De vondst in Ronquières blijft één van de meest vreemde gebeurtenissen in het Bende-dossier. Ik heb geprobeerd om een tijdlijn te maken op basis van de bestaande informatie. Deze tijdlijn kan je hier lezen » Onderzoek
You are not logged in. Please login or register.
Bende van Nijvel → Posts by Ben
De vondst in Ronquières blijft één van de meest vreemde gebeurtenissen in het Bende-dossier. Ik heb geprobeerd om een tijdlijn te maken op basis van de bestaande informatie. Deze tijdlijn kan je hier lezen » Onderzoek
Jacques De Vlieghere verwerpt kritiek op Staatsveiligheid
voor de Parlementaire Commissie voor het Banditisme bevestigde Jacques De Vlieghere (56), thans directeur-generaal van de strafinrichtingen, maar tot voor kort nog administrateur-adjunct van de Staatsveiligheid, dat zijn diensten diverse malen de justitiële overheid hadden verwittigd over de vlucht van Jean Bultot naar het buitenland. Bultot, die momenteel in het weekblad'' Blik" uitpakt met opmakende verklaringen over de Bende van Nijvel, is de gewezen gevangenisdirecteur van Sint-Gillis die daags na de arrestatie van ex-BOB'er Madani Bouhouche, eind februari 1986, naar Paraguay vluchtte.
“We hebben zelfs de dag, het uur, het vliegtuig medegedeeld meegedeeld aan de in dit geval betrokken diensten.” Jacques De Vlieghere gaf te kennen dat het de Staatsveiligheid niet meer zo interesseert wat er achteraf met de verstrekte inlichtingen gebeurt.
Op de vraag of op het toenmalige departement van justitieminister Jean Gol niet een zekere magistraat Claude Leroy (die zich nu ook in Paraguay zou bevinden) werkte, trok Jacques De Vlieghere zijn schouders op. Alsof hij daarmede wilde beduiden dat dit naast de kwestie was.
Ex-BOB'ers
Even kwam donderdagnamiddag ook de naam van Martial Lekeu, de gewezen Brusselse BOB'er die nu in Florida verblijft, ter sprake. "Over die Lekeu hadden we geen informatie", antwoordde Jacques De Vlieghere. "Vraag zulks aan de rijkswacht".
De vroegere adjunct van administrateur-generaal Raes betreurde de kritiek die de Staatsveiligheid de voorbije maanden te likken kreeg. "Zeer ten onrechte", zei Jacques De Vlieghere, die met verheffing van stem ontkende dat de Staatsveiligheid ooit garageboxen heeft gehuurd. Daarmee weerlegde hij beweringen van ex-BOB'ers die hadden aangevoerd dat de Staatsveiligheid meer afwist van auto-boxen waarin voertuigen en wapens werden ondergebracht die verband hielden met de Bende van Nijvel.
Roze Balletten
De Vlieghere werd gisterennamiddag ook ondervraagd over het dossier van dr. Pinon dat betrekking heeft op de roze balletten in Waals-Brabant waaraan hooggeplaatsten zouden hebben deelgenomen met minderjarige jongens en meisjes. De Vlieghere antwoordde dat bij zijn weten er bij de Staatsveiligheid geen dossier met die naam bestaat. Wel gaf hij toe dat in verband met dit dossier commissaris Smets van de Staatsveiligheid in opspraak werd gebracht. De Vlieghere stelde veel onzin wordt uitgekraamd: “Commissaris Smets heeft voldoende inlichtingen gegeven over zijn relaties met dr. en mevr. Pinon. Ik ben het beu dat de naam van de commissaris voortdurend door het slijk wordt gesleurd".
Over het afluisteren van telefoongesprekken zei De Vlieghere dat zoiets bij de Staatsveiligheid niet wordt gedaan. Niettemin is hij er een grote voorstander van in de strijd tegen het grote banditisme en terrorisme. Ook is hij gewonnen voor een degelijke controle op de Staatsveiligheid en de oprichting van een zogenaamde veiligheidsraad met een beperkt aantal verantwoordelijke personen.
Op het einde van de zitting werd de zaak-Latinus ten tonele gevoerd. “Over de feiten zelf”, aldus Jacques De Vlieghere, “spreek ik me niet uit. Ik weet wel dat Latinus een sleutelfiguur was. In zijn eigen kringen van Westland New Post had hij zich echter ook vijanden gemaakt".
Getuige sprak zijn voldoening uit dat het dossier-Latinus werd heropend. De Commissie Banditisme heeft nog veel werk voor de boeg. Zo zullen als getuigen nog worden opgeroepen: commissaris Smets van de Staatsveiligheid, lt-generaal Berckmans, algemeen bevelhebber van de rijkswacht, twee andere agenten van de Staatsveiligheid, onderzoeksrechter Hennart en substituut Van Lierde van het parket van Nijvel, François Raes, de ex-BOB'er die de zaak-François aan het licht bracht, enzovoorts. De Commissie hoopt haar werkzaamheden toch eind juni te kunnen afronden.
Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Juni 1989
Alle commissariaten van de gemeentepolitie zullen weldra over een wapenkamer of brandkast moeten beschikken. Daarin zullen alle wapens en munitie worden gestopt, net als vertrouwelijke documenten en plannen over alarmsystemen van burgers of bedrijven die hun privé-alarrn aansluiten op dat van de politie. (...)
Lees hier het hele artikel uit 1993 » Nieuws
Aangehouden rijkswachtkapitein ontkent afpersing
Over de poging tot geldafpersing waaraan de 36-jarige rijkswachtkapitein Jacques R. uit Jemeppe-Sur-Sambre, zich schuldig zou hebben gemaakt, werd donderdag bij het krijgsauditoraat te Brussel de grootste voorzichtigheid aan de dag gelegd.
Volgens krijgsauditeur Van Winsen zou de rijkswachtofficier, die tweede in bevel is van het rijkswachtdistrict Waver, wel eens het slachtoffer kunnen zijn van een hetze.
Indien de kapitein in de gevangenis werd opgesloten is het niet omdat hij schuldig is, maar wel omdat zo het verdere onderzoek kan worden vergemakkelijkt. In elk geval ontkent Jacques R. de hem ten laste gelegde feiten.
Men gaat nu na of de kapitein inderdaad heeft gepoogd 7 miljoen fr. af te persen van een kaderlid van een bekende brouwerij, die een vrouwe bezoeker was van een wulpse bar op het grondgebied van Waver. Tijdens een van zijn bezoeken zou het kaderlid op een vel papier hebben neergeschreven wat hij zoal van de aanwezige hostessen wenste te bekomen. Die papiertje kwam in handen van de Zaïrese uitbaatster van de bar, met wie de thans gearresteerde rijkswachtkapitein al jaren goed bevriend is.
Intussen stelde het kaderlid van de brouwerij zich burgerlijke partij. Meer dan eens zou hij de stem van kapitein Jacques R. hebben herkend toen hij via de telefoon de 7 miljoen fr. opeiste.
De industrieel in kwestie werd er immers mee bedreigd dat het compromitterend papiertje “met zijn wensen tegenover het personeel van de bar” aan zijn echtgenote zou worden overgemaakt indien hij zou weigeren de 7 miljoen fr. te betalen.
Voorts zou de kapitein in het bezit zijn gevonden van twee telefoonkaarten die zijn schuld zouden kunnen bewijzen. Bij het krijgsauditoraat wordt in afwachting van het verder onderzoek, toch enigszins aan de werkelijke schuld van de rijkswachtofficier getwijfeld.
Twee meisjes van de bar te Waver zouden de rijkswachtkapitein niettemin hebben beschuldigd. Maar Jacques R. ontkent de hem ten laste gelegde beschuldigingen.
Anoniem
Jacques R. is de officier die van hogerhand werd aangeduid om naar Paraguay te gaan, waar hij samen met een Brusselse BOB’er de ex-gevangenisdirecteur Jean Bultot moest verhoren. Verder was hij vooral belast met het onderzoek in de moord op Juan Mendez, die bij FN te Herstal verantwoordelijk was voor de wapenverkoop aan Zuid-Amerikaanse landen.
Liep Jacques R. in de val die door internationale wapensmokkelaars werd opgezet of gaat het om een pure weerwraak van een jaloers iemand die ook naar de gunsten dong van de Zaïrese schoonheid, die de bar exploiteerde?
Hoe dan ook, Jacques R., gehuwd en vader van twee kinderen, zit in slechte papieren. Bekend is dat hij meer dan bevriend was met de Zaïrese vrouw.
De rijkswacht kende reeds eerder moeilijkheden. Vorig jaar kreeg luitenant-generaal Bernaert, bevelhebber van de rijkswacht, immers een anonieme brief waarin het gedrag van kapitein R. aan de kaak werd gesteld. De Zaïrese vrouw, vooraan in de dertig, met wie hij goede relaties onderhield, was reeds veroordeeld wegens het uitbaten van een ontuchthuis.
Ze zou België ondertussen al hebben verlaten.
Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Juli 1987
Waarom zou iemand met de functie van handelsingenieur bij een wapenfabriek zijn carrière riskeren om misdaden te plegen?
Het is een argument dat in dit topic al een aantal keer aan bod is gekomen maar het antwoord is heel simpel: geld. Mendez verkeerde in constante geldnood. Dat is een feit.
In dat verband is het verhaal van Jacques Dehasse uitermate interessant omdat het gelijkenissen zou kunnen vertonen met het verhaal van Mendez.
Dehasse was als handelsafgevaardigde tewerk gesteld bij de verzekeringsmaatschappij Assubel, waar hij 400.000 frank per maand (!) verdiende. Door zijn beroepsactiviteiten kwam Dehasse in het bezit van de adressen van verschillende rijke klanten.
Tijdens zijn proces in 1985 verklaarde de onderzoeksrechter dat Dehasse ondanks een rijkelijk inkomen van 400.000 frank per maand, toch met financiële problemen kampte. Deze hielden voor een groot deel verband met een villa die hij te Plancenoit had laten optrekken. Hiervoor had hij in 1971 een lening van 5 miljoen frank aangegaan. De afbetaling hiervan ging echter zijn middelen te boven, zodat hij verplicht werd zijn villa te verkopen.
Het volledige verhaal van Jacques Dehasse kan je hier lezen » Forum
De "bende Goedleven" bestaat uit twee delen.
EERSTE BENDE
In 1969 pleegde Serge Goedleven twee overvallen op Delhaize-warenhuizen in het Luikse. Hij deed dit samen met vier bendeleden, waaronder Maximilien Pascal, een gewezen huurling, die onder andere in contact stond met Istvan Farkas en verschillende leden van de bende rond Philippe De Staerke. Hij pleegde in mei 1987 zelfmoord. De bende werd in juli 1970 veroordeeld voor de gepleegde feiten.
Leden:
Achour Bouagab
Bela Szabados
Serge Goedleven
Van Nieuwenhuyzen
Feiten:
Luik: 9 Augustus 1969; Gewapende overval op het Delhaize-warenhuis aan de Rue Grety » Forum
Luik: 17 Februari 1968: Gewapende overval op het Delhaize-warenhuis aan de Rue Marengo » Forum
Hold-up te Wezembeek-Oppem
Gewapende overval in een bijhuis van de Algemene Bankmaatschappij te Brussel
Gewapende overval te Leuven
Overvallers op winkels te Luik geïdentificeerd
Nadat verscheidene inspecteurs van de gerechtelijke politie van Luik en Brussel een gezamenlijk onderzoek van verscheidene maanden hadden ingesteld, kon worden overgegaan tot de identificatie en aanhouding van twee mannen, die gewapende overvallen op de Delhaize-warenhuizen, gelegen aan de rue Marengo en de rue Gretry te Luik. Een van de bandieten, Serge Goedleven (30), verdachte in de zaak van de rue Grety (9 augustus 1969). Hij werd daags na de feiten aangehouden.
Lange tijd beweerde Goedleven dat zijn rol beperkt was tot het aanwijzen van de zaak aan twee Zwitsers. Nu heeft hij zijn medewerking aan deze hold-up toegegeven. Hij was vergezeld van de Fransman Achour Bouagab (26), genaamd “Le Kabyle”, die sedertdien voortvluchtig is en door de politie van gans Europa wordt opgespoord. De buit bedroeg 1.200.000 fr.
Goedleven gaf ook de hold-up van de rue Marengo toe (gepleegd op 17 februari 1968), dit keer samen met de vaderlandsloze Bela Szabados, genaamd “Bill, de Hongaar”, en Maximilien Pascal (26), wonende Albertlaan te Vorst. Deze twee medeplichtigen zijn ook opgesloten. “Bill, de Hongaar” en Goedleven zijn ook schuldig aan een hold-up te Wezembeek-Oppem (buit 400.000 fr.), aan een gewapende overval in een bijhuis van de Algemene Bankmaatschappij te Brussel, en aan een overval te Leuven.
Bron: Gazet van Antwerpen | 15 November 1969
Beroepsdief Serge Goedleven zwaar gestraft
Woensdag heeft de Correctionele Rechtbank van Luik vonnis geveld in de zaak ten laste van Serge Goedleven, uit Wezembeek-Oppem, dader, mededader of medeplichtige van twee diefstallen gepleegd ten nadele van twee Luikse warenhuizen, en van een gewapende overval te Wezembeek-Oppem, waarbij de daders met drie miljoen fr. aan de haal gingen. Serge Goedleven werd veroordeeld tot 14 jaren gevangenisstraf (de straf wordt tot 10 jaar verminderd in toepassing van de wet op de samenvoeging van straffen) en 2.000 fr. boete.
De voortvluchtige Algerijn Achour Bouagab kreeg 12 jaar (in feite en dit wegens dezelfde reden 10 jaar). De Hongaar Bela Szabados kan het stellen met 5 jaar, terwijl Maximilien Pascal 4 jaar kreeg en Van Nieuwenhuyzen 18 maanden en 4.000 fr. boete.
