7,661

(9 replies, posted in Roze Balletten)

Fortunato Israel was de voorgangster van Lydia Montaricourt. Montaricourt kocht haar netwerk over. In het onderzoek naar Montaricourt werd Fortunato Israel volledig ongemoeid gelaten. Het dossier Fortunato Israel dat voortvloeide uit de zaak Montaricourt, bestaat slechts uit één enkel proces-verbaal van de BOB-Brussel. Er werd geen onderzoeksrechter aangesteld, maar er was wel het huiszoekingsbevel van 26 februari 1979 van onderzoeksrechter Schellekens in het kader van het dossier Montaricourt. Dit leverde een pv op dat kan tellen, een document waarin Fortunato Israel volmondig haar prostitutierol voor Eurosystem toegaf. Niet alleen voor Eurosystem trouwens, want ze bleek ook bedrijvig voor de wapenfirma's van Boas:

"Ten slotte erken ik dat ik prostituee geweest ben. Ik erken ook dat ik contact opnam met meisjes voor de belangrijke klanten, maar ik werd door die meisjes niet betaald, zelfs niet omdat ik ze gevonden had. Eurosystem Hospitalier betaalde me wel voor mijn persoonlijke prestaties als prostituee, en voor mijn pr-rol die erin bestond, zoals ik al gezegd heb, meisjes te vinden die ermee instemden de prins en zijn vervolg in het buitenland gezelschap te houden. Ik erken dat die meisjes prostituees waren voor de relaties van Eurosystem. (...) Het klopt dat meisjes of klanten me konden bellen op het nummer (...) en dat deden ze effectief. Het klopt dus dat ik 'werkte' voor eigen rekening en niet uitsluitend voor Eurosystem."

Voor de goede verstaanbaarheid: via hogergenoemde firma Eurosystem trachtte de Société Générale miljardencontracten met Saoedi-Arabië af te sluiten.

De bij Fortunato Israel aangeslagen adressenboekjes, facturen en bankuittreksels werden in afwachting van een beslissing van het parket in de bureaus bewaard. Tijdens de huiszoeking bij Fortunato Israel hadden de BOB'ers tevens een tafelplan meegenomen met de namen van enkele prominenten. Rijkswachtcommandant Beaurir was één van hen. De vriend van Fortunato Israel, wapenhandelaar Roger Boas, kon tijdens de huiszoeking het huis verlaten. BOB'er Lainé bewaarde het foto-album met Beaurir in zijn persoonlijke werkmap binnen de rijkswachtkazerne. Na zijn terugkomst uit vakantie in 1979 bleek die leeg te zijn. De grote verdwijntruc! Alsof David Copperfield himself even was langs geweest.

Bron: De namen uit de doofpot | Stef Janssens

7,662

(8 replies, posted in Roze Balletten)

Op 6 februari 1978 startte de rijkswacht, op basis van een anonieme klacht, een onderzoek tegen de exotische Lydia Montaricourt, die als Madame Claude met een twintigtal meisjes in Schaarbeek actief was. Op 19 februari '79 voerden de BOB'ers Lainé en Jacques in opdracht van onderzoeksrechter Schellekens een huiszoeking uit bij Montaricourt in haar pand in Schaarbeek. Bij deze huiszoeking werden adressenboekjes, foto’s, registers, sleutels, documenten, brieven, een kunstpenis-met-peer en een vibrator in beslag genomen. In haar bankinstelling werden een enveloppe met foto's van meisjes en een rood boekje met namen buitgemaakt. Montaricourt zelf werd enkele dagen later, op 21 februari '79, in voorhechtenis genomen.

Uit het onderzoek van alle inbeslaggenomen stukken concludeerden de BOB'ers dat het netwerk was overgekocht van een andere luxecallgirl luisterend naar de flamboyante naam Fortunato Israel. Montaricourt vertelde de enquêteurs dat ze vanaf de zomer van 1975 voor Fortunato werkte, maar in februari 1977 naar België afzakte en het netwerk van Fortunato overnam. Bij de overname verbrandde Fortunato haar adressenboekje, maar Montaricourt had het vooraf overgeschreven.

Bij de ontlasting van onderzoeksrechter Schellekens moest nog een belangrijke onderzoeksopdracht naar geldkoffers in het buitenland worden uitgevoerd. Deze koffers van Montaricourt werden in Frankrijk en Duitsland wel degelijk geblokkeerd, maar later werd geconstateerd dat deze koffers zonder inventarisering en inhoudscontrole weer werden vrijgegeven.

Bovendien gaf de Brusselse substituut Fischer, tot voor kort als raadsheer van het Hof van Cassatie belast met het dossier Cools, Montaricourt na haar proces in een gulle bui twee van de vijf adressenboekjes en het inbeslaggenomen geld terug. Inspecteur Dorpe van het Hoog Comité van Toezicht, die in het begin van de jaren negentig voor onderzoeksrechter Bulthé het onderzoek van het onderzoek naar de roze balletten voerde, vond dit terecht zeer merkwaardig omdat het hier toch duidelijk om geld ging dat verdiend werd bij het plegen van een overtreding.

