1,451

(0 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Wat? Een overval op discotheek Mini Mil, één man komt om het leven en twee anderen raken gewond.

  • Wanneer? 20 Juni 1987, rond 5u ’s ochtends

  • Waar? Discotheek Mini Mil, Hoogstraat 346 in Brussel » Google Maps

  • Wie? Giovanni Torrice

  • Status: Opgelost

De dader werd in november 1989 veroordeeld tot levenslange dwangarbeid.

Bloedige overval in Brusselse discotheek

Een jonge klant verloor zaterdagochtend het leven in een Brusselse discotheek. Ook een tweede klant en de uitbater van de zaak werden door kogels gekwetst. Zij werden de slachtoffers van een schietpartij waarvan de dader, een Italiaan die er een overval wou plegen, even later door de Brusselse politie kon ingerekend worden, na een tweede schietpartij op straat.

Het was zaterdagochtend omstreeks 5u toen de 33-jarige Italiaan Giovanni T. in de Hoogstraat 346 te Brussel de discotheek “Mini Mil” binnenstapte, met een zware revolver in de hand naar de kassa liep en er het geld eiste. Toen de uitbater van de zaak, de Belg Jean, weigerde toe te geven aan de eis, opende de kerel onmiddellijk het vuur op de uitbater die door een kogel werd geraakt.

Onmiddellijk sprongen enkele van de nog aanwezige klanten op de kerel om te trachten hem te ontwapenen. Maar de overvaller vuurde nog verscheidene kogels af. Vanop korte afstand trof hij de 17-jarige Turk J.T., die onmiddellijk dood neerzeeg, en nog een tweede klant, de Italiaan Vincenti.

Al bij het eerste schot was vanuit een aanpalend vertrekt naar de Brusselse politie gebeld die toevallig een patrouille in de buurt had. De wilde schutter moet beseft hebben dat de politie snel ter plaatse zou zijn. Om zich een weg naar buiten te banen, aarzelde hij immers niet om eerst met het hoofd een glazen deur in te deuken om daarna door een raam de straat te bereiken. Bij die ontsnappingspoging hield hij van de glasscherven een snijwonde over aan het hoofd.

De politiepatrouille was inmiddels al op de plaats van het gebeuren, maar de kerel slaagde er toch nog in ongeveer 100m verder te lopen, tot bij de gebouwen van de “Brusselse Haard”, tegenover het Sint-Pieters-ziekenhuis. De agenten vuurden verscheidene schoten af in de lucht en slaagden er uiteindelijk in de overvaller te overmeesteren en op te leiden. Zijn wapen had hij in de discotheek achtergelaten. De man werd met het bewijsstuk onmiddellijk naar het Brusselse gerechtsgebouw gebracht waar hij voor de onderzoeksrechter nochtans weigerde enige bekentenis af te leggen.

Hij werd niettemin wegens doodslag en poging tot doodslag onder bevel tot aanhouding geplaatst. De gekwetste uitbater en ook de getroffen tweede klant ondergingen na de feiten een heelkundige bewerking in het Sint-Pieters-ziekenhuis. Zondag werd vernomen dat hun leven niet meer in gevaar was.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Juni 1987

Moordende schoten in Brusselse bar

Moord, moordpoging en poging tot gewelddadige diefstal zijn de drie beschuldigingen waarvoor vanaf maandag de 35-jarige Italiaan Giovanni Torrice zich zal moeten verantwoorden voor het Assisenhof van Brabant. De ochtend van 20 juni 1987 schoot Torrice in een Brusselse dancing Cuneyt Teker dood. Jean-Claude Godeau, een klant, en uitbater Vincente Guillen Jareno werden gewond.

Waarom Giovanni Torrice geschoten heeft, is niet geweten, maar de mogelijkheid wordt niet uitgesloten dat hij de inhoud van de kassa wou bemachtigen. Giovanni Torrice, die sedert begin mei 1987 in ons land verblijft, kwam om 4u30 de “Mini Mil” aan de Hoogstraat 346 te Brussel binnen. Een half uur later vielen de schoten. Tevoren nam Torrice een drietal drankjes en betaalde ze. Via een klant, die Italiaans sprak, vroeg Giovanni aan de barman of hij naar zijn land kon bellen. Deze antwoordde ontwijkend omdat hij de zaak wou sluiten.

Omstreeks 5u, toen dancing-baas Jaren met de inkomsten, groot 15.000 fr., wilde buitenstappen werd hij door Torrice aangeklampt. Deze richtte een revolver op Jareno en schoot twee tot driemaal. De eerste keer zou hij in de lucht geschoten hebben en vervolgens op de uitbater. Jareno werd in een vinger en de bil geraakt. De baas, de barman en de late klant vluchtten naar de keldertrap en verwittigden de politie.

Torrice stapte ondertussen naar Cuneyt Terek en Jean-Claude Godeau die bij de toog stonden en eisten van hen de inhoud van de kassa. Omdat Cuneyt Teker niet vlug genoeg reageerde schoot Torrice hem neer. Hij zou later overlijden. Jean-Claude Godeau, die een glas naar Torrice’s hoofd gooide, werd zwaar gewond. De dader vluchtte maar werd al snel op straat door de politie aangehouden.

Ondanks zijn psychopathische persoonlijkheid werd Torrice wel in staat geacht zijn daden te beheersen. In zijn vaderland heeft hij een gerechtelijk verleden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 November 1989

Giovanni Torrice veinst geheugenverlies

“Ik kan me niets meer herinneren”. Met dat antwoord op de vragen van voorzitter Wezel volhardde beklaagde Giovanni Torrice, een 35-jarige Italiaan, maandag in de houding die hij reeds vanaf het begin van het onderzoek heeft aangenomen. Deskundigen hebben intussen bevestigd dat het duidelijk om geveinsd geheugenverlies gaat en daar werd de jury door de voorzitter aan herinnerd.

Torrice wordt beschuldigd van moord, poging tot moord en poging tot diefstal met geweld op 20 juni 1987. Die dag, omstreeks 5 uur ’s morgens, loste hij in de dancing "Mini Mil" aan de Brusselse Hoogstraat met een pistool verscheidene schoten op de aanwezigen.

Daarbij werd Cuneyt Tekker gedood, Jean Godeau zwaar gewond en uitbater Jareno door twee kogels getroffen. Tijdens de ondervraging van maandag wenste Torrice ook geen vragen over zijn familie te beantwoorden, maar uit het onderzoek is gebleken dat hij stamt uit een gezin van zeven broers en vier zusters, dat hij zeer jong in een instelling voor delinquente jeugd terechtkwam en dat hij een diploma van mecanicien behaalde in zijn geboortestad Casino.

Parafinnetest

“Ben je destijds naar Belgie gekomen omdat je in Italië met politieke moeilijkheden zat?" vroeg de voorzitter. "Zo zou je het kunnen stellen", was het laconieke antwoord van beklaagde. Hij voegde eraan toe dat hij in feite naar Groot-Brittanie wou om er bij een zuster in te trekken.

Onderzoeksrechter mevrouw Coppieter-Wallant getuigde dat Torrice de onderzoekers onder meer verweet geen paraffinetesten te hebben uitgevoerd. Mr. Lancaster, die opkomt voor het slachtoffer Godeau, vroeg zich hierbij af "of iemand die een dergelijke test eist niet zeer goed op de hoogte is van alles wat met wapens te maken heeft”. “In mijn 10-jarige loopbaan als onderzoeksrechter was het de eerste keer dat ik een verdachte zo iets hoorde vragen", antwoordde mevrouw Coppieters.

Daarop wilde advocaat-generaal Fischer weten of Torrice ooit berouw toonde. “Nooit”, zei de onderzoeksrechter, "maar wel heeft hij zich beklaagd over het feit dat Jean Godeau niet werd vervolgd, want die had hem gewond door hem een glas in het gelaat te slingeren”.

Bioloog Schmitz getuigde daarna dat beklaagde op het ogenblik van de feiten 1,65 promille alcohol in het bloed had en barbituraten had geslikt. Aangenomen kan worden dat hij daardoor nog mer onder invloed geraakte.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 November 1989

Getuigen spreken elkaar tegen

Geen enkele persoon die in de Brusselse bar "Mini Mil" aanwezig was toen Giovanni Torrice er een klant dood schoot en een andere zwaar verwondde heeft iets gemerkt van twist of heibel. Dat getuigden ze gisteren voor het Assisenhof van Brabant. Oneens waren ze het wel over het feit of Torrice de kassa had geëist. Sommigen hadden die eis gehoord onmiddellijk nadat beklaagde Cuneyt Teker had doodgeschoten. Anderen hadden niets gehoord.

Tegenstrijdige getuigenissen waren er eveneens over een kort vuurgevecht buiten de bar. Een getuige hield vol dat dit gebeurde, maar volgens het onderzoek gaf Torrice zich over nadat de politie een enkel waarschuwingsschot had afgevuurd.

Zekere Filomena die sinds lang bevriend is met de familie van Torrice, en haar vriend Alfredo waren het ook al danig oneens. Bij Filomena was een pistool gevonden waarvan het nummer op dezelfde wijze was weggeveild als bij het moordwapen. Het pistool was door Alfredo in een bar gevonden, maar "hij zou dat zeker niet verkopen aan Torrice", zei Filomena. Alfredo ontkende ook een eventuele verkoop.

Ze zaten echter op een heel andere lijn toen gevraagd werd of Alfredo Torrice kende. Filomena getuigde dat ze beiden aan elkaar had voorgesteld. Alfredo stelde Torrice nooit gezien te hebben voor de feiten. Daarop zwakte Filomena haar getuigenis of tot "dat ze meende hen aan elkaar te hebben voorgesteld", maar "het kon ook zijn dat Alfredo er toen niet met zijn gedachten bij was".

Op de getuigenstoel zat dinsdag ook de 32-jarige Jean-Claude Godeau die door Torrice zeer zwaar werd verwond. Hij lijdt gedeeltelijk aan geheugenverlies en is niet zeker of hij nog ooit zal kunnen werken. Toen Godeau de eerste schoten hoorde dacht hij aan een grap, maar zag de man naast hem aan de toog neervallen. Vooraleer hij zich realiseerde wat er gebeurde kreeg hij een kogel in de keel. Godeau stelde dat hij niemand beklaagde heeft zien provoceren of aanvallen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 November 1989

Driemaal schuldig en levenslange dwangarbeid voor Italiaan

De jury van het assisenhof van Brabant heeft Giovanni Torrice schuldig bevonden aan de dood van de jonge Teker in de dancing "Le Mini Mil" op 20 juni 1987. Hij werd eveneens schuldig bevonden aan een poging tot doodslag op Godeau, en aan een poging op op onrechtmatige wijze de som van 15.000 fr. ten nadele van Vicente Guillen, eigenaar van de uitspanning.

Op de vragen of er provocatie was geweest antwoordde de jury neen. "Ik zie geen enkele verzachtende omstandigheid in hoofde van de beschuldigde", zo had advocaat-generaal Fischer gepleit. Een rechtvaardige straf is een straf die aanvaard wordt, waarvan men het einde niet ziet en de rekening niet kan maken. Een straf die niet begrepen wordt, zou onrechtvaardig zijn, repliceerde meester Bosquet.