Bron: Gazet van Antwerpen | 31 Juli 1970
TWEEDE BENDE
De tweede bende van Serge Goedleven was actief van 20 oktober 1981 en de laatste op 31 december 1981. Ze pleegde vooral overvallen op bedrijven en villa's. Ze kregen hun tips van Jacques Dehasse, die voor een verzekeringsmaatschappij werkte. Ze stonden begin 1985 terecht voor het assisenhof van Brussel.
Leden:
Serge Goedleven
Marc Van Impe
Jacques Dehasse
Feiten:
Zeven gewapende overvallen gepleegd in het Brusselse en elders, de eerst op 20 oktober 1981 en de laatste op 31 december 1981.
20 Oktober 1981: Overval op het echtpaar Gliksberg-Thiriard aan de Hamoirlaan te Ukkel.
27 November 1981: Overval op een vrouw waarbij de vrouw op het bed werd vastgebonden. Van Impe en Goedleven legden er beslag op beeldjes voor een waarde van 500.000 fr., enkele juwelen en 40.000 fr.
4 December 1981: Een diefstal met geweld te Waterloo op de zetel van de pvba MPS, beheerd door Mw. Sobieski. De vrouwen werden verplicht tegen de muur te staan en hun juwelen op een bureautafel neer te leggen. De daders legden eveneens beslag op de inhoud van hun handtassen. Na de telefoondraden te hebben losgerukt, sloegen de overvallers op de vlucht.
22 December 1981: Overval omstreek 18u te Watermaal-Bosvoorde. De echtgenoten Naparsteck, die een pelswinkel uitbaten in de Agora-galerij te Brussel, waren die avond met hun wagen naar huis teruggekeerd. De man was nog in het bezit van de inkomsten van de dag, een bedrag van 100.000 fr. Voor de daders vertrokken, werden de telefoondraden uitgerukt.
30 December 1981: Overval ten huize van de h. Kilbert aan de Ridderlaan te Wemmel. Goedleven en Van Impe legden er beslag op juwelen voor een waarde van 1 miljoen fr., een ets van Salvador Dali en op 1 miljoen lire.
31 December 1981: Overval omstreeks 18u in de ruime villa aan de Braziliëlaan te Brussel. Goedleven en Van Impe wisten via Dehasse dat Mw. Goffer een luxewinkel uitbaatte aan de Louisalaan te Brussel.
Drie overvallers voor Brabants Assisenhof
Het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Jans, behandelt vanaf maandag 18 februari het proces van drie mannen die in 1981 in het Brusselse een zevental overvallen pleegden. Het betreft de 45-jarige Serge Goedleven, uit Genappe, de 38-jarige Mare Van Impe, eveneens uit Genappe, en de 41-jarige Jacques Dehasse uit Ukkel. De beklaagden sloegen meestal toe in luxueuze villa's te Ukkel, Anderlecht, Brussel, Waterloo, Wemmel en Watermaal-Bosvoorde. Telkens gebruikten ze zware pistolen. Hun slachtoffers werden in verschillende gevallen vastgebonden en onder bedreiging verplicht een brandkast open te maken.
De daders legden daarbij beslag op aanzienlijke sommen geld or belangrijke partijen juwelen. Twee vrouwelijke slachtoffers liepen als gevolg van de doorstane angst blijvende werkonbekwaamheid op. Een van deze vrouwen zal voor de rest van haar leven psychisch gestoord blijven. De overvallen werden uitgevoerd door Goedleven en Van Impe. Dehasse van zijn kant was bij het bouwen van een dure villa zodanig in financiële moeilijkheden geraakt dat hij als tipgever voor de twee andere beklaagden optrad, door hun de namen en adressen bekend te maken van de rijkste klanten van de financiële instelling waarvoor hij werkte.
Goedleven wordt verdedigd door Mr. Anne Kryvine. Van Impe door Mr. Guy Delfosse en Dehasse door Mrs. Guy François, Joëlle Noël en Martine Van Praet, terwijl advocaat-generaal Jaspar optreedt voor het openbaar ministerie. Er worden een zestigtal getuigen ondervraagd en de debatten zullen twee weken in beslag nemen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Februari 1985
Eén tipte, twee roofden
Voor het Hof van Assisen van Brabant voorgezeten door raadsheer Jans begon maandag het proces van de 45-jarige Serge Goedleven, vervoerder, uit Genappe (Baisy-Thy), de 38-jarige Marc Van lmpe, zandbewerker, ook uit Genappe en de 41-jarige Jacques Dehasse uit Ukkel.
Goedleven wordt verdedigd door Mr. Anne Kryvine, Van Impe door Mr. Guy Delfosse en Dehasse door Mr. Guy François. Mr. Joelle Noël en Mr. Martine Van Praet. Het Openbaar Ministerie wordt vertegenwoordigd door advocaat-generaal Jaspar. De jury is samengesteld uit tien vrouwen en twee mannen.
Serge Goedleven is een van de zes kinderen die zijn moeder bij verscheidene mannen kreeg. Reeds op 2-jarige leeftijd werd hij in een tehuis geplaatst. Van zijn zesde tot achttiende jaar werd hij in het Jules Lejeune-tehuis te Manage opgevoed. Daarna ging hij bij een van zijn zusters inwonen.
Goedleven werd meerdere keren veroordeeld voor diefstal, inbraak en heling. Goedleven begon van zijn 14de jaar af te werken, op 25-jarige leeftijd kocht hij een vrachtwagen en begon voor eigen rekening als vervoerder te werken.
Marc Van Impe is de oudste van tien kinderen, de eerste vijf kinderen zijn van onbekende vaders. Van Impe kreeg lager middelbaar onderwijs en ging toen met zijn stiefvader samenwerken om later een zelfstandige aannemer te worden. Hij trad in het huwelijk met een vrouw die hem later een dochtertje schonk.
Jacques Dehasse tenslotte werd uit een niet gehuwd Israelisch paar geboren. Om zijn bescheiden oorsprong te doen vergeten, wist hij later door hard werken een schitterende situatie te verwerven bij een verzekeringsmaatschappij. Dehasse trad in 1962 in het huwelijk en werd vader van een zoon. In 1971 liet hij zich te Plancenoit een villa bouwen, waarvoor hij een lening van 5 miljoen frank diende aan te gaan. Het terugbetalen van deze lening ging zijn middelen te boven zodat hij de villa tenslotte moest verkopen.
De hoofdfeiten waarvoor zij terecht taan zijn vooral zeven gewapende overvallen gepleegd in het Brusselse en elders, de eerst op 20 oktober 1981 en de laatste op 31 december 1981. De overvallen waren het werk van Goedleven en Van Impe na tips van Dehasse. Deze was immers handelsafgevaardigde bij een verzekeringsmaatschappij. Als dusdanig kreeg hij contacten met heel wat gefortuneerde mensen. Dehasse koos de rijkste klanten als toekomstige slachtoffers uit.
Hij maakte de adressen van deze personen telkens aan Goedleven en Van Impe over. Zulks verklaart waarom laatst vernoemden erin slaagden met ettelijke miljoenen aan geld en juwelen aan de haal te gaan.
Twee van de slachtoffers, nl. Mw. Goffer te Brussel en Mw. Thiriard te Ukkel werden door Goedleven en Van Impe zodanig gebrutaliseerd dat ze een blijvende werkonbekwaamheid opliepen. Volgens de psychiater zal Mw. Thiriard als gevolg van de doorstane angst voor de rest van haar leven psychisch gestoord blijven.
Goedleven en Van Impe worden er eveneens van beschuldigd, 13 diefstallen met inbraak te hebben gepleegd, overwegend in het Brusselse maar ook in Bleiswijck (Nederland) en Gembloers. Ze worden eveneens beschuldigd van valsheid in geschrifte toen ze gestolen cheques gingen verzilveren.
Vandaag begint het getuigenverhoor.
Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Februari 1985
Dehasse voelde zich gegijzeld door Goedleven en Van lmpe
Omdat Goedleven een en ander wist van het niet al te proper verleden van Dehasse, voelde deze laatste zich a.h.w. door eerstgenoemde gegijzeld. Dat liet Dehasse in ieder geval gisteren duidelijk verstaan bij zijn ondervraging door de voorzitter van het Brabants assisenhof.
Eerst kwam onderzoeksrechter Wezel vertellen hoe Goedleven en Van lmpe konden aangehouden worden. Dat gebeurde na een diefstal met geweld op 4 december 1981 te Waterloo op de zetel van de pvba MPS, beheerd door Mw. Sobieski. Tijdens deze overval werden drie vrouwen onder bedreiging met pistolen verplicht hun juwelen voor een waarde van 1 miljoen frank af te geven.
De politie kwam erachter dat de daders, Marc Van lmpe en Serge Goedleven waren. Beiden konden vrij vlug worden ingerekend en verklaarden toen dat ze het adres van hun slachtoffers hadden bekomen an Jacques Dehasse.
Deze laatste was als handelsafgevaardigde tewerk gesteld bij de verzekeringsmaatschappij Assubel, waar hij 400.000 frank per maand verdiende. Door zijn beroepsactiviteiten kwam Dehasse in het bezit van de adressen van talrijke klanten. Zelf van joodse oorsprong, speelde hij bij voorkeur adressen door van erg rijke joodse families.
Goedleven en Van Impe wisten dat Dehasse betrokken is geweest in een zaak van gestolen checks en Dehasse was bang door hen te worden verklikt.
De onderzoeksrechter verklaarde dat Dehasse ondanks een rijkelijk inkomen van 400.000 frank per maand, toch met financiële problemen kampte. Deze hielden voor een groot deel verband met een villa die beklaagde te Plancenoit had laten optrekken, hiervoor had hij in 1971 een lening van 5 miljoen frank aangegaan. De afbetaling hiervan ging echter zijn middelen te boven, zodat hij verplicht werd zijn villa te verkopen.
In dezelfde periode maakte Dehasse kennis met een zekere Bruno Rebillard, een beruchte dief die thans in een Spaanse gevangenis zit opgesloten. Hij stelde Dehasse voor om met gestolen cheques te werken.
Steeds via Rebillard werd Dehasse later bereid gevonden de identiteit op te geven van verschillende rijke mensen, die over dure wagens beschikten, met de bedoeling deze te stelen en te verkopen in Marokko of in het Midden-Oosten. Ook voor het verstrekken van deze inlichtingen kreeg Dehasse nog eens 100.000 frank aangeboden.
Rebillard trad meestal op in het gezelschap van beklaagde Goedleven: zodoende was deze op de hoogte van het verleden van Dehasse, en kon hij hem ertoe bewegen de adressen van rijke personen door te geven.
Tijdens de namiddagzitting werden dinsdag drie commissarissen van de gerechtelijke politie te Brussel en Nijvel als getuigen ondervraagd. Het betreft de h. h. Michel Nardin, Luc Verzonnen en Daniël Cheville. Getuigen brachten niet alleen inlichtingen over de zeven hoofdfeiten waarvoor de beklaagden terecht staan, maar eveneens over 13 andere feiten, overwegend diefstallen met braak of heling, gepleegd in het Brusselse, in Bleiswijck (Nederland) en in Gembloers.
Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Februari 1985
Commissarissen met details over de brutale overvallen
In het proces van Serge Goedleven, Marc Van lmpe en Jacques Dehasse die beschuldigd worden van deelneming aan verscheidene overvallen of diefstallen in Brussel en omgeving, werd woensdagmorgen eerst adjunct-commissaris Guido Van Wymersch gehoord.
Hij verschafte inlichtingen over de overval van 27 november 1981 door Van Impe en Goedleven als gevolg van een tip van Dehasse. Bij die overval werd Tania Rubinstein op bed vastgebonden en later naar de toiletten gebracht.
Van Impe en Goedleven legden er beslag op beeldjes voor een waarde van 500.000 fr., enkele juwelen en 40.000 fr.
Na hem kwam commissaris Roger Verboven. Hij trok naar Watermaal-Bosvoorde waar het echtpaar Naparstek door Van Impe en Goedleven werden overvallen. De man, een pelshandelaar van wie de winkel in de Agora-galerij te Brussel is gevestigd, was nog in het bezit van de inkomsten van de dag, een bedrag van 100.000 fr
Van Impe en Goedleven namen hem het geld af en legden eveneens beslag op een partij juwelen. De derde getuige, adjunct-commissaris Jacques Bourgeois uit Ternat, werd belast met een onderzoek naar de overval van 30 december 1981 ten huize van de h. Kilbert aan de Ridderlaan te Wemmel. Goedleven en Van Impe legden er beslag op juwelen voor een waarde van 1 miljoen fr., een ets van Salvador Dali en op 1 miljoen lire.
Commissaris Gerard Noon, die eveneens getuigde, begaf zich naar de Braziliëlaan te BrusseI waar Mw. Goffert door Van Impe en Goedleven werd overvallen. Het slachtoffer werd zodanig door de twee indringers gebrutaliseerd dat ze een blijvende werkonbekwaamheid opliep. De daders legden er beslag op een omslag met 100.000 fr., allerlei zilverwerk, een kostbare ring en 66.000 fr.
Volgende getuige, gerechtelijk commissaris Luc Verzonnen die het onderzoek naar de overval op Mw. Thiriard aan de Hamoirlaan te Ukkel verrichtte, verklaarde dat behalve Mw. Thiriard ook nog een Portugese meid en een verpleegster met wapens bedreigd werden en vastgebonden. De indringers roofden er juwelen voor drie miljoen fr., evenals 47.000 fr. Als gevolg von de overval bleef Mw. Thiriard permanent werkonbekwaam en geestelijk gestoord.
