9,551

(260 replies, posted in Westland New Post)

Eric Lammers werd vrijgesproken voor de moord op Fons Vander Meulen en Francesca Arcoulin. Toen hij naar buiten kwam was de alpinist zijn toekomst kwijt. Vlak voor zijn arrestatie had hij zich ingeschreven aan de ULB om sport te studeren. Daar kwam niks van terecht. Michel Libert vertelde dat hij Lammers in de gevangenis had gekruist, en die had hem toegebeten: "Ze hebben me zonder reden opgesloten. Nu zal ik ze een reden geven om me op te sluiten." Een paar jaar later, in april 1988, vermoordde hij in Antwerpen twee diamantairs die hij gekneveld had met een telefoonsnoer en mogelijk tegenover elkaar had laten knielen zoals de moordenaars in de Herdersliedstraat dat met Fons en Francesca hadden gedaan.

Lammers, die volgens een karatevriend een opmerkelijk hechte band had met zijn vader, ging samen met die vader rotsen beklimmen, karate volgen in de club van Calmette, en hold-ups plegen. Hilde Geens zocht vader Maurice Lammers kort voor het assisenproces van WNP op in zijn garage in Anderlecht. Zijn nieuwe baan beviel hem niet: hij had geen tijd voor zichzelf en wilde zich in de videobranche lanceren. In een stoel hing een kerel met de benen wijdopen, die geen teken van leven gaf. Dat was de beruchte neef van de Albanese peetvader Victor Hoxha, autodief Murat Kapllan. Wat later kwam er iemand langs met een bleek gezicht, die werd voorgesteld als garagist Alain Weykamp, een vriend van Eric Lammers en van Madani Bouhouche en later de werkgever van Lammers' jongere broer Vincent.

Lammers' videoklus werd geen succes. Vader en zoon raakten meer en meer verstikt in de onderwereld, waar hun pad dat van de De Staerke-clan kruiste. De wagen van Lammers werd gesignaleerd voor de deur van Julien De Staerke, toen de politie diens woning observeerde.

De familie trok het noodlot aan. Eric verloor zijn vader, zijn moeder werd doodgereden en zijn twaalf jaar jongere broer, die Eric als een schaduw volgde tot in de misdaad, pleegde zelfmoord. Sindsdien is Lammers alleen op de wereld, een desperado die slimmer is dan gemiddeld, met een kokend karakter, die de maatschappij niet in zijn hart draagt en tot de tanden gewapend door het leven gaat. In de flat in Eindhoven waar hij in maart 1988 werd opgepakt, lagen twee pistolen, een riot gun en een revolver met bijpassende munitie, bivakmutsen, integraalhelmen, handgranaten en handboeiensets. Onder andere.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,552

(187 replies, posted in Westland New Post)

Het einde van Paul Latinus

Op Goede vrijdag 1984 belde Latinus WNP'er Jean-Louis Nemry, die later bij onderzoeksrechter Schlicker verslag uitbracht. Paul, die vaak terneergeslagen was omdat "hij de toestand niet meer onder controle had", was opnieuw in topvorm. Hij had een nieuw vriendinnetje, de dochter van een luchtmachtkolonel uit de buurt van Court, en hij had nog meer goed nieuws. Hij verwachtte de assisenzaak in maart 1985. Het schandaal zou losbarsten. "Deze keer zit de eend in de bijt."

Lees het hele verhaal op de website » Westland New Post

9,553

(187 replies, posted in Westland New Post)

Zo te zien was de maarschalk in april 1984 moederziel alleen, een bijklussende geheim agent op drift. Die maand verzoende hij zich met Mireille en trok op 10 april weer bij haar in. Vanaf dat moment waren er in de straat waar het stel woonde haast dagelijks stroomonderbrekingen, zei een buurvrouw later. Technici herstelden de panne, maar het scenario herhaalde zich.

Als Latinus niet thuis was, kreeg Mireille bezoek van andere mannen, vertelde de buurvrouw. "Ze hadden allebei een vreemd beroep." Cafébazen bevestigden dat Mireille een andere vriend had: een "gedistingeerde" slanke man die Bernard heette en net als Latinus en Mireille alle kroegen uit de streek aandeed, en de verwarmingsinstallateur Pierrrot.

