2,131

(478 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Onderzoek naar Bende van Nijvel dan toch nog niet stopgezet: slachtoffer verkrijgt bijkomend onderzoek naar verdachte nummerplaat

Het onderzoek naar de Bende van Nijvel wordt dan toch nog niet stopgezet. Een van de slachtoffers heeft bijkomend onderzoek verkregen naar een auto die mogelijk van een van de daders is. Getuigen die de auto hadden gezien, zijn nooit ondervraagd. Zij noteerden nochtans de nummerplaat die leidde naar een firma. (*) Ook daar is nooit iemand ondervraagd. Dat zal nu dus wellicht wel moeten gebeuren. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

(*) De firma in kwestie is Drankenhandel Fourcroy.

2,132

(1 replies, posted in 1970-1979)

Bejaarde reisagent in zijn kantoortje vermoord

De politie van Sint-Gillis-Brussel kreeg zondagochtend een naamloos telefoontje waarin gezegd werd dat “Monsieur Miami gedood was”. Even later, het was toen omstreeks 9u.30, moest de politie de ruit breken in de ingangsdeur van het nr. 6 aan de Jean Volderslaan te Sint-Gillis, waar het kantoor gevestigd is van de h. E. Vranckx, een organisator van populaire uitstappen en die in de buurt bekend stond onder de naam van zijn reisbureau: “Miami”. Achter de toonbank vond de politie het stoffelijk overschot van de man, badend in het bloed.

Zoals gewoonlijk had de h. Vranckx voor ’s zondags vier uitstappen georganiseerd: naar Blankenberge, Oostende, De Panne, en Vianden. Kort voor 8u waren daarvoor vier autocars aangekomen bij zijn bureau. De chauffeurs vonden het wel ongewoon dat de h. Vranckx niet klaarstond om zijn klanten te begroeten, zoals hij dat gewoonlijk doet. Toen de klanten ingestapt waren, zijn de toerauto’s vertrokken.

Het ziet er naar uit dat het slachtoffer voor het laatst werd gezien door een buurman, een Griek die in het nr. 4 een winkel houdt en die zaterdagavond omstreeks 10u nog praatte met “Mijnheer Miami”. De man zei toen dat hij vier reizen had volgeboekt voor zondag, dat hij vermoeid was en ging slapen.

Het slachtoffer woonde op de benedenverdieping van het nr. 6, een gebouw waarvan de vier verdiepingen aan andere personen verhuurd zijn. De Griekse buurman had het wel eigenaardig gevonden dat er nog licht brandde in het reisbureau toen hij omstreeks 1u ’s nachts teruggekomen was van de pas geopende Brusselse foor. Maar hij had er niet veel aandacht aan besteed, tot het hem zondagochtend weer opviel dat er nu geen licht meer was in de winkel en dat hij de h. Vranckx niet opmerkte, temeer daar de man gewoonlijk in het deurgat van zijn winkel stond en voor alle voorbijgangers een vriendelijk woord had.

Hieruit meent men te mogen afleiden dat de man vermoord werd in de loop van de nacht van zaterdag op zondag. Over het wapen dat bij de misdaad gebruikt werd, is officieel niets meegedeeld. Volgens geruchten in de buurt zouden de talrijke wonden op het stoffelijk overschot er op wijzen dat de moordenaar een mes of een schroevendraaier zou gebruikt hebben. Het lijkt onwaarschijnlijk dat men het wapen van de misdaad zou teruggevonden hebben, want zondag rond het middaguur werd een arbeider van de wegenisdiensten ontboden om de rioolroosters in de omgeving te reinigen. Dat onderzoek leverde echter niets op.

Lawaai in de kelder

Aan een buurvrouw, de weduwe Plaes die in het nr. 2 aan de Volderslaan woont, had het slachtoffer vorige week verteld dat hij ’s avonds gerucht had gehoord in de kelder, dat hij zijn revolver had genomen en naar de kelder was gegaan en dat het licht er brandde, zonder dat hij er iemand had gevonden. “Sluit maar goed de deuren ’s avonds”, had hij zijn buurvrouw aangeraden. Een paar dagen later had hij haar verteld dat hij opnieuw gerucht had gehoord. Toen Mw. Plaes hem de raad gaf de politie te waarschuwen, had hij lachend gezegd: “Ik kan mezelf nog verdedigen, ik ben nog niet afgeschreven.”

Ook had het slachtoffer er zijn beklag over gemaakt dat de stoep voor zijn winkel wel de vergaderplaats leek van een groepje jonge snaken. Een drietal weken geleden zag Mw. Plaes hoe het slachtoffer op de stoep een woordenwisseling had met twee jonge mannen. Een ervan zou hij zelfs bij de kraag gevat hebben.

Ook andere personen die de buurt bewonen zijn niet te spreken over de onveiligheid die er schijnt te heersen. Op korte tijd werd in de winkel naast het reisbureau driemaal het geld uit de kassa gestolen. Als het ’s avonds donker geworden is, wordt er op diverse plaatsen aangebeld door onbekenden...

Energiek

Zondag werd niet meegedeeld of er reeds een spoor van de moordenaar werd gevonden. Wel zagen wij hoe de diensten van het parket drie grote stukken meenamen van de vloerbekleding, vermoedelijk om voetsporen te controleren.

Het lijkt duidelijk dat de moordenaar het gebouw heeft betreden langs de ingangsdeur naar de appartementen naast de winkel, een deur die trouwens dag en nacht geopend blijft. Naar verluidt was er vanuit de vertrekken die het slachtoffer bewoonde een rechtstreekse toegang tot de kelder. Het is dus niet uitgesloten dat de moordenaar uit de kelder kwam en dat hij misschien ook de oorzaak was van het gerucht dat het slachtoffer reeds meermaals had gehoord.

De moord lokte heel wat nieuwsgierigen naar de Volderslaan. Het slachtoffer was er zeer populair. De h. E. Vranckx was een man die zelf zei dat hij bijna 70 jaar was, al leek hij wel jonger. Hij was zeer energiek en hield zijn bloeiend reisbureau bijna alleen vlot. Slechts af en toe kreeg hij de hulp van een bediende. Zijn organisaties bestonden hoofdzakelijk uit eendagtrips naar de kust en de Ardennen, voor prijzen rond de 100 fr., een formule die het nog uitstekend doet in de volkrijke buurten van de hoofdstad.

Hij maakte er bovendien een erezaak van zijn klanten bij vertrek en aankomst te begroeten en hen te vragen of zij tevreden waren... Omstreeks 13u zondagmiddag werd het stoffelijk overschot van “Mijnheer Miami” weggebracht voor een lijkschouwing. Het parket bleef nog ter plaatse om sporen van de moordenaar te zoeken.

Een belangrijke vaststelling was toen reeds gedaan: de kassa in het kantoortje was leeggeroofd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Juli 1970

Rijkswacht lost vier jaar oude moord op te Sint-Gillis

Met monnikengeduld, zonder de zaak te forceren, is de rijkswacht van Brussel te weten gekomen wie vier jaar geleden te Sint-Gillis een 69-jarige uitbater van een reisagentschap met revolverschoten om het leven heeft gebracht. De man zat al achter slot en grendel want hij maakte deel uit van de indertijd beruchte bende Jules Caporale, die maandag 2 oktober 1972 voor het Assisenhof van Brabant verscheen.

Er zou tussen de kale gevangenismuren een ruzie ontstaan zijn onder de bendeleden en een van de opgeslotenen zou, misschien uit wraak, zich hebben laten ontvallen dat de 29-jarige Luc Sibille, barman uit Waterloo, wel meer moest afweten van de moord op de h. Vranckx, die de bijnaam “Mijnheer Miama” had.

De rijkswacht had deze verklaring goed in de oren geknoopt en begon weer het dossier van de moord te Sint-Gillis te onderzoeken.

De h. Vranckx werd met revolverschoten gedood en de rijkswachters hielden er rekening mee dat er misschien wel kogels in het stoffelijk overschot staken. Men vond al een kogel.

Nu blijkt dat die kogel afkomstig was uit het wapen van Luc Sibille. Waarom, blijft voor ons nog steeds een geheim... Sibille is een barman die vijf jaar beroepsmilitair is geweest en ook in Congo verbleef. Met Jules Caporale en nog twee andere trawanten was hij bij verscheidene overvallen betrokken.

Op 9 maart 1970 pleegde hij samen met de 26-jarige Luc De Schrijver een overval op de Bank van Brussel te Overijse. Ze roofden er 600.000 fr.

Op 29 april 1970 trokken de twee gangsters, verkleed als para-commando naar de Generale Bankmaatschappij te Watermaal- Bosvoorde waar 219.000 fr. werd gestolen en waar Sibille de gerant neerknalde.

12 augustus van hetzelfde jaar sloeg Sibille een 69-jarige wisselagent neer te Schaarbeek en ging er vandoor met 55.000 fr. en 500 mark.

Samen met Caporale en de andere bendeleden werd hij eind augustus 1970 door de rijkswacht aangehouden in een villa te Kraainem, waar de bende een gezellig leventje leidde.

Het Assisenhof van Brabant veroordeelde Caporale tot 25 jaar dwangarbeid en Sibille tot 20 jaar gevangenisstraf. Voor hij toetrad tot de bende had Sibille nog geen enkele veroordeling opgelopen. Zijn strafregister wordt nu nog verzwaard met deze moord, al is het te verwachten dat hij alle schuld zal loochenen, schuld waaraan de Brusselse recherche echter niet meer twijfelt.

Buurman

De politie van Sint-Gillis ontving zondagochtend 19 juli 1970 een naamloos telefoontje waarin werd medegedeeld dat “Monsieur Miami” dood was. Ze gingen natuurlijk dadelijk op zoek en aan de Jean Volders-laan waar de h. E. Vranckx een reisbureau “Miami” openhield, trof men het stoffelijk overschot van de man aan achter de toonbank, badend in het bloed.

Het slachtoffer werd het laatst gezien door een buurman, een Griek, die in het nr. 4 van voornoemde straat een winkel houdt, en die zaterdagavond nog een babbeltje sloeg met “Mijnheer Miami”.

De h. Vranckx vertelde toen nog dat hij voor de dag nadien vier reizen had volgeboekt, dat hij vermoeid was en ging slapen. Maar diezelfde Griek had het eigenaardig gevonden dat er om 1u nog licht brandde toen hijzelf terugkwam van de Brusselse foor. Er zijn dus redenen om aan te nemen dat de man tijdens de nacht van zaterdag op zondag werd vermoord.

Eendagstrips

Verder was het de recherche ter ore gekomen dat de buurt van de Jean Volderslaan de jongste tijd onveilig was geworden dat in de winkel naast het reisbureau driemaal geld uit de kassa werd gestolen. Het slachtoffer had aan een buurvrouw verteld dat hij in zijn kelder verdachte geruchten had gehoord, echter zonder iemand daar aan te treffen.

“Mijnheer Miami” was een man van bijna 70 jaar, maar hij zag er wel jonger uit. Bovendien was hij vol energie en hij beredderde moederziel alleen zijn reisbureau dat eendagtrips organiseerde naar de kust en de Ardennen voor de prijs van ongeveer 100 fr. Een formule die het overigens nog steeds goed doet in de arme buurten.

Maar op die bewuste zondag in juli vonden de chauffeurs van vier autocars (met bestemming Oostende, De Panne, Blankenberge en Vianden) het vrij ongewoon dat “Mijnheer Miami” er niet was om zijn klanten goede reis toe te wensen. Weinigen wisten toen al dat hij was vermoord en dat zijn kassa werd leeggeroofd.

Vier jaar en twee maande heeft het geduurd vooraleer, althans toch volgens sommige speurders, de moordzaak werd opgelost.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 September 1974

Stilte rond een moord

Toen onze krant op 28 september meldde dat de rijkswacht een vier jaar oude moord had opgelost, is een bom gebarsten in de gerechtskringen van de hoofdstad. Men had het gevoel dat hoge instanties erg verveeld zaten met het geval. We zijn nu bijna drie maanden verder en nog altijd houdt het parket de vinger op de mond omtrent deze zaak, waarin vermoedelijk enkele fatale vergissingen zijn begaan.

Naar we in Gentse kringen vernamen, zou het eerste onderzoek in de moord op de 69-jarige E. Vranck, uitbater van het reisagentschap “Miami” te Sint-Gillis-Brussel, nogal summier zijn verlopen. Overigens, het is slechts na de argwaan bij de Brusselse rijkswacht dat het dossier van die aanvankelijk raadselachtige moord opnieuw ter hand werd genomen. De rijkswacht had overigens meeval, want vier jaar na de feiten achterhaalde men dat een lid van de bende Caporale, die inmiddels achter slot en grendel zat wegens gewapende overvallen, “Mijnheer Miami” met revolverschoten had om het leven gebracht.

Tot nog toe heeft het parket van Brussel ons bericht van 28 september noch ontkend, noch bevestigd, hetgeen zoveel wil zeggen dat we het bij het rechte eind hadden. Maar waarom die stilzwijgendheid? Heeft de bende Caporale ondertussen nieuwe misdrijven toegegeven en wil men met andere zaken op de proppen komen? Het ware betreurenswaardig dat de indruk zou ontstaan alsof men sommige feiten wil verdonkeremanen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 December 1974

Parket geeft het toe: “Mijnheer Miami door bende Caporale vermoord”

Amper vijf dagen na ons bericht “Stilte rond een moord” heeft het parket van Brussel bijzonderheden verstrekt omtrent de moord op “mijnheer Miami” te Sint-Gillis. Meteen werd bevestigd wat we reeds op 28 september schreven, nl. dat de rijkswacht de vier jaar oude moord had opgelost en dat de bende Caporale de 70-jarige Vranckx om het leven had gebracht.

Er werd ook toegegeven dat de eerste lijkschouwing eerder summier werd uitgevoerd. Nadat Jean Caporale enkele brieven over de moord op de 70-jarige Emiel Vranckx uit Sint-Gillis had verstuurd naar de BOB, achtte men het in gerechtelijke kringen waarschijnlijk dat de drie daders reeds voor andere misdrijven achter slot en grendel zaten.

De h. Vranekx werd op 19 juli 1970 in zijn reisagentschap “Miami” aan de Jean Volderslaan 6 te Sint-Gillis vermoord gevonden. De daders zijn Jean Caporale zelf, Luc Sibille en Jean Leclercq die allen in 1972 door het Hof van Assisen van Brabant wegens gewapende overvallen werden veroordeeld en thans zijn opgesloten.

Emile Vranckx baatte sinds verscheidene jaren het kleine reisagentschap “Miami” uit. Hij werkte voor het grotere reisagentschap “Belgique Sports” en zijn cliënteel bestond hoofdzakelijk uit personen die eendagsreisjes maakten naar België of het Groothertogdom.

Reisagent Vranckx had de gewoonte ’s morgens aanwezig te zijn wanneer zijn cliënteel op de bus stapte die hen naar één of ander toeristisch plaatsje bracht. In de morgen van 19 juli 1970 bleef hij afwezig en toen omstreeks 10u in de voormiddag zijn reiskantoor nog steeds gesloten was, werd door “Belgique Sports” naar de plaatselijke politie getelefoneerd.

Lijkschouwing

De agenten dienden een ruit te verbrijzelen om naar binnen te komen. Achter de toonbank in het reiskantoor troffen ze het stoffelijk overschot van Vranckx aan, badend in een plas bloed. Uitgemaakt werd dat bij het slachtoffer een klein alarmtoestel werd ontvreemd alsmede een hoeveelheid fiscale zegels en prospectussen. Een goed verborgen som van 23.000 fr. werd nadien in de aanpalende slaapkamer van het slachtoffer teruggevonden en viel dus niet in de banden van de moordenaar-dief.

Het stoffelijk overschot vertoonde drie kleine wonden, twee in de borst en één in de buik, doch de lijkschouwing waartoe te Brussel met vrij rudimentaire middelen werd overgegaan, liet niet toe enig projectiel in het lichaam te ontdekken, zodat werd aangenomen dat de kwetsuren die 10 tot 12 cm. diep waren, werden toegebracht met een priem of een schroevendraaier.