Montaricourt werd uiteindelijk op 2 mei 1979 veroordeeld tot 15 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met aftrek van de 70 dagen effectieve voorhechtenis. Het kwam erop neer dat ze dezelfde dag nog werd vrijgelaten waarna ze spoorslags richting Frankrijk verdween. Onderzoeksrechter Schellekens verklaarde: "Het dossier werd buitengewoon snel behandeld. In heel mijn loopbaan als magistraat heb ik dat nooit meegemaakt. Het is nu toch al zo’n 40 jaar – eerst als advocaat en vervolgens als magistraat – dat ik me met gerechtelijke zaken bezighoud en ik sta versteld als ik die data zie."

Bron: De namen uit de doofpot | Stef Janssens

7,663

(0 replies, posted in Politiek & Business)

Nihoul had nog andere contacten met een bizar milieu. Hierover schreef de commissie-Dutroux:

"Hij moest op zoek naar andere sectoren waar hij tot dan toe nooit actief was in geweest. Van bemiddelaar werd hij betrokkene. Hij leerde de internationale autozwendel kennen en ontdekte vooral hoe men als premiejager in de marge van deze sector heel wat kan verdienen. In dezelfde zin raakte hij betrokken in de drugshandel. Activiteiten in het kader van de exploitatie van de vrouwenhandel lagen, gezien zijn rijk verleden in het clubleven en de seksfuiven, meer voor de hand. (...) Nihoul had ook contacten met pedofielen die voor deze feiten later veroordeeld werden."

Tijdens zijn proces in maart 1997 voor de verkrachting van drie jonge meisjes, waaronder de kinderen van zijn ex-vrouw, moest de pedofiel Roland Corvillain toegeven contacten te hebben met Jean-Michel Nihoul, Achille Haemers en Robert Darville. Hij legde deze verklaring af nadat zijn ex-vrouw hem beschuldigd had kinderen te hebben verhandeld met zijn kompanen. Via zijn firma Logitel had Corvillain naar eigen zeggen Nihoul, vader Haemers en Darville computerprogramma's geleverd. De firma Logitel cv had bij haar oprichtingsakte als doelstelling vermeld: "onderzoek en steun bij de formatie en de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen".

Nihoul en vader Haemers hadden eigen vennootschappen. In 1990, na de ontvoering van VDB door de bende-Haemers, richtte Achille Haemers nog via zijn vrouw de nieuwe en nog altijd bestaande sportwinkel Montex Sports Loisirs op en liet Montex Sport Center in vereffening gaan. Maar wat moest wapentrafikant Darville met hulp aan zo'n kmo en speciaal aangepaste softwareprogramma's aanvangen? Darville was toevallig de wapentrafikant van de bende-Haemers en was een belangrijk onderzoekselement voor de Delta-Bendecel van de toenmalige Dendermondse onderzoeksrechter Troch. Kolonel Sack, de coördinator van de Dendermondse Bendecel, had hem als een sleutelfiguur aangeduid. Zelfs de cel-Mendez was tijdens haar onderzoek op Darville gestoten.

Hiermee is niet bewezen dat Nihoul zelf rechtstreeks contact gehad heeft met Darville. Nihoul had wel goede contacten met advocaat Michel Vander Elst van de bende-Haemers, die zijn alibi was voor de ontvoering van Laetitia. In zijn boek ontkent Nihoul enig contact te hebben gehad met Darville of Corvillain, die hem nochtans tijdens de rechtszitting als een klant omschreven had(den): "Ik ging nooit naar boven in dat gebouw en ben nooit Corvillain, noch Frantsevitch, noch Krols, noch Darville, noch Zicot tegen het lijf gelopen." Nihoul is wel Achille Haemers vergeten te melden in deze opsomming of kennen ze elkaar toch?

Brice De Ruyver formuleerde het vrij genuanceerd:

"De term complot is overdreven. Want hier is het misschien begonnen met enkele mensen die met voorbedachte rade hun welomschreven persoonlijk belang nastreefden. Maar na verloop van tijd raakten de meest uiteenlopende figuren, groepen en milieus in het web verstrikt, en werd het een amalgaam waarin een kat haar jongen niet meer zou terugvinden.

De figuren uit de mouvance Nihoul hadden eigenlijk maar één ding gemeenschappelijk: iedereen was wel voor iets bang, dus iedereen moest zwijgen. Maar om zeer uiteenlopende redenen: de een kon geen kant meer op omdat hij had deelgenomen aan die fameuze partouzes, de ander had malafide zakelijke constructies mee opgezet, en nog anderen hadden zware strafbare feiten op hun kerfstok. Maar het is zelfs niet zeker of al die mensen elkaar kenden. Dat is dus geen complot."

Bron: De namen uit de doofpot | Stef Janssens

7,664

(182 replies, posted in Roze Balletten)

Verschillende bekende namen uit het Bendeonderzoek doken op in de commissie-Dutroux. Dat bewijst natuurlijk nog geen rechtstreeks verband maar er zijn alleszins verbindingslijnen. Opvallend is verder dat via enkele bekende Brusselse immobiliënfiguren en VDB-vrienden een deel van het milieu rond Nihoul overlappend is met het milieu rond Eurosystem en het prostitutienetwerk van Fortunato-Montaricourt. In het Rapport Dutroux werden geen namen genoemd, maar door perslekken is bekend geraakt welke namen in de puzzel passen.

