3,961

(6 replies, posted in Organisaties)

Deze organisatie, die actief was tussen 1962 en 1968, is in vele opzichten een interessant geval. Jeune Europe beschikte over een indrukwekkend hoofdkwartier, een tijdschrift met dezelfde naam, een drukkerij, meerdere propagandavoertuigen en een kaderschool waaruit veel gevormde rechtse militanten gekomen zijn.

Jeune Europe was eigenlijk de verderzetting van Le Mouvement d’Action Civique (MAC), die op haar beurt de voortzetting verzekerde van Le Comité d’Action pour la Défense des Belges en Afrique (CADBA). Beide organisaties werden opgericht ten tijde van de Congo-crisis. Dat betekent dat één van de belangrijkste naoorlogse extreem-rechtse bewegingen gegroeid is vanuit een kleine pressie-groep die de koloniale belangen wou verdedigen. Jean-François Thiriart, Emile Lecerf en Paul Teichmann, de leiders van Jeune Europe, waren ook lid van de MAC. Onder hun invloed werd de aandacht meer en meer afgeleid van het koloniale probleem om zich meer toe te spitsen op de binnenlandse en Europese problematiek. Dat leidde tot onenigheid binnen de MAC en de meerderheid verliet de beweging. De MAC werd opgedoekt en vervangen door Jeune Europe.

Het was vooral Thiriart die de lijn van Jeune Europe bepaalde. Geboren in een links-liberaal milieu, militeerde Thiriart voor de tweede wereldoorlog in de “Socialistische Jonge Wacht”. In 1939 dreef hij af naar rechts en werd hij lid van de Légion Nationale. Na de oorlog werd hij veroordeeld wegens politieke collaboratie. Toen hij met Jeune Europe begon, was Thiriart de overtuiging toegedaan dat extreem-rechts zich op Europees vlak moest gaan organiseren en afstappen van het enge nationalisme. Onder zijn invloed legde Jeune Europe uitgebreide contacten met andere gelijkgezinde groepen in Europa. In hun visie was Europa één grote unitaire staat, verdeeld in kleine etnische gebieden. Dat “communautarisme” gold als het alternatief voor het kapitalisme en communisme; zowel de Verenigde Staten als de Sovjet-Unie waren de grote vijanden. Op sociaal en economisch gebied had Jeune Europe erg klassieke extreem-rechtse ideeën.

Reeds vanaf 1963 bleek het niet meer goed te boteren in Jeune Europe. Een aantal personen verlieten de beweging, ondermeer de leiders van de Vlaamse sectie alsook Lecerf, Teichmann en Jean Van den Broeck, de voorzitter van het syndicaat van Jeune Europe. Zij richtten allemaal een nieuwe organisatie op.

Thiriart deed ondertussen naarstig verder, ondermeer vanaf 1965 met een kaderschool. Hij veranderde de naam van de organisatie, die nu de Parti Communautaire Européen (PCE) werd. Thiriart en zijn beweging geraakten steeds meer Europees gericht.

Bron: De kreeft met de zwarte scharen - 50 jaar rechts en uiterst rechts in België | Frank Uytterhaegen, Etienne Verhoeyen

3,962

(28 replies, posted in Organisaties)

Boemerang wrote:

Eloy Kaisin, (destijds) woonachtig aan de Av. de la Libertè XXX in Molenbeek-st.Jan duikt ook op in de agenda van Paul Latinus. (Woonde Mendez dan ooit toevallig in Molenbeek-st.Jan?) Verder blijft deze persoon een mysterie, nochtans zou hij een belangrijke speler bij de staatsgreep-plannen zijn.

In 1980 steelt Eloy Kaisin hoogstwaarschijnlijk een "dossier Latinus". Dit kan de reden zijn waarom de naam van Eloy opduikt in de agenda van Latinus.; Eloy en Latinus hadden mogelijk een afspraak om dit dossier te kunnen overhandigen:

In de loop van december '80 doet er zich een incident voor op het hoofdkwartier van de PSC in de Tweekerkenstraat. VDB vergadert er met een handvol PSC-medewerkers, allen vertrouwensmensen van de CEPIC. Op een bepaald moment vraagt partijvoorzitter VDB aan één van de aanwezigen, Eloy Kaisin, om in zijn bureau in zijn open aktetas 'het dossier Latinus' te halen. Kaisin begeeft zich naar het bureau en komt nadien terug met de mededeling dat er in de aktentas van VDB geen dossier Latinus te vinden is. VDB is verbaasd en maakt zich enigszins boos. Voor sommige aanwezigen was het de eerste keer dat zij konden vaststellen dat er bij de Cepic ook dossiers werden aangelegd over personen.

Nadien is in die kringen opgevallen dat VDB na dit incident Eloy Kaisin zijn vertrouwen onttrokken heeft. In dit milieu overheerste later de indruk dat Kaisin toen van de gelegenheid had gebruik gemaakt om het bewuste dossier Latinus van VDB te bemachtigen. (...) aanwezigen bijgebleven omdat de naam Latinus hen als zodanig opviel en ze die nog nooit eerder hadden horen vernoemen. Ze herinnerden zich voormeld incident met VDB zeer duidelijk toen de naam Latinus enkele weken later via een artikel in Pour voor het eerst in de brede belangstelling kwam.

