wanneer er ruzie ontstond tussen Hoogstoel en Josianne, ging hij de meubels buiten op de stoep zetten. Als de ruzie voorbij was, droeg hij de meubels weer naar binnen.</em></p><p><em>Twee bewakers van de gevangenis te Nijvel zeggen dat Hoogstoel zich altijd correct gedroeg en dat hij in zijn cel voor de elektriciteitsregie kabels vervaardigt. Wanneer een medegevangene in geldnood verkeert, is Hoogstoel steeds bereid om hulp te bieden.</em></p><p><em>Laatste getuige is een sociaal assistente, die in de gevangenis Hoogstoel regelmatig sprak. Hij was erg kalm en stelde soms de vraag of hij geen bezoek kon krijgen van zijn zoontje.</em></p><p><em>Provocatie </em></p><p><em>Tijdens de namiddagzitting zei advocaat-generaal Basch in zijn rekwisitoor dat de verdediging heel vermoedelijk de provocatie zal pleiten en dat Hoogstoel, in de veronderstelling dat deze omstandigheid wordt aanvaard, slechts tot maximum vijf jaar gevangenisstraf kan worden veroordeeld.</em></p><p><em>Josianne Gheys, een vrouw die vrij jong door suikerkziekte was aangetast, verliet haar echtgenoot Emeric Taverne nadat deze een verhouding was begonnen met een erg jong meisje. Ze poogde troost te vinden bij Hoogstoel. Josianne was ongetwijfeld vaak grof in haar uitlatingen, maar ze had nog een heel leven voor zich en ze was moeder van een zoontje. Vooraleer te sterven riep ze haar echtgenoot nog toe: “Red het knaapje”.</em></p><p><em>Wat Hoogstoel betreft, deze kon ongetwijfeld innemend en gedienstig zijn. Hij was ook een regelmatig werker, maar tevens een groot leugenaar, ondermeer waar hij beweerde dat hij door het slachtoffer met een ijzeren staaf werd bedreigd alvorens de vrouw dood te schieten. Andere leugens van Hoogstoel vindt men terug in zijn bewering dat de pornofoto&#039;s die van Josianne bestonden door een vreemde man werden gemaakt. Ook nog de bewering dat hij de loop van de karabijn, het wapen van de misdaad, helemaal niet had afgezaagd. En zijn weigering om toe te geven dat hij aan verscheidene personen ging verklaren Josianne en ook haar echtgenoot te willen doodschieten.</em></p><p><em>Hoogstoel kon het zonder Josianne Gheys niet stellen. Om haar terug te krijgen maakte hij gebruik van drie middelen. Hij liet nl. geloven dat de vrouw bij haar heengaan 100.000 fr. van hem had meegenomen. Hij liet de pornofoto&#039;s van Josianne zien aan haar schoonmoeder opdat deze haar zou verwerpen. Hij uitte herhaaldelijk doodsbedreigingen aan het adres van Josianne opdat ze zou bang worden. Wat de ijzeren staaf betreft waarmee Hoogstoel bedreigd zou zijn, die heeft hij zeker opgemerkt in de wagen van Emeric Taverne, die het voorwerp mogelijk kon gebruiken om zich in geval van nood tegen Hoogstoel te verdedigen, want hij had vernomen dat beklaagde tot elke prijs Josianne wilde terugkrijgen.</em></p><p><em>Hoogstoel pleegde in feite een passionele moord, de daad van een egoïst. Niets bewijst dat hij werkelijk werd geprovoceerd. Wel moet de jury positief antwoorden op de vraag of hij een opzettelijke doodslag pleegde met voorbedachte rade.</em></p><p><em>Het arrest wordt verwacht tegen vrijdagavond.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 29 Februari 1980</p><p><strong>Johnny Hoogstoel: 15 jaar dwangarbeid</strong></p><p><em>Vrijdagavond viel voor het Assisenhof van Brabant het arrest in de moord op Josiane Gheys, die door haar gewezen bijzit Johnny Hoogstoel werd doodgeschoten. Nadat de jury had aanvaard dat hij opzettelijke doodslag pleegde met voorbedachten rade, hoorde beschuldigde zich veroordelen tot 15 jaar dwangarbeid.</em></p><p><em>In de voormiddag kwam eerst de verdediging van beklaagde aan het woord. Mr. Fernande Motte-De Raedt had het over de erbarmelijke omstandigheden waarin de feiten zich afspeelden. Hoogstoel en vriendin Josiane leefden in een milieu van mensen zonder enige maturiteit die overwegend door egoïsme worden gedreven en voor wie er maar weinig plaats overblijft voor de anderen, mensen die de feiten ondergaan als een soort fataliteit waaraan ze niets kunnen veranderen.</em></p><p><em>Hoogstoel voelde zich steeds een eenzame, ook toen hij in de gevangenis zat: de advocaat die hem had moeten verdedigen werd ziek, ook de voorzitter van het Hof diende veranderd, en zijn morele raadsman kon niet eens komen getuigen, gezien hij in het buitenland verblijft.</em></p><p><em>In het milieu van Hoogstoel,&nbsp; met zijn primaire mensen, wordt er getierd en geslagen. De liefde van Hoogstoel voor Josiane was niet volwassen en derhalve gedoemd om te mislukken. Hoogstoel gebruikte verschillende middelen om haar terug te krijgen: hij liet geloven dat de vrouw geld van hem had meegenomen, hij legde haar schoonmoeder pornofoto&#039;s voor, hij uitte doodsbedreigingen, dit alles zonder enig resultaat. Had iemand hem op dat ogenblik de hand uitgestoken, dan zou het drama niet zijn gebeurd.</em></p><p><em>De vrouw die hij lief had</em></p><p><em>Als tweede advocaat van de verdediging zegde Mr. Guy Delfosse, dat zijn cliënt slechts medelijden kan opwekken. Hij stelde alles in het werk om de vrouw die hij lief had terug te krijgen, en slechts nadat hij vastgesteld had dat al zijn inspanningen het gewenste resultaat niet opleverden, beging hij de fatale daad.</em></p><p><em>Hij trad daarbij zeker niet op met voorbedachten rade. Hij kocht een karabijn, niet met de bedoeling er Josiane mee dood te schieten, wel om zich eventueel tegen haar man te kunnen verdedigen. Hij uitte doodsbedreigingen tegen Josiane, niet omdat hij het werkelijk meende, maar omdat hij haar bang de wilde maken.</em></p><p><em>Mr. Delfosse meende dat Hoogstoel door een onweerstaanbare dwang werd gedreven, toen hij de fatale schoten loste. De advocaat wees erop dat de eerste vriendin van Hoogstoel, Jacqueline Lefèvre, haar man met een hakbijl had doodgeslagen en niettemin door het Hof van Assisen werd vrijgesproken, precies omdat ze onder invloed van een onweerstaanbare dwang had gehandeld. </em></p><p><em>Mr. Delfosse sprak anderzijds de vaste overtuiging uit dat Hoogstoel werd geprovoceerd toen hij schoot. Hij had immers een ijzeren staaf opgemerkt, en ook al is het niet helemaal zeker dat Josiane deze staaf in handen hield op het ogenblik van de feiten, toch kon Hoogstoel er zich aan verwachten dat ze tegen hem zou worden gebruikt. Alvorens te schieten, hoorde Hoogstoel zijn vriendin immers roepen naar haar echtgenoot: “Geef mij de ijzeren staaf”.</em></p><p><em>Schuldig</em></p><p><em>Vooraleer een aanvang werd gemaakt met de replieken, zegde voorzitter Van de Walle dat er drie vragen zouden worden gesteld: een in verband met de opzettelijke doodslag, een tweede in verband met de voorbedachtheid, de derde ten slotte in verband met de provocatie. Na de gebruikelijke replieken had Hoogstoel nog wat te zeggen. Hij verklaarde: “Het spijt mij wat er gebeurd is. Ik had zeker het inzicht niet Josiane te doden. Ik wil mij voortaan wijden aan mijn zoontje Daniël.”</em></p><p><em>Voorzitter Van de Walle las vervolgens de drie vragen voor die de jury diende te beantwoorden. Ze luidden: Pleegde Hoogstoel een opzettelijke doodslag op de persoon van Josiane Gheys? Pleegde hij deze doodslag met voorbedachten rade? Was hij bij deze doodslag het voorwerp van provocatie? Na een beraadslaging van meer dan drie uur antwoordde de jury bevestigend op vraag één en twee en ontkennend op vraag drie.</em></p><p>Bron: Gazet van Antwerpen | 1 Maart 1980</p>]]></description>
			<author><![CDATA[null@example.com (Ben)]]></author>
			<pubDate>Fri, 01 Aug 2025 06:47:57 +0000</pubDate>
			<guid>https://www.bendevannijvel.com/forum/viewtopic.php?id=3624&amp;action=new</guid>
		</item>
	</channel>
</rss>