Professor Brice de Ruyver, de expert van de commissie-Dutroux, sprak uit de biecht en gaf toe dat sommige politici het liever wat wazig hielden:

"Vergeet niet dat het tweede rapport ook een stuk gevoeliger lag. Kijk maar naar het onderdeel Brussel, naar wat wij de mouvance Nihoul, de beweging rond Nihoul, hebben genoemd. Daar werden wij als commissie geconfronteerd met een periode uit de vaderlandse geschiedenis toen de stenen omhoog vielen. In de jaren tachtig, de gloriejaren van Nihoul en compagnie, was in dit land ongeveer alles mogelijk."

"De grote financiële schandalen die toen dit koninkrijk teisterden, de excessen van de partijfinanciering, de gevaarlijke vermenging van de politiek met het louchere zakenleven, om nog te zwijgen van de grote criminele affaires als de Bende van Nijvel en de Bende Haemers. (...) Maar je voelt wel dat de politici en de partijen vandaag niet willen boeten voor de fouten die hun voorgangers in de jaren tachtig hebben gemaakt. Dus werd er aangedrongen op voorzichtige, subtiele, en dus minder duidelijke formuleringen. (...)"

Bron: De namen uit de doofpot | Stef Janssens

7,665

(322 replies, posted in Andere Personen)

Advocaat-generaal Du Four - na de Bendecommissie bis benoemd tot procureur van Dendermonde - die in opdracht van Justitie in 1996 een syntheserapport maakte, beschouwde de piste Bultot als een machinatie binnen het onderzoek om de speurders op een dwaalspoor te brengen:

"Men kan dit beoordelen als manipulatie om de politie op een dwaalspoor te brengen. Dat sluit ik niet uit. (...) Ik denk niet dat deze man het brein achter de aanslagen is. Hij duikt wel af en toe op. Zijn juiste rol is niet duidelijk. Hij heeft een rol gespeeld, zelf laat hij soms uitschijnen dat deze rol belangrijk was en dan trekt hij dat vervolgens terug."

Bron: De namen uit de doofpot | Stef Janssens

7,666

(27 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Volgens de Bendecommissie bis waren enkele van deze speciale schietclubs, zoals de Parabellum en de Phenix, hoogstwaarschijnlijk niet minutieus genoeg onderzocht in de speurtocht naar de Bende van Nijvel. Onderzoeksrechter Schlicker was op verschillende extreem-rechtse lieden gebotst in deze schietclubs:

"Op een bepaald moment gaat men zich, in het onderzoek naar de Bende van Nijvel, interesseren voor de schietclubs en vindt men bepaalde mensen terug die bij WNP behoorden. Dat was in 1986. (...) Men ziet dan in het milieu van de schietclubs mensen opduiken die ofwel bij het Front de la Jeunesse waren, ofwel bij de WNP."

Schlicker stootte er op Bouhouche en op wapenhandelaar Dekaise, bij wie de Bende eveneens een overval pleegde:

"In het onderzoek naar Mendez werd aangetoond dat er wapenliefhebbers waren die zich tot Dekaise wendden om hun wapens te perfectioneren. De heer Dekaise stond vooral bekend als een uitstekend wapenmonteur. De mensen die in de schietclubs werkten, kwamen de heer Dekaise bijvoorbeeld vragen om de trekker van hun pistool wat gevoeliger te maken en Dekaise voerde al deze werkjes uit. Hij had ook een cliënteel dat deel uitmaakte van schietclubs en bij de klanten vinden wij met name de heren Bouhouche en Mendez terug."

In hun rapport van 1985 hadden de Waverse BOB'ers Bihay en Balfroid als eersten Bouhouche als verdachte voor de overval op Dekaise omschreven. Bouhouche dook ook via een andere piste op in de schimmige wereld van deze schietclubs.

"Bijvoorbeeld toen (...) verklaarde dat Bouhouche deel uitmaakte van WNP, heeft men dat eigenaardig gevonden. Maar bij de moord op een maghrebijn door Paul, Jean-Marie, (...) in de Rotonde te Laken, hebben wij ontdekt dat hij deel uitmaakte van een schietclub waar Bouhouche instructeur was. Hij ging uit in het gezelschap van Weykamp. Wij hebben dus verbanden kunnen leggen."

Bouhouche had verschillende extreem-rechtse kompanen, maar was zelf waarschijnlijk geen lid van het WNP, Front de la Jeunesse of dergelijke. Terloops kan hier wel vermeld worden dat hogergenoemde Jean-Marie Paul wèl tot de harde kern van het Front de la Jeunesse behoorde en regelmatig in de Front-vergaderzaal zat, samen met ex-commissaris en huidig Vlaams Blok-stemmentrekker Johan Demol.

Op 26 januari 1986 werd Bouhouche aangehouden. Toen dit een dag later op de radio kwam, vluchtte Bultot met FJ-chef Dossogne naar Parijs. Bultot maakte de opmerking: "Ik moet het land verlaten: Bouhouche is aangehouden." Bultot heeft waarschijnlijk met de Bende van Nijvel rechtstreeks niets te maken, maar mogelijk wel zijn omgeving. Hijzelf was een adept van de practical shooting-clubs. Advocaat-generaal Du Four - na de Bendecommissie bis benoemd tot procureur van Dendermonde - die in opdracht van Justitie in 1996 een syntheserapport maakte, beschouwde de piste Bultot als een machinatie binnen het onderzoek om de speurders op een dwaalspoor te brengen (*):

"Men kan dit beoordelen als manipulatie om de politie op een dwaalspoor te brengen. Dat sluit ik niet uit. (...) Ik denk niet dat deze man het brein achter de aanslagen is. Hij duikt wel af en toe op. Zijn juiste rol is niet duidelijk. Hij heeft een rol gespeeld, zelf laat hij soms uitschijnen dat deze rol belangrijk was en dan trekt hij dat vervolgens terug."

