Gestolen geld en juwelen gevonden bij zigeuners te Anderlecht

Door de rijkswacht van Sint-Pieters-Leeuw en Halle, bijgestaan door de BOB, werd tijdens het weekend een actie uitgevoerd waarbij het zigeunerkamp langsheen het kanaal Brussel-Charleroi op de grens van Anderlecht en Ruisbroek werd uitgekamd. De jongste dagen werden in de streek van Beersel en Sint-Pieters-Leeuw inbraken en diefstallen gepleegd waarbij men het steeds had gemunt op geld en juwelen. Meestal werden woningen bezocht als de bewoners afwezig waren. Zo werd vrijdagnamiddag een belangrijke diefstal gepleegd bij aannemer Jean De Cuyper, Kasteelstraat 5 te Beersel. (*)

Bij afwezigheid van de bewoners drongen zigeuners de villa binnen en gingen aan de haal met juwelen voor een totale waarde van 200.000 fr. Tevens werd geld, waaronder vreemde munten voor circa 150.000 fr. meegenomen. In totaal werden een 50-tal mannen en vrouwen van Joegoslavische nationaliteit ondervraagd. De buit bedroeg meer dan 800.000 fr.

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 Maart 1983

(*) Dat is op minder dan 200 meter van de Auberge du Chevalier.

3,952

(0 replies, posted in 1980-1989)

Samenvatting:

In de nacht van 4 op 5 maart 1980 overvallen vier mannen het café Sinjorenhof, gelegen aan de Geraardsbergsebaan 62 te Heldergem. (Was dat hier » Google Maps) Ze bedreigden de uitbaatster en gingen aan de haal met 300.000 fr., in de richting van Geraardsbergen. Een interessant detail: voor de daders vertrokken, trokken ze de telefoondraden uit.

De vier daders kwamen uit Rebecq. Het waren:

Daniel Laeremans komt in 1990 terug in het nieuws wanneer hij betrokken is bij de bloedige overval op een tankstationuitbater in Eigenbrakel » Forum

Overval op baancafé te Heldergem levert 300.000 fr. op

Woensdagochtend omstreeks 3u verschaften zich een drietal gemaskerde mannen toegang tot baancafé “Sinjorenhof”, gelegen aan de drukbereden Geraardsbergsebaan 62 te Heldergem. Dit dranklokaal was reeds gesloten, doch de inbrekers, waarvan een dreigend zwaaide met een pistool, verplichtten het aanwezige personeel hun respectieve slaapkamers te verlaten.

Ook de 28-jarige uitbaatster Rita Grevenstuk werd onder bedreiging gesommeerd om al het aanwezige geld te overhandigen. Slechts na heftig aandringen van de gemaskerde mannen, ging ze op het verzoek in en overhandigde ze de som van 300.000 fr. in bankbiljetten. De rovers verdwenen met een klaarstaande wagen in de richting van Geraardsbergen.

De gerechtelijke politie van Aalst en het parket van Oudenaarde deden ter plaatse de nodige vaststellingen. Reeds in de vroege namiddag konden twee kerels, afkomstig uit de streek van Nijvel, voorgeleid worden. Onderzoeksrechter Pilaete confronteerde hen met de overvallen mensen, doch tot bekentenissen kwam het vooralsnog niet. Vast staat wel dat de gebruikte auto niet van de Nijvelse voorgeleiden was, en dat de daders niet tot het cliënteel van het Sinjorenhof behoren.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Maart 1980

Gewapende overvallers aangehouden te Oudenaarde

De gewapende overval die woensdagochtend in café Sinjorenhof te Heldergem 300.000 fr. buit opbracht, is reeds gedeeltelijk opgehelderd. Twee mannen uit Rebecq, de Waal André Willems en de Italiaan Angelo Ansalone, werden door het parket van Oudenaarde onder aanhoudingsmandaat geplaatst. Een derde medeplichtige wordt gezocht. Een groot gedeelte van de buit werd reeds teruggevonden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 Maart 1980

Vier overvallers van cafébazin kregen elk twee jaar

Voor de vakantiekamer van de Correctionele Rechtbank te Oudenaarde verschenen donderdag vier kerels uit Rebecq, onder wie twee Italianen, die ervan beschuldigd werden in de nacht van 4 op 5 maart jl. een gewapende overval te hebben gepleegd op Rita Grevenstuk, een 29-jarige café uitbaatster, die 300.000 fr. armer werd gemaakt.