Gezien de moord plaatsvond tijdens de opening van de Brusselse foor werden talrijke kermisreizigers aan een verhoor onderworpen. Er werden ook bij het kermisvolkje huiszoekingen verricht, maar al deze opzoekingen bleven zonder enig resultaat, zodanig dat het onderzoek in de zaak ten slotte op 15 november 1973 als beëindigd werd beschouwd.

In februari 1974 kreeg de BOB te Brussel onverwachts een brief die door Jean Caporale vanuit de gevangenis werd verstuurd en waarin hij meldde de dader van de moord op Vranckx te kennen. Hij beweerde meteen dat het Luc Sibille was. Caporale werd in oktober 1972 door het Assisenhof van Brabant wegens deelneming aan meerdere bankovervallen veroordeeld tot 25 jaar dwangarbeid. Luc Sibille en Jean Leclercq liepen wegens dezelfde feiten elk 20 jaar dwangarbeid op.

Caporale had voor het assisenhof steeds volgehouden geen uitstaans te hebben met de overvallen waarvan hij werd beschuldigd. Hij beweerde steeds maar dat deze misdaden het werk waren van Luc Sibille.

Met de brief, die hij in februari naar de BOB stuurde, wilde hij zijn onschuld bevestigen, door er op te wijzen dat Sibille de dader was, niet alleen van de overvallen, maar ook van de moord op Vranckx.

Onmiddellijk na zijn aanhouding einde augustus 1970 in een villa te Kraainem, werd Caporale wegens zijn zwaar verleden, een ogenblik verdacht van de moord op Vranckx. Doch Caporale en zijn bende hadden de gewoonte gewapenderhand op te treden en vermits het overlijden van Vranckx blijkbaar door een puntig voorwerp werd veroorzaakt. werd meteen getwijfeld aan de schuld van de bende.

Een afdruk van een rubberen zool die bij het slachtoffer was teruggevonden bleek trouwens niet overeen te stemmen met de schoenen die in de villa van Caporale werden terug gevonden. Doch toen Caporale zijn beschuldigingen tegen Sibille bleef volhouden, werd er op aandringen van substituut Deprêtre besloten tot een nieuwe lijkschouwing over te gaan. Al dadelijk kwam aan het licht dat er drie projectielen in het stoffelijk overschot staken. Twee van deze projectielen konden uiteindelijk aan de hand van een radioscopie worden verwijderd Het ging telkens om erg kleine kogels, af gevuurd met een .22 long rille

Toen bleek dat het slachtoffer niet was doodgestoken maar doodgeschoten, won de thesis van de moord gepleegd door de bende Caporale weer veld. Uit verklaringen van getuigen zou blijken dat CaporaIe, Sibille en Leclercq vaak in het café “Du Domo” rechtover het reisagentschap “Miami” werden opgemerkt, dat ze met zijn drieën reeds op 17 juli 1970 naar Sint-Gillis reden en een bezoek brachten aan Vranckx, doch dat ze eerst de dag daaropvolgend tot daden overgingen.

Na de moord te Sint-Gillis bleek het drietal in het bezit te zijn van een aktetas waarin enkele met bloed besmeurde bankbriefjes van 20 fr. staken. Ook hun kleren waren bebloed en deze zouden later door Caporale zijn verbrand.

Toen Caporale, Sibille en Leclercq later over deze feiten werden ondervraagd, schoven ze de schuld in elkanders schoenen. Hoe dan ook, ze werden alle drie onder beschuldiging geplaatst van moord op Vrancx, als dader of mededader, met het doel de diefstal te vergemakkelijken.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 December 1974

Negen jaar oude roofmoord maandag voor Brabantse Assisen

Van maandag 8 oktober af verschijnen voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Poupart, vier beklaagden in verband met de roofmoord, gepleegd op 19 juli 1970 op Emile Vranckx, uitbater van het reisagentschap Miami, Jean Volderslaan te Sint-Gillis.

De vier beklaagden zijn de 50-jarige Jean Caporale, vrachtrijder, wonende Bloemenstraat te Brussel, de 36-jarige Luc Sibille, herbergier, wonende Brusselse Steenweg te Waterloo, de 43 jarige Jean Leclercq, decorateur, wonende Bloemenstraat te Brussel, en de 28-jarige Alain Gerils, bediende, wonende Tulpenstraat te Kraainem.

De rijkswacht kwam op het spoor van de daders nadat Caporale einde 1973 vanuit de gevangenis van Leuven, waar hij zat opgesloten, een brief had verstuurd in verband met een onopgeloste moord in het Brusselse. Het onderzoek bracht aan het licht dat de reisagent met drie revolverkogels door Sibille werd doodgeschoten en vervolgens van zijn portefeuille en een bos sleutels beroofd. De beslissing om de reisagent te gaan overvallen werd echter genomen door Caporale en Leclercq. Gerils trok buiten de wacht op toen de feiten zich voordeden.

Op 12 oktober 1972 werd Caporale reeds in een totaal andere zaak door het Hof van Assisen van Brabant wegens overvallen veroordeeld tot 25 jaar dwangarbeid. In dezelfde zaak kregen Sibille en Leclercq elk 20 jaar dwangarbeid. Caporale wordt verdedigd door Mrs madeleine Deroy-Pechon, Xavier Magnée en eventueel Michel Graindorge, Sibille door Mrs Pascal Vanderveeren. Eric Vergauwen en Jean-Paul Terlinden. Leclercq door Mrs Fernande Motte-De Raedt en Reginald De Becq. Gerils ten slotte door Mrs Michel Delacroux en Paul-Emile Mousin.

Het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal Basch. Er zijn een 20-tal getuigen en de debatten nemen vijf dagen in beslag.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Oktober 1979

Zware jongens staan terecht wegens roofmoord

Voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Poupart, verschenen maandag vier betichten die worden beschuldigd van een roofmoord gepleegd op 19 juli 1978 op Emile Vranckx, uitbater van het Reisagentschap Miami, Jean volderslaan te Sint-Gillis-Brussel.

Het betreft de 50-jarige Jean Caporale, vrachtvoerder. wonende Bioemenstraat te Brussel, de 36-jarige Luc Sibille herbergier, wonende Brusselse steenweg te Waterloo, de 43- jarige Jean Leclercq, decorateur, wonende Bloemenstraat te Brussel en de 28-jarige Alain Gerils, bediende, wonende Tulpenstraat te Kraainem.

Na de samenstelling van de jury gaf betichte Caporale te kennen dat het met zijn verdediging helemaal niet in orde is. Caporale had moeten verdedigd worden door Mr. Michel Graindorge. Zoals bekend verblijft deze advocaat momenteel zelf in de gevangenis zodat hij de verdediging van Caporale niet kan waarnemen.

Caporale en Leclercq worden er van beschuldigd de moord op de reisagent te hebben gepland. De moord zelf was het werk van Sybille, die de agent met drie revolverschoten om het leven bracht en hem vervolgens een brieventas en een bos sleutels afnam. Gerils, die vrij voor het Hof verscheen, zou de wacht hebben gehouden toen de feiten zich afspeelden. Voorzitter Poupart stelde ondertussen ambtshalve Mr. Xavier Magnée aan als plaatsvervanger voor Mr. Graindorge, doch Caporale wil van deze advocaat niet weten. Blijft dan nog Mr. Madeleine Deroy-Pêchon over, een medewerkster van Mr. Graindorge. Zij zou slechts een beperkte kennis van het dossier hebben en derhalve niet in staat zijn de verdediging waar te nemen.

Door tussenkomst van Mr. Xavier Magnée die een akte van verdediging voorlas, vroeg Caporale aan het Hof het behandelen van zijn zaak uit te stellen totdat een gepaste advocaat zal gevonden zijn. Voorzitter Poupart vroeg bedenktijd aan Caporale, gezien de ernst van zijn beslissing.

Toumaniantz

Bij de aanvang van de namiddagzitting bleek dat Caporale nog altijd als verdediger een zekere Toumaniantz opeiste, een man die enkele jaren geleden door de Correctionele Rechtbank te Brussel tot 10 jaar gevangenisstraf werd veroordeel wegens het plegen van een reeks overvallen. Toumaniantz wist in de gevangenis het diploma van licentiaat in de Rechten te verwerven, maar is nergens aangenomen bij een balie, zodat hij onmogelijk in de zaak Caporale tussenbeide kan komen.

Mr. Xavier Magnée merkte op dat hij in overeenstemming met de wet de verdediging van Caporale wil blijven opnemen, ook als deze dat niet mocht wensen. Ook Mr. Madeleine Deroy-Pêchon wil Caporale blijven verdedigen.

Dan richtte voorzitter Poupart zich tot Caporale, die o.m. beroep doet op de Conventie van de Rechten van de Mens om zijn eigen standpunt te handhaven. Volgens de voorzitter stelt Caporale alles in het werk om zijn proces te verdagen. Caporale maakte bekend dat hij zich in verbreking zal voorzien indien Mr. Magnée zijn raadsman zou blijven tegen zijn wil in. De advocaat vroeg dan na een lange beraadslaging de verdaging van het proces voor zijn cliënt. Advocaat-generaal Bâche zei dat Caporale al herhaaldelijk voor het Hof van Cassatie kwam voor verschillende redenen. Hij meende dat zijn nieuwe voorziening voor Cassatie nu niet eens ontvankelijk is, want als Caporale zo doorgaat zal hij alleen maar pogen aan een nieuw proces te ontsnappen.

Mr. Vanderveeren, advokaat van Luc Sibille, wilde dat de debatten toch zouden doorgaan. Ook Mr. De Beco zei hetzelfde voor zijn cliënt Jean Leclercq. Vervolgens kwam het arrest van het Hof zelf, waaruit bleek dat alle cassatiemiddelen voor Caporale in feite waren uitgeput en dat de debatten niet kunnen worden verdaagd. Mr. Magnée werd andermaal ambtshalve door het Hof als hoofd verdediger van Caporale aangewezen.

De voorzitter sprak aanvankelijk over het verschijnen van de drie eerste beklaagden voor het Hof van Assisen van Brabant in oktober 1972 wegens het plegen van overvallen. Caporale kreeg hiervoor 25 jaar dwangarbeid. Sibille en Leclercq elk 20 jaar dwangarbeid. Op 6 december 1973 schreef Caporale een brief vanuit de gevangenis van Leuven, waarin hij details verstrekte over de roofmoord op reisagent Emile Vranckx. Thans verklaart Caporale die details te hebben verteld om te bewijzen dat hij in de vorige zaak n.l. die van de overvallen, ten onrechte door Sibille en Leclercq als mededader werd beschuldigd. In feite wilden beiden, aldus Caporale, de moord op de reisagentschap in de doofpot stoppen.

Tijdens de ondervraging zei Caporale nog dat hij alle details over de omstandigheden waarin de reisagent werd omgebracht, vernam van Sibille zelf, hoofdzakelijk in de gevangenis. Daarna werd Luc Sibille ondervraagd. Hij verklaarde bij de reisagent te hebben willen inbreken, maar niets te zien te hebben met de moord.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Oktober 1979

Slechte dag voor Leclercq en Sibille

In het proces van de bende-Caporale voor het Hof van Assisen van Brabant, beschuldigd van roofmoord op reisagent Emile Vranckx, werden dinsdagvoormiddag de laatste twee beklaagden in deze zaak door voorzitter Poupart ondervraagd.

Van de 43-jarige Jean Leclercq, decorateur uit Brussel, kon worden vernomen dat hij thans voor de tweede maal voor het Hof van Assisen van Brabant verschijnt. Hij werd een eerste maal in 1972 tot 20 jaar dwangarbeid veroordeeld wegens deelneming aan overvallen. Leclercq leerde trouwens Jean Caporale kennen in de gevangenis. Hij kwam zich in 1963 als vennoot in diens villa te Kraainem vestigen en hield zich later bezig met het vervoer van schoolkinderen.

Betreffende de moord op reisagent Vranckx, gepleegd op 19 juli 1970, vertelde Leclercq dat hij een paar dagen voordien een gesprek van Caporale opving, waarin deze aan Luc Sibille voorstelde Vranckx te beroven in zijn reisagentschap aan de Jean Volderslaan te Sint-Gillis. Weldra gingen Caporale en Sibille, beiden gewapend, het reisagentschap verkennen. Leclercq geeft toe hen te hebben vergezeld, maar zonder dat hij een wapen in zijn bezit zou hebben gehad.

In de late avond van 19 juli 1970, nadat het slachtoffer was vermoord, stelde Leclercq vast dat het hemd van Sibille sporen van bloed droeg. De daaropvolgende dag gaf Caporale opdracht aan Leclercq de met bloed besmeurde kleren van Sibille en de portefeuille van het slachtoffer in de tuin rond de villa te verbranden, wat ook gebeurde.

Tijdens de wandeling

De volgende beklaagde, Alain Gerils, bediende uit Kraainem, woonde in de buurt van de villa van Caporale. Op 14-jarige leeftijd werden zedenfeiten op hem gepleegd door Caporale. Later werd Gerils de minnaar van de vriendin van Caporale.

Inzake de moord op de reisagentschap zegde Gerils, dat Caporale tot elke prijs wilde dat hij hem naar Sint-Gillis zou vergezellen. Volgens Gerils was Caporale mogelijk bang hem alleen te laten met zijn jonge vriendin, gezien deze eveneens de minnares was van Gerils.

Hoe dan ook, Gerils houdt vol dat hij een wandeling was gaan maken toen de feiten zich voordeden. Op bewuste avond nam Gerils afscheid van Caporale te 22u10 en hij zag hem eerst terug te 23u30. Ze reden toen samen met Sibille en Leclercq naar Kraainem terug, waar ze aankwamen even na middernacht.

Schoten of steken?

Vervolgens werd rechter van instructie De Brabandere als eerste getuige ondervraagd. Hij had het over het lijk van het slachtoffer, dat aanvankelijk door drie kogels getroffen leek. De lijkschouwing liet echter niet toe enig projectiel in het lichaam te ontdekken, zodat uiteindelijk werd aangenomen dat de reisagent door een puntig voorwerp om het leven was gebracht.

Nadat Caporale in december 1973 had gemeld dat de reisagent in feite door drie revolverkogels, afgevuurd door Luc Sibille, werd gedood, werd het stoffelijk overschot ontgraven en aan de Gentse hoogleraar Thomas toevertrouwd. Het eerste radiografisch onderzoek bracht aan het licht dat er vermoedelijk drie kleine kogels in het stoffelijk overschot staken, doch er diende tot een erg nauwkeurige lijkschouwing te worden overgegaan vooraleer slechte twee van deze drie konden worden teruggevonden.

Een haar en pantoffels

De eerste getuige die dinsdagnamiddag werd ondervraagd was prof. Van Boven, die uitleg kwam verstrekken over een haar dat onder de nagel van het slachtoffer Emile Vranckx werd teruggevonden. Volgens deze getuige kon dit haar, dat ongetwijfeld toebehoorde aan een van de daders, alleen herkomstig zijn ofwel van Jean Leclercq ofwel van Luc Sibille.

Volgende getuige, Jean Dath, nam als wapendeskundige deel aan de twee lijkschouwingen van het slachtoffer. De eerste liet niet toe enig projectiel te ontdekken zodat toen werd gedacht dat Vranckx met een puntig voorwerp werd doodgestoken. De tweede lijkschouwing, uitgevoerd door prof. Thomas, maakte het mogelijk drie kogels te ontdekken waarvan er twee konden worden te voorschijn gehaald. Het ging om twee kleine projectielen .22.

Toen kwam Edmond Maes getuigen, een specialist inzake schoenen en pantoffels. Hij vond op de plaats van de feiten sporen van twee personen die gedeeltelijk in het bloed van het slachtoffer trapten. In de eerste plaats ging het om tennispantoffels maat 41 die, hetzij door Leclercq, hetzij door Sibille konden zijn gedragen Het andere spoor werd veroorzaakt door een schoen met een hoge hak maat 37 die vermoedelijk door een vrouw werd gedragen.