Eind 1987 deed Bouhouche aan GPP'er Doraene het voorstel om de relatie tussen Bultot en de Bende van Nijvel bloot te leggen.

Bron: De Namen uit de doofpot | Stef Janssens

(*) Zie hiervoor ook de vondst van de papiersnippers in het Bois de la Houssière en Claudine Falkenburg.

7,667

(22 replies, posted in Organisaties)

Over het gebrek aan financiële middelen voor onze wetenschappelijk instellingen verscheen onlangs dit opiniestuk:

Wetenschappelijke instellingen wachten nog steeds op duidelijkheid en visie

Elke Sleurs (N-VA), de staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid, investeert eenmalig 11,2 miljoen euro in de federale wetenschappelijke instellingen. Een schaamlap. Acht maanden na het aantreden van de regering weten die instellingen nog altijd niet waar ze aan toe zijn. Wij vragen de staatssecretaris - nogmaals - duidelijkheid en visie, want zo kan het niet langer.

Door de assistenten en jonge onderzoekers van de Leuvense en Gentse Letterenfaculteiten

'Zonder een correct besef van het verleden, rust er een hypotheek op de toekomst’. Tijdens een recent herdenkingsmoment voor de Shoah stelde Bart De Wever de zaken op scherp. ‘In de geschiedenis van ieder individu is er zwart en wit, en vooral veel grijs. Wie achterom kijkt, doet er goed aan zorgvuldig en genuanceerd te spreken’. Achterom kijken, nuance zoeken en misschien de toekomst te vrijwaren van hypotheken proberen wij als jonge onderzoekers in de geschiedenis, archeologie, taalkunde, literatuur, kunstgeschiedenis, musicologie, en filosofie elke dag enthousiast te doen. De vraag is echter of de overheid het ons niet steeds moeilijker maakt, tegen een grote maatschappelijke prijs.

Er is namelijk iets vreemds aan de hand. Aan de ene kant stelt de regering te investeren in haar wetenschappelijke instellingen. Aan de andere kant weet het belangrijkste centrum voor de studie van de Tweede Wereldoorlog, Cegesoma, nog altijd niet hoe het de komende jaren moet blijven functioneren. Net zoals de Federale Wetenschappelijke Instellingen (FWI) dient dit kennis- en expertisecentrum immers danig in te leveren: alleen al dit jaar 22 procent op investeringen, 20 procent op werkingskosten en 4 procent op personeel. De éénmalige som van 11,2 miljoen die de regering vandaag in de FWI investeert is eerder een schaamlap dan de broodnodige langetermijnondersteuning.

Bij vele geesteswetenschappers zorgt het gebrek aan visie al maanden voor bezorgdheid. De Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, de Koninklijke Bibliotheek, het Rijksarchief en gelijkaardige instellingen zijn cruciaal voor het wetenschappelijk onderzoek. Veel van de nuance waar Bart De Wever om vraagt, kan enkel op basis van de unieke grondstoffen die de FWI ter beschikking stellen. Wie zich bekommert om de studie van taal, cultuur en ons verleden kan die bronnen dus maar beter zorgvuldig beheren. Helaas knelt daar het schoentje: de federale regering heeft na maanden bestuur, en deze eenmalige dotatie ten spijt, nog steeds haar wetenschappelijk beleid niet uitgeklaard.

Voor een goed begrip: we vragen geen status quo. Zoals staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Elke Sleurs al meermaals aangaf, zijn de besparingen ook een kans om het wetenschappelijk veld te herwerken. Het rationaliseren van structuren kan zeker een meerwaarde bieden en dat juichen we dan ook toe. Maar om de besparingsoperatie onder het mantra ‘snoeien om te groeien’ zinvol te houden, moeten dergelijke hervormingen doordacht gebeuren. Snoeien zonder plan leidt tot verminkte of zelfs dode bomen.

We vragen duidelijkheid en visie. Opnieuw. Al in december 2014 hebben wij aan staatssecretaris Sleurs onze bezorgdheden voorgelegd. Samen met één vicerector, zeven faculteitsbesturen, de jonge onderzoekers en studenten van drie faculteiten, en de directeur van een FWI vroegen wij om helderheid. Wat houden de aangekondigde hervormingen in? Wat bedoelt de staatssecretaris als zij stelt dat de FWI zullen worden verzelfstandigd? Zullen deze instellingen op normaal niveau hun diensten kunnen blijven leveren? Hoe vat de regering de samenwerking met het gewestelijke wetenschapsbeleid op?