In hun arrest, dat om 22.15 u. werd voorgelezen, veroordeelden de gezworenen Torrice tot levenslange dwangarbeid, en een dwangsom van 300 fr. als bijdrage tot het hulpfonds voor slachtoffers van moedwillige gewelddaden.

De verdedigers van Giovanni Torrice hebben donderdag de twijfel gepleit. Ze stelden bovendien dat de afgevuurde schoten een ongeval waren. De advocaten haalden getuigenverklaringen aan volgens dewelke de uitbater van de bar waar de feiten zich afspeelden zich nog voor de schoten vielen in de kelder had verstopt. Volgens pleiters wees dit erop dat voordien verwoed was gevochten. Nochtans hebben alle getuigen voor het hof verklaard dat het zeer rustig was voor de schietpartij.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 November 1989

1,452

(97 replies, posted in Bewijsstukken)

In PV 21290, van 16 februari 1988, schrijft commissaris Alain Bertrand:

(...) il résulte que, selon Bouhouche Madani, interpellé par leur service, le canon Ingram 9mm découvert chez le nommé Beijer Robert lors d'une visite domiciliaire en date du 1.10.87 serait le canon d'origine de son pistolet mitrailleur Ingram 9mm acheté le 29.12.83 à l'armurier Dekaise et portant le numéro B2531.

1,453

(1 replies, posted in Wapenhandel)

Arnold Higny was een crimineel uit de regio van Luik die pooiers is geweest, enkele bars had en een handel in tweedehandswagens had. In oktober 1975 werd ontdekt dat hij betrokken was bij een grote wapenhandel. Hij was echter voordien naar het buitenland gevlucht. In februari 1979 werd hij in Duitsland gearresteerd en werd hij uitgeleverd aan België.

Hij slaagde er in om een paar uur te ontsnappen. Enkele dagen later pleegde hij zelfmoord in zijn cel.

Obus maakt dode te Bastenaken

Maandagmorgen vond Joseph Duterme (51) de dood toen een obus in zijn tuin, rue des Remarts te Bastenaken, tot ontploffing kwam. De h. Duterme poogde het springtuig te demonteren in een bijgebouwtje van zijn woning. Talrijke ramen in de buurt vlogen aan scherven en stukken van de bom werden tot vijftig meter verder gevonden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Oktober 1975

Wapensmokkel met Luik als centrum

Hoge politiefunctionarissen van de recherche verklaarden ons gisteren onomwonden dat de ontdekking van wapentrafiek te Luik een hoogst ernstige zaak is. Drie personen zijn reeds aangehouden doch een kopstuk van de bende is onvindbaar.

Voor de speurders komt het er vooral op aan te weten voor wie de wapens, die te Bastenaken en te Luik werden gevonden, bestemd waren.

Voor die wapensmikkel op grote schaal worden verscheidene hypothesen geformuleerd. Zo werden ondermeer de namen genoemd van de IRA, de Baskische ETA en de Baader-Meinhoffgroep (ja, zelfs van TAK en Were Di).

Veel aandacht van de recherche gaat ondermeer ook naar Afrika en meer bepaald naar Tsjaad. Daar wordt sedert vele maanden de Franse archeologe Françoise Claustre door rebellen vastgehouden. Nu heeft de leider van die opstandelingen, Hissène Habré, reeds herhaaldelijk op wapens aangedrongen bij Frankrijk als ruilmiddel voor de vrijlating van Mw. Claustre. Frankrijk weigert daar echter op in te gaan. Moesten die wapens dan uit België komen?

Men weet dat tijdens een verkeerde bewerking aan een obus te Bastenaken, de 51-jarige Joseph Duterme om het leven kwam en dat de speurders toen een echt wapenarsenaal in zijn woning aantroffen.

Rijkswachters zochten toen ook dadelijk in het Luikse en vonden bij Denise Deneffe nog meer wapens. Ondermeer mitrailleur-geweren van het Amerikaans leger, van het type dat in Vietnam werd gebruikt. Ook Amerikaanse “Mac Ingrams”, mitrailletten met geluidsdempers. Er wordt gefluisterd dat het met zulk een wapen is dat onlangs een Spaans politieagent werd gedood.

De BOB-afdelingen van Luik en Seraing schaduwden reeds enkele tijd het huis dat door de 51-jarige Denis Deneffe werd bewoond. De trafikanten moesten aangehouden worden nadat verscheidene kilo’s springstoffen afgeleverd waren.

De toevallige ontploffing te Bastenaken deed de recherche gedeeltelijk achter het net vissen. Want behalve de reeds genoemde Denise Deneffe en de 23-jarige Concetta Dolcimascolo werd tot nog toe slechts één medeplichtige aangehouden: de 25-jarige Francis Simonis uit Beyne-Heussay, een Luikse gemeente nabij Fléron.

Belgische huurling

Nu is het zo, dat omtrent de echtgenoot van Mw. CIaustre allerlei geruchten de ronde doen. Sommigen beweren dat hij ook in Tsjaad gevangen zit. Anderen maakten er melding van dat hij de jongste tijd herhaaldelijk nabij de Frans-Belgische grens werd gezien.

Hij zou er in gezelschap zijn geweest van een indertijd bekende Luikse huurling en van de Franse fotograaf Raymond Depardon. Deze journalist werd begin oktober aan de Belgische grens door de Parijse politie aangehouden. Hij mag voortaan het grondgebied van Frankrijk niet meer verlaten. De activiteiten van Pierre Ctaustre, de echtgenoot van de Franse gijzelaarster in Tsjaad, worden immers van naaldje tot draadje onderzocht. Men vraagt zich nu af wat Raymond Depardon, Pierre Claustre en de Belgische huurling uit de tijd van Jean Schramme in ons land van plan waren. Het wordt niet uitgesloten geacht dat ze wapens kwamen kopen om dan via het vliegveld van Luxemburg-stad, aan boord van een cargo van een privé-maatschappij, naar Tsjaad te vliegen.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de in Bastenaken en Luik ontdekte wapens voor Pierre Claustre waren bestemd. Maar de Belgische recherche doet al het nodige om er het fijne van te weten. Eén zaak is zeker: in de hoogste gerechtelijke kringen te Brussel betreurt men dat de wapentrafiek nu reeds aan het licht kwam. Want meteen werden de mannen achter de schermen gealarmeerd en vele sporen uitgewist.

Gisteren vertrokken ook politiemannen van Interpol-België naar verscheidene buurlanden, waar eventuele afnemers van de Belgische wapens een onderkomen vinden. Ook naar Wiesbaden voor een contactname met de Duitse Kriminalpolizei. Nochtans meent men dat de ontdekte wapen niet voor de Baader-Meinhoffbende bestemd waren. Aanhangers van deze anarchistische groep stelen immers zelf al wat ze nodig hebben. Ook gelooft men in speurderskringen niet dat de wapens voor het Belgische milieu bestemd waren. Bij ons gebruikt de onderwereld weinig of geen springstof.

Zes bankrekeningen

Gaat de ontdekte wapentrafiek nog alle mogelijke richtingen uit, dan zijn gespecialiseerde diensten van de rijkswacht ook met man en macht op zoek naar de 42-jarige Arnould Higny, uit Fléron, die het brein van de wapentrafiek wordt genoemd. Deze kerel is eigenaar van verscheidene bars waaronder ook de “Suzy Bar” in het West-Vlaamse lngelmunster.

De dienster van deze bar, Conchetta Dolcimascolo, liep reeds in de val toen ze zich te Luik, in bezit van 100.000 fr., aanbood bij Denise Deneffe waar de speurders reeds een echt wapenarsenaal hadden aangetroffen.

Arnould Higny is overigens geen onbekende voor het gerecht. Enkele maanden geleden werd te Valenciennes een Spanjaard uit Luik gearresteerd wat toeliet het spoor naar wapentrafiek In de "vurige stede”, door t trekken. Want in de bestelwagen van de Spaanse Luikenaar vonden Franse rechercheurs wapen die door Arnould Higny werden geleverd. Overigens vond de politie bij een huiszoeking daar 250 mitrailletten van het “Sten”-type.

Arnould Higny was echter niet thuis en is sedertdien spoorloos. Tegen hem werd toen reeds een aanhoudingsmandaat opgesteld nadat hij reeds een veroordeling tot één jaar gevangenis bij verstek had opgelopen wegen bedrog bij de verkoop van tweedehandswagens. Want officieel is Arnould Higny handelaar in dergelijke auto's. Van deze man is ook geweten dat hij verscheidene chauffeurs in dienst heeft en houder is van zes verschillende bankrekeningen. Zijn internationale contacten worden zeer belangrijk genoemd. Hij verkocht aan de meest biedende. Zowel Belgische als buitenlandse belangstellenden.

De Luikse wapenbende moet over enorme financiële middelen beschikken om zich zo een voorraad wapens van alle slag te kunnen aanschaffen. De verkoop van dergelijke illegale wapens brengt echter ook veel op Zo kunnen zogeheten afgedankte militaire “Sten-“mitrailletten voor een kleine 500 fr. worden aangeschaft en verder verkocht tegen 10.000 fr., een mitrailleur-geweer zelfs tegen 30.000 frank.

Gisteravond waren alle rijkswachtdiensten van België in de bres gesprongen om een spoor te vinden van Arnould Higny. Zijn aangehouden vriendin Conchetta Dolcimascolo had de speurders desbetreffende nog niet veel wijzer gemaakt. De politie zoekt ook de man die de wapens van Bastenaken naar Luik overbracht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 Oktober 1975

Nu ook geweren en pistolen ontdekt te Brussel

De rijkswacht van Luik ontplooide gisteren een grote activiteit om het net van de aldaar ontdekte wapensmokkel volledig op te rollen. De man die het brein van de wapenbende wordt genoemd, de 42-jarige Arnold Higny, een éénarmige kerel uit Fléron, liep echter niet in de val. Hij zou zich in het buitenland ophouden ofschoon hij nog zeer onlangs in Bastenaken werd opgemerkt.

Woensdag, maar daarover wordt voorlopig nog het stilzwijgen bewaard, hebben speurders ook tien geweren en vier pistolen ontdekt te Brussel, in de buurt van de Waversesteenweg. De man, die werd aangehouden, zou geen onbekende van het gerecht zijn.

Twijfel

Aangenomen wordt echter dat deze nieuwe wapenvondst geen uitstaans heeft met de veel grotere ontdekking in Bastenaken en Luik. Er bestaat overigens, omtrent deze zaak, ook nog veel twijfel. De recherche is er gisteren niet zo erg op vooruitgegaan. De vooropgezette hypothese dat de wapens bestemd waren voor de IRA, ETA, Baader-Meinhoff, rebellen in Tsjaad, worden nog altijd weerhouden.

Wel is gisteren gebleken dat de Franse veiligheidsdiensten veel interesse vertoonden voor de in Luik onderschepte wapens. Wat dan weer laat veronderstellen dat men in Parijs toch wil nagaan of de "Luikse wapens" inderdaad niet voor Hissène Habré, de rebellenleider in Tsjaad waren bestemd.