Vervolgens werden de professoren Thomas en Pimperman van Gent en geneesheer Vandevelde als getuigen ondervraagd. Zij namen alle drie deel aan de lijkschouwing te Gent die het mogelijk maakte twee kogels te recupereren. Eén van de projectielen veroorzaakte een bloeding in de longen wat op zichzelf reeds de dood kon veroorzaken. Het tweede kwam in de linkerflank terecht. Het slachtoffer vertoonde ook een gapende wonde aan het hoofd, vermoedelijk het gevolg van een kolfslag.

Als laatste getuigen werden de psychiaters Dumont en Aflalo ondervraagd. Volgens deze deskundigen zijn de vier beklaagden noch zwakzinnig noch krankzinnig. Wel is de verantwoordelijkheid van sommigen onder hen in lichte mate verminderd. Heden gaat het getuigenverhoor verder.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Oktober 1979

Caporale en Sibille waren hoofdacteurs in moordstuk

Derde dag, woensdag, in het proces tegen Jean Caporale, Luc Sibille, Jean Leclercq en Alain Gerils, die voor het Hof van Assisen van Brabant terechtstaan wegens overval en moord op de 70-jarige reisagent Emile Vranckx te Sint-Gillis. De voormiddagzitting begon met het aanhoren van de laatste getuigen ten laste.

De h. Delcarte, officier van de gerechtelijke politie, die op de plaats van de feiten de eerste vaststellingen deed, verklaarde dat geen deuren waren opengebroken. Het lichaam van het slachtoffer was achter de toonbank gesleept en gedeeltelijk met een gordijn bedekt. De aanranding zelf had blijkbaar plaatsgevonden achter de toegangsdeur. Daar werden immers grote bloedvlekken teruggevonden, veroorzaakt door het inslaan van de schedel van de reisagent. Het lichaam vertoonde ook drie kleine openingen, vermoedelijk kogelwonden.

Er waren geen sporen van worsteling en het appartement was slechts oppervlakkig doorzocht, zodat de daders zelfs een som van 18.000 fr., verborgen in een blikken doos in de keuken, hadden laten liggen. De brieventas van het slachtoffer en zijn alarmpistool waren verdwenen.

Van de reisagent was in de buurt bekend dat hij soms wel tot 200.000 fr. in huis had, wat de nacht van de feiten evenwel niet het geval was.

De volgende getuige was de BOB-adjudant Louis, die van Caporale vanuit de centrale gevangenis te Leuven een brief had ontvangen, waarin hij in verband met de moord een aantal feiten onthulde. De brief bevatte o.m. de initialen van alle personen die aan de overval deelnamen.

Toen werd rijkswachter André Demey ondervraagd. Hij kwam op het spoor van de vriendin van de reisagent, Lucienne L., die nauwelijks een uur vóór de feiten met het slachtoffer nog op restaurant was geweest. De sporen van vrouwenschoenen die in het appartement werden teruggevonden, zijn waarschijnlijk van haar afkomstig. Het staat echter vast dat ze met de feiten zelf niet het minste te maken had.

Daarop was het de beurt aan de vriendin van Caporale, de 37-jarige Juliette, zuster van een van de vier beklaagden. Ze zegde dat ze in de villa van Caporale te Kraainem verbleef met haar minnaar en met de drie andere beschuldigden. Ze wist dat de mannen twee dagen vóór de feiten naar Sint-Gillis reden om het agentschap van de h. Vranckx te gaan verkennen. De avond van de feiten zelf, keerde het viertal omstreeks middernacht met een minibus uit Sint-Gillis terug. Ze zagen er nogal verslagen uit. Sibille had bebloede klederen en vèrtelde dadelijk aan Juliette dat het slachtoffer zich had verweerd en dat hij hem had moeten neerschieten en de schedel inslaan.

Tijdens de namiddagzitting was het de beurt aan Pietro Cacciato, uitbater van het café Le Dome, gelegen recht tegenover het reisbureau Miami te Sint-Gillis. Getuige verklaarde dat Caporale en zijn spitsbroeders af en toe bij hem een glas kwamen drinken. Hij kon zich niet herinneren of zij hem tijdens de dagen voor de moord over het toekomstig slachtoffer hadden ondervraagd.

De volgende getuige was René Merci, die de drukkerij van de gevangenis te Leuven leidde. Hij getuigde dat Jean Leclercq bij hem in de drukkerij werkte en dit zeer goed deed.

Ten slotte werd Robert Van Hove, gerechtelijk hoofdcommissaris te Brussel gehoord op verzoek van de verdediging van Alain Gerils. Hij vertelde dat Caporale in 1972 blijkbaar plannen koesterde om een bank in Elsene te overvallen, maar dat er nooit een begin van uitvoering was geweest.

Vandaag volgen het rekwisitoor en de pleidooien.

Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Oktober 1979

Caporale en Sibille beschuldigen elkaar

In het proces tegen de bende Jean Caporale voor het Hof van Assisen van Brabant, werden donderdagvoormiddag aanvankelijk nog een drietal getuigen van de verdediging ondervraagd. Vooreerst eerste substituut Jean Deprêtre, die naar aanleiding van een persconferentie einde december 1973 over de moord op reisagent Emile Vranekx (juli 1970), zegde dat hij toen alleen objectieve verklaringen had afgelegd.

Tweede getuige was de echtgenote van Juliette, gewezen vriendin van Caporale. Deze verklaarde van Juliette nooit iets over de moord op de reisagent te hebben vernomen.

Laatste getuige was Toumaniantz. Wegens een reeks overvallen werd die enkele jaren geleden tot tien jaar cel veroordeeld, maar hij behaalde in de gevangenis het diploma van licentiaat in de rechten. Hij was door Caporale ontboden in verband met het proces van 1972 waarin hij volgens zijn verklaringen ten onrechte zou zijn veroordeeld. De uitlatingen van de getuige gaven echter aanleiding tot een reeks incidenten met voorzitter Poupart, zodat er ten slotte niets van het getuigenis overbleef.

Vervolgens begon advocaat-generaal Basch met zijn rekwisitoor. Hij stelde vast dat de vier beklaagden beschuldigd worden op de een of andere wijze te hebben deelgenomen aan de moord op de reisagent. Het valt moeilijk over deze moord te spreken indien niet tevens gewag wordt gemaakt van drie overvallen, eveneens gepleegd in 1970, waarbij in totaal 566.000 fr. werd buitgemaakt. De geplande diefstal bij de reisagent maakte deel uit van deze reeks, doch het werd ten slotte een roofmoord. Voor dit feit kunnen de hoofdbeklaagden eventueel de doodstraf krijgen.

De advocaat-generaal beschreef Caporale als een pervers iemand, die ondermeer zijn zwanger geworden bijzit had laten werken als een slaaf en haar zelfs verplicht had een valse getuigenis af te leggen. Caporale werd in totaal veroordeeld tot 45 jaar dwangarbeid en gevangenisstraf. Normaal zou hij slechts op 86-jarige leeftijd kunnen vrijkomen. Hij kan er dus niets bij te verliezen met onthullingen te voorschijn te komen over een moord waaraan hij zelf deelnam. Caporale hoopt immers door deze onthullingen een herziening van zijn vorig proces te bekomen, dat hem 25 haar dwangarbeid kostte en waarbij hij volgens zijn verklaringen ten onrechte werd veroordeeld.

Details

Reeds bij de aanvang van het onderzoek beweerde Caporale alle details over de moord op de reisagent van Luc Sibille te hebben vernomen in de celwagen. Zulks is alleszins uitgesloten gezien er daarbij rijkswachters aanwezig waren. Sibille zou zeker geen details over een moord, door hemzelf gepleegd, aan Caporale verteld hebben, want deze bekentenissen zouden hem wel eens zijn hoofd kunnen kosten. Caporale was in feite op de hoogte van bijzonderheden over de moord, omdat hij er zelf rechtstreeks was bij betrokken, ook al beweert hij het tegendeel.

In werkelijkheid gaf Caporale aan Sibille de opdracht de reisagent te gaan bestelen, wat deze aanvankelijk met tegenzin zou hebben aanvaard. Doch het slachtoffer bood weerstand en Sibille schoot hem neer. Hij sloeg het slachtoffer ook de schedel in met de kolf van een wapen. De thesis van Sibille, ais zou de moord door Caporale zelf zijn gepleegd en het verhaal dat hijzelf achteraf in een bloedplas zou zijn uitgegleden, wat zou verklaren dat zijn kleren met bloedvlekken waren besmeurd, houdt evenmin steek volgens de openbare aanklager.

Wat Jean Leclercq betreft, deze versterkte een onmisbare hulp door de twee hoofddaders met de minibus naar de plaats van de feiten te brengen. Over Alain Gerils zegde het openbaar ministerie nog dat hij de hoofddaders naar de plaats van de feiten vergezelde en ook een zekere hulp verleende, die weliswaar niet noodzakelijk was voor het uitvoeren van de misdaad.

Wederzijdse beschuldigingen

Tijdens de namiddagzitting van het Hof van Assisen van Brabant kwam de verdediging van Jean Caporale aan het woord. Mr. De Haan verdedigde de thesis van Caporale als zou hij volkomen onschuldig zijn in deze zaak. Caporale immers stelde het gerecht op de hoogte van de omstandigheden waarin reisagent E. Vranckx werd vermoord. Mocht Caporale toch schuldig zijn dan zou hij gewoon als een krankzinnige hebben gehandeld door alle details over de moord kenbaar te maken. En Caporale is niet krankzinnig zoals blijkt uit het verslag van de psychiaters.

Als tweede advocaat van Caporale betoonde Mr. Madeleine Deroy-Pechon dat haar cliënt in feite het slachtoffer is van een gerechtelijke dwaling. Caporale wil dat gerechtigheid zou geschieden. Vervolgens begon Mr. P. Vanderveeren te pleiten voor Luc Sibille, die blijft volhouden onschuldig te zij. Hij blijft volhouden dat de feiten door Caporale werden gepleegd en dat hijzelf besmeurde kleren opliep toen hij achteraf in een bloedplas trapte en uitgleed.

Als tweede advocaat van Sybille zei Mr. E. Vergauwen dat zijn cliënt vooral door Caporale van de moord op de reisagent wordt beschuldigd, maar dat gebeurt alleen uit weerwraak, aldus de advocaat. Caporale is boos op Sibille omdat deze hem in het proces van 1972 aankloeg voor een reeks overvallen.

Vandaag worden de pleidooien voortgezet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Oktober 1979

Verdedigers pleiten onschuldig voor Caporale

Vrijdag werd voor het Hof van Assisen van Brabant de zaak Caporale verder behandeld. De pleidooien namen zoveel tijd in beslag dat het arrest pas maandag wordt verwacht.

Vrijdagvoormiddag werden de laatste pleidooien gehouden. Als eerste komt advocaat De Beco pleiten voor Jean Leclercq. Zijn cliënt leerde Caporale kennen in de gevangenis te Leuven. Onmiddellijk werd Leclercq overweldigd door de sterke persoonlijkheid van Caporale.

Leclercq had een zwakke persoonlijkheid, zoals blijkt uit het verslag van de psychiaters. Nadat hij een paar maal als knaap van huis was weggenomen en te Merksplas had verbleven, begon hij diefstallen te plegen. Hij liep 7 jaar gevangenisstraf op toen hij slechts 20 jaar oud was. Toen hij vrij kwam, had hij geen ander toevluchtsoord dan de villa van Caporale te Kraainem.

Voor dezelfde betichte pleit Mr. Fernande Motte-De Raedt dat Leclercq terechtstaat om onontbeerlijke hulp te hebben verleend bij het plegen van de feiten. De advocate is het daarmee echter helemaal niet eens. Tijdens de feiten bracht Leclercq een bezoek aan Brussel-kermis. Hij had voordien Caporale en Sibille tot bij de plaats van de misdaad gebracht met een minibus, maar dat bewijst nog niet dat hij aan de feiten deelnam.

Er bestaat een groot verschil tussen het transporteren van personen naar een zekere plaats en een gangster die aan het stuur blijft zitten van een wagen met draaiende motoren de daders na het plegen van een overval helpt zo vlug mogelijk te verdwijnen. Er kan dus niet worden gezegd dat Leclercq “onontbeerlijke hulp” verleende, en daarom moet hij worden vrijgesproken.

Mr. Michel Delacroix pleit voor Alain Gerils. Deze wordt slechts beschuldigd van medeplichtigheid. Volgens de advocaat treffen zijn cliënt wel morele verwijten. Gerils was slechts 19 jaar oud toen de feiten zich voordeden, nog een adolescent en erg gehoorzaam aan Caporale. Ook hij was niet in staat zich aan het gezag van Caporale te onttrekken. Gerils, die reeds in 1974 in vrijheid werd gesteld, werkt thans als bediende bij een ziekteverzekering, waar hij volledige voldoening schenkt.

Ten slotte pleit Mr. Emile Mousin eveneens voor Alain Gerils. De beschuldigingen tegen zijn cliënt berusten volgens de advocaat uitsluitend op een verklaring die hij in september 1974 aflegde tegenover een gerechtelijk officier. Hij zou de avond van de feiten Caporale zeker hebben verwittigd indien hij in de buurt een politiewagen had opgemerkt. Gerils was ten slotte mee naar Sint-Gillis gegaan omdat Caporale niet wilde dat hij alleen bij zijn vriendin Juliette zou blijven. In werkelijkheid deed Gerils helemaal niets, want op het ogenblik van de feiten ging ook hij de Brusselse kermis bezoeken.

Sibille

Als eerste advocaat van Caporale zegde Mr. Ronald Rossignol dat het slachtoffer ongetwijfeld werd vermoord door iemand die mogelijk door een ander persoon was vergezeld. Volgens de advocaat kon deze dader alleen maar Luc Sibille zijn.

Deze gaf immers toe de dag voor de feiten een poging tot inbraak bij het slachtoffer te hebben ondernomen. Hij was daarbij gewapend met een pistool en in het bezit van een grote schroevendraaier. De kleren van Sibille waren met bloed besmeurd en werden later verbrand.

Het is bewezen dat Sibille de avond van de feiten en de avond voordien telkens een bezoek bracht aan de herberg gelegen vlak tegenover de plaats van de feiten. Sibille vertelde achteraf aan Juliette, de vriendin van Caporale, dat het slachtoffer maar niet wilde sterven, zelfs nadat hij zesmaal had geschoten, zodat hij hem de schedel had moeten inslaan.

De man die Sibille naar de plaats van de feiten overbracht, was Jean Leclerq. Hij, die alarm moest slaan bij een eventueel opdagen van de politie, was Alain Gerils. Van Caporale was nergens een spoor, noch van zijn vingers noch van de zolen van zijn schoenen, teruggevonden. Er bestaat dus de grootste twijfel over zijn schuld.

Als tweede advocaat van Caporale, zegde Mr. Xavier Magnée vervolgens dat hij de onschuld van zijn cliënt zou pleiten. Hij achtte het best mogelijk dat Caporale alle gegevens over de misdaad vernam van Sibille, toen ze samen met een celwagen naar de gevangenis werden overgebracht. Mr. Magnée had het eveneens over de afwezigheid van elk materieel element waaruit de schuld zou moeten blijken. Volgens de advocaat is het zelfs niet bewezen dat ook Caporale in de minibus zou hebben gezeten die Sibille, Leclercq en Gerils naar de plaats van de feiten overbracht.

Mr. Magnée achtte het tevens onwaarschijnlijk dat Caporale aan Gerils, die hij niet kon luchten terwille van Juliette, het wapen van de misdaad zou hebben toevertrouwd om het te gaan weggooien in het kanaal. In werkelijkheid brachten Sibille, Leclercq en Gerils beschuldigingen uit aan het adres van Caporale om zich te wreken. Caporale had immers de hele zaak uitgebracht, met het gevolg dat de drie voorgenoemde beklaagden zelf in beschuldiging werden gesteld. Het arrest zal vermoedelijk maandagavond vallen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 Oktober 1979

Doodstraf voor Caporale, levenslang voor Sibille

Na een beraadslaging van bijna twee uur heeft het Hof van Assisen van Brabant Jean Caporale veroordeeld tot de doodstraf en Luc Sibille tot levenslange dwangarbeid wegens roofmoord. In het arrest wordt gesteld dat de feiten ten laste van Jean Leclercq en Alain Gerils verjaard zijn.