Acht maanden na het aantreden van de regering is dit alles nog steeds volstrekt onduidelijk. In april liet de staatssecretaris weten dat onze bezorgdheid onterecht is en vroeg zij om vertrouwen. Wij vragen ons af waarop we dit vertrouwen moeten baseren. Na zes maanden bestuur kregen de bovenvermelde briefschrijvers enkel algemeenheden te horen. Nog twee maanden later is er wel een éénmalige gift, maar nog steeds geen structureel project. Intussen werken wij dapper verder, zonder te weten wat de overheid de komende jaren met onze bronnen van plan is.

Vooral dit laatste punt baart ons ernstige zorgen, en belangt ook de maatschappij als geheel aan. Een verminderde toegang tot het bronnenmateriaal betekent immers ook een verminderde output, wat het voor onderzoekers steeds lastiger maakt om hun maatschappelijke rol op te nemen. Het is ironisch om vast te stellen dat deze regering meer wetenschappelijke efficiëntie bepleit, terwijl ze er zelf niet in slaagt om de toekomst van haar eigen instellingen uit te klaren. De belastingbetaler vraagt terecht veel van de geesteswetenschappers die hij financiert, maar het is momenteel de overheid die er voor zorgt dat we steeds moeilijker aan deze verwachtingen kunnen voldoen.

En zo zorgt de regering zelf voor een serieus verlies. Het onderzoek in de geesteswetenschappen ondersteunt al het onderwijs aangaande taal, cultuur en geschiedenis. Archivarissen, historici en archeologen zorgen er samen voor dat kennis over het verleden voor iedereen toegankelijk is, wat tegelijkertijd de democratie en het werk van talloze heemkundige kringen, erfgoedverengingen en genealogen vooruit helpt. Kunsthistorici, musicologen, en literatuurwetenschappers duiden niet alleen de enorme diversiteit aan menselijke uitdrukkingsvormen, maar verzorgen ook de deskundige uitleg in musea, bij concerten en over literatuur. Taalkundigen helpen de communicatie tussen mensen vooruit, bijvoorbeeld via de inburgeringscursussen Nederlands. De overheid vergeet wat het geesteswetenschappelijk onderzoek voor de samenleving gedaan heeft, en nog steeds doet.

Daarom zouden we de bovenstaande uitspraak van de beroemdste historicus van het land enigszins willen herformuleren: zonder een correct langetermijnplan voor de geesteswetenschappen, rust er een hypotheek op de toekomst. We vragen de regering dan ook om deze verantwoordelijkheid eindelijk op te nemen.

De vertegenwoordigers van het Assisterend en Bijzonder Academisch Personeel in de Subfaculteitsraad van de Faculteit Letteren Leuven-Kortrijk, KU Leuven en de vertegenwoordigers van het Assisterend Academisch Personeel/Wetenschappelijk Personeel in de Faculteitsraad van de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Universiteit Gent.

Bron: De Tijd | 17 juni 2015

7,668

(22 replies, posted in Organisaties)

Het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (CEGESOMA) is een federaal onderzoeks- en documentatiecentrum in België, dat onderzoek doet naar conflicten en oorlogen in de 20ste eeuw en hun repercussies op de Belgische samenleving. Het houdt zich tevens bezig met het documenteren van deze materie en met de organisatie van publieksevenementen. De Franstalige naam van het centrum luidt: Centre d'Etudes et de Documentation Guerre et Sociétés contemporaines (CEGESOMA).

De hoofdthema's zijn de twee wereldoorlogen, maar de aandacht gaat ook uit naar de vele andere thema's die de vorige eeuw hebben gekenmerkt (fascisme, nazisme, communisme, Koude Oorlog, kolonialisme en dekolonisatie, enz.).

Het CEGESOMA werd op 13 december 1967 opgericht als het Navorsings- en Studiecentrum voor de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog (NCWOII). In het Frans: Centre de Recherches et d'Etudes historiques de la Seconde Guerre mondiale (CREHSGM). De huidige directeur van het CEGESOMA is de Gentse historicus Rudi Van Doorslaer. De publieke leeszaal van de instelling en haar kantoren zijn gelegen op volgend adres: Luchtvaartsquare 29, 1070 Brussel.

Bron: Wikipedia

CEGESOMA kwam recent nog in het nieuws omdat ze er in geslaagd zijn om de moord op Julien Lahaut op te lossen. Ze ontdekten dat André Moyen en zijn geheim netwerk achter de moord zaten. Dit netwerk werd financieel gesteund door een rijke economische elite en kreeg ook politieke steun waardoor de het onderzoek naar de moord in doofpot belandde. 

CEGESOMA zou zijn onderzoek graag verder zetten omdat er mogelijk een band zou kunnen bestaan met de Bende van Nijvel. Zij zouden hierin een grote rol kunnen spelen. Het is echter afwachten of de politieke meerderheid dit financieel en politiek wil steunen » Nieuws

7,669

(9 replies, posted in Organisaties)

Vandaag konden we in het nieuws lezen dat Delhaize gaat fuseren met de Nederlandse winkelketen Ahold. Naar aanleiding van dit nieuws bracht De Telegraaf een geschiedenis van Delhaize:

De deal tussen Ahold en Delhaize is rond. Maar wat voor bedrijf is deze Belgische tegenhanger van onze eigen Albert Heijn? Een profiel.