De psychiaters Graulus, Dehon, Beine, Dumont en Crochelet onderwierpen de drie beklaagden aan een grondig psychiatrisch onderzoek.
Betreffende Serge Goedleven zegden de deskundigen dat hij over een middelmatig verstand beschikt, maar dat hij gestoord is in zijn gevoelsleven, wat aanleiding gaf tot angstgevoelens. Goedleven trachtte dit te compenseren door de zware jongen uit te hangen. Hij heeft niet het minste schuldgevoel en laat zich als slachtoffer van het gerecht en de maatschappij doorgaan. De experten beschouwen hem als een impulsieve psychopaat, wat hem ertoe aanzet de maatschappij te provoceren en de wetten met voeren te treden. Toch is hij voor zijn daden verantwoordelijk.
Mark Van Impe is een kalme man, sober, schuchter, angstig en impulsief. Als gevolg van een overdreven moederlijk gezag kan hij moeilijk zijn daden onder controle houden. Als hij werkelijk wil kan hij zich voldoende beheersen zodat hij als verantwoordelijk voor zijn daden moet worden beschouwd.
Betreffend Jacques Dehasse tenslotte zijn de psychiaters het niet eens wat zijn intelligentiequotiënt aangaat. Sommige deskundigen beschouwen hem als weinig intelligent, andere psychiaters verklaren dat hij niet erg intelligent, maar wel normaal begaafd is.
Dehasse lijdt aan angst- en schuldgevoelens die hem tot compensaties aanzetten. Volgens één van de psychiaters werd Dehasse de speelbal van Goedleven. Dehasse zegt vermoedelijk de waarheid wanneer hij beweert dat hij als het ware onder dwang optrad. Toch vertoont hij geen psychopathische kenmerken. Hij moet als verantwoordelijk voor zijn daden worden beschouwd. Wel is zijn verantwoordelijkheid in lichte mate verminderd.
Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Februari 1985
Slachtoffers aan het woord
In het proces van Serge Goedleven, Mark Van Impe en Jacques Dehasse, beschuldigd van overvallen en aanrandingen in het Brusselse en omgeving, werden donderdag voor het Hof van Assisen van Brabant uitsluitend slachtoffers van de beklaagden als getuigen gehoord.
Het ging in de eerste plaats om de overval van 20 oktober 1981 op het echtpaar Gliksberg-Thiriard aan de Hamoirlaan te Ukkel. Mw. Nicola Thiriard die als gevolg van de gepleegde feiten blijvend werkonbekwaam is en van wie de psychiaters verklaren dat ze immer psychisch gestoord zal blijven, verscheen nier voor het hof.
Bij de bewuste overval werd ook de Portugese meid Carolina Da Rocha Guedes door de gangsters bedreigd. Een derde slachtoffer was verpleegster Bertha Lombars.
Vervolgen werden getuigen Daniëlle Jaros en Tania Rubinstein ondervraagd in verband met een overval op 27 november 1981. Toen werden acht standbeeldjes van kunstenaar Berrocal voor een waarde van 500.000 fr. meegenomen, eveneens verschillende sieraden voor een vrij aanzienlijke waarde.
Tijdens de namiddagzitting werden in verband met de overval op 4 december 1981 op de zetel van de PVBA MP te Waterloo, drie getuigen ondervraagd: Cecile Sobieski, Myriam Peeters en Serge Pagnani.
Toen Goedleven en Van Impe er binnendrongen, bedreigden ze de secretaresse. Mw. Peeters met een vuurwapen. Zij werd aldus verplicht de trap op te gaan. Daarna werden de uitbaatster, Ww Sobieski en de bediende Pagnani op hun beurt bedreigd.
De vrouwen werden toen verplicht tegen de muur te staan en hun juwelen op een bureautafel neer te leggen. De daders legden eveneens beslag op de inhoud van hun handtassen. Na de telefoondraden te hebben losgerukt, sloegen de overvallers op de vlucht.
Vervolgens werden Lajbusz en Patricia Naparsteck, Tony Golender en Alice Biguel als getuigen ondervraagd in verband met de overval op 22 december 1981 omstreek 18u te Watermaal-Bosvoorde. De echtgenoten Naparsteck, die een pelswinkel uitbaten in de Agora-galerij te Brussel, waren die avond met hun wagen naar huis teruggekeerd.
Toen de man even naar de keuken ging, kwam hij er voor twee gangsters te staan, nl. Goedleven en Van lmpe, beiden met pistolen gewapend. Even later kwam de echtgenote ook in de keuken opdagen. Ook zij werd bedreigd. Het paar werd eerst verplicht op de grond en daarna op een bed te gaan liggen. De vrouw moest daarbij al haar juwelen afgeven.
Een tiental minuten later kwamen de ouders van het echtpaar binnen. Ook zij moesten hun geld, een bedrag van 100.000 fr., en hun juwelen voor een waarde van anderhalf miljoen afgeven. De daders legden in de woning nog beslag op een som van 28.000 fr., evenals op verscheidene cheques en een beeldje van kunstenaar Berrocal. Ze ontkwamen na ook weer de telefoondraden te hebben uitgerukt.
Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Februari 1985
Slachtoffer van Goedleven en Van Impe bleef werkonbekwaam
In het proces tegen Serge Goedleven, Marc Van Impe en Jacques Dehasse, beschuldigd van verschillende overvallen en diefstallen in het Brusselse, werden vrijdagvoormiddag opnieuw slachtoffers van de beklaagden als getuigen ondervraagd voor het Brabantse Hof van Assisen.
In de eerste plaats Isi Kilbert, wiens woning te Wemmel op 30 december 1981 door Goedleven en Van Impe, na een tip van Dehasse, gedeeltelijk werd geplunderd. Op het ogenblik dat het slachtoffer thuis kwam, was de diefstal reeds gebeurd. Kilbert kwam tot de vaststelling dat de inbrekers beslag hadden gelegd op juwelen voor een waarde van een miljoen frank, op een nertsmantel, op verscheidene kunstwerken, waaronder een littogravure van Salvador Dali, en op een miljoen Italiaanse lire.
Daarna werden Rebecca Goffer en Aya Tenger ondervraagd in verband met een overval op 31 december 1981 omstreeks 18u in de ruime villa die beiden aan de Braziliëlaan te Brussel bewoonden. Goedleven en Van Impe wisten via Dehasse dat Mw. Goffer een luxewinkel uitbaatte aan de Louisalaan te Brussel.
De twee daders konden binnendringen na het uitsnijden van een ruit aan de zijgevel van de villa. Ze moesten drie kwartier wachten alvorens de eigenaars thuis kwamen. Beide daders, die zich verscholen hielden in een kamer naast de toegangshal, kwamen onmiddellijk na de aankomst van het echtpaar met een vuurwapen in de hand te voorschijn. De h. Tenger werd verplicht op een bed neer te liggen. Ondertussen diende Mw. Goffer de brandkast open te maken. Goedleven nam er 100.000 fr. uit, evenals allerlei zilverwerk. Tevens legde hij beslag op de handtas van Mw. Goffer, die verscheidene cheques, een met briljant versierde gouden trouwring en een bedrag van 52.000 fr. bevatte. De h. Tenger moest zijn brieventas met 14.000 fr. afgeven.
Mw. Goffer werd als gevolg van deze overval zodanig getraumatiseerd, dat ze permanent werkonbekwaam werd.
Daarna getuigde Mw. Sieczka. Dehasse en Goedleven poogden op 31 oktober 1981 in haar woning aan de Brogniezstraat te Anderlecht binnen te dringen, onder voorwendsel dat ze bloemen kwamen afgeven. Mw. ieaka was echter zo wantrouwig dat ze weigerde de deur open te maken. Het bleef derhalve bij een poging tot diefstal met geweld.
Echtgenote
Brigitte Lienard, echtgenote van Van Impe, zegde dat ze goed overeenkomt met haar man die vol attentie was voor haar. Soms kon Van Impe nerveus zijn, maar dat was telkens het gevolg van het vele werk dat hij presteerde. Getuige kreeg nooit de kans om vakantie te nemen met haar man. Ze ontkende haar handtekening te hebben geplaatst op een kredietkaart die bij Mw. Sobieski, een van de slachtoffers, was geroofd en die later in elf verschillende winkels werd gebruikt.
De 16-jarige lmperia, dochter van Van Impe, zegde dat haar vader zeer goed was voor haar, dat hij hard werkte en nooit uitging zonder haar moeder.
Vervolgens was het de beurt aan de 62-jarige Yvonne Studens, een licht gehandicapte vrouw uit Genval. Die kwam vertellen dat ze Van Impe als sinds 20 jaar kent en hem als haar eigen zoon was gaan beschouwen. Volgens getuige was Van Impe een zachtaardige man en een noeste werker. Zijn echtgenote daarentegen was volgens getuige erg frivool. Ze hield van luxe en van etentjes in grote restaurants. Indien Van Impe de feiten pleegde die hem thans worden verweten, was het volgen getuige alleen uit liefde voor zijn vrouw.
Getuig zegde ook dat de echtgenote voorral gesteld was op het geld dat haar man verdiende. Ze dreigde soms hem te zullen verlaten als hij met genoeg geld binnenbracht.
Michel Lapage, technisch directeur van de firma waarbij Van Impe van 1971 tot 1979 werkte, zei dat deze tien jaar geleden 60 à 70.000 fr. netto per maand verdiende. Hij zei ook dat Van Impe een open karakter had, gedienstig was en zich enigszins schuchter voordeed.
Jean-Claude Van Impe, de 37-jarige broer van beklaagde, is directeur van een publiciteitsagentschap. Hij zegde dat zijn broer zich steeds liet kennen door zijn moed bij het werk. Toen hij voor eigen rekening als bouwondernemer begon te werken, had hij het vertrouwen van iedereen. Getuige had daarentegen niet veel goeds te vertellen over zijn schoonzuster die hij beschreef als een vrouw die niet bang was voor een buitenechtelijk avontuurtje en die haar man in haar greep had door altijd maar meer geld van hem te eisen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Februari 1985
Veel getuigenissen ten gunste van Dehasse
In het assisenproces van Serge Goedleven, Marc Van Impe en Jacques Dehasse, die in het Brusselse verscheidene overvallen en diefstallen pleegden, werden maandag verscheidene getuigen ondervraagd.
Getuige Lienard, schoonbroer van Van Impe, verscheen geboeid omdat hij voor andere feiten werd gearresteerd. Lienard zegt Goedleven regelmatig in gezelschap van Van Impe te hebben opgemerkt.
Dokter Zombeke, huisdokter van Goedleven, kwam verklaren verbaasd te zijn geweest toen hij de aanhouding van Goedleven vernam. De man was hem steeds al fatsoenlijk en zeer beleefd overgekomen. De dokter is eigenaar van verschillende gebouwen en liet daar Goedleven al eens werkjes opknappen, die steeds prima waren uitgevoerd.
Prof. Volcher onderzocht Goedleven in de gevangenis te Leuven. Hij stelde bij de beklaagde diepe angstgevoelens vast, maar toch wist hij zijn omgeving te imponeren, wat meteen kon verklaren waarom hij gemakkelijk aan de kost kwam.
Psychiater Micheline Roeland onderwierp Goedleven aan allerlei testen. Volgens haar vertoont de beklaagde geen ziekteverschijnselen maar laten zijn maatschappelijke opvattingen wel te wensen over. Zo hanteer hij maar zeer beperkte normen ten opzichte van zijn medemensen, wat hem echter nog niet tot een psychopaat maakt.
Nadien werden een viertal getuigen gehoord, personeelsleden van de verzekeringsmaatschappij “Assubel”. Ze lieten zich ten gunste uit over beklaagde Dehasse, die volgens hun zeer sympathiek was en zijn vak als verzekeraar grondig kende. Door twee van deze getuigen werd Dehasse een paar keer in het gezelschap van Goedleven opgemerkt. Zes maanden voor zijn arrestatie gedroeg Dehasse zich bijzonder nerveus en gejaagd.
Een andere getuige was Christian Teuven die zelf de overste was van Dehasse. Getuige was vol lof over zijn ondergeschikte, niet alleen omwille van zijn uitzonderlijke beroepskennis, maar ook vanwege zijn gedrag in het algemeen, dat alleen maar waardering afdwong.
Daarna getuigde Arlette Prevet, die 15 jaar lang met het echtpaar Dehasse bevriend was. Dehasse zelf, meestal joviaal en genereus, werd gaandeweg erg zwijgzaam en prikkelbaar. Hij was zodanig veranderd dat getuige hem op zekere dag opbelde om te vragen wat er aan de hand was. Dehasse antwoordde haar dat hij moeilijke problemen had te maken.
Echtgenote
Dan kwam Claudine Aunroth, echtgenote van Dehasse, aan de beurt. Ze verklaarde dat ze ruim 20 jaar erg gelukkig was met haar echtgenoot die haar verwende en haar voor het eerst liet genieten van vakanties en een eigen wagen. Volgens haar was haar man goed en genereus.
Haar echtgenoot veranderde echter helemaal. Hij werd zwijgzaam en wond zich op voor een niemendal. Een en ander leidde ertoe dat getuige aan een echtscheiding begon te denken. Later begreep getuige dat haar man door bepaalde personen werd bedreigd en dat dezen het ook op haar leven en dat van haar zoon bleken te hebben gemunt.
De vrouw stelde nog dat haar man zich in 1981 liet besnijden om geheel en al tot de Joodse gemeenschap te behoren. Tijdens zijn voorarrest van 33 maanden werd hij 14 maal door de raadkamer vrijgelaten. Op aandringen van de Joodse gemeenschap te Brussel tekende het openbaar ministerie hiertegen telkens beroep aan. De joodse gemeenschap was blijkbaar nog niet vergeten dat Dehasse aan beklaagde Goedleven de adressen overmaakte van gefortuneerde joden uit het Brusselse, van wie er achteraf verscheidene werden bestolen.