In het proces van de bende Caporale voor het Hof van Assisen van Brabant hadden maandagvoormiddag de replieken plaats. De bende Caporale staat terecht voorde roofmoord op reisagent Emile Vranckx te Sin-Gillis.

Advocaat-generaal Basch heeft het eerst over betichte Alain Gerils die volgens hem enkel schuldig is aan medeplichtigheid. In verband met Jean Leclercq staat het volgens de openbare aanklager vast dat hij als medewerker optrad omdat hij de eigenlijke dader naar de plaats van de feiten heeft vervoerd. Die eigenlijke dader kan niemand anders dan Luc Sibille zijn, wat volgens het O.M.. blijkt uit bloedvlekken op zijn kleren toen hij van de plaats van de misdaad naar Kraainem terugkeerde. Wat ten slotte Jean Caporale betreft zegt het openbaar ministerie dat hij bijzonderheden wist te vertellen die hij alleen kon weten door er zelf te hebben aan deelgenomen.

Vervolgens neemt Mr. Xavier Magnée het woord voor Caporale. De advocaat betoogt dat een man als Caporale zeker niet de hele zaak bij het gerecht zou hebben verklapt indien hij er zelf iets mee te maken had. Indien hij het toch deed was het omdat hij zonder meer onschuldig is.

Mr. Erik Vergauwen pleit voor Luc Sibille. Volgens hem was het technisch en psychologisch volledig uitgesloten dat Sibille alle details over de misdaad aan Caporale zou zijn gaan vertellen. De advocaat is van oordeel dat grote twijfel bestaat over de schuld van Sibille.

Voor Leclercq pleiten Reginald De Becq en Fernande Motte-De Raedt. Volgens deze advocaten wilde Caporale zich wreken toen hij Leclercq ging beschuldigen als mededader. Niets bewijst echter dat Leclercq wel degelijk de minibus bestuurde waarmee de daders van Kraainem naar Sint-Gillis reden.

Ten slotte zegt Mr. Michel Delacroix nog iets voor zijn cliënt Alain Gerils, tegen wie volgens hem niets is bewezen. Caporale zegt nog: “Ik stel vast dat iedereen het op mijn verdedigers heeft gemunt en in het bijzonder op Mr. Magnée. Ik ben echter overtuigd dat mijn advocaten alles deden wat ze konden en ik ben ze daar dankbaar voor”.

Sibille, Leclercq en Gerils wensen geen verklaring af te leggen.

Voorzitter Poupart leest de 12 vragen voor de jury. De eerste drie betreffen de schuld van Caporale, Sibille en Leclercq aan een diefstal van geld en een alarmpistool ten nadele van Emile Vranckx. De vierde vraag is te weten of Gerils schuldig is aan de diefstal maar dan enkel als medeplichtige. Voor de vier beklaagden betreffen de 5de tot de 8ste vraag het plegen van geweld bij de diefstal. De 9de tot de 12de vraag betreffen de dood van het slachtoffer.

Schuldig

Na een beraadslaging die vier uren duurde, kon uit het antwoord van de jury worden afgeleid dat Caporale en Sibille schuldig werden bevonden aan een diefstal met de bezwarende omstandigheid van een opzettelijke doodslag, met andere woorden dat ze schuldig zijn aan een roofmoord. Voor Leclercq en Gerils werd alleen de diefstal weerhouden zonder enige vorm van geweldpleging.

Advocaat-generaal Basch vorderde vervolgens de doodstraf tegen Caporale, die hij nogmaals als een pervers persoon bestempelde. Voor Sibille, die de noodlottige invloed van Caporale onderging, wat een verzachtende omstandigheid uitmaakte, vroeg het openbaar ministerie om levenslange dwangarbeid. Wat Leclercq en Gerils betreft, stelde het openbaar ministerie vast dat zij zich aan een correctioneel misdrijf schuldig maakten waarvoor een maximumstraf van vijf jaar vrijheidsberoving is voorzien. De feiten die zich afspeelden in 1970 zijn echter verjaard en Leclercq noch Gerils kunnen nog worden gestraft.

Mr. Xavier Magnée zegde uit naam van Caporale opdracht te hebben gekregen niet over de straf te pleiten. Van zijn kant vroeg Mr. Pascal Vanderveeren, pleitend voor Sibille, rekening te houden met verschillende verzachtende omstandigheden tegenover zijn cliënt, die thans niet meer de man is van 1970, toen hij de feiten pleegde.

Gezien de verjaring werd niet meer gepleit voor Leclercq en Gerils. Caporale zegde toen geen toorn te gevoelen tegen wie dan ook, maar alleen erg ontgoocheld te zijn door het verdict van de jury.

Sibille van zijn kant vroeg hem nog een kans te gunnen. Vervolgens trok het Hof zich met de gezworenen terug om te beraadslagen over de strafmaat.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Oktober 1979

2,133

(39 replies, posted in 1980-1989)

Xenophon wrote:

Het is ab-so-luut onmogelijk om van de KMS naar de Herdersliedstraat te raken op 10 minuten. Zelfs niet als er geen verkeer is en je vlamt door.

Misschien had hij zijn sirene aangezet. smile Maar als hij dat inderdaad zo heeft verteld tijdens het proces, dan moet het voor de verdediging van Lammers een koud kunstje geweest zijn om dit onderuit te halen.

Als dat het niveau is van het dossier dat ze hadden opgebouwd tegen Lammers, dan begin ik beter te begrijpen waarom hij werd vrijgesproken voor de dubbele moord.

Xenophon wrote:

Terzijde: weet iemand vanaf welke brug in Basse-Wavre de stukken van het moordwapen in de Dijle zouden zijn gegooid?

Nee, maar ik wil er wel eens achter zoeken. Misschien vind ik het terug in mijn documenten. Is er een bepaalde reden waarom je het vraagt?

2,134

(260 replies, posted in Westland New Post)

Eric Lammers in Frankrijk opgesloten

Bij de politie van Chamonix in de Franse Alpen heeft zich onlangs een Belg gevangen gemeld. Het betreft Eric Lammers, die in ons land gezocht wordt wegens de diefstal van een vrachtwagen vol tabakswaren op 20 december 1984 te Anderlecht. Hij wordt bovendien ook verdacht betrokken te zijn geweest bij de diefstal van acht doeken van James Ensor in januari van dit jaar bij de familie de Broqueville te Sint-Genesius-Rode. De schilderijen hadden een totale waarde van ongeveer 10 miljoen. Ze werden nadien ongeschonden teruggevonden in een kluis in het Brusselse zuidstation.

Daarnaast is er nog de diefstal van een kostbare diamant die, eveneen in het begin van dit jaar, uit een auto verdween te Elsene. Dezelfde Eric Lammers bleef ook geruime tijd in de gevangenis opgesloten omdat hij er van verdacht werd betrokken te zijn geweest bij een dubbele moord in Anderlecht. Daar werden begin '82 de 31-jarige arbeider Alfons Van der Meulen en zijn vriendin, de 44-jarige arbeidster Francesca Arcoulin in hun appartement aan de Herdersliedstraat doodgeschoten.

Samen met Lammers werd toen eveneens Marcel Barbier aangehouden. Dat gebeurde begin '84. Einde juni van datzelfde jaar werd Lammers echter door de Kamer van inbeschuldigingstelling te Brussel in vrijheid gesteld. Er werd toen ondermeer ook nog een onderzoek ingesteld naar de activiteiten van Eric Lammers in verband met de Westland New Post. Barbier heeft toen immers zijn schuld in de dubbele moord-zaak toegegeven. Hij was lid van Westland New Post en er betonden vermoedens dat Lammers in dezelfde kringen vertoefde. De Belgische justitie heeft nu aan Frankrijk om uitlevering van de betrokkene verzocht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Mei 1985

Eric Lammers door Frankrijk uitgeleverd

Volgens het dagblad Le Soir is Eric Lammers (25) uit Oudergem op aanvraag van de Brussels gerechtelijke overheid door Frankrijk uitgeleverd. Hij werd aan de Frans-Belgische grens door mensen van de gerechtelijke politie opgevangen.

Eric Lammers wordt sinds februari gezocht in het kader van het gerechtelijk onderzoek tegen de militanten van de neo-nazi organisatie Westland New Post, die in de herfst van 1983 in het nieuws kwam en genoemd werd in verband met drie diefstallen met geweldpleging in december 1984 en januari 1985.

Eric Lammers was betrokken bij de moord op het echtpaar Fons Vandermeulen-Francesca Arcoulin, op 18 februari 1982 in Anderlecht. Toen hij aangehouden werd had Lammers echter een alibi en in juni 1984 werd hij met het voordeel van de twijfel in voorlopige vrijheid gesteld.

In februari loste de Brussels gerechtelijke politie de diefstallen met geweldpleging op, vond zij de buit en arresteerde zij de daders, op Eric Lammers na die op de vlucht sloeg. In april gaf Lammers zich over aan de rijkswacht van Chamonix.

Bron: Gazet van Antwerpen | 30 Juli 1985

2,135

(39 replies, posted in 1980-1989)

In mei 1984 stonden Eric Lammers en Marcel Barbier terecht voor het Brabantse assisenhof voor de dubbele moord in de Herdersliedstraat. Marcel Barbier werd veroordeeld tot levenslang, Eric Lammers werd vrijgesproken.

Juridisch gezien is de zaak maar voor de helft opgelost. Er waren twee daders en er is maar één dader veroordeeld. De tweede dader blijft dus onbekend.

Vermoordden extreem-rechtsen een KGB-agent te Anderlecht?

Maandag 4 mei begint voor het assisenhof van Brabant te Brussel in het Frans het proces tegen de 28-jarige Marcel Barbier uit Etterbeek en de 27-jarige Eric Lammers uit Oudergem. Ze worden beticht van de moord gepleegd op 18 februari 1982 te Anderlecht op de 31-jarige Fons Vandermeulen en zijn 44-jarige vriendin Francesca Arcoulin.

Achter de moordzaak schuilt een geladenheid die met extreme politieke ingesteldheid en misschien wel met spionage en contra-spionage te maken heeft.

De Staatsveiligheid is er in meer of mindere mate bij betrokken en een zogenaamde zelfmoord, die een moord kan zijn, van de "maarschalk” van de extreem-rechtse organisatie Westland New Post, de 35-jarige Paul Latinus, op dinsdag 24 april 1984 in de woning van zijn vriendin in het Waals-Brabantse Court-Saint-Etienne, zou er ook mee in verband staan.

Een kluif voor de liefhebbers van “politieke afrekeningen”, een zeer moeilijke taak voor de assisenhof-jury.

In februari 1982 werden in een appartement aan de Herdersliedstraat te Anderlecht de stoffelijke overschotten aangetroffen van een man en zijn vriendin. Ze waren enkele dagen voordien vermoord geworden. Eerst door wurging en daarna afgemaakt met kogels, zo bleek uit de lijkschouwing. Het onderzoek naar de dubbele moord bracht het bestaan aan het licht van de geheimzinnig extreem-rechtse organisatie Westland New Post.

Staatsveiligheid

Het werd in de loop van het onderzoek nooit helemaal duidelijk in hoeverre sommige agenten van de Staatsveiligheid betrokken waren bij de feiten. De vader van het slachtoffer, Alons Vandermeulen, werd door sommigen als agent van de Sovjet-inlichtingendienst KGB beschouwd. In elk geval stelde vader Vandermeulen zich burgerlijke partij op het proces te Brussel.

Westland New Post ontstond na het opdoeken van het Front de la Jeunesse. Marcel Barbier was militant in beide organisaties. In augustus 1983 werd Barbier aangehouden nadat hij in Vorst-Brussel op een Noord-Afrikaan had geschoten. Toen zijn huis werd doorzocht vond de politie uiterst geheim NAVO-documenten die waren gestolen op de Generale Staf te Evere. Barbier zei dat hij de documenten had gekregen van ene Libert (24), die tot september 1982 kwartiermeester was bij de Zeemacht.

Marcel Barbier verklapte den aam van een medeplichtige aan de moord op Vandermeulen en Arcoulin te Anderlecht in februari 1982. Aanvankelijk gaf hij zelf toe de moord te hebben gepleegd. Zijn medeplichtige was Eric Lammers, een jongeman die nog aan de militaire school had gestudeerd. Lammers werd aangehouden, maar nadien in voorlopige vrijheid gesteld. Hij genoot het voordeel van de twijfel. In april 1985 werd Lammer te Chamonix opnieuw gevat wegens andere misdrijven, o.a. de diefstal van een vrachtwagen volgeladen met sigaretten.

Infiltratie

Intussen bleef het gerecht geheimzinnig doen met de dossier over de militanten van Westland New Post. Vrij vlug kwam aan het licht dat WNP was geïnfiltreerd in de Generale Staf van de NAVO te Evere, waar heel wat geheime telexen verdween. Voorts achterhaalde men dat Paul Latinus de leider was van Westland New Post. Die man had in 1980 deelgenomen aan een recruteringssessie voor ambtenaar bij de Staatsveiligheid. Na negatief veiligheidsonderzoek werd hij afgewezen. WNP was op zijn beurt door leden van de Staatsveiligheid geïnfiltreerd.

Grote opschudding was er toen vernomen werd dat WNP-maarschalk Paul Latinus op 26 april 1984 verhangen werd met een telefoondraad in de woning van zijn vriendin te Court-Saint-Etienne. Zijn moeder hield staande dat haar zoon werd opgeknoopt, hoewel de officiële versie was dat Latinus zich had opgehangen. Tests van het gerecht wezen uit dat de telefoondraad knapte toen er een gewicht van 42 kilo werd aangehangen. Latinus was wel geen bonk, maar woog toch 55 kilo ...

Latinus zou over belangrijke dossiers beschikt hebben die een aantal politici in een zeer verdacht daglicht zouden hebben gesteld. Daarom moest hij uit de weg geruimd worden.

Wat de dubbele moord te Anderlecht betreft en de WNP-betichten Barbier en Lammers, werden details ontrafeld die in de loop van het komend assisenproces hun belang wel kunnen hebben.

Zo is bekend dat het slachtoffer Fons Vandermeulen bindingen had met “dader” Barbier. De wettige echtgenote van Vandermeulen en ook de moeder van zijn kinderen had de laatste tijd voor de moord haar intrek genomen bij Marcel Barbier. Omdat Vandermeulen ervan verdacht werd voor de Sovjet-russische KGB te spioneren, werd hij samen met zijn vriendin koud gemaakt. Westland New Post had afgerekend.

Bron: Gazet van Antwerpen | 30 April 1987

Westland New Post op beklaagdenbankje

Bijna vijf jaar na de feiten begon gisteren voor het assisenhof van Brabant het proces rond een moordzaak in Anderlecht. Wat oorspronkelijk startte als een “banale” moord als afrekening, bleek plots uit te groeien tot een affaire waarbij zelfs de Staatsveiligheid verwikkeld geraakte.

De media hebben de afgelopen dagen uitvoerig bericht over het proces van de twee moordverdachten voor het assisenhof van Brabant en hun activiteiten in de extreem-rechtse militie Westland New Post. Het onderzoek in de moord waarvan Marcel Barbier en Eric Lammers beschuldigd worden, leverde een bizar verhaal op dat neigt naar de meest fantasierijke spionageverhalen uit de stationskiosken.

In dit geval ging het echter om bittere ernst waarvan drie personen uiteindelijk het slachtoffer van geworden zijn.

Scrupuleuze veiligheidsmaatregelen

Wellicht om die reden was de publieke belangstelling gisteren in het Brusselse justitiepaleis vrij groot. Tientallen nieuwsgierigen verdrongen zich voor de deuren van de assisenzaal in de hoop een plaatsje te kunnen bemachtigen. Door de uitgebreide veiligheidsmaatregelen van de rijkswacht raakten die plaatsen slechts druppelsgewijs bezet. Iedereen werd grondig gefouilleerd en op zijn identiteit gecontroleerd.

Eén gijzelingsdrama in de gerechtszalen is blijkbaar genoeg voor de veiligheidsdiensten.