Deze 35-jarige nomaad, die ervan droomt ooit de Mao van Afrika te worden, eist immers wapens als ruil voor de vrijlating van Française Treinen (mw, Claustre) die in Tibesti - het noorden van Tsjaad - reeds 18 maanden wordt vastgehouden. De Franse veiligheidsdiensten weten immers maar al te goed dat kennissen van Pierre Claustre nu en dan aan de Belgische grenzen werden
opgemerkt.

Transport

Trouwens een zekere Oligarai heeft geweigerd geld aan Pierre Claustre te geven omdat, zo vertelde hij, dit bedrag werd besteed voor de aankoop van wapens die in België op transport wachten of hebben gewacht. Andere bronnen, die we gisteren hoorden, menen echter te weten dat de wapens voor Tsjaad reeds in een naburig Afrikaans land, dat niet nader werd genoemd, liggen opgestapeld. Een Belgische maatschappij zou daar overigens meer van afweten.

Hoe dan ook, een ding is zeker: de wapensmokkel in België floreert momenteel als nooit te voren.
Anderzijds heeft het Taalactiecomité, bij monde van zijn voorzitter Piet Depauw, scherp gereageerd omdat in sommige kringen ook de naam van TAK als mogelijke afnemer van de wapens werd genoemd. Onze enige wapens, aldus Piet Depauw, zijn het sarcasme, de humor en de stuntacties. De voorzitter van TAK gelooft dat men met deze geruchten te verspreiden het Taalactiecomité in diskrediet wil brengen met het oog op de betoging van 26 oktober te Brussel...

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Oktober 1975

Verdachte nr. 1 van wapensmokkel onvindbaar

Overal in België en ook in het buitenland werd gisteren gezocht naar de 42-jarige Arnold Higny uit Fléron, die het kopstuk blijkt te zijn van een goed georganiseerde bende van wapensmokkelaars. De jacht werd ontketend nadat te Bastenaken en eveneens te Luik een clandestiene wapenopslagplaats werd ontdekt.

Drie personen, onder wie twee vrouwen, werden inmiddels aangehouden. Maar Arnold Higny, die naar verluidt reeds in 1963 Zuid-Tirolers leerde omgaan met springstof, bleef ook gisteren uit de vang armen van de speurders.

Zorgens

Trouwens Higny weet al lang dat hij wordt gezocht en dat de Belgische grond hem te heet onder de voeten is. Niettemin zou hij nu en dan in het Luikse zijn opgedoken. Het vermoeden bestaat dat deze wapentrafikant over trouwe aanhangers beschikt bij wie hij - niemand weet waar - een veilig onderkomen heeft gevonden. Higny wordt afgeschilderd als een grote figuur uit het milieu en ook als een snugger zakenman.

Men weet ook dat zijn 23-jarige vriendin Conchetta Lolcimascolo werd aangehouden doch tijdens ondervragingen trekt ze doorgaans haar schouders op. Ze weet van niets.

Andere zorg van de speurders: de bestemming van de ontdekte wapens. Dat blijft voorlopig nog een raadsel en het gerucht dat Pierre Claustre, de man van de in Tsjaad vastgehouden Franse etnologe onlangs in Brussel en ook in Herstal werd gezien, kon gisteren niet worden bevestigd. De recherche houdt het voor mogelijk dat de aangetroffen wapens voor de rebellenleider uit Tsjaad bestemd waren. Andere speurders menen echter dat men in een andere richting moet zoeken.

Touwtjes

Er zijn nog veel duistere punten in het onderzoek maar zeker is wel dat Higny wapens verkocht die ook in het Belgisch milieu verzeild geraakten. Higny, wiens “zakencijfer” in de miljoenen liep, werkte ook samen met de Gentenaar Dauwe, die onlangs voor wapentrafiek tot vier jaar gevangenisstraf werd veroordeeld.

Wordt Higny als de “caïd” van een groots opgezette wapensmokkel beschouwd, dan gaat men er ook van uit dat nog een ander super-zware jongen de eigenlijke touwtjes van de organisatie in handen heeft.

Naar aanleiding van de berichten als zouden de in Luik ontdekte wapens mogelijk voor het Taalaktiekomitee zijn bestemd, heeft de voorzitter van TAK klacht ingediend bij de procureur-generaal te Gent wegens laster, eerroof en inbreuk op het privé-leven.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Oktober 1975

Wapenhandelaars voor rechtbank van Luik

De correctionele rechtbank van Luik begon de behandeling van een zaak van wapenhandel, die in oktober 1975 in Luik werd ontdekt. Er zijn twaalf beschuldigden. Niet allen zijn zes echter dinsdag voor de rechtbank verschenen. Hoofdverdachte is de 69-jarige Arnold Higny uit Fléron. De man verscheen niet ter zitting. Hij wordt ervan verdacht de leider te zijn van een net van wapentrafikanten. Hij wordt zowel in België als in andere Europese landen naarstig gezocht.

Een lid van de gerechtelijke politie van Luik verklaarde tijdens de eerste zitting dat deze zaak van wapenhandel zo ingewikkeld is dat zelfs de speurders er niet alle elementen van kennen. De zaak kwam aan het licht toen in Bastenaken een geheim wapenarsenaal in de lucht vloog en de eigenaar ervan om het leven kwam.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Mei 1976

Voortvluchtige Higny schreef brief

De correctionele rechtbank van Luik heeft dinsdag een zesde zitting gewijd aan een zaak van wapenhandel waarvan twaalf personen beschuldigd worden.

De hele affaire begon in oktober vorig jaar met de ontdekking van een wapenopslagplaats te Luik, nauwelijks enkele uren nadat een hevige ontploffing een andere clandestiene opslagplaats te Bastenaken in de lucht liet vliegen. Daar viel een dode, nl. eigenaar Duterme.

In Luik werden door de opsporingsdienst machinepistolen, granaten, duizenden patronen en een machinegeweer gevonden. De belangrijkste betichte, Arnold Higny (43) uit Fléron, is intussen nog steeds voortvluchtig. Tegen hem werd een internationaal aanhoudingsmandaat uitgevaardigd. Nochtans dook Higny dinsdagmorgen even op, maar dan per brief.

De voorzitter van de rechtbank, Knaepen, ontving van de man een lang schrijven, waarin deze zijn verontwaardiging uit over de beschuldigingen aan zijn adres vanwege andere betichten, ondermeer van wapenhandelaar Corman uit Hamoir. Higny beschuldigt Corman ervan dubbel spel te hebben gespeeld door zich enerzijds aan te bieden als tipgever van de BOB en door zich anderzijds te verzekeren van belangrijke winsten op wapenleveringen.

Higny heeft het eveneens op precieze manier over de handelswijze van bepaalde onderzoekers, die hij aan de kaak stelt. De hoofdbetichte erkent weliswaar zijn aandeel in de zaak, maar houdt vol slechts te zijn opgetreden als geldschieter. Bij het begin van de zitting werd de ganse brief voorgelezen. Voor het overige was de zitting gewijd aan getuigenverhoren. Op 15 juni wordt de zaak voortgezet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Juni 1976

Wapenhandel voor Hof van Beroep te Luik

Voor het Hof van Beroep van Luik werd donderdag, onder voorzitterschap van de h. Moreau, de zaak van wapenhandel voortgezet waarvan de hoofdverdachte Arnold Higny nog steeds voortvluchtig is. Tijdens de zitting werd het rekwisitoor van advocaat-generaal Gruslin gehoord. Daaruit kan worden onthouden dat de openbare aanklager de bevestiging vraagt van de reeds opgelegde straffen, omdat de daders een aanslag hadden gepleegd op de openbare veiligheid. De pleidooien van de verdediging volgen heden vrijdag.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 November 1976

Straf van wapensmokkelaar Higny gehandhaafd

Het Hof van Beroep te Luik heeft donderdag uitspraak gedaan in een zaak van wapensmokkel, die op 29 juni in eerste aanleg was behandeld. De centrale figuur in deze zaak is de nog steeds voortvluchtige Arnold Higny, die destijds brieven schreef aan de voorzitter van de correctionele rechtbank en aan een Luikse journalist om zijn rol in deze zaak te verduidelijken.

Het Hof van Beroep bevestigde donderdag de veroordeling bij verstek van Higny tot vijf jaar gevangenisstraf. Voorts kregen Raymond Hestay, Jean Dupont en Marcel Corman, die in eerste aanleg veroordeeld waren tot drie jaar en 160.000 fr., thans gedeelteIjk uitstel.

Edgard Lemmens daarentegen hoorde zijn straf van een jaar en 150.000 fr. bevestigen, terwijl Denise Deneffe, die in eerste aanleg was vrijgesproken, thans veroordeeld werd tot zes maanden gevangenisstraf en 6.000 fr. met gedeeltelijk uitstel.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 December 1976

Wapensmokkelaar bij verstek veroordeeld

De rechtbank van Brussel veroordeelde donderdag de 44-jarige Arnold Higny uit Fléron bij verstek tot zes maanden gevangenisstraf wegens wapensmokkel. Hij krijgt ook een boete van 9.000 frank.

De sluwe Higny is sedert twee jaar alle speurders te vlug af. Een politieman zei ons: “Die Higny is wellicht een der meest doorgewinterde kerels die ooit door het Belgische gerecht moesten worden gezocht. Hij steekt werkelijk in een vossenhuid.”

Het is niet uitgesloten dat hij zich in België bevindt, en bij vrienden (en hij heeft er veel) een veilig onderkomen heeft gevonden. Arnold Higny haalde op 15 oktober 1975 de frontpagina’s nadat in Bastenaken een wapendepot was ontploft. Het spoor leidde naar de rosse buurt van Luik waar een echt wapenarsenaal werd aangetroffen: 30 machinegeweren, mills-granaten, M16 geweren, duizenden kogelladers, wapenonderdelen en 2 kg. springstof.

De leveranciers werden gevat. Ook het barmeisje Concetta die werkte in een bar te Ingelmunster en de vriendin van Higny bleek te zien, liep in de val.

Maar wie zich niet liet zien, was Arnold Higny. En na twee jaar speurwerk blijft hij onvindbaar, ofschoon hij het aandierf, enkele maanden geleden, vanuit een onbekende plaats een brief naar het Luikse gerecht te sturen.

Higny is een gangster die zou moorden als hij in het nauw wordt gedreven. Bij hem komt het er alleen op aan geld te verdienen met wapenleveringen. De onderwereld van België en Frankrijk kwam geregeld bij hem aankloppen en naar verluidt kennen ook “vrijheidsstrijder" als Basken, de IRA en Joegoslaven, enz. hem goed.

Hij wordt zowat als het brein achter de Europese wapensmokkel beschouwd. Nochtans is hij klein begonnen. Een beetje oplichterij, wat zwendel. Daarna werd hij pooier en uitbater van enkele loense bars. In april 1974 begon Arnold Higny, met een handel in tweedehandsauto's. Maar wat later worden er te Fléron 50 machinegeweren ontdekt. Arnold Higny gaat echter vrijuit. De wapens zijn "gedemiliariseerd” of onschadelijk gemaakt en alleen voor de verkoop aan verzamelaars bestemd.

