871

(10 replies, posted in Wagens)

De inhoud van de Toyota werd enkele dagen na de diefstal, op 10 oktober 1981, gevonden:

(...) De Toyota-bestelauto was op 7 oktober 1981 gestolen op de Adolphe Maxlaan in Brussel. Hij was eigendom van een bekende parfumerieketen en was door middel van valse sleutels ontvreemd terwijl de chauffeur een lading aan het leveren was. Op 10 oktober 1981 werd de lading van de bestelauto, samen met de koffiekan en de boterhammen van de chauffeur, teruggevonden op de Tumulidreef in Watermaal-Bosvoorde, waar het jaar nadien de uitgebrande Santana van Waver achtergelaten werd.

(...) Toen de bestelauto enkele maanden geleden teruggevonden werd in de garagebox van Bouhouche, was de achterruit wit geverfd en in het dak zat een gaatje voor een radio-zendantenne, net als bij de Mazda van de Vernaillen-schutters.

In de bestelauto lagen houwelen, schoppen, wegversperringsmateriaal, omleidingskegels en andere benodigdheden die er op wijzen dat de dieven ergens een weg hadden afgezet om rustig een put te kunnen graven. Men vermoedt dat in die put wel eens de Diane-wapens of zelfs de gebruikte wapens van de Bende van Nijvel zouden kunnen verborgen zijn.

Bron: De Standaard | 22 Januari 1988

872

(0 replies, posted in 1970-1979)

Samenvatting

  • Wat? Roofmoord op een cafébaas uit Doornik.

  • Wanneer? 16 Mei 1974

  • Waar? Op de autosnelweg tussen Rijsel en de Frans-Belgische grens, in Baisieux »Google Maps

  • Wie
    - Alfred Vandeputte (27)
    - Michel Fontaine
    - Bernard Delbart (27)
    - Roger Vandeputte
    - Jean Crépillon

  • Status: Opgelost

In mei 1974 beraamden de Doornikse taxichauffeurs Alfred “Freddy” Vandeputte en Michel Fontaine, samen met Jean Crépillon, de beroving van caféhouder Emile Gorts, die bekend stond grote geldsommen op zak te hebben. Op de terugweg van Rijsel naar België kroop Fontaine, met medeweten van Crépillon en Vandeputte, gewapend en gemaskerd in de taxi en probeerde Gorts te beroven; tijdens een worsteling werd een schot gelost waarbij Gorts zwaargewond raakte en later overleed aan de gevolgen van de kogelwonde.

Het onderzoek bracht een bredere misdaadreeks aan het licht, waaronder gewelddadige diefstallen en brandstichting door de bende van Vandeputte. Voor het Hof van Assisen van Henegouwen werden Vandeputte en Fontaine schuldig bevonden aan diefstal met geweld met de dood tot gevolg zonder oogmerk te doden en veroordeeld tot levenslange dwangarbeid; Bernard Delbart kreeg acht jaar en Roger Vandeputte twee jaar met gedeeltelijk uitstel. Jean Crépillon werd afzonderlijk door het Hof van Assisen van Douai veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf wegens diefstal en medeplichtigheid aan moord.

Alfred Vandeputte, Michel Fontaine, Bernard Delbart en Roger Vandeputte tijdens het assisenproces:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/alfred10.jpg

Doornikse cafébaas in geheimzinnige omstandigheden neergeschoten te Rijsel

Emile Gorts, een 44-jarige uitbater van een herberg op het Sint-Pietersplein te Doornik, is in de nacht van zaterdag op zondag te Rijsel het slachtoffer geworden van een aanranding. De man kreeg een kogel in de hals die tot in de linker schouder drong.

Gorts wordt verpleegd in een ziekenhuis van Rijsel. Zijn toestand is kritiek. Zaterdag was Gorts met een taxi naar de Noord-Franse stad gereisd.

Bestuurder van het voertuig was Jean-Marie Crépillon (32), wonende boulevard Derwart te Doornik. Op de terugreis werd de auto tegengehouden aan de grenspost te Hertain. Toen ze de taxi controleerden zagen ze een bloedende en zwaargewonde Gorts naast de chauffeur zitten. De rijkswacht werd verwittigd en deze liet Gorts overbrengen naar een ziekenhuis te Doornik.

Wegens de ernst van zijn toestand werd de gewonde in de loop van zondag naar een gespecialiseerd ziekenhuis te Rijsel overgebracht, waar werd meegedeeld dat Gorts in levensgevaar verkeert.

Aanrander

Jean-Marie Crépillon deed aan de rijkswacht het relaas van een aanranding. Volgens hem waren ze juist uit Rijsel vertrokken om naar Doornik te rijden, toen zich op de achterbank van de taxi een man verhief, die zich daar schuil had gehouden.

Onder bedreiging van een revolver eiste hij van de chauffeur en de passagier geld. Gorts overhandigde zijn brieventas, maar poogde tezelfdertijd de aanrander neer te slaan. Deze vuurde onmiddellijk.

De kogel drong door de hals tot aan linker schouder door. Daarop sloeg de aanrander op de vlucht door de velden. Crépilion is dan maar verder gereden. De taxichauffeur werd na het afleggen van zijn verklaring door de rijkswacht aangehouden en naar het parket van Rijsel over gebracht.

Daar oordeelt men dat zijn versie op zijn minst genomen ongeloofwaardig klinkt. Het lijkt de onderzoekers uitgesloten dat de aanrander zich ongezien op de achterbank kon schuilhouden. Bovendien is het zonderling dat de chauffeur met zijn zwaargewonde passagier verder reed tot aan de grenspost, waar bij controle het slachtoffer in feite toevallig werd ontdekt.

In Rijsel waren Gots en Crépillon de ganse zaterdagnamiddag samen uit geweest en hadden ook enkele herbergen in Roubaix bezocht. Emile Gorts kon nog niet ondervraagd worden.

Zondagnamiddag was hij enkele minuten bij kennis, maar viel toen weer in coma.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Mei 1974

Aanranding te Rijsel was afgesproken werk

Er is een onverwachte ontknoping gekomen in de zaak van de eigenaardige aanranding die op de Autoroute de Wallonie, tussen Rijsel en de Frans-Belgische grens gepleegd werd en waarbij de 44-jarige Emile Gorts, uitbater van een dancing te Doornik, door een kogel in volle borst werd getroffen.

Zaterdagnacht reed een taxi bestuurd door de 32-jarige Jean Crepillon, uit Doornik, over genoemde autoweg. Op een bepaald ogenblik verplichtte een onbekende, die in de wagen verscholen zat, de chauffeur te stoppen en eiste vervolgens zijn brieventas, evenals die van de passagier, de h. Emile Gorts. In een poging om de onbekende aanrander te overmeesteren werd de h. Gorts gewond. Zijn toestand is trouwens zeer zorgwekkend.

Dit verhaal klonk de Franse gerechtelijke overheid niet al te overtuigend in de oren en Jean Crepillon, die ter beschikking werd gehouden, ging verscheidene tegenstrijdige versies opdissen. Uiteindelijk konden de speurders de ware toedracht achterhalen.

In werkelijkheid speelde Crepillon onder een hoedje met een Doornikse taxi-uitbater, Freddy Vandeputte, en een van diens chauffeurs, Michel Fontaine (28). Zij waren van plan Gorts, die steeds grote bedragen op zak had, uit te schudden. Daarom volgden Vandeputte en Fontaine de taxi van Crepillon tot Rijsel. Daar liet Crepillon opzettelijk de achterdeur openstaan en Fontaine kroop achterin. Op de terugweg kreeg het scenario zijn beslag en Fontaine, die een kap over zijn hoofd had getrokken, verplichtte Crepillon te stoppen, onder bedreiging met een pistool.

De onverwachte tegenstand van Gorts deed Fontaine echter het hoofd verliezen en na in paniek een schot te hebben afgevuurd vluchtte deze de velden in. Vanuit een herberg te Marquain (België) verzocht hij Vandeputte hem te komen oppikken.

Tegen Fontaine werd een bevel tot aanhouding uitgevaardigd terwijl Crepillon nog altijd in Frankrijk wordt vastgehouden. Vandeputte loochende eerst maar aangezien de kap en het pistool hem toebehoorden, viel hij uiteindelijk toch door de mand. Hij werd eveneens opgesloten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 29 Mei 1974

Misdadigersbende voor Assisenhof van Henegouwen

Heden begint voor het Hof van Assisen van Henegouwen in Bergen, voorgezeten door raadsheer Stranard, het proces van vier kerels die zich moeten verantwoorden voor een reeks diefstallen ofwel samen ofwel apart gepleegd. Bij één van deze overvallen is zelfs een schot gevallen waardoor Emile Gorts in de nacht van 25 op 26 mei 1974 te Baileux (in Frankrijk) om het leven kwam.