Moeder Latinus gaf andere namen: Michel Libert en commissaris Smets van de Staatsveiligheid. Ze baseerde zich op wat haar zoon verteld had, en die had dat laatste van een Marokkaan die Mireille geobserveerd had bij het stempellokaal. Je moest in die jaren elke dag je kaart laten afstempelen als je werkloos was, en de Marokkaanse stempelaar zou de man beschreven hebben die Mireille daarbij geregeld ontmoette.

De maarschalk had daarin de gehate commissaris herkend. De stempelaar werd verhoord, maar hij had geen onbekende gezien bij Mireille, alleen Paul zelf. De radeloze moeder kwam met een andere nieuwe vriend van Mireille, een dubbelganger van de Franse acteur Bernard Blier. Een WNP'er zei dat de nieuwe vriend iemand van de gerechtelijke politie was.

Latinus brak niet met Mireille om haar valse informatie te voeren, zei hij tegen zijn moeder.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,554

(19 replies, posted in Westland New Post)

Karl Delombaerde was volgens Latinus' moeder de enige in wie haar zoon vertrouwen had, maar Delombaerde vertelde mij [Hilde Geens] dat hij niets snapte van de dingen die Latinus deed. Libert was de commandeur van de WNP gaan zoeken in een van de nazikringloopwinkels die er rond 1980 nog bestonden. Hij was naar de Hertog Jan van Brabant gestapt, een vereniging van gewezen oostfronters, en had aan de secretaris gevraagd of hij geen officier kende die zijn ideaal trouw was gebleven. Die was met de perfecte ideoloog komen aanzetten.

Delombaerde vond het ook bizar dat Latinus eerst een organisatie had opgericht en pas een jaar later een ideoloog was gaan zoeken, maar dat zou hem worst wezen. "Zolang ik zelf recht in mijn schoenen sta, kan het me niet schelen of ik al dan niet gemanipuleerd word", zei hij tegenover Hilde Geens.

De commandeur wist niet wat het doel was geweest van de groep. "Op dat punt bleef Paul in het vage." Delombaerde zag de WNP als een papieren organisatie, waarin alles nog moest gebeuren. Michel Libert had cursussen Keltische filosofie gegeven en een enorm schema uitgestippeld van wie wat moest doen, met een eigen inlichtingen- en politiedienst, en activiteiten op scholen en universiteiten, maar daar was niks van gerealiseerd. De WNP, dat waren de plannen van Michel Libert. Michel Libert was de WNP.

De vuilniszakken vol steekkaarten met persoonlijke gegevens over iedereen die iets te betekenen had in België, hoorden volgens Delombaerde bij de make-up. "De meeste fiches hadden we niet zelf opgesteld. We kregen ze van bevriende of verdwenen organisaties." Dat laatste was een eufemisme. Marcel Barbier bekende tijdens zijn verhoor dat hij het kaartsysteem van het Front de la Jeunesse gejat had voor de WNP, en FJ-leider Francis Dossogne herkende zijn verdwenen klappers toen de speurders ze toonden. Dat archief was een "windscherm om de mensen met wie we te maken hadden de indruk te geven dat we een ernstige beweging waren", zei Delombaerde.

De commandeur was na de oorlog ter dood veroordeeld, maar in 1951 vrijgekomen. In de tweede helft van de jaren 80 woonde hij in een oud flatgebouw in de buurt van de Louizalaan. Op tafel lagen glacépapieren extreemrechtse tijdschriften Delta en Eléments in nette klappers. Op een rek stond een rij boeken. Hij zag me [Hilde Geens] kijken. "De Tischgespräche met de Führer kan ik u warm aanbevelen. Elke alinea is op zichzelf een boek waard." Delombaerde had gevochten aan het Oostfront en zijn bijnaam in de oorlog was Trompe la Mort geweest, de man die de dood voor schut zet. Hij had een lang Modigliani-gezicht, zijn moeder was half Javaans.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,555