Kaisin bleef nog wel een zekere tijd verbonden aan het hoofdkwartier van PSC maar hij kon duidelijk niet meer rekenen op hoge bescherming van VDB. Jaren later verliet hij België om zich ergens in Italië te vestigen waar hij anno '88 nog steeds woont.

Eloy Kaisin kon je best niet in de buurt laten van documenten want in 1981 wordt uit zijn aktetas een nota gestolen:

Démocratie Chrétienne publiceert in La Cité een nota van de Cepic waarin gepleit wordt voor een autoritair regime in België en afbouw van (...) Volgens Pan van 9.9.81 werd het enige exemplaar van deze ophefmakende nota op 14.7.81 in de Tweekerkenstraat gestolen uit de tas van Eloy Kaisin, voorzitter van een lokale PSC-afdeling en gedetacheerd op het PSC-hoofdkwartier. De nota zou opgesteld zijn door enkele leden van de Cepic uit west-Brussel. Pan beschuldigt Michel Bodson, Ch. Houart en Flahaux, drie medewerkers op het PSC-hoofdkwartier, van de diefstal van het document. Naam en telefoon van Eloy Kaisin doken in de lente van '84 op in het adressenboekje van Paul Latinus.

3,963

(0 replies, posted in Andere Personen)

Nicolas Geyer was een handelaar uit Bressoux, nabij Luik. (33 jaar in 1974)

In 1972 pleegde hij samen met Marcel Habran een overval op een geldtransport in Schaarbeek. Daarbij werd één van de bewakingsagenten vermoord. Voor deze overval werd hij in 1974 veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf.

Door die straf heeft hij zijn leven niet gebeterd want in 1982 was hij betrokken bij de overval op een postauto in Rotselaar

Tijdens het assisenproces in 1974 werd hij beschreven als een intelligent man maar met een moeilijk karakter. Na allerlei klusjes bij verschillende firma’s begon hij een handel in oud ijzer.

Tijdens zijn militaire dienstplicht liep hij als gevolg van een ongeval ernstige verwondingen op aan het hoofd. Dat maakte hem 20% werkonbekwaam. In 1944 (*) trad hij in het huwelijk met een vrouw die hem drie kinderen schonk. Wegens zijn heftig karakter moest zijn gezin weldra verhuizen want er ontstonden al te veel vechtpartijen. Vanwege die vechtpartijen werd Geyer in 1974 veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens slagen en verwondingen.

(*) De journalist heeft hier duidelijk een fout gemaakt vermits Geyer begin jaren '40 geboren is.

Nicolas Geyer tijdens zijn proces in 1974:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/nicola12.jpg

3,964

(20 replies, posted in Bende De Staerke)

Reeds in 1972 werd Ramadan Dodack gearresteerd, samen met andere gangsters die overvallen pleegden in de regio van Charleroi:

Dievenbende opgerold te Charleroi

De bewakings- en opsporingsbrigade van Charleroi is overgegaan tot de aanhouding van een bende dieven. Het gaat om Bruno Loos (26), van Schaarbeek, de gebroeders Christian (25), Patrick (20) en Jean-Claude (24) Lagrenet, respectievelijk uit Molenbeek Brussel en Schaarbeek, Gilbert Delisse (37) van Schaarbeek, Ramadan Dodack, Albanees vluchteling (24) van Brussel en Claude Roland (30), van Schaarbeek, die ook heler is.

Medio-november hadden zij uit een fabriek te Gosselies een safe met 250.008 fr. gestolen, die later werd teruggevonden in een waterloop te Marche-les-Dames. Zij werden verrast door een nachtwaker toen zij in een andere fabriek van Gosselies inbraken. Na de man te hebben neergeslagen vluchtten zij met zijn auto. Twee dagen later pleegden zij drie andere diefstallen te Lodelinsart.

Het was slechts uit een toeval dat de bende werd aangehouden. Bij een verkeerscontrole werden de eerste drie genoemden herkend, de ene omdat hij deserteur was, de andere omdat hij een boete niet had betaald en de laatste omdat hij vergeten was een gehuurde auto terug te brengen. Een van hen bekende de misdrijven van de bende en alle medeplichtigen konden worden aangehouden.

Het hele vrachtje werd in de gevangenis van Charleroi afgeleverd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 December 1972

3,965

(12 replies, posted in Overzicht Bendes)

Nog een lid van de Bende van Woluwe was Marc Alouache. Na zijn vrijlating in 1980 werd hij lid van de bende, die gekend stond om haar talrijke aanrandingen. De bende vergaderde meestel in de herberg “Le Gypsy’s” aan de George Henrilaan 411 te Sint-Lambrechts-Woluwe, uitgebaat door Eric Haemers.

Als gevolg van een reeks aanrandingen en een overval in een hotel te Diegem (*) werden verschillende bendeleden, onder wie Alouache, aangehouden.