De vier betichten zijn: taxichauffeur Alfred Vandeputte, geboren op 5 juni 1948 te Doornik en aldaar wonende; de 31-jarige taxichauffeur Michel Fontaine, eveneens van Doornik; de 27-jarige Bernard Delbart van Zinnik, lasser van beroep en Roger Vandeputte, 23 jaar, en wonende te Doornik.

Er is nog een vijfde beklaagde, Jean Crépillon, maar die werd in Frankrijk aangehouden en zal te Rijsel terechtstaan.

Moord

Op 26 mei 1974, omstreeks 1.30 u. 's ochtends, biedt zich bij de Frans-Belgische grenspost Lamain op Belgisch grondgebied een taxi aan. De chauffeur van het voertuig, Jean Crépillon, verklaart aan de tolbeambten dat zijn passagier, Emile Gorts, op de autoweg zes kilometer van de grens het slachtoffer werd van een ongeval.

Dadelijk werd een onderzoek ingesteld, maar Crépillon werd algauw op tegenstrijdigheden betrapt en kon niet anders dan bekennen dat een medeplichtige, Michel Fontaine, die voor dezelfde taximaatschappij werkt - maatschappij die beheerd wordt door Alfred, Freddy Vandeputte genaamd - Gorts had neergeschoten.

Crépillon had aan Fontaine gezegd dat Gorts hem gevraagd had met hem naar het noorden van Frankrijk te rijden en er eens een avondje uit te nemen. Hij stelde Fontalne voor Gorts tijdens de reis van zijn geld te beroven, waarmee Fontaine zich akkoord verklaarde.

Twee kilometer verder haalt Fontaine de trekker over om Gorts bang te maken, maar het schot gaat niet af. Het slachtoffer werpt dan enkele bankbiljetten op de achterbank. Doch Fontaine vindt dit niet genoeg en doet Gorts uitstappen en wil zijn brieventas afnemen. Gorts verdedigt zich echter en tijdens de worsteling die erop volgt, zo zegt Fontaine, gaat er een schot af en wordt Gorts getroffen in het rechtersleutelbeen.

Volgens Crépillon heeft Fontaine echter op zijn slachtoffer gevuurd van 50 em. afstand. Gorts stierf drie dagen later.

Fontaine had hem zijn briventas afgenomen met 10.000 à 12.0000 fr. Voor deze misdaad, diefstal met geweld met de dood als gevolg zonder opzet te doden, staan Alfred Vandeputte en Michel Fontaine terecht.

Aan de lopende band

Alfred Vandeputte, Bernard Delbart en Roger Vandeputte worden verder beschuldigd van een diefstal, gepleegd op 12 september 1973 te Froidmont waarbij 20.000 fr. werd buitgemaakt. Daarbij werd ook geweld gebruikt tegen het echtpaar Ghiselin.

In mei 1974 hebben Vandeputte en Fontaine nog een hele reeks andere diefstallen gepleegd. Zij worden tevens beschuldigd van verboden wapenbezit. Ook de andere beklaagden hebben nog een hele lijst misdrijven op hun kerfstok waarvoor ze zich zullen dienen te verantwoorden.

De debatten zullen minstens een week duren. De openbare aanklager is advocaat-generaal Preud'homme.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Oktober 1975

Rooftochten van bende Freddy leidden uiteindelijk tot moord

Maandag begon voor het Hof van Assisen van Henegouwen, voorgezeten door raadsheer Stranard, het proces ten laste van vier dieven, van wie er twee vervolgd worden wegens doodslag. Het betreft Alfred Vandeputte (27) en Michel Fontaine (29) uit Doornik, die in de nacht van 25 op 26 mei 1974 te Baisieux (Frankrijk) Emile Gorts vermoordden om hem te bestelen.

Het slachtoffer zat op dat ogenblik in de taxi van de Fransman Crépillon, die in Frankrijk zal terecht staan. De andere twee beklaagden zijn Bernard Delbart (27) uit Zinnik en Roger Vandeputte (23) uit Doornik, die vervolgd worden wegens verscheidene diefstallen, waarvan ten minste een met geweld.

Voorzitter Stranard wordt bijgestaan door de rechters Hervy en Verecken, terwijl advocaat-generaal Preud’homme als openbaar aanklager optreedt. Er zijn talrijke advocaten als verdedigers.

Alfred Vandeputte, een kleine schrale man, netjes met lang nekhaar, wordt verdedigd door stafhouder Urbain en Mr. Henry Pary. Michel Fontaine, die als het ware de tegenvoeter van Vandeputte is met zijn forse lichaamsbouw en hoogrode gelaatskleur, wordt verdedigd door de Mrs Guy François en Philippe Vandewalle uit Brussel. Bernard Delbart, hoekig gezicht en schuwe blik, heeft Mr. Martial Lancaster als verdediger en Roger Vandeputte, met felle baard en weelderige haarbos, Mr Roland Huvenne.

Alsof zij in uniform voor hun rechter wilden verschijnen, hadden alle beklaagde een donkerblauw pak aangetrokken. Er zijn twee burgerlijke partijen in dit geding, nl. het echtpaar Herbaut bij wie een diefstal met geweld werd gepleegd, dat zal vertegenwoordigd worden door Mr Françoise Delplaneq, en de naastbestaanden van de vermoorde Emile Gorts.

Taxibedrijf

Na de aanwijzing van de zes vrouwen en acht mannen die samen de jury (en twee invallers) zullen vormen, worden de beklaagden door voorzitter Stranard ondervraagd. Als allereerste komt Freddy Vandeputte, eigenaar van de taxizaak die zijn voornaam draagt, aan de beurt. Het begint bij zijn jeugd, die hij bij zijn grootouders doorbracht. Hij studeerde als drukker -handzetter in het instituut Don Bosco maar gaf het op om zich vervolgens op het bespelen van harmonica toe te leggen.

Na het op verscheidene plaatsen als magazijnier te hebben geprobeerd, nam hij uiteindelijk dienst in het leger. In 1969 trouwde hij en vestigde zich met zijn vrouw in Duitsland. Een jaar later kwam het gezin naar Doornik terug. Vandeputte beproefde het links en rechts en werd daarna autobestuurder in een Doorniks taxibedrijf.

Uiteindelijk ging hij als taxibestuurder voor eigen rekening werken.

- “U hebt getracht de firma, waarvoor u vroeger werkte, uit te schakelen”, vraagt de voorzitter.
- “Ik heb mijn eigen zaak op dreef willen helpen”, zegt beklaagde.
- “U ontkent dus de auto's van uw vroegere baas in brand te hebben willen steken?”
- Beklaagde: “Vast en zeker.”

Uit de “hedendaagse” episode van Vandeputtes levensbeschrijving valt te onthouden dat Freddy zijn vrouw in de steek liet, een herberg overnam en er twee diensters installeerde van wie een zijn vaste vriendin werd en hem zelfs een dochter schonk. Hij zou mettertijd een hele reeks vriendinnen krijgen, terwijl ook zijn autopark aangroeide. Op een bepaald ogenblik reden er negen wagens voor hem.

Over zijn deelneming aan de doodslag op Emile Gorts, beweert Vandeputte dat hij er toevallig bij betrokken geraakte.

- “Hoe is uw pistool dan in handen van Gorts geraakt”, informeert de voorzitter.
- “Het wapen lag in de auto en bij het overschrijden van de grens heeft Fontaine het genomen.”

Wraak

Kortom, Vandeputte ontkent alle daadwerkelijke medewerking aan de zaak en houdt vol dat hij zich toevallig samen met Fontaine op de autoweg Rijsel-Doornik bevond. Tot besluit van deze ondervraging las de voorzitter een brief voor van Vandeputte aan een medegevangene met wie hij enkele misdrijven pleegde.

Daarin gaf hij zijn voornemen te kennen Fontaine in de put te duwen omdat die te loslippig was geweest. Hij vroeg dat die medegevangene Fontaine ertoe zou overreden zijn verklaringen te wijzigen.

Deze lange brief die krioelt van bargoens, eindigt met de lezing welke Fontaine diende vol te houden en waardoor Vandeputte vrijuit zou gaan in de misdaad van Baisieux. Vandeputte beweert nu dat hij die brief in een ogenblik van verbittering heeft geschreven om zich op Fontaine te wreken.

Daarna werd de voormiddagzitting gesloten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Oktober 1975

Vandeputte en cons. waren erg actief in de misdaad

In het proces ten laste van Alfred Vandeputte, Michel Fontaine, Bernard Delbart en Roger Vandeputte voor het Hof van Assisen van Henegouwen is dinsdag het verhoor van de politieke getuigen voortgezet.

Tijdens de namiddagzitting van maandag werd Marcel Fontaine ondervraagd. Hij was het die de pistoolschoten afvuurde. In 1972 werd hij taxichauffeur in het bedrijf van Vandeputte.