Nadat de jury ingezworen was, trok het proces zich langzaam op gang. De voorlezing van de akte van beschuldiging nam bijna een uur in beslag. Niet verwonderlijk dat het Hof dan ook denkt meer dan veertien dagen nodig te hebben om het hele verhaal van naaldje tot draadje uit te pluizen.

Meer dan 150 getuigen zullen hun visie op de feiten moeten komen vertellen. Het wordt voor de jury alvast een moeilijke taak uitsluitsel daarover te geven binnen veertien dagen, te meer daar beschuldigde Barbier zijn verklaringen in de loop van het onderzoek verschillende malen herroepen en gewijzigd heeft. Het vergemakkelijkt er alleszins de zaak niet op, die op zich al redelijk complex was.

Fiere militant

Ook gisteren namiddag, tijdens zijn ondervraging, gaf Marcel Barbier tegenstrijdige verklaringen over zijn doen en laten gedurende de maanden die tot de moord leidden. Hij blijft volhouden dat hij de dubbele moord op de ex-man van zijn vriendin Alphonse Vandermeulen, en diens bijzit, Francesca Arcoulin, niet gepleegd heeft. Hij bevond zich op het ogenblik van de misdaad in de armen van een nieuw vriendinnetje; een verhaal dat nu eens bevestigd werd, door zijn vrienden en dan weer ontkend.

De jonge Barbier, die in augustus 28 wordt, bleef onverstoorbaar wanneer hij geconfronteerd werd met zijn tegenstrijdige verklaringen. Krachtiger werd zijn stem, en strikter zijn houding wanneer de vragen over zijn privé-militie handelden: Westland New Post. Opvallend antwoordde hij daarbij steeds in de tegenwoordige tijd, alsof de paramilitaire organisatie in zijn ogen nooit opgehouden heeft te bestaan en nog steeds een nobele zaak nastreeft.

Hoezeer die zaak echter verweven was met waanideeën en schijnfilosofieën zal vandaag blijken wanneer de ondervraging van de beschuldigden wordt voortgezet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Mei 1987

Barbier op WNP-proces: “Voor Latinus wilde ik tot het uiterste gaan”

Ook op de tweede dag van hun proces voor het assisenhof van Brabant blijven de twee WNP-leden, Marcel Barbier en Eric Lammers, elke betrokkenheid ontkennen in de dubbele moord op Fon Vandermeulen en Francesca Arcoulin in februari '82 te Anderlecht.

De tweede dag van hun proces begon reeds met een aanzienlijke achterstand op het programma. Normaliter hadden maandag reeds beide beschuldigden verhoord dienen te worden en zou ook onderzoeksrechter Lyna als eerste getuige aan het woord zijn gekomen. Het was echter pas dinsdagavond eer men zover was

Befehl ist Befehl

Net als de dag ervoor bleef Marcel Barbier even rustig en secuur zijn antwoorden geven op de vragen van voorzitter Nicole Lumen. Meticuleus, met veel details verklaarde hij de reden van de verschillende tegengestelde verklaringen die hij in eerdere fasen van het onderzoek had afgelegd.

In opdracht van Latinus, de stichter van de WNP, had Barbier aanvankelijk de dubbele moord in Anderlecht bekend. In de gevangenis had Barbiers moeder hem een briefje gegeven waarop geschreven stond: “Doe wat Paul je gezegd heeft en je zal het later wel begrijpen.” Barbier, die Latinu verafgoodde en voor hem zeer ver wilde gaan, bekende de moord volgen een scenario dat hij eerder met het WNP-kopstuk had ingestudeerd. “Befehl ist Befehl”, motiveerde hij zijn stap later aan de onderzoeksrechter.

Nadat hij niets meer van Latinus hoorde, trok hij echter teleurgesteld, zijn bekentenissen in. Nog later bekende hij de moord opnieuw, omdat zijn moeder dreigtelefoontjes zou gekregen hebben. Hij herriep echter ook deze verklaring weer in een brief die hij schreef aan de commissaris van de gerechtelijke politie Marnette. Ook vandaag blijft hij nog bij de stelling dat hij onschuldig is. “Ik heb alleen op bevel gehandeld. Tevoren had ik met Latinus een scenario ingestudeerd, en daarom kende ik ook zoveel details van de moord. Waarom Latinus mij vroeg te bekennen weet ik niet. Misschien was hij het wel die een alibi nodig had.”

“Muur doen”

Zo kalm als Barbier sprak, zo nerveus bleek Eric Lammers. In een staccatogeroffel hamerde hij er de antwoorden uit. Van bij het begin van het onderzoek heeft hij steeds zijn onschuld staande gehouden. “Ik was inderdaad betrokken bij de WNP maar deed er alleen kleine werkjes.”

In de periode dat de moord in Anderlecht werd gepleegd volgde Lammers de Militaire School. Hoewel hijzelf beweert dat hij tijdens de moordnacht op appel was, beweren vrienden van hem dat hij er prat op ging “de muur" gedaan te hebben.

Bij de ondervraging van de eerste getuige, onderzoeksrechter Lyna, ontkende Lammers verdediger Mr. Dupont dat op zo'n korte tijd de rit van de Militaire School naar Anderlecht kon afgelegd worden. Daarenboven zouden Lammers kleren, na zulke terechtstelling doordrongen van bloed zijn geweest, waarmee hij toch minstens sporen in de wagen van zijn vader zou moeten achtergelaten hebben. Dit bewijst alvast voor Mr. Dupont dat zijn cliënt onschuldid is.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Mei 1987

Commissaris Marnette op Brabantse assisenzaak: Staatsveiligheid toch betrokken bij WNP?

Stilaan komt het proces tegen Barbier en Lammers op dreef. Op de derde dag van deze assisenzaak voor het Hof van Brabant werden enkele deskundigen gehoord. Uit de verklaringen bleek dat de Staatsveiligheid alvast zijdelings bij de affaire betrokken is.

Met een dag vertraging werden gisteren de deskundigen verhoord in het proces rond de dubbele moord in Anderlecht op 18 februari 1982. Dokter Meersseman, die de autopsie op de twee slachtoffers, Fons Vandermeulen en Francesca Arcoulin, uitvoerde, verklaarde dat het medisch gezien niet kon uitgemaakt worden of de slachtoffers eerst de keel werd overgesneden en nadien door het hoofd geschoten of omgekeerd.

Kille executie

Dat het hoe dan ook om een echte executie ging en niet om “zomaar” een moord, werd nadien bevestigd door hoofdcommissaris Christian Devroom van de Gerechtelijke Politie die destijds de eerste vaststellingen deed in Anderlecht. “Beide slachtoffers droegen hun pantoffels nog aan de voeten, de flat was duidelijk niet doorzocht; de moordenaars waren slechts binnen gekomen om te doden”. De hoofdcommissaris gaat ervan uit dat er minstens twee daders geweest moeten zijn, omdat het onmogelijk is het eerste slachtoffer te doden en tegelijkertijd het tweede in bedwang te houden.

Commissaris Meurillon, de opvolger van Devroom, verhaalde eerder hoe het onderzoek zich geleidelijk op Marcel Barbier toespitste. Meurillon vond het verdacht dat iedereen in het café Bacchus de avond van de moord Barbier had zien weggaan om half elf. “De verklaringen klopten te goed”, zo zei de commissaris, “en dat is vaak verdacht”.

Achteraf bleek inderdaad dat Barbier zijn cafévrienden gevraagd had hem dit alibi te verschaffen. Bij een volgende huiszoeking bij Barbier werden 4 vesten meegenomen voor nader onderzoek en een bijgeslepen dolk. Op de vesten werden geen bloedsporen gevonden. Over de dolk daarentegen deed Barbier erg zenuwachtig. Hij vertelde dat die nooit het huis verlaten had, terwijl zijn vrouw eerder een tegengestelde verklaring aflegde.

Vertrouwensrelatie

Met spanning werd 's namiddags uitgekeken naar het verhoor van inspecteur Marnette van de Gerechtelijke politie (GP), die Barbier na diens arrestatie verscheidene malen verhoord had. Marnette bevestigde dat hij stilaan het vertrouwen van Barbier was gaan winnen. Op het moment dat hij voelde dat Barbier zou bekennen, heeft hij een nylonkous uit zijn lade gehaald om Barbier op weg te helpen. De moordenaars hadden in de Herdersliedstraat in Anderlecht immers een kous rond het pistool gewonden om wegspringende hulzen op te vangen. Op dat moment biechtte Barbier alle op.

Geleidelijk aan tijdens het verhoor, werd Marnettes uitleg echter aarzelender en minder zeker. Hij kon pas na enig aarzelen ontkennen dat hijzelf aan Barbier de naam van Lammers als medeplichtige had gesuggereerd. Ook moest er met enige aandrang gevraagd worden of er iderdaad een lid van de Staatsveiligheid aanwezig was bij de verhoren van Barbier. Marnette gaf uiteindelijk toe dat iemand van de contra-spionage binnen de Staatsveiligheid de verhoren assisteerde. Die verklaring bewijst dat de Staatsveiligheid, alvast zijdelings, bij de WNP-zaak betrokken was.

Vandaag komt daar wellicht meer helderheid in wanneer kopstukken van de WNP worden ondervraagd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 Mei 1987

WNP bedreigt getuigen

Een geheimzinnig waas nestelt zich steeds manifester over het proces van Marcel Barbier en Erik Lammers voor het assisenhof van Brabant. Daar wordt niet alleen uitgemaakt of Barbier en Lammers effectief schuldig zijn aan de dubbele moord in de Herdersliedstraat te Anderlecht op 18 februari 1982, maar tevens wordt er komaf gemaakt met de geheimzinnige activiteiten van de extreem-rechtse militie Westland New Post.

Helemaal ten einde zijn die activiteiten nog niet, want verschillende getuigen verklaarden gisteren nog bedreigingen ontvangen te hebben. De publieke belangstelling op het proces gisteren was opvallend groot. Niet verwonderlijk overigens, omdat eindelijk de leden van WNP zelf aan het woord zouden komen. De eerste in de rij was Marc Van der Meiren, jeugdvriend van Eric Lammers.

Na de bekentenissen van Barbier in 1983 heeft Van der Meiren Lammers geholpen zich voor de politie te verbergen. Hij wist dat zijn vriend “erge feiten” had begaan, maar niet dat het om een moord ging.

Nochtans zouden Saucez en Nemry later aan de politie vertellen dat de vier vrienden op het moment van de vlucht over de moord in de Herdersliedstraat gepraat hebben. Van der Meiren ontkent dat echter formeel. “Het was”, zo vertelde hij op het proces, “precies alsof de WNP-leiding mij graag had horen vertellen dat ik reeds van bij de aanvang alles van moord afwist.”

Saucez, in streepjespak, bevestigde even later dat er tussen de vier vrienden effectief over de moord is gesproken. “Toen EricLammers terugkwam uit Chamonix en opgeroepen was door commissaris Marnette, vroeg hij of Marcel Barbier bekend had en misschien ook zijn naam genoemd had. Erik was echter ontspannen. Hij had immers een alibi van beton: die moordavond was hij in de militaire school.”

Familie bedreigd

Saucez vertelde dat hij meewerkte aan WNP uit nationale gevoelens. De publicatie van de gestolen NAVO-documenten had hij verzorgd om de geringe bewaking van de Alliantie aan de kaak te tellen. Vandaag heeft hij echter spijt van zijn lidmaatschap. Verscheidene malen heeft hij van WNP-leden dreigtelefoontjes ontvangen.

Door Libert, één van de WNP-kopstukken, werd hij gedwongen een brief naar onderzoeksrechter Lyna te schrijven waarin stond dat hij zijn verklaringen onder druk van Latinus had afgelegd. Zoniet zou zijn vrouw en kinderen wel eens iets kunnen overkomen. Daarnaast had Libert ook een nota laten circuleren waarin vermeld werd dat Saucez, Delombaerde en Nemry spoedig geëlimineerd zouden worden.

Jean-Louis emry bevestigd daarna de bedreigingen. Tijdens zijn legerdienst in Duitsland werd hij dringend bij commissaris Marnette geroepen die bedreigingen tegen Nemry had ontvangen. Mamette verwittigde hem vooral voorzichtig te zijn. De commissaris van de gerechtelijke politie die gisteren in de rechtszaal aanwezig was, werd om bevestiging gevraagd, maar hij kon zich het voorval nog nauwelijks herinneren.

Nemry had nochtans enkel serieuze onthullingen in petto. Zo vertelde hij dat Libert hem had gezegd dat de eerste arrestatie van Marcel Barbier opzettelijk uitgelokt was met de bedoeling de politie de fameuze NAVO-documenten te laten vinden. Verder had Nemry Lammers horen pochen over een operatie die hij succesvol had uitgevoerd.

Er werd op de moord gezinspeeld, maar Nemry geloofde er niet veel van, tot Latinus hem vertelde dat Lammers wel eens een lid van de Bende van Nijvel zou kunnen zijn. Toen werd hij ontzettend bang van zijn vroegere kameraad, zo vertelde hij.

Geestelijke vader

Laatste in de rij van de lange getuigenverhoren was Karel Deombaerde. Hij was als oud lid van de Waffen-SS de ”Geestelijke vader” van de WNP. Deombaerde, een kranige tachtiger die niet onder de indruk is van het proces, verklaarde dat Barbier hem op een communiefeest de moord in Anderlecht verteld heeft. Ook Libert en
Latinus waren van de misdaad op de hoogte, maar volgens hen lag die buiten de activiteiten van de WNP.

Delombaerde vertelde verder over de opdrachten binnen de militie: hoe een infiltratiepoging bij Libische terroristen werd gepland, hoe er geheime dossiers over Distrigaz werden aangelegd, hoe men zelfs plande de NAVO-raketten in Florennes te ontvreemden. Een fantastische en intrigerend amalgaam van hersenspinsels, waarin wellicht Libert vandaag met zijn getuigenis meer klaarheid kan brengen aIs laatst overgebleven leider van het WNP.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Mei 1987

De “Hond” en het “Konijn” infiltreerden in WNP

Twee ambtenaren van de Staatsveiligheid die geïnfiltreerd waren in de extreem-rechtse militie Westland New Post, zijn gisteren als getuigen gehoord op het proces van Marcel Barbier en Eric Lammers. Een van hen noemde WNP-leider Libert bizar en gevaarlijk, terwijl zijn collega niets eigenaardig, terwijl zijn collega niets eigenaardig zag aan Libert.

Bernard Estièvenart, bijgenaamd de “Hond”, erfde WNP-leider Paul Latinus als informant van commissaris Smet van de Staatsveiligheid toen deze naar Charleroi werd overgeplaatst. Op een bepaald ogenblik toonde Latinus een brochure met NAVO-informatie aan getuige, die daarop zijn chef Joseph Kausse, alias het “Konijn”, alarmeerde. Kausse schroefde toen de maandelijkse vergoeding voor Latinus terug tot 6.000 fr., waarna de WNP-leider afhaakte. Hij stelde een andere WNP-leider, Michel Libert, voor om hem te vervangen.

Kausse hoorde in april 1983 dat een van zijn collega's, commissaris Smets, de WNP twee schaduwcursussen en een praktische oefening had gegeven, de zogenaamde oefening Esperanza. ”Dat een ambtenaar van de Staatsveiligheid zelf de groep infiltreert in plaats van informanten te betalen door hen een cursus te geven, druist in tegen alle deontologie”, aldus Kausse. “Het is ongebruikelijk maar er bestaat geen welomschreven vademecum”, verklaarde zijn collega Estièvenart.

Komaf maken

Maandagvoormiddag werd ook even gesproken over de moord op Fons Vandermeulen en zijn vriendin Francesca Arcoulin, waarvoor Barbier en Lammers terecht staan. Dat gebeurde tijdens het getuigenis van Nelly, de zus van Fons. Aan haar had Barbier gezegd: “Met de Vandermeulens maak ik allemaal komaf”. Getuige had toen geantwoord: “Dan ga je werk zat hebben, want er wonen er al vier onder uw dak …”

Onderzoeksrechter Schlicker uit Nijvel bracht verslag uit van zijn onderzoek naar de dood van WNP-leider Paul Latinus. Deze werd op 24 april 1984 dood aangetroffen in de kelder van de woning van zijn vriendin. Hij was verhangen met het telefoonsnoer. Schlicker onderzocht of het ging om zelfmoord of moord.