Daarna getuigde de schoonbroer van Dehasse, Michel Aunroth, een handelsvertegenwoordiger uit Nice. Aangaande zijn wagen die te Nice tengevolge van een tip van Dehasse door Goedleven werd gestolen, verklaarde Michel Aunroth dat hij Dehasse deze tip niet kwalijk kan nemen. Deze zou zeker niet als tipgever zijn opgetreden indien hij niet door sommige personen werd bedreigd, in zodanige mate dat hij kon vrezen voor het leven van zijn vrouw en zijn zoon, aldus getuige.
Dinsdag volgen de pleidooien van de burgerlijke partijen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Februari 1985
Zelfs zwanger slachtoffer werd gebrutaliseerd
In het proces van Serge Goedleven, Marc Van lmpe en Jacque Dehasse, beschuldigd van deelneming aan verschillende overvallen en diefstallen, gepleegd in het Brusselse en elders, kwamen dinsdag voor het Hof van Assisen van Brabant de burgerlijke partijen aan het woord.
De advocaat van Mw. Thiriard, Mr. De Baerdemaeker, herinnerde eraan dat zijn cliënte op 20 oktober 1981 in haar woonplaats in de Hamoirlaan te Ukkel door Goedleven en een onbekende gangster, zulks aIs gevolg van een tip uitgaande van Dehasse, werd overvallen. Mw. Th1riard werd hierbij niet alleen beroofd maar zodanig brutaal aangepakt dat ze volgens de psychiaters permanent werkonbekwaam en bovendien psychisch gestoord zal blijven.
De daders gingen aan de haal met juwelen voor een waarde van 3 miljoen en met 47.000 fr. in geld.
Daarna pleitte Mr. Bastin voor Mw. Stobieski die op 4 december 1981 in haar villa te Waterloo door Goedleven en Van Impe, als gevolg van een tip van Dehasse werd overvallen. Mw. Stobieski, die op het ogenblik van de feiten zes maanden zwanger was, werd samen met haar secretaresse, Mevr. Peeters, en haar bediende, Mw. Pagnanini, door de indringers gebrutaliseerd. De drie vrouwen dienden al hun juwelen af te geven. Er werd ook beslag gelegd op een hoeveelheid cheques die later op verschillende plaatsen door Van Impe werden gebruikt en die uiteindelijk tot zijn aanhouding leidden.
Eén van de juwelen waarvan Mw. Stobieski werd beroofd, was een familiestuk, nl. een gouden ring versierd met diamanten die ze als Joodse vrouw nog uit Polen had weten te smokkelen en die ze van haar moeder had gekregen.
Eveneens pleitend voor Mw. Stobieski verwees Mr. André Dumont toen vooral naar beklaagde Dehasse. Deze beweert thans onder dwang te hebben gehandeld, nl. uit vrees voor Goedleven. Indien Dehasse in dergelijke toestand terecht kwam, was het alleen zijn eigen schuld, aldus de advocaat die er op wees dat Dehasse immers vroeger tot tweemaal toe had samengewerkt met een beruchte beroepsdief, zekere Rebillard, die ondertussen in Spanje is aangehouden.
Dehasse had zich toen in een zaak van gestolen cheques respectievelijk 60.000 en 100.000 fr. laten overhandigen door Rebillard. Goedleven was op de hoogte van die zaken en Dehasse was bang dat Goedleven hem bij zijn werkgever zou verklikken, indien hij niet op zijn eisen zou ingaan.
Goedleven ontkent een aantal feiten die hem ten laste worden gelegd (hij meent die feiten te kunnen loochenen omdat de daders onder wie hij gerekend wordt, bij hun optreden gemaskerd waren). Toch werd hij in het bezit gevonden van een Smith en Wesson-revolver die Dehasse toebehoorde, evenals van de identiteitskaart van een van de slachtoffers en van nog een aantal stukken die er duidelijk op wijzen dat hij aan verschillende zaken die hij ontkent heeft deelgenomen.
Vervolgens pleitten Mrs. Demoulin en Thiry voor het slachtoffer Mw. Goffart. Deze is thans 73 jaar oud en baatte tot voor de feiten een winstgevende winkel uit in de Louisalaan te Brussel. Ook zij werd in haar villa aan de Braziliëlaan te Brussel bij een overval zo hardhandig aangepakt dat zij zich sindsdien niet alleen meer kan behelpen. Van deze overval worden Goedleven en Van Impe beschuldigd, die handelden op een tip van Dehasse. Bij deze overval werd 166.000 fr. buit gemaakt.
Vandaag volgen het rekwisitoor van het openbaar ministerie en het pleidooi voor beklaagde Goedleven.
Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Februari 1985
Verdediging heeft kritiek op onderzoek
Woensdag werden het rekwisitoor en de eerste pleidooien gehoord in de zaak tegen Serge Goedleven, Marc Van lmpe en Jacques Dehasse, vervolgd voor hun aandeel in een reeks inbraken en diefstallen met geweld.
Voor M. Jaspar, openbaar aanklager, leed het geen twijfel, dat men hier te maken heeft met een echte, goed georganiseerde misdadigersbende. Vooral Dehasse werd zwaar aangepast. Het openbaar ministerie bleek iets milder voor Marc Van Impe, die werd afgeschilderd als “eigenlijk wel een brave jongen, die spijtig genoeg alles deed wat zijn vrouw hem vroeg”.
In verband met Goedleven onderstreepte de procureur het feit, dat deze door verschillende getuigen in gezelschap van Dehasse werd gezien.
In de namiddagzitting ontstond een incident tussen de verdediging en advocaat-generaal Jaspar. Meester Krynin oefende kritiek uit op het onderzoek in deze zaak. Volgens de advocate zijn de onderzoekers van de hypothese vertrokken dat Goedleven loog en dat de beide andere beklaagden de waarheid vertelden. Steeds volgens haar zijn alle noodzakelijke stappen in het onderzoek vanuit die optiek gebeurd.
Zo onderstreepte de advocate dat Goedleven verscheidene keren had gevraagd geconfronteerd te worden met Van Impe, aangaande een diefstal in Nederland. Haar cliënt gaf die toe terwijl Van Impe ontkende. Men geloofde echter deze laatste want hij werd er niet voor vervolgd.
Vervolgens toonde Krywin aan dat het echtpaar Van Impe verscheidene keren had gelogen. Tenslotte vroeg zij zich af hoe het mogelijk was dat Goedleven meer dan een jaar diende te wachten op een tip van Dehasse, terwijl deze laatste verklaart door Goedleven te zijn bedreigd.
Olivier Klesse, de tweede verdediger van Goedleven, trachtte door middel van het gedrag van zijn cliënt aan te tonen dat Goedleven de waarheid sprak en niet schuldig is aan alles wat hem wordt ten laste gelegd.
Indien men volgens de advocaat van de hypothese vertrekt dat Goedleven niet schuldig is en dat hij de waarheid spreekt, lijkt zijn gedrag logisch.
In het tweede deel van zijn pleidooi overliep hij de verschillende beschuldigingen, waarbij hij tot de conclusie kwam dat ze niet allemaal steek houden. Hij heeft er de jury dan aan herinnerd dat twijfel in het voordeel speelt van de beklaagde.
Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Februari 1985
Verdedigers geven schuld aan elkaars cliënten
Tijdens de voormiddagzitting van het Brabantse hof van assisen duurden de replieken vrijdag bijna even lang als de pleidooien. Ter herinnering: beklaagden Goedleven, Dehasse en Van Impe staan terecht voor verscheidene overvallen met geweldpleging in het Brusselse.
De advocaten van de burgerlijke partijen hebben vooral geprobeerd aan te tonen dat in het geval van Dehasse geen “onweerstaanbare dwang" kan worden ingeroepen; volgens hen had Dehasse wel degelijk zijn verantwoordelijkheid in het raderwerk der overvallers.
Goedleven van zijn kant had inderdaad deelgenomen aan de overvallen die hij ontkent. In zijn repliek stelde advocaat-generaal Jaspar dat Goedleven momenteel wordt vervolgd voor een aantal feiten die van dezelfde aard zijn als degene waarvoor hij eerder reeds 28 jaar gevangenisstraf had opgelopen.
Hij merkte eveneens op dat in een tas, die Goedleven bij had op het ogenblik van zijn arrestatie, zich een aantal stukken bevonden die te maken hebben met overvallen.
Vervolgens had hij het over “gerechtelijke dwalingen”. Hij stelde dat in 24 van de 26 assisenzaken die hij heeft meegemaakt “gerechtelijke dwaling" werd ingeroepen. In dit verband melde hij dat Goedleven veel beter "was aangekleed dan hij verdient”.
Met betrekking tot Dehasse verwierp de advocaat-generaal de stelling dat beklaagde had gehandeld onder morele dwang. Dehasse had zich reeds eerder laten meesIepen tot misdrijven en er stonden hem andere middelen ter beschikking om de overvallen te vermijden. Hij is trouwen de enige die van morele dwang gewag maakt, aldus nog Jaspar.
De eerste verdediger van Goedleven, Mw. Krywin, herinnerde eraan dat zij vooral had geprobeerd aan te tonen dat de schuld van haar client in het dossier niet was bewezen. Volgens haar zijn er lacunes geweest in het vooronderzoek; de jury beschikt niet over voldoende elementen om Goedleven schuldig te achten voor diefstal met geweldpleging.
Ten slotte stelde ze nog dat noch het openbaar ministerie, noch de advocaten van de andere beklaagden hadden geantwoord op haar vragen, zij hebben daarentegen geantwoord via andere vragen.
Tweede verdediger van Serge Goedleven, Basile Risopoulos, stelde in zijn repliek dat beklaagde Jacques Dehasse niet zo'n eerbiedwaardig man is als werd voorgesteld. In de jaren '70 zou hij misdrijven hebben gepleegd die slechts na het huidig onderzoek aan het licht kwamen. Hij pleit Goedlevens onschuld voor de overvallen die tussen oktober en december 1981 werden gepleegd en vraagt de jury zijn cliënt voor deze feiten vrij te spreken.
Raadsheer Delfosse van beklaagde Marc Van Impe meent dat de verdediging van Goedleven de zaken ingewikkelder heeft gemaakt dan ze zijn, om diens onschuld aan te tonen. Anderzijds herinnert hij eraan dat zijn cliënt, eens aangehouden, het gerecht daadwerkelijk heeft geholpen door tot bekentenissen over te gaan. Hij verwacht dan ook van de juryleden dat ze positief antwoorden op de vragen inzake Goedlevens schuld. Behalve echter op de vraag over de fysieke en psychische restverschijnselen bij een 78-jarige vrouw die door Van Impe werd aangerand. In dit verband vatte hij de argumenten samen die hij in zijn pleidooi had uiteengezet.
Advocaat François van beklaagde Jacques Dehasse, de verzekeringsmakelaar die tips gaf aan de daders van de diefstallen met geweld, viel ook uit tegen het pleidooi van de Goedlevens verdediger. Hij wees er nogmaals op dat Van Impe en Dehasse het volgens hem niet op een akkoord hadden gegooid en dat zijn cliënt het slachtoffer was van morele dwang.
De zitting wordt maandag om 9u hernomen. Dan zullen 15 vragen worden voorgelezen waarop de jury moet antwoorden.
Bron: Gazet van Antwerpen | 2 Maart 1985
Jaren cel en dwangarbeid voor Goedleven, Van lmpe, Dehaesse
Na beraadslaging die ongeveer twee uren duurde werden door het Hof van Assisen van Brabant gisteren Serge Goedleven veroordeeld tot 15 jaar dwangarbeid, Marc Van Impe tot 10 jaar gevangenisstraf en Dehasse tot 13 jaar dwangarbeid.
Zij stonden terecht voor een aantal diefstallen en inbraken in het Brusselse. De voorbereidende debatten hebben twaalf dagen geduurd en maandag werden de drie betichten door de jury schuldig bevonden aan alle de hen ten laste gelegde feiten, zonder verzwarende omstandigheden.
In zijn rekwisitoor zei openbaar aanklager meester Jaspar dat hij geen uitspraak zou doen over de straffen die moeten toegekend worden, omdat dit volgens hem de zaak is van de rechters. Hij weer wel op dat de maximumstraf voor de aangeklaagde feiten 15 tot 20 jaar dwangarbeid bedraagt, waarbij dan nog 5 jaar kan gevoegd worden indien blijkt dat er geen aaneenschakeling van dezelfde misdaden heeft plaatsgevonden. Hij beklemtoonde vervolgens de brutaliteit waarmee beschuldigden te werk gingen, en het feit dat Goedleven, kort nadat hij de gevangenis had ,verlaten opnieuw met de misdaad aanknoopte. Voor Goedleven zijn er volgens Jaspar geen verzachtende omstandigheden.
Volgens de openbare aanklager had Dehasse inderdaad geen gerechtelijk verleden, “maar daar kon hij zelf niet aan doen”. Hij had in de jaren zeventig reeds op glibberige paden begeven. Ook Van Impe heeft een gerechtelijk dossier, “maar hij aarzelt niet te pakken wat hij kan krijgen”.
Advocaat Anne Krywin, die Goedleven verdedigt, zei dat het onlogisch is verzachtende omstandigheden te vragen voor een beschuldigde die de hem ten laste gelegde feiten ontkent. Zij deed beroep op het geweten van de gezworenen.