Net als de Albert Heijn is Delhaize begonnen als enkele kruidenierswinkel, alleen gebeurde dat voor de Belgische supermarkt twintig jaar eerder. Op het moment dat oprichter Jules Delhaize met zijn broer Auguste in 1867 in de buurt van Charleroi het bedrijf opricht, zijn kruidenierszaken een rommelige aangelegenheid. Vaak was het een vertrek in een privéhuis, met onregelmatige winkelvoorraden en prijzen.

Daarnaast verleende de kruidenier regelmatig krediet aan de koper. Delhaize, dan docent handelwetenschappen, vraagt zich af waarom een kruidenierswinkels niet meer op het nieuw geïntroduceerde grootwarenhuis lijkt: duidelijk geordend, goed verlicht en voorzien van modern comfort. Daarnaast beseft Delhaize zich dan hoe duur levensmiddelen zijn door de forse winsten die de tussenhandel opstrijkt. Deze problemen weet hij met zijn nieuwe opzet, dat aan de grondslag ligt van het filiaalconcept, te overwinnen.

Aanvankelijk verkoopt Gebroeders Delhaize en Cie, zoals het dan heet, koloniale waren, wijnen en likeuren. Vier jaar na de oprichting verhuist de jonge vennootschap naar Brussel, de stad die zich industrieel en commercieel heeft ontwikkeld, en bovendien qua ligging profiteert van de aanwezigheid van het kanaal en de centrale ligging in spoorwegennet. Mede door het verzorgde uiterlijk van de zaak, waarbij de producten in de etalage met prijskaartjes waren uitgestald, groeit het snel in omvang: na dertien jaar zijn er al honderd verkooppunten. Door de aankoopkracht kan met leveranciers de beste prijzen worden afgesproken, waarmee tussenschakels overbodig zijn geworden.

Met het toetreden van de jongste broer Léopold in 1875 wordt de naam veranderd in "De Leeuw" toe aan hun naam, verwijzend naar de Belgische leeuw en de de waarden kracht, solidariteit en eenheid. Geleidelijk zal dit verkort worden naar Delhaize "De Leeuw". Daarnaast worden de slogans "Eendracht maakt macht" en "In den goeden koop" toegevoegd aan het uithangborden van de filialen.

In 1880 koopt de onderneming een terrein van 1,15 hectare in Molenbeek. Vanwege de snel groeiende industrie en arbeidersbevolking krijgt Molenbeek de bijnaam "het kleine Belgische Manchester". Hier kan Delhaize snel uitbreiden door middel van een grote los- en laadzone en verschillende eigen fabrieken. De snelle industriele ontwikkelingen spelen een sleutelrol in het succes van de onderneming.

Door de mechanisering van de landbouw dalen de voedselprijzen tussen 1867 en 1914 gemiddeld 30 procent. Met deze afzet- en omzetgroei kan de onderneming zijn aanbod in levensmiddelen verder vergroten, waarmee het zich snel naar de top weet van de nationale markt weet te werken. Voor het aanbreken van de Eerste Wereldoorlog bezit de Delhaize 23 fabrieken, naast de normale levensmiddelen een uitgebreid assortimentaan koek, bier, wijn, koffie, chocolade, tabak, en allerlei huishoud- en hygiëneproducten.

Dit uitgebreide assortiment, afgestemd op de bourgondische levensstijl van de Belgen, is tot op de dag kenmerkend voor Delhaize. In 1957 opende Delhaize op het Eugène Flageyplein in Elsene de eerste supermarkt met volledige zelfbediening van Europa. In 1962 gaat het familiebedrijf de beurs op, en in 1974 koopt Delhaize een minderheidsbelang in Food Town Stores, waarmee intussen 1200 supermarkten gevestigd zijn. De onderneming boorde ook markten aan in Luxemburg, Griekenland, Bulgarijë, Servië, Montenegro, Hongarije, Bosnië en Herzegovina, Roemenië, Indonesië, de Antillen en Guyana.

Een ronduit zwart hoofdstuk in de geschiedenis van Delhaize wordt gevormd door de dramatische aanslagen van de Bende van Nijvel, een groep niets ontziende gangsters die België in de jaren 80 in de ban hield met een reeks uiterst moorden, inbraken en overvallen. Tussen 1982 en 1985 kwamen daarblij liefst 28 Belgen om het leven, waarbij met name de bloedige aanslagen op twee Delhaize-supermarkten. In september 1985 werden twee Delhaize-filialen in Eigenbrakel en Overijse overvallen, waarbij acht medewerkers en klanten in koelen bloede werden doodgeschoten. Ruim een maand later vielen bij een overval in de Delhaize-winkel in Aalst eveneens acht doden en werd slechts een schamel geldbedrag buitgemaakt.

Ondanks een klopjacht op de daders, die uit drie gangsters zou bestaan, werd de Bende nooit opgerold. Na de laatste aanslag in Aalst lieten de gangsters zich niet meer zien, mogelijk omdat een van hen tijdens de vlucht was doodgeschoten. Ook dertig jaar later blijft de Bende van Nijvel een van de grootste mysteries uit de Belgische criminele geschiedenis, dat waarschijnlijk ook nooit opgelost zal worden.

Vanaf het begin af aan is het familiaire aspect belangrijk geweest voor het bedrijf. Zoons en dochters van filiaalhouders hielpen in de zaak, en trouwden regelmatig met personeelsleden. Hierdoor vormden naast de Delhaize-familie verschillende andere families een permanent onderdeel van de supermarkt. In de laatste decennia is de betrokkenheid van families steeds meer verwaterd. Veel familaire aandeelhouders erfden hun deel van het bedrijf, maar zitten niet op posities waar de belangrijke beslissingen over het bedrijf wordt genomen.