Enkele wapenverzamelaars worden aangehouden en men ontdekt de bindingen die ze hadden met Arnold Higny. Reeds in 1963 had een Duitse journalist met hem een interview in het Zuid-Tiroolse gebergte. De Belg was daar bedrijvig als "springstofisntructeur”. Hij leerde er Zuid-Tirolers, die ijverden voor aanhechting van hun gebied bij Oostenrijk, op deskundige wijze omgaan met springstoffen. Ook hier was de Luikenaar de politie te vlug af.

Higny is altijd netjes gekleed en heeft het voorkomen van een “genteman”. Men vermoedt dat hij nu een baard draagt en zijn haar heel lang. Hij heeft echter van bij de geboorte een misvormde linkerhand. De kans dat hij daardoor zal geklist worden, blijft echter niet zo groot. Daarvoor is hij te glad en uitslapen …

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Oktober 1977

Wat heeft Higny allemaal uitgespookt in Duitsland

De gerechtelijke kringen zowel te Brussel als te Luik gaven bitter weinig commentaar over het geval Arnold Higny, tot voor kort de meest gezochte man in heel België. Deze gewiekste wapensmokkelaar werd enkele weken geleden door de Duitse politie aangehouden, tijdens een controle in de buurt van Aken.

Arnold Higny, die al zo'n 3 jaar werd gezocht, bood geen verweer en liet zich gewillig opbrengen. Toch toonde hij zich enigszins verbaasd dat men hem nu toch op het spoor was gekomen. De Duitse politie had evenwel een belangrijke tip gekregen van de Brusselse BOB, die hem in de omgeving van Aken had weten te lokaliseren.

Al verscheidene weken nu zit Arnold Higny in een Duitse gevangenis opgesloten. Zullen de Duitsers hem niet uitleveren? Dit wordt zeer onwaarschijnlijk geacht, maar de Duitse “Kriminalpolizei” legt de Luikenaar flink op de rooster in verband met wapensmokkel in Duitsland, waarvan men nooit het fijne te weten kwam. Het ziet er naar uit dat Arnold Higny, die reeds geruime tijd zijn intrek te Aken had genomen, ook in Duitsland de wet heeft overtreden. Dit verklaart wellicht waarom de Duitsers hem nog altijd in hun cel houden en dus nog niet hebben uitgeleverd. Naar “achter de schermen” werd vernomen zou die uitlevering toch niet lang meer op zich laten wachten.

Handelaar

Arnold Higny, nu zo'n 45 jaar, is een man die jaren aan een stuk stevig de touwtjes in handen had van een grote internationale wapensmokkel. Hij is een gangster met een even gevarieerd als lang strafregister. Zijn officiële verblijfplaats was lange tijd Fléron bij Luik.

Higny, die van de geboorte een misvormde linkerhand heeft, is klein begonnen. Een beetje oplichterij, een beetje zwendel, tot hij meer wilde verdienen met pooier te spelen en het uitbaten van enkele bars in het Luikse. In april 1974 geraakte het bij de speurders bekend dat Higny handelaar in tweederangswagens was geworden. Wegens de verkoop van minderwaardige auto's werd hij trouwens tot een jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Rond die periode wordt te Leuven een wapenhandelaar uit Tienen voorgeleid, beticht van wapensmokkel. De gerechtelijke instanties vinden een spoor dat leidt naar Higny en te Fléron worden bij een huiszoeking 250 machinegeweren (ingevoerd uit Israël) aangetroffen. Higny had zijn voorzorgen genomen en ging vrijuit want die wapens waren immers “gedemilitariseerd” of met andere woorden, onschadelijk gemaakt. Die waren alleen bestemd, aldus de Luikse wapensmokkelaar, voor wapenverzamelaars.

Ontploffing

In oktober 1975 kwam de naam Arnold Higny weer op de voorpagina's van de kranten. Een grote wapenbende was in de val gelopen, maar het brein, Arnold Higny, was onvindbaar. Die was immers reeds maanden voordien ondergedoken omdat de grond hem te heet onder de voeten werd.

De wapensmokkel lekte uit door de ontploffing in een atelier te Bastenaken. De eigenaar, een bieruitzetter, schoot daar zelfs het leven bij in. Men wist van hem dat hij in zijn vrije tijd gedemilitariseerde wapens opnieuw bruikbaar maakte en springstof uit legergranaten tot een soort plastiklading verwerkte.

Drie personen werden aangehouden, onder wie ook een Italiaanse barmeid uit een café te Ingelmunster, die de vriendin bleek te zijn van Arnold Higny. Maar Higny bleef sedertdien uit de armen der wet, ondanks hij zowel in binnen- en buitenland werd opgespoord. Hij werd verscheidene keren gesignaleerd in de streek van Aken en ook in het Luikse. De speurders visten telkens achter het net, zodat nog maar heel weinig hoop bleef bestaan hem nog ooit te kunnen vatten. Tot dan de BOB van Brussel interessante gegevens had weten te verzamelen en geduldig elk spoor natrok.

Bomaanslagen

Arnold Higny, die in sommige gerechtskringen als een “gentleman-wapensmokkelaar” bekendstaat - men vertelde van hem dat bij nooit het wapen dat hij altijd op zak had zou gebruiken - was niet aan zijn proefstuk. Reeds in 1963 had een journalist van de Duitse Bild-Zeitung een vraaggesprek met hem in de bergstreek van Alto Adige, het Italiaanse Zuid-Tirol. Het bleek dat Higny, toen nauwelijks dertig jaar, Zuidtirolers, die streefden voor aanhechting van hun gebied bij Oostenrijk, leerde omgaan met vuurwapens en springtuigen. In de streek gebeurden even later verscheidene bomaanslagen.

De correctionele Rechtbank van Luik veroordeelde in juni 1976 Arnold Higny voor de zwendel in wapens en springstoffen, die in oktober 1975 aan het licht kwam, bij verstek tot 5 jaar gevangenisstraf. Zijn onmiddellijke aanhouding werd bevolen. Men heeft echter nog bijna drie jaar moeten wachten en zoeken eer het zo ver was. De onderzoekers hopen nu met de aanhouding van de meest gezochte Belg, dat die iets meer zal vertellen over zijn contacten met buitenlandse wapensmokkelaars. Een andere vraag is: waar haalde Arnold Higny de miljoenen vandaan om zijn trafiek te financieren. Is Higny werkelijk de “grote caïd” of staat er boven hem nog een supertrafikant?

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Februari 1979

Gevangene ontsnapt en weer gepakt

Donderdagochtend omstreeks 2u kon een ontsnapte gevangene in de herberg “Saint James” aan de Place de la Victoire te Verviers worden voorgeleid. Politie en rijkswacht hadden woensdagnacht een grootscheepse klopjacht gehouden oude man, de wapenhandelaar Arnold Higny bij de kraag te kunnen vatten.

Hij was woensdagavond ontsnapt uit het restaurant “Le Soiron” te Soiron zelf. Hij was daar naartoe gebracht door de rijkswacht, in het kader van het onderzoek. Samen met Arnold Higny waren er nog zijn twee advocaten, zijn vroegere minnares en twee inspecteurs van de BOB.

In het eethuis sloeg Higny een wc-venstertje stuk, waarna hij met een in Frankrijk ingeschreven wagen op de vlucht sloeg. Vrij vlug kon men hem in de streek op het spoor komen en ten slotte werd hij zonder tegenstand te bieden opgepakt in de “Saint James”. Higny die voor de rechtbank zal moeten verschijnen wegens een belangrijke illegale wapenhandel, had een arm in de plaaster steken.

Bron: Gazet van Antwerpen | 1 Juni 1979

Higny pleegt zelfmoord in gevangenis

De 49-jarige Arnold Higy uit Fléron werd dinsdagnamiddag verhangen aangetroffen in zijn cel in de Saint-Leonardgevangenis te Luik. De man had zich met een stuk linnen aan een staaf van het raampje opgeknoopt. Op 26juni 1976 was Higny tot 5 jaar gevangenisstraf en 120.000 fr. boete veroordeeld wegens wapensmokkel. Op 24 december werd hij te Sinarath, nabij Aken, aangehouden en op 1 april jl. aan de Belgisch overheid uitgeleverd. Op 30 mei jl. was Higny gedurende enkele uren uit de gevangenis gevlucht, naar hij zei om zijn vrouw weer te zien.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Juni 1979

Familie van Arnold Higny twijfelt aan de “zelfmoord”

Het parket van Luik heeft de lijkschouwing bevolen van het stoffelijk overschot van Arnold Higny, de wapensmokkelaar die dinsdag kort na 17u in een cel verhangen aangetroffen werd.

Toen haar het nieuws werd meegedeeld, had de familie van de gevangene dadelijk zelfmoord uitgesloten en te verstaan gegeven dat Higny mogelijk in zijn cel was vermoord. De nabestaanden van Higny hadden in het dodenhuisje te Luik vastgesteld dat op het gezicht van de dode op verscheidene plaatsen sporen van slagen voorkwamen. Volgens de familie "wist de overledene te veel” en zou hij voor onthullingen hebben kunnen zorgen. Steeds volgens de familie is het niet uitgesloten dat Higny met geneesmiddelen verdoofd werd en daarna opgehangen in zijn cel.

Twee uur voordat hij dood aangetroffen werd, had Higny bezoek gekregen van zijn vrouw, aan wie hij gevraagd had hem 's anderendaags eetwaren en een spiegel te brengen. Ook zou zij hem woensdag documenten ter hand stellen in verband met een huis dat het echtpaar te Fléron bezat en dat Higny wilde verkopen.

De vrouw van Higny verklaarde dat haar man al verscheidene keren had laten horen "dat hij nooit levend uit de Luikse gevangenis zou komen.” Ook had Higny zijn vrouw te verstaan gegeven dat het niet uitgesloten zou zijn dat hij zekere dag noodgedwongen zelfmoord zou plegen, maar dat hij het haar dan daags tevoren zou toevertrouwen.

De lijkschouwing heeft uitgewezen dat Higny door wurging om het leven kwam. Gerechtsartsen schrijven de sporen van slagen toe aan het feit dat het lijk met het gezicht tegen de staven van het celvenster heeft geschuurd terwijl het in de lucht hing. Voorts zijn monsters van ontleding naar een laboratorium gestuurd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Juni 1979

1,454

(38 replies, posted in Andere Personen)

Louvaert is thuis gestorven.

1,455

(97 replies, posted in Bewijsstukken)

Trobken wrote:

"Ingram M10-9(B2530) verkocht aan Bouhouche"

De Ingram B2530 werd op 8 november 1982 door Alain Langenakers van de bende Fussen (zie o.a. Serge Fussen) gekocht bij Daniel Dekaise.

De Ingram B2531 werd op 8 januari 1986 bij Bouhouche gevonden. Op 1 oktober 1987 werden bij Beijer verschillende onderdelen van dezelfde Ingram gevonden. Het wapen was op 29 december 1983 bij Dekaise gekocht.

