8,941

(12 replies, posted in Organisaties)

Begin jaren '80 worden verschillende leden van Front de la Jeunesse veroordeeld. Daarom transformeert de groepering zich in 1984 om tot Parti des Forces Nouvelles.

8,942

(12 replies, posted in Organisaties)

Forces Nouvelles (FN) was een politieke partij die werd opgericht in 1975 door Emile Lecerf en was gelieerd aan de NEM-clubs. Ze had een uitgesproken rechts profiel, met als doel stemmen te winnen bij de meest rechtse vleugels van de PLP en de PSC. De partij viel na enkele maanden uiteen.

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite in de korte 20ste eeuw | Klaartje Schrijvers

8,943

(10 replies, posted in Organisaties)

Cercle Culturel de la Cambre (CCC) was een organisatie opgericht door Richard Van Wijck en Paul Vankerkhoven. Het werd opgericht om de latere Cercle des Nations te financieren.

In 1969 wordt Cercle des Nations - een privéclub - opgericht door Richard Van Wijck. Het was een serviceclub bestaande uit leden uit de mondiale (rechtse) financiële, industriële, politieke en diplomatieke elite waarin gedineerd werd en er regelmatig congressen of conferenties werden georganiseerd. Het fusioneert in 1974 met de Royal Automobile Club de Belgique. Het was erg Europees en Atlantisch georiënteerd en uiterst anticommunistisch.

8,944

(8 replies, posted in Organisaties)

Aginter Press werd opgericht in 1966 door Guérin-Serac en Stefano Delle Chiaie. Het was een informatiecentrum rechtstreeks gelieerd aan PIDE (*) en de CIA. Het voerde geheime missies uit en was gespecialiseerd in provocatieoperaties. Het rekruteerde bij fascistische militanten en oudstrijders.

De organisatie was niet alleen actief in Portugal maar werkte ook mee aan de Strategie van de Spanning in Italië.

(*) PIDE staat voor Polícia Internacional e de Defesa do Estado en was een gevreesde geheime dienst tijdens het autoritaire bewind van de Portugese premier António de Oliveira Salazar.

8,945

(0 replies, posted in Bibliografie)

Boeken

Memoires

Non-fictie

Fictie

Artikels

Televisie

Films en Series

Podcasts & Radio

Cultuur

Bende van Nijvel in populaire cultuur

Wetenschappelijk onderzoek

Belangrijk boek om te hebben (en te lezen). Het staat vol interessante informatie.

Les faits criminels rassemblés sous l’expression les tueries du Brabant ont mis la Belgique en émoi entre 1982 et 1985. Quinze années après les premières attaques, les auteurs de ces tueries ne sont toujours pas identifiés. Une première Commission d’enquête parlementaire a examiné ce phénomène criminel et a rendu ses conclusions en 1990.

Une Commission d’enquête parlementaire bis a repris l’ensemble du dossier et examiné de nouveaux éléments en 1996 et 1997. Cette Commission d’enquête parlementaire s’est appuyée, pour l’avancement de ses travaux, sur des analyses réalisées par les professeurs Fijnaut, Verstraeten et Masset désignés en qualité d’experts.

Cet ouvrage reprend les rapports de l’expert francophone, le professeur Masset, qui a plus particulièrement examiné l’enquête judiciaire en tant qu’elle s’est intéressée à la piste de l’implication éventuelle de certains anciens membres des services de renseignements et de la gendarmerie.

Est également présentée une synthèse critique des auditions de nombreux témoins entendus par la Commission, spécialement en ce qui concerne la coordination de l’enquête Brabant Wallon et de l’enquête relative à l’affaire Mendez.

ISBN: 9789061868521
Auteur: Masset, Adrien
Publicatiedatum: 1/1998
Geschreven in: Frans
Aantal pagina's: 204

Via deze link kan je het boek lezen » books.google.be

8,948

(166 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Er bestaat geen commissie die zich bezig houdt met het onderzoek van de Bende van Nijvel. Er was binnen de senaat een commissie Justitie waar soms vragen werden gesteld over het onderzoek naar de Bende van Nijvel. De senaat is sinds kort enkel nog een ontmoetingsplaats voor de regio's waar wordt nagedacht over de grondwet en de staatsinrichting.