Het omslagpunt lag in de jaren 90, toen Gui de Vaucleroy in 1999 werd opgevolgd door Pierre-Olivier Beckers. De Vaucleroy was voor minder familie en meer professionalisering, zowel in de raad van bestuur als de dagelijkse gang van zaken. Twee jaar erna vond de de overname door Delhaize America plaats, waarbij door de uitgifte van 40,2 miljoen nieuwe aandelen - een verhoging met 77% - de familiaire betrokkenheid verder afnam.

Langzamerhand verworven verschillende jonge entrepeneurs hoge posities binnen het bedrijf. Niet afkomstig vanuit een familie, laten zij zich in hun beslissingen vooral leiden door de koers van het Delhaize-aandeel. Met de opvolging van de van buitenaf afkomstige Frans Muller en de overname door Ahold lijkt het "meer professionaliteit-minder familie"-credo definitief werkelijkheid geworden.

Bron: De Telegraaf | 24 Juni 2015

7,670

(9 replies, posted in Organisaties)

Delhaize is een Belgische supermarktketen. Het bedrijf is in 1867 opgericht door Jules Delhaize en zijn broers in Ransart, niet ver van Charleroi. In 1957 opende Delhaize op het Eugène Flageyplein in Elsene de eerste supermarkt met volledige zelfbediening van Europa. Sinds de jaren zeventig is de Delhaize Groep, het moederbedrijf actief in de Verenigde Staten en Azië.

Geschiedenis

Zes zonen uit het gezin van Jacques Delhaize, een wijnhandelaar in Ransart, niet ver van Charleroi, liggen aan de basis van het ontstaan van twee Belgische supermarktketens: Delhaize De Leeuw en Louis Delhaize: Adolphe, Jules, Auguste, Edouard, Léopold en Louis Delhaize.

In 1867 richten Jules en Auguste Delhaize samen een winkelketen op onder de naam "Delhaize Frères et Cie" met als embleem de Belgische Leeuw. Niet veel later treden ook hun broers Adolphe en Edouard toe tot de vennootschap, evenals hun schoonbroer Jules Vieujant. Ze bouwen een heel netwerk van winkels uit waar dezelfde prijzen worden gehanteerd en alle producten worden opgeslagen in een centraal depot. Ze openen hun eerste zaak in Charleroi, al snel gevolgd door zaken in Marchienne-au-Pont, La Louvière, Bergen, Namen, Hoei en Châtelet.

De formule slaat zodanig goed aan dat de broers in 1871 besluiten om de vennootschap naar Brussel te verhuizen. Met het oog op een betere en makkelijkere distributie van hun producten, speelde het groeiende spoorwegennet en de aanwezigheid van het kanaal Brussel-Charleroi een grote rol in hun beslissing om te verhuizen.

In 1870 start hun broer Louis zijn eigen zaak op onder de naam "Louis Delhaize", maar hij beperkt zijn afzetgebied tot Henegouwen. Nog eens vier jaar later, in 1874, besluit ook Adolphe zijn eigen weg te gaan met de oprichting van "Adolphe Delhaize". Alle broers sluiten een overeenkomst met een niet-concurrentiebeding waarbij de drie ondernemingen zich ertoe verbinden om geen bijhuis te openen op minder dan 500 meter van elkaar. Bij het vertrek van Adolphe uit "Delhaize Frères et Cie" treedt de jongste broer Léopold Delhaize toe tot de vennootschap.

In 1875 wordt de naam veranderd in "Delhaize Frères et Cie: Le Lion" en wordt ook "L'union fait la force" aan de uithangborden toegevoegd. Geleidelijk aan zal de naam evolueren naar "Delhaize Le Lion/Delhaize De Leeuw". Tussen 1883 en 1914 opent de winkelketen meer dan 500 bijhuizen over heel België. Alle filialen krijgen een identiek logo, een vitrine met aangeduide prijzen en terugkerende reclame.

Wanneer in de jaren 1930 de economische crisis toeslaat en de eerste discountzaken aan hun opmars beginnen, introduceert Delhaize De Leeuw het budgetmerk "Derby". Tegen 1939 zijn er in België meer dan 744 bijhuizen en zo'n 1 500 aangesloten winkels. Ook in Congo zijn er een aantal Delhaize-filialen. In 1950 besluiten Delhaize De Leeuw en Adolphe Delhaize te fuseren.

De eerste supermarkt op het Europese continent

Reclame van Delhaize op de affiche van de halve finale van voetbalclub Anderlecht in de Europa Cup (1982)
Na een aantal werkbezoeken van de Delhaize-bedrijfsleiding aan "supermarkets" in de Verenigde Staten, wordt beslist om het concept ook in België te introduceren. In 1957 opent Delhaize De Leeuw haar eerste supermarkt met de vestiging op het Flageyplein te Elsene (Brussel).[3] Daar kan men voor het eerst proeven van het gemak van volledige zelfbediening, voorverpakt vlees, diepvriesproducten, verse producten uit koelrekken en een afgedrukt kassaticket.