Begin maart van dit jaar had de 20-jarige Angelo Anzalone vriendschap gesloten met Grevenstuk, uitbaatster van het Sinjorenhof langs de Steenweg op Aalst te Heldergem. Nadat de nieuwigheid eraf was, had Rita Grevenstuk echter een nieuwe vriend genomen. Angelo Anzalone verkropte dit niet. Wetend dat Grevenstuk 300.000 fr. in bankbriefjes op haar slaapkamer bewaarde, vatte hij het plan op om zijn ex-gezellin te overvallen.

Zijn twee vrienden, Daniel Willems (23) en Daniel Laeremans (23), zouden Anzalone helpen. Gezien het trio geen auto had, deden ze een beroep op café uitbater Mario Pasquale Castiliglio (40), die ook voor een alarmpistool zou zorgen.

De vier trokken rond middernacht naar het Sinjorenhof. Gezien praktisch alle deuren open waren en Anzalone goed de weg wist, werd de 300.000 fr. snel gevonden. Grevenstuk werd met een revolver bedreigd, en de telefoondraden werden doorgeknipt.

Rita Grevenstuk had haar vroegere vriend echter herkend, zodat het maar een koud kunstje was om de daders enkele uren later bij de kraag te vatten. Geboeid verschenen ze voor de rechter, nadat ze reeds vier maanden in voorarrest verbleven. Geen van de vier daders verstond een woord Nederlands.

Angelo Anzalone werd veroordeeld tot 2 jaar cel, met uitstel voor 1 jaar, en een boete van 8.000 fr., Daniel Willems eveneens met 2 jaar, waarvan 1 jaar met uitstel, en een boete van 6.000 fr.

Daniel Laeremans kreeg 2 jaar, waarvan 15 maanden met uitstel, en een boete van 6.000 fr., en Mario Castiliglia 2 jaar, waarvan 18 maanden met uitstel en een boete van 6.000 fr. Allen werden voor 5 jaar ontzet uit hun rechten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Juli 1980

3,953

(31 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

fenix wrote:

Volgens RobertV waren we goed bezig in 2019. Ik denk niet dat we dat tegenwoordig nog kunnen zeggen. Dat een De Staerke zijn eigen topic heeft maar een generaal Close niet zegt genoeg denk ik. Dat is ook de reden waarom een aantal mensen weigeren  te spreken. Zij vinden zichzelf "kleine garnalen" en zien niet in waarom zij mogelijk gestraft zouden moeten worden terwijl de grote vissen met rust gelaten werden en worden.

Robert Close heeft al sinds 2012 zijn eigen topic » Forum

En als een topic over een bepaald persoon, organisatie of feit niet bestaat, mag je dat gerust aanmaken.

3,954

(61 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

Volgens André Moyen waren er in België zes wapendepots van Gladio:

  • Twee zijn onder beton terecht gekomen.

  • Twee zijn toevallig ontdekt.

  • Over de laatste twee wordt niet gesproken in onderstaand artikel. Ik vermoed dat het Belgisch leger ze zelf heeft opgeruimd.

Daarnaast had ook Gladio Duitsland in België wapendepots.

Twee Belgische Gladio-depots verdwenen onder het beton

"In België werd Gladio begin 1990 officieel ontbonden en dan zijn de bergplaatsen met wapens en munitie ontmanteld. Zes waren er. Twee zijn onder het beton van een snelweg terecht gekomen, zoals bijvoorbeeld onder de E411 bij Neufchâteau. Twee andere zijn toevallig ontdekt: de ene door spelende kinderen, de andere nadat een aardverschuiving de opslagplaats had blootgelegd. We hebben die wapens discreet weggehaald en net gedaan alsof het om wapentuig uit de Tweede Wereldoorlog ging".