8,949

(20 replies, posted in Plaatsen)

Bougerol is opgegroeid in Roux en woonde in jaren 2000 in Mont-sur-Marchienne. Ik vermoed dat hij al vanaf de jaren '80 in die streek woonde.

Bernard Mercier had een jachtclub in Landelies, ik weet echter niet of hij daar in de buurt woonde. Hij kende wel de vrouw van Philippe Lebrun, die was uit Montigny-le Tilleul afkomstig.

8,950

(22 replies, posted in Organisaties)

Op 13 december noteerde Florimond Damman in zijn agendaboekje het volgende:

"Inforep", périodique publié par le Public Information Office, dirigé par Legon (?) et un mystérieux Hugues Miller. Hugues Miller avait le pseudonyme du Major Jean Bougerol (SDRA)."

Wat was er nu gebeurd opdat Damman geïnteresseerd geraakte in het blad Inforep en de figuur majoor Jean Bougerol? Het antwoord vinden we in het 25ste congres van CEDI te Madrid dat in december 1976 had plaatsgevonden en waaraan Jean Bougerol had deelgenomen. Op diezelfde meeting waren ook Jean Violet, François Vallet, Antoine Pinay, Carlo Pesenti, Alfredo Sanchez-Bella en Florimond Damman aanwezig. Bougerol had zich bij die gelegenheid voorgesteld als Chef van het Public Information Office (PIO) en als SDRA-agent.

Het PIO werd opgericht in 1974 door majoor Bougerol in opdracht van de toenmalige minister van defensie Paul Vanden Boeynants en Benoit de Bonvoisin. Het werd gefinancierd door de firma PDG die resideerde in dezelfde lokalen waar ook de CEPIC gevestigd was, rue Belliard 39 te Brussel. PIO gaf een revue uit Inforep die naar de toenmalige opinieleiders werd gestuurd, en waarin doortastend de zogenaamde "ware" toedracht werd beschreven aan de hand van tot dan toe ongekende informatie.

Met Bougerol had Damman er een nieuwe connectie bij, die we echter moeten situeren bij de militaire elite in het Europeïstische verhaal. Met PIO zitten we stevig verankerd in de militaristische tegenbeweging als reactie op de flower power en de vredesbeweging van de jaren 1960. De studentenrevoltes van mei 1968, de contestatie van de gevestigde orde en de Vietnamoorlog, beïnvloedden aanzienlijk de publieke opinie ten aanzien van het leger en alles wat militair was. In die context groeide de idee van een tegenoffensief, dat moest gerealiseerd worden via militaire conferenciers. Militairen met een redenaarstalent werden uitgekozen om via lezingen en debatten het standpunt van het leger over te brengen naar een brede laag in de bevolking. Algauw kregen die militaire conferenciers de benaming Speaker's Bureau.

Het initiatief werd gesteund door de Service Général du Renseignement de la sécurité (SGR) en de Service de Documentation, de Renseignements et d'Action (SDRA). In 1973 kwamen een aantal verantwoordelijken binnen het leger tot de bevinding dat er dringend iets moest gedaan worden aan de verdediging van het leger tegen de subversieve actie die door sommige massamedia werd gevoerd. Het kwam erop aan niet alleen buiten het leger te reageren naar de publieke opinie toe, met het oog op het aanwerven van toekomstige dienstplichtigen, maar ook binnen het leger zelf, om te vermijden dat ook de militairen zelf door de subversie zouden worden aangetast. De leiding van het PIO werd toevertrouwd aan majoor Jean Bougerol, die bekend stond als getalenteerd militair conferencier en een te geduchten verwoorder van de antisubversie gedachte.