Advocaat Guy Delfosse die Marc Van Impe verdedigt, vroeg de juryleden mild te zijn voor zijn cliënt. Hij wenste hen geluk met hun verdict, waarbij zij de fysieke en psychische nasleep die een aantal slachtoffers nog permanent ondergaan, als verzwarende omstandigheden hebben afgewezen. “Jullie hebben beslist over de toekomst van mensen, zowel die van de beschuldigden als die van de slachtoffers”. Hij vroeg de leden van de jury "zich te gedragen als beroepsmagistraten”, en over te gaan tot het uitspreken van straffen die in overeenstemming zijn met straffen die door een correctionele rechtbank zijn toegewezen voor gelijkaardige feiten. Hij meende dat een straf van 5, 6, 7 of 8 jaar een evenwichtige straf is voor zijn klant.
Meesters Joelle Noel en Guy François, raadsheren van Dehasse, stelden vast dat uit het verdict van de jury blijkt dat zij meent dat Dehasse anders had kunnen handelen. Ook zij verwezen naar veroordelingen in correctionele voor gelijkaardige feiten en wezen erop dat de maximumstraf daarbij 10 jaar opsluiting was. Zij vroegen de gezworenen deze 10 jaar als uitgangspunt te nemen voor hun besluit daarbij rekening houdend met verzachtende omstandigheden.
Nadien werd het woord verleend aan de beschuldigden. Goedleven wenste niets te zeggen, Marc Van Impe vroeg hem een kans te geven om terug te keren naar zijn gezin. Hij zei dat hij onmiddellijk aan het werk kan en dat hij zijn schulden zal betalen. Dehasse vroeg een kans te krijgen zijn zoon op te voeden. Hij beloofde ook alles terug te zullen betalen. Nadien trokken het Hof en de jury zich terug om te beraadslagen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Maart 1985
Er zijn geen witte ridders. Niemand was spic&span, ook niet Vernaillen, Raes, Goffinon, ...
Vernaillen was leidinggevende, hij moest beter weten. "Iedereen deed het", geldt niet als argument, zeker niet voor een commandant. Bij een ander "bedrijf" word je voor zoiets op staande voet ontslagen.
Marc Goesens, geboren op 10 december 1962, wordt genoemd in het onderzoek naar de moord op Christine Van Hees. Hij kwam vaak in café "Les Bouffons". Hij is paracommando geweest bij het 3e bataljon in Tielen. Hij was lid van het vreemdelingenlegioen van 1985 tot 1990. Op zijn linker voorarm heeft hij een tatoeage van een zwaard.
Hij ging naar het zwembad van Etterbeek en naar de dansavonden die door de plaatselijke radiozender werden georganiseerd. In februari 1984 werkte hij als schoonmaker voor een bedrijf aan de Avenue de la Couronne.
Tot zijn kennissenkring behoorde Marc L. De broer van Marc, Jean-Claude L., is de laatste persoon die Christine Van Hees levend heeft gezien. Op 25 februari 1984 wordt Marc L. gearresteerd voor diefstal met geweld en aanranding.
Het is op basis van de verklaringen van Dominique Lamarque dat Marc Goesens wordt geïdentificeerd. Dominique Lamarque verklaart in een verhoor op 22 augustus 1984 dat hij Christine Van Hees heeft zien praten met een jonge paracommando. De para heet Goossens.
Op 5 september 1984 wordt Goesens ondervraagd door de GP van Brussel. In dat verhoor verklaart hij dat hij bij de para’s is geweest tot 29 september 1982 en zegt hij dat hij Christine Van Hees niet kent.
Op 8 juni 1997 wordt Marc Goesens nog eens ondervraagd in verband met de moord op Christine Van Hees. Tijdens dat verhoor vertelt hij dat hij zich een witte Ford met een adelaar op de motorkap herinnert. Dit was de auto van een zekere R., wiens vader uit de rijkswacht werd gezet nadat hij zijn wapen had gestolen. Een van de zonen van R. was gewelddadig tegen de meisjes.
Hij verklaart even dat er geruchten waren dat de dader iemand uit de buurt was die een relatie had met Christine.
L’Assaut (1988-1993) was een neonazistische, negationistische en antisemitische groep, ontstaan in 1988 uit de Franstalige Brusselse afdeling van de Vlaamse Militanten Orde (VMO). De VMO was een Vlaams nationalistische organisatie die participeerde in de oprichting van het Vlaams Blok. De VMO stond tevens bekend om haar nostalgie voor de nazi-periode.
Léon Degrelle was de "politieke peetvader" van L’Assaut. Meerdere leden brachten regelmatig bezoeken aan Degrelle in Spanje.
De oprichter van de groep L’Assaut, Hervé Van Laethem, al jarenlang aanhanger van de VMO, stamde uit de leiding van de Europese Partij-Parti Européen (EPE), een beweging actief in de jaren ’70-’80 in de Belgische hoofdstad en behorend tot de "neo-rexistische" stroming, nostalgisch naar de partij Rex van Léon Degrelle.
De meerderheid van de activisten van L’Assaut kwam uit het Parti des Forces Nouvelles (PFN), uit diens jongerenbeweging Front de la Jeunesse (FJ), maar sommigen werden ook geworven in skinhead-groepen (boneheads, neonazis).
De groep had talrijke contacten in België, en ook in het buitenland, met neonazistische en neofascistische organisaties: onder andere het Parti Nationaliste Français (PNF, radicale dissidentie van het Front National), en de publicatie Militant, het Parti Nationaliste Français et Européen (PNFE, dissidentie van het PNF), de beweging Troisième Voie (TV), de Jeunesses Nationalistes Révolutionnaires (JNR), het Cercle Franco‑Hispanique, het Duitse FAP van Michael Kühnen, het Britse British National Party (BNP), ...
Meerdere leden en leiders van L’Assaut, na straatgevechten tegen immigranten en activisten van extreem-links, werden gearresteerd en veroordeeld (in 1994, 1995 en 1997) door de rechterlijke macht. Vooral Hervé Van Laethem was betrokken.
L’Assaut ging zich specialiseren in het oproepen tot antiblanke racisme ("white supremacist"-retoriek). Hun wervingsslogan luidde: "Pour une Europe blanche avec l’Assaut". De groep verzamelde tot ongeveer honderd militanten. De groep splitste zich officieel op in 1993.
Toch organiseerden de leiders van deze beweging in maart 1994 nog een bijeenkomst van deze beweging, die 150 personen samenbracht. Onder de sprekers bevond zich Serge Ayoub (alias Batskin), de leider van de JNR in Frankrijk.
Na de zelf-ontbinding bleven de leden van L’Assaut hun politieke activiteiten voortzetten. In 1995 sloten Hervé Van Laethem en meerdere ex-L’Assaut zich aan bij het Front Nouveau de Belgique (FNB), een dissidentie van het Front national (België). In 1999 namen Hervé Van Laethem en andere oud-leden van L’Assaut deel aan de oprichting van het Mouvement Nation, terwijl zij de nostalgie voor L’Assaut bleven koesteren.
Het embleem van L’Assaut was de rune-letter Odal uit het runenalfabet, gebruikt door pangermanisten (zoals Guido von List) en later door de Waffen SS.
Jean-Jacques Cordonnier, gewezen WNP-lid was ook een lid van Assaut. Jean-Jacques Cordonnier en Yannick Stoefs kwamen in juli 1993 om het leven bij een verkeersongeval.
Extreem-rechtse PNFE-cel actief in België
Er zou een Belgische vleugel bestaan van de Parti Nationaliste Français et Européen (PNFE) waarvan onlangs in Frankrijk een aantal militanten werden gearresteerd op verdenking van racistisch geweld. De Belgische sectie zou worden geleid door een beroepsmilitair, aldus het anti-fascistisch maandblad “CelsiuS”.
De PNFE-afdeling zou de codenaam L’Assaut (stormloop) dragen en wordt volgens “CelsiuS” geleid door een instructeur van het 12de Linie te Spa. “CelsiuS” onthult dit in een open brief aan minister van Landsverdediging Coëme.
Volgens “CelsiuS” zouden de leden van de Belgische extreem-rechtse groepering hebben deelgenomen aan een aantal gewelddadige actiefs zoals de raid tegen het benefietconcert van SOS-racisme in de maand mei van vorig jaar te Brussel. Leden van “L’Assaut” zouden bovendien hebben ingestaan voor de bewaking van en boekenstand op de jongste boekenbeurs in Brussel waar Nazi-propaganda werd gemaakt. De “Assaut-cel” zou een 15-tal actieve militante tellen.
PNFE-Frankrijk kwam onlangs in het nieuws met de inbeschuldigingstelling van haar voorzitter Claude Cornilleau en de verantwoordelijke voor “interne veiligheid” Serge Lecanu. Beiden worden beschuldigd van aanslagen op immigrantenhomes in het Zuiden van Frankrijk.
“CelsiuS” legt tenslotte nog een verband tussen “L’Assaut” en Westland New Post van Paul Latinus. “L’Assaut” zou eveneens het nazistisch gedachtengoed propageren en zijn structuur zou op militaire leest geschoeid zijn. De extreem-rechtse militie zou bovendien een aantal leden tellen die tot taak hebben het leger te infiltreren en er geweld te prediken.
Een woordvoerder van het ministerie van Landsverdediging zei donderdag dat de minister op basis van het artikel in “CelsiuS” een onderzoek heeft laten instellen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 13 Oktober 1989
Groep Assaut: drie blijven aangehouden
Drie van de vijf leden van de extreem-rechtse groepering "Assaut" (Aanval) die zondag in Luik werden opgepakt wegens
gewelddaden, zijn maandag onder arrest geplaatst door de Luikse onderzoeksrechter.
Het betreft Hervé Van Laethem (27) uit Brussel, Philippe Snauwaerts (27) uit Gent, en Yannick Stoefs (22) uit Brussel. De twee anderen, Denis Plun (26) uit Brussel en Pierre Bernoets (26) uit Brussel, werden op vrije voeten gesteld.
Zondagmiddag hadden leden van "Assaut" aan het Guillemins-station in Luik een stand van "Objectif 479.917" (van medestanders van PVDA-strekking) en betogers die naar de optocht "Hand in hand" in Brussel wilden vertrekken, hardhandig aangepakt. Ze spoten met een spuitbus in de ogen. Ze waren gewapend met messen en stokken. Ook enkele negers en Noord-Afrikanen moesten het ontgelden.
Bij de achtervolging vuurde de rijkswacht een schot af. Niemand werd echter gewond. De groepering Assaut wordt zowat als de Franstalige tegenhanger van de extreem-rechtse Vlaamse Militantenorde (VMO) beschouwd. Leider van de groep, die vooral in Brussel en Luik actief zou zijn, is Hervé Van Laethem, een militaire instructeur, die vroeger in Spa gekazerneerd was. maar nu in Heverlee.
De groepering staat in nauw contact met het Front National van Jean-Marie Le Pen en heeft ook nauwe banden met voormalige Oostfrontstrijders. Onlangs nog legde Assaut een bloemenkrans neer op het graf van Rudolf Hes in Duitsland.
De betichtingen tegen de drie aangehouden Assaut-leden luiden: verboden wapendracht, het dragen van gevaarlijke voorwerpen tijdens een betoging, vrijwillige slagen en bendevorming.
Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Maart 1992
Leden extreem-rechtse groep Assaut blijven aangehouden
De drie leden van e extreem-rechtse groepering "Assaut” (Aanval), die zondag in Luik werden opgepakt wegens gewelddaden tegen Hand-in-Hand-betogers, blijven voorlopig aangehouden. Vrijdag besliste de Luikse raadkamer dat de verdachten in vrijheid mochten worden gesteld, maar het parket tekende tegen dit arrest beroep aan.
Dit betekent dat Hervé Van Laethem (27) uit Brussel, Philippe Snauwaerts (27) uit Gent en Yannick Stoefs (22) uit Brussel tot hun verschijning voor de Kl aangehouden blijven.
De groepering Assaut wordt beschouwd als de Franstalige tegenhanger van de buiten de wet gestelde Vlaamse Militantenorde (VMO). De groep zou vooral in Brussel en Luik actief zijn.
Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Maart 1992
Assaut-leden blijven in gevangenis
De raadkamer van Luik heeft vrijdagochtend beslist drie leden van de extremistische groepering Assaut, die op zondag 22 maart tegenstanders van het racisme hadden aangevallen, in vrijheid te stellen. Maar het parket tekende onmiddellijk beroep aan, zodat de drie verdachten in de gevangenis moeten blijven tot de uitspraak van de kamer van inbeschuldigingstelling, die binnen veertien dagen moet komen.
De drie, Hervé Van Laethem (27), Yannick Stoefs (23) en Philippe Snauwaert (27) stonden op 22 maart in het station Guillemins in Luik om naar Brussel te gaan, waar die dag een grote nationale betoging voor verdraagzaamheid en tegen racisme werd gehouden.
Vier leden van de neo-nazistische groep Assaut vielen mensen aan bij de stand van “Objectif 479.917”, een vereniging die probeert evenveel handtekeningen voor verdraagzaamheid bijeen te krijgen als het aantal stemmen, dat extreem-rechtse partijen behaalden bij de parlementsverkiezingen van november vorig jaar.
De aanvallers spoten tijdens hun actie CS-gas rond, waardoor drie mensen naar een ziekenhuis moesten worden gebracht. De vier waren daarna met een auto gevlucht, maar ze werden na een paar honderd meter opgepakt door de rijkswacht. Drie van hen werden gearresteerd.
Bron: Gazet van Antwerpen | 25 April 1992
Rellen tijdens 11 Juli-viering lokken felle reacties uit
Van diverse kanten is maandag fel gereageerd op de incidenten tijden de 11 juli-viering in Brussel. De Vlaamse socialisten zijn bijzonder verontwaardigd over het drieste optreden van het Vlaams Blok. "Na de buitenlanders worden nu de Vlamingen die er een eigen mening op na houden en die opkomen voor verdraagzaamheid, geïntimideerd en gemolesteerd door de knokploegen van het Vlaams Blok. De Vlaams Blokkers die zich meestal in maatpakken hullen en in het parlement respect willen afdwingen met Vlaamse moties hebben de maskers afgeworpen", aldus SP-voorzitter Frank Vandenbroucke.