Fontaine bekende alle feiten en zei dat in de zaak-Baisieux Vandeputte van meet af op de hoogte was en dat het hele scenario in mekaar was gestoken door Crépillon. Aan de grens stopte Vandeputte hem het pistool in de handen en te Roubaix de kap.

Tijdens de zitting houdt Fontaine vol dat hij het wapen in de auto heeft getest maar dat het niet afging. Toen hij de brieventas van Gorts wou nemen ging het wapen wel af.

Daarna komt men dan bij de laatste twee beklaagden die in feite slechts meelopers waren.

Roger Vandeputte komt voor de rechter wegens aanranding van twee bejaarden te Froidmont en een diefstal te Hemelle. Ofschoon hij duidelijk onder de invloed stond van zijn broer eist hij de volle verantwoordelijkheid op voor zijn daden.

Dinsdagochtend kwamen de psychiaters Bergminekx en Cloquette aan de beurt. Volgens hen vertoont Freddy Vandeputte karakterstoornissen maar is hij volledig toerekeningsvatbaar. Fontaine en Delbart mogen aanspraak maken op een verminderde toerekeningsvatbaarheid net zoals Roger Vandeputte trouwens.

Op de getuigenstoel verscheen ook de h. Daniël Isenguerre uit Doornik, die harmonikaleraar was van Freddy. Hij beschrijft hem als schrander, erg begaafd maar met steile ambities. Mw. Sylviane Mol-Hiroux, uitbaatster van een taxibedrijf te Doornik, beschuldigde haar vroegere werknemer van oneerlijke concurrentie.

Afpersing

De h. Fernand Tellin, eerstaanwezend commissaris van de gerechtelijke politie, weidde vervolgens uit over de eigenaardige zaak van de bandopnamen die door Freddy gemaakt werden terwijl hij in zijn taxi een vrouw vervoerde die naar een kaartlegster toeging om te trachten haar man terug te winnen. Vandeputte stuurde het gesprek een zodanige richting uit, dat de vrouw compromitterende woorden sprak, Hij deed het met de kennelijke bedoeling haar later af te dreigen. Hij leende trouwens verscheidene malen geld van die vrouw. Toen hij haar op zekere dag 3 miljoen vroeg, weigerde zij.

Vandeputte dreigde toen dat hij haar tot zelfmoord zou drijven. Getuige zou ook nog gewag maken van een plan van Fontaine en Vandeputte om een postwagen te plunderen. Volgens Delbart, de derde beklaagde, hadden de beide mannen trouwens nog het een en ander op het getouw staan.

Een politie-inspecteur kwam vervolgens uitweiden over een geplande overval in een Doornikse juwelierszaak en over het voornemen van Vandeputte om de garage van Mw. Mol in brand te steken. Volgens de speurder stond Delbaert erg onder de invloed van Vandeputte.

Verscheidene andere getuigen kwamen nog bijzonderheden verstrekken over het karakter en de levenswandel van Delbart en Fontaine.

Drang naar geweld

Mr. François stelde verscheidene vragen om het bewijs te krijgen dat Fontaine pas op het slechte pad is geraakt na zijn vrouw in de steek te hebben gelaten en onder de invloed van Freddy Vandeputte te zijn geraakt.

Wat Delbart betreft, met hem viel geen land bezeilen en ten einde raad diende zijn vader zich tot de jeugdrechter te wenden. “Ze moesten hem fusilleren”, zou de oude man zich laten ontvallen. Delbart kwam trouwens steeds maar geld vragen en maakte misbruik van de goedheid van zijn moeder, die tot negen wagens toe voor hem kocht. Alle grillen van haar zoon volgde ze in.

De namiddagzitting begon met het verhoor van een voormalige vriend van Delbart, Joël Bollue, uit Bonsecours. Hij bracht enkele feiten naar voren die een ongunstig licht wierpen op de moraliteit van de beklaagde en een onweerlegbare drang naar geweld bewezen, wanneer Delbart onder de invloed van drank verkeerde.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Oktober 1975

Derde procesdag met nieuw jurylid

De derde dag van het proces tegen de broers Vandeputte, Fontaine en Delbart begon met vertraging. Een effektief jurylid was wegens ziekte niet komen opdagen, zodat een plaatsvervangende gezworene moest worden aangesteld. Deze “invaller” is een vrouw.

Dinsdagnamiddag werden nog enkele diefstallen behandeld, gepleegd door Roger Vandeputte en Delbart, de twee zogenaamde meelopers in de bende.

Woensdagvoormiddag kwam de overval ter sprake die in de nacht van 12 op 13 september 1973 gepleegd werd op het echtpaar Emile Ghislin-Herbaut te Froidmont. Daders waren Freddy en Roger Vandeputte en Bernard Delbart.

Veldwachter van de gemeente getuigde dat Freddy Vandeputte vermomd als elektricien het echtpaar een bezoek bracht om het huis te verkennen. Na de overval stelde de veldwachter overigens sporen van inbraak vast op de deur en een meubel.

Toen de slachtoffers konden worden ondervraagd verklaarden zij dat de boosdoener die hen in bedwang hield - het was Delbart - hen had toegesnauwd: “Beweeg niet. Er zal u niets overkomen.”

Leandre Persigand, een vriend van het echtpaar Ghislin, was bij de slachtoffers op bezoek toen Vandeputte, vermomd als elektricien, naar de eerste verdieping trok hoewel de stroommeter zich op het gelijkvloers bevindt. Toch kon getuige beklaagde niet herkennen ter zitting. de dag van de overval droeg Vandeputte echter een baard en een zwarte bril.

Daarna kwamen de drie bijzettafeltjes aan de beurt die tussen 1 januari en 31 maart 1974 gestolen werden uit een vrachtwagen van de firma Scholaert door Freddy Vandeputte, die overigens geld zocht dat niet te vinden was.

Ten slotte kwam de diefstal met inbraak ter sprake bij juwelier Jean Gosse, waar de twee Vandeputte's twee verrekijkers van elk 2.398 fr. meenamen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Oktober 1975

Franse dokter kwam niet getuigen

De vierde dag van het proces van Alfred Vandeputte, Michel Fontaine, Bernard Delbart en Roger Vandeputte voor het Hof van Assisen te Bergen begon donderdag met de ondervraging van twee getuigen over een diefstal van zegels ten nadele van een Doornikse maatschappij.

Het Hof behandelde daarna een diefstal van 11.000 fr. die Alfred Vandeputte en Michel Fontaine pleegden in de nacht van 22 op 23 mei 1974 ten nadele van de h. Camille Valembois. Volgens Vandeputte bevond het geld zich in een koffer, die later in de Schelde werd geworpen. Beide betichten bekennen de feiten, maar schuiven de verantwoordelijkheid op elkaar af. Ze hebben zich bovendien te verantwoorden wegens manslag na diefstal met geweldpleging op de persoon van Emile Gorts.

In verband hiermee kwam het tot een klein incident in het verloop van dit proces, naar aanleiding van de afwezigheid van een Franse arts, Dr. Helemmes, als getuige. Dr. Helemmes, die als assistent verbonden is aan een ziekenhuis te Rijsel en die daar Gorts te behandelen kreeg, heeft van zijn overste verbod gekregen te komen getuigen.

Mr. François pleit dat Gorts door een andere medische ingreep had kunnen gered worden, maar door de toegepaste ingreep is omgekomen. Hij betreurt de houding van de Franse geneesheren en vraagt dat een Brussels specialist zou worden gehoord. De voorzitter stipt hierbij aan, dat de artsen die de lijkschouwing hebben uitgevoerd kunnen worden gehoord.

Kern

De kern van het hele Assisenproces, de overval op Emile Gorts die aan de opgelopen verwondingen bezweek, komt dan aan de beurt. De burgerlijke partij, de familie Goris, is vertegenwoordigd door Mr. Malaise.

Michel Fontaine, de man die het schot afvuurde, wordt aan de tand gevoeld. Hij vertelt dat de feiten zich in de nacht van 15 op 16 mei 1974 hebben voorgedaan te Baisieux (Frankrijk) en dat het slachtoffer zich in een voertuig bevond toen het schot afging. Hij beweert dat het schot per ongeluk is afgegaan en dat hijzelf door iets werd geraakt toen hij schoot.

Als eerste getuige terzake komt Dr. Lenoir, gerechtsarts bij het gerechtshof te Douai, getuigen over de lijkschouwing maar ook over het onderzoek van Gorts voor diens overlijden. Hij zegt dat Gorts ernstig werd gewond aan het rechtersleutelbeen en dat tevens het ruggenmerg werd geraakt. De dood zou een maand later, nl. op 29 juni intreden.

De letsels aan het ruggenmerg schrijft de arts echter toe aan een vervorming van de wervelkolom en niet aan een breuk van een wervel. Op een vraag van de voorzitter bevestigt de getuige dat de uitgevoerde ingreep passend was om Gorts te redden en als dusdanig niet voor kritiek vatbaar is. Hij houdt dus staande dat de dood van Gorts het rechtstreekse gevolg is van het schot.