Dit zegt de voormalige Belgische inlichtingenofficier André Moyen. Moyen woont nu in Brussel, werkte tientallen jaren als spion, en is van de activiteiten van de Gladio-organisatie goed op de hoogte. Volgens Moyen beschikte ook de Duitse Gladio over bergplaatsen op Belgisch grondgebied. "Als we die ontdekten moesten we die intact laten en alleen maar rapporteren", herinnert hij zich.

Moyen zegt te hebben gehoord dat Nederlandse Gladio-agenten nog immer actief zijn in Brabant, met name in het grensgebied tussen Eindhoven en Hasselt. Dat Gladio ook officieus in België volledig is verdwenen, betwijfelt hij. (...)

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 September 1994

Noot: het vervolg van dit artikel gaat over Gladio Nederland en kan je hier lezen » Forum

3,955

(59 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

(...) Net als de Belgische was de Nederlandse Gladio zo geheim dat maar enkele tientallen mensen van het bestaan ervan op de hoogte waren. Organiek viel de dienst er rechtstreeks onder de minister-president. In 1992 maakte Lubbers een eind aan het officiële bestaan van Gladio.

"De villa in Wassenaar, het voormalige hoofdkwartier, staat te koop", zegt woordvoerder H. van der Vloet van minister-president W. Kok. "Maar niemand zal ooit kunnen zeggen of het inderdaad zo is dat Gladio nog bestaat. Het is mogelijk dat het intern wordt uitgezocht. Maar dan zullen alleen de leden van de vaste kamercommissie voor Openbare Orde en Veiligheid worden ingelicht. Laat ik dus officieel zeggen dat ik me onthoud van commentaar."

Heeft de Nederlandse justitie misdrijven van Gladio-agenten in de doofpot gestopt? Hebben zij honderden kilo's springstof verkocht aan het IRA en de ETA en bestaan er nog twintig geheime opslagplaatsen, zowel in Nederland als in België?

Het antwoord op deze vragen moeten de Nederlandse ministers Sorgdrager (Justitie) en Dijkstal (Binnenlandse Zaken) binnen de drie weken leveren aan de Tweede Kamerfractie van de Socialistische Partij (SP).

De SP, een kleinere linkse formatie, eiste maandag opheldering nadat verschillende Nederlandse kranten een ook door GVA overgenomen artikel plaatsten waarin een anonieme, voormalige topman van Gladio beweert dat een deel van de officieel opgeheven ondergrondse organisatie nog steeds functioneert.

De anonieme Gladio-leider stelt dat de politieke en economische afdelingen nog steeds bestaan. Voormalige leden van de opgeheven militaire Gladio-poot zouden inmiddels hun diensten hebben aangeboden aan criminele organisaties. Zij zouden betrokken zijn bij de recent bekend geworden inbraken bij topfunctionarissen van politie en openbaar ministerie.

In een verder verleden zou Gladio, volgens de bron, van bedrijven als Philips en Siemens communicatieapparatuur hebben gestolen om buiten elke overheidsbegroting te kunnen blijven. Als er iets misliep, kregen Officieren van Justitie van hogerhand opdracht om de zaak te seponeren.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 September 1994

3,956

(17 replies, posted in Onderzoeksdaden)

"Operatie Vietnam" geen aanhoudingen

Beweren dat de klopjacht van het parket van Nijvel woensdag een maat voor niets is geweest, is enigszins naast de waarheid. Tijdens de huiszoekingen, volgens sommigen een 25-tal, die woensdag zowel in Waals-Brabant als in het Brusselse werden verricht, zijn immers wapens, een carnavalmasker, drugs, een dolk, enz. gevonden. Ook werden enkele personen, onder wie een gewezen Belgische huurling, ondervraagd. Ze werden achteraf vrijgelaten. Gisterenmiddag werd nog een man van vooraan in de twintig en afkomstig uit Waals-Brabant, ondervraagd.

Omdat bij "Operatie Vietnam" van het Nijvelse parket in de eerste plaats werd gezocht naar mannen van grote gestalte, werd de Waals-Brabander meegenomen voor verhoor. Die man is geen onbekende voor het gerecht en in zijn geboortestreek is hij gekend als een haantje de voorste. Hij kon echter vrijuit gaan.