Het Vlaams Blok van zijn kant weigert zich aan te sluiten “bij het huilkoor der weldenkenden.” Volgens het Vlaams Blok heeft het comité dat in Brussel het Guldensporenfeest organiseert met zijn “uitdagende keuze van Willem Vermandere” niemand een dienst bewezen: niet aan het publiek, niet aan de Vlaamse aanwezigheid in onze hoofdstad, niet aan de Vlaamse idee. Voor het Vlaams Blok draagt het Brusselse Guldensporencomité de volle verantwoordelijkheid voor de incidenten van zaterdag.
Louis Vanvelthoven bedankt Vermandere
Voorzitter Louis Vanvelthoven van de Vlaamse Raad heeft maandag in een brief de Vlaamse chansonnier Willem Vermandere bedankt voor de moed, voor de warmte en de vanzelfsprekendheid, waarmee hij tijdens de 11 Juli-viering op de Brusselse Grote Markt zijn boodschap bracht. Vermandere moest het bij het Blok ontgelden vanwege zijn anti-racistisch lied ‘Bange Blanke Man’.
Luidens de voorzitter van de Vlaamse Raad hebben voor de ontvoogding van ons volk en voor de totstandkoming van goed gezag in Vlaanderen, vele generaties gestreden en geleden en zijn er ontzaglijke offers gebracht. "Het is zeker wat ze voor ogen stond niet dat verkrampte en in zichzelf gesloten Vlaanderen is dat sommigen ons vandaag willen opdringen.
VU overweegt klacht tegen Vlaams Blok
Volgens VU-voorzitter Bert Anciaux trokken Vlaams Blok-militanten tijden de rellen die zich zaterdagavond voordeden op de Grote Markt te Brussel samen op met leden van het Franstalige extreem-rechtse Assaut. Anciaux vindt het tekenend dat de "Blokkers … op de Vlaamse feestdag een band sluiten met extremistische francofielen om het feest van de Vlaamse Gemeenschap te verpesten”.
Ook de VU-voorzitter reageert verontwaardigd op de incidenten. “Na mensen met een andere huidskleur en leraars, wil het Blok nu eveneens kunstenaars tegen de muur plaatsen. De democratie zelf wordt hier op het spel gezet. De vrijheid van spreken, zingen en denken wordt op een gewelddadige wijze in gevaar gebracht door Blok-leiders, die zelf te laf zijn om voor hun daden uit te komen en zich na het geven van instructies strategisch hebben teruggetrokken”.
De voorzitter kondigde aan dat de Volksunie het hierbij niet laat en de mogelijkheden onderzoekt om tegen het Vlaams Blok klacht in te dienen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Juli 1992
11-Juli rel eindigde bijna met schietpartij
De rellen die door extreem-rechts werden uitgelokt tijdens de 11 juli viering op de Brusselse Grote Markt zijn bijna geëindigd met een schietpartij. Enkele uren na de "feestelijkheden” werd een lid van het Vlaams Blok opgepakt.
Aanvankelijk werd door ooggetuigen verteld dat de man in kwestie een parlementslid van het Vlaams Blok zou zijn die bovendien van zijn vuurwapen gebruik zou hebben gemaakt. De Brusselse politie gaf gisteren toe dat een lid van het Vlaams Blok werd opgepakt, maar dat het niet om een parlementslid ging. Even voor 4 uur zondagmorgen kreeg de politie een telefoontje dat een groepje Vlaams Blokkers op de
hoek van de Graanmarkt en de Karthuizerstraat voor herrie zorgden en dat een van hen met een pistool dreigde.
De politie zag zich in de herrie die ontstond gedwongen om zelf de wapens boven te halen. De Vlaams Blokker kon overmeesterd worden en bij nader toezien bleek dat hij met een alarmpistool gedreigd had. Of, zoals ooggetuigen bevestigden, er effectief schoten gelost werden kon de politie niet verzekeren.
Intussen zegt Roeland Raes, ondervoorzitter van het Vlaams Blok, dat VU-voorzitter Bert Anciaux een opeenstapeling van leugens vertelt over de incidenten in Brussel. Het Vlaams Blok heeft als partij niets op voorhand georganiseerd en heeft niet opgeroepen om wat dan ook te ondernemen, aldus Raes. Ook het feit dat het Vlaams Blok Franstalige extremisten van I'Assaut zou hebben ingeschakeld is volgens Raes een flagrante leugen.
Dat vier parlementsleden van het Vlaams Blok de “stoottroepen" zouden opgejut hebben is eveneens een brutale leugen, zo Raes. Het Vlaams Blok daagt de VU-voorzitter uit de namen van deze vier parlementsleden, die hij ervan beschuldigt de rellen georganiseerd te hebben, bekend te maken.
Bron: Gazet van Antwerpen | 15 Juli 1992
Auto met zware jongens tegen paal
Op de Aalterbaan in Maldegem ging de personenwagen van Yannick Stoefs (24), Itterbeeklaan 17 in Anderlecht, zondagochtend rond 7u tegen hoge snelheid uit de bocht. De auto ramde een verlichtingspaal en brak doormidden. De bestuurder en twee passagiers, Stefaan Deghinst (27) uit Hof Ten Hout 46a in Sint-Genesius-Rode en Jean-Jacques Cordonnier (28) uit de Sylvain Dupuislaan 28a in Anderlecht, waren op slag dood.
Een vierde inzittende, Pierre Berrevoets (28) uit de Biarritzsquare 7 in Elsene, werd in kritieke toestand in het ziekenhuis opgenomen.
Rijkswachters vonden in het wrak een vlag met hakenkruisen, een Rambo-mes, een spuitbus met traangas en een hele stapel horror- en geweldvideo's. Het parket stelt een onderzoek in. Volgens de rijkswacht stonden de drie dodelijke slachtoffers bij het gerecht bekend als zware jongens. Ze waren vermoedelijk van de kust op weg naar Brussel.
Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Juli 1993
RTBF-cameraman in mekaar geslagen
Donderdagnamiddag is een cameraman van de RTBF in elkaar geslagen. De man was samen met een TV-ploeg van de RTBF beelden gaan filmen van de begrafenis van zekere Yannick Stoefs, een 24-jarige man uit Anderlecht die zondag jl. ingevolge een verkeersongeval in Maldegem om het leven was gekomen. Stoefs behoorde tot de uiterst rechtse politieke beweging "Assaut".
Ongeveer 80 personen woonden de uitvaart bij op het kerkhof van Anderlecht. Toen een twintigtal personen de TV-ploeg die achter de struiken stond opmerkte, werd die verzocht de camera enop zijn minst de opnamecassette af te geven. In een mum van tijd evenwel werd de cameraman op de grond gegooid, geschopt en met de vuist bewerkt. Zijn materiaal werd volledig verwoest.
In een donderdagavond verspreid communiqué zegt de directie van de RTBF "de incidenten die op het kerkhof plaatsvonden te betreuren. Deze incidenten bemoeilijken of verhinderen dan ook de bewegingsvrijheid van journalisten die de bevolking zo breed mogelijk moeten voorlichten in een staat die zich democratisch noemt".
Tot de opdracht van de TV-ploeg was beslist geworden op de redactievergadering.
Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Juli 1993
Samenvatting
Wat? Moord op bonthandelaar Guillaume De Bleser
Wanneer? In de nacht van 9 op 10 maart 1973
Waar? Alsembergsesteenweg 672 in Ukkel » Google Maps
Wie?
- Hadji Benor Chane
- Alain Girault
- Nizim Cohen
- Belina Scholiers
Wapen: knipmes
Status: Opgelost
De heler van de gestolen goederen, Camille Vanden Neucker, heeft in juni 1975 een moord gepleegd in Brussel.
Handelaar de keel overgesneden te Ukkel
De 57-jarige Guillaume De Bleser, die een winkel van pelsen en bontmantels uitbaat aan de Alsembergsesteenweg 672 te Ukkel, werd zaterdag omstreeks 4u ’s morgens door een onbekende de keel overgesneden. Uit het onderzoek blijkt dat 30.000 fr. ten nadele van het slachtoffer werd geroofd, zodat het vermoedelijk een roofmoord gaat.
Guillaume De Bleser baatte al sinds lange jaren, samen met zijn echtgenote, een winkel pelsen en bontmantels uit te Ukkel. Het was zijn gewoonte één- of tweemaal per week 's avonds alleen uit te gaan om een bezoek te brengen aan enkele cafés en vrienden, om slechts na middernacht opnieuw naar huis terug te keren.
Vrijdagavond ging hij andermaal alleen op stap en kwam vermoedelijk zaterdag, omstreeks 4u, weer thuis, want op dat ogenblik werd zijn echtgenote, die op de bovenverdieping sliep, plots gewekt door een hevig lawaai. Even later had de vrouw de indruk dat er een auto op straat startte om weg te rijden.
Mw. De Bleser bleef een hele tijd wachten op haar echtgenoot, doch tenslotte ging ze zelf naar beneden om te tijken wat er was gebeurd. Toen ze in de eetkamer achter de winkel kwam, vond ze haar man uitgestrekt op de grond, badend ln een grote bloedplas.
De keel van de man was overgesneden en ook zijn borst vertoonde een paar diepe snijwonden. Er bleef de vrouw niets anders over dan de politie te verwittigen, die samen met onderzoeksrechter Chot en substituut Anciaux ter plaatse verscheen.
Vechtpartij
In de nabijheid van het slachtoffer lag een stukgeslagen fles. Doordat het slachtoffer verscheidene snijwonden op de borst vertoonde, wordt verondersteld dat de dader heeft moeten vechten alvorens uiteindelijk de h. De Bleser met een scherp voorwerp, wellicht een scheermes, de keel te kunnen oversnijden.
Anderzijds werd op een tafel in de eetkamer een metalen doos ontdekt, die van zijn inhoud was geledigd. Normaal had er nagenoeg 30.000 fr. moeten insteken. Vermoed wordt dan ook dat de dader beslag legde op de inhoud van de doos.
Tot nog toe kon nog niets worden vernomen over de dader. Gezien geen enkele deur was opengebroken bestaat er twijfel over dat het om een verraste inbreker zou zijn gegaan, tenzij de onbekende met valse sleutels naar binnen zou zijn gekomen.
Misschien was het een man die de h. De Bleser vrijdagavond had zien weggaan en die in de buurt zijn thuiskomst afwachtte. Het is ook niet uitgesloten dat het slachtoffer dat gekend stond als een welstellend man in de herbergen die hij placht te bezoeken, door een kerel met een auto werd gevolgd tot bij zijn woonplaats. Misschien zou aldus kunnen worden verklaard waarom Mw. De Bleser de indruk kreeg dat er plots een auto wegreed, even nadat ze wakker was geworden. Het ging wellicht om de dader die op de vlucht sloeg.
Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Maart 1973
Moordenaars van bonthandelaar te Ukkel aangehouden
In de nacht van 9 op 10 maart werd een bonthandelaar van de Alsembergsesteenweg te Ukkel, de 57-jarige Guillaume De Bleser, in zijn woning de keel overgesneden door onbekenden, die hij vermoedelijk tijdens een inbraak had verrast.
Donderdag werden de twee moordenaars van de handelaar aangehouden, samen met hun medeplichtigen, een heler en twee vrouwen. Het betreft de 36-jarige Alain Girault en de 40-jarige Nizim Cohen, beiden geboren in Frankrijk. De heler is Camille Vanden Neucker, van Belgische nationaliteit, geboren in 1940 en een der vrouwen is de 25-jarige Micheline Schiavon van Belgische nationaliteit. De identiteit van de vrouw is niet bekend. De twee moordenaars waren uitbaters van een bar, de ene te Sint-Joost-ten-Node en de andere te Oudergem.
Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Mei 1973
Moordenaars van winkelier te Ukkel aangehouden
Leden van de gerechtelijke politie te Brussel hebben in de nacht an woensdag op donderdag de moordenaars aangehouden van de 57-jarige Guillaume De Bleser, die op 10 maart met overgesneden keel in zijn winkel van pelsmantels aan de Alsembergsesteenweg 872 te Ukkel, werd aangetroffen.
Het betreft twee Fransen: de 40-jarige Missim Cohen en de 36-jarige Alain Girault. Een heler, bij wie een groot gedeelte van de gestolen bontmantels en pelsen werd teruggevonden, werd eveneens gevat. Het gaat om de 33-jarige Camille Van Den Neucker, uitbater van de bar “Dolce Vita” aan de Kruistochtenstraat te Brussel. Ook een jonge vrouw, die als medeplichtige optrad, werd onder arrestatie geplaatst, nl. de 25-jarige Micheline Schiavon.
Het slachtoffer De Bleser was zaterdag 10 maart omstreeks 4u 's morgens thuis gekomen met zijn wagen. Voordien bezocht hij vrienden in enkele cafe's aan het Noordstation te Brussel. Toen hij zijn woning binnen ging zag hij onbekenden, die bontmantels en pelsen aan het stelen waren. De verraste dieven grepen de h. De Bleser vast en brachten hem met een scherp mes verschillende snijwonden toe opdat hij de bergplaats van het geld zou verklappen. Het slachtoffer duidde een metalen doosje op tafel aan, waarin 30.000 fr. stak. Omdat de inbrekers dachten dat hij nog ergens anders geld hield verborgen, mishandelden ze de h. De Bleser verder.
Daar dit niet hielp sneden ze het slachtoffer de keel over. Ze reden er vervolgen met talrijke bontmantels en pelsen alsmede met de 30.000 fr. van door.
Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Mei 1973
Algerijnse mededader steeds voortvluchtig
Het parket te Brussel gaf vrijdag de foto vrij van een van de moordenaars, die op 10 maart de 56-jarige pelshandelaar Willy De Bleser in zijn winkel aan de Alsembergsesteenweg 672 te Ukkel met messteken om het leven bracht. Het is de 32-jarige Algerijn Hadji Benor Chane, beter gekend al “Tonton”. Na de arrestatie van vijf medeplichtigen, begin mei wist de Algerijn op het nippertje aan de Belgische politie te ontsnappen.
De pelshandelaar De Bleser had op 10 maart bij zijn thuiskomst omstreeks 3u 's morgens met inbreker te maken, die hem op een weerzinwekkende manier, door het toebrengen van messteken over gans het lichaam, om het leven brachten. Het onderzoek bracht aan het licht dat de daders zich de inhoud van een metalen kistje, een bedrag van 30.000 fr., hadden toegeëigend. Ze hadden eveneens beslag gelegd op verschillende bontmantels en pelzen.
Begin mei werden twee van de daders die rechtstreeks bij de moord betrokken waren gegrepen. het ging om de 40-jarige Nissen Cohen en de 36-jarige Alain Girault. Een derde man was de heler, de 33-jarige Camille Van den Neucker, in wiens drankgelegenheid “Dolce Vita” aan de Kruisvaartenstraat te Brussel de meeste gestolen mantel en pelzen werden teruggevonden.
Ook twee jonge vrouwen die bij de drie voornoemde mannen waren, werden aangehouden. Wat de Algerijn Hadji Benor Chane betreft, deze had tijdig lont geroken. Hij wordt thans ijverig opgezocht niet alleen in België maar eveneens door tussenkomst van Interpol in het buitenland.
Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Juni 1973
Roofmoordenaars doen overval op pelshandelaar over
Onder grote belangstelling van buren en kennissen, werd woensdagnamiddag aan de Alsembergsesteenweg 672, op de hoek van de Gelovigenstraat te Ukkel, overgegaan tot de wedersamenstelling van de roofmoord die er op zaterdag 10 maart werd gepleegd op de 57-jarige pelshandelaar Guillaume De Bleser.
Verscheidene misdadigers waren bij de feiten betrokken, nl. de 25-jarige Micheline Schiavon, de 36-jarige Alain Girault en de thans voortvluchtige Algerijn de 33-jarige Hadji Benorchane, bijgenaamd Tonton.
Nadat het slachtoffer met het meisje het huis was binnengegaan, belden Girault en Tonton, gedeeltelijk gemaskerd, aan. Eenmaal binnen gingen ze de pelshandelaar met een mes te lijf waarbij ze hem de keel oversneden en nog talrijke verwondingen over het lichaam toebrachten. Ze gingen er van door met 30.000 fr. in baar geld en talrijke pelsen en bontmantels.
Na een langdurig onderzoek werden deze kledingstukken begin mei in de drankgelegenheid “La Dolce Vita” aan de Kruisvaartenstraat te Sint-Joost-ten-Node teruggevonden. De uitbater van dit café werd aangehouden, de 40-jarige K. Van den Neucker, bleek hierbij te zijn opgetreden als heler. Een andere man die aanvankelijk in deze zaak werd aangehouden, de 40-jarige Fransman Nizim Kohen, werd achteraf weer in vrijheid gesteld.
Uit het onderzoek bleek immers dat Girault, Tonton en Kohen de nacht van de feiten bij de pelshandelaar waren gaan aanbellen op een ogeneblik dat hij nog afwezig was.
Het drietal bracht de tijd door in de nabijgelegen drankgelegenheid “Le Port d"Attache”. Toen Girault en Tonton nadien het inzicht te kennen gaven naar de pelshandelaar terug te keren weigerde Kohen hen nog verder te vergezellen, zodat hij afwezig was op het ogenblik van de misdaad.
Reconstructie
De reconstructie stond onder leiding van onderzoek rechter Mw. Chot, bijgestaan door substituut Deprêtre. Micheline Schiavon, een roodharig meisje, die de h. De Bleser van uit een nachtbar nabij het noordstation naar zijn woning vergezelde, toonde hoe ze samen met het slachtoffer uit een nachtbar nabij het Noordstation naar zijn woning vergezelde, toonde hoe ze samen met het slachtoffer uit een wagen kwam, die was blijven staan in de Gelovigenstraat, terzijde van het huis van de misdaad.
het Meisje wordt er sterk van verdacht als tipgeefster te zijn opgetreden en staat nog onder arrest. Toen ze eenmaal met het slachtoffer het huis was binnengegaan, belden de daders aan: Alain Girault, een grote zwaarlijvige kerel, die het aangezicht gedeeltelijk hield verborgen achter een bordeaux-kleurige halsdoek, met achter hem Tonton, die een bleek-grijze halsdoek voor het aangezicht had en voor de reconstructie werd uitgebeeld door een politie-inspecteur. De misdaad zelf werd vervolgens door de daders in de woonplaats en de winkel nog eens overgedaan.
Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Augustus 1973
Roofmoord op pelshandelaar uit Ukkel voor Assisenhof van Brabant
Voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Terlinden, verschijnen van maandag af vier beklaagden in verband met de roofmoord gepleegd tijdens de nacht van 9 op 10 maart 1973 op de 57-jarige pelshandelaar Guillaume De Bleser in diens huis, Alsembergsesteenweg 672 te Ukkel.
Twee van de vier beklaagden worden er van beschuldigd rechtstreeks aan de moord te hebben deelgenomen en zullen onder arrest voor het Assisenhof verschijnen: de 37-jarige Fransman Alain Girault, maatschappijbeheerder en wonende De Stassartstraat te Elsene, en de 28-jarige Micheline Schiavone, barmeid en wonende Vooruitgangstraat te Schaarbeek.
De twee overige worden beschuldigd van poging tot inbraak bij het slachtoffer of heling: de 41-jarige Franse barman Nissim Cohen, wonende Ernest Solvaystraat te Elsene, en de 23-jarige Belina Scholiers, handelaarster en wonende Dikkebeuklaan te Jette.
Na een mislukte poging tot inbraak werd Guillaume De Bleser in zijn woon- en werkplaats te Ukkel de keel overgesneden en talrijke wonden over het hele lichaam toegebracht. De daders gingen er van door met 30.000 fr. in geld en voor nagenoeg 600.000 fr. pelsmantels. Eerst begin mei 1973 konden de vier beklaagden worden geïdentificeerd, waarna twee onder hen onder arrest werden geplaatst.
Er worden 70 getuigen gehoord. De debatten zullen vijf dagen duren.
Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Mei 1975
Moordenaars van pelshandelaar voor Assisenhof van Brabant
Voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Terlinden, verschenen maandag drie beklaagden, die ervan beschuldigd worden in de nacht van 9 op 10 maart 1973, de 57-jarige pelshandelaar Guillaume De Bleser, in zijn woonplaats, Alsembergsesteenweg te Ukkel, te hebben vermoord, ofwel een poging te hebben ondernomen hem te bestelen. Pelshandelaar De Bleser werd de keel overgesneden en van 30.000 fr. in geld en bontmantels voor een globale Waarde van 600.000 fr. beroofd.
De drie beklaagden zijn: de 37-jarige Alain Girault, maatschappijbeheerder uit Elsene, de 26-jarige Micheline Schiavone, barmeid uit Schaarbeek en de 23-jarige Belina Scholier, handelaarster uit Jette. Een vierde beklaagde, beschuldigd van poging tot inbraak en heling van de gestolen bontmantels, de 41-jarige Nissin Cohen, barman uit Elsene, liet verstek gaan. Girault en Schiavone werden aangehouden. Scholier verscheen vrij. De jury is samengesteld uit zeven vrouwen en vijf mannen.
Uit de ondervraging blijkt dat Girault uit gegoede ouders in Frankrijk werd geboren. Hij studeerde tot zijn 18de jaar, bleef 11 jaar politieagent, en na de scheiding van zijn vrouw, kwam hij zich als barman vestigen in het Brusselse.
Micheline Schiavone maakte een moeilijke jeugd door. Als jong meisje kreeg ze kennis met een zekere Henneman, die vader werd van haar kind, doch haar herhaaldelijk in de steek liet. Telkens als Henneman haar in de steek liet, ging Schiavone verdachte nachtgelegenheden in het Brusselse opzoeken. Onlangs trad zij met Henneman in het huwelijk.
Belina Scholiers, die bijzonder veel van haar wagen scheen te houden, bezocht op het ogenblik van de feiten allerlei nachtclubs ondermeer om er toiletartikelen te verkopen. Op dit ogenblik werkt ze voor een firma in foto-artikelen en verdient wel 30.000 tot 40.000 fr. per maand.
De ondervraging bracht verder aan het licht dat Girault en Cohen aanvankelijk een inbraak wilden plegen bij pelshandelaar De Bleser. Deze had immers aan Schiavone en Scholiers gezegd dat hij thuis 500.000 fr. had opgeborgen in zijn TV-apparaat en dat het geld bestemd was om nieuwe pelsmantels aan te kopen. Terwijl de twee jonge vrouwen en De Bleser in een bar te Elsene verbleven, poogden Girault en Cohen tevergeefs in het huis van De Bleser binnen te dringen.
List
Toen werd het plan beraamd De Bleser met een list te bestelen. Schiavone zou hem naar zijn woning vergezellen en zodra ze binnen was zou ze de toegangsdeur tot het huis open maken om Girault en zijn medeplichtige, de thans in Algerije aangehouden Benorchane, binnen te laten.
Tijdens de ondervraging gaf Girault toe het slachtoffer kolfslagen op het hoofd te hebben toegediend. Girault beweerde dat Benorchane de keel van het slachtoffer oversneed met een springmes. Ondanks de verklaringen van Schiavone die zei dat de Algerijn haar geen enkel ogenblik verliet en dus het slachtoffer niet kon hebben gedood.
Getuigenverhoor
Als eerste getuige bracht rechter van instructie Mw. Chot een breedvoerig relaas van de feiten. Aan de hand van lichtbeelden, nl. momentopnamen van de reconstructie, die in augustus 1973 plaatsvond, had de rechter van instructie het achtereenvolgens over de versie van Schiavone en de versie van Girault nopens de feiten.
Volgens Schiavone sneed Girault het slachtoffer de keel over met een springmes. Girault zelf houdt vol dat de thans in Algerije aangehouden Benorchane het slachtoffer met zijn mes om het leven bracht.
Van de rechter van instructie werd ook vernomen dat Girault in juni 1973 in de gevangenis van Vorst drie dagen lang in hongerstaking ging omdat hij van oordeel was als vreemdeling minder goed te worden behandeld dan de Belgische gedetineerden.
Vervolgens werden wetsgeneesheren Dr. Voordeckers en Dr. Tahon als getuigen ondervraagd. Uit vaststellingen van de geneesheren blijkt dat het lichaam van De Bleser rijke oppervlakkige verwondingen vertoonde, maar ook verscheidene erge kwetsuren. De schedel alleen vertoonde vijf verwondingen, veroorzaakt door een stomp voorwerp, dat later de kolf van een pistool bleek te zijn. Drie van deze slagen hadden telkens een schedelbreuk veroorzaakt.
De borst vertoonde dertien verwondingen, toegebracht met een scherp voorwerp, zoals later bleek een springmes. Al deze verwondingen hadden nochtans de dood van het slachtoffer niet voor gevolg. De Bleser kwam om het leven door het oversnijden van zijn keel, daar een wonde van 20 cm lang werd vastgesteld.
Heden wordt het getuigenverhoor verdergezet.
Bron: Gazet van Antwerpen | 13 Mei 1975
Ukkelse pelshandelaar had veel geld op zak
De eerste getuigen, die dinsdag werden ondervraagd, waren politieagenten te Ukkel, die enkele minuten na de feiten reeds op de plaats van de misdaad verschenen. Het viel hun onmiddellijk op dat De Bleser het slachtoffer werd van een roofmoord. Verscheidene kasten stonden open en het TV-toestel lag ondersteboven alsof men had willen zien of er geen geld in stak.
Inspecteurs en commissarissen van de gerechtelijke politie te Brussel vertelden, dat het onderzoek aanvankelijk toegespitst werd op nachtgelegenheden, nabij de Naamse Poort en de Kleine Beenhouwersstraat, die het slachtoffer placht te bezoeken en waar hij o.m. ophield met jonge vrouwen van speciale zeden.
Om bij De Bleser binnen te dringen en de deur voor haar medeplichtigen te kunnen openen, had Micheline Schiavon aan het slachtoffer verteld “dat ze samen met Belina Scholier een speciale voorstelling zou geven”.
Andere politieagenten getuigden, dat beklaagde Girault de weken die aan de feiten voorafgingen, herhaaldelijk in het bezit van een springmes werd bevonden o.m. door de huiseigenares en een andere keer toen hij naar de toiletten ging.
Op zekere nacht liet Girault zich in een nachtgelegenheid van de Kleine Beenhouwersstraat doorgaan als “Vicomte Linières”. Wat Michelin Schiavone betreft, deze schijnt slechts van één man te houden; nl. haar echtgenoot Hennemanne, met wie ze onlangs in de gevangenis trouwde.
Mw. Alice Veder, weduwe van het slachtoffer, zegde dat haar man al sinds een paar jaar de gewoonte had om twee tot drie vonden per week uit te gaan en zich ergens in een nachtgelegenheid op te houden. Meer dan eens had De Bleser aan zijn vrouw gezegd, dat hij het nodig vond 's nachts uit te gaan gezien hij overdag al te hard moest werken en hij bij zijn uitstapjes telkens met vriendelijke mensen te maken had.