“Latinus woog 50 tot 55 kg. Het telefoonsnoer brak echter bij een gewicht van slechts 42 kg. Toch beweerde Latinus' vriendin Mireille van Houtvink dat het touw niet was afgeknapt, maar dat zij het eigenhandig doorsneed. Gezien de lengte van het ter plaatse gevonden snoer was het echter onmogelijk dat Latinus' benen in de lucht bengelden, zoals zijn vriendin beweerde”, aldus onderzoeksrechter Schlicker.

Tijdens het twee en een half jaar aanslepend onderzoek kwam geen enkele getuige verklaren dat Latinus depressief was. Kort voor zijn overlijden had de WNP-leider evenwel klacht ingediend omdat zijn moeder aan de telefoon werd bedreigd. “We zullen hem vinden als hij zich nog bezig houdt met het dossier Pinon”, zo werd anoniem meegedeeld. Het dossier Pinon slaat op een zedenzaak in Waals-Brabant, waarin belangrijke figuren zouden vooromen. “Een dergelijk dossier is nooit gevonden’”, zo stelde de voorzitter.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Mei 1987

Getuigen moesten Barbier alibi verzorgen

Op de avond dat Fons Vandermeulen en zijn vriendin werden vermoord, misdaad waarvoor Marcel Barbier en Eric Lammers terechtstaan, werd beroepsmilitair Bernard Pêche samen met zijn vrouw door WNP-leider Libert naar een café ontboden. Daar kregen ze te horen dat indien er naar gevraagd werd ze moesten getuigen dat Barbier met hem de avond in de kroeg had doorgebracht.

Pêche die gisteren als getuige werd gehoord, zei dat Libert niet specificeerde waarom en wie er naar zou vragen. Getuige die van oktober 1981 tot april 1982 lid was van WNP, had begin 1982 van Barbier en Libert opdracht gekregen een gebouw in de Herdersliedstraat te Anderlecht te bespieden. Kort nadat zij van die taak was ontheven, werden Vandermeulen en Arcoulin, die in het gebouw wonen, vermoord.

Een reden voor die bespiedingsopdracht werd aan Pêche niet gegeven. Hij moest verslag uitbrengen aan Libert of aan WNP-kader Fréderic Saucez. Getuige verliet WNP na enkele maanden omdat, zo zei hij gisteren, “Westland New Post niet serieus was”. Toen hij de groep verliet waarschuwden Libert en Barbier hem “zijn bek te houden”.

Francis Dossogne, leider van het Front de la Jeunesse, belegde een vergadering toen hij vaststelde dat Paul Latinus leden van het front ronselde voor een nieuwe groep, die zoals getuige later vernam Westland New Post was. Dossogne beschouwde WNP als een uiterst gevaarlijke militie die niet op eigen houtje handelde. “De groep kreeg van andere opdrachten, maar bewijzen heb ik niet”, getuigde hij gisteren.

Josiane Vandermeulen (19), dochter van het slachtoffer Fons en van Marcelle Gobert, die met Barbier samenwoonde, getuigde dat ze op de avond van de moord Barbier zag thuiskomen. Hij droeg een jekker en spijkerroek en niet een donkere jas en beige pantalon zoals de vermoedelijke moordenaar.

Josiane herinnerde zich dat feit pas in oktober 1984, ruim twee en een half jaar na de misdaad. Aan de voorzitter van het hof zei ze dat de herinnering kwam op vraag van haar moeder nadat deze Barbier in de gevangenis had bezocht.

Gesloten deuren

Tijdens de namiddagzitting getuigde Albert Raes, administrateur-directeur-generaal van de Staatsveiligheid. “Ik ken commissaris Christian Smets al lang en goed”, zo begon getuige, waarop voorzitter Lumen vroeg of hij tevreden was over zijn diensten. “Daar zou ik graag genuanceerd en achter gesloten deuren op antwoorden”, zei de administrateur-directeur-generaal.

De advocaten van de burgerlijke partij en van Barbier verzetten zich hier tegen “omdat Albert Raes een burger is als alle anderen”. De verdediging van Lammers had geen bezwaar ook al omdat “commissaris Smets heeft bevestigd Lammers niet te kennen”.

Het hof besloot in te gaan op het verzoek van Albert Raes, die drie uren lang achter gesloten deuren werd gehoord.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 Mei 1987

Barbier bekende op bevel van WNP-leiding

De moeder van Marcel Barbier die samen met Eric Lammers terechtstaat wegens een dubbele moord te Anderlecht, getuigde woensdag dat haar zoon de moord bekende op bevel van WNP-leider Latinus.

Monique Cambier, die in 1976 samenwoonde met Paul Latinus, was de dag na de bekentenissen Marcel Barbier gaan bezoeken in de gevangenis. “Ik geloofde geen barst van zijn verhaal”, zei getuige gisteren, “want Marcel kon geen bloed zien. Hij bleef echter volhouden en toen ik vroeg of hij iemand beschermde gaf bij geen antwoord.”

Getuige had toen ook een telefonische boodschap voor Barbier gekregen van een andere WNP-leider, Karl Delombaerde. Monique Cambier herinnerde zich de ganse boodschap niet, maar wel dat “Marcel zich geen zorgen moest maken. Dat hij de waarheid en heel de waarheid moest zeggen. Dat in verband met de “Eend” de zaak in orde was en dat voor Albert Raes de bom zou barsten”.

Albert Raes is administrateur-generaal van de staatsveiligheid die dinsdagnamiddag achter gesloten deuren als getuige werd gehoord. De “Eend” is de schuilnaam van commissaris Smets van de Staatsveiligheid. Van hem zou Raes dinsdag gezegd hebben dat hij met medeweten van de hiërarchie in de Westland New Post geïnfiltreerd.

Appel

Na de moeder van Barbier getuigden enkele vrienden van Eric Lammers. Aan hen had beklaagde verteld dat bij lid was van de WNP, maar getuigen dachten dat het een religieuze sekte was omdat Lammers vooral sprak over een cursus Keltische filosofie.

Lammers voert als alibi aan dat hij op het appel was in de Koninklijke Militaire School. Commissaris Georges Marnette heeft kortgeleden uitgetest dat het traject van de KMS naar de woning Barbier te Vorst in ongeveer tien minuten kan worden afgelegd. Het appel in de KMS vond plaats omstreeks 22u, de moord om 22u25.

Kolonel Verbecke, directeur van de opleiding in de KMS, is momenteel in Zaïre. Maar volgens zijn verklaring aan de gerechtelijke politie gebeurt het appel door een kameraad van de klas. De kolonel maakt zich geen enkele illusie over de efficiëntie van de appels: “De muur doen is bij ons een honderdjarige traditie”.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Mei 1987

Alibi van Lammers nogmaals onder de loep

Donderdag werd de zoveelste poging ondernomen om het alibi van Eric Lammers na te trekken. Lammers en zijn medebeklaagde Marcel Barbier worden beschuldigd van de moord op Fons Vandermeulen en Francesca Arcoulin op 18 februari 1982 in Anderlecht.

Ten tijde van de feiten was Lammers student aan de Koninklijke Militaire School te Brussel. Hij voert aan dat hij de moord niet kan hebben gepleegd omdat hij om 22 uur op het appel was. Kolonel Roland Reynders probeerde het beeld van één grote blok gruyèrekaas dat de KMS op het proces krijgt recht te zetten. “De eerstejaars zoals Lammers slapen in zalen van 12 tot 14 mensen. Als iemand ontbreekt valt dat op”.

De kolonel die bekende destijds zelf de muur te hebben gedaan, gelooft niet erg in op blaaspoppen of hoofdkussen waarmee studenten de officier van wacht zouden verschalken tijdens het tegenappel. “De officier van wacht is minstens een vierdejaars. Enkel als hij en diegene die de muur doet elkaar goed kennen, is het mogelijk dat zij tot een akkoord komen. Alleszins is het onmogelijk onze minstens 700 studenten allemaal te controleren. Voor de muur rond de Koninklijke Militair school geldt hetzelfde: ze is 3,5 km lang”.

Kolonel Reynders werd pas in juli 1984 aangesteld in de KMS wat bij een jurylid de vraag ontlokte: “Waarom krijgen wij hier geen getuigen die gelijktijdig met Lammers op de school zaten?”

Voor de kwestie van het appel aan de orde kwam en na een tijdrovende procedurekwestie werd René Haquin gehoord. De journalist van Le Soir deed uitvoerig relaas van zijn contacten met Paul Latinus, leider van de privémilitie Westland New Post. Beide beklaagden waren lid van deze groep die door twee ploegen van de staatsveiligheid werd geïnfiltreerd.

“Commissaris Smets van de veiligheid heb ik ontmoet in het gezelschap van een paar van mijn collega’s”, aldus Haquin.” Met commissaris Kausse van de andere ploeg heb ik daarentegen nooit contact gehad”.

“Probeerde Paul Latinus niet te manipuleren?”, vroeg de voorzitter van het hof. “Hij probeerde me voortdurend te manipuleren”, aldus Haquin. “Daarom heb ik een aantal van zijn verhalen niet gepubliceerd”.

Adjudant Guy Goffinon van de Brusselse BOB had in november 1982 driemaal contact met Latinus op diens initiatief, zo getuigde hij donderdagnamiddag. Latinus praatte over zijn groep tegenover de BOB’er. Hij stelde WNP voor als een extreem-rechtse loge, te vergelijken met de jongerenploegen die de metro van New York bewaken. De WNP-leider zocht de medewerking van Goffinon voor een project om WNP-leden in trainingskampen voor terroristen in Libië te laten infiltreren. De BOB’er ging daar niet op in. Toen Latinus Goffinon daarenboven informatie weigerde over een niet nader genoemde adjudant van de rijkswacht die contacten zou onderhouden met een Antwerpse wapenhandelaar, liet Goffinon de WNP-leider weten het niet nuttig te vinden nog verder elkaar tijd te verspillen. Goffinon bracht meteen verslag uit bij zijn superieuren.

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 Mei 1987

“Tranen helpen hier niet”

De laatste getuigen hebben de rij gesloten op het proces rond de dubbele moord in Anderlecht op 18 februari 1982. Met enkele dagen vertraging kunnen dan volgende week de pleidooien een aanvang nemen.

Als eerste nam vrijdagochtend Lucien Vereecken plaats in het getuigenbankje. Hij was een voetbalvriend van Fons Vandermeulen, één van de slachtoffers in de Herdersliedstraat in Anderlecht. Vereecken beschreef Vandermeulen als een fijne vriend die nadat bij Franscesca Arcoulin had leren kennen, helemaal zijn draai had gevonden.

Hij was tevreden en fier over zijn werk bij Pfizer en lachte wel eens over de levensverzekering die zijn werkgever voor hem had afgesloten. “Dood ben ik een pak meer waard dan levend”, grapte hij tegen Vereecken. Overigens voelde Vandermeulen zich niet meer zo gerust wanneer hij Marcella Gobert, zijn ex-vrouw en de bijzit van beschuldigde Barbier, nog eens ging opzoeken. “Ik heb schrik van die nieuwe vriend van Marcelle”, vertrouwde hij zijn vriend meer dan eens toe.

Volgens het boekje

De moeder van de tweede beschuldigde, Eric Lammers, zorgde voor een emotionele getuigenis. Bij enkele vragen van de jury barstte zij in tranen uit, waarop haar zoon baar bars toesnauwde: “Stop daarmee moeder; tranen helpen hier niet.” Mevrouw Lammers had toen net beschreven hoe geduldig, meevoelend en zacht haar Eric wel kon zijn ...

Tijdens haar getuigenis kwam het tot een regelrechte rel tussen voorzitter Nicole Lumen en meester Dupont, verdediger van Lammers. Toen Dupont mevrouw Lammers vroeg te vertellen hoe zei van het kastje naar de muur werd gestuurd tijdens de gevangenisbezoeken aan haar zoon, schrapte de voorzitter de vraag omdat zij niet bijdroeg tot het proces.

Mr. Dupont nam de zaak hoog op en verweet de voorzitter dat zij de getuigen uitermate subjectief ondervroeg. Vanaf dat moment zag de verdediging zich verplicht alle getuigenverhoren uitsluitend via tussenkomst van Nicole Lumen te doen; strikt zoals het boekje het trouwens voorschrijft.

Befehl ist Befehl

Robert Barbier kwam getuigen over een rel die zijn oudere broer Marcel in Brussel had geschopt op een zomerdag in 1983. Toen had hij zwaar gevochten op straat en zelfs naar enkele Arabieren geschoten. Robert beweerde dat Marcel zeer stevig had gedronken en gehandeld had in een dronken bui. “Toch”, zei hij, “had Marcel zich nog min of meer onder controle. Toen hij schoot, mikte hij nadrukkelijk op de grond om zeker niemand te verwonden.”

Hij beschreef Marcel verder als iemand die zin had voor orde en autoriteit, die daarvan zelfs zijn motto had gemaakt. “Befehl ist Befehl”, nam Marcel meermaals in de mond. Zijn broer Robert wilde die verklaring in de rechtszaal evenwel alleen maar in de Franse vertaling afleggen.

Als laatste in de rij kwam vader Lammers het voor zijn zoon opnemen. Hij ontkende ten stelligste dat zijn zoon de moord zou kunnen hebben gepleegd. Daarvoor is vader Lammers zelf op onderzoek uitgegaan. Hij is gaan navraag doen bij de militaire school waar Eric op het moment van de misdaad in opleiding was. Volgens zijn bevindingen was Eric tijdens de moordnacht nog om 22u gezien, terwijl het drama in Anderlecht zich minder dan een half uur later zou afspelen.

Overigens werd er thuis nooit over politiek gesproken, alleen maar over sport waarvan zowel vader als zoon fanaten waren. De familie stond trouwens helemaal niet als uiterst-rechts gecatalogeerd. Steeds waren er immers kinderen uit de klas van leraar Lammers op bezoek, waaronder verschillende Marokkanen en Turken.

Nu de bijzonder lange rij getuigen eindelijk gedefileerd is, kunnen volgende week de pleidooien aanvangen. Velen verwachten dat de verdediging dan de puzzelstukjes in elkaar zal schuiven, wat misschien wel tot spectaculaire theorieën kan leiden. Het WNP-proces gaat daarmee waarschijnlijk zijn meest spannende fase in.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Mei 1987

Staatsveiligheid blijft verder ruziën

“Op de vraag of de belaagden echt schuldig zijn, kan ik geen uit uitsluitsel geven. Ik ben er echter wel van overtuigd dat beide figuren uitermate gevaarlijk zijn.” Op die manier besloot de Burgerlijke Partij gisteren haar pleidooien in de assisenzaak tegen Marcel Barbier en Eric Lammers, die ervan verdacht worden op 18 februari '82 een dubbele moord te hebben gepleegd in Anderlecht.

Meester Hamaide, die sprak namen de vader van het slachtoffer, Fons Vandermeulen noemde dit proces allesbehalve banaal. Niet alleen zijn er de wijde uitlopers die de activiteiten van beide beschuldigde hadden binnen hun organisatie, de WNP, en verder ook naar de Staatsveiligheid toe. Maar ook het kluwen tussen waarheid en verzinsel lijkt hier bijna onontwarbaar.

Teveel details

Daarom ging meester Hamaide alleen op de feiten af en probeerde ze logisch te verklaren. Zoals bijvoorbeeld de vraag waarom de moordenaars eerst bij de benedenburen belden vooraleer hun slachtoffers af te maken.

Misschien waren er wel meer moordenaars dan de twee mannen die aanbelden en probeerden ze zo de politie het spoor bijster te maken. Zoals de bekentenissen van Marcel Barbier tegenover commissaris Marnette, die hij later weer terugtrok. Maar Barbier heeft zoveel details verteld die nog niet in de kranten hadden gestaan, dat hij ze onmogelijk verzonnen kon hebben.