Het blijft intussen toch twijfelachtig of door "Operatie Vietnam" van het parket van Nijvel, het onderzoek naar de doders van Eigenbrakel, Overijse en Aalst, in een bepaalde richting kan worden georiënteerd.

Zowel te Brussel als bij het parket van Nijvel, grijpt men nu elke kans aan om bewijsmateriaal te verzamelen. Om die reden mag een zich nog aan grootscheepse acties verwachten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 November 1985

3,957

(75 replies, posted in Onderzoekspistes)

Interessant artikel uit 1986 over Brussel als recruteringsparadijs voor huurlingen:

Oorlogshonden duiken steeds op te Brussel

In oktober verleden jaar raakte bekend dat een Duitse vereniging die zich de “Vereniging van Duitse Huurlingen” noemde, in een gespecialiseerd wapentijdschrift kandidaten ronselde om als huursoldaat te worden ingezet in sommige Derde Wereldlanden. Het bleek dat achter deze organisatie een Duitse graaf schuilging, de 37-jarige René Adelmann von Adelmansfeldern.

Ruim een maand geleden verschenen er berichten in de pers, dat honderden kandidaten zich hadden aangeboden, overlevingskampen hadden meegemaakt nabij het Beierse dorp Schönau, en dat er ook oefeningen in o.m. kajakvaren op het programma stonden, die zouden doorgaan in de Belgische Ardennen.

Er werd gefluisterd dat ook in Brussel volop gerecruteerd werd, en dat tientallen Belgen - ex-paracommando’s, ex-legionairs, en andere op avontuur beluste lieden - eveneens de trainingskampen hadden gevolgd.

Het is nu eenmaal een feit dat, telkens wanneer ergens ter wereld het woord “huurlingen” valt, er bijna automatisch wordt aan toegevoegd dat ze in België, en meer bepaald te Brussel, worden gerecruteerd. De afgelopen jaren kon bijvoorbeeld in geen enkel Afrikaans land een of ander conflict uitbreken, of er werd gewag gemaakt van blanke huurlingen, geronseld in de Belgische hoofdstad.

“Brussel heeft deze reputatie nog altijd te danken aan de Congo-periode”, aldus Charles Masy, 61, die in de hoofdstad al 19 jaar lang “La Renaissance” uitbaat. Een café, dat inderdaad in huurlingenmilieus over de hele wereld bekend is, en waar de muren zijn behangen met militaire insignes, foto’s en herinneringen aan gewapende acties in diverse Afrikaanse landen. Masy was ooit zelf huursoldaat; hij vocht 4 jaar lang in Congo en was 6 maand actief in Jemen.

Masy kan met zijn imposante snor, zijn kleerkast-postuur en zijn geanimeerde vertelstijl moeilijk dit verleden verbergen. “Verbergen? Ik ben er fier op”, aldus Masy. “Vergeet niet dat het toen gebeurde met goedkeuring van de Belgische regering.” Inmiddels zijn de wetten wel veranderd: een Belg mag geen dienst nemen in een buitenlands leger, en ronselen en opleiden van huurlingen is in België strafbaar. “Maar door de internationale bezoekers die ik hier voor de tap krijg, en die terugkomen van een of andere “hot spot” of er op weg naartoe zijn, weet ik meestal heel nauwgezet wat er waar aan de hand is.”

“Om de haverklap wordt er geluld over huurlingen die te Brussel worden gerecruteerd. Ik weet precies dat, na de onafhankelijkheid van Rhodesië in 1980, geen enkele avonturier te Brussel nog enig positief contact heeft gevonden voor een of andere actie. Wel zou de Lybische ambassade hier al enkele malen zijn benaderd door lui die hun gewapende diensten aan Khadafi wilden aanbieden. Of zij uiteindelijk succes hebben gehand, is mij tot nog toe onbekend. En wat de “Vereniging van Duitse Huurlingen” betreft waarover nu gesproken wordt: geen enkele van mijn internationale contacten bleek mij daarover maar iets wijzer te kunnen maken.”