(17 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Tipgever Asterix bewoog zich op een terrein waar de wegen van extreem-rechts en de onderwereld elkaar kruisten. En op dat kruispunt vond je een paar bendeverdachten. De vermoorde man kende junks die verdacht werden van misdaden van de Bende van Nijvel. Eén van de beste vrienden van Asterix was Friswa. Friswa pleegde op 8 januari 1988 zelfmoord, volgens documenten in het dossier in "niet verdachte omstandigheden". Hij slikte pillen die bijna een jaar voordien waren voorgeschreven. Het milieu van Friswa, dat in grote mate ook dat van Asterix was, was meteen na de benderaids van 1985 grondig uitgekamd.

BOB'er Charles Toumpsin deed toen onderzoek naar de reus van dit gezelschap. Pol was een bereisd fysiotherapeut die boksles had gegeven aan de Brusselse universiteit, die een zesde dan had in karate en die ooit kampioen was geweest in Canada. Tijdens de oorlog in Vietnam had hij daar rondgehangen. Toumpsin had de zeer lange heroïnespuiter nog achtervolgd, wat hem niet was gelukt omdat de man door de straten van Brussel vloog.

Toumpsin en andere speurders vielen eind november 1985 binnen bij het gezelschap dat uitzwierf over de brocantezaken van de Marollen tot in de Pili Pili in een steegje achter de Grote Markt van Brussel, waar Pol volgens sommige bekendstond als de schrik van de Kaasmarkt, en volgens anderen als iemand die behulpzaam was en geschillen regelde.

In de steeg troffen ze een gepensioneerde vrouw aan, een oude bekende uit de De Staerke-clan. Ze verbleef in een krot van twee verdiepingen tussen immense rommel en viezigheid. Midden in de kamer stond een gasvuur waarvan de pitten brandden, maar een kok was nergens te bekennen.

Dezelfde dag deden de speurders een huiszoeking bij Friswa in Anderlecht, waar ze vier matrakken vonden en een mes. Friswa kende Pol al vijftien jaar, maar hij had hem al twee maanden niet meer gezien. De bodyguard leefde van de bijstand en schnabbelde als muzikant, en soms in reclamespots voor de televisie.

Nog diezelfde dag vielen ze binnen bij de toubib, de medicijnman, die in het ziekenhuis lag. Toubib Michel, een fysiotherapeut, was verontwaardigd. Hij was interessant omdat de getuige van de dumping aan de zwaaikom in Ronquières had opgevangen dat een van de mannen die hij had opgemerkt met die 'Daniel', werd aangesproken als 'Toubib'.

Toen Pol werd opgepakt, kreeg hij afkickverschijnselen. Hij woonde met zijn vriendin bij zijn ouders. Zijn leverancier wilde hij niet noemen en in de cafés aan de Kaasmarkt kwam hij niet meer. Hij had in New York en Toronto gestudeerd en in Rome gewerkt. In Overijse kwam hij nogal eens. Een van zijn vrienden had er het restaurant aan de Delhaize overgenomen.

De reus en zijn eveneens verdachte vrienden hadden er eens goed om gelachen dat de speurders hen beschouwden als leden van de Bende van Nijvel. De meeste betrokkenen zaten in de gevangenis bij de benderaids. Bij deze grootscheepse actie van Toumpsin en co. in het junkenmilieu kwamen er drugs, drank en wapens boven water, maar niets wat leidde naar de Bende van Nijvel.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,556

(125 replies, posted in Plaatsen)

Een schematisch overzicht van de link tussen De Pomp en de overval in Waver. Ik heb geprobeerd mij beperken tot de hoofdrolspelers. Zelf zie ik al één minpunt: de Staatsveiligheid wordt niet genoemd terwijl zowel Loc als Van Cutsem in contact zouden staan met de Staatsveiligheid.

http://i55.servimg.com/u/f55/11/22/12/24/de_pom10.jpg

Er zijn twee groene vlakken: dit zijn twee mogelijke teams die de overval in Waver hebben gedaan. De rechtstreekse lijn tussen Waver en De Pomp is de informatie van Bultot: in De Pomp zouden de wapens van Dekaise verstopt zijn na de overval.