Xenophon wrote:

Zowel Bouhouche als Beijer hadden op een bepaald moment een (legale) Ingram in 9x19, dat staat vast.

Nee, bij Beijer werden onderdelen gevonden van de Ingram van Bouhouche.

patrick111 wrote:

Het is Doraene die in Beetgenomen van Hilde Geens verklaart dat Mendez een Ingram bij FN had buitengesmokkeld.

Mendez had een Ingram, dat weten we. In 1984 wordt hij in de schietclub Target 121 regelmatig opgemerkt met zijn Ingram. Waar die Ingram vandaan komt, weet ik niet.

1,456

(3 replies, posted in 1990-1999)

Samenvatting

  • Wat? Moord op een Russisch zakenman, waarschijnlijk een afrekening binnen de Russische maffia

  • Wanneer? 18 December 1994

  • Waar? Prins van Oranjelaan in Ukkel » Google Maps

  • Wie? Onbekend

  • Wapens: Een 9mm-pistool en een mitrailleur

  • Status: Onopgelost

Wanneer Kudelkina Missiourine, een Russische zakenman, 's ochtends vroeg naar een klaarstaande taxi wandelde, werd hij geliquideerd door twee gewapende mannen. Eén van de moordenaars is waarschijnlijk Oleg Diakonenkov, die in 1997 in Cyprus gearresteerd werd. Of er ooit een proces is geweest, heb ik niet gevonden.

Degene die denken dat de Bende van Nijvel-overvallen gepleegd werden om afrekeningen te camoufleren, moeten deze artikels eens lezen. Dit is hoe de georganiseerde misdaad mensen liquideert. Ze komen naar je huis, knallen je af en zijn terug weg. Geen moeilijkheden met zogezegde overvallen of mensen die niet op de afspraak zijn. Gewoon thuis langs komen.

Rus aan zijn woning neergeschoten in Ukkel

De residentiële wijk in de Prins van Oranjelaan in Ukkel is gistermorgen opgeschrikt door een bijzonder goed voorbereide moord. Slachtoffer is de Russische zakenman Missiourine, die ongeveer 40 jaar oud was. Hij werd, vlak aan zijn woning, doodgeschoten toen hij in een taxi wilde stappen. Het onderzoek heeft intussen uitgewezen dat het slachtoffer betrokken was bij de activiteiten van de Russische maffia in ons land. Hij was waarschijnlijk actief in de drugshandel.

Het was om 7 uur 's morgens toen een taxichauffeur bij de woning kwam voor een rit tussen Ukkel en Zaventem. De taxi was zaterdagavond besteld. Een Russische zakenman, die in de Prins van Oranjestraat in Ukkel woont, moest daar een vliegtuig halen. Enkele minuten later reed de witte taxi achterwaarts op de oprit van de riante woning. Buiten was het nog donker en het getuigenis van de taxichauffeur is dan ook vrij oppervlakkig.

Feit is dat de zakenman, toen hij de taxi hoorde, door de voordeur aan de zijkant van zijn woning naar de auto stapte. Op dat ogenblik daagden verscheidene mannen in de tuin op. Zij hadden zich daar kennelijk verborgen tot Missiourine naar buiten kwam. De mannen waren onherkenbaar door bivakmutsen.

Onmiddellijk sloeg een van de daders de zijruit van de taxi stuk om de radioverbinding uit te schakelen. Ondertussen werd Missiourine, tussen de voordeur en de taxi, zeer doelgericht doodgeschoten. De daders verdwenen onmiddellijk.

Weinig contact

Over het motief van de moord is nog weinig bekend. De familie Missiourine - vader, moeder en een klein kind - woonden pas sinds april in Ukkel. De echtgenote van de vermoorde man is afkomstig uit Venezuela. Buren hebben in deze luxueuze wijk weinig contact met elkaar. De mensen hebben er veelal hogere functies. Het ziet er dan ook naar uit dat niemand iets gezien of gehoord heeft. Roofmoord zou niet direct het motief zijn.

Vast staat dat de moordenaars bijzonder goed voorbereid waren en zeer goed op de hoogte waren van het doen en laten van de zakenman. Zo moeten ze geweten hebben wanneer en hoe de man naar Zaventem zou vertrekken. De daders zijn zeer koelbloedig te werk gegaan en hebben zich kennelijk niet al te druk gemaakt over achtergelaten sporen. De onderzoekers vonden een mitraillette, minstens één bivakmuts en handschoenen op de plaats van de feiten terug. Ze troffen er ook minstens twaalf kogelinslagen aan.

Het Brusselse parket kwam ter plaatse onder leiding van onderzoeksrechter Mandoux. Het slachtoffer zelf had in zijn woning een pistool. Dat werd in beslag genomen voor onderzoek.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 December 1994

Moord op Ukkelse zakenman laat weinig sporen na

Steeds meer gegevens geraken bekend rond de moord op de Russische zakenman Vladimir Kudelkina Missiourine. Die werd zondagmorgen bij zijn woning door minstens twee onbekenden doodgeschoten, toen hij in een klaarstaande taxi wilde vertrekken. Vast staat nu al dat de moord op Missiourine moet gesitueerd worden in het kader van Russische maffiapraktijken in België en dat Missiourine al de aandacht van sommige Brusselse politiediensten had getrokken. Waarschijnlijk in verband met een witwas-circuit.

De 43-jarige Missiourine was Rus van geboorte, maar had de Venezolaanse nationaliteit. Hij was gehuwd met de 21-jarige Olga S. Ze hadden een kind. Het was met Olga dat hij gisteren naar Venezuela zou vertrekken. Naar het heet op zakenreis. Vladimir Missiourine was betrokken bij verscheidene bedrijven die allen in verbinding stonden met olie-import en -export. Toen de taxi voor het huis klaar stond en de valiezen reeds ingeladen waren, sprongen minstens twee onbekenden vanuit de tuin naar het paar. Een van de daders brak de zijruit van de taxi om het oproepsysteem onklaar te maken.

De taxichauffeur zag in zijn achteruitkijkspiegel hoe de twee met het paar terug binnen in het huis gingen. Even later kwam de vrouw naar buiten gelopen en riep: "attaque". Daarna vroeg ze om de politie te waarschuwen. De taximan verwittigde de rijkswacht. Bij hun terugkomst vonden zij het lijk van Vladimir tussen de voordeur en de taxi. Zijn lichaam vertoonde tientallen kogelinslagen. Van de daders is geen spoor.

Hun wapens (een mitrailleur met geluidsdemper en een 9mm-pistool) en bivakmutsen vonden de speurders later terug. Buren, die vorige week een VW in de straat hadden zien rondrijden, vermoeden dat deze VW wel een observatiepost kan geweest zijn.

Russische maffia

Dat de politiediensten de handel en wandel van de man al in de gaten hadden, lijkt niet abnormaal. Zo blijkt dat Vladimir enkele maanden geleden België met grote sommen geld is binnengekomen. De villa waar hij sinds april woonde, wordt op zo'n 50 miljoen geschat. Minstens drie vierde daarvan betaalde hij cash. "En dat trekt natuurlijk de aandacht van politiediensten", geeft een onderzoeker toe. Missiourine zou trouwens ook nog over andere gebouwen in België beschikken.

De hele zaak doet de vraag rijzen in welke mate de Russische maffia in België reeds een voet aan de grond heeft. "Natuurlijk”, bevestigt ons een specialist ter zake. "Sinds 1980 is de Russische maffia hier aanwezig. Men mag een goed georganiseerde maffiabende echter niet vergelijken met gewone criminelen. In die zin dat het bij hen gaat om een groep individuen die er enkel op uit zijn om hun macht in de eerste plaats, en hun rijkdom in de tweede plaats, te vergroten”.

"Daartoe investeren ze in legale praktijken. Immobiliën bijvoorbeeld, en andere handelszaken. Zij brengen grote sommen geld in ons land. Dat geld is van onbekende oorsprong. Door de omvang van de sommen kan je je echter wel voorstellen dat het van dubieuze praktijken afkomstig is".

"De Russische maffia wil absoluut niet opvallen. Zo mogelijk zullen ze ook op legale paden blijven. Maar wie stokken in de wielen steekt, wordt genadeloos afgemaakt". De activiteiten van de Russische maffia mag je echter niet vergelijken met die van andere maffiagroepen. Suiker, ijzer, olie ... in het kader van de Russische economie zijn deze producten ontzettend waardevol. Je zal ook wel drugs- en wapentrafiek vinden, maar relatief minder. Andere producten zijn voor de Russen veel interessanter en brengen meer op. Dat verklaart ook de interesse van Missiourine voor olieproducten".

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 December 1994

Vermeende moordenaar aangehouden

De Cypriotische politie heeft een Rus aangehouden die verdacht wordt van de moord in 1994 in Brussel op een Venezolaans zakenman van Russische afkomst.

De 27-jarige Oleg Diakonenkov, die drie jaar voortvluchtig was en door Interpol werd gezocht, werd zaterdag bij zijn aankomst op de luchthaven van Larnaka gearresteerd. Hij kwam vanuit Duitsland en was in het gezelschap van zijn Russische vrouw.

Diakonenkov wordt verdacht van de moord op Vladimir Missiourin Kudelkina. De 43-jarige Kudelkina, een Venezolaans zakenman van Russische afkomst, die in Brussel woonde en vooral in de petroleumsector actief was, werd op 18 december 1994 in Ukkel op bijzonder brutale manier vermoord, toen hij voor zijn villa een taxi naar de luchthaven van Zaventem wilde nemen. Kudelkina werd door twee zwaar bewapende en gemaskerde mannen in een kogelregen neergemaaid. Zijn echtgenote en de taxichauffeur overleefden de aanslag.

De Brusselse speurders gingen ervan uit dat de moord een afrekening betrof in het milieu van de Russische maffia, die via België vertakkingen heeft naar de Zuid-Amerikaanse drugshandel.

Bron: Gazet van Antwerpen | 1 September 1997

1,457

(53 replies, posted in Bende Bouhouche-Beijer)

Forumlid Tru Dat heeft op pagina één al een samenvatting gegeven van een aantal feiten over het proces » Forum

Hieronder vul ik dit aan:

Beklaagden:

  • Madani Bouhouche

  • Robert Beijer

  • Christian Amory

  • Jean-François Buslik (verstek)

  • René Chang Wai Ling

Normaal gezien zou geen enkele beklaagde aangehouden op het proces verschenen zijn. Maar om te vermijden dat Bouhouche of Beijer zouden gaan lopen, werden zij vlak voor het proces preventief aangehouden.

Feiten:

  • Moord op Juan Mendez

  • Moord op Francis Zwarts en diefstal

  • Moord op Suleiman

  • Aanslag op Herman Vernaillen

  • Bomaanslag op een wagen van de rijkswacht

  • Wapenroof bij de Groep Diane

  • Wapenroof bij Juan Mendez

  • Diefstal van identiteitskaarten in Chaumont-Gistoux

  • Diefstal van een dinghy

  • “Etappe Buanderie”, afpersing van warenhuizen

Er werden drie maanden debatten voorzien. Het dossier telde 85.000 pagina’s en de akte van beschuldiging telde 247 pagina’s. 250 getuigen zouden opgeroepen worden:

  • 179 getuigen door openbaar ministerie

  • Een 70-tal door de verdediging, waarvan een zestigtal op verzoek van Beijer.