De nacht van de feiten, omstreeks 4u 's morgens, werd ze plots in haar slaap gewekt door mannenstemmen op de benedenverdieping. Toen Mw. Veder de trappen afdaalde, hoorde ze ineens de deur naar buiten dicht slaan en een paar seconden later trof ze het lichaam van haar man in een bloedplas aan. Ze belde dadelijk de ziekendienst en de politie op.
Toen ze de volgende dag de inventaris opmaakte, kwam getuige tot de vaststelling dat voor ongeveer 800.000 fr. bontmantels waren verdwenen evenals 30.000 fr. dat in een kistje lag.
Tijdens de namiddagzitting werden een zestal meisjes ondervraagd, die zich vaak ophielden in de bar die De Bleser placht te bezoeken en die derhalve het slachtoffer tamelijk goed kenden. De Bleser vertelde hun meer dan eens welgesteld te zijn. De volgende getuige was Mw. Nantel, uit Elsene, die een kamer verhuurde aan Girault en die beklaagde meer dan eens een springmes zag hanteren.
Nadien getuigde Jean-Claude Guijarro, die Girault in het bezit zag van een groot knipmes. Wat de thans in Algerije aangehouden Benorchane betreft, deze bleek volgens getuige in het bezit te an een pistool. De h. Delmoitez, huiseigenaar, die eveneens een kamer verhuurde aan Girault, verklaarde nadien dat de beklaagde hem op zekere dag voorstelde hasj voor hem te verkopen. Hij zei over grote hoeveelheden van het spul kunnen beschikken.
Vandaag gaat het getuigenverhoor verder.
Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Mei 1975
Psychiaters achten beklaagden volledig toerekeningsvatbaar
In het proces van Alain Glrault, Micheline Schiavone en Belina Scholiers voor het Hof van Assisen van Brabant, naar aanleiding van de moord op pelshandelaar Guilaume De Bleser, verklaarden woensdag verscheidene psychiaters dat de drie beklaagden volledig toerekeningsvatbaar zijn.
Dr. Cordier, Dr. Hanquinet en Dr. Dumont hadden het eerst over de twee vrouwelijke beklaagden, Micheline Schiavone en Belina Scholiers. Volgens de wetsgeneesheren ontbreekt het Schiavone aan moreel houvast, zodat ze bereid is om het even wat te aanvaarden als het haar kan toelaten zonder veel moeite door het leven te komen. Dit gedragspatroon bij Schiavone is blijkbaar voor een groot deel te wijten aan de onenigheid tussen haar ouders die al geruime tijd zijn gescheiden.
Opschepper
Scholiers vertoont een standvastiger karakter. Ook haar jeugd was nochtans niet altijd rooskleurig, zodat ze te weinig genegenheid kreeg vanwege haar omgeving, met het gevolg dat ze nog vrij jong haar familie verliet om een eigen leventje te leiden.
Alain Girault blijkt volgens de psychiaters impulsief en prikkelbaar te zijn, wellicht als gevolg van de teleurstellingen in zijn huwelijksleven. Aan de ene kant is zijn persoonlijkheid erg fragiel, aan de andere kant doet hij zich vaak brutaal voor. Zijn verstand ligt boven de middelmaat, doch zijn algemene ontwikkeling is vrij oppervlakkig. Hij is een opschepper, die zich tot elke prijs wil doen gelden, voornamelijk ten overstaan van vrouwen. Girault nam vrij regelmatig drugs zoals LSD en hasj.
De drie beklaagden zijn volgens de psychiaters volledig verantwoordelijk voor hun daden.
Zelfmoordpoging
Wetsgeneesheer Dr. Voordecker had het over de zelfmoordpoging van Girault in de gevangenis van Vorst, waar hij de huid aan de polsen doorsneed zonder de slagader te raken, zodat kan worden getwijfeld of hij werkelijk het inzicht had zichzelf te doden.
Volgende getuige was Armand Hennemanne, die met Micheline Schiavone trouwde toen deze reeds in de gevangenis was opgesloten. Deze getuige, die het beroep van kelner uitoefent, beloofde de voorzitter zijn echtgenote in de toekomst trouw te blijven, in tegenstelling met wat vroeger wel eens het geval bleek te zijn.
De werkgeefster van Belina Scholiers vertelde bijzonder tevreden te zijn over de arbeidsprestaties van deze beklaagde. Scholiers moest dagelijks met haar wagen in verscheidene winkels negatieven van films gaan ophalen om ze bij haar werkgeefster te laten ontwikkelen, waarvoor ze een maandloon van 40.000 fr ontving.
Donderdag gaan de debatten verder met het rekwisitoor en de pleidooien.
Bron: Gazet van Antwerpen | 15 Mei 1975
Verdachte Girault: “Ik had springmes op zak”
Dé grote verrassing voor het Hof van Assisen van Brabant in het proces naar aanleiding van de roofmoord op Guillaume De Bleser, was de verklaring, die beklaagde Alain Girault, donderdagnamiddag aflegde na het pleidooi van zijn advocaat, Mr. Xavier Magnée. Nadat de verdediger anderhalf uur lang had betoogd dat zijn client in geen geval De Bleser de keel had overgesneden, stond Girault plots recht en zegde aan de voorzitter: “Ik had de dag van de moord wel een springmes op zak”.
Meesters Albert Carette en Francine De Ceuleneer namen bij de aanvang van de zitting het woord in naam van de burgerlijke partijen: de echtgenote en de dochter van het slachtoffer Guillaume De Bleser. De advocaten stelden vast dat beklaagde Girault bij hoog en bij laag beweert dat het slachtoffer door de in Algerije aangehouden Benorchane de keel werd overgesneden. Girault geeft slechts toe kolfslagen op het hoofd van de pelshandelaar te hebben toegebracht. Deze slagen konden op zichzelf reeds de dood veroorzaken.
“Hinderlaag”
Advocaat-generaal Basch verklaarde in zijn rekwisitoor dat De Bleser blijkbaar het gezelschap van jonge vrouwen van speciale zeden zocht omdat hij wellicht hoopte daarmee zijn verloren jeugd terug te vinden. Hij werd echter door deze vrouwen met wie hij kwistig met geld omsprong, in zijn hemd gezet en in een hinderlaag gelokt.
Beklaagden Micheline Sciavone en Belina Scholiers hielden De Bleser op in een bar te Elsene op een ogenblik dat Girault en de voortvluchtige Cohen een inbraak wilden plegen in zijn woonplaats. Later wist Sciavone het slachtoffer tot in zijn woonplaats te vergezellen met de belofte er met haar vriendin Scholiers een speciale voorstelling te geven. Door tijdens diezelfde nacht bij De Bleser de deur naar buiten open te maken en Girault en Benorchane binnen te laten, werkte ze de misdaad rechtstreeks in de hand.
De hoofdvraag is niet zozeer wie het slachtoffer de keel oversneed, maar wel welke personen bij het slachtoffer vertoefden toen het op zulke brutale manier werd gedood. Volgens het Openbaar ministerie was het Girault die het slachtoffer de keel oversneed.
Om te besluiten vroeg de advocaat-generaal aan de jury positief te antwoorden op de vragen of Girault, Sciavone en Scholiers bij de poging tot inbraak bij het slachtoffer waren betrokken, of Girault en Sciavone geld en bontmantels bij het slachtoffer gingen wegnemen en of de diefstal gepaard ging met opzettelijke doodslag.
Verdediging
De eerste advocaat van Girault, Mr. Guy Delfosse, schreef de misdaad voor een groot deel toe aan het noodlot, en aan het feit dat het slachtoffer en zijn cliënt Girault elkander toevallig ontmoetten in een wel “erg speciaal milieu” in het Brusselse. De advocaat had het vervolgens over de persoonlijkheid van zijn cliënt, zoon van een kapitein van de rijkswacht en van een moeder die geneesheer was. Doch Girault werd later een mislukking in het leven, en ondanks zijn verstandelijke gaven bracht hij het nooit verder dan tot politieagent te Parijs.
Na zijn echtscheiding van een rijke erfgename, op een ogenblik dat hij bovendien werd gezocht door het Franse gerecht, kwam hij in 1972 helemaal berooid te Brussel aan.
Het springmes
Tijdens de namiddagzitting trachtte Mr. Xavier Magnée, tweede advocaat van Girault, ooral te bewijzen dat zijn cliënt in geen geval het slachtoffer met een springmes ging doden. Dit ondanks verscheidene getuigen verklaarden hem in de weken, die de moord voorafgingen, met een springmes te hebben gezien.
Indien Girault aan één van de “lichte” meisjes mocht hebben gezegd dat hij het slachtoffer de keel zou oversnijden dan deed hij zulks alleen om op te scheppen. De manier waarop De Bleser werd gedood blijkt er eerder op te wijzen, aldus Mr. Magnée dat er een Noord-Afrikaan op de proppen kwam. Algerijnen, zoals Benorchane, hebben vaak een springmes in hun bezit, dat ze meestal onder hun broeksriem dragen.
Mr. Xavier Magnée had nauwelijks gedaan met pleiten, of Girault zelf stond recht en verklaarde aan voorzitter Terlinden, dat hij tot nog toe gelogen had nopens het bezit van het springmes. “Ik had een springmes op zak”, zegde hij, “toen ik De Bleser ging opzoeken. Ik had het mes enkele dagen voordien gekocht bij een Noord-Afrikaan en enkele weken tevoren bezat ik een ander springmes dat door verscheidene getuigen werd opgemerkt”.
Vervolgens pleitte Mr. Geneviève Beauthier voor Micheline Schiavone. De advocate had het vooral over de persoonlijkheid van haar cliënte die een ongelukkige jeugd doormaakte.
Het arrest wordt heden vrijdagavond verwacht.
Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Mei 1975
Levenslange dwangarbeid voor Alain Girault
Vrijdagavond viel het verdict in het proces tegen de daders van de moord op pelshandelaar De Bleser uit Brussel. Nadat de jury zich tweemaal had teruggetrokken, waarbij de tweede beraadslaging nog een uur en een kwartier duurde, sprak het Hof het vonnis uit. Alain Glrault, die op het einde van het proces nog bekend had dat hij een mes op zak had, werd veroordeeld tot levenslange dwangarbeid. Micheline Schiavone en Belina Scholiers elk tot drie jaar gevangenis met uitstel.
Beklaagde Girault bevestigde vrijdag dat hij een springmes had toen hij in de woonplaats van het slachtoffer kwam. Daar gaf hij echter het mes aan de Algerijn Benorchane, nadat hij had gezien dat deze geen enkel wapen bij zich had.
Mr. Pascal Vàn der Veenen, verdediger van Micheline Schiavone, onderstreepte dat de vrouw aan een morele inzinking ten prooi was en dronken was tijdens de feiten. En Mr. Guy François had het over de ongelukkige jeugd van Belina Scholiers. Beide advocaten vroegen een vrijspraak voor hun cliënten. Beklaagde Girault herhaalde nogmaals dat hij de keel van het slachtoffer niet oversneed.
Na voorlezing van de elf vragen trok de jury zich terug. Na een beraadslaging van anderhalf uur, antwoordde de jury positief op de elf gestelde vragen.
Girault en Schiavone werden schuldig bevonden aan diefstal ten nadele van De Bleser met de omstandigheid dat het slachtoffer opzettelijk werd gedood om de diefstal te vergemakkelijken of om de onstrafbaarheid ervan te verzekeren. Bovendien werd Girault, Schiavone en Scholier schuldig bevonden aan poging tot inbraak bij De Bleser.
Het openbaar ministerie bij monde van advocaat-generaal Basch, eiste vervolgens de doodstraf tegen Girault, die hij schuldig achtte aan de moord op het slachtoffer.
Levenslang
Na een nieuwe beraadslaging die een uur en een kwartier duurde las voorzitter Terlinden het arrest voor. Alain Girault werd veroordeeld tot levenslange dwangarbeid. Micheline Schiavone en Belina Scholiers elk tot drie jaar gevangenis met uitstel voor het gedeelte dat ze nog niet uitzaten.
Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Mei 1975
Handelaar beticht van heling
Voor de correctionele rechtbank te Brussel verscheen woensdag de 35-jarige Camille Van de Neuker, handelaar uit Sint-Joost-ten-Node, onder de beschuldiging de bontmantels en pelsen die bij de vermoorde Guillaume De Bleser te Ukkel waren geroofd voor 600.000 fr. te hebben geheeld.
De moord op Guillaume De Bleser, pelshandelaar uit Ukkel, werd in de nacht van 9 op 10 maart 1973 gepleegd. Het slachtoffer werd mishandeld en de keel overgesneden. De daders, de tot levenslange dwangarbeid veroordeelde Alain Girault en de Algerijn Ben Orcham, die in zijn land van herkomst nog moet berecht worden, gingen er vandoor met bontmantels en pelsen voor een vaarde van 600.000 fr. en met 30.000 fr. in bankbriefjes.
Voor de rechtbank hield Van de Neuker vol niet te hebben geweten dat de pelsen en bontmantels afkomstig waren van een roofmoord gepleegd te Ukkel. Hij nam wel bezit van deze kledingstukken als waarborg, gezien Girault en een zekere Cohen hem nog 150.000 fr. verschuldigd waren.
Substituut De Pretere wees in zijn rekwisitoor op de onmogelijkheid te bewijzen dat Van de Neuker wel degelijk afwist dat de bontmantels en pelsen bij een roofmoord werden gestolen. Girault en Cohen behoorden immers tot het milieu en aldaar bestaat de wet van het stilzwijgen. Wel moest Van de Neuker hebben vermoed dat voormelde pelsen van verdachte oorsprong waren, gezien het nachtelijk uur waarop ze hem werden overhandigd door twee mannen die zeker niet voor een diefstal terugschrikten.
De pleidooien van de verdediging en de uitspraak werden naar een latere datum verwezen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 20 November 1975
Bende van Nijvel → Posts by Ben
Powered by PunBB, supported by Informer Technologies, Inc.