Er waren twee takken binnen PIO, een militaire en civiele. De militaire branche omvatte zowel de militaire conferenciers als een actiegroep, die op vergaderingen zoveel mogelijk tegendraadse stellingen moesten innemen. Met dit laatste deed PIO duidelijk aan activisme: georganiseerde sabotage van conferenties, infiltratie van verenigingen en groepen die geacht waren de stellingen van het leger genegen te zijn zoals de NEM-clubs en CEPIC. Soms werd van de leden van PIO verwacht ook aan de stemmingen op vergaderingen deel te nemen, met als doel een aantal personen in de minderheid terug te dringen. In andere gevallen werden colleges in de vorm van lezingen gehouden voor extreem-rechtse groeperingen zoals de Forces Nouvelles.

De burgerlijke branche ging vanaf september 1977 over tot de publicatie van het bulletin Inforep, een op anticommunisme en antisovjetisme toegespitst persoverzicht, met een oplage van 200 exemplaren. Dit blad was zowel bestemd voor de militaire conferenciers als diverse diensten van het leger, de rijkswacht, de staatsveiligheid en een aantal ministerkabinetten. Diverse leden van SGR en SDRA werken op permanente wijze nauw samen met PIO.

Vanaf het begin zorgde PIO ervoor dat naast de antisubversie-actie ook een dekmantel bestond voor het uitwerken van inlichtingenrecherche en contra-informatie. In verband met die activiteiten maakte majoor Bougerol verscheidene reizen naar het buitenland, onder meer naar Taiwan in 1976, Libanon in 1979, maar ook Spanje, Ierland, Portugal, Italië, Nederland en Frankrijk.

In het kader van die opdracht wist Bougerol een heel netwerk uit te bouwen dat door de ingewijden de "Miller-groep" werd genoemd. Miller was zoals uit de notitie van Damman al bleek de schuilnaam van Bougerol. Antisubversieteams werden samengesteld in verscheidene groepen, verspreid over een aantal streken. In november 1978 waren bij de activiteiten van PIO in totaal 445 personen betrokken, waarvan militairen, reserve-officieren en burgers. Maar PIO kostte handenvol geld, en was bovendien financieel erg afhankelijk van de actiedienst van het Ministerie van Landsverdediging en dus van Paul Vanden Boeynants.

De uitgewerkte structuur ontving maandelijks 600.000 Bfr. en op het einde van 1978 was de schuld ten aanzien van de Miller-groep meer dan twee miljoen. De militaire gezagsdragers besloten dan ook om PIO te ontbinden. In 1979 werd PIO definitief opgedoekt. Er waren ook problemen rond de figuur Bougerol, die indiscretie werd verweten en het feit dat hij onmogelijk de clandestiniteit kon vrijwaren. We herinneren eraan dat hij zich inderdaad openlijk op een meeting van CEDI te Madrid had voorgesteld als chef van PIO en als SDRA-agent. Ten eerste bestaan twijfels over het waarheidsgehalte van die laatste claim, ten tweede behoorde een SDRA-agent zijn functie niet te openbaren.

Maar er was meer aan de hand. Van bij de oorsprong van PIO was echter ook de NV Promotion et Distribution générales (PDG) betrokken bij de financiering van een aantal PIO-activiteiten en van Inforep. PDG werd opgericht in 1971 en stond onder leiding van Jean-Marie Detournay, maar werd in werkelijkheid volledig gecontroleerd door Benoit de Bonvoisin, goede vriend en geestesgenoot van Paul Vanden Boeynants. De NV had als doel het voeren van internationale industriële promotie en public relations in Afrika, Latijns-Amerika en het Midden Oosten. De vennootschap verzorgde ook de promotie en commercialisering van een brandstofbesparingsoctrooi, de SVB 3, eigendom van een Panamese vennootschap.

Vooral belangrijk is dat PIO misschien wel werd ontbonden, maar dat Inforep bleef voortbestaan en wel dankzij de financiële steun van PDG. Ook Bougerol bleef achter de schermen zich bezighouden met inlichtingenwerk en contra-informatie, en zijn bindingen met extreem-rechts zoals de NEM-clubs en Front de la Jeunesse werden steeds intenser. Pas in 1981 vertrok Bougerol definitief uit de dienst. PDG zelf ging failliet in 1984.

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite in de korte 20ste eeuw | Klaartje Schrijvers