  • 392 schuldvragen moest de jury beantwoorden

  • Er waren 101 zittingsdagen, over een periode van 5 maanden

  • De jury ging beraadslagen in de Albert I-kazerne in Evere.

Rechters:

  • Paul Maffei: voorzitter

  • Van Gheluwe

  • Van Brustem

  • Elisabeth Hauzeur: aangeduid als plaatsvervangend voorzitter

Openbaar ministerie

  • Pierre Morlet, advocaat-generaal

Advocaten

  • Jean-Paul Dumont (Bouhouche)

  • Marial Lancaster (Bouhouche)

  • Stéphane Lempereur (Bouhouche)

  • Véronique Heusghem (Bouhouche)

  • Pierre Chomé (Beijer)

  • Nicole Galand (Beijer)

  • Eric Vergauwen (Amory)

  • Alain Vergauwen (Amory)

  • Cédric Vergauwen (Amory)

  • Catherine Vergauwen (Amory)

  • Annę Krywin (René Chang Wai Ling)

  • Réginald de Béco (René Chang Wai Ling)

Getuigen

Deze (niet volledige) lijst van getuigen is een indrukwekkend overzicht.

  • Jean-Marie Schlicker (onderzoeksrechter)

  • Luc Hennart (onderzoeksrechter)

  • Philippe Moureaux (opgeroepen door verdediging Beijer)

  • Albert Raes

  • Agenten van de staatsveiligheid

  • Drie leden van het Hoog Comité van Toezicht die een huiszoeking hebben gedaan bij Hennart en in de kantoren van de Staatsveiligheid.

  • Paul Vanden Boeynants (opgeroepen door verdediging Beijer)

  • Jean-Pierre Doraene (gerechtelijke politie)

  • Vier wapendeskundigen (Tombeur, Dery Demanet, Hoet)

  • Wapendeskundige Vanderstock (opgeroepen door verdediging)

  • Fievez (BOB en wapenspecialist)

  • Jean Deprêtre (procureur des konings)

  • Guy Goffinon (BOB)

  • Theo Vandijck (BOB Brussel)

  • Van Lierde (substituut procureur Nijvel)

  • Beduwe (BOB Bergen, collega Amory)

  • Etienne (GP Brussel)

  • Jacques Rousseau (Kapitein Rijkswacht Waver, kwam niet opdagen)

  • Kausse (commissaris bij de Staatsveiligheid)

  • Dufrane (staatsveiligheid)

  • Collignon (GP, attaché bij de Cel Veiligheid op het kabinet van Jean Gol)

  • Pignolet (onderzoeksrechter)

  • Jean Bultot

  • Le Ribault (Wapendeskundige van CARME)

  • Jean-Pierre Phlips (Politie Ukkel)

  • Michel Thys (adjunct commercieel directeur FN)

  • Daniel Dekaise (wapenhandelaar uit Waver)

  • William Burn (FN-vertegenwoordiger in Latijns-Amerika, kwam niet opdagen maar gaf wel een geschreven verklaring)

  • Luc Gengoux (vriend en vroegere huisgenoot van Bouhouche)

  • Lacroix (BOB Waver)

  • Pourbaix (BOB Brussel

  • Mohamed Asmaoui (jeugdvriend van Amory. Kwam op 30/9/94 niet opdagen als getuige, toen het over de garageboxen van de bende ging)

  • Guillaume (grafoloog)

  • Bellemans (Onderzoeksrechter)

  • Petrens (BOB Brussel)

  • Van Reybroeck (gewezen adjunct van Vernaillen)

  • Paul Calluy (Hoofd BOB Brussel)

  • Van Cleuvenbergh (militair deskundige, explosieven)

  • Waterlot en Libouton: Twee experten van PRB Nobel Explosifs, oproepen als getuige ivm aanslag op BOB-voertuig

  • François Achten (BOB Brussel)

  • Van de Watteyne (BOB Brussel)

  • Van Gansbergt (BOB Brussel)

  • Pol Marchoul (commandant rijkswacht Brussel)

  • Mahieu (onderzoeksrechter)

  • Bulthé (onderzoeksrechter)

  • Nicole Dooms (onderzoeksrechter)

  • 3 speurders van rijkswachtbrigade Zaventem

  • Twee leden van GP Nijvel (onderzoek Zwarts)

  • Graziella (vriendin Buslik)

  • Martine Buys (echtgenote Francis Zwarts)

  • Henry Torry (collega Zwarts)

  • Pierre Van Laer (collega Zwarts)

  • Een gewezen vriendin van Buslik

  • Een tweede gewezen vriendin van Buslik

  • Een zekere Myriam, vriendin van het echtpaar Beijer

  • Marcel Lemmens (hoofd veiligheid Sabena in 1982)

  • Yvan Renard (deelde in 1987 een cel met een zekere Serge, ontkende dat hij informant was van Goffinon)

  • Jean-Pierre Callens (GP)

  • George Van Dijk (privé-detective, verdachte in het proces-Reyniers)

  • Antoine Michelangelo

  • Collard (boekhouder, in februari ’86 aangesteld om de bestaansmiddelen van het echtpaar Bouhouche te onderzoeken)

  • Elise (commissaris bij de nationale brigade van de Gerechtelijke Politie)

  • Nicolas Snelders (onderzoeksrechter)

  • Hardy (docent kon. Militaire school)

  • Celens (docent kon. Militaire school)

  • Vrouw van René Chang Wai Ling en broer van René Chang Wai Ling (een rijkswachter)

  • Dr. Dossin (Psychiater)

  • Dr. Frankard (Psychiater)

  • Dr. Goltzberg (psychiater)

  • De Baerdemacker: advocaat van familie Mendez, burgerlijke partij

  • Cherpion: advocaat van familie Zwarts, burgerlijke partij

  • Bergé: advocaat van familie Zwarts, burgerlijke partij

  • Calewart: advocaat van familie Ali, burgerlijke partij

14 Oktober 1994: Na een getuigenis van Beijer achter gesloten deuren, werd een zak met wapens gevonden in Viller-la-Ville.

Uitspraak

  • Bouhouche schuldig voor moord op Zwarts (*), moord op Ali Suleiman Ahmed en doodslag op Ali Said Ahmad (schoonbroer Suleiman)

  • Bouhouche: niet schuldig voor moord op Mendez en moordaanslag op Mendez.

  • Bouhouche: “nee” op vraag of diefstal motief was van moord op Ali Suleiman

  • Beijer: nee op vraag beschuldiging van vrijwillige doodslag

  • Beijer: Ja op vraag van slagen en verwondingen, vrijwillige doodslag, huisvredebreuk

  • Beijer: nee op alle vragen in zaak-Zwarts

  • Amory: volledige vrijspraak

  • Chang Wai Ling: volledige vrijspraak

(*) Opvallend want het lijk werd nooit gevonden en Bouhouche bleef volhouden dat hij niets met de moord te maken had.

Straf

  • Bouhouche: 20 jaar dwangarbeid

  • Beijer: 14 jaar opsluiting

Tegen Bouhouche werd niet de doodstraf uitgesproken (wat het openbaar ministerie had geëist) omdat de redelijke termijn werd overschreden. De eerste feiten dateerden van het begin van de jaren ’80, het proces begon pas in 1994, meer dan tien jaar na de feiten.

In het proces was een unicum in de juridische geschiedenis van België. Een jurylid dat zich uitsprak over schuldvraag werd nadien ziek en kon zich niet uitspreken over de strafmaat. Een reserve-jurylid moest zich dus uitspreken over de strafmaat.

Beijer ging na het proces in cassatie. Bouhouche besliste om dit niet te doen. De advocaten van Beijer baseerden hun aanvraag op het begrip “redelijke termijn en eerlijk proces” (artikel 6 van het Europees verdrag van de rechten van de mens).

In februari 1995 werd de vijfde beklaagde - Jean-François Buslik - ter dood veroordeeld voor het Assisenhof van Brussel. Hij werd schuldig bevonden aan:

  • Roofmoord op Francis Zwarts

  • Aanslag op de BOB-wagen op 11 oktober 1981

  • Het maken van de bom voor de aanslag op 11 oktober, maar waarvan het deel niet afging

1,458

(0 replies, posted in 1990-1999)

Samenvatting

  • Wat? Overval op een Colmar-restaurant waarbij één klant wordt vermoord

  • Wanneer? in de nacht van 26 op 27 maart 1994

  • Waar? Bemptstraat 24 in Drogenbos » Google Maps

  • Wie?
    - Elias Mutlu
    - Youssef Hassa Ali Khal
    - Ali El Amrani
    - Serge Ngandu-Kabengi
    - Abdelkader Sagjri

  • Status: Opgelost

Eén klant werd vermoord omdat hij niet snel genoeg reageerde op de vraag van de gangsters. Vier anderen raakten gewond toen er geschoten werd.

De vijf daders werden in december 1996 veroordeeld voor het Hof van Assisen van Brabant. De straffen waren: Levenslang voor Mutlu, 30 jaar voor El Amrani, 25 voor Hasani, 12 voor Ngandu en 7 voor Sagiri.

Genadeloze bende doodt klant in Colmar-restaurant

De vier gemaskerde gangsters, die zaterdagavond een gewapende overval hebben gepleegd op het restaurant Colmar in de Bemptstraat in Drogenbos, zijn nog steeds voortvluchtig. Bij de overval schoten de gangsters een klant dood en verwondden ze nog eens vier andere aanwezigen. Twee personen, onder wie de vrouw van het dodelijke slachtoffer, geraakten in shocktoestand.

De gangsters drongen even voor sluitingstijd het restaurant binnen via de dienstingang aan de achterzijde van het gebouw. Het personeel in de keuken werd gekneveld. Daarop stapten de daders het restaurant binnen, waar een dertigtal klanten aanwezig waren. Ze eisten de inhoud van de kassa op, terwijl ze de klanten beroofden van waardevolle bezittingen zoals juwelen, geld en uurwerken.

Enkele klanten weigerden hun bezittingen af te geven, waarop de gangsters begonnen te schieten. Ze schoten de 28-jarige Frédérique Louis uit Halle van dichtbij dood. De zaakvoerder van het restaurant, Daniël H.(40), en drie klanten, Joseph C. (61), Erik L. (31) en de Brit Steven C. (33) werden getroffen in de benen.

De bende die zaterdagavond het restaurant Colmar aan de Bempstraat in Drogenbos overviel, is vermoedelijk dezelfde die vorige week zaterdag de Colmar in Groot-Bijgaarden (Dilbeek) binnenviel. Net zoals vorige week, hadden de daders het dit weekeinde gemunt op de juwelen, de portefeuilles en de handtassen van de klanten. Ook de kassa en de brandkast werden geplunderd.