Gecamoufleerd

“Toch moet je niet denken dat er geen huurlingenacties meer plaats hebben”, gaat Masy verder. “Maar heden ten dage zijn ze zo gecamoufleerd en in vergelijking met het verleden zo kleinschalig dat de buitenwereld er niet eens weet van heeft. Neem gerust aan dat verschillende Amerikanen als “vrijwilliger” doende zijn in verschillende Centraal-Amerikaanse landen. “Toevallig” blijken ze ook experten te zijn in het omgaan met een of ander wapen. Hetzelfde geldt trouwens voor Afghanistan.”

“Maar België is als recruteringsbodem uitgerangeerd”, aldus Masy. “Midden-Amerika is momenteel het exclusief gebied voor Amerikaanse vrijwilligers, ook al is daar één enkele Fransman actief. Voorts heb je in Engeland verschillende zogeheten “veiligheidsfirma’s” die er prat op gaan internationaal te opereren. Achter hun officieel scherm vind je geregeld dezelfde namen terug.”

“Een oude bekende die regelmatig in die “veiligheidsfirma’s” opduikt, is de Brit John Banks: hij is de man die via diverse maatschappijen zoals zijn “International Security Organisation” en zijn “Security Advisory Services” de blanke huurlingen leverde voor de beruchte interventies in Angola in 1976.”

“Volgens hardnekkige maar onbevestigde geruchten zou zowat twee maand geleden een handvol Britse huurlingen door de Franse douane zijn ontdekt, toen ze per schip op weg waren naar ofwel Sierra Leone, ofwel Liberia. De sporen zouden weer naar Banks’ omgeving leiden.”

De Congo-jaren waren ongetwijfeld paradijselijke jaren voor het huurlingendom. (…)

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Juni 1986

Rekrutering te Brussel

"Huurlingen voor Congo werden van bij het begin te Brussel gerecruteerd", zegt Charles Masy. "De allereerste aanwervingen gebeurden in café Edelweiss in het Noordkwartier. Enkele weken later al bestond er in de hoofdstad een officiële "Délégation Katangaise", waar volop werd aangeworven. Aan de Congresstraat had de weduwe van een in Katanga gesneuvelde Belgische beroepsofficier bovendien een kantoortje, waar vrijwilligers eveneens terecht konden. Van 1964 af werd gerecruteerd op de Zaïrese ambassade. Dit gebeurde in aanwezigheid van Belgische beroepsofficieren."

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Juni 1986

3,958

(10 replies, posted in Terrorisme)

Met de MSB (Mouvement Social Belge) zijn we bij de rexistische neo-fascisten beland, die niet meer onder de invloedssfeer van Jeune Europe thuishoren, zoals dat met de vorige groepen wel het geval was.

De eerste poging tot comeback van Leon Degrelle had plaats in december 1950 met de oprichting van “Le Mouvement pour le retour de Degrelle”, een initiatief dat vanuit Spanje geleid werd, waar Degrelle in ballingschap leefde. Enkele maanden daarna had de stichting plaats van de MSB. Het concrete werk hier te lande was in handen van Jean Robert Debbaudt, een oude bewonderaar van Degrelle. In 1957 startte de MSB met een tijdschrift, Le Peuple Réel, waarvan de titel refereert naar Le Pays Réel ten tijde van Rex. Na enige nummers veranderde het tijdschrift van naam in L’Europe Réelle, met als ondertitel “Défense de la Race - Justice Social - Indépendance Européenne”. Het blad verscheen gemiddeld op 15.000 exemplaren en bleef tot 1971 het orgaan van Le Nouvel Ordre Européen, waarvan MSB de Belgische sectie vormde.

Le Nouvel Ordre Européen is zowat de Internationale van de neo-fascisten in Europa. De vereniging werd in 1951 opgericht en telt onder de leden alle vooraanstaande fascisten, die meestal nog gecollaboreerd hebben met de Duitse nationaal-socialisten gedurende de oorlog. Zij beschikken over diverse persorganen en leggen een grote activiteit aan de dag. Het is uit dit mondain neo-fascistisch milieu dat de meeste medewerkers van L’Europe Réelle kwamen.