Hij wordt hierin bijgetreden door de volgende getuige, Dr. Monique Willot, assistente aan de medische faculteit te Rijsel.

Tijdens de namiddagzitting komt vooreerst dr. Fievez getuigen. Hij heeft Fontaine na de feiten onderzocht. Fontaine vertoonde geen sporen van slagen, zodat zijn beweringen als zou hij door het slachtoffer zijn aangevallen, vals blijken. Fontaine houdt staande dat het Crepillon was die meldde dat Gorts een uitstapje naar Rijsel zou maken en veel geld bij zich zou dragen.

Steeds volgens Fontaine was Vandeputte op de hoogte van alle details in deze zaak. Van het schot blijft hij getuigen dat het toevallig afging. Tijdens de getuigenverklaring van de rechter van onderzoek, de h. Leroy, komt er wat sfeer in deze zaak, wanneer Mr. François spreekt over een tekort aan foto's en stukken vanwege het Franse gerecht.

Leroy verdedigt zich met er op te wijzen dat de misdaad in Frankrijk is gepleegd en dat daar een andere rechtspleging geldt. Na een vinnige woordenwisseling tussen de verdediging en het openbaar ministerie herinnerde de openbare aanklager eraan dat de onderzoeksrechter verklaart dat het schot pas kon afgaan door de haan over te halen. De vraag is nu of dit vrijwillig is gebeurd. De aanklager zegt ja, de verdediger zegt neen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Oktober 1975

Gevangenen kwamen getuigen

Andermaal is vrijdag een groot aantal getuigen aan het woord gekomen op de vijfde dag van het proces van Freddy Vandeputte en drie medebeklaagden voor het Hof van Assisen te Bergen.

Vervolgens keert men terug tot het hoofdgeding, de feiten waarvan de cafébaas Emile Gorts het slachtoffer werd. Paul Desnouck, speurder bij de GP te Doornik, komt getuigen Gorts toen hij in Frankrijk op de zwier ging niet minder dan 150.000 fr. bij zich droeg en 40.000 fr. zou uitgeven. Tevens komt een erg bezwarende brief ter sprake die Freddy Vandeputte aan een medegevangene schreef en waarin hij Fontaine doet zeggen: “Als ik op Emile geschoten heb, was het omdat hij mij herkend had.” Dat is dus geen ongeval meer.

Op verzoek van de verdediging komt de Redemptoristenpater Charlier uit Doornik van Fontaine getuigen dat hij een zwakkeling is die men makkelijk beïnvloeden kan.

Steeds over Fontaine getuigt René Vandevondelle uit Kain, dat hij bij de posterijen een goed sorteerder was, een werklustige en eerlijke jongen. Hij moet volgens deze en volgende getuigen erg beïnvloed zijn geworden om de feiten te plegen die hem ten laste worden gelegd.

Een krachtens de discretonaire bevoegdheid van de voorzitter voor de rechtbank gebrachte Lyonees die te Doornik gevangen zit, Gerard Jacob, wordt gehoord zonder dat hij de eed aflegt. Hij heeft eerder in een brief die hij uit de gevangenis te Doornik schreef aan de rechter van instructie.

Fontaine willen bezwaren ten voordele van Vandeputte. De door hem meegedeelde details had hij zogezegd geput uit gesprekken tussen beiden of dat met hemzelf.

Willy Deleu, onlangs te Gent tot twintig jaar opsluiting veroordeeld voor moord en die nog met Fontaine in dezelfde cel heeft gezeten, komt eveneens aan het woord. Fontaine sprak hem over de zaak Gorts en zou, hem gezegd hebben dat het schot toevallig afging. Hij zegt thans ook dat hij Jacob Fontaine de huid vol hoorde schelden.

Op de vraag van de voorzitter of Fontaine hem had bevestigd dat Vandeputte hem dwong overvallen te plegen om niet afgedankt te worden, antwoordt Deleu bevestigend.

Maar ook bevestigend is zijn antwoord op de vraag of Jacob hem gevraagd heeft aan de gerechtelijke diensten een brief te schrijven waarin hij zou bevestigen dat Fontaine hem bekend had vrijwillig op Gorts te hebben geschoten.

Thans zegt Deleu dat Fontaine in zijn cel herhaaldelijk weende uit spijt over wat te Baisieux was gebeurd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Oktober 1975

Openbare aanklager bevestigt vrijwillige doodslag op Emile Gorts

Maandagochtend werd voor het Hof van Assisen van Henegouwen, voorgezeten door door Raadsheer Stranard, het proces tegen Alfred Vandeputte en zijn drie medeplichtigen, Michel Fontaine, Bernard Delbart en Roger Vandeputte voortgezet.

De vier mannen worden beschuldigd van een hele reeks diefstallen, sommige met geweld en waarbij in één geval de dood van een man, Emile Gorts, caféhouder te Doornik, werd veroorzaakt. Bij de aanvang van de zitting verklaarde de voorzitter dat de vraag over de vrijwillige doodslag, die de advocaat-generaal verlangde, door het hof zal worden gesteld. Het betreft hier een doodslag, gepleegd door Freddy Vandeputte en Michel Fontaine.

De verdediging van haar kant wilde dat er ook andere vragen zouden worden gesteld om de aanklacht van “mededoder” te veranderen in die van “medeplichtige” voor Vandeputte en Delbart.

Meester François legde dan het verslag van een Brusselse deskundige voor waaruit blijkt dat de heelkundige ingreep op het slachtoffer Emile Gorts niet nodig was, en dat deze laatste niet gestorven was ten gevolge van de aanranding.

Steeds zwakkeren

Meester Michel Malaise trad op namens de familie van het slachtoffer Emile Gorts, ondermeer namens de 14-jarige zoon van Gorts, de advocaat sprak over de grote edelmoedigheid van het slachtoffer en de liefde voor zijn zoon. Van de overvallers zei de advocaat dat ze zich steeds vergrijpen aan zwakkeren en daarom zijn zij ook lafaards. Vervolgens verhaalde de pleiter nogmaals de feiten en toonde aan dat Fontaine wel opzettelijk heeft gevuurd.

Voorts merkte meester Malaise op dat Vandeputte, die actief had medegewerkt aan de voorbereiding van de overval, wel degelijk mededader was en niet medeplichtige zoals de verdediging beweerde.

Over Fontaine zei hij dat hij Gorts wel moest doden aldus de advocaat, want deze laatste had hem erkend en moest dus
verdwijnen.

Advocaat-generaal Preud’homme hield dan zijn rekwisitoor. Hij tekende het portret van de beklaagde en schilderde Alfred Vandeputte af als het brein van de zaak. Fontaine is volgens hem een eerlijk man die aan lager wal geraakte Delbart is een geweldenaar en Roger Vandeputte is een onevenwichtig en hypernerveus man, aldus de advocaat-generaal.

Hij stond dan vooral stil bij de poging tot diefstal in het postkantoor en de overval op Emile Gorts. Over de moord op Emile Gorts zei de advocaat-generaal dat hij niet zou gepleegd zijn zonder Vandeputte en dat hij daarom wel moet worden beschouwd als mededader en niet als medeplichtige.

De advocaat-generaal wees er vervolgens op dat het slachtoffer wel overleden is aan de gevolgen van de verwondingen opgelopen tijdens de overval Het slachtoffer was verlamd en lag bovendien gedurende een
maand in de coma. “Het betreft wel degelijk een vrijwillige doodslag”, aldus de openbare aanklager, want Fontaine haalde de trekker over omdat hij bang was en ook omdat hij wist dat Gorts hem herkend had en hem zeker zou aanklagen.

Aan de gezworenen vroeg de openbare aanklager bevestigend te antwoorden op de hun gestelde vragen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Oktober 1975

Jury antwoordde bevestigend op bijna alle vragen

Het rechtsgeding tegen de bende van Freddy Vandeputte dat dinsdag voor het Assisenhof van Henegouwen werd hernomen, zal morgen zijn beslag kriigen. Inmiddels hebben de juryleden na een urenlange zitting woensdagavond bevestigend geantwoord op 60 van de 63 gestelde vragen.

Het proces was geschorst om Dr. Bonal in de gelegenheid te stellen een expertise te verrichten betreffende de doodsoorzaak en zijn verslag over te leggen. Het was namelijk zo dat de verdediger van Fontaine, mr. Guy François, staande hield, dat de dood niet rechtstreeks het gevolg was van het schot. maar eerder van een door de verdediging inopportuun geachte medische ingreep. Hij steunde zich daarvoor op een medisch verslag van Dr. Ectors van de Brusselse Universiteit.