(*) Ik vermoed dat het over deze overval gaat:

Diamanten gestolen in hotel te Diegem

Vier gemaskerde gangsters die ter plaatse waren gekomen met twee motorfietsen, pleegden zondagochtend omstreeks 4u een overval in het Sofitel Hotel te Diegem. Ze bedreigden de receptionist met hun wapen en dienden de man zelfs slagen toe op het hoofd met de kolf van hun pistool. ze braken een toonkast open, waaruit ze voor ruim 400.000 fr. diamanten wegnamen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 29 Juli 1980

3,966

(7 replies, posted in Andere Personen)

In januari 1985 was er het proces van de moord op Philippe De Brandt. Jean-Luc Ramboux, de moordenaar, kreeg 10 jaar. Marc Alouache kreeg 2 jaar cel.

Dodelijke speurtocht naar verklikkers

Het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Mw. Toussaint-Lumen, behandelt van vandaag af het proces van Jean-Luc Ramboux, uit Sint-Joost-Ten-Node en Marc Alouache uit Elsene. Ramboux wordt ervan beschuldigd op 25 december 1981 Philippe De Brandt opzettelijk te hebben gedood, en een poging tot doodslag te hebben gepleegd op Eric Haemers. Alouache die Ramboux vergezelde wordt hoofdzakelijk beschuldigd slagen en verwondingen te hebben toegebracht aan Francis De Hertog en Francois Beckers.

Alouache die een tijd lid was van hetgeen de “Bende van Woluwe” werd genoemd, kreeg met het gerecht te maken en verdacht er sommige bendeleden van hem te hebben verklikt. Hij poogde deze te vinden via Eric Haemers, uitbater van het café “Le Gypsy’s” in Sint-Lambrechts-Woluwe en van Philippe De Brandt, die een trouwe klant van deze drankgelegenheid was.

In het gezelschap van Ramboux trof hij Haemers en De Brandt in de herberg “Le Gypsy’s” aan in de nacht van 25 december 1981. Het kwam toen tot een hevige discussie waarbij Ramboux, die gewapend was met een pistool tenslotte De Brandt een kogel in het hoofd schoot en Haemers een kogel in de hals. Alouache kwam toen tussenbeide door barman Francis Beckers slagen toe te brengen.

Ramboux wordt verdedigd door Mrs. P. Mandoux en Eric Vergauwen. Alouache dor Mrs. Martial Lancaster en Jean-Paul Dumont. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal André Van Oudenhove. Mr. Fernande Motte-De Raedt pleit voor de burgerlijke partij. Er worden een dertigtal getuigen ondervraagd en de debatten nemen vier dagen in beslag.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Januari 1985

Ramboux schoot caféklanten door, Alouache sloeg op de barman

Het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Mw. Toussaint-Lumen, begon maandag aan het proces tegen de 29-jarige Jean-Luc Ramboux, een ruitenwasser uit Sint-Joost-ten-Node, en de 22-jarige Marc Alouache, zonder beroep, uit Elsene.

Ramboux wordt ervan beschuldigd op 25 december 1981 in de herberg “Le Gypsy’s” te Sint-Lambrechts-Woluwe caféklant Philippe De Brandt opzettelijk te hebben gedood en een poging tot doodslag te hebben gepleegd op herbergier Eric Haemers. Alouache, die Ramboux vergezelde, wordt hoofdzakelijk beschuldigd slagen en verwondingen te hebben toegebracht aan barman François Beckers en herbergklant Francis De Hertog.

Ramboux wordt verdedigd door mrs. P. Mandoux en Eric Vergauwen. Alouache door mrs. Martial Lancaster en Jean-Paul Dumont. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal André Van Oudenhove. Meester Fernande Motte-De Raedt pleit voor de burgerlijke partij. De jury is samengesteld uit 7 dames en 5 heren.

Wat Alouache betreft, deze werd erg jong door zijn ouders in de steek gelaten en aan zijn grootmoeder, aan moeders kant, toevertrouwd. Hij kwam later herhaaldelijk met de jeugdrechter in aanraking. Zijn studies op de lagere school en later in de technische school lieten veel te wensen over. In 1980 werd hij ter beschikking gesteld van de regering wegens verschillende gevallen van geweldpleging. Hij werd toen enkele maanden opgesloten in de gevangenis van Jamioulx. Na zijn vrijlating werd hij lid van de beruchte “Bende van Woluwe”, die gekend stond om haar talrijke aanrandingen.

Deze bende vergaderde meestel in de herberg “Le Gypsy’s” aan de George Henrilaan 411 te Sint-Lambrechts-Woluwe, uitgebaat door Eric Haemers. Als gevolg van een reeks aanrandingen en een overval in een hotel te Diegem werden verschillende bendeleden, onder wie Alouache, aangehouden. Alouache, hoewel zelf veroordeeld, werd door de anderen beschuldigd ze te hebben verklikt. Van dat ogenblik af had Alouache het speciaal gemunt op de uitbater van “Le Gypsy’s”, Eric Haemers, en één van de trouwste klanten van deze herberg, Philippe De Brandt.