De onderneming blijft groeien en in 1962 maakt Delhaize De Leeuw haar entree op de Brusselse Beurs. Als gevolg van de economische crisis keurt de Belgische regering in 1975 de "grendelwet" goed, waardoor de opening van nieuwe supermarkten sterk aan banden wordt gelegd. Delhaize De Leeuw besluit hierdoor om zich te gaan specialiseren in drogisterijen en richt de keten DI op.

Daarnaast participeert ze ook in Food Town Stores, een keten met 22 winkels in de Amerikaanse staten Noord- en Zuid-Carolina. De keten begint daar al snel aan een enorme expansie en weet in minder dan een decennium het aantal winkels te vertienvoudigen en op 226 te brengen. In 1983 worden de Food Town Stores vervolgens omgedoopt tot Food Lion.

Vestigingen

Tegen 1992 telde de Delhaize Groep 410 winkels in België, 7 in Tsjechië, 14 in Griekenland en meer dan duizend in de VS. Tegenwoordig is de Delhaize Groep actief in België, Luxemburg, Griekenland, Bulgarijë, Servië, Montenegro, Bosnië en Herzegovina, Roemenië, Indonesië en de Verenigde Staten. En beschikt het in totaal over 2 673 winkels, waarvan 775 in België.

De Louis Delhaize Group bestaat trouwens ook nog altijd en is actief in België, Frankrijk, Luxemburg, Groot-Brittannië, Roemenië, Hongarije, de Antillen en Guyana.

Economisch

Bij Delhaize werken (wereldwijd) 144.000 personeelsleden, waarvan 16.000 - 2.500= 13.500 (toekomstige ontslagen) in België. Delhaize draait met een wereldwijde omzet van € 18,8 miljard, waarvan € 3,7 miljard in België. De keten heeft wereldwijd filialen in Europa, de Verenigde Staten van Amerika en Azië.

Europa

In België baat de keten niet alleen de Delhaize-winkels uit, maar ook de winkels onder de naam Proxy Delhaize, Shop'n Go, City Delhaize, Tom&Co en Caddyhome: in totaal zo'n 792 winkels.

Op het einde van 2005 had Delhaize 808 verkoopspunten in België. Deze zijn verdeeld over alle Belgische uithangborden (Supermarkt, City, AD, Proxy, Shop & Go, Di, Tom&Co). Daarnaast bestaat ook de thuisleveringsdienst Caddy-Home. Vanaf 10 maart 2005 nam Delhaize het Turnhoutse Cash & Fresh over (toen met 43 verkoopspunten). Cash & Fresh verloor haar naam en de winkels werden omgebouwd tot Delhaize-supermarkten. In 2007 werd Di verkocht.

In 2009 startte Delhaize met een eigen discountketen onder de naam Red Market. De groep was eerder in deze branche actief met de Dial-keten. De laatste van de ooit 45 Dial-winkels sloot in 1998. In Duitsland telde Delhaize 4 winkels in Aken en Keulen. Deze zijn echter verkocht aan de supermarktketen REWE. In Frankrijk is er één Tom&Co gevestigd.

In Griekenland is Delhaize gevestigd onder de naam Alfa Beta en bezit een verkoopsnetwerk van 148 winkels. Alfa Beta stelt 7200 mensen tewerk. In Servië en in Bosnië en Herzegovina is Delhaize bekend onder de namen Maxi en Tempo. In mei 2000 verwierf Delhaize een participatie in het Roemeense Mega Image. Eind 2005 bezat Delhaize 100% van de keten die uit 18 supermarkten bestaat. Tot medio 2006 bezat Delhaize de Tsjechische keten Delvita. Delvita bestond uit 94 winkels.

Verenigde Staten

In de Verenigde Staten van Amerika (VS) opereert Delhaize onder vier merken (Food Lion, Hannaford Bros., Sweetbay, Harveys en Bloom) in 16 staten. Bottom Dollar Food werd in november 2014 voor ongeveer 15 miljoen dollar verkocht aan Aldi.

  • Food Lion bestaat uit 1.217 winkels.

  • Hannaford bezit 158 winkels en maakt sinds 2000 deel uit van de Delhaize Group.

  • Kash n' Karry/Sweetbay: eind 2006 bestaan beide ketens samen uit 107 winkels.

  • Harvey's: eind december 2006, baat Harveys 68 winkels uit.

  • Bloom: in mei 2004 heeft Food Lion de eerste "Bloom" geopend, een nieuw winkelconcept dat bijzondere aandacht schenkt aan winkelcomfort en dienstverlening. Eind 2006 bezit het uithangbord 39 winkels

  • Bottom Dollar Food: een nieuwe concept dat gepositioneerd was als een discountwinkel. Eind 2006 waren er 18 winkels geopend. In 2014 werden de 66 winkels in de streek in en rond Philadelphia en Pittsburgh verkocht aan Aldi. De winkels zouden nog tot eind 2014 open blijven.[7]

Azië

Eind 2005 bezit Delhaize de keten Super Indo in Indonesië. Deze keten bestaat uit 46 winkels.

Bende van Nijvel

In de jaren 80 waren zes filialen van Delhaize het doelwit van bloedige roofovervallen van de Bende van Nijvel, waarbij in totaal 17 doden vielen.

Bron: Wikipedia