Het hof stelde daarop Dr. Bonal aan als expert en hoort thans opnieuw Dr. Ectors en Dr. Helemmes, die bijgestaan wordt door zijn chef, Dr. Laine van de neuro-chirurgische dienst te Rijsel. Volgens Dr. Bonal, die als eerste wordt gehoord, is de patiënt niet overleden ingevolge meningitis, maar door kwetsuren en zuurstofgebrek, dus door de rechtstreekse gevolgen van de kogelwonde en alleen daardoor. Hij voegt daaraan toe dat de patiënt alle nodige zorgen gekregen heeft.

Van zijn kant komt Mr. François terug op de conclusies van Dr. Ectors, waarbij de mogelijkheid wordt opengelaten van een herseninfectie ingevolge meningitis. Volgens Dr. Hellemes, die zelf niet opereerde, was een ingreep aangewezen.

Het is dan de beurt aan Dr. Laine, chef van de vorige getuige. Hij betreurt, dat de drs. Jaumin en Hellemes in opspraak worden gebracht.

Van Dr. Ectors wil de voorzitter nog weten of een chirurgische ingreep noodzakelijk was. In dit geval was twijfel mogelijk, aldus deze getuige, en wanneer er twijfel is grijpt men in of niet al naargelang van de school.

Incident

De partijen blijven uiteindelijk op hun onderscheiden standpunten. Het komt nog tot een hevig incident tussen het openbaar ministerie en verdediger François. De advocaat-generaal beschuldigt er nl. Mr. François van niet alle stukken van het dossier aan dr. Ectors te hebben doorgespeeld en meer bepaald het verslag van het ziekenhuis te Doornik over de gezondheidstoestand van de h. Gorts voor hij naar Rijsel werd overgebracht.

Het woord “bedrog” kan mr. François van de advocaat-generaal niet aanvaarden en hij brult dan ook zo hard in de micro, dat zelfs de voorzitter zich niet meer verstaanbaar kan maken en de zitting enkele minuten dient te schorsen.

Een andere verwijt van Mr. François aan het adres van het openbaar ministerie betreft een uitspraak van de advocaat-generaal die tijdens een vorige zitting in dit proces van de advocaat gezegd had dat hij belachelijk aan het doen was. Uiteindelijk was de advocaat-generaal bereid het woord “bedrog” in te trekken.

Wie had schuld?

Woensdag werden de pleidooien gehoord van de verschillende partijen. Vooreerst kwam Mr. Malaise, burgerlijke partij voor de familie Gorts, aan het woord. Hij onderstreepte dat het slachtoffer wel degelijk door Fontaine werd gedood en dat Alfred Vandeputte actief deelnam aan de moord.

Vervolgens deed de advocaat een beroep op het gezond verstand van de gezworenen om de feiten te zien zoals ze zich hadden voorgedaan. Hij legde ook de nadruk op het actieve aandeel van Delbart bij het in brand steken van een auto, op de rol van Roger Vandeputte in de aanranding der echtelieden Ghiselain en op het aandeel van de andere Vandeputte in de aanranding op Emile Gorts waarbij deze laatste om het leven kwam.

Van Fontaine kan men niet zeggen dat hij zich afzijdig heeft gehouden bij de poging tot diefstal in het postkantoor van Doornik. Fontaine ten slotte heeft Gorts niet alleen slagen toegebracht maar hij heeft ook op hem geschoten met het opzet te doden. Misschien was dat opzet er aanvankelijk wel niet, doch toen hij gebruik maakte van zijn pistool was het niet om schrik aan te jagen, want Gorts verdedigde zich heftig en had zijn aanrander herkend.

Omtrent de doodsoorzaak van het slachtoffer kan niet worden getwijfeld. De dood is te wijten aan het schot dat door Fontaine werd afgevuurd, en niet aan de heelkundige ingreep. Deskundigen verklaarden immers dat de behandeling adequaat en tot in de puntjes werd uitgevoerd. Daarop vroeg mr. Malaise aan de juryleden: “Zou Gorts, als hij niet geraakt was door een kogel, thans dood zijn?”

Stafhouder Urbain poogde vooral aan te tonen dat zijn cliënt Alfred Vandeputte niets met de zaak Gorts te maken had. Vandeputte kon alleen maar niets weigeren aan Fontaine, die hem in zijn macht had doordat zij samen een paar kruimeldiefstallen hadden gepleegd, en bovendien werd hij pas voorbij de Frans-Belgische grens op de hoogte gesteld van de beraamde “coup”.

Mr. François betoogde dat zijn cliënt Michel Fontaine vrijwillig niet had deelgenomen aan de overval op het postkantoor te Doornik en ook nooit het inzicht had Gorts te doden. Tot slot zei hij dat Fontaine schuldig pleitte maar nooit de dood van Gorts gewild had.

Mr. Lancaster, verdediger van Delbart, verklaarde andermaal dat zijn cliënt de wagen niet in brand had gestoken, vermits de betrokken wagen niet gebrand had. In de zaak van de overval op het echtpaar Ghislain pleit hij schuldig.

Ten slotte ontkende mr. Huvenne dat de medewerking van zijn cliënt Roger Vandeputte onmisbaar was bij de overvallen op de echtelieden Ghislain en op de juwelier Gosse. Hij bestuurde slechts de wagen waarmee de overvallers zich verplaatsten. Hoogstens kan hij bestempeld worden als medeplichtige.

Vervolgens kwamen de beklaagden een laatste maal aan het woord.

Verdict

In totaal moeten de juryleden 63 vragen beantwoorden. De eerste acht hebben betrekking op Emile Gorts. De andere vragen betreffen de andere misdrijven die door de vier beklaagden werden gepleegd, te beginnen met de overval bij het echtpaar Ghislain, Over iedere zaak worden vragen gesteld over de materialiteit van de feiten, de bezwarende omstandigheden en de schuld van de betichten. Daarna trokken de gezworenen zich terug om te beraadslagen.

De jury antwoordde bevestigend op alle vragen behalve op de zestiende, de twintigste en de veertigste vraag. Wel werd bevestigend geantwoord op de vragen zestien bis en twintig bis, zodat Roger Vandeputte nu als medeplichtige en niet meer als mededader beschouwd wordt bij de overval op het echtpaar Ghislain en de diefstal bij juwelier Gosse.

Michel Fontaine wordt vrijgesproken van de beschuldiging van inbraakpoging in het postkantoor te Doornik. De vraag betreffende de brandstichting in de wagen van Patrice Debugne uit Doornik wordt met 7 tegen 5 stemmen bevestigend beantwoord, terwijl in het verdict staat dat Alfred Vandeputte en Bernard Delbart met eenparigheid schuldig bevonden. Daarom moet de jury zich opnieuw terugtrekken om te beraadslagen.

Uiteindelijk worden Alfred Vandeputte en Michel Fontaine schuldig bevonden aan diefstal met geweld waarbij kwetsuren werden toegebracht die de dood tot gevolg hadden zonder te willen doden. De jury heeft dus de vrijwillige doodslag niet aangenomen.

De andere beschuldigingen tegen Alfred Vandeputte en Michel en Bernard Fontaine worden bevestigd behalve de poging tot diefstal in de post van Doornik tegen Michel Fontaine. Roger Vandeputte is geen mededader meer maar medeplichtige.

De jury heeft zich andermaal teruggetrokken om te beraadslagen over de hangende vragen en komt om 19.45 uur opnieuw in de zaal met dezelfde antwoorden als de eerste maal: vijf neen, zeven ja. Het hof beraadslaagde en viel de meerderheid van de juryleden bij.

De jury trok zich dan opnieuw terug om zich uit te spreken over de schuld van Vandeputte en Delbart bij de brandstichting. Om 20.10 uur verklaarde de jury Alfred Vandeputte en Bernard Delbart schuldig aan de brandstichting. Hiermee is het verdict volledig. De griffier deed voorlezing van het verdict. Hierop werd de zitting opgeheven tot donderdagochtend.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 November 1975

Levenslang voor Freddy Vandeputte en Fontaine

Het Assisenhof van Henegouwen heeft donderdag vonnis geveld in het proces tegen vier Doornikse taxichauffeurs die beticht werden van talrijke misdrijven, waaronder een doodslag. Freddy Vandeputte en Michel Fontaine kregen levenslang, Bernard Delbart acht jaar en Roger Vandeputte twee jaar met uitstel voor de helft van de straf.

In zijn rekwisitoor had advocaat-generaal Preud'homme het over de “volharding in de boosheid” van Alfred Vandeputte, terwijl Fontaine flinke vorderingen maakte in het misdrijf. Delbart bestempelde hij als een woesteling, pleger van talrijke wandaden. Roger Vandeputte was volgens de advocaat-generaal maar een bijloper.

Op grond van de ernst en het aantal van de misdrijven en van de noodzaak van voorbeeldig straffen in deze zaak, vroeg hij voor Alfred Vandeputte en Michel Fontaine levenslange dwangarbeid, voor Delbart een gevangenisstraf van 5 tot 20 jaar en voor Roger Vandeputte een straf van 5 tot 7 jaar.