Zoals ook de mogelijke motieven voor de moord. Er waren allereerst de centen van de levensverzekering van Fons Vandermeulen. Een uitkering van 5 miljoen was een boel geld voor Barbier die moest leven van de werkloosheidsvergoeding van zijn bijzit. Barbier was ook jaloers op de kinderen die Vandermeulen samen met Marcelle Gogert had. De kans zat erin dat Vandermeulen er nog steeds het hoederecht van kon opeisen.

Een derde mogelijk motief ten slotte was de mystiek die rond de hele WNP-beweging hing. Barbier was volgens een Keltische rite getrouwd met Marcella Gobert. Volgens die rite moeten eerst alle tegenstand tegen het huwelijk weggewerkt worden. De moord zou dus een logisch gevolgtrekking kunnen zijn.

Alleen de feiten

Ook mr. Bauthier pleitte voor de Burgerlijke Partij in dezelfde zin. Barbier heeft bij zijn 6 bekentenissen telkens zulke details gebruikt dat hij ontegensprekelijk bij de moord moet aanwezig geweest zijn. Daarnaast heeft hij tijdens het hele verhoor steeds de naam Lammers blijven noemen als zijn medeplichtige, hoewel hij voordien weinig contact met Lammers had binnen de WNP. En waarom juist Lammers? En waarom vroeg Lammers zelf, bij de eerste bekentenissen van Barbier: “Heeft hij mij ook beschuldigd?” Het zou al zeer onwaarschijnlijk zijn wanneer Barbier en Lammers de moordenaars van Anderlecht niet zijn.

Opvallend tijdens de pleidooien was dat de burgerlijke partij vermeed om enige allusie op de staatsveiligheid te maken. Maar de betrokkenheid van de veiligheidsdiensten werd 's morgens nog maar eens in de verf gezet door een ruzie tussen twee commissarissen die binnen de WNP geïnfiltreerd waren. Joseph Kausse kwam op de laatste dag van de getuigenverhoren aandragen met een artikel van het rechtse blad Nouvelle Europe Magazine, dat van de hand van Christian Smets een andere veiligheid-commissaris zou zijn geweest. Kausse beschuldigd Smets daarmee zelf actief met uiterst rechts meegewerkt te hebben. Smets ontkende echter formeel.

Die laatste ruzie is uiteraard nog maar eens kolen op de molen van de verdediging die in haar pleidooien zeer zeker het proces van de staatsveiligheid zal maken om zoveel mogelijk de schuld van de beklaagden af te wentelen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Mei 1987

Marcel Barbier is harteloze killer

Nu de getuigenverhoren in de Brabantse assisenzaak tegen Marcel Barbier en Eric Lammers zijn afgelopen, begint het publiek - zo al dat niet eerder het geval was - zich duidelijker in twee kampen te splitsen.

Sommigen geloven dat de dubbele moord in de Herdersliedstraat in Anderlecht zuiver en alleen gepleegd werd om het geld van de levensverzekering van het slachtoffer op te strijken.

Anderen menen dat het mystieke entourage van de WNP en de betrokkenheid van de Staatsveiligheid erin, de voornaamste oorzaken waren. Bepaalde kranten en tijdschriften hebben die laatste stelling de afgelopen weken stevig voedsel gegeven en de verdediging heeft daar, uiteraard, rijkelijk munt uit geslagen. Het was gisteren voor het Openbaar Ministerie dan ook geen gemakkelijke klus om de jury erop te wijzen dat deze assisenzaak in eerste instantie gevoerd wordt ter beoordeling van een moord en niet van de werking van de nationale veiligheidsdiensten.

Mr. Jaspar baseerde zich op het vooronderzoek om de moord stap voor stap te ontleden, “en het overtollige kreupelhout te verwijderen dat het licht op de feiten tegenhoudt”.

Jaspar tekent de slachtoffers Fransesca Arcoulin en Fons Vandermeulen, als een bescheiden hardwerkend koppel dat tevreden leeft met elkaar. Zij hadden geen politieke bindingen, alleen sport interesseerde hen.

Arrogante moordenaar

In hun leven komt Marcel Barbier binnen, die gaat samenwonen met de vroegere vrouw van Fons. Barbier heeft een trieste sociale achtergrond, dat geeft Jaspar toe. Hij is ook dromerig en beïnvloedbaar. Op een gegeven moment heeft hij zich tot het protestantisme bekeerd en wilde zelfs pastoor worden! “Als God bestaat, hoop ik dat hij dit hoort en weet waaraan hij ontsnapt is”, snijdt Jaspar ironisch commentaar door de zaal.

Want eerder was Barbier een verwaand, egoïstisch en elitair kereltje. En het zou er al heel gek aan toe moeten gaan als op het einde van dit proces niet als een paal boven water staat dat Barbier de moord in Anderlecht echt gepleegd heeft. Om verschillende redenen.

Fons Vandermeulen en Marcelle Gobert, zijn ex-vrouw, hadden nog regelmatig contact met elkaar. Gobert en Barbier zouden dus best hebben kunne weten van Fons' levensverzekering ten bedrage van 5 miljoen; een som die een mooi motief vormt voor het in armoe levende koppel.

Ook wist Marcel Barbier zich opvallend veel details van de moord te herinneren, bij zijn bekentenissen die hij zogenaamd had afgelegd op bevel van WNP-leider Latinus. Hij vertelt aan de Gerechtelijke Politie details die niet in de kranten hebben gestaan en alleen aan de moordenaar zelf bekend kunnen zijn.

Tenslotte, en hier raakt Jaspar de essentie, is het wel heel gek dat Barbier op de dag van de moord zelf een vals alibi in elkaars knutselt, terwijl hij pas maanden latèr van Latinus de opdracht zou krijgen om de moord op zich te nemen. Het zijn voor het Openbaar ministerie allemaal feiten die moeten duidelijk maken dat Barbier een harteloze kille moordenaar is.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Mei 1987

Engageerde Latinus huurmoordenaars?

Hoeveel waarheden bestaan er? Hoeveel tegenstrijdige thesissen kunnen gelijk krijgen? Nadat advocaat-generaal Jaspar aangetoond had dat de dader van de dubbele moord te Anderlecht in ’82 ontegensprekelijk Barbier moest zijn, bewees de verdediging gisteren - nauwkeurig en beredeneerd - dat diezelfde Barbier de feiten in de Herdersliedstraat onmogelijk kon gepleegd hebben.

Mr. Van Den Bosch bereidde het terrein voor door het portret van Marcel Barbiet uit te tekenen. Hij beschrijft de verafgoding die Barbier voelt voor Latinus, de bijzit van zijn moeder, en hoe schaamteloos misbruik de latere WNP-leider daarvan maakt. Van Latinus krijgt Barbier eindelijk waardering voor de dingen die hij doet, iets wat hij vroeger nooit gekend heeft. Daarenboven is Latinus informant voor de Staatsveiligheid: het hoogste ideaal voor de WNP-leden. Latinus had dus alle touwtjes in handen om Barbier te laten dansen waarheen hij het maar wou.

Geen bewijzen

Dat hij dat uiteindelijk ook gedaan heeft, bewees mr. Vergauwen in een lang maar glashelder betoog. De verdediging ging ervan uit dat Barbier de moord niet heeft gepleegd om verschillende redenen.

Nooit zijn er effectieve bewijzen gevonden dat de beklaagde schuldig zou zijn. Er werden geen vingerafdrukken gevonden, geen bloedsporen op kleren. De getuigen kunnen noch Barbier, noch Lammers formeel herkennen.

En wat zou het motief geweest zijn van de moord? Barbier geeft bij zijn bekentenissen wel enkele redenen, maar die zijn zo dwaas dat noch de burgerlijk partij, noch het Openbaar Ministerie ze gelooft. En als het echt gewoon om het geld was dat Vandermeulen en Arcoulin werden vermoord, waarom verklaart Barbier dat niet bij zijn bekentenissen?

Neen, de zaak zit te ingewikkeld in elkaar om zomaar aan te nemen dat het om een loutere geldmoord gaat, zo betoogde mr. Vergauwen. Waar draait het dan wel om?

Autobus vol idealen

Latinus had met een handvol jongens een clubje gesticht om een mogelijke Russische invasie te stoppen. Een halve autobus dappere Belgen zou de Russische legers gaan tegenhouden! De WNP-leden geloofden in de heilige zaak, maar Latinus had voor zichzelf nog een tweede bedoeling: de linkse elementen in de Staatsveiligheid te ontmaskeren. De veiligheidsdiensten waren reeds geïnfiltreerd in de WNP. Nu hoefde alleen nog maar de WNP beklad en opgeblazen te worden om de Staatsveiligheid in zijn val mee te sleuren. De assisenzaak die nu gevoerd wordt, bewijst dat het plan realistisch was.

Waarom, zo veronderstelt Vergauwen voorzichtig, zou het niet mogelijk geweest zijn dat Latinus twee huurmoordenaars op Vandermeulen afstuurt. Later vraagt hij Barbier de misdaad op zich te nemen. En in zijn naïef en blind vertrouwen gehoorzaamd Barbier. Hij vernietigt zelf zijn alibi en bekent. Wanneer Latinus hem echter niet uit de gevangenis komt halen, zoals beloofd was, trekt hij alles terug.

“Is deze thesis zo fantastisch”, vraagt mr. Vergauwen zich af, “na alle veronderstellingen die de jury reeds van de andere partijen te slikken heeft gekregen?” Misschien wel, misschien niet. “Maar voor de punten waarover ik geen bewijzen kon leveren, hebt. U ook geen sluitende verklaring”, zo bezweert hij de jury. “En om die reden mag u Barbier niet schuldig verklaren. Er zijn nog teveel twijfels over in deze zaak. En men mag niemand veroordelen over een vraagteken.”

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Mei 1987

Was Latinus misschien de moordenaar?

Van bij de start van het onderzoek naar de dubbele moord in de Herderliedstraat te Anderlecht, heeft Eric Lammers steeds ontkend dat hij schuldig was. Zijn verdedigers hadden het gisteren voor het Brabants assisenhof dan ook iets gemakkelijker om de onschuld van hun cliënt te bewijzen dan de advocaten van Barbier, die tijdens het onderzoek verscheidene keren bekend heeft.

Tijdens het hele proce heeft Mr. Dumont, de verdediger van Eric Lammers, niet nagelaten de show te stelen. Gedurende zijn pleidooi deed hij dat nog eens uitgebreid over. Soms fluisterend, dan plots weer bulderend, weet hij de aandacht van de zaal op de toppen van zijn vingers te houden.

Ringbaard

Ter attentie van de jury resumeert Jean-Paul Dumont de getuigenverhoren. Hij “beschrijft de infiltratie van de Staatsveiligheid in de WNP en beschuldigt undercover-agent Smets ervan dat hij te ver is gegaan. Smets heeft een gevaarlijk spelletje gespeeld en levens van onschuldigen op het spel gezet.

Met een uitvergroot Brussels stadsplan erbij stippelt Mr. Dumont de weg uit die Lammers had moeten afleggen tussen de Militaire school en de Herdersliedstraat, op de avond van de moord. Het is onmogelijk, zo beweert de pleiter, dat hele traject af te leggen in de 22 minuten die resten tussen het laatste appel op de Militaire School en het tijdstip van de moord.

Wie heeft de moord dan wel gepleegd? Zou het Latinus zelf niet gedaan kunnen hebben, zo vraagt Dumont zich af. Latinus was razend op Lammers omdat die geweigerd had zich voor te bereiden op een infiltratiezending naar Lybië. Hij laat dus bij zijn beschuldigingen de naam van Eric Lammers vallen, en het kwaad is geschied. Maar met evenveel recht kan Latinus zelf van de moord beschuldigd worden. Getuigen herkennen immers tijdens het onderzoek een kennis van slachtoffer Vandermeulen, nl. Christian Pavlov.

Van hem is echter bewezen dat hij de dader niet kon zijn. Toch is hij even groot als Latinus, heeft dezelfde gezichtsvorm en draagt ook een ringbaardje.

Slecht onderzoek

Als laatste verdediger verontschuldigt Mr. Lancaster zich bij de jury dat alle “harde” bewijzen al geleverd zijn. Hij blijft met de restjes zitten. Toch trekt hij zich goed uit de slag met het materiaal dat overblijft. Martial Lancaster tracht de onschuld van Marcel Barbier te bewijzen om daaruit ook de onschuld van zijn cliënt af te leiden. Want Barbier had Lammers immers verraden bij zijn veelvuldige bekentenissen. Maar was Barbier echt wel schuldig.

Waarom zou hij aan Latinus gevraagd hebben een pistool te laten verdwijnen nadat er al een huiszoeking bij hem gebeurd was. Was het gevaar dan al niet geweken?

Barbier geeft in zijn bekentenissen vele foute details: hij zegt dat hij Lammers heeft opgebeld de dag voor de moord, terwijl die toen met arrest op de Militaire School vastzat; hij kan de kleren van Lammers niet beschrijven … “Kortom”, zo betoogt Lancaster, “Barbiers bekentenissen steunen nergens op. En bekentenissen op zich vormen geen bewijs.”

Kan men op basis van het onderzoek bewijzen dat Lammers de mededader was? Neen. Lancaster is formeel. Het onderzoek is op vele punten slecht uitgevoerd. Er blijft dus de twijfel. Er zijn twee mensen vermoord. Door wie? Zal men het ooit weten? Maar, zo besluit de verdediging, gerechtigheid is zeker niet geschied als men twee onschuldigen veroordeeld.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Mei 1987

Incidentrijke zitting verlengt WNP-proces

Een nieuw incident dreigt de assisenzaak tegen Marcel Barbier en Eric Lammers nog lange doen uitlopen dan nu het geval was. Het vonnis over de dubbele moord te Anderlecht werd oorspronkelijk verwacht voor volgende maandag. Maar een - al dan niet doelbewust manoeuvre van de burgerlijk partij dreigt de timing weer op losse schroeven te zetten.

Er werd aangenomen dat de replieken op de pleidooien nauwelijks één dag in beslag zouden nemen. Men geraakte gisteren nog niet halverwege. In dit proces, dat nu al drie weken aansleept, durft blijkbaar geen enkele pleiter het aan ook maar één argument ongebruikt te laten liggen.

In haar repliek twijfelt de burgerlijke partij eraan of de beklaagden wel zo onschuldig zijn als de verdediging het wil laten overkomen. Barbier, zo vertelt Mr. Hamaide, werkte destijds voor de firma Wackenhut, die niet alleen bewakingsopdrachten uitvoert, maar tevens tegen betaling inlichtingendossiers samenstelt.

Wackenhut werkte ondermeer voor Pfizer, de werkgever van slachtoffer Vandermeulen. Zou het misschien niet langs deze weg kunnen geweest zijn dat Barbier op de hoogte was van Vandermeulens levensverzekering ter waarde van 5 miljoen?

Mr. Bauthier, tweede pleiter van de burgerlijke partij, verwijt de verdediging erg selectief met het materiaal om te springen. Hij vergelijkt die werkwijze met de trucs van een goochelaar die steeds maar weer nieuwe konijnen uit een hoge hoed tovert. Maar zulke handigheden berusten alleen maar op illusie, herinnert Bauthier.

Verdediger Vergauwen neemt die vergelijking met een illusionist echter niet en protesteert krachtig. Hij dreigt er zelfs mee naar de stafhouder te zullen stappen. Dit incident kan echter nog bijgelegd worden.

Iets serener nu vervolgde Bauthier zijn repliek waarin hij waarschuwde de WNP niet te licht als een onschuldig grappig clubje te aanzien. Met zulke volgelingen is Hitler groot geworden, waarschuwt hij; hetzelfde kan morgen opnieuw gebeuren.

Afgeluisterd

In een uitermate lange repliek, die meer weg heeft van een tweede rekwisitoor, overloopt advocaat-generaal Jaspar nogmaals de bekentenissen van Barbier. Met kennis van zoveel details kan Barbier niet anders dan schuldig zijn. Trouwens, zo zegt Jaspar, de verdediging is van twee fout a-priori’s uitgegaan. Eerstens zou Barbier slechts bekend hebben op bevel van Latinus. Maar eerder reed, bij een vroegere aanhouding, heeft Barbier al over de WNP-cursussen en schaduwopdrachten gesproken.