Wat Ramboux betreft, deze kende een normale jeugd en zijn ouders stelden alles in het werk om hem een fatsoenlijke opvoeding te geven. Desondanks beantwoordden de studies van Ramboux helemaal niet aan de verwachtingen. Hij was later weinig standvastig op sentimenteel en beroepsvlak. Hij trad in 1974 in het huwelijk met een jonge vrouw die hem weldra een zoontje schonk, maar die hij vrij vlug in de steek liet.

Hij liep toen een veroordeling op wegens een diefstal met geweld en ging wat later samenwonen met een andere vrouw. Hij begon te werken als ruitenwasser. In 1980 liet hij ook deze tweede vrouw in de steek en ging als arbeider werken in het Pasteurinstituut van Brabant.

Hij werd lid van een club van motorrijders, van wie het lokaal was gevestigd in een herberg te Etterbeek. In dat milieu was het dat Ramboux tweede beklaagde, Alouache, ontmoette. Alouache logeerde op dat ogenblik aan de Frankenlaan 51 te Etterbeek. De nacht van 25 december 1981 kwamen Alouache en Ramboux in de herberg “Old Merchant”, Weldoenersplein te Schaarbeek, terecht. Alouache geraakte er handgemeen met Francis De Hertog omdat deze het had aangedurfd de echtgenote van de broer van Ramboux ten dans te vragen.

Wat later, omstreeks 5u ’s morgens, kwamen Alouache en Ramboux opdagen in de herberg “Le Gypsy’s” te Sint-Lambrechts-Woluwe. Een half uur later ontstond een hevig dispuut tussen Alouache enerzijds en café uitbater Eric Haemers anderzijds. Ramboux, die een vuurwapen op zak had, kwam toen tussenbeide door Philippe De Brandt een kogel in het hoofd te schieten en Eric Haemers met een kogel te kwetsen aan de hals. Alouache bracht bij dezelfde gelegenheid barman Francis Beckers talrijke slagen toe.

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 Januari 1985

Ramboux schoot van zeer dichtbij

Tijdens het proces tegen Jean-Luc Ramboux en Marc Alouache, waarbij de eerste beschuldigd wordt van opzettelijke doodslag en poging tot doodslag, en de tweede van het toebrengen van slagen en verwondingen, werden dinsdag verscheidene getuigen ondervraagd voor het Hof van Assisen van Brabant.

Wetsgeneesheren Meersseman en Rillaert zegden dat de twee slachtoffers, Philippe De Brandt en Eric Haemers, door kogels werden geraakt die een horizontale baan volgden. De Brandt kreeg een kogel in het hoofd die de wervelkolom raakte. Zelfs indien hij had kunnen gered worden, zou De Brandt gedeeltelijk verlamd zijn gebleven.

Haemers kreeg een kogel in de hals, die gelukkig geen enkel bloedvat raakte, zodat hij gemakkelijk van zijn verwondingen kon herstellen.

Wapendeskundige Dery verklaarde dat de twee slachtoffers door een 9mm-kogel werden geraakt. De projectielen werden vanop zeer korte afstand afgevuurd. De kogel die De Brandt raakte, werd maximum vanop 1 meter afstand afgeschoten, Haemers werd vanop een afstand van maximum 80 centimeter beschoten.

Daarna was het de beurt aan de psychiaters, de dokters Crochelet en De Lattre, die alleen Ramboux hadden onderzocht. Ze verklaarden dat deze verantwoordelijk is voor zijn daden, al vertoont hij wel bepaalde neurotische trekken. Ramboux is namelijk agressief aangelegd en heeft soms ook angstgevoelens. Volgens de dokters leidde hij een min of meer marginaal leven.

Vervolgens werd Eric Haemers, gewezen uitbater van de “Gypsy’s” te Sint-Lambrechts-Woluwe, waar de feiten zich voordeden, als getuige ondervraagd. Hij zegde Ramboux helemaal niet te kennen. Hij kende wel Alouache als iemand die af en toe zijn café bezocht. Tijdens de nacht van 25 december 1981 hoorde Haemers op een bepaald ogenblik in zijn herberg schieten. Hij zag Philippe De Brandt, dodelijk getroffen door een kogel die afgevuurd was door Ramboux, van de trappen vallen. Getuige wilde toen tussenbeide komen, maar Ramboux vuurde een tweede maal, en raakte Haemers daarbij in de hals.

Barman Francis Beckers was eveneens als getuige opgeroepen, maar verblijft thans in het buitenland. In zijn plaats kwam onderzoeksrechter De Jemeppe getuigen. Tijdens de ondervraging van Beckers had deze verklaard vuistslagen gekregen te hebben van Alouache.

Thierry Smars, die tijdens de nacht van de feiten in de “Gypsy’s” zat, verklaarde dat Ramboux en Alouache onmiddellijk na de feiten met zijn BMW trachtten weg te vluchten.