Pleidooien

Vervolgens kwamen de advocaten aan het woord. Mr. Pary bracht de ongelukkige jeugd van Alfred Vandeputte in herinnering en het feit dat bij de gepleegde misdrijven zijn cliënt nooit geweld heeft gebruikt. Mr. Urbain zei op zijn beurt dat het aandeel van Vandeputte in de doodslag op Gorts in ieder geval zeer gering was.

Mr. Francois verklaarde dat Fontaine steeds voorbeeldig had geleefd tot op het ogenblik dat hij in een slecht milieu terechtkwam. Volgens hem was de dood van Gorts eerder een ongeluk.

Mr. Lancaster zei dat hef aandeel van Delbart in de zaak louter aan het toeval was te wijten en dat zijn cliënt normaal had moeten gevonnist worden door de correctionele rechtbank, waar hij hoogstens een straf van vijf jaar riskeerde.

Mr. Huvenne ontwikkelde voor Roger Vandeputte dezelfde redenering, waarbij hij er echter op wees dat zijn cliënt de moed had gehad het milieu waarin hij was verzeild door zijn broer, de rug toe te keren. Hij vroeg dan ook een straf van maximum drie jaar met uitstel.

De vier beschuldigden uitten tot slot nog hun spijt over het gebeurde, waarop de jury zich terugtrok voor de beraadslaging.

Na deze beraadslaging las voorzitter Stranard een uitvoerig arrest voor, aan het einde waarvan Alfred Vandeputte tot levenslange dwangarbeid werd veroordeeld. Michel Fontaine eveneens tot levenslange dwangarbeid en Bernard Delbart tot acht jaar hechtenis.

Roger Vandeputte kreeg twee jaar gevangenisstraf met vijf jaar uitstel voor de helft van de straf. Zonder verpinken aanhoorden de beschuldigden het arrest. Alfred Vandeputte glimlachte zelfs.

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 November 1975

Taxichauffeur Crépillon kreeg 20 jaar

Het Hof van Assisen van Douai (F) heeft dinsdag de 33-jarige Belgisch taxichauffeur Jean Crépillon uit Doornik, veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf wegens diefstal en medeplichtigheid aan moord.

Jean Crépillon was op 13 mei 1974 in dienst getreden van Alfred Vandeputte die toen reeds verscheidene misdaden op zijn geweten had. Hij maakte daarbij gebruik van de diensten van een andere chauffeur, Michel Fontaine. CrépilIon werd ingelijfd bij de bende en bezorgde zijn baas een goede tip. Over de boordradio liet hij weten dat Emile Gorts, barhouder in Doornik, van plan was een avondje door te zakken in Rijsel. Hij meende dat dit een “dikke” klant kon zijn.

Crépillon vertrok met zijn cliënt, en Vandeputte en Fontaine volgden de diverse verplaatsingen over de radio. In Rijsel slaagde Fontaine erin op de achterbank te wippen van de taxi die Crépillon bestuurde. Op de terugweg naar België, maar nog op Frans grondgebied, bedreigde de gemaskerde en gewapende Fontaine de onfortuinlijke barhouder. Emile Gorts beet echter stevig van zich af, terwijl Crépillon de rol speelde van de bangerik die zwicht voor de bedreigingen van de overvaller.

Ten slotte schoot Fontaine de barhouder neer. De h. Gorts overleed vier dagen later zonder nog bij bewustzijn gekomen te zijn.

Fontaine en Vandeputte werden door het Hof van Assisen van Henegouwen onlangs tot levenslange opsluiting veroordeeld, maar zij hebben verbreking aangevraagd van dit arrest.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 December 1975

873

(133 replies, posted in Andere Personen)

(...) Met een zeker optimisme zijn speurders van de gerechtelijke politie van Brussel naar Zuid-Frankrijk afgereisd om daar Robert Van Oirbeek aan de tand te voelen. Een beetje vreemd is wel dat “kleine Robert”, die tot 6 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld wegens een hold-up te Sint-Lambrechts-Woluwe, bij zijn aanhouding te Cannes over weinig geld beschikte. Daaruit zou men kunnen afleiden dat hij toch niet aan zoveel gewapende overvallen heeft deelgenomen nadat hij uit de gevangenis was gevlucht.

Zal Robert Van Oirbeek wellicht niets vertellen over zijn relaties met Michel Graindorge, dan zal men toch proberen iets van hem te weten te komen over Heinrich Toumaniantz. een gewezen gangster die sinds geruime tijd spoorloos is. Sommigen hebben beweerd dat de aangehouden Turato (*) heeft verklaard dat de inmiddels doodgeschoten Somville en Van Oirbeek die Toumaniantz hebben van kant gemaakt en ergens in de buurt van Heverlee begraven.

Toumaniantz is nog niet gevonden, en sommige speurders geloven niet dat hij werd omgebracht. Turato zou dit volgens hen in geen geval hebben gezegd, want “die zwijgt als een graf”.

Maar de gerechtelijke politie verwacht door de ondervraging van Van Oirbeek toch iets meer aan de weet te komen over Toumaniantz, een licentiaat in de rechten die indertijd een veilig onderkomen vond bij de moeder van Anne Lavenne, de eveneens gearresteerde vriendin van Van Oirbeek.

Vragen

Een medevluchteling van Van Oirbeek, Michel Anthemus, kon in Zuid-Frankrijk ontkomen toen de politie op zijn hielen zat. Naar verluidt reed hij met een wagen die toebehoorde aan Toumaniantz. Men zou dus kunnen veronderstellen dat Toumaniantz inderdaad vermoord is, ofwel dat hij zich ergens verborgen houdt, maar aan dit laatste hechten weinig speurders geloof, want een geslepen kerel als Toumaniantz zou het risico zijn wagen aan Anthemus te geven, niet hebben durven lopen.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 28 December 1979

(*) Zie topic "Bende Turato".

874

(7 replies, posted in 1970-1979)

Aanslag op Haig geen werk van Graindorge

Steeds meer onderzoekers twijfelen eraan dat advocaat Michel Graindorge ook iets zou te maken gehad hebben met de aanslag op generaal Haig, op 25 juni ll. Graindorge, die op beschuldiging van hulp bij de ontsnapping van de Franse gangster Besse, volgende maand voor de correctionele rechtbank verschijnt, houdt ondertussen zijn onschuld staande.

Hij is inderdaad geen bandiet, maar misdadigers helpen vluchten, is strafbaar, vertelde ons een politieman. Bij Michel Graindorge werd nochtans een huiszoeking verricht om elementen te vinden, die op medeplichtigheid bij de aanslag op de Amerikaanse viersterrengeneraal Haig zouden kunnen wijzen. Enkele dagen na de aanslag kreeg het persagentschap Belga een brief die ondertekend was door de “Groep Julien Lahaut”.

De groep, naar de naam van voorzitter van de Communistische Partij, die in 1950 werd vermoord. was tot dusver bij de inlichtingendiensten niet gekend. Die “Groep Julien Lahaut” eiste de aanslag op. doch de Amerikanen zelf hebben daar nooit geloof aan gehecht.

Schrijfmachine

Vreemd is evenwel dat de brief aan Belga was samengesteld uit precieze gegevens die alleen in het CSB, dit is het centraal signalementsblad, dat bij de politiediensten wordt verspreid, stonden vermeld.

Tijdens de huiszoeking bij Michel Graindorge heeft men geen kopie gevonden van de brief aan Belga. Men heeft de schrijfmachine onderzocht en de speurders stelden vast dat de brief aan het agentschap Belga van de “Groep Julien Lahaut” inderdaad zou kunnen getikt zijn op de schrijfmachine van Michel Graindorge. Maar honderd procent zeker is men niet. Het blijft bij veronderstellingen.

Maar zelfs indien de brief op de schrijfmachine van Graindorge werd geschreven wil dit niet zeggen dat Graindorge met de aanslag op generaal Haig iets heeft te maken. Bovendien zijn er nog altijd speurders die geloven dat de aanslag op Haig een vergissing was en dat men eerder een Brits generaal van de Shape te Bergen heeft willen treffen.

In het licht daarvan denkt men dat niet de “Groep Julien Lahaut” noch de Rote Armee Fraktion, maar misschien een Ierse guerrillagroep op 25 juni te Obourg explosieven heeft geplaatst.

Ingewijden menen te weten dat met die veronderstelling alle verdenkingen op Michel Graindorge nopens de aanslag op Haig vervallen. Het blijft ondertussen toch wel de aandacht van de speurders gaande houden, dat de daders zo vlug konden verdwijnen en dat niemand ooit een spoor van hen heeft teruggevonden.

Veronderstellingen

Het onderzoek inzake Haig wordt onverpoosd voortgezet en daarvoor komen rechercheurs uit Bergen vaak naar Brussel. Veel is er nog niet uit de bus gekomen, men kan zich alleen maar baseren op veronderstellingen.