Debbaudt is een man die niet stil zit. Zijn leven is één opeenvolging van initiatieven die nochtans dikwijls mislukken. In 1971 richtte hij nog maar eens een vereniging op, Le Mouvement Rexiste. Volgens Debbaudt had de beweging dezelfde doeleinden, hetzelfde programma en in zekere zin hetzelfde publiek als Rex van voor de Tweede Wereldoorlog.

Le Mouvement Rexiste hield zich hoofdzakelijk bezig met het uitgeven van propagandabrochures. Heel gauw leidden enkele persoonlijke twisten tot de splitsing van de beweging in twee fracties: L’Action Rexiste, nog steeds door Debbaudt geleid, en Rex National, waarvan Emile Robe de leider werd. Robe werd bijgestaan door Jacques Dumont, die aan het hoofd stond van de paramilitaire organisatie l’Ordre de Saint-André. De twee rexistische groepen hielden vanaf dat moment niet meer op elkaar heftig te bestrijden. Te vermelden is nog dat Debbaudt herhaaldelijk aan verkiezingen heeft deelgenomen met zijn kleine partij Front Nationaliste Populaire. De resultaten waren echter schamel. Mede daardoor moest Debbaudt later meer en meer het onderspit delve tegen Robe.

Bron: De kreeft met de zwarte scharen - 50 jaar rechts en uiterst rechts in België | Frank Uytterhaegen, Etienne Verhoeyen

3,959

(1 replies, posted in Politiek & Business)

De Congo-crisis, de Katangese secessie en de Belgische politiek-industriële krachten zijn zeer interessant om te bekijken:

Van grote betekenis was de reeds in juli 1960 afgekondigde afscheiding van Katanga, de rijkste provincie van Congo. Eerste minister van de afgescheiden provincie werd Moïse Tschombé. Tot 1964 trachtte Katanga zich zelfstandig te handhaven, o.m. met behulp van de Union Minière en van in Europese extreem-rechtse kringen geronselde huurlingen. Ook Belgen behoorden hiertoe: o.a. de berucht geworden Jean Schramme, naast militanten van de belangrijkste extreem-rechtse beweging die België na de Tweede Wereldoorlog heeft gekend (Jeune Europe, ontstaan uit de Mouvement d’Action Civique, die op zijn beurt ontstaan was uit de koloniale drukkingsgroep CADBA, die onmiddellijk na de onafhankelijkheid van Congo was gesticht).

De strijd om Katanga werd door de extreem-rechtse pro-Katangezen duidelijk in een internationale context geplaatst. Van 1960 tot 1962 leverden Franse militaire (de OAS, Organisation de l’Armée Secrète) in samenwerking met extreem-rechtse groepen een verbitterde strijd om het behoud van Algerije als Frans grondgebied. Parallel hiermee trachtten Franse militaire, opnieuw in samenwerking met extreem-rechtse groepen, de Franse president de Gaulle ten val te brengen en een militaire dictatuur te vestigen. Van groot belang hierbij is dat de OAS-leiders op de solidariteit van de Belgische groep Jeune Europe konden rekenen: verscheidene onder hen zaten in 1962 in België ondergedoken. Maar niet alleen op die steun; ook de eigenaar van het liberale dagblad La Dernière Heure sympathiseerde quasi-openlijk met de OAS.

Van belang i.v.m. de Katangese secessie is nog dat de Belgische regering niet goed wist welke houding ij ertegenover moest aannemen. Tschombé genoot de steun van een groot deel van rechts en van geheel extreem-rechts. Katanga was voor België letterlijk en figuurlijk een goudmijn. Maar kon de Belgische regering én Tschombé én Lumumba erkennen? De regering Eyskens koos voor een compromis: tijdens de tweede helft van juli 1960 stuurde zij een Belgische technische zending (Mistebel) naar Katanga, die bestond uit graaf Harold d’Aspremont-Lynden (gewezen lid van Verdinaso, en zoon van de rechtse katholieke politicus Charles d’Aspremont-Lynden. Harold was tevens sinds 1962 beheerder van de Bank van Brussel en had reeds in 1959 voor het Hof een opdracht in Katanga vervuld), kolonel Guy Weber (gewezen verzetsman, thans vleugeladjudant van Leopold III en in de jaren zeventig als beroepsofficier bekend om zijn krasse taal over het indijken van de “linkse subversie”), en René Clémens (hoogleraar te Luik en een nauw medewerker van bankier en koninklijk raadgever graaf de Launoit).