Moest ik ergens iets vergeten zijn of als er een bepaalde link niet juist is, laat het dan zeker weten.

9,557

(16 replies, posted in 1980-1989)

Nee, Pierre Dumont linkt wel degelijk de overval in Sint-Lambrechts-Woluwe aan de Bende van Nijvel:

"Op 21 januari 1983 is de Delhaize aan de George-Henrilaan in Woluwe overvallen, en daarbij is een gewapende bende gaan lopen met een buit van 1.3 miljoen frank. Was dat de Bende van Nijvel? In elk geval was dat de eerste gewapende overval op een warenhuis in België. Het was de eerste keer dat een bende het gemunt had op de koffers en niet op de waren, en dat ze met geweld zijn binnengedrongen. Dat was drie weken voor de hold-up in Genval, waar de bende die de naam 'Van Nijvel' kreeg, met zevenhonderdduizend frank is gaan lopen. Die allereerste overval, waarbij geen schot is gevallen, is nooit opgehelderd."

Lees hier het volledige interview met Pierre Dumont » Motief

9,558

(51 replies, posted in Westland New Post)

Paul Latinus reed als bode van de Syrisch-Saoedische advocaat en geheim agent Faez Al Ajjaz elke week naar Parijs. Al Ajjaz woonde in België van 1980 tot 1983 en probeerde hier samen met zijn broer een inlichtingendienst op te zetten "voor verschillende buitenlandse mogendheden", zei Albert Raes tegen de Gladiocommissie. Tegenover de eerste parlementaire onderzoekscommissie verklaarde de baas van de Staatsveiligheid dat zijn dienst er nooit in geslaagd was te bepalen welke nationaliteit die man eigenlijk had. Hij had geen diplomatie statuut en was enorm strijdlustig.

"We hebben de indruk dat hij van vele walletjes eet." Faez beschikte over reusachtige financiële middelen en de Staatsveiligheid had informatie dat hij het Front de la Jeunesse gefinancierd zou hebben. Nadat Faez werd veroordeeld voor oplichting van de verzekering, vertrok hij met onbekende bestemming, maar hij kwam nog vaak in Brussel. De moslim gaf bij Georges Marnette toe dat Latinus mensen voor hem bespioneerd had, maar minimaliseerde hun contact: de foto's van de maarschalk waren onbruikbaar. Faez repte met geen woord over de klussen die de WNP voor hem zou uitgevoerd hebben, zijn appartement schoonmaken bijvoorbeeld.

"Toen Latinus bij WNP kwam aanzetten met Faez, zei hij dat hij de nummer één ging worden van de spionage in België", vertelde Libert. De Syriër had een ander verhaal. Hij probeerde van de berooide WNP-leider af te komen en hem door te geven aan zijn eigen politiecontacten en kaartte hem aan als informant bij de BOB-adjudant Guy Goffinon, maar dat werd geen succes.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,559

(6 replies, posted in Gladio - Staatsveiligheid)

De gepensioneerde militair Antione Delsaut had van het parket van Brussel een vergunning gekregen voor het bezit van niet minder dan veertien wapens. De dag voor de overval in Aalst - 8 november 1985 - vroeg Jean Bultot aan Delsaut of hij hem niet aan een uzi kon helpen. Hij zou cash betalen, liefst een bedrag van omgerekend 500 euro, maar als het niet anders kon zou hij er 900 ophoesten. Een van zijn vrienden had dat dringend nodig. De persoon die ervoor had moeten zorgen, was niet komen opdagen. "Er is haast bij, anders zit ik in de stront. Ik weet niet waar ik het moet halen, maar ik moet het absoluut hebben, ik bel vanavond of morgen voor elf uur." Iets van dien aard.