Intussen zou gebleken zijn dat Vandeputte een tijdje heeft verbleven in het buitenverblijf van een vrouwelijke collega van Michel Graindorge in de Dordogne. En Anthemus en Van Oirbeek zouden enkele dagen een veilig onderdak hebben gekregen bij het Comité voor de Verdediging van Politieke Gevangenen van de Bondsrepubliek Duitsland, in een woning te Schaarbeek.

Later zou dit tweetal ook onderdak hebben gekregen bij een andere gearresteerde. En Michel Cheval kent Anthemus en Van Oirbeeck evenals Vandeputte ook vrij goed.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 20 Oktober 1979

875

(636 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Nieuwe DNA-wet 2 jaar van kracht: hoeveel nieuwe sporen leverde het op?

De nieuwe DNA-wet bestaat vandaag exact 2 jaar, en dat leverde al verschillende nieuwe sporen op naar mogelijke daders van zware misdrijven. Door de wet mogen onderzoekers ook het Y-chromosoom registreren in de DNA-databank en kunnen ze daders ook opsporen via het DNA van familieleden. In 43 dossiers leverde dat al een match op, zo bleek uit cijfers die VRT NWS opvroeg bij het NICC, het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

876

(2 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

Maurice Appelmans in oktober 1979:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/mauric10.jpg

877

(0 replies, posted in 1990-1999)

Samenvatting

  • Wat? Gewelddadige diefstal en slagen en verwondingen die ongewild de dood veroorzaakten van Klaus Niewiara; het slachtoffer werd na mishandeling tussen een dichtgeplooid opklapbed geklemd en stierf door verstikking.

  • Wanneer? In de nacht van 9 op 10 april 1991.

  • Waar? In het appartement van Serge Snauwaert in de Ruslandstraat in Sint-Gillis (Brussel)

  • Wie? Serge Snauwaert, 29-jarige Brusselaar.

  • Status: Opgelost

Serge Snauwaert werd veroordeeld door het Hof van Assisen van Brabant tot 7 jaar gevangenisstraf (5 jaar voor diefstal, 2 jaar voor opzettelijke slagen en verwondingen met ongewild dodelijk gevolg). De jury achtte diefstal met geweld in de oorspronkelijke tenlastelegging niet bewezen, maar kwam wel tot een veroordeling voor diefstal en dodelijke slagen.

In december 1993 werd Snauwaert als getuige opgeroepen tijdens het proces van de bende Mottry omdat hij de cel had gedeeld met Michel Brusselaars:

Serge Snauwaert, die de cel met Michel Brusselaars heeft gedeeld, nuanceerde eerdere verklaringen aan de gerechtelijke politie als zou beklaagde hebben opgeschept over de actie aan het pompstation. “Michel heeft gepocht, maar eraan toegevoegd dat was hij had gezegd niet waar was.”

Verdachte bekent moord in Sint-Gillis

De BOB van Brussel heeft Serge Snaewaert aangehouden op verdenking van moord op de 49-jarige Klaus-Dieter Niewiara uit Thuin. Niewiara werd woensdagmiddag omstreeks 13u vermoord aangetroffen in een appartement aan de Ruslandstraat in Sint-Gillis. De dader heeft bekentenissen afgelegd.

Het lichaam van het slachtoffer zat gekneld tussen een opklapbed en in de kamer werden overal bloedsporen aangetroffen. Het apparement was niet verhuurd, maar de BOB ontdekte dat een vroegere huurder, Serge Snaewaert, nog steeds in het bezit was van een sleutel.

De man werd even later in de hoofdstad opgepakt en verklaarde dat hij dinsdagavond het slachtoffer ontmoet had. Hij had Niewiara voorgesteld de nacht door te brengen in het appartement aan de Ruslandstraat, waarmee Niewiara instemde.

Volgens Snaewaert kwam het echter in het appartement tot een vechtpartij toen hij niet wou ingaan op de homoseksuele voorstellen van het slachtoffer. Niewiara raakte hierbij gewond en werd door Snaewaert op het bed geworpen. Hierop plooide Snaewaert het bed dicht, waardoor Niewiara de verstikkingsdood stierf.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 April 1991

Sloeg Brusselaar Duitser dood?

Maandag begint voor het hof van assisen van Brabant het proces tegen de 29-jarige Brusselaar Serge Snauwaert die terecht Staat wegens diefstal met geweld en bedreigingen die op 10 april 1991 onvrijwillig de dood hebben veroorzaakt van de 49-jarige Duitser Klaus Niewara.

Het stoffelijk overschot van de fel toegetakelde Niewara werd door de politie ontdekt in een dicht geplooid opklapbed in het appartement van Snauwaert in de buurt van het Zuidstation.

Dezelfde dag nog werd Snauwaert opgepakt en ondervraagd. Ondanks het feit dat hij in het bezit was van de bankkaart van zijn slachtoffer en er bloedvlekken op zijn kleren zaten, ontkende hij aanvankelijk halsstarrig iets met de zaak te maken te hebben. Later ging hij over tot bekentenissen, maar hij gaf nadien verschillende versies van het gebeuren.

Snauwaert zei Niewara ontmoet te hebben in een herberg te Sint-Gillis. De Duitser zou gezegd hebben dat hij zijn laatste trein had gemist, en Snauwaert zou hem aangeboden hebben de nacht in zijn appartement door te brengen. Daar aangekomen zou Niewara suggestieve gebaren hebben gemaakt wat Snauwaert in grote woede deed ontsteken. Het kwam tot een gevecht in regel ...

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 Juni 1992

Snauwaert: "Ik heb hoop, zelfs al blijf ik nog lang in de cel"

Maandag heeft het Brabantse Assisenhof, onder voorzitterschap van Jean-Pierre Collin, de zaak Snauwaert aangevat. De 29-jarige Serge Snauwaert staat voor het Hof wegens gewelddadige diefstal en bedreiging die een onvrijwillige doodslag op de 50-jarige Duitser Klaus Niewiara tot gevolg had.

Snauwaert had Niewiara in de nacht van 9 op 10 april 1991 in zijn appartement slaapgelegenheid gegeven om hem te kunnen beroven. Serge Snauwaert kon een bankkaart, 2.000 frank en 50 Duitse Mark bemachtigen.

Daarop sloeg hij Niewiara op het gezicht en het geslachtsorgaan. In bewusteloze toestand werd hij dan tussen een plooibed geklemd tot hij stikte. terug bij elkaar. Vanaf volgende week zullen 22 getuigen in deze zaak worden gehoord.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Juni 1992

Zeven jaar cel voor Snauwaert

Het hof van assisen van de provincie Brabant heeft Serge Snauwaert veroordeeld tot zeven' jaar celstraf. De beschuldigde kreeg respectievelijk vijf jaar voor de hem ten laste gelegde diefstal en twee jaar voor de opzettelijke slagen en verwondingen die ongewild de dood voor gevolg hadden.

In haar beraadslaging over de schuld had de jury de oorspronkelijke tenlastelegging van diefstal met geweld niet bewezen geacht.

Snauwaert stond terecht op beschuldiging van diefstal met geweldpleging en bedreigingen, wat tot onvrijwillige doodslag leidde op Klaus Niewiara, een vijftiger uit Duitsland die verantwoordelijk was voor de veiligheid bij de Europese Gemeenschap.

Bij de feiten, in de nacht van 9 op 10 april 1991, zou Serge Snauwaert zijn slachtoffer geslagen hebben, hem beroofd van 50 D-mark, 2.000 Belgische frank en een bankkaart. Klaus Niewiara zou verstikt zijn toen Serge Snauwaert hem 'opsloot' tussen de twee delen van een opvouwbaar bed.

Tijdens het proces, dat vijf dagen in beslag nam, ging alle aandacht naar de drijfveer.

Luidens de verdediging was er sprake van provocatie die in het voordeel van Snauwaert pleitte. "Hoe kan deze plotselinge ontketening van geweld anders verklaard worden dan door het feit dat Niewiara gepoogd heeft met Serge Snauwaert seksueel contact te hebben. De allereerste versie van de feiten, die hij aan de BOB gaf, is de juiste", zo herhaalden de advocaten woensdagmorgen. En de drijfveer van diefstal is volgens hen dus onjuist.

De openbare aanklager was het geenszins daarmee eens. Volgens hem was diefstal de zeer duidelijke drijfveer omdat Snauwaert geld nodig had. Hij verwees daarbij naar de antecedenten van diefstal die op Snauwaert wegen.

De beklaagde kreeg met de krop in de keel het laatste woord. Hij bevestigde veertien maanden het stilzwijgen bewaard te hebben over deze seksuele aanrakingen omdat hij er beschaamd over was. "Ik heb echter nooit ontkend geslagen en gestolen te hebben. En als ik terugdenk aan Klaus, heb ik spijt dat het zo gegaan is..."