Het staat vast dat in elk geval Clémens een actieve rol heeft gespeeld in het ronselen van huurlingen uit het internationaal neo-fascistisch milieu voor Tschombé. Vast staat eveneens dat Belgische para-officieren, onder wie de onlangs overleden Jean Cassart (een gewezen verzetsman) via de “Amitiés Belgo-Katangaises” voor wapens en vliegtuigen voor Tschombé hebben gezorgd. Of ook de Belgische regering enig aandeel heft gehad in de moord op Lumumba - zoals door sommige kringen werd aangevoerd - staat evenwel lang niet vast. Volgens de publicist Jacques de Launay zou het besluit om Lumumba te verwijderen (wat nog niet wil zeggen te vermoorden) reeds in augustus 1960 hebben vastgestaan. Op bevel van minister van Buitenlandse Zaken Pierre Wigny (die banden had met de financiële groep Lambert, waarvan de belangen in Katanga aanzienlijk waren) zou door Mistebel 3 miljoen fr. zijn bezorgd aan tegenstanders van Lumumba, o.m. voor de installatie van een anti-Lumumbistische radiozender in het Belgische consulaat te Brazzaville en voor omkoperij van officieren uit het nieuwe Congolese leger.

(…) Het dekolonisatieproces heeft overigens niet enkel in België, het ontstaan van extreem-rechtse groepen gestimuleerd en heeft een crisis van het regime uitgelokt, die het land bij een “sterke” regering heeft bezorgd. Sommige figuren zijn door de Congo-crisis in dergelijke mate geradicaliseerd, dat zij voorgoed in het extreem rechtse kamp zijn beland. Een goed voorbeeld hiervan is generaal Emile Janssens, tot 1960 bevelhebber van de Force Publique in Congo, die de muiterij van zijn troepen en de onafhankelijkheid van de kolonie nooit verteerd heeft en sindsdien in het vaarwater van diverse extreem-rechtse groepen (NEM, Pro Vita) is terechtgekomen. Van even groot belang is dat de internationale crisis, die niet enkel ten gevolge van Congo-Katanga, maar ook bijvoorbeeld als gevolg van de dekolonisatie in Algerije, extreem-rechtse organisaties op internationaal vlak dichter bij elkaar heet gebracht.

Bron: De kreeft met de zwarte scharen - 50 jaar rechts en uiterst rechts in België | Frank Uytterhaegen, Etienne Verhoeyen

3,960

(4 replies, posted in Organisaties)

De afscheuring van de USCE kwam er vooral onder toedoen van Jacques Borsu, ook al een oud-lid van Jeune Europe. De EPE had de intentie terug te keren naar de werking en de ideeën van Jeune Europe, dat ondertussen opgedoekt was.

Na enige tijd verscheen het eerste nummer van het onvermijdelijke tijdschrift, Europe en Avant en werd een jeugdbeweging opgericht, de Raiders de Belgique, die zich inspireren op het para-commando-model. De EPE heeft er steeds voor gezorgd goede contacten te hebben met andere extreem-rechtse groepen. Tot 1973 was er een intense samenwerking met de NEM-clubs, die plots verbroken werd. De Mouvement Nationaliste Wallonie en Rex National van Robe hebben eveneens goede contacten gehad met de EPE. En van de Vlaamse Militanten Orde is geweten dat ze samen met de EPE trainingskampen organiseerden in de Ardennen.

Bron: De kreeft met de zwarte scharen - 50 jaar rechts en uiterst rechts in België | Frank Uytterhaegen, Etienne Verhoeyen