Nog een getuige was Sylvie, de vriendin van uitbater Eric Haemers. Op het ogenblik van de feiten was ze afwezig. Toen ze in de “Gypsy’s” aankwam, zag ze net Ramboux en Alouache op de vlucht slaan. Caroline, een vriendin van Ramboux, was in de nacht van de feiten samen met Ramboux en Alouache naar de herberg “Old Merchant” gegaan. Ze had er met Ramboux gedanst en vastgesteld dat deze een vuurwapen bij zich had. Ze vroeg hem het vuurwapen af te geven en stak het in haar handtas.

Op het voorstel van getuige werd toen besloten naar de “Gypsy’s” te gaan. Alvorens deze herberg binnen te gaan, reikte getuige de revolver opnieuw aan Ramboux over, want ze wou niet dat klanten in de herberg haar met een vuurwapen zouden zien.

Getuige was in de “Gypsy’s” aanwezig toen Ramboux er begon te schieten. Ze werd daarbij zo bang dat ze de straat opliep en zich achter een voertuig ging verbergen. Een drietal weken na de feiten reisde ze af naar de Verenigde Staten. Ze had ondertussen aan de politie laten geloven dat Alouache en Ramboux naar Frankrijk waren vertrokken.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Januari 1985

Gunstige getuigenissen over Ramboux

In het proces ten laste van Jean-Luc Ramboux en Marc Alouache voor het Assisenhof van Brabant werden woensdagvoormiddag opnieuw getuigen ondervraagd.

Eerste getuige was de moeder van Ramboux. Ze verklaarde het spijtig te vinden voor haar zoon dat hij kennis maakte met Alouache. Ze vertelde ook dat hij samen met Alouache Francis De Hertogh een duchtig pak slaag ging toedienen in de toiletten van een herberg in Schaarbeek. De Hertogh had er namelijk met de schoonzuster van haar zoon willen dansen.

Francis De Hertogh zelf zegde dat hij de nacht van de feiten, op 25 december 1981, in de herberg “Old Merchant” te Schaarbeek met de schoonzuster van beklaagde Ramboux had willen dansen.

De vrouw zelf weigerde in te gaan op zijn verzoek. Wat later toen getuige naar de toiletten was gegaan, werd hij er door beklaagden Ramboux en Alouache afgeranseld. Getuige zegde bij deze gelegenheid te hebben vastgesteld dat Ramboux een vuurwapen bij zich had.

Een gewezen werkgever van Ramboux uit het Pasteurinstituut te Brussel kwam vervolgens als getuige vertellen dat beklaagde ham als een kalme en zachtaardige man overkwam. Het ontbrak Ramboux echter aan de nodige moed om regelmatig te werken, zodat hij ten slotte aan de deur werd gezet.

Daarna was het de beurt aan Brigitte, die van 1977 tot einde 1979 met Ramboux samenwoonde. Ze liet zich erg gunstig uit over deze beklaagde, van wie ze zegde dat hij zich erg genegen toonde.

Wanneer Ramboux ging werken gaf hij steeds al zijn geld af. Hij was niet agressief en ook geen drinker. Getuige schreef de breuk met Ramboux toe aan het verlies van een kindje dat ze van hem had gekregen.

Tijdens de namiddagzitting hield Mr. Mouson zijn pleidooi voor de burgerlijke partij, de familie van het slachtoffer Philippe De Brandt. De advocaat zegde dat De Brandt een vrolijke en levenslustige jongen was, die niemand kwaad zou hebben gedaan. Hij was ook nooit bij enige vechtpartij betrokken. Op het ogenblik van de feiten was De Brandt als kelner in de “Gypsy’s” te Sint-Lambrechts-Woluwe aan het werk.

Toen hij door Ramboux werd bedreigd, meende hij dat diens wapen een alarmpistool was. De Brandt werd met een kogel in het hoofd doodgeschoten zonder enige reden.

Van haar kant pleitte Mr. Fernande-Motte De Raedt voor de familie van Eric Haemers. Laatstgenoemde kreeg een kogel in de nek, maar overleefde gelukkig de feiten. De advocaten zegden dat Haemers, de uitbater van de “Gypsy’s”, bekend stond als een sympathieke, dynamische en moedige man.

Sinds kerstmis 1981 is hij erg veranderd. Hij ontsnapte op het nippertje aan de dood. Hij werd door de kogel alleen maar gekwetst, maar dacht dat hij als gevolg van de opgelopen verwondingen zou sterven.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Januari 1985

Ramboux werd geprovoceerd volgens de verdediging

In het proces tegen Jean-Luc Ramboux en Marc Alouache, kwamen donderdag de openbare aanklager en de eerste advocaat van de verdediging aan het woord voor het Hof van Assisen van Brabant.

Advocaat-generaal André Van Oudenhove zei vooreerst in zijn rekwisitoor dat Alouache, toen hij vrij jong was, door zijn ouders in de steek werd gelaten en door een grootmoeder werd opgevoed. Na het uitzitten van een korte gevangenisstraf werd hij lid van de beruchte “Bende van Woluwe”. Hij werd later veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf wegens deelneming aan een overval op een hotel te Diegem.