Rond 19.50 uur belde Bultot Delsaut opnieuw. Hij zou aan een Vigneron 9mm of Ingram 9mm kunnen komen, maar hoopte toch nog op iets anders, want ze waren te duur. Maar als er niets anders was, dan moest het maar. Hij zou zich opnieuw melden rond elf uur op 9 november. Bultot telefoneerde inderdaad, en Delsaut zei dat hij niet gevonden had.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

9,560

(201 replies, posted in 1983)

Na september 1988 liep het onderzoek naar de moord op Szymusik volgens het commissieverslag in de richting van een pak latere bendeverdachten: WNP'ers Eric Lammers, de De Staerke-clan en een stel vroegere BOB'ers van Brussel. (...) Aan de overkant van de juwelier lag een disco, waar WNP'er Eric Lammers gewerkt zou hebben. Volgens de parlementaire onderzoekscommissie hadden de speurders geprobeerd om uit te maken of er een verband kon worden gelegd tussen de moord op Szymusik en sommige leden van WNP. Met dit onderzoek kwam men volgens het verslag een stuk minder ver dan met het onderzoek naar de zogenaamde Brusselse connectie.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

De Brusselse connectie:

In die vage connectie noteerde de commissie de namen Jean Bultot, van Léon De Staerke en van de maîtresse van een ex-magistraat uit hetzelfde milieu. Uit gesprekken met informanten kon volgens de politieman uit dit onderzoek worden opgemaakt dat Bultot, Beijer en Bouhouche deel uitmaakten van de organisatie, en wel in functie van zowel "hun persoonlijke vakbekwaamheid als van het vertrouwen dat men in hen stelde. Beijer zou de gesprekspartner van de Antwerpse diamantairs geweest zijn. Bouhouche zou de strategie uitgewerkt hebben. Bultot zou, dankzij zijn talrijke relaties, zijn kennis van de wapens en zijn uitgesproken zin voor geweld, de uitvoering van de gewelddaden op zich genomen hebben, zonder daaraan echter zelf deel te nemen".

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

(...) De commissie kon de waarden van de verslagen niet bepalen. Daar waren redenen voor. Sommige bronnen werden met naam en toenaam genoemd, maar andere bleven volstrekt duister. Van een systematische en doorgedreven verificatie in België en in Italië was meestal geen sprake. Bovendien werd het hele Szymusik-onderzoek jarenlang door één speurder gedaan en die had niet alles consequent schriftelijk gerapporteerd, maar daar hadden de verantwoordelijke magistraten kennelijk geen probleem in gezien, meende de commissie.

De speurder had misschien goede redenen om in zijn eentje te opereren. Het is veelzeggend dat die man net als Marius Szymusik en zijn nichtjes in het parlement heel uitvoerig maar achter gesloten deuren werd verhoord, en de commissieleden zelf wilden over getuigen niet meer kwijt dan wat in hun rapport stond. Ik [Hilde Geens] moest hen zelf maar opzoeken, er was echt een reden om bang te zijn in dit onderdeel van het dossier.

Het ergste was dat de betrokken speurder zijn eigen collega's niet vertrouwde. Volgens het commissieverslag had "de organisatie overal haar mannetjes geplaatst: in de administratie, bij de balies, bij de politie." Ze was actief in de illegale handel in diamanten, maar ook in die in drugs en wapens, in luxeauto's en kunst. De moord op de Szymusiks paste in het kader van een belangrijke illegale goud- en diamanthandel die sinds de jaren '60 tussen Antwerpen en Milaan bestond en die door de Italiaanse maffia werd gecontroleerd.

De betrokken politieman zag volgens het rapport gelukkig zelf ook wel in dat hij baggerde door drijfzand. "Zonder het te beseffen werkte ik misschien met een informant die doodgewoon een tussenpersoon was van de organisatie", had hij toegegeven. Maar het drijfzand had een aantal mensen opgeslokt. Niet alleen het echtpar Szymusik zou zijn geliquideerd door de Italiaanse maffia, maar ook een andere juwelier, plus nog iemand "die te veel af wist van de illegale juwelenhandel en bereid was me een aantal zaken te onthullen".

"Meermaals bleken onze informatiebronnen opgedroogd net op het ogenblik dat we een betekenisvolle vooruitgang hoopten te boeken. Aangezien al onze informanten al te voortijdig overleden, waren wij niet in staat om de gangen van wie dan ook grondig na te gaan", besloot de speurder.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens