Het handeltje van dikke marcel en “baba”
De Nederlanders klagen er over dat zij vanuit België vervuilde waterlopen op hun grondgebied krijgen. “Maar wat moeten wij dan zeggen”, vragen de leden van de antidrugbrigade van de Brusselse gerechtelijke politie zich af.
“Vanuit Nederland wordt heel onze jeugd vervuild met alle soorten drugs, cocaïne, heroïne, cannabis, wat je maar wil. Nederland, vooral dan Rotterdam en Amsterdam, zijn een soort supermarkt geworden voor de kleinere drugdealers, die zich daar telkens gaan bevoorraden.”
Ook “dikke Marcel” moet daar aan gedacht hebben, toen hij eind augustus 1983 vrij kwam. Deze kleurrijke Brusselse figuur, net 35 jaar oud geworden, ziet er veel ouder uit: hij is even kaal als dik en hij heeft al heel wat jaren van zijn leven in de gevangenis doorgebracht.
In de jaren ’70 leerde hij de stiel bij de allerbeste leermeester, Albert “Bruno” Farcy, de man wiens schaduw nog altijd hangt over heel het Brussels milieu. Zijn rol in de zaak-Vienne, zijn rol in de zaak-François, zijn rol in de aanslag op majoor Vernaillen, de manier waarop hij kon ontsnappen uit de gevangenis van Scheveningen, het zijn mysteries waarmee zich nu nog sommige rijkswachters dag na dag bezig houden.
Farcy had een privé-club nabij de Louizapoort. Dikke Marcel was er buitenwipper. Hij stak niet alleen een fooi op zak, maar begon daar ook als kleine verkoper voor Farcy. Later bevorderde Farcy hem tot een soort luitenant en dikke Marcel mocht (uiteraard onder toezicht en mits bepaalde verkoopsafspraken) een eigen club gaan openhouden aan het Sint-Goriksplein.
Toen Farcy's koerier Vienne in oktober 1978 in Pakistan tegen de lamp liep, werd dikke Marcel verklikt. Op 13 maart 1980, werd hij veroordeeld tot zes jaar cel. In de zomer van 1983 kwam hij voorlopig vrij. Die drie jaar cel waren net voldoende geweest om goede contacten te leggen, zo bleek achteraf.
Op 12 januari 1984, werden in Noord-Frankrijk, nabij een grenspost, twee Belgische meisjes aangehouden: Tania Michiels (24) en Dominique Lhoir (31), vriendinnetjes van Castris. Dat was meteen het begin van een resem aanhoudingen, in Nederland, in België, in Frankrijk.
Langzaam maar zeker ontrafelden de politiekorpsen van die landen, maar vooral de brigade van de Brusselse speurder Georges Marnette, het netwerk: aankopen in Nederland bij Noord-Afrikanen en een Libanees, eerste verkooppunten in België, doorvervoer naar Frankrijk met verkooppunten in België, doorvervoer naar Frankrijk met verkooppunten daar (o.m. aanhouding van een Tunesiër) en zelfs naar Zwitserland.
In het Belgische luik van dit dossier staan 17 personen terecht, onder wie een Israëli, een Libanees, een Jordaniër, een Italiaan, een Marokkaan en een Griekse halfbloed-Zaïrees. En heel wat al lang bekende namen.
Volgens de speurders is het hoofd van de bende (of de voornaamste stroman voor Farcy?) de Israëli Marou Hage (53). De koeriersters Tania en Dominique en in mindere mate Chantal, zijn de enigen die spreken. Alle andere ontkennen of zeggen gewoon klanten, kleine kopers te zijn.
Joël Hottart (30), nog een van de spilfiguren, werd in juli 1984, vrijgelaten. door de raadkamer en er kwam geen beroep toen van het parket, vertegenwoordigd door Claude Leroy. Hottart is nu spoorloos.
Spoorloos is ook “Vicky” Vanobbergh, ontsnapt uit de gevangenis en indertijd al in het eerste proces-Castris. Eén van de kleine verkopers was Vassilos Macrides, bijgenaamd “Baba”, een bekend figuur(tje) in het milieu. Ook bekend zijn Francis Meert (30) uit Evere, Elie Spletinckx (28) uit Schaarbeek en Francis Van Binst (27) uit Sint-Gillis-Brussel, al rekent men hen eerder tot de wapentrafikanten.
Verder bij de betichten nog een zakenman, die “verbruik” toegeeft, een kapper, de Ukkelse uitbater van de “Number One”, de Jordaniër Elias Shiber en de Marokkaan Hassan Hejli, die Castris in de gevangenis had leren kennen. Hejli werd immers op 10 juli 1980, veroordeeld tot 7 jaar cel wegens deelneming aan de overvallen, georganiseerd door zijn vriend François Besse.