In de zaak waarvoor hij thans verschijnt, werd Alouache vrij vlug weer in vrijheid gesteld. Hij werd echter opnieuw aangehouden na diefstallen met geweld te hebben gepleegd in Tervuren en Ukkel.

Ramboux zou zowel in zijn beroeps- als in zijn gevoelsleven een onstandvastig personage zijn. Hij ontpopte zich meer dan eens als een vechtersbaas. De advocaat-generaal gaf vervolgens een uiteenzetting van de feiten. Op 25 december 1981 gaven Alouache en Ramboux Francis de Hertogh in een café te Schaarbeek een duchtig pak slaag om de enige reden dat deze persoon met de schoonzuster van Ramboux had willen dansen. Later in de “Gypsy’s”-herberg te Sint-Lambrechts-Woluwe schoot Ramboux zonder enige reden kelner Philippe De Brandt dood en schoot uitbater Eric Haemers een kogel in de hals.

Meester Eric Vergauwen pleitte vervolgens voor Ramboux. Hij wees erop dat zijn cliënt in een ruzie verwikkeld raakte met kelner Philippe De Brandt. Deze gaf Ramboux op zeker ogenblik een duw, zodat die van de trappen viel en met zijn hoofd tegen een balk terecht kwam, waardoor Ramboux volgens de verdediger enigszins werd geprovoceerd. In een woedebui zou hij dan op de kelner en de uitbater hebben geschoten. Mr. Vergauwen vroeg de jury zijn cliënt schuldig te verklaren aan doodslag en poging tot doodslag en tevens positief te antwoorden op de vraag van provocatie.

Mr. Jean-Paul Dumont zei dat Alouache zeker geen beroepsdief is, of galgenaas. Toen zijn vriend Ramboux in de “Gypsy’s” begon te schieten, kwam Alouache als eerste tussenbeide met de bedoeling de schutter te ontwapenen.

Op het ongelijk van de feiten was het al een hele tijd geledene dat Alouache nog een voet had gezet in de “Gypsy’s”. Tien dagen na de feiten meldde zij zich gevangen bij de politie.

De advocaat vroeg de jury positief te antwoorden op de vraag of Alouache in de herberg Old Merchant te Schaarbeek Francis De Hertogh bedreigde en slagen toebracht. Mr. Dumont vroeg anderzijds om een negatief antwoord op de vraag of zijn cliënt barman François Beckers in de Gypsy’s slagen toediende en op de vraag of hij onmiddellijk na de feiten een voertuig wilde stelen, en ten slotte op de vraag of hij Ramboux, als misdadiger, onderdak verleende.

Vervolgens stelde Mr. Marial Lancaster dat Alouache gemakkelijk voor de correctionele rechtbank had kunnen verschijnen, die hem ongetwijfeld een erg gematigde straf zou hebben gegeven.

De twee burgerlijke partijen, vertegenwoordigd door Mrs. Mouson en Fernande Motte-De Raedt, weerleggen vooral de thesis van de verdediging van Raboux als zou deze geprovoceerd zijn geweest alvorens De Brandt en Haemers neer te schieten.

Advocaat-generaal André Van Oudenhove verwierp eveneens de thesis van de provocatie en ook het argument van de verdediging van Alouache, als zou deze niet het inzicht hebben gehad om met andermans voertuig weg te rijden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Januari 1985

Tien jaar voor Ramboux, twee jaar voor Alouache

Voor het Assisenhof van Brabant werd Jean-Luc Ramboux veroordeeld tot 10 jaar opsluiting, Marc Alouache tot 2 jaar gevangenisstraf.

De jury had hem schuldig bevonden aan de moord op Philippe De Brandt en poging tot moord op Eric Haemers. Over de vraag of hij geprovoceerd werd, oordeelde de jury positief.

Noch Ramboux, noch Alouache werden schuldig geacht aan het stelen van een voertuig, nadat de feiten zich voorgedaan hadden in de “Gypsy’s”.

De jury weerhield werd de vrijwillige slagen en verwondingen die werden toegebracht aan Francis de Hertogh, de man die de schoonzuster van Ramboux had willen ten dans vragen in een Schaarbeeks café.

Zij weerhield ook de wapendracht en het wederrechtelijk in bezit houden van een wapen door Ramboux, maar ze sprak Alouache vrij inzake de heling van personen.

Tenslotte oordeelde zij Ramboux schuldig aan valsheid in geschrifte en het dragen van een valse naam, maar niet aan het gebruik van valsheid.

De openbare aanklager eiste voor Marc Alouache twee jaar opsluiting en voor Jean-Luc Ramboux tien jaar gevangenisstraf, overeenkomstig de feiten waar de jury hen schuldig had aan bevonden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Januari 1985

3,967

(1 replies, posted in Wapenhandel)

Samenvatting:

Begin jaren ’80 werd door de BOB van Halle bij de Brusselse politie een wapensmokkel ontdekt. De smokkel was reeds bezig sinds 1977. Het ging om afgedankte wapens van het kaliber 7.65mm van de Brusselse politie die eigenlijk vernietigd hadden moeten worden. Drie agenten hadden 350 pistolen, die voor vernietiging waren bestemd, evenals 30.000 patronen, verduisterd. De wapens werden verkocht aan verzamelaars en wapenhandelaars of kwamen terecht op de zwarte markt.