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Juni 1992

878

(11 replies, posted in Politiek & Business)

Werken nog andere advocaten voor "ontsnappingsnet"?

In gerechtelijke kringen is men er zeker van dat de Brusselse gangster René Maillard, die woensdagochtend door de BOB van Brussel werd aangehouden, voor diezelfde morgen een afspraak had met een advocaat. Waarom men "te vroeg" heeft willen toeslaan is niet duidelijk, temeer daar de rijkswacht, naar verluidt, van de afspraak op de hoogte was.

Was er misschien wedijver tussen de verschillende opsporingsdiensten en heeft men daarom de ontsnapte misdadiger zo vlug mogelijk willen klissen?

Wat er ook van zij, de betrokken advocaat moest, naar men ons gisteren in gerechtelijke kringen verzekerde, een vals paspoort overhandigen aan Maillard om deze toe te laten gemakkelijker het land uit te vluchten. Maillard zelf is echter niet erg loslippig. Hij blijft erbij dat hij van een afspraak met een advocaat niets afweet.

Intussen blijven geruchten over op til zijnde nieuwe arrestaties de ronde doen. Hier en daar worden zelfs namen genoemd van advocaten die bij het ontsnappingsnet zouden kunnen betrokken zijn.

Verdachte zaken

Voor sommige speurders staat het vast dat in de nabije toekomst inderdaad enkele advocaten, die tot nu toe nog niet werden verontrust, meer uitleg zullen moeten geven over verdachte zaken. Wellicht is het ontsnappingsnet van Graindorge dus nog niet helemaal opgerold. Men is overigens nog steeds bezig met de opsporing van Marc D.

De bezwarende feiten in het dossier ten laste van Michel Graindorge zelf stapelen zich intussen op. Men onderzoekt nu of hij ook meer zou kunnen afweten van de aanslag op generaal Haig op 25 juni van dit jaar. De toenmalige opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten in Europa ontsnapte toen op het nippertje, nabij Obourg, aan een bomaanslag. De daders werden nooit aangehouden.

Kort nadien werd de aanslag opgeëist door de Rote Armee Fraktion. Maar de Amerikaanse recherche heeft nooit geloofd dat de RAF generaal Haig heeft willen vermoorden. Men vraagt zich trouwens af of de aanslag geen vergissing was, of men in feite niet een Brits generaal van de Shape heeft willen treffen. En hier wordt dan weer het verband gelegd met de zaak-Graindorge. De Brusselse advocaat stond immers niet alleen op de bres voor de opgesloten leden van de Rote Armee Fraktion. Hij zou ook het IRA genegen zijn.

Indien de daders van de aanslag te Obourg in die hoek moeten worden gezocht, dan lijkt het niet zo onverklaarbaar dat vrienden van Graindorge reeds politiebezoek kregen en waarschijnlijk nog zullen krijgen. Want voor het gerecht blijft het een, raadsel hoe de daders van die aanslag zo gemakkelijk konden ontsnappen. Hebben ze misschien in de streek van Bergen of Brussel een veilige schuilplaats gekregen tot het gevaar geweken was?

Strafbaar

Het helpen van personen die in België geen strafbare feiten hebben gepleegd, is niet strafbaar, maar men is wel strafbaar wanneer men hulp verleent aan personen die op Belgisch grondgebied misdrijven hebben gepleegd, bijvoorbeeld door hun een schuilplaats te geven.

Vrijdagmorgen werd intussen de 23-jarige Isabella de Andres de Romeo, die ondermeer aan de speurders had verteld dat Michel Graindorge had deelgenomen aan vergaderingen waarbij plannen werden besproken om gevangenen te helpen ontsnappen, door de kamer van inbeschuldigingstelling bij het Hof van Beroep te Brussel, althans wat het eerste dossier betreft, in voorlopige vrijheid gesteld.

Vier andere personen, die betrokken waren bij het tweede dossier, namelijk de ontsnapping van verscheidene misdadigers uit Belgische gevangenissen, bleven echter aangehouden. Het gaat om Mr. Odette Haas, Françoise Villers, Maurice Appelmans en Jacques Roland.

Ook Mr. Graindorge zelf verscheen vrijdag voor de kamer van inbeschuldigingstelling omdat er in zijn zaak nog moest gepleit worden. Men zal echter pas volgende dinsdag uitspraak doen. De man, waardoor de zaak Graindorge aan het rollen ging, François Besse, is intussen nog altijd spoorloos.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 Oktober 1979

879

(84 replies, posted in Bewijsstukken)

Een loden mantel is gemaakt van geweven wol die daarna zwaar gewalkt wordt. Daardoor verdwijnen weefsporen optisch, wordt de stof dicht, wind- en waterafstotend en blijft ze tegelijk ademend. Hierdoor worden deze jassen met jacht en buitenwerk geassocieerd. De stille loop van loden, weinig geritsel, was functioneel voor jagers. De doorsteekzakken geven toegang tot de broek- of binnenzakken zonder de jas te openen.

880

(8 replies, posted in Overzicht Bendes)

Brussels politieman verdacht van "Lada-overvallen"

Sedert enkele weken zit een politie-agent van het Brusselse korps in de gevangenis op verdenking van een aantal misdrijven. De jongste dagen is men hem er echter ook van gaan verdenken de man achter de "Lada-overvallen" te zijn. Hij wordt hierover ondervraagd.

Het betreft een reeks overvallen op benzinestations waarbij telkens een witte Lada werd gebruikt. Aangezien na de moordaanslag op twee politie-agenten in Groot-Bijgaarden, die nog steeds onopgelost blijft, ook een Lada werd gevonden die wellicht door de doders gebruikt was, heeft men een tijdlang rekening gehouden met de mogelijkheid dat de doders tot dezelfde groep behoorden als de daders van de overvallen.

Men gaat er nu in gerechtelijke kringen echter van uit dat de betrokken politieagent niets te maken heeft met de moorden, maar wellicht wel met de overvallen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 December 1989

Schaarbeeks politieman ondervraagd als getuige in Lada-moorden

In verband met de eventuele betrokkenheid van een 36-jarige brigadier van de Schaarbeekse politie bij de zaak van de "Lada-Samara-moorden" heeft het parket van Brussel maandag ontkend dat de man onder aanhoudingsmandaat werd geplaatst in het raam van deze zaak. Hij werd wel ondervraagd als getuige.

Enkele kranten hadden in hun weekend-editie gemeld dat de brigadier sinds eind oktober was aangehouden en opgesloten in de gevangenis van Vorst. Dit feit is op zichzelf niet onjuist, maar geldt wel de beschuldiging valsheid in geschrifte en passieve corruptie van een ambtenaar in de uitoefening van zijn functie.

De politieman werd er van verdacht aan een Joegoslavische misdadiger die uit Lantin was ontsnapt, een bewijs te hebben afgeleverd dat hij zijn identiteitsbewijs was verloren, waardoor de Joegoslaaf zich een "echt" paspoort zou kunnen aanschaffen.

De link met de "Lada-Samara-moordenaar" ontstond toen in het raam van het onderzoek naar de valsheid in geschrifte, in de dienstkast van de politieman een aantal nummerplaten werden aangetroffen van gestolen Samara's. Als klap op de vuurpijl werd in de garage van het commissariaat een gestolen Samara ontdekt.

De "Lada-Samara-moordenaar" wordt in verband gebracht met het neerschieten op 30 oktober 1988 van twee politiemannen van de brigade van Zellik. Daarbij kwam Luc de Lauw om het leven. Zijn metgezel André De Ryck werd levensgevaarlijk gewond, maar kon toch vertellen dat de man die op hem schoot zich verplaatste in een Lada-Samara. Hij had zelfs een aantal cijfers van de nummerplaat kunnen zien.

Ongeveer een maand later, op 1 en 2 november 1988 werd dezelfde wagen opgemerkt bij twee overvallen op benzinestations in het Brusselse. De auto werd tenslotte verlaten aangetroffen nabij het station van Mechelen.

Begin februari 1989 werden opnieuw drie benzinestations overvallen, te Wemmel, Meise en Vilvoorde, waarbij de overvaller zich opnieuw telkens met een Samara verplaatste. Het onderzoek wees uit dat die enkele dagen tevoren te Brussel was gestolen.

Op 17 februari opende de bestuurder van een Samara, die met gedoofde lichten op een bosweg stond te Beersel, het vuur op twee agenten van de gemeentelijke politie die een kijkje wilden komen nemen. De man slaagde erin te ontkomen vooraleer er versterking opdaagde.

Tenslotte werd nog een verband gelegd, op basis van het verslag van de specialisten-ballistiek, tussen de aanslag op de Zellikse politiemannen en de moord op twee Fransen op de parking langs de autoweg naar Bergen te Woutersbrakel.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 December 1989