De verdediging gaat er ook van uit dat Eric Lammers de Militaire School niet verlaten zou kunnen hebben. Een kamergenoot van Lammers heeft destijds echter bekend dat de onwettig afwezigen vaak op vriendschappelijke manier gedekt werden door hun kameraden. Lammers is dus waarschijnlijk met alle gemak over het muurtje kunnen wippen op de moordavond.

Wanneer Jaspar een verklaring geeft voor de vergissing bij het aanbellen bij de slachtoffers - “als men gedronken heeft vergist men zich gemakkelijk van bel” - buigt Lammers zich naar zijn advocaat en fluistert deze iets in het oor.

Mr. Hamaide van de burgerlijke partij meende toen verstaan te hebben dat Lammers zei: “Dat kan niet, want ik heb niet gebeld”. Hij verklaart dit daarop ook aan de voorzitter.

De verdediging was woest en verweet Hamaide een manoeuvre van zeer laag allooi. “Lammers zei gewoon dat Jaspar eerder het tegengestelde had beweerd”. De vier pleiters van de verdediging laten het hier echter niet bij zitten en zijn zinnen maandag naar de Stafhouder te stappen om klacht neer te leggen tegen Mr. Hamaide. Dat zal een snelle uitspraak uiteraard niet in de hand werken.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Mei 1987

Barbier krijgt levenslang, Lammers is onschuldig

De 16de dag van het WNP-proces voor het Assisenhof van Brabant heeft, met meer de dan een week vertraging op het geplande tijdschema, dan toch eindelijk de uitspraak gebracht. De jury achtte Marcel Barbier schuldig aan moord met voorbedachte rade op Fons Vandermeulen en Francesca Arcoulin. Hij krijgt hiervoor levenslang. Lammers gaat vrijuit, met dien verstande dat hij eerst zijn straf voor een andere hold-up nog moet uitzitten.

Bij de aanvang van de laatste procesdag pleitte mr. Van Den Bosch, verdediger van Barbier, dat zijn client een slachtoffer was van het “Latinus-effect”. Latinus, die een enorme invloed had op Barbier, richtte de Westland New Post-militie op waarvan Lammers en Barbier lid werden. De WNP-stichter werd or 24 april 1984 verhangen aangetroffen in zijn kelder. Volgens Van den Bosch had Barbier geen enkel motief om Latinus te vermoorden, zoals openbare aanklager Jaspar vrijdag had gesuggereerd.

Integendeel, Latinus was volgens de advocaat juist de kroongetuige die licht had kunnen werpen op de moord en daardoor Barbier vrij had kunnen pleiten.

Barbiers tweede advocaat, Eric Vergauwen, stelde dat zowel de burgerlijke partij als het openbaar ministerie argumenten tegen zijn cliënt hadden aangedragen die elkaar opheffen. Zo wees advocaat-generaal Jaspar in zijn pleidooi eerst Lammers aan als de man die aanbelde en drie dagen nadien Barbier.

Telefoon

Mr. Dumont had in het weekend uitgezocht dat zijn cliënt Eric Lammers in de Koninklijke Militaire School vóór de moord niet kon worden opgebeld zonder dat daarvan een spoor bleef. De telefoons van de school worden namelijk allemaal in een boekje genoteerd door de officier van wacht.

Voor de jury zich terugtrok om te beraadslagen betreurde mr. Martial Lancaster, die eveneens Lammers verdedigt, dat het alibi van Lammers in de Koninklijke Militaire School pas in 1985 en op diens eigen aanvraag werd nagetrokken, Volgens mr. Lancaster was ook onvoldoende gezocht in de richting van WNP-leider Latinus, die nochtans aan zijn vriendin had verteld dat hij het risico liep betrokken te raken bij de dubbele moord. Een buur van Latinus had daarenboven getuigd dat hij Latinus twee dagen na de moord kleren zag verbranden in de tuin in gezelschap van de WNP-leden Karl Delombaerde en Michel Libert, niet van Marcel Barbier.

Barbier zelf herhaalde dat hij de moord bekende op bevel van Latinus, in wie hij het volste vertrouwen had, en dat hij de bekentenis introk toen Latinus hem in de steek liet. Lammers zei dat hij flaters had begaan die hij betreurde, maar dat hij met de moord niets te maken had.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Mei 1987

2,136

(106 replies, posted in Mededelingen)

X-account

Sinds gisteren is de X-account, het vroegere Twitter, van deze website verwijderd. De reden: Twitter begon als een platform voor nieuws en publiek debat. Maar het is nu een open riool van desinformatie en extremisme. Onder het mom van 'vrijheid van meningsuiting' faciliteert X de verspreiding van complottheorieën en haat.

Daar wil ik noch met mijn website, noch persoonlijk iets mee te maken hebben.

2,137

(0 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting

  • Wat? Moord op een jonge vrouw

  • Wanneer? In de nacht van 7 op 8 mei 1980

  • Waar? In een houten loods aan de Kanaaldijk in Anderlecht

  • Wie? Pierre Georges, een gewezen legioensoldaat

  • Wapen: Geen, de vrouw werd zo hard geslagen en mishandeld dat ze overleed aan haar verwondingen

  • Status: Opgelost, de man werd in 1982 veroordeeld tot 6 jaar cel

Pierre Georges, de moordenaar, deserteerde uit het Belgisch leger en werd later legioensoldaat in Algerije, waar hij heel wat gruweldaden meemaakte. Hij werkte als vaatwasser in La Hestre (nabij La Louvière). In 1979 had zijn toenmalige vriendin, Marie Beckers, een zigenuenermeisje, zwaar toegetakeld met de scherven van een fles en een mes. Hij onderhield ook vriendschappelijke betrekkingen met een zigeunerfamilie. (*)

(*) Er is een grote kans dat het meisje Maria Becker was en de "zigeunerfamilie" dus de Becker-clan was.

Onbekend meisje vermoord te Brussel

In een houten loods nabij een afgedankte gasfabriek aan de kanaaldijk te Anderlecht werd donderdag, omstreeks 20u het stoffelijk overschot aangetroffen van een onbekend meisje dat tussen 16 en 20 jaar oud bleek te zijn. Het lichaam was met bloed besmeurd. Uit de lijkschouwing bleek dat het slachtoffer werd verkracht en nadien doodgeslagen.

De hele omgeving werd door de politie uitgekamd en daarbij werd in een soortgelijke loods, die een 30-tal meter verder is gelegen, een bed ontdekt waarvan de lakens met bloed besmeurd waren.

Het ziet ernaar uit dat het slachtoffer daar werd aangerand en levensgevaarlijk toegetakeld. Achteraf is het meisje hetzij op eigen krachten, hetzij door de dader zelf, naar de plaats gebracht waar het lichaam werd ontdekt.

Personen uit de buurt wisten te verklaren dat ze de jongste weken herhaaldelijk een jong meisje in de omgeving hadden opgemerkt, dat meestal in het gezelschap vertoefde van een jongeman. Het meisje liet zich daarbij doorgaan als een zekere Lulu zonder ooit haar echte naam kenbaar te maken. Wat de jongeman betreft, deze beweerde Pierrot te heten.

Twee verdachten werden inmiddels aangehouden. Een van hen was in het bezit van een zakdoek met bloedvlekken terwijl zijn metgezel over een alarmpistool beschikte.

De twee jongemannen verklaarden tot nog toe geen uitstaans te hebben met de moord op het meisje, maar ze werden niettemin ter beschikking van het gerecht gesteld.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Mei 1980

Jonge vrouw door vriend doodgeslagen te Anderlecht

De 26-jarige Lutgarde Nokel, bijgenaamd Lulu, die donderdagavond omstreeks 20u dood werd aangetroffen in een houten loods aan de Kanaaldijk te Anderlecht, werd enkele dagen voordien door haar vriend, de 44-jarige P.G., bijgenaamd Pierrot, na een hevige twist omgebracht.

De dader sloeg nadien op de vlucht, maar kon zaterdag in Brussel worden aangehouden. Lutgarde Nokel, uit Chapelle-lez-Herlaimont, was begin mei samen met haar vriend, een stempelaar die vriendschappelijke betrekkingen onderhoudt met een zigeunerfamilie, vanuit de streek van Charleroi naar Brussel overgekomen. Het tweetal vond onderdak in een verlaten houten loods nabij de Kanaaldijk te Anderlecht, waar ze zowat een week verbleven.

De voortvluchtige P.G., die zaterdagmorgen in de Huidevettersstraat te Brussel werd aangehouden, verklaarde nadien aan de gerechtelijke politie dat hij zijn vriendin te Anderlecht herhaaldelijk had geslagen omdat ze zich regelmatig bedronk en omdat ze met andere mannen liep. Hij sneed haar ook in het aangezicht.

Tijdens de nacht van 7 op 8 mei verweet hij haar andermaal haar losbandig leven en hij sloeg de vrouw met de vuisten. Ze viel met het hoofd op een houtblok, wat haar fataal werd. P.G. ging daarna slapen en kwam de daaropvolgende morgen tot de vaststelling dat zijn vriendin was overleden. In paniek nam hij het slachtoffer mee en legde het 30 meter verder in een andere houten loods, waar het later door wandelaars werd aangetroffen.

P.G. werd aangehouden wegens opzettelijke doodslag.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Mei 1980

Moet Pierre Georges worden geïnterneerd?

De vakantiekamer te Brussel, voorgezeten door Mw. Schmidt, diende woensdag te beslissen of de de 46-jarige Pierre Georges, vatenwasser uit La Hestre (bij La Louvière) al dan niet moet worden geïnterneerd. De man had immers einde 1979 een jonge vrouw zwaar toegetakeld met de scherven van een fles en een mes. In mei 1980 had hij een andere vrouw zodanig mishandeld dat zij aan de opgelopen verwondingen overleed.

Ondertussen blijkt dat de psychiaters het niet eens zijn over de toerekenbaarheid van deze betichte.

Einde 1979 had Georges een vouw ontmoet, Maria B., die pas uit de gevangenis van Brugge was ontslagen. Ze gingen een tijdje samenwonen, maar toen hij op zekere dag zijn vriendin aantrof met een andere man, was hij zijn woede niet meer meester. Met een gebroken fles en een mes ging hij de vrouw te lijf, zodat het slachtoffer een hele tijd in het Erasmusziekenhuis diende verzorgd.

In april 1980 maakte hij te La Hestre kennis met L.N., een getrouwde vrouw die zwakzinnig bleek te zijn en van wie het drie maanden oud kindje in een tehuis was geplaatst. Georges, die als gewezen legioensoldaat gedeeltelijk als gehandicapte van een pensioen leefde, kon van L.N. bekomen dat ze hem naar Brussel zou volgen. Ze gingen er logeren in het hotel Acacias en toen hun geld op was, vonden ze een onderkomen in een houten loods, 3 op 2 meter groot, nabij een afgedankte glasfabriek bij het kanaal te Anderlecht, waar ze nog wat huisraad vonden, achtergelaten door een zwerver.

Begin mei 1980 diende Georges naar La Hestre terug te keren om er zijn pensioen af te halen. Toen hij opnieuw in de loods te Anderlecht verscheen, bleek zijn vriendin verdwenen. De jonge vrouw keerde pas op 8 mei terug en verklaarde ondertussen met andere mannen te zijn uitgegaan. Toen ze zich bij haar thuiskomst begon te bedrinken, werd Georges zo woedend dat hij de vrouw een uur lang met zijn vuisten bewerkte, waarna hij ze brutaal tegen een metalen paal, midden in de loods, duwde. De vrouw liep er gebroken ribben bij op, kreeg een inwendige bloeding en overleed enkele uren later.

Georges, die vrij vlug werd aangehouden, werd toen door psychiaters onderzocht, die verklaarden dat hij moet worden geïnterneerd gezien hij zijn daden niet kan controleren. Een andere psychiater aangesteld door de verdediging, verklaarde echter dat Georges wel verantwoordelijk is voor zijn daden.

Voor de rechtbank vroeg substituut Marchal dat Georges zou worden geïnterneerd, terwijl Mr. Vergauwen uit naam van de verdediging verklaarde dat zijn cliënt best tot een gevangenisstraf zou worden veroordeeld.

De rechtbank vond het tenslotte wenselijk betichte door drie andere psychiaters te laten onderzoeken.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Augustus 1981

Zes jaar cel wegens doodslag en mishandeling

De Correctionele rechtbank te Brussel veroordeelde vrijdag de 47-jarige Pierre George, vaatwasser, Samaritanessenstraat te Brussel, tot vijf jaar cel wegens doodslag op 8 mei 1980 van de 27-jarige Lutgarde Nokel en een jaar cel wegens het toebrengen van slagen en verwondingen aan de jonge Marie Beckers.

Pierre Georges, die uit het Belgische leger deserteerde, werd later legioensoldaat in Algerije. Hij maakte er heel wat gruweldaden mee die hem blijkbaar voor de rest van zijn leven merkten.

In 1979 ging hij samen leven met het zigeunermeisje Marie Beckers, maar omdat ze hem volgens hem, bedroog, gaf hij haar op het einde van dat jaar een pak slaag. Het slachtoffer werd met verschillende gebroken ribben in het Erasmus-ziekenhuis te Anderlecht verzorgd.

Later maakte hij kennis met Lutgarde Nokel uit de streek van La Louvière. De jonge vrouw volgde George naar Brussel. Bij gebrek aan geld leefde het tweetal in ellendige omstandigheden in een soort hut midden een braakliggend stuk grond in de nabijheid van een vroegere fabriek te Anderlecht.

Georges zou zijn vriendin op 8 mei 1980 hebben betrapt in het gezelschap van en andere man. Dit is de reden waarom hij haar in dronken toestand met het hoofd herhaaldelijk tegen een paal sloeg en haar vervolgens de borst indrukte. Het slachtoffer bezweek aan de opgelopen verwondingen waarna Georges het lichaam ging verbergen in de fabriek waar het door spelende kinderen werd aangetroffen.

Daar de psychiaters George als verantwoordelijk voor zijn daden beschouwden, bleef de rechtbank niets anders over dan gevolg te geven aan de eis van het openbaar ministerie die een maximumstraf had gevraagd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Maart 1982

Wapens gestolen

Inbrekers drongen tijdens de nacht van vrijdag op zaterdag in de winkel van de firma Algua, Bergensesteenweg te Anderlecht, en namen 3 geweren, 3 karabijnen en 10 revolvers - waarvan zes alarmpistolen - mee.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Mei 1980

2,139

(4 replies, posted in Andere Personen)

Yves Brams is komen getuigen tijdens het proces van de dubbele moord in de Herderliedstraat. Dit proces was in mei 1987.

Hij heeft toen verklaard dat hij enkel sportcontacten met Eric Lammers had. Lammers had hem ooit in de bergen gered. Hij had Eric Lammers en zijn vader Maurice Lammers via het alpinisme leren kennen.

Brams heeft Eric Lammers helpen verstoppen in het Fort van Dave in de buurt van Namen. Hij zegt hij dat Eric Lammers en Marc vander Meiren bij hem kwamen en zeiden dat Eric Lammers problemen had thuis. Ze vroegen om hem naar Dave te rijden, wat Brams gedaan had zonder vragen te stellen.

Eric Lammers had een kokend karakter, soms waren er ruzies in de bergen. Hij wist dat Eric Lammers rond het Front de la Jeunesse hing maar zelf had hij daar niks mee te maken. De voorzitster van het assisenhof, Nicole Lumen, vraagt hem waarom hij zo ongerust was. Brams zei dat er iets aan de hand was, maar hij wist niet wat. Lammers gedroeg zich vreemd. Hij kent diens bijnaam. Alle ervaren bergbeklimmers hebben de bijnaam "La Bête" vanwege hun klimtechniek.

2,140

(201 replies, posted in Plaatsen)

Hij stond - voor zover ik weet - loodrecht geparkeerd op de Rue du Pire, met zijn voorkant gericht naar de straat.