Wapensmokkel bij Brusselse politie

De BOB te Halle, die onlangs 35 pistolen van kaliber 7,35mm ontdekte, bracht het voor mekaar een uitgebreide smokkel van afgedankte wapens, ten nadele van de Brusselse politie aan het licht te brengen.

Uit het onderzoek blijkt dat drie personen, onder wie twee politieagenten, niet minder dan 350 pistolen, die voor vernietiging waren bestemd, evenals 30.000 patronen, hadden verduisterd. De agenten zijn: wapensmid Szerny uit Brussel en wapenmaker Van Wilder uit Ganshoren. De derde is een burger, nl. de 37-jarige wapenhandelaar De Coster uit Vilvoorde. Het drietal werd onder arrest geplaatst door onderzoeksrechter Bellemans te Brussel.

Het verdere onderzoek toonde aan dat beide agenten geen enkele moeilijkheid ondervonden om de pistolen te verhandelen omdat er geen controle op hun taak was. De twee verkochten de wapens door aan verzamelaars en handelaars onder wie De Coster.

Bovendien wordt een deel van het Brusselse wapenarsenaal nog vermist. De mogelijkheid bestaat dat bepaalde wapens met geluidsdemper tot in de Verenigde Staten werden verkocht.

De wapensmokkel zou reeds in 1977 zijn begonnen. Wapensmid Szerny is een keurschutter bij het Brusselse politiekorps en kreeg een bijzondere scholing te Parijs.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 September 1981

Onderzoek naar wapensmokkel nog helemaal niet rond

Het onderzoek naar de wapensmokkel bij de Brusselse politie wordt voortgezet. Door toedoen van de BOB van Halle, die al enkele weken een spoor volgde in deze zaak, werden al 11 mensen voorgeleid. Slechts drie van hen bleven echter aangehouden.

Men weet dat de BOB van Halle, onder leiding van adjudant Tuerlinckx, op het spoor kwam van twee leden van het hoofdstedelijk politiekorps die wapens, bestemd voor vernietiging, aan derden voortverkochten.

Twee Brusselse politiemannen werden aangehouden, alsmede een handelaar uit Vilvoorde. Een van de gearresteerde agenten had twintig jaar dienst bij de politie, nadat hij ook tien jaar bij de rijkswacht was geweest.

De BOB van Halle, en vooral opperwachtmeester Nackaerts maakten er een erezaak van om dit op te lossen. Reeds van 11 september zat men op een spoor, maar er kwam veel geduld en speurzin bij te pas om de Brusselse politieagenten te ontmaskeren.

De BOB van Halle heeft in verband met deze wapensmokkel in totaal reeds 11 personen voorgeleid: de drie reeds genoemden, die aangehouden bleven en acht burgers, die vrij spoedig door onderzoeksrechter Bellemans in vrijheid werden gesteld.

Inventaris

De zaak is nog helemaal niet rond. Van de 350 pistolen waarvan wordt gedacht dat ze werden aan de man gebracht, zijn er slechts een 35-tal teruggevonden. Dit gebeurde tijdens huiszoekingen, ondermeer ook te Halle.

Bij de Brusselse politie betreurt men vanzelfsprekend hetgeen is gebeurd. Maar men begrijpt niet hoe een ervaren politieman, zoals de aangehouden wapensmid, zich tot zulke praktijken heeft kunnen lenen.

In de schoot van het Brusselse politiekorps maakt men thans ook een inventaris op, om aan de weet te komen welke soort wapens er zijn verkocht en waar ze zijn terechtgekomen. Men acht het zelfs niet uitgesloten dat er Brusselse pistolen tot in de Verenigde Staten zijn geraakt.

Bron: Gazet van Antwerpen | 29 September 1981

Wapensmokkel bij Brusselse politie op spoor van Amerikaan

Het onderzoek, naar aanleiding van een verdwijning van 350 pistolen bij de Brusselse politie gaat verder. Zopas is het parket van Brussel op het spoor gekomen van een Amerikaan, die de wapens in België kocht en ze naar Amerika liet transporteren. De drie hoofdverdachten in deze belangrijke wapensmokkel zitten reeds achter slot en grendel.

Uit het verdere onderzoek blijkt dat eveneens een massa patronen verdwenen. Men spreekt van enkele duizenden, die ook naar Amerika werden overgebracht. Volgens het verdere onderzoek zijn er heel wat medeplichtigen bij deze gevaarlijke wapensmokkel betrokken.

Alvast zoekt men nog naar de Amerikaanse sheriff die het ganse wapenarsenaal naar Amerika liet overbrengen. Er zijn burgers, die eveneens onrechtstreeks bij de smokkel waren betrokken, gezien zij vertrouwelijk handelden en voor zichzelf een wapen kochten. Voor onwettige wapenbezit of -dracht zijn straffen van 3 maanden voorgeschreven.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 Oktober 1981

Afgedankte politie-pistolen belandden op de zwarte markt

De correctionele rechtbank te Brussel heeft vrijdag vonnis geveld betreffende een handel in 200 afgedankte 7.65mm-pistolen van de Brusselse stadspolitie.