Volgens getuigen zijn de overvallers van zaterdagavond opnieuw Franstaligen die met een accent spraken. De bende zou bestaan uit drie Noord-Afrikanen en één zwarte. Die werd ook al opgemerkt bij de overval van vorige week. Getuigen beschrijven de overvallers als “dikkerds”. Ze waren alle vier gemaskerd en in het bezit van vuurwapens.

De overvallers kwamen binnen door de achterdeur. Alvorens door te stoten naar het restaurant zelf, werd het keukenpersoneel gekneveld. Vervolgens bedreigden de overvallers de aanwezige klanten en de zaakvoerder met hun wapens. Op het ogenblik van de overval waren er een dertigtal klanten aanwezig. Toen een aantal onder hen weigerde hun bezittingen af te geven, openden de daders het vuur. Frédérique Louis (28) uit Halle werd gedood. De zaakvoerder en drie klanten werden in het been getroffen.

Shocktoestand

Nog twee andere klanten, onder wie de vrouw van het dodelijke slachtoffer, raakten in shocktoestand. Alle slachtoffers werden respectievelijk overgebracht naar het Erasmusziekenhuis, het Sint-Pietersziekenhuis, het Sint-Elizabethziekenhuis en het universitair ziekenhuis van de VUB in Jette.

Het tumult bleek groot tijdens de overval. Enkele klanten vluchtten het restaurant uit. De daders zelf namen ook de benen. Te voet vluchtten zij weg langs de Stallestraat. Geen enkele van de ongeveer dertig getuigen, die later zijn ondervraagd, kon bevestigen of de overvallers met een klaarstaande auto konden ontkomen.

Hoe omvangrijk de buit van zaterdagavond precies is, is nog niet helemaal duidelijk. Er wordt gewag gemaakt van 750.000 frank. Dat geld vonden de overvallers in de kassa en de brandkast van het restaurant. Over het motief van de daad tast het gerecht in het duister. De Brusselse onderzoeksrechter Johan Vlogaerts houdt rekening met verschillende mogelijke drijfveren. Eén mogelijke stelling is dat het gaat om personen die enkel uit zijn op geld. Een andere mogelijkheid is dat de bende ingehuurd is om de restaurantketen Colmar te treffen. Wat daarvan de reden zou kunnen zijn, is voor het Brusselse parket niet duidelijk.

Bovendien roepen de overvallen herinneringen op aan de bloedige overvallen op verschillende Delhaize-warenhuizen in het najaar van 1985. Die overvallen worden toegeschreven aan de Bende van Nijvel.

De bezoekers van het Colmar-restaurant in Drogenbos werden gisteren doorverwezen naar de vestiging in Groot-Bijgaarden, waar de daders vorige week zaterdag een overval pleegden. De directie van Colmar zegt alles in het werk te stellen om de veiligheid van de klanten en het personeel in de toekomst te waarborgen. Bovendien wil ze de gerechtelijke instanties haar volledige medewerking verlenen om te voorkomen dat dergelijke feiten zich nog zouden herhalen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Maart 1994

Nog geen spoor in Colmar-overvallen

Het onderzoek naar de overval op het Colmar-restaurant in Drogenbos, waarbij een klant werd doodgeschoten en enkele andere gewond, verloopt uiterst moeilijk. De overvallers, 3 Noord-Afrikanen en een zwarte Afrikaan, gingen aan de haal met meer dan 100.000 frank en met bankkaarten en juwelen die ze van de aanwezige klanten hadden afgenomen.

Voorts is zeker dat er tien tot vijftien vuurschoten werden gelost met wapens van verschillend kaliber. Daartussen zaten ook enkele blanco-patronen. Over het voertuig, waarmee de onbekenden naar de Colmar in Drogenbos kwamen, is niets bekend. Een getuige zou de daders te voet hebben zien wegvluchten.

Er is veel gelijkenis met een soortgelijke overval die exact een week voordien in een Colmar-restaurant in Groot-Bijgaarden werd gepleegd. Ook daar vielen vier gewapende gangsters binnen en verdwenen met de inhoud van de brandkast en de bezittingen van de klanten.

Ook het scenario van de twee overvallen bezorgt de speurders kopbrekens. In Groot-Bijgaarden, waar vermoedelijk dezelfde 4 gangsters aan het werk waren, werd in tegenstelling tot Drogenbos geen schot gelost. Geraakten zij in Drogenbos in paniek toen een klant uit Halle niet vlug genoeg de sleutels van zijn auto aan hen overhandigde?

Gaat het om drugsverslaafden die geld nodig hadden, zoals hier en daar in speurderskringen al werd gesuggereerd? De geringe buit, en het feit dat de overvaller ook juwelen en bank- en kredietkaarten meenamen, wijst niet zo direct in de richting van professioneel banditisme.

De gerechtelijke diensten, onder de leiding van onderzoeksrechter Johan Vlogaert, beschikken tot nog toe over geen enkel concreet spoor. Toch menen zij dat het weinig waarschijnlijk is dat de overvallers de Colmar-keten, die in België 11 vestigingen heeft, met terreuracties zouden willen treffen. De Brusselse rijkswachtkapitein Etienne Brams, die belast is met het onderzoek van Drogenbos, stipte gisterenavond aan dat in alle richtingen wordt gezocht. Getuigenverklaringen worden nagetrokken.

De directie van Colmar, gevestigd in het industriepark te Oudenaarde, zit erg verveeld met de twee overallen. Er werd vernomen dat de directie enkele plannen uitwerkt om voor een betere beveiliging van de restaurants te zorgen, zowel voor de klanten als voor het personeel. Maar daarover werden geen details bekendgemaakt.

De directie van Colmar dankt intussen het personeel voor de kalme aanpak en de koelbloedigheid in de tragische situatie. Colmar Restaurants hopen 'dat de daders vlug zullen worden gevat' en 'dat door de medewerking van de ordediensten dergelijke feiten zich niet meer zullen herhalen'.

Bron: Gazet van Antwerpen | 29 Maart 1994

Colmar-overvollers aangehouden

"Door uitstekend speurwerk van de BOB konden een stel gangsters die betrokken waren bij de overval op twee Colmar-restaurants in maart van dit jaar worden ingerekend en onder aanhoudingsmandaat geplaatst." Dat heeft de woordvoerder van het Brusselse parket gezegd.

In totaal beschikt het gerecht over acht identiteiten van daders. Daarvan zijn momenteel nog twee gangsters voortvluchtig. Ze worden opgespoord. Bij de restaurantovervallen, respectievelijk op de Colmar van Groot-Bijgaarden en deze van Drogenbos, schoten de daders één persoon, die niet vlug genoeg zijn bezittingen afgaf, koelbloedig neer.

Eén van de zes opgepakte daders is minderjarig. Het gaat om een 17-jarige Zaïrees die woonachtig is in Schaarbeek. De jongen werd ter beschikking gesteld van de jeugdrechter. Voorts werd ook het vriendinnetje van bendeleider Elias M. voorgeleid. Het gaat om de 18-jarige Anissa E.B., Marokkaanse en wonend in Etterbeek. Zij wordt niet beschuldigd van moord, maar wel van heling en van bendevorming.

Haar vriend, de 19-jarige Turk Elias M., woont in Schaarbeek. Hij fungeerde als bendeleider en was met deze overvallen niet aan zijn proefstuk toe. Hij stond bij de politiediensten trouwens al langer bekend voor allerhande misdaden en was al eens voor vier jaar naar een jeugdtehuis verwezen. Hij werd onder aanhoudingsmandaat geplaatst.

Dat gebeurde ook met een ander bendelid: de 23-jarige Marokkaan Youssef H.A.K. uit Elsene. Ook diens landgenoot Kahlid B. (21 jaar) uit Sint-Gillis werd onder aanhoudingsmandaat geplaatst. De eigenaar van de auto waarmee de twee Colmar-overvallen werden gepleegd, is ook een Marokkaan. Het betreft Abdelkader S. (20 jaar) uit Sint-Gillis.

De meeste daders worden beschuldigd van moord om diefstal te vergemakkelijken en dat als dader of mededader, alsook van diefstal met geweld en bendevorming. Inmiddels hebben de speurders ook het moordwapen teruggevonden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Juli 1994

Vierde Colmar-overvaller aangehouden

Een vermoedelijk vierde dader van de bloederige overval op een Colmar-vestiging in Drogenbos werd zondagnacht opgepakt. Acht daders pleegden in april jl. enkele overvallen op restaurants van de Colmar-keten. In Drogenbos ging het echter verkeerd. Een klant kon zijn autosleutels niet meteen vinden en werd koelbloedig neergeschoten. De man zou later aan zijn verwondingen overlijden.

In de volgende maanden werden drie daders aangehouden, maar de overige bendeleden bleven spoorloos. Zondagnacht kon de Brusselse Anti-Banditisme-Brigade per toeval een vierde verdachte oppakken.

Een patrouille bemerkte ter hoogte van de Hallepoort een verdacht voertuig. Bij de controle bleek de eigenaar van dit voertuig een Belg te zijn. De chauffeur was een vreemdeling. Hij ontweek verdere confrontatie en gaf plankgas. Na een wilde achtervolging werd het vluchtende duo klem gereden op de Ninoofse Steenweg. De chauffeur stapte uit en trok een 9mm-revolver, maar kon samen met zijn gezel overmeesterd worden.

Hoewel de passagier een bekende autodief is, bleek de chauffeur een betere vangst. Ali E. werd immers gezocht voor de overval op de Colmar- vestiging in Drogenbos. Het tweetal werd aangehouden en ter beschikking gesteld van onderzoeksrechter Cudell.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Augustus 1994

Colmar-proces gaat volledige maand duren

Maandagvoormiddag begon voor het assisenhof van Brussel-Hoofdstad het “Colmar-proces”. Vijf betichten staan terecht. Ze worden er an beschuldigd in de nacht van 26 op 27 maart 1994 het Colmar-restaurant in Drogenbos overvallen te hebben en bij deze rooftocht een man te hebben doodgeschoten.

Het proces zal vermoedelijk tot 22 december duren. Na de eedaflegging werd de akte van beschuldiging voorgelezen. Vijf personen staan terecht: de 22-jarige Elias Mutlu, een Turk van Armeense afkomst en die volgen de speurders het dodelijk schot op één van de klanten van het Colmar-restaurant heeft afgevuurd; Youssef Hassa Ali Khal, een 25-jarige Marokkaan; Ali El Amrani, een 22-jarige Marokkaan: Serge Ngandu-Kabengi, een 20-jarige Zaïrees en Abdelkader Sagjri, een 22-jarige Marokkaan. Ngandu is de enig die bekentenissen afgelegd heeft.

Volgens de speurders heeft Sagiri niet actief aan de overval deelgenomen; hij bracht de overige bendeleden met zijn wagen naar het restaurant en voerde hen nadien terug naar Brussel. Op het ogenblik van de feiten genoten Mutlu, Hassan Ali Khal en El Amrani een vervroegde voorwaardelijke invrijheidstelling: voordien waren ze veroordeeld voor diefstal met geweld en verboden wapendracht.