Hejli kwam zonder Besse voor de rechter want toen Besse een rechter gijzelde, om uit het Brussels Justitiepaleis te ontsnappen, vroeg hij zijn vriend Hejli om mee te gaan. Maar Jejli bedankte...
Al die gevaarlijke kerels moeten zich nu verantwoorden. Het proces vindt plaats in de 22ste kamer bis van de correctionele rechtbank Brussel en de veiligheidsmaatregelen zijn streng. Voorlopig is men nog aan het verhoor toe.
Bron: Het Laatste Nieuws | 6 Februari 1986
Rechtbank verdeelt 107 jaar cel onder 13 heroïnesmokkelaars
De 22ste kamer bis van de correctionele rechtbank te Brussel, voorgezeten door mevr. Voorspoels, heeft woensdag in totaal liefst 107 jaar gevangenisstraf en ruim 15 miljoen fr. boete uitgedeeld aan een internationale bende heroïnesmokkelaars onder wie de beruchte Marcel Castris, alias “dikke Marcel”.
Hij was de luitenant van Albert “Bruno” Farcy, de voortvluchtige “caïd” van de Brusselse onderwereld, die een rol speelde in de zaak-Vienne, de zaak-François en de aanslag op majoor Vernaillen, en die ontsnapte uit de gevangenis van Scheveningen, in Nederland Zeventien betichten stonden gisteren terecht te Brussel. Vier van hen werden wegens twijfel vrijgesproken: de Israelier Marou Hage (53), Claudio Valessia (31) uit Jette, Elie Spletinckx (28) uit Schaarbeek en Francis Van Binst (27) uit Sint-Gillis-Brussel.
De zaak ging aan het rollen toen op 12 januari 1984 te Bettignies (Frankrijk), op de weg naar Maubeuge, twee Belgische vrouwen werden aangehouden: Tania Michiels (24) en Dominique Lhoir (31), vriendinnetjes van Castris. In de portieren van hun huurauto zat meer dan 2 kilo heroïne verborgen.
De vrouwen bekenden dat zij al eerder, eind december 1983, drugs van Nederland naar Parijs hadden overgebracht langs België om. De aanhouding van Tania Michiels en Dominique hoir leidde tot nog een reeks arrestaties in Nederland, Belgie en Frankrijk.
Tientallen kilos's heroïne werden in Nederland gekocht bij Noord-Afrikanen en een Libanees en verkocht in België, Frankrijk en zelfs Zwitserland en Spanje.
Van de 17 betichten werden er gisteren twee bij verstek veroordeeld: Joël Hottart (30), uit Sint-Jans-Molenbeek, die in juli 1984 door de raadkamer werd vrijgelaten en sedertdien onvindbaar is, en Vicky Vanobbergh (35), die uit de gevangenis ontsnapte. Hottart kreeg 6 jaar cel en 180.000 fr. boete en Vanobbergh 10 jaar en 600.000 fr. boete.
De zwaarste straffen kregen de Jordaniër Elias Shiber (48) en de Marokkaan Hassan Hejli (29): elk 20 jaar gevangenis en 6 miljoen fr. boete!
Shiber is een beruchte drugsmokkelaar, die als het brein achter het hele drugnet wordt beschouwd. Hejli was zijn rechterhand. Hij zorgde voor de verdeling van de heroïne in België en voor het doorsmokkelen naar het buitenland.
Hejli begon zijn “loopbaan” als overvaller, samen met de beruchte gangster François Besse, die destijds in de Brusselse raadkamer rechter Jos Durant gijzelde om te ontsnappen. Deze gijzeling gaf aanleiding tot de zaak-Graindorge.
Hejli werd wegens de overvallen in juli 1980 veroordeeld tot 7 jaar cel maar hij werd tamelijk vlug vrijgelaten en het land uitgezet. Hij vestigde zich in Nederland, waar hij zich met drugsmokkel ging bezighouden.
Marcel Castris kreeg dit keer 12 jaar cel en 1.800.000 fr. boete. In maart 1980 was hij al tot 6 jaar gevangenisstraf veroordeeld nadat hij door Joseph Vienne (de koerier van Farcy) was verklikt als kopstuk van de Belgische heroïneverdeling.
De overige betichten werden tot lichtere straffen veroordeeld. Dominique Lhoir kreeg 5 jaar cel, Tania Michiels 3 jaar, Chantal Nemec (De vriendin van de voorvluchtige Hottart) eveneens 3 jaar, André Gerady uit Elsene 5 jaar en 600.000 fr. boete, de kleine verkoper “Baba” Macrides 6 jaar en 300.000 fr. boete, Francis Meert (30) uit Evere 7 jaar en 60.000 fr. boete, Moïse (33) 3 jaar en 60.000 fr. boete en Constant Hormans (32) 7 jaar en 180.000 fr. boete.
Bron: Het Laatste Nieuws | 13 Maart 1986