De 53-jarige Louis Czerny, sinds jaren wapensmid bij de stadspolitie en de 36-jarige Francis De Wilder, politieagent te Ganshoren, kregen zes maanden gevangenisstraf met een uitstel voor het gedeelte dat ze nog niet uitzaten, en 6.000 fr. boete.

De 39-jarige Victor Borremans, cafébaas uit Halle, werd tot drie maanden effectieve gevangenisstraf veroordeeld, terwijl de 45-jarige Hubert Decoster, wapenverzamelaar uit Vilvoorde, 12.000 fr. boete kreeg. Zes andere personen bekwamen een boete of opschorting van de uitspraak.

De stad Brussel besloot tussen november 1976 en januari 1982 een 200-tal 7.65mm-pistolen van de politie te vervangen door 9mm GP-wapens. De omwisseling moest zijn voltooid tegen 1985. Agent Czerny werd als wapensmid belast met het vernietigen van alle 7.65mm-pistolen.

Hij bood echter de nog perfect werkende pistolen aan verscheidene wapenhandelaars aan, zonder echter afnemers te vinden. Czerny richtte zich dan tot het wapenarsenaal van Rocourt, dat wel bereid was de pistolen te vernietigen, mits een betaling van 97 fr. per exemplaar.

Bij de proefbank te Luik verklaarde men zich bereid de wapens kosteloos te vernietigen, maar Czerny kreeg desbetreffende geen enkel proces-verbaal.

Ondertussen had Czerny vernomen dat bepaalde verzamelaars tot 5.000 fr. per pistool wilden geven. Via een vriend, politieagent Francis De Wilder, kwam Czerny bij diens schoonvader Victor Borremans, uitbater van een café te Halle terecht. Deze was bereid een hoeveelheid pistolen aan te kopen met de bedoeling ze eventueel te verkopen. Enkele andere pistolen werden overhandigd aan wapenverzamelaar Hubert De Koster uit Vilvoorde.

De rechtbank wees de eis van de burgerlijke partij, de stad Brussel, die een schadevergoeding van 1 miljoen fr. vroeg, als ongegrond van de hand.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 September 1983

3,968

(657 replies, posted in 1983)

(...) In gerechtelijke kringen lijkt men daarentegen alsmaar minder belang te hechten aan de inbreng van Rudy M. (25) uit Sint-Niklaas die begin deze week aan de tand werd gevoeld in verband met zijn mogelijk aandeel in de brutale overval op weverij Wittock-Van Landegem op 10 september 1983.

Rudy M. hoorde eind vorige week zijn aanhoudingsmandaat door de raadkamer bevestigen. Hij wordt beschuldig van het plegen van een hold-up. Of Rudy M. ook betrokken was bij de hold-up te Temse, die twee jaar geleden het leven kostte aan huisbewaarder Jozef Broeders (26) en waarbij zijn echtgenote zwaar werd gewond, staat helemaal niet vast.

Rudy M. geeft toe dat hij een en ander afweet van het gebeuren te Temse, doch hij zegt het ganse verhaal vernomen te hebben tijdens een cafébezoek. Ook in gerechtelijke kringen te Dendermonde zou men alsmaar minder geloof hechten aan de inbreng van Rudy M. Meer nog, men vermoedt dat de verdachtmaking een familiale afrekening is tussen Rudy M. en zijn vroegere echtgenote.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 Oktober 1985

3,969

(392 replies, posted in Mededelingen)

  • De reden waarom dat topic gesloten is, heb ik in het verleden al heel duidelijk uitgelegd. Indien het voor sommige mensen toch niet duidelijk is, mogen ze mij gerust contacteren.

  • Hoe dikwijls heb ik je nu al gevraagd om te stoppen met de term "typetjes" te gebruiken voor forumleden? Ofwel kom je met namen en aanwijzingen en kan ik dit bekijken, ofwel stop je er gewoon mee.

  • Als mensen een ban kregen, is daar altijd een reden voor en wordt die reden ook gecommuniceerd.

  • Indien er terug aanwijzingen zijn tegen Kester, dan hoor ik dat graag en kan ik evalueren of het een reden is om het topic terug te openen.

3,970

(568 replies, posted in Bende Bouhouche-Beijer)

fenix wrote:

Allez Ben, geef het nu maar toe dat ze ook gedurende een tijd jouw winkel overgenomen hebben ...

Indien ze dat gedaan hebben, hebben ze mij er in ieder geval niet voor betaald. wink

Patrick111 wrote:

Aan theorietjes geen gebrek bij Beijer. Elke zoveel jaar komt hij met een nieuw verhaal op de proppen.

Los van de persoon “Beijer” vind ik het aanpassen van je theorie niet verdacht. Er is een gigantisch verschil tussen mijn eerste theorie over de Bende van Nijvel en mijn huidige “ik weet het niet”-theorie, en alle andere theorieën die ik daartussen heb gehad.