De feiten speelden zich af in de nacht van 26 op 27 maart 1994 te Drogenbos, niet ver van de autosnelweg naar Bergen en Parijs. Vier gewapende en gemaskerde gangsters drongen er het Colmar-restaurant binnen, dwongen het personeel en de klanten op de grond te gaan liggen en roofden hun brieventassen en juwelen. Een van de klanten, Frédéric Louis, bood weerstand en werd doodgeschoten. Ook de restaurantkassa, ongeveer 215.000 frank, werd buitgemaakt.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 November 1996

Laurent Compagnon getuigt zelfverzekerd

Het was bijna volle maan en helder weer toen zaterdagavond 26 maart 1994 vier gangsters het Colmar-restaurant in Drogenbos overvielen. Op een parking niet er van de Colmar waren ze door een vijfde trawant afgezet Die wachtte aan het stuur van de vluchtwagen de terugkomst van de overvallers af. Op enkele tientallen meters van het restaurant zetten ze hun maskers op en namen ze hun wapens uit een sportzak, waarna ze de Colmar binnendrongen.

De overvallers werden ontmaskerd dankzij de getuigenis van Laurent Compagnon, die destijds veertien jaar oud was.

Hij woonde niet ver van het restaurant en zaterdagavond 26 maart was zijn aandacht getrokken door het verdacht gedrag van vijf individuen. Toen de jonge man ’s anderendaags de overval op de Colmar in zijn buurt vernam, alarmeerde hij de rijkswacht De getuigenis van kroongetuige Compagnon bracht het onderzoek aan het rollen. Vorige week probeerden de advocaten van de Turk Mutlu en de Marokkanen El Arnrani, Hassani en Sagiri de betrouwbaarheid van Compagnon al in twijfel te trekken: ze beweren dat de jongen in het nachtelijk duister onmogelijk de overvallers en hun vluchtwagen nauwkeurig geobserveerd kan hebben. De getuigenis van Compagnon stemde grotendeels overeen met de verklaring van Ngandu, de vijfde beschuldigde.

De Zaïrees werd op 6 juli 1994 aangehouden, legde volledig bekentenissen af en praatte de vier andere beschuldigden aan de galg. De zelfverzekerde kroongetuige Laurent Compagnon, 14 op het ogenblik van de feiten, was de avond van de overval bijzonder op zijn hoede omdat de dagen voordien in de auto’s van buren was ingebroken. Hij was dan ook geïntrigeerd door een grijze Ford Escort met vijf personen aan boord die op een parkeerterrein niet ver van zijn woning stilhield, des te meer omdat de lichten van de auto onmiddellijk gedoofd werden en vier mannen uitstapten, terwijl de vijfde aan het stuur bleef zitten. Hij volgde enkele minuten de vier mannen en ging toen naar huis.

In de loop van het onderzoek identificeerde Compagnon zowel de vluchtwagen als de vijf bendeleden. De getuigenis van Compagnon en de bekentenis van Ngandu zijn dus eensluidend wat de identiteit van de vijf daders betreft, maar ze verschillen van mening over de identiteit van de chauffeur van de vluchtwagen. Volgens Ngadu was Sagiri immers die chauffeur en heeft Hassani daadwerkelijk aan de overval deelgenomen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 December 1996

Getuige liegt om vriend dienst te bewijzen

Op het zogenaamde Colmar-proces werd gisteren Séverine Demeunier (20), destijds de vriendin van Khalid Bouazza, gehoord. Bouazza is de man die volgens een van de beklaagden op de avond van de moorddadige overval diens auto, de vluchtwagen, zou gebruikt hebben of aan anderen uitgeleend. De getuige had vroeger verklaard dat ze de avond van 26 maart 1994 met Bouazza en Sagiri in Brussel had doorgebracht.

Later trok ze die verklaring in. “Die zaterdagavond was ik alleen met mijn vriend Khalid. Sagiri was niet bij ons. Vroeger heb ik iets anders gezegd om Sagiri een dienst te bewijzen. Maar nu ik weet dat er in Drogenbos een dode gevallen is, verkies ik de waarheid te vertellen", luidde de nieuwe getuigenis van Demeunier.

Gisteren bevestigde ze dit nogmaals en voegde er aan toe dat Mutlu, de vermoedelijke moordenaar haar en haar vriend juwelen en maaltijdcheques gegeven had. Die geschenken hadden ze weggegooid of teruggegeven, omdat ze vermoedden dat het om de buit van overvallen ging.

Toen meester François, de verdediger van Sagiri vroeg waarom Demeunier en Bouazza niet voor heling en bendevorming vervolgd werden, repliceerde advocaat-generaal Jean de Codt: “Waarom kregen Demeunier en Bouazza Juwelen? Om hen te compromitteren, om hun zwijgen te kopen. En daarom is het zo moeilijk om over hen een juist oordeel te vellen.”

Tijdens de namiddagzitting beschreef Jean-Paul Louis, vader van het slachtoffer Frédéric, met een brok in de keel het verdriet van zijn echtgenote: “Mijn vrouw heeft het verlies van onze zoon nooit kunnen verwerken. Ze dacht altijd dat Frédéric nog zou terugkomen. Mijn vrouw heeft de leegte na zijn dood nooit aangekund. Ze had geen zin meer om nog verder te leven. Het verdriet heeft haar ziek gemaakt en in maart van dit jaar is ze gestorven.”

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 December 1996

Levenslang voor Mutlu

“Levenslang voor Mutlu, 30 jaar voor El Amrani, 25 voor Hasani, 12 voor Ngandu en 7 voor Sagiri.” Zo luidde het arrest dat donderdag en na 17 uur op het Colmar-proces geveld werd.

Donderdag 14 uur hadden de gezworenen en de leden van het hof, assisenvoorzitster Karin Gérard en haar twee raadsheren, zich teruggetrokken om de strafmaat te bepalen. Dat Ngando en Sagiri nog nooit door een rechtbank veroordeeld waren, gold als een verzachtende omstandigheid.

Met dit arrest volgde het hof en de gezworenen het strafrekwisitoor van openbare aanklager Jean De Codt, behalve voor Sagiri en El Amrani. De Codt, had tegen Sagiri, die volgens de bekentenissen van Ngandu alleen maar chauffeur van de vluchtwagen gespeeld had, 12 jaar geëist en tegen El Amrani, die nog steeds volgens Ngandu met een pistool zonder kogels aan de Colmar-overval had deelgenomen, 25 jaar.

Na de voorlezing van het arrest begonnen in de assisenzaal verscheidene Marokkaanse en Turkse vrouwen, familieleden en kennissen van Mutlu, El Amrani, Hassani en ook van Sagiri te huilen. Vanuit de beklaagdenbank riep Hassani hen toe: “Moed! Moed”

De vader en broer van Fred Louis, die op zaterdagavond 23 maart 1994 in het Colmar-restaurant in Drogenbos vermoedelijk door Mutlu doodgeschoten werd, waren aanwezig bij de voorlezing van het arrest. Daarmee kwam een einde aan het Colmar-proces dat vier weken geleden begon.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 December 1996

1,459

(0 replies, posted in Journalisten)

Maurice Sarfatti is een journalist en schrijver die sinds 1978 de naam “Serge Dumont” gebruikt. Zijn vader werd in Caïro geboren en werd Belg door naturalisatie. Onder de naam Serge Dumont heeft hij verschillende gepubliceerd: “De Zwarte Brigades”, “De Huurlingen” en “Het systeem Le Pen”. Die boeken werden in België gepubliceerd. In één van zijn eerste boeken, namelijk “De Huurlingen” (uitgegeven in 1984 of in 1985) sneed hij reeds het probleem van de wapenverkoop aan.

Hij heeft een getuigenis afgelegd voor de Eerste Bendecommissie, waarvan je op dit forum verschillende stukken vindt, en voor de de “Commissie naar de Belgische leveringen van wapens en munitie aan landen die in een gewapend conflict verwikkeld zijn of waartegen een wapenembargo geldt” (1988).

Voor de commissie over “Belgische leveringen van wapens en munitie” kwam hij getuigen omdat hij artikels had geschreven over de wapenhandel en over de firma Asco. Die artikels werden gepubliceerd in Le Vif. Op het moment van zijn getuigenis werkte hij voltijds voor Le Vif.

Daarvoor werkte hij als freelance-journalist. Toen schreef in tijdschriften over informatica, in Trends-Tendances, en in Franse en Zwitserse kranten, altijd onder de naam Serge Dumont.

1,460

(29 replies, posted in Onderzoekspistes)

In maart 1979 ontvoeren twee mannen, waaronder een zekere Roger Flament, een taxichauffeur in Brussel. De mannen reden naar Mons, waar de chauffeur in vrijheid werd gesteld.

Na de ontvoering van de Brusselse taxichauffeur

De zaak om en rond de Brusselse taxichauffeur Charles Collart die donderdagavond door twee boeven naar Bergen werd ontvoerd en slechts vrijdagmorgen omstreeks 4u in vrijheid werd gesteld, is nu rond.

Een van de gangsters had na de expeditie een ongeval. Een schot was afgegaan en een medeplichtige werd door een kogel ter hoogte van de mond getroffen.

De man die onvrijwillig het ongeval had veroorzaakt, de 28-jarige Roger Flament, kon achteraf in een onthaalhuis voor vrijgelaten gevangenen, in Sint-Gillis worden aangehouden. De rechter van onderzoek heeft de aanhouding van deze kerel bevolen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Maart 1979

Beroepshof Bergen: Mildere straffen voor Brusselse overvallers, rovers en verkrachters

Twee Brusselse misdadigers hebben van het beroepshof te Bergen strafvermindering gekregen. Jean Cuvelier (32), wonende R. Stynsstraat 78 te Molenbeek, en Roger Flament (29), uit de Schotlandstraat 10 te Sint-Gillis, werden op 6 juni jl. door de correctionele rechtbank van Bergen veroordeeld, de eerste tot 13 jaar cel en een boete van 4.000 fr. en de tweede tot 12 jaar gevangenisstraf.

Beiden namen op 2 maart van dit jaar te Brussel een taxi, waarvan ze de chauffeur met een revolver bedreigden, hem sloegen en hem beroofden van zijn brieventas. Vervolgens dwongen ze hem naar Bergen te rijden. Daar werden enkele cafés bezocht en vervolgens een nachtclub. Al die tijd werd de taxichauffeur gedwongen in het gezelschap te blijven van het tweetal.

In de nachtgelegenheid haalden de Brusselaars weer hun revolver te voorschijn. Ze dwongen de uitbaatster en de twee diensters te voldoen aan al hun grillen. Tijdens deze verkrachtingsscène zag de chauffeur de kans schoon op de vlucht te slaan. Ook de twee Brusselaars verlieten hierop de nachtclub, echter niet alvorens de kassa, die 25.000 fr. bevatte, geledigd te hebben.

Het tweetal werd algauw opgespoord, aangehouden en correctioneel veroordeeld. De verdedigers van Cuvelier en Flament gingen evenwel in beroep. Hun straffen werden nu verminderd tot 10 jaar opsluiting voor Cuvelier en een zelfde boete van 4.000 fr., en tot 9 jaar cel voor Flament.

Bron: Het Laatste Nieuws | 27 September 1979